Big Brother voorbij …

Dat onze privacy allang niet meer privé is, daar maken nog weinig mensen zich illusies over, denk ik. Dat we zelf toch wel even moeten nadenken voor we iets op het internet gooien, is intussen ook al bekend. Maar Big Brother gaat nog veel verder!

Artsen, apothekers, ziekteverzekeringsorganisaties, … beschikken (noodgedwongen) over vertrouwelijke informatie die enkel hén én onszelf aangaan. En laat nu net het departement dat over die discretie en vertrouwelijkheid moet waken, ze op de markt willen gooien. “We kunnen daar geld voor vragen, zolang dat terugvloeit naar de patiënt.” aldus Staatssecretaris voor Privacy Philippe De Backer . 

Wel meneer De Bakker, als mijn gezondheidsdossier verkocht wordt aan de eerste, de gereedste farmahoer wil ik zélf de prijs bepalen én incasseren. En ù hoeft echt niet te bepalen wie er zaken mee heeft of ik me grieperig voel, dan wel  reumaklachten of een maagzweer heb. Die informatie is van generlei waarde voor de farmabloedzuigers. Als ze willen weten hoeveel ze volgend jaar méér kunnen verdienen met het op de markt brengen van nóg verslavender, overbodiger én milieuonvriendelijker verpakte smeerlapperij, dan hebben ze echt helemaal niets anders nodig dan een oplijsting van hun frauduleuze snoepreisjes en mensonterende harteloosheden.

Geen enkele industrie verdient zoveel op de rug van zo weinig werknemers als de farmareuzen, dus bespaar ons het argument van tewerkstelling waar jullie liberalen altijd mee voor de dag komen. Het zijn gigantische monsters die op geen enkele, maar dan ook geen enkele, manier begaan zijn met het welzijn van de gewone mensen (herinner u de weigering om betaalbare HIV-medicatie te produceren voor 3de-wereldlanden en de uitspraak dat een nieuw, naar verwachting zéér effectief, kankergeneesmiddel enkel voor rijken bedoeld is).

De mededeling dat de Open Vld-wolven (en bij uitbreiding N-VA, als ultrarechtse liberalen) de schaamte voorbij zijn, is een open deur intrappen. Wat jullie de afgelopen jaren uitvreten is ronduit om van te kotsen!

Voor mijn part vinden we al de in de terugbetalingslijsten van de mutualiteiten beschikbare én niet beschikbare kwalen terug in de – in alle kranten gepubliceerde – dossiers van uw vriendjes en medestanders. Speel zélf voor laborat, verdomme!

 

Leeuwentemmer – Camilla Läckberg

Flaptekst:

In Leeuwentemmer van de Zweedse thrillerauteur Camilla Läckberg houdt de winter Fjällbacka in zijn greep. Inspecteur Patrik Hedström en zijn team werken aan een vermissingszaak van een jong meisje, die in een stroomversnelling raakt als ze dood gevonden wordt. Ze is ernstig verminkt. Patrik vermoedt een verband met andere verdwijningen en moet alles op alles zetten om andere meisjes eenzelfde lot te besparen. Tegelijkertijd verdiept Erika Falck zich in een oude zaak, een familietragedie die eindigde met de dood van de echtgenoot. Het lijkt erop dat het verleden zijn schaduw op het heden werpt. Leeuwentemmer, nu in goedkope midprice-editie, is de langverwachte nieuwe thriller in de fascinerende reeks over schrijfster Erika Falck en haar man, inspecteur Patrik Hedström.

Recensie:

De Erika Falck-reeks heeft vele verdiensten. Uiteraard zit er altijd een flinke portie spanning in, maar bovenal: ze heeft een hoog ontspanningsgehalte. Eigenlijk zijn het meer kwajongensverhalen. En ja, er rolt wel eens een lijk uit de kast  en we verzeilen – boek incluis – op het randje van onze stoel als Erika zichzelf weer eens van de kant in de sloot geholpen heeft. Maar we proesten het – graag of niet – toch uit als schoonmama weer heel onsubtiel is over het huishouden van jan steen bij haar zoon en schoondochter. En we voelen mee met de arme Patrik, want hij loopt altijd wel een meter of wat achter vrouwlief aan te hinken als ze even fijntjes zijn werk uit zijn handen neemt. Aan de andere kant: zo’n nieuwsgierig Aagje is wel handig bij een onderzoek, als je als politie-inspecteur door de wet aan handen en voeten gebonden bent.

