Oeioei …

… Al zolang geleden dat ik nog iets op mijn eigen blog schreef!
Dat komt zeker omdat mijn collega-bloggers allemaal zo actief zijn, dat ik een dagtaak heb om te reageren. Grapje. Al zijn jullie wel goed op dreef. Fijn, dan heb ik leesvoer.

Eigenlijk ben ik vooral bezig geweest in tuin en keuken. De tuin heeft een volledige beurt gekregen. De meeste lege plekken zijn nu min of meer gevuld (nieuwe aanplant moet natuurlijk wat ruimte krijgen om te groeien, van daar dat min of meer). Alles weer eens netjes aangeharkt. Vijfvingerkruid en klaverzuring gewied. Djees, daar geraak je niet vanaf! Sinds deze namiddag is het vooral genieten. Vanavond hoef ik geen water te geven. Gisteren heeft alles een goeie zeup gekregen. En morgen wacht ik eerst even af of het niet verzuipt. Er is onweer op komst, naar ’t schijnt, en dat kan een natte besogne zijn.

In de keuken ben ik vooral bezig geweest met jam maken. Rabarber/aardbei en aardbei/abrikoos. Tien potten van elk. Klassiekers en qua smaak weer goed gelukt, al zeg ik het zelf. Probleemstelling: geen van beide soorten wou echt goed indikken. Ook geschikt als coulis, dus. Dan moeten we maar een “bavetje” aandoen om te eten …

Tussenin werd er ook nog met Jeppe gewandeld en met de hulp van de app Obsidentify ontdekten we dat er in de bermen zeldzaamheden te vinden zijn waar in de tweede helft van dit jaar waarschijnlijk een hoop bagger gegooid wordt om – godbetert – een golfterrein aan te leggen.

Het begin van volgende week belooft nogal friskes te zijn. Dan ga ik dus ’s avonds niet op de loer liggen met mijn camera, zoals de afgelopen 2 avonden. Eerst kreeg ik telkens een schitterend recital van een begaafde zanglijster. Een paar (of waren het er drie?) vleermuizen verzorgden een luchtballet. Daarna werd het donker, stil en nagelbijten. Door niet alleen de vaste cameraval te gebruiken, maar zelf ook op wacht te zitten met een handcamera, ben ik erachter gekomen dat we waarschijnlijk één residentiële egel hebben en minstens één toevallige (?) passant.  “Onze” egel is vermoedelijk een zwanger vrouwtje aan de omvang en de vermoeide stap te zien. Maar eergisteren schoot er een kleiner, fijner exemplaar over de tegels. Een jong van vorig jaar? Een mannetje? Pfff … Ge denkt toch niet dat ik stekeltjes ga tellen, he …?

De tweede helft van de week moeten we weer wat minder koud weer krijgen. Misschien dat ik dan mijne winterfrak uit de kast haal om te zien of de egelparade in de tuin verdergaat. Want tegen een uur of elf, halftwaalf wordt het toch wat fris aan de vis. En met dat groen nachtlicht heb ik teveel reflectie om vanachter de glaswand te werken.

We zullen zien, zei de blinde…

 

Bijna af …

Als we nog lang in ons kot moeten blijven raakt de tuin helemaal af. Als een tuin ooit helemaal af geraakt, tenminste.

(Eer)gisteren goed doorgewerkt (té volgens mijn rug) en nu kan het groeien. Ik wacht nog op een paar struikjes die ik besteld heb en dan is het welletjes geweest voor dit jaar. Ik had de hand gelegd op de vurig oranje Incalelie voor in de grote kuip aan de lounge. Pas thuis ontdekte ik dat die eigenlijk de juiste afmeting zou moeten krijgen voor het plaatsje dat ik haar nu heb toegewezen. Er zijn nog variëteiten te krijgen die er van kleur bij passen en dus heb ik er nog 2 besteld. Als die in de grond zitten rest enkel het reguliere onderhoudswerk.

 

We hebben al trouwe tooghangers (mede dankzij het restant van de meelwormen, moet ik eerlijk toegeven).

 

 

“Een drinkebakske voor in den aquarium”…

Eigenlijk hoort deze titel bij een aprilgrap die collega’s van de marine biologie zo’n 40 jaar geleden uithaalden. Op die 1e april stuurden ze de schoonmaakster naar de pet shop om de hoek om een “drinkebakske voor in den aquarium”. Het mens was al buiten toen haar (toen nog) frank viel. Ze moest er zelf zo hard om lachen, dat haar eerste stop een sanitaire was en die kwam amper op tijd.

