Tiengemeten, dat hebben we geweten ..!

Vooral door die 63 muggenbeten binnen de eerste 24 uur na aankomst.

We vonden – vorig jaar al, denk ik – het aanbod van vakantiehuisjes die door Natuurmonumenten worden verhuurd onder de naam van Buiten Leven. Die van SBB hadden we ook al eens online bekeken, maar daar mogen nergens honden mee, dus niet voor ons van toepassing.
Dat zag er allemaal nogal veelbelovend uit, hoewel prijzig, maar gezien de unieke locaties wilden we dat toch eens uitproberen. En in sommige van die huisjes mag de hond wél mee, als je hem tijdens het wandelen maar aangelijnd houdt.

We besloten een midweekje te boeken dicht bij huis, in de maand mei. Op Tiengemeten. Een microscopisch klein beestje en de lockdown beslisten daar anders over. Het werd dus september. Ook maar nét, want enkel omdat de Haringvliet een natuurlijke barrière leek te vormen in een verder rood gekleurd Zuid-Holland, konden we toch gaan. Als we maar niet stopten en uitstapten op het omgevende “vasteland”.

De weersverwachting was goed. Enkel de laatste dag kon een beetje bewolkt zijn. Dus waaile weg.

Bij aankomst viel al direct één ding op. Of beter gezegd: duizenden dingen. Muggen, met name. Hongerige muggen, om precies te zijn. En laat mij dus nogal overgevoelig zijn voor de “nauwe contacten” met die krengen. Lang, jeukend verhaal kort: tegen de avond had ik 42 steken, de daarop volgende 24 uur kwamen er nog 21 bij. Grote. Bulten. Die om de paar uur beginnen te jeuken like hell. De rest van die midweek kon dus maar beter méér dan behoorlijk meevallen om mijn humeur in bedwang te houden.

Het huisje was gezellig, mooi gelegen, gerieflijk. Alleen zaten er een paar honderd vliegen binnen, waar we dus een tijdje zoet mee waren, allebei gewapend met een vliegenmepper. Die paar spinnen die probeerden te helpen met in alle hoeken netten te spannen, konden het ook niet gebeteren.

De volgende ochtend bleek er iets niet in orde met het elektronische codeslot. Naar het contactnummer gebeld: binnen het uur stond er een klusjesman voor de deur. Die fixte het probleem en liet op de koop toe nog een spuitflesje deet achter. Dat was me alleszins een kop koffie waard, want de brave man moest wel wachten op het volgende pont.

Dat van die morgenstond en zo…
… maar dan met karrenvrachten diamant er bij.
Ook parelkronen bij de vleet…

De omgeving: mooi, stil (als de dagjestoeristen weg waren), en de volgende ochtend sprookjesachtig toen de zon door de mist brak. In de tuin hadden we steevast het gezelschap van een koppel witte kwikstaarten met hun vier opgeschoten pubers. Palend aan de tuin lag een slotenstelsel waar wilde eenden, talingen, (zilver)reigers, knobbelzwanen en tafeleendjes kwamen buurten. In de late namiddag kwamen de hooglanders onze kant op. Eéntje zelfs letterlijk: die waadde door de sloot en kwam net onder de afrastering staan grazen. Iets wat Jeppe met héél grote ogen zag gebeuren. Veel durfde hij er niet tegenin te brengen. Ter compensatie heeft hij zich kwaad gemaakt tegen de vuurpan die op het gazon stond opgesteld.

Zo af en toe deed ’s avonds de schotelantenne ook iets en dan kwam er steevast iemand meekijken of er natuurdocu’s waren.
Omdat je geen niet-opgegeven gasten mag meenemen in het huisje, heb ik hem (haar?) met zachte hand buiten gezet. Luttele seconden na deze foto nodigde Jeppe hem (haar?) uit om te spelen. Dodelijk!
Een boomstam die er bij de voet uitziet alsof hij van spons is + een duidelijk hoorbaar gegons
= de bouwmarkt van een stuk of wat hoornaars.

Vakantie houden op Tiengemeten is eigenlijk een veredelde vorm van kamperen, want winkels zijn er niet. Je moet dus je kostje meenemen. Omdat het maar voor 3 dagen was, heb ik het mezelf makkelijk gemaakt: sandwiches, zakken soep en broodbeleg voor ’s middags en bij de AH had ik opwarmmaaltijden meegenomen. Nog nooit eerder gebruikt, maar ze vielen mee. Als je daar niet full time op aangewezen bent, is het een oplossing.

