Terschelling februari 2015

Vrijdag 30 januari

We zijn hier te lang weg gebleven. Al zijn daar verschillende redenen voor: emotionele, fysieke, organisatorische, … En, met Texel mee op de wenslijst, ook wel keuzematige: we willen nog wel eens iets anders zien dan enkel de Wadden. Vandaar dat de herfstvakanties aan Frankrijk gewijd werden, de afgelopen 2 jaar.

Maar bij aankomst in Harlingen krijgen we het allebei even moeilijk en als we een paar uur later het eiland op rijden hou ik het amper droog. Er is zoiets van “terug thuis” bij. En natuurlijk “van de hondjes”.

We zijn verkast. Parnassia is ingeruild voor Borrebjaer. Ik moet wel nog eens aan onze huisbazin vragen hoe ik dat moet uitspreken zonder volledig de mist in te gaan.
Het huisje is helemaal zoals het op de foto’s staat: fris, licht, gezellig en smaakvol ingericht. Letterlijk àlles is voorzien. Dit is de eerste keer in al de jaren dat we huisjes huren dat ik mijn reistrousse had kunnen thuis laten. Zelfs badhanddoeken en lakens zijn voorradig (in de prijs inbegrepen) en de bedden zijn al opgedekt.

 

Zaterdag 31 januari

De voormiddag wordt zoek gebracht met nog een paar aankopen, het uitpakken van de laatste spulletjes en het klaarzetten van de fototassen, zodat ze voor het grijpen staan na de lunch.

De zon is alweer van de partij en na de eerste kop verse soep met een boterham trekken we er op uit richting strand. We wonen nu veel dichter bij Heartbreak Hotel dan bij Kaap Hoorn, wat het voordeel heeft dat we nu in enkele minuten de auto tot bij de strandovergang kunnen rijden. Andersom hebben we de auto niet nodig als we het wad willen zien. Terwijl ik dit schrijf kan ik door het raam de ganzen en wadvogels in de polderweilanden zien zitten, opgejaagd als ze zijn door het wassende tij.

Een breed, verlaten strand, de zee, de wind en de meeuwen. Daarvoor doen we het.

 

En het blonde duin van Jac P. Thijsse:

 

Zondag 1 februari

Het is ook helemaal een ZONdag, want op wat schapenwolkjes na kijken we tegen een azuurblauwe lucht aan. Gisteren het strand, vandaag de wadkant. We kunnen al wandelend van het huisje naar de dijk. In het weiland zitten naar schatting zeker 1500-2000 brand- en rotganzen. Ze nemen nauwelijks notitie van voetgangers en fietsers. Auto’s worden op minder enthousiasme onthaald. Dan gaan de meesten even de lucht in om wat verderop te gaan grazen.

Brandjes en rotjes houden zich in gescheiden groepen op. De brandganzen zijn hypernerveus en maken elkaar voortdurend aan het schrikken. De rotjes zijn veel rustiger en je kan ze tot op een paar meter naderen, als je rustig aan doet.

Er zit een pittige wind vanaf de Noordzee en het is fijn om in de luwte van de dijk wat te kunnen opwarmen in de zon. Het wad ligt er nog verlaten bij, op wat scholeksters en bergeenden na. De grond is vochtig en we blijven liever niet te lang zitten want dan krijgen we het te koud. Mijn maatje stapt weer op de fiets, ik vervolg mijn weg te voet in de tegenovergestelde richting. Zo maken we allebei onze kring tot aan het huisje vol.

Langs de wadkant heb je niet niet enkel de prachtige uitzichten over een rustige waddenzee. Je ruikt er ook veel meer het zilte dan aan het strand. Dat komt denkelijk vooral omdat hier langs de Noordzzekant geen golfbrekers liggen zoals bij ons aan het strand. Het is eigenlijk de geur van wat er allemaal groeit tussen de bazaltstenen.

Tussen de bazaltblokken huppelen een stuk of 4 piepertjes rond. Hun stemmetjes omringen me aan alle kanten, maar ze laten zich enkel in tegenlicht zien en dan nog heel kort. In de laatste rechte lijn heb ik de zon in de rug en kan ik dus mooie beelden maken van de bende ganzen. Als ik de camera dichtklap merk ik dat de zon zich heeft weggestopt achter donkere wolken en ik moet me reppen om het nog droog te houden tot thuis.