Kortom: ik heb me alweer heel goed geamuseerd met dit nieuwe boek van Camilla Läckberg. Het “serieuze” werk is natuurlijk ook welkom, maar een Erika Falck-avontuur achter de hand als digestief, is mooi meegenomen.

 

Auteur   Camilla Läckberg
Vertaald door   Elina van der Heijden, Wiveca Jongeneel
ISBN10   9026333285
ISBN13   9789026333286

*****

Speel met vuur – Tess Gerritsen

Stel je voor: je bent op reis en trakteert jezelf op een boek in een tweedehands boekenwinkel. Bij thuiskomst wil je er in gaan lezen en plots valt er een gevouwen A4-tje uit waar iemand wat op zitten kribbelen heeft. Vanaf het moment dat je die hanenpoten probeert te ontcijferen gebeuren er allerlei rare, zelfs angstaanjagende dingen in je leven. Niemand in jouw omgeving gelooft dat er een verband is tussen dat vodje papier en de incidenten die zich voordoen sinds je het hebt aangeraakt. Erger zelfs: men begint aan je gezonde verstand te twijfelen. Je kan dan twee dingen doen: óf je laat die boodschap uit het verleden voor wat ze is, maakt er de open haard mee aan en Kees is er klaar mee. Maar dat levert uiteraard geen thriller op. Ons hoofdpersonage gaat voluit voor optie nummer twee. Ze bijt zich vast in het mysterie en trotseert de schijnbare vloek die op haar vondst rust.

Het is in elk geval een sterk gegeven om een spannend verhaal rond te spinnen. Ligt het dan aan mijn ongeduld of aan het feit dat Gerritsen schijnbaar niet op dreef geraakt? In het begin van het boek worden kleine feiten ten overvloede herhaald en herkauwd in de hoop zo de sfeer op te bouwen, maar bij mij had dat op de duur wel het averrechtse effect. Ik betrapte me er op dat ik af en toe diagonaal begon te lezen om die passages wat in te korten in tijd. Ik had er zelfs niet eens veel moeite mee om het even weg te leggen om wat anders te gaan doen.

Naarmate de ontknoping nadert wordt het verhaal ook slordiger en onwaarschijnlijker. De ontknoping komt dan ook als een bevrijding en niet zozeer van de spanning, maar van het ongemakkelijke gevoel dat ik kreeg bij de laatste hoofdstukken.
Niet goed genoeg om met veel sterren te versieren, maar niet slecht genoeg om definitief opzij te leggen. Werken, dus.
Auteur Tess Gerritsen
Vertaald door Els Franci-Ekeler
ISBN10 9044349112
ISBN13 9789044349115

*****

Erfschuld – Arnaldur Indridason

Flaptekst:

Een alleenstaande oude man wordt dood aangetroffen in zijn appartement in Reykjavík. Hij blijkt vermoord te zijn, verstikt met zijn eigen kussen. Op zijn bureau liggen een paar krantenknipsels uit de oorlogsjaren: achter het Nationaal Theater in Reykjavík, dat in die tijd dienstdeed als opslagplaats voor het bezettingsleger, werd een meisje gewurgd aangetroffen. Een gepensioneerde politieman hoort van de moord op de oude man en zijn nieuwsgierigheid is gewekt. Hij is goed bekend met de zaak maar waarom zou iemand daar meer dan een halve eeuw krantenartikelen over bewaard hebben?