We hebben er gewandeld, Manlief heeft er een fiets gehuurd, ondanks de irritante muggen hebben we wel genoten. Maar – de naam zegt het zelf – Tiengemeten is niet groot en de derde dag geloofden we het wel. Het weer sloeg inmiddels om en om daar nog een halve dag naar de opkomende regen te zitten kijken om nog een extra nacht over het toch niet zo comfortabele bed te beschikken …

In de voormiddag hebben we de fiets terug gebracht en nog een wandeling gemaakt. Na de lunch hebben we gepakt en zijn we met de veerpont overgezet en naar huis gereden. Het was goed, maar of het -voor die prijs- ook voor herhaling vatbaar is, weet ik nog niet zo zeker.

Vogelaarstrek …

De vogeltrek is volop aan de gang. Zo ook de vogelaarstrek. Terwijl vinken, putters en koperwieken de beschutting van kreupelhout opzoeken, wisselen bonte pieten, kievitten, scholeksters en goudplevieren de polder af met het wad, afhankelijk van eb en vloed.

BBC_8420

Aan de waterlijn op het strand zitten gemengde groepen meeuwen te genieten van het zeebanket en voorbij de branding hangt een veelvoud van hen rond de garnalenkotters om het ophalen van de netten nauwgezet te scannen.

De ganzen vliegen soms in een grote groep op, die in de lucht in stukjes breekt en er een hele tijd over doet om weer op de grond verenigd te worden. Grauwtjes, kolganzen, rotjes, … Ze zijn nog lang niet voltallig. De meerderheid is nog onderweg of misschien zelfs dàt nog niet eens, want het blijft te zacht weer.

BBC_8662

In de duintoppen zitten andere vogels: groen pak, dikke muts, driepikkel met een kanjer van een telescoop voor hun neus. Er wordt gezocht, gekeken, gediscussieerd en – echt waar – zo af en toe ook gewoon flink gegokt.

Wie een beetje thuis is in het “vogelen” – en na zo’n 40 jaar denk ik dat wij daar zo stilaan ook bij gaan horen – trekt regelmatig een wenkbrauw op bij bepaalde waarnemingen. Nakijken ervan levert nogal eens een sterke gelijkenis van “het specialleke” met een regelmatige bezoeker of residentiële vogelsoort. De honger van sommige vogelaars om toch maar die éne zeldzame soort te zien, zorgt er wel eens voor dat ze “ze zien vliegen”. Serieuze vogelkenners geven meestal aan dat “als het te mooi lijkt om waar te zijn, dat het dat dan meestal ook is”.

Ach, ze zijn er mee van ’t straat. Maar wij heffen nog niet zo gauw het glas op een “nieuwe” zeldzame soort. Gebrek aan ambitie? Misschien. Maar ik denk dan vaak aan een uitspraak van Midas Dekkers: “Elk kind uit de lagere school kan een panda tekenen, maar een merel uit hun eigen tuin kleuren ze verkeerd in”. Of het exact geciteerd is, weet ik niet, maar het is in elk geval van die strekking.

En als u mij nu wil excuseren, dan ga ik nog wat mussen, merels en lijsters kijken …

Een huis vol geluiden …

“Het huis” is eigenlijk maar een deel van een gebouw. Het deel aan de straatkant is van de eigenaar. De achterbouw, die een stuk uitgebreid is met glaswanden en uitkijkt op het duin en de tuin is voor de gasten.

Wadseb is voorzien van alle hedendaagse gemakken, maar is ingericht in de stijl van het midden van vorige eeuw: een vrijstaande koelkast (in babyroze) met afgeronde contouren, een broodrooster en brooddoos in dezelfde stijl en kleur, een felrode keuken met zwarte ontbijttoog. Ook het meubilair doet denken aan de diners uit de tijd van James Dean en co. Door het vele glas is het er licht en gezellig. Het huis doet me glimlachen.

Als ik de eerste ochtend vroeg alleen in de woonkamer zit, hoor ik allerhande geluiden. Het borrelen en klotsen van water in een leiding, gevolgd door een zacht gezoem. Blijkbaar is de verwarming wakker geworden. Een zacht geknisper en gesnor. De koelkast “praat” zachtjes om de anderen niet te wekken.