 

Maandag 2 februari

Ik word wakker met het geluid van petsende regendrupels tegen het raam. Aan het ontbijt kijken we uit naar mogelijke blauwe vlekken tussen al het grijs in de lucht, maar het ziet er niet erg hoopgevend uit. We moeten weer wat voorraad bij halen en rijden tot in West-Terschelling, zodat ik bij de VVV ook eens kan informeren naar begeleide wandelingen. In de Sjouw stond er niks aangekondigd vóór 24 februari, maar je weet maar nooit. Het draait op niets uit. Ook goed, trek ik toch zelf mijn plan!

De rest van de dag krijgen we alle 4 jaargetijden over ons heen. Staat het weer je niet aan? Wacht dan 5 minuten … Zon, regen, hagel, sneeuw, weer zon, … Manlief gaat een wandelingetje maken, terwijl ik zijn gebreid vest in elkaar naai.

 

Dinsdag 3 februari

Onder de zonnepanelen op het dak zit een groepje spreeuwen. Ze hebben er zich een veilig en beschut slaaplaatsje gekozen. Als ze ’s morgens wakker worden, beginnen ze allemaal te babbelen. Misschien vertellen ze wat ze gedroomd hebben, of doen ze net als wij en maken plannen voor de komende dag. Ik geniet van de geluidjes die via de schouw tot in de woonkamer doordringen.

We hadden dus al het strand en het wad. Vandaag moet het bos er aan geloven. Ik drop Manlief bij Tom Terpstra want de fiets die hier ter beschikking is zit niet zo lekker. Ik rij vast door tot op de parking bij het Hoorner Bos. Daar komen we weer samen en na een paar honderd meter op een glad bevroren asfaltwegje steken we het bos in. Het is het vaste plaatsje waar Nicky tijdens de ochtendwandeling steevast over haar schouder keek met een blik van “Je vindt het wel, he? Dan kan ik vast een eindje voorop gaan lopen”. We beloven elkaar dat we bij een volgend bezoek aan Schilge weer een hond bij hebben.

Er worden bomen gerooid in het bos. Af en toe slaat een boomzaag aan en snijdt de stilte in schijfjes. De vogels zijn daar blijkbaar vertrouwd mee. Ze reageren niet op de herrie. In de bosrand aan de heidekant zitten enkele tientallen kleine pluimbolletjes. Hun metalige sissende stemmetjes zijn niet uit de lucht. Het zijn goudhaantjes. Lang geleden dat ik deze fijne wezentjes nog eens zag.

Ik kan niet direct gaan beweren dat ze gewillig poseren. Je zou ze bijna op een Rilatine-kuurtje zetten. Maar ik slaag er toch in een aantal redelijke beelden van ze te schieten.

Ook bij de ijspiste zitten er een aantal en die zijn net ietsje camerageiler. Terwijl de bonte specht zich wel laat horen maar niet zien, vliegt een bijna spierwitte buizerd weg. Langs de stam van een boom zie ik een donkere vlek omhoog glijden. Opeens valt ze naar beneden en dan begint het van vooraf aan.

De boomkruiper heeft geen bezwaar dat ik dat even vastleg.

Na de lunch ga ik nog een wandeling maken richting waddendijk. Voor zover ik het kan overzien, zijn er nog ganzen bij gekomen óf er hebben zich groepen samengevoegd. In elk geval zitten er nu ruim dubbel zoveel als eergisteren.

Ook vanop de dijk is er net ietsje meer te zien: een vrij grote rij eiders zit aan de waterrand. Wat zijn ze toch log aan land! Net platbodems. Verspreid over een afstand van een paar honderd meter loopt een twintigtal wulpen in het slijk te prikken en in de bosrand in de polder zie ik één van de twee witte buizerds zitten. Even later voegt zich nummer twee daarbij en samen vliegen ze dieper het bos in.

Het licht is mooi en laat het vlakke van het land extra uitkomen. Ik maak een paar foto’s. De zesde dag schiep de Nederlander het polderlandschap. Hij keek en zag dat het goed was. Toen kreeg hij grote honger en schiep de pannenkoek, naar het beeld en de gelijkenis van zijn land …

 

Woensdag 4 februari

Het heeft lichtjes gesneeuwd en goed gevroren vannacht en het is glad. Het is dus met de nodige voorzichtigheid dat we de auto tot in West sturen. De zon is van de partij, maar uit alle richtingen zien we regelmatig donkere wolken opduiken en niet zelden hangt daar een regen- of sneeuwgordijn onder. Harlingen, Vlieland en Texel krijgen het duidelijk te verduren maar op Terschelling krijgen we hooguit een paar druppels. Wel zit er een gure wind.

Het perfect rimpelloze water aan de wadzijde zorgt voor prachtige beelden. We trekken richting Noordvaarder, één van onze favoriete wandelingen. Het terrein draagt duidelijke sporen van extra hoge waterstanden: overal ligt aangespoelde rommel.

