Texel september 2011

De Cocksdorp, 17/09/11.

De reisweg liep naast Lelystad om via de Markerwaard. Eigen keuze. Geen spijt, wél veel omweg. Vooral in tijd. Goed voor één keer om aan de nieuwsgierigheid tegemoet te komen, maar we moeten dit stuk Nederland gewoon later van thuis uit doen en de fietsen meenemen. “Er even langsrijden” is eigenlijk niet de moeite waard. Al blijft het een grote verwondering als je ziet hoe onze noorderburen met water omgaan.

De boot. Ticket halen, aanschuiven, inchecken, … Net op een uur dat we dringend aan een broodje toe zijn. Gelukkig niet veel volk aan de bediening, want we hebben nauwelijks de tijd om het gekochte naar binnen te werken of we moeten alweer de auto opzoeken. Niks “routine loslaten” zoals in Harlingen waar de oversteek naar Terschelling zo’n dik anderhalf uur duurt. Met 20 minuten zijn we aan de overkant en bollen we het Texelse eiland op.

Zoeken. Niet naar de weg want die is goed genoeg aangeduid. Naar een visueel herkenningspunt, na ruim 28 jaar. Het is er niet.

Verder dan maar. Bij het binnenrijden van De Cocksdorp zien we meteen ons vakantiehuisje. Het adres van de huisbaas is wat moeilijker te vinden, maar gelukkig komt hij net bij ons adresje aan. De obligate begroeting en dan nemen we bezit van ons tijdelijke territorium. Het is knus, compact maar heel licht, met grote ramen waarvan er één uitkijkt over een paardenwei. Aan de rand staat een bosje en daar zit al gelijk een lichtgekleurde buizerd te pronken. Terwijl we de bagage naar binnen sjouwen horen we het gegak van honderden ganzen. Zij zijn er dus al.

de cocksdorp003

De per mail bestelde en eerst onvindbare boodschappen ophalen, een eetadresje voor de eerste avond zoeken, uitpakken, de thuiswacht verwittigen dat we goed aangekomen zijn. En dat het stront regent. Eten en dan de bedden uitproberen. Terwijl buiten een onweer woedt. Helemaal net als toen…

De Cocksdorp, 18/9/11

Verkenningsdag. Het regent nog steeds, al komt er af en toe toch een streep blauw in de lucht. Vóór de middag nog even om verse broodjes (dat kan op zondag dan weer niet op Terschelling). Even een rondje rijden om de oriëntatie op orde te krijgen.

Dan naar de vuurtoren. Hij staat er nog. Ik herinner me een bericht van een tiental jaar geleden dat het duin aan de voet begon af te kalven en dat het gebouw bedreigd was. Ik weet niet of deze vuurtoren een naam heeft. Ik vind hem ook niet mooi. Te massief rood. Te speelgoedachtig. Maar hij herinnert me aan ijsjes. Met veelkleurig hagelslag en parasolletjes. En 2 blonde knulletjes die zich door hun vader lieten rondrijden in een bolderwagen terwijl moeder de vrouw er achteraan liep om steeds weer de zeeslofjes van de jongste op te rapen.

We lopen het strand op dat nog erg nat is. Het tij is al een tijdje gekrompen, maar de regen heeft steeds weer de plassen aangevuld. Via een strekdam lopen we tot aan de waterlijn. We volgen die tot waar ze bijna het duin raakt. Achterom kijkend proberen we onze positie te bepalen ten opzichte van Vlieland en Terschelling. De bocht in de rij Waddeneilanden misleidt ons en we komen er maar moeilijk uit. Tussen de schelpen vind ik 4 mooie parelmoeren binnenlagen van oesterschelpen. Dik genoeg om er een hangertje van te maken. Misschien heeft het met het weer te maken, maar er zijn weinig vogels aan het strand. Of ze zitten intussen allemaal op het wad, ook mogelijk.

de slufter 029

Na de vakantiesoep de auto in en richting het andere uiteinde van het eiland. Texel lijkt veel meer op de Saeftinghepolders dan op de Waddeneilanden. Het hoort er dan ook niet helemaal bij. Landschappelijk niet en ook staatkundig niet. Noord-Holland tegen Friesland. Kan niet scherper.

