Texel februari 2016

De Waddeneilanden hebben voor ons al lang een speciale betekenis. De eerste kennismaking was met Texel. Op 18 mei 1982, om precies te zijn. Het jaartal is niet zo moeilijk te onthouden. Zoon2 kwam hier aan in pampers en vertrok als een “grote jongen” die op tijd op het potje zat en dus na die vakantie voor het eerst naar de kleuterschool mocht. De datum? Ik weet niet waarom ik die nog zo goed weet, maar ik zou het graag wijten aan die eerste indruk. De eerste keer dat ik voet op een heus eiland zette. De eerste keer dat eilandgevoel waar wij intussen onherroepelijk en ongeneeslijk verslaafd aan geworden zijn.

Na Texel kwam Ameland. Een stormachtig midweekje ergens rond 1990. We huurden fietsen, vertrokken ’s ochtends met vingers die in een mum van tijd zowat rond het stuur verstijfden van de kou en kwamen terug als een stel verzopen katten. Ik herinner me nog levendig het gezicht van de hotelbaas toen we in een piepklein portaaltje verwoede pogingen deden om uit onze druipende regenpakken te geraken zonder de vloer in de gelagzaal nat te maken. Niet dat het helemaal lukte, maar onze goodwill werd toch beloond met een citroenjenevertje van het huis. We vielen er aan op soep uit blik en snelpudding van saroma of zoiets. Maar na onze heroïsche omzwervingen door hagel, regen en stormwind smaakte alles hemels. Vooral omdat een leuke Friese meid het met een stralende lach voor ons neerzette. Onlangs op internet nog gezien dat het hotelletje vernieuwd en vergroot is. Mogelijk is er in de keuken nu ook meer plaats dan alleen om blikjes en pakjes open te maken.

Op Terschelling hebben we meer dan twintig jaar onze “thuisbasis” gehad. De liefde was – en is nog steeds – zo groot dat we droomden van een huisje om onze pensioenjaren door te brengen. Tot we de vastgoedprijzen onder ogen kregen. Met de toeslag voor niet-eilanders en vooral niet-Nederlanders kunnen we na verkoop van ons huis ginds misschien een klein schaapstalletje kopen. Het zullen Terschellinger vakanties blijven.

Sinds 2011 komen we weer vaker op Texel. Schilge mag dan al het mooiste eiland zijn, op Texel  is de natuur toegankelijker. De vogels nesten er nog net niet in je wandelschoenen als je ze aan de deur laat staan. Ze vieren de vogelliefde zonder enige vorm van gêne onder het scherpe oog van honderden telescopen en als je de tijd neemt om een goed plekje te veroveren aan de kant van de weg, kan je live een kuiken uit het ei zien komen op één van de schelpenstrandjes aan Utopia of het Wagejot.

In de winter – dit is de tweede keer dat we in februari komen – heb je natuurlijk nog geen broedend gevederte. Dan is het uitkijken naar trekkers en wintergasten. Ganzen. Honderdduizenden ganzen: grauwtjes, rotjes, brantjes en kolletjes. Veel nijlganzen ook, de  laatste jaren, zoals overal. Of we daar blij mee moeten zijn? Janken zal niet helpen.

Ook van de partij zijn enkele duizenden wulpen. Slanke figuren met een naar beneden gekromde lange snavel (iedereen kent intussen wel het ezelsbruggetje “een wulp kijkt altijd naar zijn gulp”). Op afstand zien ze er wat gewoontjes uit, maar als je ze van dichtbij kan bekijken merk je hoe sierlijk en fijn getekend hun verenkleed is.

Smientjes zie je ook overal waar een beetje waterplas of sloot van betekenis is. Kleine grijze eendjes, met een helderwitte streep op de flank en een dooiergele bles op hun bruin kopje.

De Texelaars mogen dan de scholekster (de lieuw) verkozen hebben tot vogel van het eiland, voor ons zal dat altijd de “tuut” blijven, de tureluur. Hoewel ze sterk achteruit gegaan zijn de afgelopen jaren, kom je ze nog altijd tegen als ze op hun weipaaltje of hekje zitten te wippen.

Aan plassen als Utopia, het Wagejot, de Robbenjager, Waal en Burg en buitendijkse beschermde stukjes als de Volharding is bijna altijd wel wat te zien. Het moet al héél erg tegenzitten als je niks kan bekijken. Als de plas echt leeg is, dan is er zo goed als zeker een roofvogel gepasseerd. Deze buizerd was uitzonderlijk licht van kleur. Op de terugweg zagen we er een die nagenoeg zwart was. En ze bestaan in alle mogelijke schakeringen daar tussenin.