Ik moest er weer aan denken toen we vanmiddag (voorlopig) de werken in de tuin stopzetten. We hadden binnen 24u na levering van een voorgevormde PE-vijver dat “drinkebakske” geïnstalleerd. Niet in “den aquarium”, maar in de tuin. Zónder groot materieel. Eigenhandig.

IMG_20200411_140707

Manlief was gisteren al direct stenen beginnen uitbreken nog vóór de vrachtwagen van de leverdienst de straat uit was. Ik was nog niet half in huis na de boodschappen voor mijn moeder, of de indeling voor vandaag lag al vast: “als gij morgen met de hond gaat wandelen, dan begin ik al te graven”.

Ik had er een beetje een hard hoofd in, want onder dat oppervlakkige laagje zand zit een laag zeeklei. En het kan ferm en futuristisch klinken, maar met die bionische knieën die mijn halve trouwboek heeft laten steken, was ik er toch niet helemaal gerust in dat hij dat ging klaren zonder grote gevolgen.

Maar kijk, tegen lunchtijd stak die vijver op zijn plaats. En ja, wij hebben voor één keer alle regels van de eco-kunst aan onze laarzen gelapt. Om die drinkbak goed op zijn plaats te krijgen moet je die vullen met water. Wegens geen 1000l regenwater ter beschikking, hebben we de tuinslang aangesloten en de kraan opengedraaid. Dat had ik in de afgelopen jaren aan badwater uitgespaard door alleen nog maar – kort maar krachtig – te douchen.

Morgen Pasen. Die dag is me toch wat te hoog om veel zand te verzetten. Er gaat dus niet zoveel gebeuren in de tuin morgen. Ten ware dat ik de uitgebloeide kopjes van de narcissen ga afknippen. En een rondje langs alle planten doen om hun stand van zaken op te maken. Er zijn al wreed veel bloeiende planten en struiken. En de trage apostels zijn in het blad aan het komen. De nieuwe gasten van deze week zijn al gelijk fors in de groei geschoten.

Dinsdag efkes bellen om later op de week een containerke te huren voor een paar uur. Dan kan die hoop zand en klei weg en ligt het er weer wat proberder bij. Dan hebben we plaats om de kanten af te werken. En dan op een niet te druk moment naar het tuincenter om vijverplantjes. En een pomp. Niet te groot, alleen maar om het water wat te laten circuleren. Het waterornamentje naast het tuinhuis broebelt al hard genoeg.

Dinsdag gaat sowieso een dag worden om flink aan te pakken, want dan leveren ze ook nog 2m³ kiezel. Gelukkig in van die witte kabassen met lange oren. Die moeten we eerst wegwerken, vóór die container op de oprit kan.

Hoezo, verveling tijdens corona?

Een nieuwe lente …

… een nieuw begin. Een afgetrapte opener, maar ik ben te moe en te soezerig om iets originelers te verzinnen.

De afgelopen dagen was het fantastisch weer. Onmogelijk om stil te blijven zitten. En hoewel ik ook wel weet dat het nog te vroeg is om al van lente te gewagen (zelfs die eerste zwaluw is bij mijn weten nog niet gearriveerd), kriebelt het toch. Op mijn handen gaan zitten helpt niet, dus ben ik maar aan de slag gegaan.

Uiteraard eerst eens flink de grond aanhakken en ongerechtigheden verwijderen. Snoeien hoeft nog niet, behalve de vlinderstruiken, maar daarvoor is het nog te vroeg. Op één sierappelboompje, twee bellenboompjes en één struikje winterheide na, is alles ready, willing and eager.  Voor zoveel gretigheid is een aanmoedigingspremie op zijn plaats, dus de strooivoedselvoorraad is ook al aangesproken.

Langs de schutting had ik vorig jaar al één klimmer geplant (een trompetbloem), die ook steun kon zoeken bij de voorgevel van het tuinhuis. Benieuwd of die dit jaar al bloem zou dragen. Volgens wat mij beloofd is, zou dat zeker het geval moeten zijn.
Bleven nog drie kale panelen over. Daar zijn een bosrank, een kamperfoelie en een winterjasmijn voor aangeschaft. Laatstgenoemde is nog maar een spriet hoog, maar heeft toch al twee bloempjes en een paar knopjes.

De eerste schalen zijn gevuld met primula’s, klokjes en een veenbessenstruikje dat de kerststukjes overleefd heeft. Ik heb me echt moeten afjagen om die daar in te krijgen, want de bijtjes hingen al hongerig boven mijn handen te zoemen. Zodra ik een paar centimeter afstand nam, doken ze in de bloemkelkjes.