Wat ik me herinner van 28 jaar geleden? Het huisje dat we huurden van Lenie Bakker. De schapendijk in de rug van het woonhuis. De indeling van de vakantiewoning, de veldbedden, het onweer. De tureluur aan de Petten, de vogelmuur in de bermen, de lepelaars. De markt in Den Burg, de kapper naast de bioscoop, de Slufter en de hitte. De speelbal die met het krimpende tij in zee verdween en enkele uren later met de vloed op net dezelfde plek weer aan land geworpen werd. Het barre weer toen de logees arriveerden in week 2. Dat is het zowat. Tijd om nieuwe herinneringen te oogsten.

We zwerven wat rond, ontdekken een boekenschuurtje waar je je zin bijeen zoekt en dan in een bus het geld deponeert. We vinden veel plaatsen waar Nicky aan de lijn moet. Goed dat Floor dat niet meer moet meemaken, ze zou hier doodongelukkig zijn.

De avond eindigt met een minuutje of tien op het beschutte terras, in een vlek avondzon. Goed ingeduffeld, maar toch buiten.

De Cocksdorp, 19/9/11

We worden nog wakker op het doordeweekse uur. Maar goed ook. Nicky is goed misselijk geweest en ik mag al gelijk beginnen opkuisen. Meteen wakker. Het regent en terwijl ik even op het terras kom, zie ik iets wat ik nog nooit eerder zag: een 3-voudige regenboog. De traditionele binnen- en buitenbogen worden vergezeld door een derde (gewoon een die een beetje vanuit een andere hoek ontstaat).

Maandag, marktdag in Den Burg. Het dorp ligt er nog rustig bij op een uur dat bij ons de eerste marktgangers al op hun terugweg zijn. Ook de kramen zijn er nog niet allemaal. De winkelwandelstraat dan maar. Met een grote boekenwinkel.

NIDK 11

Ik scoor er dit notaboekje van Paperblanks om mijn vakantieverslagje en de vondsten te noteren.

Op de markt worden we aangesproken. Onze huisbaas is ook inkopen aan het doen. Hij doet mij aan Cees Nooteboom denken, al heeft hij nog pikzwart haar.

Thuisgekomen merk ik dat ook hier geen vaas in huis is. In elk vakantiehuisje moet ik het huisgerief met hetzelfde verrijken. Ik heb namelijk graag een boeket op tafel. In de souvenirwinkel koop ik een strandemmertje, want vazen hebben ze niet in het dorp.

De zon begint terrein te winnen op de donkere wolken maar alleen omdat ze hulp krijgt van een strakke wind. Achter het windscherm installeren we ons met een kop thee en onze kijkers. Net op tijd voor de aankomst van “onze” buizerd.

De Cocksdorp, 20/9/11

De dag begint veelbelovend zonnig, maar dat is voorbij tegen dat we ontbeten hebben. Toch gaan we vroeg naar het strand. Op een jogger na zijn we alleen.

Er zit veel wind. We vertrekken langs de waterlijn. Daar stuift het zand minder op ooghoogte voor Nicky.

Witte schuimkoppen op de golven. Een handjevol meeuwen die niet eens opvliegen als we passeren. Teveel wind om de lucht in te gaan. Een zwart “iets” dobbert stuurloos in de branding. Het blijkt een uitgeputte zeekoet te zijn die de strijd tegen het natuurgeweld heeft opgegeven. De stroming neemt haar mee en duwt haar kopje onder.

Waar de branding bijna de duinrand raakt keren we. Nu blijven we langs de voet van het duin lopen maar Nicky heeft al haar energie nodig om mee te komen. Om dan ook nog eens op de flank van het eerste duintje naar boven te klimmen en het strand te overschouwen heeft ze kracht tekort.

De eerste scholekster!!! Ze bestaan dus toch nog. En ineens ook: een vlucht zwart  boven zee. Waarschijnlijk zee-eenden, maar het is te ver weg om daar zekerheid over te hebben. Een aalscholver. Sijsjes. De natuur had blijkbaar gewoon een paar dagen vrij genomen.