Als ik later die avond nog wat foto’s zit te kijken op de laptop, hoor ik de vaatwasser te keer gaan. Blijkbaar is hij niet akkoord met de hem toebedeelde job, want hij bromt, kreunt en sist. Hij voert een lange, boze monoloog. Af en toe moet hij even nadenken en wordt het stil, maar dan heeft hij zijn gedachten weer verzameld en begint aan een volgend hoofdstuk. Tot hij met zijn werk klaar is en fluitend afsluit. Dan scheurt hij ver weg op het geluid van een zware racemotor.
Ik bedank hem beleefd en lach. Ik denk dat ik thuis die “praatjes” ga missen. Ons huis is nogal zwijgzaam, moet je weten. Met al die geruisloze hedendaagse toestellen ontbreekt er toch een beetje “ziel”.

 

 

Strijd om het leven …

Maar kíjk nu toch!” riep de vrouw tegen haar man. Ze kneep de fietsremmen dicht. Haar man deed hetzelfde. Zij stapte af. Hij bleef in het zadel maar zette een voet aan de grond en keek half geïnteresseerd, half geamuseerd naar de verontwaardiging van zijn vrouw. Net als wij, verwachtte hij al half dat zij haar fiets in de kant zou gooien om zich ermee te gaan bemoeien.

En intussen ging de strijd om het leven onverminderd verder. Een kiekendief had mals jong hazenvlees  in een weiland gevonden. Daardoor was ook de aandacht van een kraai getrokken. En op de grond had de hazenmoer ogen tekort om beide belagers van haar kroost in de gaten te houden.

De kraai leverde nog het minste gevaar, voorlopig. Die moest zowel met haar als met de kiekendief rekening houden. Maar die laatste kon zich helemaal concentreren op dat malse brokje tussen het gras. Dacht hij althans.

Want de furieuze hazenmoer was niet van plan om hem zomaar met zijn klauwen aan haar kroost te laten komen. Bij elke duik van de kiekendief sprong ze naar hem toe, liep als een bezetene achter zijn lage vlucht aan om enkele meters verder weer strijdvaardig tegenover hem te gaan staan. Wat een heldin!

Het was een plotse hevige lentebui die uiteidelijk het pleit beslechtte (voorlopig?). De kiekendief moest eerst op een paaltje gaan zitten en school daarna zelfs op de grond voor de felle windstoten die regen en zelfs een paar kleine hagelballetjes tegen hem aan schoten.

De kraai, die had er voorlopig geen zin meer in. Die zat als een gitzwarte, verzopen ineengedoken schaduw uit te druipen op een ander weidepaaltje…

 

AAB_5666 (2)

AAB_5633 (2)

 

’t Is weer voorbij …

Niet alleen die mooie zomer, maar ook onze herfstvakantie. De koffers staan weer op zolder, de was is (bijna) helemaal uit het zicht en de dagdagelijkse routine laat zich zo stilaan weer gelden. Texel was weer zonnig, na-zomers en leuk.
Het waren maar 10 dagen, deze keer. Gebonden aan een bepaalde datum, omdat we per sé de cursus digiscopen wilden meedoen bij de Verrekieker , moesten we tevreden zijn met de beschikbare dagen op het vertrouwde Eibernest.

We arriveerden samen met veel andere vogelliefhebbers, want net aan de vooravond van het Dutch birding weekend. De enige ontbrekenden op deze meeting waren de vogels zelf. Dat werd al snel duidelijk toen we – eens geïnstalleerd – de waarnemingen even bekeken. (Nog) geen armlange lijst, weinig rode tekst (de zeldzaamheden). De vedetten van het weekend waren óf nog niet aangekomen, óf ze waren door het goede weer meteen doorgeschoten op grote hoogte. Een eerste rondrit langs de bekende routes leverde weinig op. Ach, we komen hier natuurlijk om vogels te kijken, maar Texel heeft méér te bieden en we vinden altijd wel wat om van te genieten.

