Die ochtend aan het ontbijt …

 

… was er een grote verscheidenheid aan gasten die kwamen aanschuiven. Zelfs soorten die we in Kruibeke nooit aan het buffet hadden (voor zover we weten): spreeuw en distelvink.

Ze kwamen in paren of single. Sommigen hadden alle tijd, wegens vakantie. Anderen moesten zich haasten om nog gauw hun lesmateriaal mandenvlechten bijeen te zoeken…

Brutaaltje …

Donderdag één van onze laatste en voornaamste attributen opgehaald op onze oude stek. Gisteren heeft Manlief het voederstation een nieuwe plaats gegeven, goed in het zicht van de veranda. En binnen de paar uur kwam dit brutaaltje aanschuiven. Hij zag me heel goed staan in de veranda, keek regelmatig recht in de lens. Maar hij is niet eerder vertrokken dan dat hij zijn buikje vol gegeten had aan het laatste wintervoeder dat we nog hadden. Ik serveer liever nog even door tot het op is, dan het oud te laten worden in het schuurtje.

Laat één ding duidelijk zijn: deze groenling weet wat hij/zij lust en wat niet. Gelukkig kwam even later een merel opruimen onder de cilinder …

 

Duidelijkheid …

Dat is wat we vooral moeten verkrijgen over de tuin. Over wat de Engelsen “hard lanscaping” noemen, zijn we het al wel eens geworden: welke paadjes blijven, welke worden opgebroken, waar komt gras en wat doen we met die met klimop begroeide “arc de triomphe” en  met die plastic vijver (voor beide geldt: wegwezen).

Over de beplanting is er minder duidelijkheid. Je moet eerst weten wat er staat en naar waar je het eventueel wil verplanten, vóór je over nieuwe aanwinsten kan gaan nadenken. Zoals eerder gemeld, ben ik voorstander van continuïteit in de bloei. Om er zeker van te zijn dat eventuele gaten in mijn geheugen ons geen dubbel werk bezorgen, ga ik nu een fotografische inventaris maken. Jeppe presenteert zich voor vandaag als gids:

DSCN2065

Het tuinhuis aan de rechterkant is gedoemd te verdwijnen wegens zo rot als Brusselse stinkkaas. We hebben het tijdelijk opgelapt zodat de fietsen nog even onderdak hebben tot het nieuwe tuinhuis er is. Intussen staat daar een knalgele forsythia naast te pronken. Blauwe druifjes hebben hier en daar een gaatje gevonden in het plantfolie, dat -samen met een paar ton grind- onder mijn ogen uit moet. We staan nog in dubio of we dit voederhuisje behouden of vervangen door de paal met cilinders die we meegebracht hebben uit Kruibeke. Vermoedelijk het eerste en dan komt die paal in de volgende foto.
Van de scheefgesnoeide boom/struik links van het voederhuisje zijn we nog niet zeker wat we er van mogen verwachten, maar het zou weleens een paarsbladige cotoneaster kunnen zijn. Jeppe wacht vol ongeduld op de ontwikkelingen vooraan in beeld. Hier en daar staan wat plukjes spirea en hortensia’s vinden we overal in volle grond zowel als in pot. De buxushaagjes verdwijnen. Wat er voor in de plaats komt weet ik nog niet, maar het moet in elk geval minder formeel zijn (en geen scheerbeurt nodig hebben).

DSCN2063

Dit is dus die beruchte “arc de triomphe”, van de zijkant gezien. Op zich hebben we niks tegen klimop, integendeel. Maar deze boog staat echt op de meest verkeerde plaats. Tenzij je het naar de straat brengen van een afvalcontainer als een triomftocht beschouwt. Knal in de focus, zodat je erachter net zo goed niets meer kan zetten want je ziet er toch niets van. Weg. En eventueel een beter plekje zoeken om klimop te zetten. Die mini-duiventil staat naast een plastic vijver die over geen enkele vorm van charme beschikt en dus noch vogels, noch andere vormen van leven kan verleiden om onze tuin wat vaker te bezoeken.