Thuis wordt Nicky weer misselijk. Niks gegeten en toch genoeg spugen om haar kussen vol te krijgen. Telefoon naar Katrien. Uitvasten. Plaspillen stoppen om uitdroging te voorkomen. En Primperan te pakken zien te krijgen voor als het blijft duren. Ja, goed hoor! In Nederland zeker? Ik ga naar de apotheek in Den Burg, want het is tenslotte een medicijn, niet iets wat je bij de drogist ophaalt. Daar kunnen ze me tenminste zeggen of ik een voorschrift moet halen. Op een toontje van “stom wicht, waarom kom je naar hier als het voor je hond is?” word ik doorverwezen naar een zaak naast de Blokker. Een pet shop, je gelooft het niet! Gelukkig weet de dame achter de toonbank tenminste te zeggen dat die pilletjes afgeleverd worden door de dierenarts zelf en dat die achterom woont maar dat ik dan een afspraak moet regelen en de hond meenemen. Tegen de tijd dat ik die informatie heb, is Nicky weer beter. Gezondheidszorg in Nederland. Het blijft een avontuur op zich…

Na de middag komt de zon er weer door en we rijden naar Ecomare. We gunnen ons zieke beest wat rust.

Het zee-aquarium biedt een mooi overzicht van wat er zoal onder onze Noordzeekust leeft. Het heeft ook verbazend helder water zodat ik mooie beelden kan filmen. Vooral de ribkwalletjes zijn spectaculair met hun flashy SF-voorkomen.

Rob en de andere robben genieten buiten van de zon en de aandacht. Bij de kleine zeehonden is er eentje die een demonstratie slapen-onder-water ten beste geeft. De huilertjes zitten nog achteraan in afwachting van hun nieuwe verblijf dat in aanbouw is.

Op weg naar ons huisje valt ons weer op hoeveel zwaluwen er hier nog rondvliegen. Groepen in aantallen die wij ons niet eens kunnen herinneren van veel jaren geleden.  En op de terugweg uit het dorp hoor ik op bescheiden schaal weer gegak in de ganzenpolder.

Het wordt de laatste jaren steeds moeilijker om in te schatten waar, hoe en wanneer de trek zich op gang zal trekken. Vorig jaar zaten ze bij Autumnwatch ook al met de handen in het haar.

De Cocksdorp, 21/9/11

De ochtend start grijs en nat. We besluiten het even aan te zien en doen intussen inkopen in De Koog. Dat was “toen” al toeristisch, maar nu lijkt het een nederzetting van uitsluitend winkeltjes en eethuisjes. Als we het nodige hebben om het weekend door te komen, gaan we naar huis lunchen.

Na de middag maken we ons -ondanks de strakke wind en de donkere dreigende lucht- op om in de Sluftervallei te gaan wandelen. Nicky ziet het weer helemaal zitten en zit  ongeduldig te “neuriën” achteraan in de auto.

De duinvallei is veel groter dan we dachten en heel mooi. We volgen de groene wandeling die aan de voet van het duin loopt. In de dode armen van de vlierbomen zitten grote nesten. Bij minstens één ervan zijn we het erover eens dat dat enkel de horst van een buizerd kan zijn. Mega!

de slufter 042

We horen af en toe de klagende roep van een wulp maar krijgen de eigenaar van de stem niet te zien. Op een paar sijsjes, piepertjes en een roodborsttapuit na blijven ook vandaag de vogels buiten zicht.

Aan onze voeten groeien Engels gras, schorrekruid, parelamaniet, duindoorn, (zilte?) rus, wintergroen en bitterzoet.

Na een goed uur bereiken we de geul waar het water van de zee tot een heel eind het eiland binnen schiet. En eindelijk zien we ook eens een groep scholeksters. Hoewel een prachtige vogel op zich, komt hun contrastrijke kleed pas helemaal tot zijn recht in meervoud en in de zon.

Een eindje verderop zwemmen een paar eiders. Tegen de waterlijn aan het strand zitten mantelmeeuwen met de koppen in de wind. Twee volwassen en drie jonge Noorse sternen komen aansluiten bij de groep en brengen nog een paar drieteenstrandlopertjes mee.

We doen ook een droevige vondst: een dode bruinvis ligt aangepikt en aangevreten in het zand.  Ongelofelijk hoe getekend de huid is door snavelhouwen. Maar enkel op de buikzijde en de kop zijn de weke plekken al goed aangepikt.

We keren langs het strand terug. Nicky nodigt me uit om te gaan pootjebaden. Ik heb mijn teva’s aan en ga graag op haar aanbod in. Het water is nog schappelijk van temperatuur, zelfs na een zomer met heel weinig zon.

de slufter 017

Een aalscholver scheert rakelings over het opkomende water. Achter ons steekt de lucht donker af tegen het witte zand. Het weer slaat terug om. Als we bij de auto komen en de motor aanslaat vallen de eerste druppels.

