Texel 2017

Maandag, 29 mei

Om 5:17 precies komt hij/zij overgevlogen. Laag, traag en met lichtjes suizende vleugelslag. Van west naar oost, van het golfterrein in de duinen recht op de opkomende zon boven het wad af. Wij – Jeppe en ik – staan op het splinternieuwe houten bruggetje over de Roggesloot. We kijken hem/haar na. Nog vóór we de ogen opslaan van een paar grauwtjes en een wilde eend en verder wandelen om naar de orchideeën aan de overkant te kijken, vliegt hij/zij terug in omgekeerde richting. Laag, traag, met lichtjes suizende vleugelslag. Roomwit, oranje vlek op de borst. En met een sauslepel voor zich  uit. De lepelaar, één van de iconen van Texel.

We lopen niet de vernieuwde route Dorpszicht, want veel vogels zitten nog wakker te worden. Uit ervaring weet ik dat je de rest van de dag barstende koppijn kan hebben als dat proces bruusk versneld wordt. Ik wil het hen besparen, dus we keren en lopen het Krimbos in. Er zijn nog vroege honden en baasjes op pad, maar die genieten even graag van de stilte en het vogelconcert, dus we storen elkaar niet. De honden wisselen snuffels uit, de baasjes een “goeie morgen” of een “hallo!”. En dan vervolgt iedereen zijn weg.

Verder, op de grens van bos en grasland. Vóór we bij de hoofdweg rechts moeten afbuigen komen we tussen twee concurrerende roodmussen terecht. Het fietspad is de fysieke – en niet onbetwistbare – grens tussen hun “landen”. Omdat waarnemingen.nl graag onomstootbare bewijzen meekrijgt voor zeldzame soorten, doe ik een poging om de burenruzie op te nemen met mijn gsm. Nog nooit een geluid geregistreerd met dat ding en dus gedoemd om te mislukken. Volgende keer de camera mét microfoon meenemen.

Na het ontbijt in een twijfelachtig licht naar het strand. Als de baas goed en wel weg is met de auto begint het fors te regenen. Voor even. Eens we goed nat zijn, stopt het en rest enkel een redelijk fris windje. Het is nog ver tot de vuurtoren. En het is nog te vroeg voor een kop hete koffie. De klok geeft nog altijd maar 8:45 aan.
Er zijn al wél een paar hondjes om mee te spelen, er zijn golven en wolken om naar te kijken en stap voor stap komen we dichter bij die rode wijsvinger. Daar wachten de baas en de auto.

Droge kleren. Hand/boodschappentas mee en via de ingewikkeldst mogelijke omweg naar Den Burg. Via jagende bruine kiekendieven, een eenzame distelvink en een drietal ruziënde kuifleeuweriken komen we bij de winkels.

 

Mijn pc-muis is gisteren schielijk overleden en ik kan het gezelschap van zo’n elektronisch knaagdier niet missen. Het vegen en mikken met de cursorplaat is niet aan mij besteed. Verder moeten er nog wat vlees en verse groenten ingeslagen worden en dan gaan we op huis aan om te lunchen.

Na de middag gaat Manlief een fiets huren, begroeten we de bekenden in de Verrekieker, doen we een siësta en zet ik dit vakantieverslag op. Straks met Jeppe naar het wad en dan stilaan aan het avondeten beginnen.

Vanavond kijken we naar de natuur vanuit onze luie zetel: Springwatch op BBC2, om 21:00 onze tijd. En dan naar bed, met een wekker op de nachttafel. Want het zal snel weer licht zijn …

 

Dinsdag, 30 mei

Halfzes is halfzes. We zijn stipt op tijd, net als gids Jos. De auto blijft achter aan Kaap Noord en wij dalen met z’n drieën af naar het pad langs de Robbenjager en de Tuintjes. Het weer is grauw maar de temperatuur valt mee en het blijft droog.

We worden al  meteen begroet door een kleine karekiet en een grasmus. Een bosrietzanger wil niet onder doen en  maakt een roodborsttapuit wakker. Ze kunnen met z’n allen maar beter een beetje in dekking blijven want er hangt een buizerd te speuren naar voer voor zijn jongen. Anderzijds: wij wilden eigenlijk graag zien wat we horen.

