Eilandgevoel

Wat is nu eigenlijk dat eilandgevoel? Leg dàt maar eens uit aan iemand die het niet kent…

Het eilandgevoel, dat is: leven in 1e versnelling.
De boot die langzaam loskomt van de wal en dan het vasteland zien wegschuiven. De krant wat later lezen omdat ze “van de overkant” moet komen. En wat er in staat kan je niet raken. “Detached” noemen de Engelsen dat, geloof ik.

Het eilandgevoel, dat is meegaan met het ritme van de getijden want als je de wadvogels wil zien of het strand breed wil hebben, moet je het tij in de gaten houden.
Dat is dat gevoel van overgave aan de grillen van de natuur, zon en zee, maar ook wind, jagende luchten, striemende regen …

Het eilandgevoel, dat is het gevoel van isolatie, al is dat vooral op Texel relatief omdat je in no time op het vasteland kan zijn, maar toch.
Je ziet het ook aan de mensen: er is die rust, dat “wat kunnen ze me nu helemaal maken?”, maar ook “wij samen tegen de rest” want in een kleine gemeenschap ben je op elkaar aangewezen.

Het eilandgevoel? Dat is gewoon puur.

Weer in het land …

Zo, hier zijn we weer. Twee weekjes neergestreken op een ander nest, je weet wel, dit nest. En dan probeer ik het hier een beetje neutraal te houden en niet teveel te schrijven wat kan verraden dat ons nest leeg staat. Wie weet wie er allemaal mee leest.

Het was weer leuk. Erg leuk. Best veel meeval gehad met het weer ook, al hebben we minder kunnen fietsen dan we gehoopt hadden. De Nederlanders stampen er nog altijd even enthousiast op los bij windkracht 9, maar zo gek zijn wij nu ook weer niet. Vooral als het niet echt hoéft. En op vakantie hoeft niets, maar kan alles. Regen: 1 dag met stevige buien en dan nog één waarop je af en toe dacht:”er valt precies een druppel” en dan was het weer over. Maar ook: lekker in het zonnetje, in de beschutting van het huisje op het terras eten of van een glaasje wijn genieten.

Fietsen. We hebben deze auto al 7 jaar en na 2 jaar besloten we een fietsregaal te kopen om af en toe eens ergens een dagje te gaan fietsen. De enigen die dat regaal tot hier toe gebruikten, was een stelletje merels dat er een nest op gebouwd had en er twee klutsen eieren op had uitgebroed. Dat ding is in geen jaren van de garagemuur af geweest. De fietsen schoten ook bijna wortel. Wij en tijd om eens een dagje uit te rijden? Er kwam altijd wel iets tussen en anders was de fut er uit of zat het weer tegen.

Maar ik wilde een fiets waar ik comfortabel op zit tijdens de vakantie en dat blijkt op Texel net een tikkeltje moeilijker dan op Terschelling. Dus: maanden op voorhand gepland om dat regaal eens op de trekhaak te zetten en de fietsen uit te laten. En je raadt het al: dat moest nog dringend gebeuren twee dagen vóór vertrek. Gelukkig hebben we een buurman die wel héél vertrouwd is met fietsvervoer en die bereid was onze opstelling even te keuren, want naar ons gevoel wiebelde de hele handel wel vervaarlijk. Goedgekeurd en gerustgesteld. We konden vertrekken. Intussen hebben we de truc te pakken, zijn we minder ongerust op de baan, want het zijn niet de fietsen die achterover hellen, het is de achterruit van de auto die nogal naar binnen leunt.

Het was er druk. Naar ons gevoel een beetje te druk, maar zonder dat we daar dan ook weer veel last van hadden. Toch willen we in het vervolg onze timing wel wat aanpassen. Behalve de 600e verjaardag van Texel viel er nog een vogeltelweekend in (dit weekend, maar de tellers kwamen al een paar dagen vroeger vanwege een lang hemelvaartweekend). En ik heb veel Duitse koppels met kinderen gezien, dus ik denk dat het daar lentevakantie was.