PS. Na grondige studie en naarstig rekenwerk is ons onderzoeksteam er in geslaagd vast te stellen dat er 46 mooie gelijke tandjes in de bovenkaak van de bruinvis zitten.

de slufter 057

De Cocksdorp, 22/9/11

Het was een stormachtige nacht. En omdat je daar in ons goed geïsoleerde huisje weinig van merkt, heeft Manlief voor versterker gespeeld. Af en toe ging bij hem de wind liggen en dus schrok ik me elke keer weer een hartverzakking als hij uit zijn apneu kwam.

Als we opstaan wacht de zon al vol ongeduld. Ik heb onthouden dat het aan het wad om 8:45 laagtij is. Dat komt net goed uit. Na het ontbijt pakken we onze kijkers en fotomateriaal in en gaan een paar uurtjes in de buurt van de vuurtoren posten. Nicky heeft er in het begin wat moeilijk mee dat we “alleen maar” zitten, maar ze ontdekt al snel de charme van het zonnebaden in de luwte van de baasjes.

Als het water weer begint te stijgen worden de vogels in onze richting geduwd. Zo krijg ik de kans om te filmen hoe diep scholeksters en rosse grutto’s hun snavels in het slijk prikken. Een jonge zilvermeeuw heeft haar vleugel gebroken en gaat er nu van uit dat de gevederde maatschappij er alles aan moet doen om haar te onderhouden. Een volwassen scholekster en haar jong zijn in de buurt hun kostje bijeen aan het scharrelen en de oudere vogel heeft er de handen aan vol om de schooier uit de buurt van haar etende kind te houden.

Wie poseren er nog allemaal voor onze ogen? Een paar drieteentjes, enkele kanoeten, stormmeeuwen, eiders, mantelmeeuwen en een aalscholver. Een rijke oogst, ondanks herhaalde storingen door wandelaars die stuk voor stuk tijdelijk analfabeet zijn. Nog geen 10m naast ons staat een bordje “kwetsbaar gebied, geen toegang”. Net uit dat kwetsbare gebied duiken om de haverklap wandelaars op met (tot 4!) niet aangelijnde honden die de vogels opjagen. Je zal zien dat bij de eerste gelegenheid dat wij ons oude wuvetje wat laat aanlijnen er zo’n uniformwurm tegen ons tekeer gaat.

Na de lunch wacht voor mij de hoogmis van het natuurgebeuren: ik ga in Oosterend naar een roofvogelshow.  Niet de eerste keer dat ik zoiets zie, maar de bonus is dat ik hier de kans krijg om een kinderdroom in vervulling te doen gaan: eens zo’n prachtig dier op de hand houden. Ik krijg de handschoen aangereikt en enkele seconden later komt een Amerikaanse woestijnbuizerd zijn kuikenboutje opeisen op mijn arm. Onmogelijk om de emoties te beschrijven! Secondenlang kijken we elkaar in de ogen. Ik heb een nieuw vriendje!

De Cocksdorp, 23/9/11

We staan aan het begin van een nazomertje. De weerstations hebben het voorspeld, de huisbaas komt het beloven en de zon is in elk geval al van de partij om ons te overtuigen.

Na het ontbijt gaan we direct naar de Sluftervallei om de prachtige wandeling van eergisteren nog eens over te doen. We kunnen nog één en ander aan onze lijstjes toevoegen: morgenster, leeuwebek, bitterzoet.

Op het strand vinden we een nieuw slachtoffer: een dode jan van gent. Voor één keer hangt de kop nog aan het kadaver.  We hebben geen meter bij, maar behelpen ons als goede soldaten. Voet ernaast en fotograferen. Als we thuis de schoen opmeten kunnen we ons met een eenvoudige regel van 3 behelpen.

de slufter 050de slufter 054

Het wandelen gaat Nicky minder goed af dan de vorige dag. Vanmorgen “viel” haar achterhand al uit de zetel. Nu sleept ze haar achterpootjes achter zich aan. Als we ons wat neerzetten komt ze om een stukje koek bedelen, maar uiteindelijk neemt ze het toch niet aan. Pas als ik het voorkauw en haar een propje deeg presenteer hapt ze met graagte toe. Vanaf nu dus nog enkel bereid gehakt en thuis haar prakje door de blender halen. Blijft het probleem van haar pillen die ze niet kan missen, maar die ook moeilijk naar binnen gaan. Er moet eens serieus gepraat worden met de dierenarts. We willen ons beest niet graag kwijt, maar voor haar moet er ook nog kwaliteit in het leven zitten.