We proberen zo onopvallend mogelijk langs het pad te vorderen. Dat lukt aardig tot ik een hoestbui krijg en bijna tegen de grond duizel. Het duurt even voor ik mijn ademhaling weer onder controle heb. Hopelijk zijn niet alle vogels gevlogen. De visdiefjes hebben het te druk met het aandragen van visjes voor hun gezinnetje. Wat kan het hen schelen dat ik met betraand en hoogrood gezicht rondloop.

Bij het achterhek van de camping keert Manlief om. Voor zijn knieën is het genoeg geweest. Ik loop door in het gezelschap van Jos. We richten ons nu op het pad langs de Tuintjes. Een duinwandeling langs struweel en oude duinakkertjes. Een droomgebied voor het kleine grut. De eerste die zich laat zien is een mannetje roodborsttapuit. Ietsje lager zit het vrouwtje in dezelfde struik. Een mannetje kneu komt gezellig buurten, terwijl een fazanthaan achter onze rug van jetje geeft. Er zijn opvallend veel konijntjes vind ik. En (voorlopig) weinig dode. Het was al anders de vorige jaren.

Als we de duinrand oversteken naar het strand zit er een bontbekplevier voor onze voeten. Hij doet al het mogelijke om onze aandacht te trekken en wenkt ons mee richting vuurtoren. Dat doet ons vermoeden dat links van de doorsteek wel eens zijn vrouwtje op eitjes zou kunnen zitten. Aan de duinvoet zijn aan weerszijden van de doorsteek stukken strand afgespannen met lint, in de hoop dat strandbroeders zo een rustig plekje kunnen vinden om voor nageslacht te zorgen. Een strandplevier had gedurende een paar dagen de hoop hoog doen rijzen, maar dat bleek uiteindelijk toch loos alarm.

Van het strand terug naar het pad rond de Robbenjager. We gaan kijken aan de uitkijkpost achter de camping. Een paar brandganzen zijn niet verder doorgetrokken met hun soortgenoten en brengen de zomer hier door. Het gebeurt steeds vaker dat er een aantal hier een nest starten. Waarom zou je het jezelf lastig maken als je hier alles vindt wat je nodig hebt?

De laatste gast is een braamsluiper, die langs het pad zit te zingen. Hij wuift ons uit. De mist heeft intussen het grootste deel van de vuurtoren ingepakt. Alleen de voet steekt er nog rood doorheen.

Jos van den Berg is natuurgids en fervent vogelliefhebber. Ik leerde hem kennen als gids voor een wandeling die ik via Vogelexcursies boekte. Later ontdekte ik zijn site en het feit dat je bij hem excursies op maat kan boeken. Ben je als vogelaar een beginner? Of heb je maar een paar dagen de tijd om zoveel mogelijk vogels te fotograferen tijdens je verblijf op Texel? Je kan met Jos tijdstip, duur en doel van je excursie afspreken. 

 

Woensdag, 31 mei

De grauwheid van gisteren heeft opnieuw plaats gemaakt voor een stralende zon en we besluiten een bloemenuitstap te maken. Gewapend met mijn gloednieuwe cameratas van de Verrekieker (met inhoud, uiteraard), mijn statief en een arsenaal hoeststillers en neusspray’s stappen we in de auto. We hebben de afgelopen dagen verschillende plaatsen gezien die de volle aandacht verdienen:

 

We rijden de vogelboulevard af en stoppen hier en daar om te filmen. Maar het hoesten wordt erger en erger. We besluiten om naar het dorp te rijden en bij de huisartsenpraktijk te stoppen om een afspraak te maken.
Ik mag kort na de middag op de consultatie langskomen. Meestal is het een hele toer om het juiste spul te krijgen, maar omdat ik al bij het binnenkomen een angstaanjagende demo geef wordt mij spontaan codeïne aangeboden. Dankbaar neem ik het doosje in ontvangst. Ik ga de volgende dagen niét hoesten én ’s nachts goed slapen.

 

Donderdag, 1 juni

Na al dat vroegochtendgeweld leggen we de band er even af. Ik verslaap me (ben pas om 7:00 wakker!), Jeppe staat helemaal tegen zijn zin op en weigert na een paar honderd meter verder te lopen op zijn eerste wandeling. Als ik dàt geweten had, was ik er alleen op uit getrokken, natuurlijk.

Terug thuis gaan we dan maar rustig ontbijten. We nemen ruim de tijd om een boodschappenlijstje samen te stellen, want de voorraden slinken zienderogen. De eerste week zit er dan ook bijna op.