De vijgenboom die vorig jaar nog in een kuip stond, heeft een vaste stek gekregen in volle grond. Zijn plaats is ingenomen door een zachtroze camelia.

Een citroenvlindertje en (vermoedelijk, maar niet zeker wegens te snel weg én de zon in mijn ogen) een gehakkelde aurelia dwarrelden ook al door de tuin. Een aardhommel en een paar wespen zijn ook al even poolshoogte komen nemen en ik heb al maar de vliegenramen en lintengordijnen boven gehaald, want Jeppe heeft gisteravond al zwaar geïrriteerd achter een “ronker” aan gezeten.

En nu ga ik me in het tuinsalonnetje gooien en met een zelfvoldane smile op de lippen genieten van een fris drankje. Want daar is het tenslotte ook een beetje om te doen: kijken naar al dat moois en blij zijn dat je – moe, gewassen en gekamd – een kussen onder je kont hebt …

Vertrouwen of overmoed ..?

Onze tuin doet het buiten verwachting redelijk goed, ondanks de droogte. En droog is het hier! Alles wat maar enigszins soelaas zou kunnen brengen, vliegt hier wuivend voorbij. Vanaf Terneuzen volgen de wolken de oever van de Westerschelde en ter hoogte van Ossenisse/Perkpolderhaven schieten ze op de overkant toe. Gisteravond dacht ik héél even dat er toch een piepklein buitje in zat. Maar veel meer dan een muggengezin met collectieve blaasproblemen was het niet.

Vanmorgen vroeg opgestaan om in de koelte wat in de tuin te kunnen wieden. Ik giet spaarzaam (1x per week) maar dan wél een flinke geut aan de voet van elke plant. Ergo: als er onkruid opkomt, is dat ook in de onmiddellijke omgeving van de planten. Ha ja. Om de twee weken dus een halfuurtje wieden en we kunnen er weer even tegen.
Een paar planten hebben het wat moeilijk, maar ik geef ze nog niet op. De kogeldistels waren bijna volledig verdwenen. Toch ging ik stug door met gieten en nu zijn ze er helemaal door (op één na). Vandaag en morgen nog eens een stand van zaken opmaken met het fototoestel.

De feeders worden dezer dagen gevuld met zomervoer dat ik bij Vivara kocht. Het is gepeld, waardoor je minder afval moet ruimen aan de voet van de feeder. En reken maar dat we voor die moeite beloond worden! Naast een zestal groenlingen die bij de buren wonen maar bij ons tafelen, hebben we sinds een paar weken een stelletje nieuwe gasten. Persoonlijk vind ik putters wat te kakelbont, en beetje clownesk zelfs, maar dat neemt niet weg dat ik hen graag te gast heb. Ze zijn intussen zo vrank, dat ze niet eens ophouden met smikkelen als een van ons er op een meter of 2 langs loopt. Hond Jeppe moet er het gemors in zijn pels maar voor lief bij nemen als hij te dichtbij gaat liggen zonnen.

Putters en groenling op de feeder.jpg

Jong leven in de tuin. Ik had al een tijdje het donkerbruine vermoeden dat een stel merels een nestje had achter de stapel reservedakpannen. Vanmorgen werd dat bevestigd door een nog pluizige telg, vers van de pers. Nog een geluk dat ik hem op tijd in de gaten kreeg, want ik wou net de lans op de vlinderstruik richten waar hij onder zat.

Jonge merel in de tuin

Vogels binnen handbereik: een blijk van goed vertrouwen of je reinste overmoed? Je zal van het laatste wat nodig hebben om het eerste te krijgen, zeker? En anders is het pure noodzaak om te overleven.

Wat moet een mens …

… om te bekomen van de ontgoocheling na het antivoetbal van Frankrijk? Zichzelf eens goed verwennen met wat koopjes voor de tuinkamer en verse bloemen in de plantenkorven.

Ik heb alvast een paar kaarsen aangestoken voor de bronzen medaille:

DSCN0102

En om helemaal bij de pinken te blijven is er …

DSCN0103

Als het op verlengingen en – godbetert – strafschoppen uitdraait, hebben we brood/kaasplankjes bij de hand:

DSCN0104 (2)

Zelfs een kleine finale verdient fleurige decors:

De antwoorden …

En zo kwamen de gedachten al een beetje vroeger thuis dan wij. Hoe zou het met de tuin zijn? Er wacht ons toch geen onweerschade? Wat is het programma voor volgende week? O ja, misschien wordt eindelijk de keukensoap afgesloten. En vanaf volgende vrijdag leven we op zonne-energie. Alhoewel, voor de eerste 2 weken staan er alleen maar donkergrijze wolken op de weersvoorspelling …

Eerlijk ..? Blij dat we thuis zijn.

