Of we …

… het zien zitten om ook een paar zomer-ganzentellingen te doen? Vroegen ze van Sovon. Het hoeft niet per sé in de wintertelgebieden die ons toegewezen zijn. Gewoon op waarnemingen.nl  invullen welke ganzen en hoeveel we waar gezien hebben als we er op uit trekken. En zeker ook een keer tellen op 18 juli.

Voor ons is dat een even goede reden als een andere om de kijkers en het fotomateriaal in de auto te laden en naar Luntershoek en de Putting te trekken. Vooral omdat we voor onszelf ook al een paar jaar proberen te volgen hoeveel en welke standganzen er in de streek blijven.

Bij het begin van het Groot Eiland hadden we gelijk prijs: wel 150 grauwtjes, ca. 20 “nonnetjes” (brandganzen) en ruim 30 van die (volgens mij aartslelijke) nijlganzen. We waren dus al niet voor niets op pad gegaan. Maar voor wat ganzen betrof, was dat dan ook alles. Bij de Putting, waar er anders altijd zitten, lag zelfs geen ganzenveer meer.

Maar wij laten ons niet zo gauw ontmoedigen. Er bestaat nog wel ander natuurschoon dan enkel ganzen. Tegen een “snelheid” van pakweg 10 km/u gemiddeld reden we door het Zeeuwse landschap, speurend en luisterend (nogal friskes met het raam open, maar dat moet je er dan bij nemen).

Grasmus
Een grasmus zat vrank en vrij zijn gedacht te zeggen in een bottelstruik langs de kant van de weg.
Blauwe reiger
Elke keer als we dit grasland passeren staat er een (deze?) reiger op datzelfde plaatske. ’t Is dat hij af en toe beweegt of zich verzet, want anders zou ik gaan geloven dat het een opgezette is.
BBC_0159 (2)
Pa roodborsttapuit kijkt of de kust veilig is.
Vrouwtje roodborsttapuit
Ma roodborsttapuit lijkt het niet helemaal te vertrouwen.
Roodborsttapuit, pas uitgevlogen jong
Maar de kleine is niet te stuiten: hij heeft lang genoeg in dat te kleine nest gezeten. “Ik vertrek!”
Akkerdistel
Distels: door iedereen verguisd, maar een wereld op zich. Kevertjes, bijen, vliegen, hommels, vlinders en zelfs vogels zoals de putter (of distelvink, dat zegt het vanzelf) vinden er hun gading.
BBC_0331 (2)
Een bruine vlek tussen het groen krijgt opeens meer vorm.
BBC_0358 (2)
Een bezorgde blik opzij …
BBC_0359 (2)
… en daar beweegt nóg iets.
BBC_0370 (2)
“Kom kleine, want ik vertrouw het toch niet helemaal”
(Roodwang?)schildpad
Bijna aan het oude sas ligt een overjaars kerstcadeau te zonnebaden. Op het eerste moment vroeg ik me af welke eend er op die tak zat. Kwestie dat je een idee van de grootte hebt.
BBC_9944 (2)
De grasmussen zijn goed gelukt dit jaar.
BBC_9948 (2)
En je kan ze geen overdreven schuwheid verwijten.
BBC_9968 (2)
3, 2, 1, …
BBC_9969 (2)
Lift off! We got a lift off!
BBC_9971 (2)
Een torenvalk hangt in opperste concentratie boven het grasveld.
BBC_9973 (2)
Zag ik daar nu een dikke kever?
BBC_9978 (2)
Nog even mikken en dan in duikvlucht …

 

 

Open kleuterschooldag …

Onze tuin is sinds eergisteren een echte kleuterschool. Zeker zo’n stuk of 4 nesten vol klein grut zijn uitgekieperd tussen onze planten, in de struiken, op de tegels en in/aan de vijver.

Het is aandoenlijk om te zien hoe spreeuwen-, merel- en mussenouders hun kinderen voor het eerst naar “school” brengen en effectief aanwijzen waar alles te vinden is en hoe je het moet gebruiken.

En dan kan het in de tuin zelfs tijdens het siësta-uurtje drukker worden dan op Schiphol:


“Kijk, kroost. Hier boven jullie kopjes hangt zo’n lang, rond ding met zitjes aan. Daar kan je op klauteren om bij het eten te komen. Gedraag jullie als het kan, vecht voor je hap als het moet.”