Via de site van Ecomare schrijf ik me in voor 2 wandelingen: zaterdag ga ik naar Waal en Burg orchideeën en grutto’s kijken (en hopelijk ook nog veel andere dingen). Om deze tijd van het jaar is dit reservaat van Natuurmonumenten niet vrij toegankelijk, maar met een gids kan het wél omdat die exact weet waar je je voeten kan zetten zonder allerlei moois te vertrappelen.
Volgende week donderdag ga ik met een boswachter van SBB “Schemeren in de Slufter”. Laarzen heb ik niet meegenomen, maar ik vertrouw erop dat het water in de vennetjes intussen al genoeg zon gezien heeft om met blote voeten te kunnen doorwaden.

 

Vrijdag, 2 juni

Vandaag kennen we een snelstart.

Voor mij is daar niets onnatuurlijks aan. Ik hoef geen wekker om rond 5:00 klaarwakker op de rand van mijn bed te zitten bedenken wat ik eens zal gaan doen. Ondanks een dosis codeïne uit de huisartsenpraktijk in De Cocksdorp hou ik die gewoonte in ere. Tegen 5:30 laad ik mijn rugzak en statief in de auto en rij naar de kop van het eiland. Doel: het prachtige lage licht van de opkomende zon en de totale rust gebruiken om wat beelden te schieten. De meeste dingen in de natuur verdragen de felle zon niet. Toch niet als fotomodel. Sterk zonlicht verbleekt de kleuren, licht dat van bovenaf invalt werpt geen schaduwen en vertekent vorm en omvang van het object.

Bij het nieuwe bruggetje over de Roggesloot is Pa Fuut het ontbijt aan het serveren voor zijn kroost die op Ma haar rug de pootjes droog houdt. Een wel erg wakkere rietzanger zorgt er voor dat de kleine niet in slaap valt met het aangesleepte voer in het snaveltje.

 

Gisteren namiddag was Jeppe ons even ontglipt en even later kwam hij in volle paniek en huilblaffend naar binnen gestormd. Geen van ons had enig idee wat er loos was. Hij liet zich troosten en het incident was (voorlopig) gesloten.
Bij de avondwandeling liep hij voortdurend met zijn kopje te schudden en toen hij weer thuis was krabde hij alsmaar aan zijn oor. Ik vreesde voor een kruipgrasje in zijn oor. Ik zag niets, maar als het al in zijn gehoorgang zat was dat ook niet meer mogelijk zonder de juiste apparatuur.
Vanmorgen loopt hij weer te kopschudden en ik ben er helemaal niet meer gerust in. Als mijn vermoeden juist is, moeten we zo snel mogelijk naar de dierenarts want zo’n grasje kan er niet meer vanzelf uit en kruipt steeds dieper. Het kan het trommelvlies doorboren en dat kan fataal aflopen. Bellen naar Den Burg. We mogen tegen 9:00 – nee, wacht even, tegen 13:30 – of, kan u hier zijn tegen 8:30? Het is al na achten, dus dat wordt krap. Op mijn sloffen de hond in de auto geploft. Fototassen achter in de koffer. Geld bij? Hondenpaspoort bij? OK, racen maar! Best mogelijk dat we een boete in de bus krijgen, maar dat kan me aan me reet roesten, zoals ze dat hier zeggen.

We komen net op tijd in de praktijk. Jeppe gaat gewoontegetrouw uit eigen beweging op de weegschaal staan. Flinke vent! In 3 maanden 700gr afgevallen! Ik had het al wel gezien, maar het is altijd leuk als het bewezen wordt. De verhuispondjes smelten. Bij hem toch …
Geen grasje in zijn oor, ook geen oormijt (hij heeft dat uit het asiel meegebracht en soms durft  het nog eens de kop opsteken, hoewel ik er secuur op toezie). Geen wespensteek (ik had ook geen pukkel of verdikking gevoeld), geen teek. Mogelijk een insectje of spinnetje dat intussen op eigen initiatief vertrokken is. Een beetje rozige irritatie, maar niets om bezorgd over te zijn. Het verdwijnt wel vanzelf.