Zo besloot ik mijn vakantierelaas.
Sinds gisteren zou de keukensoap dus verleden tijd moeten zijn. Met dien verstande dat ik volgende week wel nog wat schilder- en decoratiewerk heb, maar dat heb ik zelf in de hand.

De onweerswolken zijn ons huis voorbij gevlogen en de voorspelde donkergrijze wolken blijken ook sterk overdreven, want – al begint de dag telkens met een grijze lucht – tegen de middag moeten de zonneweringen toch naar beneden.

Rest de vraag hoe het met de tuin was bij onze thuiskomst.
Wel, het was duidelijk groeizaam weer geweest. En gewoonlijk wordt dat nogal cynisch bedoeld, maar niet zo in dit geval. Het onkruid was heel beperkt aanwezig en de aanplant was flink gegroeid. Er zat al kleur in de tuin en uiteindelijk hebben we maar 2 lavendelplantjes moeten vervangen. Al de rest is “vertrokken”.

OK, we hebben maandag – op ’t gemakske en met z’n tweetjes – wat moeten opkuisen, maar héél beperkt. Het was leuk, het was gezellig en we zien al helemaal vóór ons hoe het zal worden als de planten volgroeid en de bodem ertussen dus grotendeels afgedekt zal zijn: een half dagje onderhoud en dan genieten voor de rest van de week.

In het verhoogde bed heb ik dan toch maar wat plantjes gezet, want Jeppe gebruikt alleen de achterkant van zijn “zandbak”.

XYZ_3225

XYZ_3224

Ook de rabarber doet het goed, dus de toekomst voor de home made confituur is verzekerd.

XYZ_3213

Het enige waar we tot dinsdag op moesten wachten was de levering van Vivara: een statief met bijbehoren om de feeders op te hangen. Vermits er toch een tegel gesneuveld is in het middenvak en we de zaadverspilling liever niet in de borders zien opschieten, hebben we de opstelling in de verharding geïnstalleerd. Makkelijk bereikbaar, de zaadresten en pelletjes kunnen makkelijk bijeen geveegd worden en er is nog plaats voor een drinkschaal/plonsbad ook.

Tijdens de constructie zaten de vogels maar bedenkelijk over de schutting te loeren. Toen alles op zijn plaats stond en hing, duurde het amper 2-3 minuten voor een overmoedig mezenjong op de pindapâté afkwam. Een groenling bleef op de grond, in de beschutting van de planten en de mussen gingen liever achteraan in het zand stuiven. Maar na een halfuur had iedereen al wel eens een zaadje meegepikt en vanmorgen hingen met name de groenlingen en mezenjongen collectief aan de feeder:

6 groenlingen_

’t Komt goed!

 

’t Kan groeien …

Vanmorgen was daar opeens het begin van wat zonder enige twijfel een mooie tuin kan worden. Nog vóór de ontbijttafel afgeruimd was, ging het hek open en werd er een aanhangwagen vol beloften binnen gereden. De hoofdtuinkabouter had een tuinelf meegebracht. Nog even bespreken waar de luxe nestkast en het insectenhotel moeten komen en ze staken van wal.

Eerst werd de grond weer losgemaakt, want ja, klei en nog maar een beetje water geeft algauw een stugge plaat. Samen bestudeerden ze het plantplan (probeer dàt woord maar eens zo snel mogelijk 10x achter elkaar te zeggen!). Dan werd bak na bak uitgeladen, de potjes en potten werden verdeeld over de zandvlakte en zelfs dàt gaf al een vrolijk uitzicht. Tegen de middag stond het meeste al met de voeten in de grond. Enkel de lavendel- en heidestroken moesten er na de middag nog aan geloven. Terwijl mijn noeste werkers aan de lunch zaten, kon ik me toch niet meer inhouden, zeker. Ik moést er wat fotokes van maken:

XYZ_0999

XYZ_1000

Tegen 15u was alles pico bello in orde. Nog even samen een kop koffie drinken en het zat er op. Aan ons nu om elke dag te gieten, zodat het allemaal goed kan “aanslaan”.