“En hier is het zwembad. Pas op dat je niet in het diepe valt! Blijf netjes in de speelrand om te plonsen en te drinken.”

“Je moet maar op één ding letten: als wij roepen dat jullie je moeten verstoppen, dan is die rotsperwer er weer. Dan moeten jullie diep in de haag gaan zitten en stilletjes zijn!”

“Oef! De klein mannen zijn naar school. Eindelijk een momentje me-time. Buuf, is er toevallig koffie met gebak vandaag?” 

Nog even een rondje tuin maken en eindigen bij de dienst Security. Jeppe vindt dat de nieuwe wijnrank “Vitis vinifera ‘Solaris’ ” maar beter bewaakt kan worden. Over de goudiep maak ik me een beetje zorgen. Misschien heeft ie gewoon een extra voetbadje nodig, zo af en toe. Ik moet er niet aan denken dat hij olmenziekte zou hebben!

Dagje natuur …

Dit weekend was voor ons het laatste Sovon-telweekend van dit seizoen. Omdat we eigenlijk – op een paar soepganzen na – niets of toch weinig verwachtten, besloten we gewoon alles te noteren wat we tegenkwamen. Alleen de ganzen, zwanen, wulpen (0) en kievitten (1) worden gemeld aan Sovon. De rest is voor waarnemingen.nl. En voor onszelf. Want aan de beestjes leer je je streek kennen.

Jammer genoeg geen foto’s, maar de volgende dagen gaan we met de camera’s op pad i.p.v. potlood en registreerkaarten. Intussen probeer ik é.e.a. te illustreren met bijpassende links.

Buitenbeentje nummer 1 was een Engelse kwikstaart. Manlief dacht eerst aan een citroenkwikstaart, maar bij nader inzien houden we het op eerstgenoemde, wegens een stuk waarschijnlijker dat we die  hier gaan tegenkomen. Je moet niet té excentriek willen zijn.

Zoals verwacht waren er weinig ganzen, maar toch heb ik er nog wel een aantal kunnen noteren. Nog 4 soorten zelfs: grauwe gans, Egyptische of Nijlgans (een exoot, maar tegenwoordig op sommige plaatsen een echte plaag en bovendien behoorlijk agressief),  grote Canadese gans, en zelfs nog een brandgans (een nonnetje, zoals ze ook genoemd worden en als je de afbeelding bekijkt, snap je wel waarom).

Vlakbij de Vlaamse Kreek keek ik even omhoog en wat ik zag was zéker geen buizerd, ook geen kiekendief, iets wat heel even de rillingen over mijn rug joeg (in de loop van de week werd op verschillende plaatsen in Nederland een steppearend gemeld) maar wat uiteindelijk een rode wouw bleek. Een kraai was niet gediend van dit blitzbezoek en ging vol in de clinch met de veel grotere roofvogel. En het was dié die de aftocht blies.

Terwijl we aan de lunch zaten, waren we getuige van een drama. Dhr. en mevr. Merel hebben al veel energie gestoken in een tweede legsel, nadat ze hun eerste jongen eindelijk aan het verstand gebreid hebben dat ze beter niet in onze veranda kunnen gaan zitten. Van deze tweede editie waren er blijkbaar al eieren uitgekomen. Dat wisten de kauwen uit de buurt beter dan wij. Met z’n tweetjes kwamen ze “gezellig” buurten. De éne leidde pa Merel af, en intussen kon zijn compagnon zijn slag slaan. Op het schuurtje van buurman werd de buit goed vastgepakt en meteen naar “huis” gevlogen. Ook jonge kauwen moeten eten …

Na de middag moesten nog een paar boodschappen gedaan worden. Op weg naar huis passeerden we Luntershoek waar ik andermaal de rode wouw meende te zien. Verder weg, maar onmiskenbaar dezelfde zweefvlucht. Deze keer géén aanval van een kraai. Maar deze keer ook een te grote afstand om zeker te zijn en dus werd dit niet ingevoerd op waarnemingen.

Nadat wij het avondeten verorberd hadden, was het de beurt aan de tuin om gesoigneerd te worden. Ik stond net met mijn rug naar de vijver om een hangkorf te gieten, toen Manlief bijna ademloos “sperwer, sperwer” stotterde. Ik vond de afgelopen dagen al dat er opeens zoveel kleine witte pluimpjes op het water dreven. Blijkbaar heeft deze supersonische jager ontdekt dat hier voor zijn jongen wat te halen valt. Hij was in scheervlucht tussen ons huis en het tuinhuis over het hek gevlogen, duikend naar de vijver waar op dat moment nét geen vogeltjes zaten, opzwiepend langs de feeder waar iedereen al in volle paniek weggespat was. Heel even ging hij op de haag zitten, maar toen kreeg hij ons in de gaten en koos eieren voor zijn geld. Zéker op te volgen de komende dagen!