Het konijnenbestand is danig geslonken, getuige de talloze kadavertjes die we aantreffen. Ik vind ook een wulpenkopje met nog een paar halswerveltjes eraan. Dat wordt zorgvuldig in een plastic zakje verpakt voor bij de collectie.

Hier en daar moeten we door plassen waden en opeens zie ik vanuit de hoek van mijn oog iets van de éne graspol naar de andere zweven. Dat kan toch niet waar zijn? Zo vroeg en bij deze temperaturen kunnen er toch geen hommels rondvliegen? Ik kom dichter en buig me richting begroeiïng. Een erg geschrokken spitsmuisje maakt nog een zweefvluchtje en duikt dan weg.

Op de terugweg zien we aan de waterrand een grote groep vogels zitten. Af en toe vliegen ze allemaal samen op en verzorgen een prachtige luchtshow. Het éne moment is het nog een beweeglijke donkere wolk, de volgende seconde lijken het wel zilveren stippen die zich in het zonlicht voortbewegen.

 

Donderdag 5 februari

Een luie dag, dat mag ook eens. Tekenen, dit blog bijwerken, paar boodschapjes doen, …

 

Vrijdag 6 februari

We vertrekken na het ontbijt naar Heartbreak Hotel om een strandwandeling te maken. We zijn nog niet bij de parking en we hebben al reden om verrekijker en camera boven te halen: er zijn tientalen goudplevieren neergestreken in de vochtige duinpan naast de weg. Er zitten ook een aantal kieviten tussen. En helemaal achteraan zit een buizerd te sleuren aan een buit. Ook al hebben ze voorlopig niets meer van hem te vrezen, zijn buren kunnen het niet laten om af en toe laag over hem heen te vliegen om hem het leven zuur te maken.

Ik heb beelden, maar ook bij de duurdere camera’s blijft het kwaliteitsverschil tussen optische en digitale zoom enorm. In sommige omstandigheden is het bijna aan te raden de digitale zoom te blokkeren, wil je zeker zijn van goede beelden. 

Deze keer slaan we linksaf als we over de duintop komen. De zon zit sterk tegen een strakblauwe hemel. Op de duintoppen ligt sneeuw. Als mijn maatje rechtsomkeer maakt naar de auto, besluit ik te voet verder te gaan richting Hoorn. Aan het paardenpad steek ik het duin over en zie een haas zitten. Zit hij zich in de luwte te koesteren in de zon? Of is hij (zij?) niet echt fit? Of is het gewoon de kou van de nacht die hem nog in de pels zit?

Ter hoogte van het Hoorner Bos hoor ik geroep van buizerds. Een stelletje is bezig aan een baltsvlucht. Af en toe komen ze even vanachter de boomtoppen. Ik blijf zoveel mogelijk in de bosrand en maak intussen mijn camera klaar om aan de open plek beelden te kunnen schieten van hun bruidsvlucht, maar tegen dat ik daar ben is de show voorbij. Three’s a crowd

Bij de laatste duinovergang kom ik vlakbij de doorsteek naar het huisje uit. Goed om weten. Met een kleine 10 minuutjes kan ik te voet in het bos of duin zijn, op weg naar het strand.

Na de middag rijden we naar Lies en steken de dijk over naar het wad. Het water trekt zich terug, maar veel vogels zijn er nog niet. Er zit een ijskoude noordenwind die pal in ons gezicht waait. Bij gebrek aan wadvogels keren we om. We volgen een pad dat dwars door de polders voert en merken dat er naast ganzen ook hier veel goudplevieren zitten. Ze zijn de vriesgrens zuidwaarts gevolgd. Zegt dit iets over het te verwachten weer?

 

Zaterdag 7 februari

De weekendgasten zijn aangekomen en traditiegetrouw houden wij ons dan wat gedeisd. Er moet wat voorraad ingeslagen worden voor het weekend en ik ga meteen ook reserveren bij de Caracol voor mijn verjaardagsetentje vanavond.

 

Zondag 8 februari

Ik word voor één keer niet gewekt door het gebabbel van “onze” spreeuwen, maar door het geluid van de wind. Het stormt en dat is voor ons altijd een echte attractie. Na het ontbijt verliezen we dan ook geen tijd en rijden naar Heartbreak Hotel. Het is een hele klus om uit te stappen want telkens de wind op de geopende autodeur pakt, riskeer ik een ferme klap op de ribben.