Op maandag waren veel vogelaars alweer naar huis. Wij leverden hond Jeppe af bij de dagopvang en gingen, gewapend met fototoestel, telescoop en adaptor naar de cursus. Na een korte theoretische inleiding stapten de 7 cursisten met de begeleider in het busje om het geleerde aan de praktijk te toetsen.
Digiscopen is het fotograferen met fototoestel of gsm, waarbij een telescoop als telelens gebruikt wordt. Het vergt de nodige oefening, biedt extra mogelijkheden, maar heeft ook zijn beperkingen. Omdat een telescoop door het fototoestel niet als lens herkend wordt, moeten de instellingen handmatig gebeuren, dus deze techniek is niet direct geschikt om snel te reageren op een snel overvliegende vogel, temeer omdat een telescoop door zijn omvang en gewicht niet zomaar uit de hand bediend wordt. In eerste instantie zag ik het me niet zo gauw doen, maar tegen de namiddag kreeg ik de smaak te pakken en – vooral bij een kijkhutbezoek – ga ik het toch zeker nog doen. Intussen maar veel oefenen thuis, zeker.

De “Indian summer” duurde voort. Er waren dagen dat we, in de zon en uit de wind, buiten konden zitten lezen. Jeppe deed gek tijdens de strandwandelingen. Manlief huurde een fiets en trok er op uit. Zelf maakte ik een gesmaakte wandeling naar de Horsjes, en door het Kreeftenpoldertje terug naar de Horsmeertjes. Het was vroeg in de ochtend, het was er oorverdovend stil en tot een uur of 10 kwam ik niemand tegen. Zalig!

“Weinig te zien” is heel relatief, want zelfs zonder uitzonderlijke waarnemingen is er altijd wel wat te ontdekken op Texel. En de vogels die we zagen waren dan nog vaak rustig en cameragezind.

Buizerds zijn er in vele kleurschakeringen: van bijna helemaal donker tot bijna spierwit. Maar allebei deze exemplaren konden zich er niets van aantrekken dat we vlak voor hun neus bleven staan met een fototoestel in de aanslag. 

torenvalkje

Ook een torenvalk kan er stoïcijns bij zitten.

zonsopgang aan de Volharding

De zon die opgaat boven het wad: ik raak er niet op uitgekeken. 

zwarte ruiter(bis)

De zwarte ruiter. Een schuw geval, maar tijdens deze vakantie hadden we tijd en kansen te over om de soort goed te bekijken. 

watersnip

Ook de watersnippen waren goed gelukt dit jaar.

blauwe reiger

De blauwe reiger. Geen zeldzaamheid, maar altijd fotogeniek.

de Geul ontwaakt

De Geul bij dageraad. 

overvliegende ganzen aan westelijk Horsmeertje

De ganzen komen uit hun slaapplaatsen. Hun gegak is onlosmakelijk verbonden aan de herfst.

duinen bij de Horsjesduingras in tegenlichtdriedistel

 

 

 

 

 

 

Eerlijk ..?

We hadden – op een paar dagen na – heerlijk weer. Soms zó heerlijk, dat we niet eens van het terras van ons vakantiehuisje af kwamen. Fris natje bij de hand, zonnebril op de neus, een al even on-actieve hond aan de voeten en – om de schijn hoog te houden – een verrekijker bij de hand. Op de actievere dagen zelfs nog een fototoestel ook.

We hadden ook lange dagen (en lichtgrijze nachten), zodat we na het uitzitten van de te hoge temperaturen, toch nog écht in beweging konden komen om van de vogels en de planten en de zee en het strand te genieten. Lichtgrijze nachten, omdat het noordelijker nog net iets minder donker wordt dan thuis. En toch was deze vakantie geen onverdeeld succes.

Wat hadden we verwacht? Alleszins meer drukte dan andere jaren, want ongebreideld gelobby van de Texelse bestuurders en VVV hadden Lonely Planet er toe verleid om Texel tussen de beste 10 vakantiebestemmingen te rangschikken. Niet geheel onverdiend, maar de gevolgen lieten zich raden: dit is echt het eerste jaar dat ik hier op één dag een grote Franse en een niet minder grote Belgische reisbus zie. En de volgende dag een Duitse. Eerlijk ..? Dit is de eerste keer dat ik hier reisbussen zie, tout court.