Na de uiensoep met kaastoast en een kop koffie maken we ons klaar om de weg te zoeken naar de Petten. We laden alles -inclusief een vermoeide hond- in de auto. Hierbij maak ik onzacht kennis met de klep van de koffer. Resultaat: een knoert van een buil op mijn voorhoofd en een kras en zwelling op mijn neusbrug. Het eerste ga ik binnen nog even te lijf met een pak ingevroren erwten om te voorkomen dat mijn halve gezicht blauw kleurt. Het tweede zorgt ervoor dat ik voorlopig geen bril fatsoenlijk op mijn neus kan zetten en voortdurend scheel kijk op die kras.

Den Hoorn. Een piepklein, maar uitermate verzorgd dorpje met aan de oude geveltjes groene bordjes met een korte historiek van het pand. Met 10 minuten slenteren we het hele dorp door.

En dan dus op zoek naar “het” paaltje waar 28 jaar geleden onveranderlijk een tureluurtje op zat. We proberen ons wat aarzelend te oriënteren, want er is hier zoveel veranderd. Met een beetje geluk vinden we de plassen die we ons veel groter herinneren dan ze nu  nog zijn. Maar het aanbod is nog steeds niet te versmaden: naast de wilde eenden (al volop in balts!) en de grauwe ganzen zien we zilver- en goudplevier, kieviet, tureluur, smient, taling en lepelaar. Heel even vangen we een glimp op van een watersnip, maar deze schuwerd houdt het direct voor gezien.

De weg leidt nog naar een andere kreek (de Horn) waar we destijds een grote kolonie lepelaars zagen, maar die zijn vandaag niet van de partij. We zien ze in de verte in de richting van de havengeul in het gezelschap van een paar kleine zilverreigertjes.

We besluiten één van de volgende dagen in alle vroegte terug te komen Dan liggen de weekendgasten nog op één oor en zijn de vogels minder schuw.

Tanken en terug naar ons huisje, waar we met een kop thee en ons schrijf- en tekenmateriaal in het zonnetje op het terras gaan zitten.

Vanavond foto’s en films laden en de draad oppakken waar we hem gisteren lieten liggen: de video’s van vorige waddenvakanties bekijken en er ons maar weer eens bewust van worden hoe “thuis” we hier zijn.

De Cocksdorp, 24/9/11

De zon straalt al volop als we de ontbijttafel afruimen. Het is zaterdag, de weekendgasten overspoelen het eiland, het is overal te druk naar onze zin dus installeren we ons met kijkers en fotomateriaal op het terras van ons huisje. Tekenen of een goed boek lezen zijn ook leuke vakantiebezigheden.

De grootste inspanning van de dag wordt het verplaatsen van onze stoelen tussen zon en schaduw…

De Cocksdorp, 25/9/11

Zondag. Na het ontbijt rijden we tot aan de parking aan de voet van de vuurtoren. Als we op  het punt staan via de doorsteek naar het strand te stappen sprint er opeens een Noorse woelmuis voor onze voeten. Nicky heeft ze ook opgemerkt en voor heel even is de grote boze wolf in haar terug. Ze gaat achter de haarbal aan die hartverscheurend gilt. De woelmuis bereikt een geparkeerde camper en begint verstoppertje te spelen. Van voor- naar achterwiel (aan de binnenkant) en terug, met een steeds meer gefrustreerde Nicky langs de buitenkant er achteraan. Tot onze grey wolf wat te lang blijft talmen en de woelmuis kans ziet de duinen te bereiken. Maar voor Nicky kan de dag niet meer stuk. Wààr is dat adrenalinefeestje? Hiér is dat adrenalinefeestje! Dat je daar achteraf vooral een kater van in je spieren aan overhoudt kan de pret niet drukken.