We waren nog maar net neergestreken op ons vakantienest en er kwam bericht van het thuisfront: op 4 mei, om 4:12 is onze jongste kleindochter geboren. Flink te vroeg, maar een vechtertje dat zich in de couveuse een eigen weg naar de toekomst gaat boksen. Ze lacht ons nu al uit om onze bezorgdheid, want ze steekt standaard haar middenvingertje op naar de wereld. Vijf kleindochters hebben we nu. Als die eens een dagje samen het giechelen in hebben zullen we het geweten hebben. 🙂

Ik denk dat we het onderste uit de kan gehaald hebben deze vakantie. De tweede maandag ben ik zelfs om 5:15 in de auto gestapt om aan de andere kant van het eiland om stipt 5:45 aan een vroegmorgenwandeling aan de Horsmeertjes te beginnen. Een uitgestrekt gebied met duinmeertjes en begroeide duinen. Zo rond 8:15 kwamen de eerste vogelaars aan, met het idee dat zij vroeg waren. Ik kon hen een illusie armer maken, want mijn toer zat er toen bijna op.

Wegens zoveel goed weer is het er ook nog niet van gekomen om in de reisverslagen op de pagina vakanties dichtbij de natuur de foto’s weer te linken. In de gewone blogjes is dat inmiddels gebeurd en de video’s zijn ook bij de reisverslagen gekoppeld gebleven, maar door de blogfusie vorig jaar moeten de foto’s nog opnieuw gelinkt worden. Komt binnenkort wel in orde. Net als het verslag van deze vakantie.

Bij thuiskomst vonden we onze trouwe tuinbewoners in goede orde terug. In het nestkastje achter het tuinhuis zitten mezenjongen hun ouders tot het uiterste op te jagen om maar voldoende eten aan te brengen. Ik had net niet de tijd om te zien of het een kool- dan wel een pimpelmees was die achter het hoekje verdween. Daar kom ik nog wel achter.
Aan de feeders is het nog elke ochtend gezellig samen tafelen: grote bonte specht, koolmezen, mussen en … een stelletje groenlingen mét bedelend jong! Ze kunnen niet ver van ons huis af wonen, want toen ik gisteren de feeders wat bijvulde, zaten ze binnen een halve minuut te smikkelen.
De blauwe reiger zal weer even moeten wennen aan speurende ogen achter het raam en toen ik vanmorgen het rolluik van de slaapkamer optrok, zag ik een mannetjeseend in de voortuin zitten zonnen in de beschutting van de haag.

Moéten we eigenlijk wel op vakantie om vogels te zien?

PS: de nieuwe header is een foto die ik maakte op zaterdagochtend 2 mei, rond 5:45, vanop de vissteiger aan de Roggesloot in De Cocksdorp. Dat van vroeg opstaan en gouden tanden is dus waar …

Nieuwe links voor de vogel/natuurliefhebber…

Al een aantal jaren staat in mijn blogroll de link van het Vogelinformatiecentrum in De Cocksdorp op Texel.

Voor ons is het maandelijkse nieuws over waarnemingen e.a. een fijne manier om voeling te houden met één van onze vaste vakantiestekken. Het verwonderde ons dan ook wel (en ik moet toegeven: het stelde ons ook teleur) dat die korte nieuwsflashes achterwege bleven. In de wetenschap dat maker Marc Plomp aan een lange film werkt over de Wadden, konden we hem dat wel vergeven, maar toch: het bleef een gemis.

Maar er is nu goed nieuws! Na navraag ter plekke (en zoals mocht blijken uit een post op de oude stek, de dag na mijn laatste bezoek aan die site) kan de informatie bijna niet meer op.
Er is de afgelopen tijd heel hard gewerkt aan 2 nieuwe sites: http://www.vogelexcursiestexel.nl/ (met nieuws over geplande excursies onder begeleiding van ervaren gidsen) en http://www.wadden.tv/ met natuurnieuws heet van de naald. Op die laatste staan nu de nieuwsflashes. Ook aan de oude site wordt nog gewerkt, maar daar kan ik ook nog niets over zeggen.

Wie – net als wij – dus op de hoogte wil blijven van wat er te verwachten staat en wat er al gebeurd is op vogeleiland Texel (en af en toe ook op de buureilanden, neem ik aan), die kan de bovenvermelde links best ergens goed bewaren. Of ze hier weer komen ophalen.