Wat hadden we nog verwacht? Dat de dijkverstevigingswerken nog niet gedaan zouden zijn, tiens. Tijdens de wintervakantie zagen we de graafmachines en grote grondverzetwagens elkaar van de weg af rijden ter hoogte van het Cerespoldertje. Dat bleek nog altijd het geval te zijn. Bij aankomst in De Cocksdorp was de Stengweg aan de kop van de Roggesloot ook afgesloten. Nu strekt de gehele “vogelboulevard” zich tussen beide punten uit en we wisten wel wat sluip- en andere wegen om van versperring tot versperring tóch van al het lente-vogelgeweld te genieten.

Was dàt even een misrekening!!! Op de paar plaatsen (de minst interessante) waar je in de buurt kon komen, was geen vogel te zien. Hoe zou je zelf zijn? Welke ouder probeert zijn immer hongerige kroost te sussen onder het gebulder van werflawaai? M.a.w.: van de hele wadkant was er amper een ieniemienie stukje met de fiets bereikbaar en dan nog enkel in het weekend als de werven stil lagen. Eerlijk ..? De timing kon niet beter: al die bustoeristen zijn niet eens in de buurt van de vogels geweest. Die zien we nooit meer … terug. Maar dat geldt ook voor ons, dus voorlopig zie ik ons ook niet terug gaan.

Uitwijken naar de Noordzeekant dan maar. Jeppe had geen bezwaar tegen een flinke strandwandeling op zijn tijd. Hij was zelfs te paaien om eindelijk eens in het water te gaan tot aan zijn buikje.

Goed kijken naar baaske

Driewerf hoera en groot applaus. Er kon zelfs nog een vreugdedansje op af ook. Toch nog maar niet uitschrijven van de lijst voor de hondenplons in het openluchtzwembad thuis eind augustus, dus.

Efkes afreageren

De baasjes hadden hun aandacht verlegd naar de Petten (al een paar jaar niet veel meer te beleven) en de Mokbaai (wegens broedseizoen enkel sporadisch met gids te bezoeken). Gelukkig broedt er in de rietvelden achter de Petten een paartje bruine kiekendief. Goed voor een paar uurtjes observatiepret.

Bruine kiekendief mannetje

Mannetje bruine kiekendief

Aan de splinternieuwe kijkwand van Dorpszicht kregen we de kans om een stelletje kleine pleviertjes te beloeren, die net werk maakten van een nieuw gezinnetje. Tot dat éne onweer dat Texel wél bereikte. De volgende dag waren de eitjes, de pleviertjes en zelfs de schelpjes van het strandje weggespoeld.

kleine plevier

Kleine plevier (met eieren-)

Met mijn nieuwe fototoestel en lens ging ik dan maar op zoek naar plantjes om foto’s van te maken. Die hebben nu eenmaal niet de gewoonte om zomaar weg te vliegen. Een eerste reeks foto’s leverde één fraaie onbekende op.

rankende helmbloem (bis)

Omdat ik niet alle details in beeld gekregen had, ging ik de volgende dag nog eens terug. Berm gemaaid … (Ik laat de vertaling van mijn instant-chinees maar achterwege voor ’t geval dat er kinderen meelezen.) Gelukkig kwam ik Klaas de Jong tegen – bekend van “In de ban van de condor” en voor regelmatige Texelbezoekers ook van zijn vogelsafari’s op het eiland – en ik vroeg hem of hij die kleine witte bloempjes ook tegen zijn tuinmuur in het steegje gezien had. En of ik een foto mocht opsturen in de hoop dat hij ze zou herkennen. Natuurlijk mocht dat en amper een halfuur later wisten we dat het om rankende helmbloem ging.

Aangemoedigd door dit succesje planden we de tweede week een uitstap naar de Kreeftenpolder, die om deze tijd van het jaar letterlijk bomvol wilde orchideeën staat. Vermits we met z’n tweeën gingen, waren we met z’n drieën (Jeppe was ook mee wegens geen opvang). Bovendien had het de afgelopen nachten een paar lekkere plensbuien gedaan, zodat de bloemen enkeldiep in het water stonden. Bloemen moet je eigenlijk op hun eigen hoogte fotograferen, m.a.w. voor orchideeën ga je minstens door de knieën en indien nodig op je buik. Echt of wat?