Het is laag water. Niet zo ver van het drooggevallen strand ligt een zandbank die maar amper onder water zit. Terwijl we langs de waterlijn lopen houden we die kant goed in de gaten. En onze waakzaamheid wordt beloond. Eerst duikt een eenzame grijze zeehond op. Wat later zien we een eindje verderop een gewone zeehond naar lucht happen. Dan merken we terug de grijse op, maar hij lijkt eerst iets vast te hebben en in zijn mond te duwen. Bij nader inzien zijn het twee koppen dicht bij elkaar en amper een paar seconden later verschijnt er nog een derde kop. Er wordt wat geneuzeneusd en gespetterd. Het lijkt wel een zondags familieuitstapje.

Het gaat naar elf uur. De weekendgasten komen het strand op. Om hun ontbijt te verteren zodat ze aan de sherry kunnen gaan. Dat verteren gaat blijkbaar snel: veel verder dan 100m hoeven ze niet te gaan. Er zijn er zelfs die niet eens een voet in het zand zetten en halsstarrig op de verhardingsplaten aan de doorsteek blijven staan. Als ze de zee maar gezien hebben…

Tijd voor ons om ons terug te trekken op ons terras. Nicky wil vast de jacht verder zetten in dromenland.

De Cocksdorp, 26/9/11

De vakantie is over de helft. Even de balans opmaken van wat we nog nodig hebben aan mondvoorraad. Het is niet de bedoeling dat we de auto vol restjes stouwen en een halve maand proviand achterlaten al evenmin. Met een kort boodschappenlijstje naar de markt in Den Burg. Markten hebben van ons beiden de aandacht. We hebben ons al langer voorgenomen om na onze pensionering elke week een markt te bezoeken.

Vóór we de marktplaats oplopen, gaan we eerst bij een tweedehands boekenwinkel langs. Vorige week was die gesloten maar nu staat de bovendeur uitnodigend open. Er is een goede voorraad natuurboeken. Prijzig, maar verzorgd. Manlief vindt algauw een eerste druk van een grassengids van Landwehr. Intussen is mijn oog gevallen op “Texel” van J.P. Thijsse en een vriendelijke bezoeker van de al even vriendelijke verkoper duikt een werkje op waarvan hij terecht denkt dat het ons ook wel zal aanspreken. Alles bij elkaar komen we toch nog goedkoop weg, want de Thijsse stond niet getekend en die krijgen we dus zó mee, en het laatste boekje gaat voor -20% over de toonbank. Een prettige babbel onder gelijkgestemden krijgen we er bovenop.

Op de markt bestel ik vast een grote portie kibbeling en terwijl die in de olie zwemt ga ik op souvenirjacht. Nu ben ik niet zo van de vuurtorentjes en de vaasjes. Ik ga dus naar de bloembollenkraam en koop daar een aantal bollen die ons hopelijk nog jaren aan deze vakantie gaan doen terugdenken.

We rijden terug via Oudeschild en passeren een aantal plassen die zeker nog een bezoekje met kijkers en fotomateriaal waard zijn.

Na een glaasje witte wijn en de heerlijk verse kibbeling genieten we nog na bij koffie en een sneetje mierezoet Fries suikerbrood. Nou ja, van dat laatste geniet ik minder, maar we hadden het er nu eenmaal bij.

Dan pakken we onze rugzakken, hijsen ons in onze wandelplunjes en rijden naar de parking aan Paal 28 om nog maar eens de Sluftervallei te doorkruisen. We hebben nog steeds niet alles gezien, want weer doen we nieuwe vondsten: pijptorkruid, duinduizendguldenkruid, krielparnassia.

Als we de monding van de vallei en dus het strand bereiken is de zon verdwenen. Boven zee wordt het zelfs behoorlijk zwart en met een lauw windje in de rug zetten we er een beetje de pas in. Iedereen heeft de mond vol over een stralende zon en 25°C, maar daar is hier (nog) niets van te merken. Net op tijd bereiken we de auto. Als we beginnen rijden mogen gelijk de koplampen en de ruitenwissers aan.

De Cocksdorp, 27/9/11

De vakantie begint nu echt erg te korten! Nog zoveel te doen en zo weinig tijd om het te doen.  De klassieke ultrakorte paniekaanval van elke vakantie dus.

Ultrakort, want anders verliezen we nog meer tijd. We laden dus het foto- en kijkmateriaal in de auto, installeren Nicky in de koffer en rijden eerst naar de Petten. We noteren vooral veel Swarovsky, Bushnell, Binolyt, Nikon en ander zwaar geschut in de berm. Hier en daar ook een Steiner of een Swift, maar weinig of geen lepelaars of ander gevederd waterwild. Je zou ook goed gek zijn om midden al die 4×4’s te gaan zitten als er nog zoveel plaats vrij is op het eiland!