Baardmannetjes …

Een tijdje geleden zag ik in het programmablad een aflevering van de natuurserie “Baardmannetjes” aangekondigd op omroep MAX. Nu roept die titel bij mij onmiddellijk dit prachtige beeld op van de Panurus biarmicus, een vogel die ik doodgraag eens met eigen ogen in de vrije natuur zou zien. Maar of daar nu een hele serie mee kon gevuld worden? Ik vermoedde een valstrik en negeerde de uitleg die er bij stond.

Ik vergat de hele aankondiging tot ik vorige week vrijdag pardoes in een aflevering zapte. Tja, daar hadden ze me even goed bij de neus. Het is een natuurprogramma, er wordt wat afgevogeld, maar de baardmannetjes van dienst zijn schrijver Hans Dorrestijn en Nico de Haan van het Vogelkijkcentrum en gangmaker van Natuurmonumenten. Samen trekken ze er zes weken lang op uit met een klein camperbusje. Ze bezoeken telkens één van de vele vogelrijke gebieden in Nederland en voorzien hun ontdekkingen van het nodige commentaar. Nico heeft het over de dieren en hun habitat, Hans loopt er vooral op een wat dreinerige manier bij te brommen. Samen geeft dat een stel gekke vogelaars die je op een humoristische manier leren genieten van de natuur. Vooral Hans haalt daarbij nogal eens een heilig huisje van de freaks onderuit met zijn wat nasale zeurstem.

Vorige week ontspon zich zo de discussie over de totaal niet ter zake doende inmenging van taalpuristen bij de naamgeving van vogels. Blijkt een winterkoninkje opeens een hele winterkoning te zijn, ook al is ie nog steeds het kleinste balletje veren in onze contreien. En een baardmannetje wordt baardman, zonder in het leger te hoeven. Een vlaamse gaai is vanaf nu gewoon een gaai, al had dat voorvoegsel helemaal niets met zijn afkomst te doen maar met zijn “vlammende” karakter. En samen met onze baardmannetjes vragen wij ons af waar die betweterige omslag nu eigelijk voor nodig is. Laat die taalpuristen nou maar verder zoeken naar dt-fouten. Als ze zich met onze vogels willen bemoeien moeten ze maar rubberlaarzen aantrekken en met een verrekijker om de hals de natuur intrekken. Kunnen ze hun eigen ongevraagde bemoeizucht leren relativeren …

Gisteren waren ze in de Biesbosch, die ook bij ons nog op het to do-lijstje staat. Zien ze daar eerst een zeearend (Hans superblij, voor zover die ooit enthousiast is, want die stond op zijn verlanglijstje), een beetje later varen ze onder een volwassen én een jonge visarend door (Hans alweer superblij, voor zover die ooit enthousiast is, want die stond ook op zijn verlanglijstje). Maar als ze dan aan het eind van het programma een rietzangertje aan een rietstengel zien hangen om zijn rrrrr-etjes te draaien, dan is Hans nóg eens superblij, want -al is dat kleine vogeltje helemaal niet zo’n excentriek beestje voor de fanatieke vogelspotters- het is en blijft een voorrecht om het zo duidelijk te zien en horen.

En ondanks dat ik soms ongans wordt van zijn stem, Hans heeft het bij het rechte eind: je mag je ook verheugen over een “gewone” mus, alleen al omdat het er geen dooie is. Hoe komt het toch dat de mens tegenwoordig alleen nog warm kan lopen voor een exotische fooi en de eigen rijkdom niet meer ziet? De overdreven waarde van “zeldzaam” moet dringend weer ingeruild worden voor de ooit verloren kinderlijke verwondering, want anders zijn binnenkort al onze eigen planten en dieren uitgestorven voor we er erg in hebben.

Jammer dat ik dus nu pas in dat programma gedonderd ben. Volgende week vrijdag is er alweer de laatste aflevering, zo rond 21:20.

Terschelling bis…

Het moet  -als ik goed terugtel – zo’n 16 -17 jaar geleden zijn dat we de eerste keer naar Schilge kwamen. Ons derde waddeneiland, na Texel (in ’82 dat weet ik zeker) en Ameland (moet ongeveer ’90 geweest zijn).