Onze eerste wintervakantie op Texel (2012) werd gekenmerkt door sneeuw, ijs (de Waddenzee was voor een groot deel dichtgevroren) en de Elfstedentochtkoorts, die uiteindelijk toch vervroegd bekoeld werd.
Deze keer was het wit op de grond van een andere aard. Verwilderd uit tuintjes en bollenkwekerijen, maar intussen zo over het hele eiland verspreid, dat je amper nog kan geloven dat het “ongelukjes” zijn. Waar je ook keek, zag je massa’s sneeuwklokjes.

Om al dat moois helemaal tot zijn recht te laten komen en het eiland aantrekkelijk te houden voor de vogels, moet er behoorlijk wat beheerswerk verricht worden. Elk jaar worden de schelpenstrandjes van Utopia door vrijwilligers ontdaan van tonnen mest, vervuilde schelpen, vergane visresten en doorschietende plantengroei. Daarna moeten verse schelpen aangevoerd worden, zodat alles klaar ligt voor als de sterns, visdiefjes, meeuwen, kluten en ander gescharrel terug komen. Natuurmonumenten en het Vogelinformatiecentrum Texel organiseren dat werkweekend.

Maar ook in de duinpannen moet er aan beheer gedaan worden. Gelukkig is daar het hele jaar door hulp aanwezig. Naast Exmoreponies en Finse fjordpaarden krijgt Staatsbosbeheer assistentie van deze schoonheden:

Nu we weer met z’n drietjes zijn, is ons programma enigszins aangepast aan de noden van onze nieuwe metgezel. Het was even vingers en tenen kruisen in afwachting van zijn reactie op strand, zee, vakantie en vrijheid. In de duingebieden en in het bos moeten honden aan de lijn, maar op het strand mogen ze van oktober tot maart los (in de zomermaanden alleen buiten de bewaakte zwemzones). Met een bang hartje maakte ik de lijn los. Je moet ze nu eenmaal een keertje het vertrouwen geven. Het werd een succes, mede dankzij het rondstuivende zeeschuim dat hem in opperste verbazing achterliet.

De allereerste wandeling bracht al meteen een zeldzame ontmoeting. Gelukkig had Jeppe genoeg gezond verstand om een respectvolle afstand te behouden van zijn zee-neef. Op het strand – amper een meter of tien van ons af – lag een jonge grijze zeehond. Geen echte pup meer, maar nog geen volwassen exemplaar. Pas bij het bekijken van de videobeelden op het pc-scherm zagen we dat het beestje mogelijk een gebroken onderkaak had. Een verwonding die naar het schijnt wel vaker wordt vastgesteld bij zeehonden.

Elke ochtend waren we zo rond halfacht op weg naar de waddendijk om te gaan kijken of de zon wel boven de horizon raakte. Eenmaal gerustgesteld konden we thuis gaan ontbijten, om ons daarna klaar te maken voor het echte werk. Want als je naar zee gaat horen strandwandelingen er nu eenmaal bij. Of er dan na de middag nog een bos- of duinwandeling op af kon of er werd een ritje gemaakt langs al de vogelkijkpunten, dat liet Jeppe nogal koud. Hij nam het zoals het kwam. Hij is tijdens deze vakantie helemaal open gebloeid, mede dankzij een vrije groepswandeling met een twintigtal honden, onder begeleiding van een hondencoach. Daar leerde Jeppe dat andere honden niet noodzakelijk slecht nieuws zijn, dat je gek mag doen op het strand, dat andere hondjes vaak ook maar gewoon komen vragen om mee te spelen en te hollen. Hij stapt nu zelf in de auto, zodat ik mij niet meer hoef te vertillen. De éne dag gaat dat al wat vlotter dan de andere (tijdens een fikse hagelbui lukt het zelfs al springende), maar hij doet het helemaal zelf. Wat dan uiteraard een staande ovatie van de baasjes uitlokt. Trouwens, als die baasjes per sé in een ijs- en ijskoude wind naar een paar pluimenbollen willen staan kijken, vindt Jeppe het wel zo gezellig om die twee gekken van achter het glas gade te slaan.

Alles was hem om te liever, op voorwaarde dat hij achteraf thuis lekker vertroeteld werd.

Winter op Texel betekent ook dat je op één dag tig keer ander weer mag verwachten. Je vertrekt voor een tochtje onder een stralende zon, komt na een kwartiertje in een regen/hagelbui terecht om dan in de haven te zitten kijken hoe de storm het water over de kaaimuur blaast. Staat het weer je niet aan? Wacht gewoon vijf minuten …

Ook deze vakantie was weer een topper. Jammer dat er aan vakanties ook een einddatum zit. Misschien moeten we toch nog eens op zoek naar die oude sok met al dat geld. Er staan hier zoveel huisjes te koop. En intussen dromen we maar weg bij deze beelden:

 

 

Advertenties