Aan de ontbijttafel verraden de planten in de tuin al dat we zo snel mogelijk aan het strand moeten zijn om niets van het spektakel te missen:

Bijna op de tast banen we ons een weg door het stuivend zand, dat binnen de kortste keren toch tussen onze tanden knarst. Eens we op het strand zijn gaat het beter omdat daar het zand nog nat is van het extra hoge tij. De zee begint zich nog maar net terug te trekken en we lopen langs een stevige schuimcol. Als de storm even fel uitvalt, vliegt het zeeschuim ons om de oren. De weinige vogels zitten verweesd op het strand en houden zich met moeite staande. Vliegen is niet aan te raden, de luwte opzoeken des te meer.

Als je pal tegen de wind in kijkt, heb je geen scheerschuim meer nodig. Regelmatig krijg je zo’n klodder in je gezicht:

We hebben al jaren geleden afgesproken dat we elkaar vrij laten om te kiezen hoe we de vakantie beleven. Mijn maatje is zo wijs om niet te ver tegen de storm in te vechten. Dan hangt zijn vakantie er verder aan. Terwijl hij de weg terug aanvangt, worstel ik me verder tot aan ons oude keerpunt bij de hoge duimtop. Dat stuk ben ik helemaal alleen op het strand. De auto die ons passeerde is uit het zicht verdwenen, het stel dat bij de duinovergang ging scindippen, is ergens de warmte gaan opzoeken.

Morgen moeten we zeker naar het strand  komen, gewapend met plastieken tasjes en een scherp zakmes. Met een beetje geluk vangen we een rijke buit aan schelpen en er is al zeker één kop die gesneld dient te worden: een stormvogel heeft de strijd tegen de elementen verloren. De schedel ontbreekt nog in Manlief’s collectie.

Thuis warmen we ons op aan een beker hete chocola en zet ik een pot verse soep te trekken. In de late namiddag gaat de wind liggen en loop ik – op aangeven van mijn fietsende echtgenoot – nog even ons straatje uit voor dit schouwspel. Ook nu zijn het weer de brandganzen die onnozel doen. De rotjes blijven zitten en “rrrrrrotten” er op los. Je kan alleen maar hopen dat je niet helemaal IN de wolk terecht komt, want wat die beesten laten vallen is niet mis.

 

Maandag 9 februari

Na een noordwesterstorm bestaat er altijd een kans op een aangespoelde zeeschat aan schelpen. Na het ontbijt trekken we dus richting strand. De hevige wind is gaan liggen, maar de zee is nog woest. Zover het oog reikt zijn er enkel witte schuimkoppen te zien. Maar schelpen? Noppes. Misschien nog een dagje geduld. Die dingen vliegen natuurlijk niet, die worden meegesleurd en dat gaat vooruit (bij vloed) maar daarna weer achteruit (bij eb). We hebben nog een aantal dagen om een oogje in het zeil te houden.

Gisteren heb ik aan de duinvoet een verongelukte stormvogel zien liggen. De schedel was nog intact, maar ik had geen zakmes bij. Vandaag ben ik bewapend en zit er een plastieken zak in mijn rugzak. Omdat de vogel door de vloed van gisteren nog verplaatst is, heb ik moeite om hem terug te vinden. Pas helemaal op het einde van de wandeling zie ik hem onder een fijn laagje zand liggen. Het koppensnellen gebeurt niet zonder moeite, want zo’n vogelnek is behoorlijk taai. Maar uiteindelijk heb ik mijn “trofee” in handen. Weer een mooie intacte schedel voor de collectie van mijn maatje.

Na de middag hebben we allebei heel weinig fut. Bij het opstaan hadden we alletwee last van duizelingen en de frisse lucht heeft dat maar gedeeltelijk kunnen wegwerken. Ergens probeert een vage hoofdpijn zich naar de voorgrond te dringen. ’s Avonds breekt de hel los en hebben we het geluk dat er twee badkamers en twee toiletten beschikbaar zijn. Griepje? Iets verkeerds gegeten? Maakt niet uit, we hebben het zitten.

 

Dinsdag 10 februari

De ochtend na de toiletrace zitten we er maar belabberd bij. Wat een begin van mijn maatje zijn verjaardag! Ik heb nog helemaal geen zin om te eten. Misschien komt de honger straks.

Na een potje vruchtenyoghurt als lunch krijg ik barstende koppijn waar geen pijnstiller tegen opgewassen is. Met de moed der wanhoop hijs ik me in mijn wandelkleren en hang mijn rugzak om.