Bijna af …

Als we nog lang in ons kot moeten blijven raakt de tuin helemaal af. Als een tuin ooit helemaal af geraakt, tenminste.

(Eer)gisteren goed doorgewerkt (té volgens mijn rug) en nu kan het groeien. Ik wacht nog op een paar struikjes die ik besteld heb en dan is het welletjes geweest voor dit jaar. Ik had de hand gelegd op de vurig oranje Incalelie voor in de grote kuip aan de lounge. Pas thuis ontdekte ik dat die eigenlijk de juiste afmeting zou moeten krijgen voor het plaatsje dat ik haar nu heb toegewezen. Er zijn nog variëteiten te krijgen die er van kleur bij passen en dus heb ik er nog 2 besteld. Als die in de grond zitten rest enkel het reguliere onderhoudswerk.

 

We hebben al trouwe tooghangers (mede dankzij het restant van de meelwormen, moet ik eerlijk toegeven).

 

 

Vandaag in “de groten hof” …

Deze voormiddag hebben we een toerke gedaan in “onze groten hof”. Een ritje langs Luntershoek, met de camera in de aanslag.

Maar eerst moest Jeppe de beentjes strekken op de opspuiting aan Perkpolder. Gelukkig (nou ja) hing hij bij het oversteken van de zeedijk met zijn neus boven een hoop van een andere hond, anders stond ik daar waarschijnlijk nog te wachten.

Eerst stak een ree de straat over. Waarna ik mijn prijsbeest meteen aanlijnde om voor de hand liggende redenen. Ik hoopte hem weer los te kunnen laten voorbij de plaats waar het geurspoor van de ree ons pad kruiste, maar daar kreeg meneerke niet minder dan 6 hazen in het vizier. Dus nog maar een eindje verder tot we de vlakte op konden. Daar heeft hij mij toch nog een kwartier “aan het lijntje” gehouden omwille van nóg 2 hazen.

Uiteindelijk kreeg ik hem toch mee en konden Manlief en ik er eens op uit. En ook wij hadden redelijk wat prijs:

Een roodborsttapuit:

Een Cetti’s zanger (jammer dat hij net in dit segment wél duidelijk zichtbaar, maar zeer zwijgzaam is):

Een vrouwtje knobbelwaan op minstens 4, maar waarschijnlijk méér eieren, want ze stond efkes op om haar toilet te maken en toen kon ik indiscreet zijn:

Intussen maakte haar meneer van zijn gat tegen een paar ganzen die op kraamvisite kwamen. Waarschijnlijk niet op de 1,5m gelet:

Een rietzanger zat een jolig melodietje te krassen:

De corona op het werk …

Het bleef de afgelopen dagen nog steeds onzeker of “ons ” speldenkussen alleen aan een gedekte tafel kwam aanschuiven, of ook daadwerkelijk van de logeerarrangementen gebruik maakte. Alle twijfel is intussen opgeheven. De volgende beelden zijn voor ons de kroon op het werk:

 

Ik werd er helemaal blij van. Om dit heuglijke feit te vieren, spendeerde ik vanmorgen extra veel tijd aan de wandeling met Jeppe. Niet dat dat een straf was.

De veldleeuweriken gaven een spetterend concert, terwijl de graspiepers en gele kwikstaarten tussen het gras naar insectjes zochten voor hun ontbijt. Uiteraard zijn de volgende beelden vooral leuk als je ook het geluid aan hebt:

Kwebbels …

Vanmorgen neem ik Manlief’s ochtendbeurt over om met Jeppe naar Perkpolder te gaan wandelen. Morgen ben ik al vroeg op de baan. Dan komt het er niet van vóór de middag.

Het is er druk. Héél druk. En lawaaierig!

Een torenvalkje, een vaste begeleider sinds 3 jaar nu, hangt zijn schietgebedjes op te zeggen boven het grasland en later naast ons boven de dijkflank. Tot drie keer toe gooit hij zich vlakbij in het gras om een onzichtbaar vroeg insectje te verschalken. Even pikken en slikken en weer aan het werk!