Wijle weg, richting Het Noorden en langs de Lancasterdijk komen we bij De Bol. Daar is het geslepen lenzengeweld veel beperkter, zijn de nieuwsgierigen vooral wandelaars en fietsers en kan Nicky ook de pootjes strekken. In de weiden achter de plassen zien we ganzen, aan de rand van de plassen vooral kleiner gevederte: ruitertjes, strandlopertjes, strand-, zilver- en goudplevier, en enkele dozijnen watersnippen. Als een groep meeuwen opgeschrikt wordt door fietsers op de dijk gaan een eindje verderop ook een paar honderd plevieren op de wieken. Ze “bollen” en tollen een paar keer rond en het is een wonderlijk schouwspel om de dieren de éne keer in een grote wolk te zien en het volgende moment de hele bende uit het oog te verliezen. Een paar dagen eerder zaten we midden in een kleinere wolk en dan heb je er nog het sissende geluid bij. Onvergetelijk!

In de namiddag maken we “de afscheidswandeling”. Een jarenlange gekoesterde traditie waarbij we de favoriete strandwandeling maken om afscheid te nemen van alle geliefde plaatsjes en het vaste voornemen te maken om zo snel mogelijk terug te komen.

We toeven extra lang in de duinvallei van de Slufter, zoeken een windarm plekje op het strand om nog even te zitten luisteren naar de golven, slenteren dan naar de doorsteek naar de parking. Nicky heeft het ook door: dit was het zo ongeveer. Ze zucht…

De Cocksdorp, 28/9/11

De laatste dag. We hebben nog kaartjes voor het museum “de Oudheidkamer” in Den Burg, dus gaan we die opmaken. Het is een kleine woning, helemaal ingericht in traditionele stijl van de jaren stillekes. Niet iets waar je uren in zoek brengt, maar wel leuk. Een gezellig binnentuintje met geneeskrachtige en keukenkruiden kan alvast onze goedkeuring meedragen. Als we de zolder opklimmen, vallen mij vooral 2 prachtige tentoonstellingskasten voor verzamelingen op. Het is een soort hoge ladenkasten met bovenop een glazen vitrine. De laden zelf zijn eerder ondiep, zodat er zeker een stuk of acht per rij in kunnen. Een dubbele rij per kast, dus algauw 32 laden plus 2 vitrines. Als ik nou toch die àndere handtas had meegenomen… ! Welke mooie stenen- en schelpenverzamelingen hadden we daar in kunnen uitspreiden!

En ook bij de tweedehands boekhandel moeten we nog even langs. Ze zien ons daar al graag komen. Ik denk dat we niet enkel hun week, maar hun ganse maand goed gemaakt hebben. En weer kan er een fijne babbel op af. Blijkt de eigenaar nog redelijk goed bekend te zijn in onze eigen streek. Zijn vrouw heeft familie in het Dendermondse en ze kennen de weg wel een beetje in het Waasland. It’s a small, small world after all!

Na de middag is er geen ontkomen meer aan: er moet ingepakt en opgerommeld worden. Ik heb met de huisbaas afgesproken dat hij morgenochtend tegen halfnegen langs  komt, dus moet het huisje leeg en netjes zijn tegen die tijd. Nicky kan niet verhelen dat ze het maar niks vindt, loopt voortdurend te zuchten of gaat zitten mokken. Wat kan dat beest toch nukkig zijn. Al heb ik bij momenten wel zin om haar gezelschap te houden en ook een pruillip te zetten…

’s Avonds rijden we naar Paal 28 voor het avondeten. We kiezen eensgezind voor een garnaalcocktail als startertje en dan vis als hoofdschotel. De garnalen spartelen nog bijna tegen, zó vers zijn ze. De groentjes kraken van versheid. En de saus komt uit een potje… De frietjes zijn lekker, de vis ook, er is een variëteit aan warme en koude groenten bij en … APPELMOES !!! Bij gebakken vis.

We besluiten dat we maar geen risico’s meer gaan nemen met een dessert. Koffie kan ik nog wel zetten in ons huisje. Terwijl de uitbaatster naast de toog haar kleed opschort om omstandig haar calçon op te trekken, rekenen we af en vluchten in de avondschemering. Het laatste streepje rood verdwijnt in zee…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s