Recensie:

Het verhaal speelt zich af in twee perioden: de aanleiding tot het onderzoek dat in deze tijd gevoerd wordt ligt in de maanden vlak vóór de invasie van de geallieerden op de Franse kust. Ijsland herbergt op dat moment een Amerikaanse legerbasis. In afwachting van het grote moment mengen de soldaten zich in het uitgaansleven, tot groot ongenoegen van de lokale bevolking die moet toekijken hoe een generatie jonge vrouwen zich in uitzichtloze relaties stort. De Situatie, de bedekte term die de Ijslanders hiervoor gebruiken, zorgt voor spanningen en hier en daar zelfs voor regelrechte confrontaties.

Twee jonge vrouwen worden aangerand en verplicht met een verhaal te komen dat vasthangt aan de oude sagen uit de streek. De éne wordt midden in de stad vermoord terug gevonden, van de andere wordt vermoed dat ze zelfmoord pleegde, maar van haar lijk is er geen spoor. Een Canadese militair onderzoekt -samen met een Ijslandse rechercheur – de beide gevallen. Maar niets is wat het lijkt. Het doek valt over het eerste bedrijf, zonder dat beide speurders het gevoel hebben de ware schuldige te hebben gevonden.

Jaren later leidt de moord op een oude man in Reykjavik een gepensioneerde politieman terug in de geschiedenis. Hij raakt er zo van in de ban dat hij geen rust vindt tot hij afdoende antwoorden krijgt op de vragen van een halve eeuw eerder.

Je moet houden van de stijl van Indridason om zijn boeken voluit naar waarde te kunnen schatten. Hij gebruikt eenvoudige korte zinnen. Een beetje een droge stijl, die soms somber aanvoelt. Bij Indridason worden de gebeurtenissen en de stemmingen sterk bepaald door het land zelf: het uitgestrekte niets, dat enkel begrensd wordt door de zee. Daardoor komt hij wat zwaarmoedig over. Voor mij is hij één van de beste schrijvers van het moment. Een vertegenwoordiger van de Scandinavische thrillergolf die nu toch al een groot aantal jaren aanhoudt. Terecht, want er zitten pareltjes tussen. Nog meer dan zijn Zweedse, Noorse en Deense collega’s, is hij een auteur voor de echte liefhebbers van het genre.

Auteur: Arnaldur Indridason
Vertaald door: Adriaan Faber
ISBN10: 9021457601
ISBN13: 9789021457604
*****

Even een knipperlichtje voor …

Volkssterrenwacht Urania, die elke donderdag van de maand augustus bij helder weer op het dakterras van het MAS zullen zijn om gegadigden wegwijs te maken tussen sterren en planeten (en wie weet ook vallende sterren). Tussen 21u00 en 23u00, op het daktyerras van het MAS dus, inkom gratis.

Zie ook: http://www.urania.be/urania/nieuws/kijkavonden-op-het-dakterras-van-het-mas-0

En als je dan toch op hun website zit te kijken, merk dan ineens ook op dat er in september opendeurdagen zijn rond het thema van verduisteringen en eclipsen. ’t Is maar dat je op de hoogte bent van wat er op 20 maart 2015 te zien zal zijn!

Inferno – Dan Brown

Flaptekst:

Robert Langdon, hoogleraar kunstgeschiedenis en symboliek, wordt op een nacht wakker in een ziekenhuis in Florence zonder te weten hoe hij daar is beland. Geholpen door een stoïcijnse jonge vrouw, Sienna Brooks, vlucht Langdon en raakt hij verzeild in een duizelingwekkend avontuur. Langdon ontdekt dat hij in het bezit is van een reeks verontrustende codes, gecreëerd door een briljante wetenschapper; een genie dat geobsedeerd is door het einde van de wereld en het duistere meesterwerk Inferno van Dante Alighieri.