We rijden naar de Bollekamer, wandelen even tot aan het vennetje, maar de zon brandt ongenadig en door dat hals-over-kop vertrek hebben we ook geen drinken bij. Jeppe drinkt van het water in de plas, iets waar ik ook niet onverdeeld gelukkig mee ben, want warm weer en stilstaand water met eenden erin kan synoniem zijn voor botulisme.
Jeppe vindt dat hij al heel de tijd heel flink geweest is en dat hij nu wel eens naar het strand mag om los te lopen. En gelijk heeft hij. Bij de vuurtoren ga ik met hem naar de waterlijn, waar hij alweer een nieuw vriendje leert kennen. Ondanks de hitte wil hij toch wel een paar rondjes rennen. Pootjebaden is dan weer een brug te ver. “Zullen we eens gaan kijken waar baasje is?” Die zit op een terrasje met uitzicht op vrouw en  hond. We vervoegen hem en lessen ook onze dorst.

Deze namiddag wordt op het terras achter het huisje doorgebracht. Manlief gaat een halfuurtje fietsen, kwestie van de spieren en gewrichten wat soepel te houden. Intussen los ik het mysterie van de vluchtende hond op. De buren naast ons hebben een ongelooflijk grote en (honds)brutale Deense dog bij. Toen hij hier arriveerde joeg hij Jeppe al meteen de stuipen op het lijf. Gisteren heeft hij dat waarschijnlijk weer gedaan, maar toen was ik er niet bij om Jeppe gerust te stellen. Nu durft Jeppe pas op het terras komen liggen als dat monster weg is. Tenzij die dog in Jeppe’s oor gekropen was, heeft dat kopschudden er dus niets mee te maken …

Zaterdag, 3 juni

Vandaag dus zeker op tijd vertrekken, want ik word om 10u stipt verwacht aan de zorgboerderij Plassendaal voor een geleide wandeling door het natuurreservaat Waalenburg. Ik heb gelukkig al eens poolshoogte genomen om te weten waar ik juist moet zijn. Om 9u40 parkeer ik mijn auto in de buurt en wandel via het fietspad naar het hek van de boerderij. Er hangt een minuskuul plaatje met het embleem van Natuurmonumenten, dus ik ben aan het juiste adres. Vraag is: moet ik aan het hek wachten of op de oprit, of is er binnen een ontvangstruimte voorzien?

Ik blijf eerst wat ronddraaien in de hoop dat er nog deelnemers komen of dat de gids arriveert. Omdat er geen beweging te bespeuren valt, loop ik toch de oprit maar op tot bij het huis. Nog niemand. Ik zie niet direct een bel en roep dan maar een paar keer, zonder resultaat. Door een groot raam zie ik een keuken. Ik ben hier precies toch wel op privé terrein en omdat ik helemaal geen zin heb om een kwaaie hond aan mijn broek te krijgen, wandel ik terug richting hek. Zou ik misschien aan dat huis aan het eind van dit fietspad moeten zijn? Ik wandel een paar meter in die richting en neem mijn verrekijker: geen kat te zien. Het wordt later en later (het is al na 10u trouwens) en er daagt niemand op. Ik heb het telefoonnummer van Ecomare niet bij, dus ik kan niet bellen om te vragen waar de gids blijft. Het begint zachtjes te regenen en om 10u10 beslis ik terug te rijden naar De Cocksdorp. Ik ben maar goed binnen of Ecomare belt zelf om te horen waar ik blijf. Blijkt de gids ginds te staan wachten. Die moet al even het gebied ingetrokken of even binnen geweest te zijn. Anyway: we hebben elkaar gemist, er dreigt nog meer regen, dus de wandeling wordt in onderling overleg afgelast. Het inschrijvingsgeld mag ik ophalen aan de balie bij Ecomare.

Zondag, 4 juni

De weekends op de Wadden worden traditioneel in low profile doorgebracht, want – seizoen of geen seizoen, weer of geen weer – ze gooien teveel volk van de boot om het leuk te houden. Er wordt voor de komende dagen zwaar weer voorspeld, dus we maken het ons nog eens lekker comfortabel in de tuin, in het zonnetje. Jeppe komt voorzichtig zijn neus aan de deur steken om te peilen of die loebas van een huisje verder op het erf is. Hij vertrouwt het niet te erg, dus gaat hij in de deuropening aan de voet van de trap liggen. Liever blô Jan, dan dô Jan.