DSCN2062

De grijsgele tegels rechts worden vervangen door gras. Het roodgrijze dambord moet plaats maken voor een verbreding van het perk op de voorgrond. Het pad komt dan (met andere tegels) meer naar links, zodat er meer evenwicht in de beplante zones ontstaat. Alle hortensia’s zou ik in het linker perk bij elkaar willen zetten, zodat ze in de bloeitijd één groot boeket vormen (met een beetje geluk zelfs in verschillende kleuren). In dit rechter stuk moeten vooral bollen en veel kleinere bloeiende planten komen (o.a. die schoenlappersplant).

Ik had eerst bedacht om klimop tegen die dode boom in de achtergrond te laten klimmen, maar bij nader inzien is dat misschien niet zo’n goed idee, want de struiken errond gaan ook gewurgd worden. Wat er langs dat klimrekje aan het andere tuinhuis groeit, moeten we nog even afwachten. Een druivelaar? Voorlopig ziet het er nog kaal uit (maar dat is ook in Kruibeke het geval bij onze druivelaars). De afvalbakken zijn wat verplaatst, want de pimpelmezen die in het nestkastje zitten, vonden het niet prettig als hun zicht belemmerd werd door een openklappend deksel. Klant is koning …

DSCN2058

Tussen al dat struikend geweld heb ik toch speenkruid en mini-viooltjes gevonden:

DSCN2066

Van de meeste planten hebben we intussen wel door wat het is en dus wat we er kunnen van verwachten. Maar af en toe zit er toch een verrassing tussen. Zo was tot een paar weken terug absoluut niet te bedenken wat het kleine struikje naast het raam van de voorraadkamer was. Begin deze week kregen we al een vermoeden en sinds gisteren is er geen twijfel meer mogelijk: Magnolia kobus. Ik heb het niet zo voor magnolia’s. Vooral niet voor die met die enorme, bijna kunstmatig ogende lotusbloemen. Té overdreven. Maar deze kleinbloemige soort zou weleens mijn hart kunnen stelen:

En om op een makkelijke manier te weten te komen wat hier allemaal welig zou kunnen tieren, hou ik de voortuintjes in het dorp in de gaten. Van twee planten kan je al met zekerheid stellen dat die zich hier thuis voelen. Overal staat (winter/voorjaars)heide in volle bloei. Stevige, weelderige struiken waar geen takje van te zien is vanwege de uitbundige bloemen waar kilo’s hommels en bijen omheen zoemen.
Een andere plant die het goed doet, is de schoenlappersplant of olifantsoor. Ik had er ook een paar staan in Kruibeke, maar die zagen er altijd uit alsof ze zich afvroegen:”gaan we dit jaar dood of wachten we nog een jaartje?”. Hier heeft iedere voortuin een aanzienlijke partij van die voorjaarsbloeiers staan. Allemaal dingen die ik hier moet noteren (onthouden is hopeloos) voor als we aan de slag kunnen. Als de aannemer nu snel de nieuwe omheining komt plaatsen en al de afgedankte “landschapselementen” uit de tuin meeneemt, kunnen we er in vliegen. Mijn handen jeuken al!

Eén vaststelling hebben we al gedaan: onze tuin mag dan maar 1/3 zijn van onze vorige, het zal ons niet aan “huurders” ontbreken. Van de genoemde pimpels verwachten we dat ze het al naar hun zin hebben. Ze zijn naarstig aan hun eigen verbouwingen bezig. Ook regelmatige bezoekers (al denk ik dat ze bij de buren intrekken): een stel merels, een aantal spreeuwen waarvan er eentje is met een respectabel repertoire imitaties, gaande van buizerd over mobieltune tot een baasje dat naar zijn hond fluit. Bij de vlinders konden we al kleine vos, citroentje, (Icarus?)blauwtje en koolwitje noteren. En vorige week kwam een penseelkever kijken wat er in de postbus stak.

En niet in onze tuin, maar er niet ver vandaan staat al pinksterbloem te bloeien. Iets zegt me dat het een spannende lente wordt!

Tellen, tellen, tellen, …

De Vlaamse natuur heeft haar nieuwjaarsbrief afgeleverd in mijn mailbox: Het grote vogelweekend. Omdat ik me intussen toch al wel een aantal jaren engageer om mee te tellen, heb ik het direct aangestipt in mijn agenda.