Ik steek via het ruiterpad het duin over richting strand, maar bedenk me net op tijd en kies het pad dat door de natte duinvalleien richting Oosterend loopt. Ik ontmoet welgeteld 1 fietser en verder zie ik geen mens. Het is bewolkt maar niet koud en na een kwartiertje is de hoofdpijn weg. Ik besluit helemaal tot Oosterend te gaan en daar door te steken naar de wadkant.

Zo’n eenzame wandeling door dit winterse duinlandschap is zó rustgevend! Je hoeft nergens aan te denken, alleen maar te genieten van de glooiïngen, de zuivere lucht en de stilte. 

Perfecte timing, zo blijkt, want daar begint net het “waddenconcert”: honderden scholeksters maken daar een kabaal van jewelste. Af en toe hoor je er een paar wulpen bovenuit. Meeuwen voegen hun klaaglijke geluid bij het tumult en dan komt er ineens een gakkend koor van wel 500-600 ganzen overgevlogen.

In de voorlaatste dijkbocht vóór mijn afstapje ben ik voor het eerst getuige van de balts van de scholeksters. Het tafereel doet een beetje denken aan de (massale) paringsdans van de grote roze flamingo’s, al zijn er hier maar zes deelnemers. Allemaal samen één kant uit, maar in plaats van de nek zo lang mogelijk te maken buigen ze in formatie hun hoofden en kwetteren dat het een lieve lust is. Na een pasje of tien met stijve poten wordt er rechtsomkeer gemaakt en herhaalt zich de scène. Grappig én mooi. Na een paar toertjes vallen één na één de deelnemers af tot er nog twee overschieten.

Af en toe eens gek doen, moet kunnen. Scholeksters met de kolder in hun kopje:

De wandeling van bijna 3 uur wordt afgesloten met het opvliegen van honderden rotjes van op het water. De hele zwerm komt mijn kant op en ik kan alleen maar hopen dat ze allemaal hun achterdeur dichthouden. Maar het is indrukwekkend! Doorheen hun “rot-rot-rot” hoor je het suizen van al die vleugels. Iets om nooit meer te vergeten …

 

Woensdag 11 februari

Ondanks wat stijfheid na de wandeling van gisteren, besluit ik om de rugzak weer om te hangen en nu de andere kant op te gaan voor minstens evenveel wandelplezier.

Ik steek het duin door en sla nu ter hoogte van de zendmast linksaf om door het Hoorner Bos te gaan. Aan de ijspiste kies ik de afslag naar de Koegelwieck en langs SBB, de natte heide aan de plas langs en zo Formerummer Bos in. Op één van de boswachters na kom ik niemand tegen. Het is zo vredig en stil, dat ik zelfs vergeet te denken. Dit is rust in de perfectie.

Enkele “medewerkers” van SBB (Staatsbosbeheer):

Ik loop het bos niet helemaal door tot aan het fietspad, maar neem de kronkelende aftakking richting duinpannen. Zodra ik de beschutting van het bos verlaat zie ik roofvogels vliegen. Een stelletje buizerds heeft de kolder al in de kop en draait baltsrondjes tegen een tijdelijk stralend blauwe hemel.

Als ik het ruiterpad kruis, beslis ik hierlangs al door te steken naar het strand. Ongemerkt ben ik Mids aan Zee dicht genaderd. Ik hoef nu echt niet per sé die paar honderd meter tot aan dat spuuglelijke duinhotel te doen.


Ook op het strand ben ik moederziel alleen. Heerlijk! De zee is al minder ontstuimig dan de vorige dagen. Tot mijn verwondering liggen er nog steeds nauwelijks schelpen langs de waterlijn. Vandaar ook dat er bijna geen meeuwen of andere vogels zitten.

Aan Kaap Hoorn ga ik het duin weer over en volg de rand van Hoorner Bos terug naar huis. Ik blijf waakzaam in de hoop de recent vaak gemelde ransuil te zien te krijgen, maar het zal niet voor deze vakantie zijn. Nog even bij de pony’s langs (die kleine vossige kent me al goed en komt elke keer een knuffel halen). De laatste halve kilometer weegt toch wel door. Drienënhalf uur is toch wel voldoende voor vandaag. Ik heb niet zoveel gezien aan vogels, maar ik heb genoten. Jammer dat dit de voorlaatste dag is. Morgen moet er ingepakt worden.

 

Donderdag 12 februari

De laatste dag en dan staat het programma van de voormiddag vast: de laatste strandwandeling om afscheid te nemen van de zee. Ondanks het aanhoudende gerommel in onze buik en het slappe gevoel laten we ons daar niet van af brengen.

Op de terugweg naar ons huisje komt er nog iemand afscheid nemen:

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s