We boekten een weekje in het kleinste Parnassia-apartement en lieten de auto aan de wal staan. Geladen met rugzakken met kleren en tassen met fototoestellen, natuurgidsen en rubberen laarzen sleepten we onszelf de boot af en de bus op. Wat me van die aankomst altijd is bijgebleven is het feit dat in Hoorn iedereen in zijn beste kleren in erehaag langs de straat stond. Niet voor ons (gelukkig!), maar voor een overleden buur wiens afscheidsdienst moest gaan beginnen. Een beetje luguber gevoel, dat wel. Maar ook een voorbeeld van hoe in zo’n kleine gemeenschappen nog met elkaar omgegaan wordt.

Ook in ons geheugen gegrift is die eerste dag die we daar doorbrachten. Stórm!!! We konden niet aan de verleiding weerstaan om naar het strand te gaan en ons te vergapen aan het natuurgeweld. We moesten onze voeten tot boven de enkels ingraven in het zand om overeind te blijven. De grote vlokken zeeschuim vlogen ons om de oren en ij zo na midden in ons gezicht. Met kompleet leeggeblazen koppen kwamen we terug in het piepkleine flatje en genoten nog urenlang na.

Het derde eiland zou het goede worden want we voelden ons onmiddellijk thuis. We zijn er sindsdien zo vaak terug geweest dat we de tel kwijt zijn. Soms schoten we eens een jaartje over, het volgende jaar kwamen we twee keer. Begin februari werd vaste prik, als alternatief voor alweer 2 etentjes en feestjes en geschenkjes voor onze beide verjaardagen in die periode. Er samen op uit na de drukte van kerst en eindejaar, dàt was nog eens jarig zijn!

De tweede en derde vakantie verbleven we in een klein peperkoeken huisje naast de kerk. Met een eigen tuintje waar de vogels zich tegoed kwamen doen aan de bessen op de struiken en de kaasrandjes en oud brood op de tuintafel. We sliepen in ouderwetse alkoven. Niet echt luxe, maar het was eens iets anders.

Ik herinner me nog levendig de tweede keer in dat huisje. Bij aankomst stond in de zithoek naast de tv een antiek Mariabeeld, zeker 80cm groot. Het was onmogelijk om er niet naar te kijken als je in de zetel zat. We hadden helemaal niet op een chaperone gerekend en hebben haar heel oneerbiedig met haar gezicht naar de muur gezet en het tafelkleed er overheen gehangen. Wat niet weet niet deert…

Die tweede keer hadden we ook al een meelopertje bij: Nicky. Van een salonhondje naar een vrijgevochten miniwolfje, vrij rondopend op een enorm strand en in eeuwenoude duinbossen. Helemaal mee van Heartbreak Hotel tot het Amelander Gat en terug. Ik moest haar de auto uit en het huisje in dragen, want haar pootjes konden niet meer. Die van ons deden het niet veel beter. Pas na een paar uur was ze in staat haar bakje leeg te eten.

Toen ook Floor er bij kwam, en zeker toen de kids ons voor een weekend kwamen vervoegen, weken we uit naar het grootste apartement. Ook nu we met z’n tweetjes zijn blijven we daar aan houden. We komen al lang niet meer met de bus, boeken voor twee weken omwille van de dure overzetkosten en slepen niet alleen een paar natuurgidsen, maar ook een bak tekenmateriaal, statieven, telescoop en camera’s mee. Boeken voor als het weer zo slecht is als vandaag. En als we naar huis gaan hebben we altijd nog meer boeken bij, want Rosenberg in Mids, maar vooral Funke in West hebben goede klanten aan ons. Dan heb je wat meer ruimte nodig.

We worden stilaan een beetje deel van het behang. Jaartje overgeschoten? “Oh, jullie zijn er toch weer! We hebben jullie gemist”.

We hebben zo’n systeem om altijd nog “iets te doen” over te houden voor een volgende keer. “We moeten daar nog eens voor terugkomen.” Zo hebben we dit jaar het kerkhof van Hoorn bezocht en de kerk die er middenin staat. Een alleraardigste mevrouw in lokale klederdracht vertelde ons wat over de restauratie van het stemmige eenvoudige gebedshuis. Op een gemoedelijke manier, niet belerend maar met veel kennis en liefde.
En toen we over het kerkhof liepen zagen we ineens de naam van een bekende: Wim, onze eerste huisbaas.

Het geeft te denken als je zelfs van huis weg bekenden aantreft op een kerkhof…