Vond ik deze week op Twitter ook nog: De Nationale Tuinvogeltelling 2017. En omdat we binnen niet al te lange tijd toch ook een tuin in Zeeland te beheren hebben, dacht ik “waarom ook niet?”.Tot ik de data in het oog kreeg. Dat wordt een spreidstand waar ik op mijn leeftijd moeite mee ga hebben, vrees ik.

Zaterdag “thuis” in Vlaanderen, zondag “thuis” in Zeeland? Als weer en wegen het enigszins toelaten: waarom niet. Ik heb in elk geval deze week al de voederplanken in onze Zeeuwse tuin gevuld om aan de pluimballen ginds te laten weten dat er weer voor hen gaat gezorgd worden. Aan het aantal voederplaatsen en nestkasten te oordelen hebben onze voorgangers op dat adres zich ook ingespannen op dat vlak.

Afgelopen donderdag trouwens de eerste serieuze wandeling gedaan met Jeppe. Wat een stilte! Op het gakken van de honderden ganzen na, was er eigenlijk geen geluid te horen. In de verte duikt soms iets op wat lijkt op een groot wit flatgebouw midden in het akkerland. Bij nader toezien is het een boot die boven de dijk uitsteekt en langzaam wegschuift. Uit de graskant vloog een dozijn kramsvogels op, aan het eind van de wandeling vonden we in de wegkant een dode haas. Verkeersslachtoffer. Nét geveld, want het bloed was nog mooi rood.

Op de terugweg zijn we langs het Groot Eiland gereden, aan Luntershoek. Het is – ook voor mij – op fietsafstand van ons Zeeuwse huis. Er staan 2 kijkwanden (één heb ik al vanaf de weg ontdekt: het is een stelling op hoogte, zodat je de plas goed kan overzien), er is een wandeling uitgezet die ongetwijfeld veel doorkijkjes biedt op de waterpartijen. Iets zegt mij dat we hier veel tijd gaan zoekbrengen. Er zaten in elk geval al futen, zilverreigers en ander raar gevogelte te wachten om gemeld te worden op waarnemingen.nl. Wat we dan ook gedaan hebben. Mogen er nog veel volgen!

Even terug normaal …

De afgelopen weken waren hectisch, super vermoeiend en om gek van te worden. Blij dat het leven weer even normaal wordt (voor zover mogelijk in de eindejaarsperiode, maar soit) en we het weer wat rustiger aan kunnen doen.

Weer tijd om wat regelmatiger voor het voederstation in de tuin te zorgen, zodat we wat betrouwbaarder zijn voor onze gevederde vrienden. De vogels hebben het al in de gaten, dus de camera en de verrekijker komen weer uit hun schuilplaats.

Vorige week kwam de sperwer al eens op de haag zitten om te zien of hij een mus of mees kon komen “plukken”. Sinds eergisteren is de reiger ook weer van de partij. Gisteren zag ik hem opvliegen met een mol in de snavel. Als hij daar de smaak van te pakken krijgt, raken we hier misschien eindelijk van dat berglandschap in de tuin af. Overbuur heeft begin dit jaar een (ultrasoon?) systeem in zijn tuin geplaatst en dat jaagt al dat ondergronds gedierte naar ons toe. Je kan maar beter niet in het donker in het gras gaan lopen, want daar kom je niet ongeschonden van terug.

Er is ook weer tijd voor langere wandelingen met het hondje. Hier en daar even stilstaan en kijken wat er op de weilanden zit of overvliegt. Achter ons huis zaten vorige week een 20-tal wulpen. Ze verzamelen daar elk jaar en blijven er soms wekenlang hangen. Nu hoor ik nog alleen af en toe één achterblijver roepen, want de rest heeft zich blijkbaar verplaatst.

Er wordt wat afgevlogen de laatste tijd. Even leek het wat rustiger te gaan met de trek, maar de voorbije week werd het weer drukker in de lucht. Nieuwe koudegolf in noordelijke streken? Gaat de winter écht beginnen?