’s Avonds toch nog een geutje water gegeven. De nieuwe aanwinsten knapten er helemaal van op. Ook al omdat de zon stilaan achter de omheining verdween.

XYZ_1011

En nu hopen op mooi weer op Texel en géén hittegolf maar wél af en toe een mals groeizaam regentje ’s nachts op het thuisfront.

Bedankt, toffe tuinkabouters. Jullie zijn reuzen in het vak!

 

De tribune staat klaar …

Wachten duurt lang,  he? Daarom zijn we zelf al maar begonnen met een aantal voorbereidingen voor het zomerfeest. De opbouw van de tribune, bijvoorbeeld. Er stond al een basis, maar die vroeg nog om wat extra aankleding.

Manlief kwam met het eerste idee: als hij nu eens met het overschot van de vloerplanken een kastje maakte om wat glazen e.d. in te zetten? Dan hadden we die alvast bij de hand als we dorst krijgen. Er is bovendien voldoende ruimte om een koeltas met drank in te zetten. Zo gezegd, zo gedaan. Ik moet zeggen: het maakt het tuinsalonnetje helemaal àf. Gisteren was het klaar en werd het plechtig in gebruik genomen:

 

Nu de vijver weg is, was er toch een alternatief nodig en dat vond ik vorige week in het tuincentrum. Een zachtjes kabelend geluidje, geen waterval die op de blaas werkt. Strak van lijn, zodat de planten ernaast de hoofdrol krijgen. En ondiep genoeg voor vogels om er – vooral als wij uit de buurt zijn, neem ik aan – een plonsje te wagen zonder er in te verdrinken:

XYZ_0741

Nog wat extra attributen zorgen voor de aankleding en geven er een lodge-gevoel aan. Zelfs een jachttrofee ontbreekt niet, al is de dader vermoedelijk een vos.

 

En dan is het zover. Licht uit, spot aan. We zijn klaar voor het eerste avondconcert.

XYZ_0753

Uitgesteld, maar niet verloren …

Vrijdagavond viel de langverwachte plantenlijst met bijbehorende offerte in de bus. Tegen die tijd was de bus zelf bijna versleten van het voortdurende kijken of er al iets in zat. Geduld siert de mens. Ik zal dus maar uit de buurt van de spiegel blijven.

Zaterdagochtend hing ik aan de telefoon om via een ingesproken berichtje te laten weten dat we het helemaal zagen zitten.

Zondag was ik zo enthousiast, dat ik al bijna de koffie ging klaarzetten voor als “mijn tuinkabouters” de volgende dag zouden komen. Enthousiast, en vooral heel naïef en onlogisch. Want eerst moest dat berichtje nog beluisterd worden, dan moest de planning van de tuinkabouters bekeken worden om een (plant)gat te vinden en dan moesten de planten nog besteld worden.

Bovendien bleek uit een telefoontje maandag, dat het berichtje nog niet eens beluisterd was. Toemetoch, he. Het had er maandag trouwens volop de schijn van dat we misschien beter voor vijverplanten konden gaan. Met al dat water dat al gevallen was en nog gaat vallen …

Zo te zien op de plantenlijst komen er vooral koele bloeivariaties van roze en paars/lila, gaande van bijna wit tot diepe tinten. De warmere gele en oranje toetsen komen van bladeren, naalden en – later in het seizoen – vruchten.
Sommige planten zullen niet enkel de insecten vervoeren met hun zoete geuren, maar ook ons. Boerenjasmijn ‘Dame Blanche’, salie ‘Ost Friesland’, lavendel en steentijm heb ik al op de lijst zien staan.
Anderen zullen het vooral van hun vorm moeten hebben: het ijle van de Fuchsia magellanica ‘Riccartonii’ , de robuste witte vuisten van de sneeuwbal ‘Roseum’, het strakke van de kogeldistels en de pruiken van dwergbergden en schijncipres. In totaal 24 soorten, de kruidachtigen in grote groepen, zodat kleuren en vormen duidelijk tegen elkaar afsteken.

I can hardly wait, maar ik zal wel moeten. Nog bijna 2 weken. Tegen die tijd is er hopelijk terug wat zon, zodat het er allemaal heel geslaagd uitziet in plaats van verpieterd.

Intussen hou ik mezelf onledig met het tempeesten van de keukenfirma. Desnoods bel ik ze vier keer per dag, tot ze van puur miserie zo rap mogelijk hun stommiteiten herstellen om van mij vanaf te zijn. Het systeem van de krassende plaat, noemen ze dat. En krassen kàn ik. Als geen (andere) kraai …