De strijd tegen deze mysterieuze vijand voert hen langs tijdloze locaties als het Palazzo Vecchio, de Boboli-tuinen en de Duomo, en Langdon en Brooks stuiten op een netwerk van verborgen doorgangen en eeuwenoude geheimen…

Recensie:

Wat is dat toch met Dan Brown? Van zijn zes inmiddels meer dan bekende boeken heb ik er nu twee gelezen. De hype rond “De Da Vinci code” was al lang geluwd vóór ik mezelf ertoe kon zetten om het boek te lezen. Ik heb een nogal gezonde argwaan voor hypes. De belofte wordt zelden waargemaakt

Omdat ik ook een nogal grote drang heb om een éénmaal begonnen boek ook uit te lezen (tenzij er écht niet door te komen is), heb ik me er doorheen geworsteld. Soms loont dat, omdat een boek pas laat “aanslaat”.Je weet het maar nooit. Heb je je de eerste helft zitten verbijten, blijken alle stukjes toch nog op hun plaats te vallen door één sublieme passage op pakweg bladzijde 301. DDVC was niet zo slecht dat ik het aan de kant gooide, maar het inspireerde me ook niet om in de overige vier te beginnen.

Anders verliep het met zijn nieuwste boek. Ik heb nog niet zo lang geleden een e-reader aangeschaft en de dag dat “Inferno” in e-format op de markt kwam, kreeg ik hem al toegestuurd door een vriendin. In de hoop dat oefening intussen iets gebaard had dat op kunst begon te lijken, ben ik gelijk beginnen lezen.

Al na zo’n 200 van de ruim 600 pagina’s merkte ik dat ik me aan dezelfde dingen stoorde als de vorige keer. Mits enige aanpassing aan de plot en de plaats van actie kan ik mijn recensie bijna volledig overnemen.
Na ongeveer 2/3 kreeg ik weer hoop dat er wat meer diepte in het verhaal zou komen, maar erg lang kon de auteur de schijn niet ophouden. Al snel verviel hij in zijn eerdere stereotiepe stijl.

Dan Brown heeft veel tijd gestoken in de lectuur van de betere reisgidsen voor Florence en van de “Divina Comedia” van Dante Alighieri. Of hij heeft op goed geluk een passage opengeklapt en daar een plot rond gesponnen.
Ik stel me hem voor terwijl hij uitpluist hoeveel treden je omhoog moet rennen in de toren van de éne kerk om dan twee verdiepingen naar beneden te kunnen tuimelen in het museum ernaast. Met grondplannen van Florence en Venetië op tafel en vloer uitgespreid om een zo langdradig mogelijke achtervolging uit te stippelen, die dan moet opgefleurd worden met toeristische tips, de niet te missen restaurants en koffiehuisjes incluis. Sommige van zijn beschrijvingen zijn volgens mij gewoon met knip- en plakwerk van de VVV-sites op het internet gehaald.

Verder heeft het boek zowat alles wat mij op de zenuwen werkt: 500 pagina’s achtervolgingen à la 3de rangs Amerikaans politiefeuilleton, een overdaad aan toeval (alleen deuren vallen toe, jongen) en een afwikkeling met zóveel trompe l’oeil dat de auteur er op het laatste blijkbaar ook niet goed meer aan uit kan en dan maar een fluteinde aan de kous breit.

Brown schrijft om verfilmd te worden, niet om gelezen te worden. Hij kan zich net zo goed meteen op het schrijven van scripts gooien.

Van een debutant pik ik dit. Alles moet geleerd worden. Maar ik had gehoopt dat Brown intussen iets meer body in zijn verhalen zou steken. Ijdele hoop en dat had ik kunnen weten, want waarom zou je het recept van onsmakelijk vette worst veranderen als ze toch goed verkoopt?

Auteur: Dan Brown
Oorsprokelijke titel: Inferno
Uitgegeven bij: Luitingh, in een vertaling van M. Drolsbach, Y. Ligterink en E. Feberwee
ISBN10: 902456185X
ISBN13: 9789024561858

*****

Fiona / Harry Bingham

Flaptekst:

Rechercheur Fiona Griffiths is jong, toegewijd en slim. Maar er is iets dat zij angstvallig verbergt. Iets dat te maken heeft met haar onvermogen om te huilen. Met haar vertrouwdheid met de doden. Met het mysterieuze gat in haar CV. Wanneer ze in haar eerste zaak de moord op een jonge vrouw en haar dochtertje moet onderzoeken, en er meer gruwelijke moorden volgen, wordt Fiona gedwongen de confrontatie aan te gaan met haar donkerste geheimen. En met een verleden dat ze nooit echt achter zich heeft kunnen laten…