Een fikse wandeling naar het Kortbroek kan nu ook weer. Van daar een flink eind de Scheldedijk of het jaagpad op. En daar wordt niet alleen Jeppe blij van. Nu nog even genieten van de vertrouwde paden. Straks nieuwe horizonten en wijdse vlakten verkennen.

En een laatste keer de bezoekers in deze tuin tellen in het weekend van 27 en 28 januari 2017: hier vinden jullie alle info om mee te kunnen doen

Spitsroeden lopen…

Nu had ik zo gedacht: de vogels zullen blij zijn dat er weer à volonté gevoederd wordt in de tuin. Ze gaan me heel graag zien, mijn gevederde vriendjes.

Viel dat dik tegen, zeg. Vanmorgen, tijdens het hondenrondje, was het echt spitsroeden lopen. Ik ben minstens een keer of vier bekogeld met noten en eikels.

Overigens was het niet zo persoonlijk bedoeld, denk ik. Een paar kraaien vlogen met hun buit hoog in een boom en gooiden die dan naar beneden. De bedoeling was dus om het asfalt als aambeeld te gebruiken. Maar dat stomme mens moest er natuurlijk weer onder gaan lopen…

Eendjes voeren …

Het zal intussen al wel common knowledge zijn dat ik dagelijks (in 2 beurten, weliswaar) op z’n minst een kilometer of 10 rondzwerf in de buurt van ons huis. Hondjes laten hun baasjes graag regelmatig uit.

Op die omzwervingen passeer ik op aansturen van het hondje nogal dikwijls langs “de put van T.”. De familie T. baat al generaties lang een hoeve uit waar een grote waterpartij naast ligt. Nog dit voorjaar werd de put gekuist, de knotwilgen op het eilandje en aan de oever werden geknot en het riet gemaaid. De omstandigheden leenden er zich toe: het werk op het land was nog beperkt en de waterspiegel stond laag.

Er zitten eenden, ganzen, waterhoentjes en heel vaak ook een blauwe reiger, die intussen door heeft dat hij rustig kan blijven zitten als wij langs komen omdat wij geen gevaar opleveren. Tot vorig jaar zat er ook een statig zwanenechtpaar. Maar in de nazomer van 2015 bleek hij opeens weduwnaar te zijn.

Die dingen gebeuren natuurlijk. Ik hoop voor de zwanendame dat ze rustig aan de oude dag gestorven is en niet door de ondoordachtzaamheid van sommige mensen.

Want op de late namiddagronde komt het soms voor (op maandag, meestal) dat ik een auto zie stoppen aan “de put van T.”. Een goedmenende (?) dame stapt dan uit en gooit de broodresten van het weekend in het water en op de oever om de eendjes te voeren. Waarom ze altijd zo gehaast is om weg te komen vóór ik haar dit kan afraden, weet ik niet …

Als er nu iéts is waar eenden, ganzen en zwanen geen boodschap aan hebben, dan toch wel brood. De voedingswaarde voor deze dieren is cerocerocero, cerocerocerocero… nada. Bovendien begint het spul – indien geweekt in het water, of nadat de vogels zich te pletter gedronken hebben om die droge knoesten in te slikken – in hun maag en darmen te gisten met alle gevolgen vandien. Als ze er al niet in stikken omdat ze de brokken niet door hun keel krijgen.

Gelukkig zijn de vogels op de “put van T.” slimmer dan dat en ze laten het brood voor wat het is. En wie had u gedacht dat er dan aanschuift aan het banket? Juist, de ratten! Zeker nu de oogst van het land gehaald wordt en ze het dus met veel minder moeten doen. Jeppe wil de laatste tijd alleen nog maar langs die route en geloof maar niet dat hij dan naar de wolken loopt te kijken. De neus in de graskant en als ik hem niet meesleur sta ik daar een paar uur later nog want meneer is op jacht. Prooi genoeg! Je zal er maar naast wonen.

En als het dan nog bij de stank van gistend, verzurend brood bleef. Maar er zijn er ook die het brood niet eens uitpakken. En die plastieken tasjes kunnen precies nog harder kweken dan ratten …

img_20161025_170102