Dan maar hopen dat ik de volgende dag tijdens de (deze vakantie enige) begeleide wandeling in Waal en Burg meer geluk zou hebben. Dit is een natuurreservaat in de Eierlandse polders, dat beheerd wordt door Natuurmonumenten. Naast duizenden orchideeën, is het ook een toevluchtsoord voor weidevogels. Vorig jaar liepen de gids en ik elkaar mis in de gietende regen. Deze keer voorzag het KNMI schitterend weer, dus de kans dat we elkaar zouden zien lopen was al wat groter. Nu nog de weg vinden tussen de wegversperringen.

Er werd samen gekomen aan de zorgboerderij Plassendaal. Tot de vorige generatie een privé-bedrijf, nu baat de huidige generatie de boerderij uit voor Natuurmonumenten en kunnen er “zorgenkinderen” komen werken. Eerst maar eens in de kijkstal gaan voor wat geschiedenis van het reservaat. Vlezige Limoesin-runderen staan er nog even in een stapelstal, tot alle kalfjes geboren zijn. Dan mag de hele bende de wei in. We deden het hen voor in het gezelschap van duizenden dazen. De gevolgen laten zich raden.

De harlekijnorchis was al over haar hoogtepunt. Slechts hier en daar was er nog een laatkomer die nog min of meer te herkennen was.

Harlekijnorchis

De gevlekte orchis stond in volle glorie en de breedbladige was komende.

Gevlekte orchis

Witte en rode ogentroost: de eerste ook al een beetje wijkend, de tweede met hele plekken dicht opeen.

Rode ogentroost

Een binnensluiper uit Zuid-Afrika, het goudknoopje. Mogelijk meegereisd met trekkers die hier een tussenstop maakten op hun reis naar het noorden. Leuk, mooi en een mogelijk gevaar voor de eigen fauna, als het gaat overheersen.

 

Tussen het hoge gras verstopten zich jonge kievitten, scholeksters, grutto’s, tureluurtjes en eenden. Hun ouders wisselden luide alarmkreten af met comedia del arte-voorstellingen om ons af te leiden. Een moeder wilde eend bleef op haar kluts zitten tot één van ons er bijna zijn benen over brak.

Eieren wilde eend

De laatste dag. Inpakken, opruimen, nog een flinke wandeling met een zenuwachtige Jeppe, “laatste avondmaal” bij Topido en vroeg naar bed. We wilden op tijd de boot halen om op vrijdag zoveel mogelijk de files rond A’dam en Rotjeknor vóór te zijn.

Vroeg naar bed, maar daarom ben je niet vroeg in slaap. Tijd dus om de balans op te maken. Op de borden aan de dijkwerken en op de bijbehorende site wordt de voltooiïng  van de werken pas eind september 2019 verwacht. Áls er een herfstvakantie in zit, is dit misschien hét moment om eens een stukje bucket list af te werken: al jaren willen we wel eens het burlen van de herten op de Hoge Veluwe horen. En voor de volgende lente zou het misschien geen slecht idee zijn om eindelijk de Biesbosch te bezoeken.
De tussenliggende winter kunnen we dichter bij huis spenderen: we wonen nu immers – op een paar km na – op de plek waar we vroeger een midweek boekten om ganzen te tellen. Trouwens, die duizenden ganzen zitten rondom ons huis. Waarom zouden we ons nog zo ver verzetten?

En zo kwamen de gedachten al een beetje vroeger thuis dan wij. Hoe zou het met de tuin zijn? Er wacht ons toch geen onweerschade? Wat is het programma voor volgende week? O ja, misschien wordt eindelijk de keukensoap afgesloten. En vanaf volgende vrijdag leven we op zonne-energie. Alhoewel, voor de eerste 2 weken staan er alleen maar donkergrijze wolken op de weersvoorspelling …

Eerlijk ..? Blij dat we thuis zijn.

 

Snelstart …

Vandaag kenden we een snelstart.