Intussen is een veldleeuwerik hoog van zijn toren aan het blazen, zoals hij eigenlijk al een paar weken doet. Alsof stijgen nog niet adembenemend genoeg is, rrratelt hij onderwijl een rrritselend rrriedeltje waar de grootste zuurpruim vrolijk van wordt.

Het groepje graspiepers, dat hier al een winter lang rondhangt, vormt op de grond een iets bescheidener backgroundkoortje. De leeuwerik is gewoon niet te overstemmen!

In de sloot zie ik bijna uitsluitend mannetjes wilde eenden. Het vrouwvolk zit waarschijnlijk al op de kluts. De bergeenden zitten net te ver weg om de geslachten te kunnen onderscheiden. Ik tel er negen.

Wat er juist voor opschudding zorgt achteraan op de akker, ik zie het niet maar opeens gaan 16 wulpen verschrikt op de wieken. Hun melancholieke “wuuliép” vervliegt in de lentewind.
Met veel meer misbaar gaat ook een bende van ruim 30 scholeksters op de wieken. “Tepiét-tepiét-tepiét”
De kleine zilverreiger -hij zit hier onderhand een week of 3-4- kan het niet aan zijn hart komen. Hij heeft zijn volle aandacht bij de plassen die op de akkers staan. Ondanks al dat slijk schittert hij witter-dan-wit in de voorjaarszon.

En het eerste kievietsei … Dat ligt ergens in Gelderland. Bruchem is het kraamadres, geloof ik …

Snel! Ze is er …!

Al merk je er voorlopig nog niet veel van. Maar de metereologische lente is echt begonnen. Ze gaat zelfs al meteen live

Een kort berichtje, maar ik hoop dat ik binnenkort weer wat meer op mijn eigen blogje(s) bezig kan zijn. Ik heb de techniciteiten van nieuwsbrief en website van onze dorpsraad (bijna volledig) onder de knie en dat werkt rapper.

 

Tot dan: geniet van die paar zonnestralen die af en toe komen aangewaaid!

Vogelaarstrek …

De vogeltrek is volop aan de gang. Zo ook de vogelaarstrek. Terwijl vinken, putters en koperwieken de beschutting van kreupelhout opzoeken, wisselen bonte pieten, kievitten, scholeksters en goudplevieren de polder af met het wad, afhankelijk van eb en vloed.

BBC_8420

Aan de waterlijn op het strand zitten gemengde groepen meeuwen te genieten van het zeebanket en voorbij de branding hangt een veelvoud van hen rond de garnalenkotters om het ophalen van de netten nauwgezet te scannen.

De ganzen vliegen soms in een grote groep op, die in de lucht in stukjes breekt en er een hele tijd over doet om weer op de grond verenigd te worden. Grauwtjes, kolganzen, rotjes, … Ze zijn nog lang niet voltallig. De meerderheid is nog onderweg of misschien zelfs dàt nog niet eens, want het blijft te zacht weer.

BBC_8662

In de duintoppen zitten andere vogels: groen pak, dikke muts, driepikkel met een kanjer van een telescoop voor hun neus. Er wordt gezocht, gekeken, gediscussieerd en – echt waar – zo af en toe ook gewoon flink gegokt.

Wie een beetje thuis is in het “vogelen” – en na zo’n 40 jaar denk ik dat wij daar zo stilaan ook bij gaan horen – trekt regelmatig een wenkbrauw op bij bepaalde waarnemingen. Nakijken ervan levert nogal eens een sterke gelijkenis van “het specialleke” met een regelmatige bezoeker of residentiële vogelsoort. De honger van sommige vogelaars om toch maar die éne zeldzame soort te zien, zorgt er wel eens voor dat ze “ze zien vliegen”. Serieuze vogelkenners geven meestal aan dat “als het te mooi lijkt om waar te zijn, dat het dat dan meestal ook is”.

Ach, ze zijn er mee van ’t straat. Maar wij heffen nog niet zo gauw het glas op een “nieuwe” zeldzame soort. Gebrek aan ambitie? Misschien. Maar ik denk dan vaak aan een uitspraak van Midas Dekkers: “Elk kind uit de lagere school kan een panda tekenen, maar een merel uit hun eigen tuin kleuren ze verkeerd in”. Of het exact geciteerd is, weet ik niet, maar het is in elk geval van die strekking.

En als u mij nu wil excuseren, dan ga ik nog wat mussen, merels en lijsters kijken …