Baardmannetjes (bis) …

Het is alweer een paar jaar geleden dat ik kennis maakte met de Baardmannetjes . De afgelopen weken werden de vorige reeksen opnieuw uitgezonden als apetizer voor het nieuwe seizoen.

Het concept is – zo heb ik ergens opgevangen – lichtelijk gewijzigd, want Hans en Nico vertrekken vanuit één of andere Nederlandse stad om ook het stedelijke natuurleven te laten zien. Maar op een gegeven moment belanden ze toch weer buiten de stadsmuren.

Voor wie het ook wil volgen: vanaf vrijdag 21 juli stuurt Omroep MAX het kibbelende duo weer op pad.

It’s four in the morning …

… maar nog niet the end of december, dus het is niet het sonore geluid van Leonard Cohen dat me wekt luttele seconden vóór de kerkklok het uur bevestigt. Op het licht van een straatlantaarn na is het nog aardedonker buiten. Ik sluip naar beneden naar de tuin en zit in mijn eentje te genieten (geluid van pc goed open draaien!):

 

 

Oogsten in het voorjaar (1) …

Zaterdagnamiddag en de zon is van de partij. Een schril windje ook, maar we zijn ten slotte geen kasplantjes. Kijkers: check. Camera: check. Vogelgids: check. Notitieboekje: check.

We zijn de straat nog niet uit. Aan de vijver zit een aalscholver uit te rusten in één van de geknotte bomen:

De Putting.

Een weidevogel die het al een paar jaar moeilijk heeft en waar her en der hulpprogramma’s voor opgezet zijn: de tureluur. Onmiskenbaar door de knalrode poten en de donker uitlopende snavel:

Altijd een tractatie: de pijlstaarteend. Een grote, maar elegante grondeleend:

Een leuke verrassing: een groep van een tiental groenpootruiters is op zoek naar eten.

Bij het begin van ons rondje Putting hadden we zo al een vermoeden dat hij hier aan het werk geweest was. Een eind verder maakte hij zijn opwachting, zij het niet ongestoord. Dankzij de kraai die hem bij zijn maaltijd lastigviel, kregen we deze slechtvalk in de gaten. Nadat hij de pestkop had verjaagd, ging hij verder met eten:

Luntershoek

Een supernerveus vogeltje, dat zich niet zo vaak laat zien en àls, dan vaak heel vluchtig: de braamsluiper.

Die ochtend aan het ontbijt …

 

… was er een grote verscheidenheid aan gasten die kwamen aanschuiven. Zelfs soorten die we in Kruibeke nooit aan het buffet hadden (voor zover we weten): spreeuw en distelvink.

Ze kwamen in paren of single. Sommigen hadden alle tijd, wegens vakantie. Anderen moesten zich haasten om nog gauw hun lesmateriaal mandenvlechten bijeen te zoeken…

Brutaaltje …

Donderdag één van onze laatste en voornaamste attributen opgehaald op onze oude stek. Gisteren heeft Manlief het voederstation een nieuwe plaats gegeven, goed in het zicht van de veranda. En binnen de paar uur kwam dit brutaaltje aanschuiven. Hij zag me heel goed staan in de veranda, keek regelmatig recht in de lens. Maar hij is niet eerder vertrokken dan dat hij zijn buikje vol gegeten had aan het laatste wintervoeder dat we nog hadden. Ik serveer liever nog even door tot het op is, dan het oud te laten worden in het schuurtje.

Laat één ding duidelijk zijn: deze groenling weet wat hij/zij lust en wat niet. Gelukkig kwam even later een merel opruimen onder de cilinder …

 

Uitroepteken!!!

Deze namiddag, om 15:48 om precies te zijn, onze eerste boerenzwaluw gezien!!! De Chimay met zeewierkroepoek smaakte opeens zó veel lekkerder!

En om jullie vóór te zijn: er zijn er in de omgeving minstens een stuk of 10 gezien, dus het is helemaal écht: de lente is er! 🙂

En om dat te vieren een voor en na:

 

 

 

Tellen, tellen, tellen, …

De Vlaamse natuur heeft haar nieuwjaarsbrief afgeleverd in mijn mailbox: Het grote vogelweekend. Omdat ik me intussen toch al wel een aantal jaren engageer om mee te tellen, heb ik het direct aangestipt in mijn agenda.

Vond ik deze week op Twitter ook nog: De Nationale Tuinvogeltelling 2017. En omdat we binnen niet al te lange tijd toch ook een tuin in Zeeland te beheren hebben, dacht ik “waarom ook niet?”.Tot ik de data in het oog kreeg. Dat wordt een spreidstand waar ik op mijn leeftijd moeite mee ga hebben, vrees ik.

Zaterdag “thuis” in Vlaanderen, zondag “thuis” in Zeeland? Als weer en wegen het enigszins toelaten: waarom niet. Ik heb in elk geval deze week al de voederplanken in onze Zeeuwse tuin gevuld om aan de pluimballen ginds te laten weten dat er weer voor hen gaat gezorgd worden. Aan het aantal voederplaatsen en nestkasten te oordelen hebben onze voorgangers op dat adres zich ook ingespannen op dat vlak.

Afgelopen donderdag trouwens de eerste serieuze wandeling gedaan met Jeppe. Wat een stilte! Op het gakken van de honderden ganzen na, was er eigenlijk geen geluid te horen. In de verte duikt soms iets op wat lijkt op een groot wit flatgebouw midden in het akkerland. Bij nader toezien is het een boot die boven de dijk uitsteekt en langzaam wegschuift. Uit de graskant vloog een dozijn kramsvogels op, aan het eind van de wandeling vonden we in de wegkant een dode haas. Verkeersslachtoffer. Nét geveld, want het bloed was nog mooi rood.

Op de terugweg zijn we langs het Groot Eiland gereden, aan Luntershoek. Het is – ook voor mij – op fietsafstand van ons Zeeuwse huis. Er staan 2 kijkwanden (één heb ik al vanaf de weg ontdekt: het is een stelling op hoogte, zodat je de plas goed kan overzien), er is een wandeling uitgezet die ongetwijfeld veel doorkijkjes biedt op de waterpartijen. Iets zegt mij dat we hier veel tijd gaan zoekbrengen. Er zaten in elk geval al futen, zilverreigers en ander raar gevogelte te wachten om gemeld te worden op waarnemingen.nl. Wat we dan ook gedaan hebben. Mogen er nog veel volgen!