Voor mij is daar niets onnatuurlijks aan. Ik hoef geen wekker om rond 5:00 klaarwakker op de rand van mijn bed te zitten bedenken wat ik eens zal gaan doen. Ondanks een dosis codeïne uit de huisartsenpraktijk in De Cocksdorp hou ik die gewoonte in ere. Tegen 5:30 laad ik mijn rugzak en statief in de auto en rij naar de kop van het eiland…
Ons verhaal gaat verder:

 

Early bird …

Vragen aan een vogelgids wanneer hij eens met jou en je betere helft op pad kan voor een wandeling op maat, is gevaarlijk. Vooral voor mensen die tijd nodig hebben om ’s morgens op gang te komen. Voor ons is het probleem minder groot, wegens zelf al ruim 35 jaar fervente vogelaars. De reactie van de aangeschrevene (“Ha Chris, Dinsdagochtend is goed. Horsmeertjes in het zuiden lijkt me een mooie bestemming. Stevige wandelschoenen voldoen. Hoe vroeg wil je starten ( het is 5.30 uur al licht 😃 ) en waar kan ik jullie oppikken? Groet Jos”) was dan ook geen verrassing. Uiteindelijk bleef enkel het startuur overeind, de bestemming werd nog gewijzigd. MorgenVROEG 😉 worden we verwacht op de parking aan de Robbenjager. Maak je borst maar nat, Jos. Wij zullen er zeker zijn! Ik heb vanmorgen al geoefend.

Voor wie hier al eens op de andere pagina’s van dit blog gaat kijken, heeft deze intro geen geheimen: we zijn weer op Texel. Sinds zaterdag.

Ook toen vroeg opgestaan, in de hoop onze bestemming te bereiken vóór de moordende hitte toesloeg. Via Liefkenshoek, zodat we niet alleen de Kennedytunnel én Antwerpen (of – als alternatief – Rotterdam) konden vermijden. Vandaar richting Breda, om dan op Utrecht aan te sturen. Op het laatste nippertje nog gekozen voor de route over Almere en de Markerwaard in plaats van Amsterdam. Oef! Nog op tijd voor de boot van 10:30. Ware het niet, dat de slagboom aan de terminal in Den Helder blokkeerde, de andere rijen ons voorbijstaken en wij moesten wachten op de volgende boot. En  nee, het is niet omdat er op vrijdag, zondag en maandag om het half uur gevaren wordt wegens grote drukte, dat dat dan ook op zaterdag het geval is… De plannen voor de traditionele lunch, in afwachting van het moment waarop we in ons huisje konden, werden dus gewijzigd in een vrij smaakloze tosti uit het vuistje op de net niet eerste wachtrij in Den Helder.

Gisteren (zondag) was smoorheet, drukkend en poepdruk. Toch lieten we ons niet tegenhouden. Als je het korte digestieve wandelingetje van restaurant Topido naar huis ook nog meetelt, hadden Jeppe en ik tegen bedtijd 4 wandelingen met in totaal 12km op de teller staan. Dat beestje is onvermoeibaar! Correctie: hij valt om van vermoeidheid, maar een  kwartier later staat hij alweer te bedelen om naar het strand of het bos te gaan. De afstand was niet zo’n probleem, maar met die hitte was ik al lang blij de vrij stevige zeebries of de schaduw van de bomen tot bondgenoot te kunnen maken. Enfin, we zijn ingelopen. Vanaf maandag gaan we helemaal in vakantiemodus. Manlief huurt zich een e-fiets, ik ruil mijn stadsschoenen voor ander gerief en Jeppe ligt alweer te zuchten voor de deur omdat het allemaal zo lang duurt.

De volgende twee weken gaat het verhaal hier verder.

Eilandgevoel

Wat is nu eigenlijk dat eilandgevoel? Leg dàt maar eens uit aan iemand die het niet kent…

Het eilandgevoel, dat is: leven in 1e versnelling.
De boot die langzaam loskomt van de wal en dan het vasteland zien wegschuiven. De krant wat later lezen omdat ze “van de overkant” moet komen. En wat er in staat kan je niet raken. “Detached” noemen de Engelsen dat, geloof ik.

Het eilandgevoel, dat is meegaan met het ritme van de getijden want als je de wadvogels wil zien of het strand breed wil hebben, moet je het tij in de gaten houden.
Dat is dat gevoel van overgave aan de grillen van de natuur, zon en zee, maar ook wind, jagende luchten, striemende regen …

Het eilandgevoel, dat is het gevoel van isolatie, al is dat vooral op Texel relatief omdat je in no time op het vasteland kan zijn, maar toch.
Je ziet het ook aan de mensen: er is die rust, dat “wat kunnen ze me nu helemaal maken?”, maar ook “wij samen tegen de rest” want in een kleine gemeenschap ben je op elkaar aangewezen.

Het eilandgevoel? Dat is gewoon puur.