Recensie:

Begin maart kregen een aantal forumleden van Ezzulia de kans om een preview publicatie te lezen en te bespreken. Ik stelde me ook kandidaat en viel in de prijzen. Een nog niet gepubliceerd boek lezen en bespreken zorgt er sowieso voor dat je het op een andere, bewustere manier leest. Zo ook bij Fiona, dat voor auteur Harry Bingham zijn thrillerdebuut moet zijn.

De discussie rond de keuze van de cover is in mijn ogen minder relevant, omdat een cover voor mij toch nooit een doorslaggevend element is. Wat wel al snel een issue werd, is het feit dat de uitgeverij rond de publicatie een hele campagne opgezet had met – godbetert – een Facebook account voor niemand minder dan deze Fiona zelf. Dat deed bij mij al een rood lichtje flikkeren, want als men zoveel moeite doet om een hype te doen ontstaan rond een boek…

Bovendien werden al meteen (te) hoge verwachtingen gecreëerd door het centrale personage in de voetsporen te laten lopen van Lisbeth Salander uit de trilogie van Stieg Larsson. Naar mijn gevoel een kapitale fout.

Om maar meteen een zeer belangrijk element te noemen waardoor deze vergelijking zo mank loopt als een paard op 2 poten: Salander is een charismatische, sterke persoonlijkheid die een groot deel van haar leven doorgebracht heeft aan de verkeerde kant van de wet. Dat zij dus bepaalde stappen kan zetten en er mee wegkomen is straf, maar niet tegennatuurlijk. Als je een politierechercheur een zelfde soort trucjes laat opvoeren en haar er even goed laat vanaf komen met een halfbakken uitbrander, is dat zelfs  te onwaarschijnlijk voor woorden. Het idee alleen al dat een labiele persoon wordt aangeworven voor moordonderzoek is te ver van de realiteit. Om er dan een heel boek aan op te hangen, was meer dan mijn geduld kon verdragen.

Een andere hindernis wordt gevormd door het grote geheim waar doorheen het hele boek om de anderhalve bladzijde naar wordt verwezen. Het gegeven op zich zou een stevige cliff hanger geweest zijn als het goed uitgewerkt werd. De mogelijkheden waren er, maar werden op een schaamteloze manier ongebruikt gelaten. In plaats van de lezer er mee te prikkelen en spanning op te bouwen, kreeg ik het ervan op de zenuwen en begon ik te gokken waar weer een verwijzing zou komen en waar ik dus een sprong moest maken om  er overheen te kijken. Op het einde wordt er één of ander (blijkbaar echt bestaand) syndroom bij gesleept, maar de schrijver had duidelijk geen zin om zich daarin te verdiepen om er ook nog iets zinnigs mee te doen, behalve de naam noemen.

Op zijn website beschrijft Bingham dat hem door een bekend iemand werd gevraagd als ghostwriter op te treden voor dit boek. Als voorbereiding op het schrijven van een thriller heeft hij zich naar eigen zeggen een paar dozijn boeken uit dit genre aangeschaft en gelezen. Wel, ik kan het goed geloven. Het resultaat is er dan ook naar. Op een paar bladzijden na wist het verhaal mij nooit te boeien en als het engagement voor het meedoen met de discussie mij niet verplicht had het boek uit te lezen, dan was het na pakweg 50 pagina’s in de vergeethoek beland.

Ik geef nooit 0 sterren aan een boek omdat dat in mijn ogen de toelating is om er de haard mee aan te maken en ik ben principieel tegen boekverbrandingen. Eén ster dus, voor het papier en de inkt.

*****

Auteur: Harry Bingham
Oorspronkelijke titel: Talking To The Dead
Uitgeverij De Fontein
Vertaling: Ineke van den Elskamp
ISBN: 978 90 261 0099 4