Donderdag, 8 juni

De afgelopen dagen heeft het behoorlijk gestormd, af en toe flink geregend en daarna weer gewaaid. Tussen de buien door kozen we wandelingen waar geen bomen stonden, want met een volle bladerenlast is het niet uitzonderlijk als er een tak afbreekt. Ritjes langs de vertrouwde vogelplekken zorgen voor afwisseling, maar in dit beestenweer is ook daar niet veel te beleven.

Omdat we dinsdag al begonnen te denken aan een dag vroeger naar huis terugkeren, heb ik de avondwandeling in de Slufter geruild voor een ochtendwandeling op woensdagochtend. Omwille van de weersomstandigheden is de keuze beperkt en brengt Giel Witte ons naar de Robbenjager. Ondanks de felle wind en af en toe stevige regenvlagen kunnen we toch nog 48 soorten afstrepen bij de nabespreking. Blijkt dat het ook Giel was die me zaterdag door Waal en Burg zou loodsen. We hebben op een paar tientallen meter van elkaar staan wachten op de ander. Er wordt eens goed om gelachen en we spreken af om elkaar de volgende keer wél te vinden.

Donderdag begint alweer nat, grijs en grauw en na een strandwandeling met Jeppe (hoop en al 10 minuten, want toen plaatste hij een sprintje richting auto) ga ik bij Topido vragen of we ’s middags mogen komen in plaats van vrijdagavond. Dat kan.

Naar het huisje dan maar, waar we de knoop doorhakken: we vertrekken morgen. De huisbaas verwittigen, beginnen inpakken, … Na de lunch klaart het toch wel uit! Nu zijn wij vrij flexibel in onze besluitvorming, maar we veranderen toch niet meer van gedacht.

De filmbeelden uit het Kreeftenpoldertje van eerder deze vakantie zijn mislukt. Dat waren vooral orchideeën en omdat Manlief toen al zijn knieën overbelastte, stel ik voor om alleen te gaan en zijn fototoestel mee te nemen. In ruil houdt hij Jeppe bij, want een hond aan de lijn houden terwijl je macrofoto’s maakt is geen realistische doelstelling.
Ik laat de auto achter op de parking aan de Horsmeertjes en zet koers naar het Kreeftenpoldertje. Een nachtegaal fluit een marsliedje, dat een eindje verder overgenomen wordt door andere vogels. De zon neemt wraak voor onze vroege aftocht en schijnt een gat in de grond. Ik ben bijna blij dat ik af en toe op de knieën moet in drassige grond. Dat verfrist een beetje.
De orchideeën hebben afgezien van het weer van de laatste dagen. Gelukkig waren er een aantal laatbloeiers bij, die pas nu opengaan. Ik ga het hele rijtje af: brede, vleeskleurige, gevlekte, … zelfs een paar rietorchissen! Giel had me verteld dat er bij het begin ook een plekje groene knolorchissen stonden, maar al zoek ik tot mijn ogen er van tranen, ik vind ze niet.
Ik besluit om niet op mijn stappen terug te keren, maar om het Westelijk Horsmeertje heen te lopen. De zoveelste bruine kiekendief veroorzaakt chaos in de meeuwenkolonie aan mijn linkerkant. Verschillende vlinders komen nog even paraderen, maar door de warmte zijn ze zo vinnig dat het onbegonnen werk is om er een voor de lens te krijgen.

Terug in het huisje begint de laatste activiteit: inpakken en opruimen. Ik heb nog wat van het één en ander over en vraag aan de buurvrouw of zij dat wil opmaken. Terwijl we nog wat kletsen (ik herken haar – of liever – hun hond, Meneer Jansen) van de FB-pagina Texel, mijn  hond en ik. We raken aan de praat en Meneer Jansen neemt de gelegenheid te baat om binnen te komen en Jeppe’s korrels op te maken. Jeppe staat er bij en kijkt er naar. Ach wat, er zitten er nog genoeg in de zak. Uiteraard gaat het gesprek nog wat verder over honden en komt de naamkeuze ter sprake. Jeppe is vernoemd naar één van de honden van Walty Dudok van Heel, een Nederlandse natuurkunstenares. En ja, de wereld ís nu eenmaal klein, want de buurvrouw heeft nog met Walty in de klas gezeten.

Vrijdag, 9 juni

Het regent opnieuw. We zijn vroeg op en klaar om te vertrekken. We kunnen ook thuis naar de regen kijken, terwijl de wasmachine draait. Volgende week wordt het zomers weer. Dan ligt de was tenminste al in de kast…

 

Advertenties