Vol verwachting …

… klopt ons hart.

We zitten ongebruikelijk laat aan de ontbijttafel als er gebeld wordt. De levering van Weck en co! Dat is best snel, in aanmerking genomen dat er tussen 2 en 6 mei een weekend zit en Nederland ook nog heel uitbundig zijn bevrijding vierde. De koffie staat nog net niet koud te worden en we moeten ook nog snel de deur uit, dus de handen jeuken om bij thuiskomst dé doos open te maken en onze nieuwe aanwinst te bewonderen.

Op de paklijst staan (en in het pakket zitten ook):

– 1 elektrische steriliseerketel + deksel
– 1 klem om de potten uit het kokend hete water te halen
– een inlegrooster voor de ketel
– een trechter die het vullen van de potten moet vergemakkelijken
– een inmaakboek met uitleg en recepten
– een aflevering van een (Duitstalig) tijdschrift van Weck
– rubberen ringen en klemmetjes om de potten af te sluiten
– 15 potten als startersset

DSCN1517

Vooral dat laatste vinden we wel leuk. Zo kunnen we gelijk onze oogst uit eigen tuin inmaken. Veel vertrouwen hebben ze daar bij Weck niet in, gezien de inhoud van de potTEN:

DSCN1518

Ik zie vooral een praktisch probleem met de vultrechter:

DSCN1520

DSCN1519

Weer een vertelselke…

Maar eerst: merci Menck voor de deskundige uitleg over hoe ik mijn video’s rechtstreeks in de tekst kan plaatsen. Daar zat ik nu al zó lang op te wachten! Nu moét ik wel het jaaroverzicht 2012 afwerken! Elke avond een paar beelden selecteren en opladen en dan in een logje verwerken. Binnenkort in de huisbioscoop, dus…

 

Maar nu dus het vertelselke. Van een zachte januari, een tiental jaren geleden.

 

Ik gooi de deur van de auto open en meteen weet ik : er zit lente in de lucht. Een klein beetje nog maar, maar het is er, onmiskenbaar. De nog steeds koude lucht heeft net dát kleine vleugje vrolijkheid dat hij al een hele winter miste. De bijna zwarte aardkluiten geuren zurig-zoet, zoals ze dat alleen doen als ze zich klaarmaken voor het nieuwe werkzeizoen.

 

Door de dampwolkjes van mijn eigen adem heen kan ik een wonderlijk huppelend bolletje kleurige veertjes waarnemen. Het zwarte mezenkopje schroeft zich soepel in de onmogelijkste bochten, op zoek naar het eerste onvoorzichtige insect. In een naburige struik zit een soortgenootje een eerste onwennig refreintje te componeren, maar hij wordt daarbij voortdurend van de wijs gebracht door een eigenzinnige zanglijster, die elke keer weer korrekties aan het deuntje aanbrengt.

 

Een voorzichtig lauw zonnestraaltje tast langs de prille knoppen van een houtwalletje en blijft even verwonderd haperen aan de reeds losgebarsten vlierknoppen. Het vroege zondaguur zorgt ervoor dat alles nog betrekkelijk rustig is. Geen menselijk geraas verstoort de buurtpraatjes van enkele eksterparen die in de canadapopulieren druk in gesprek zijn. Af en toe mengt zich een bemoeizieke kraai in de discussie, maar ze wordt hardnekkig genegeerd.

 

Terwijl ik wat onwennig in deze wolk van geluiden rondloop, bespeur ik uit mijn ooghoek een prachtige haas die ook aan zijn ochtendwandeling is begonnen en behoedzaam mijn richting neemt. Ik hou me onbeweeglijk en durf nog nauwelijks te ademen. Tot het uiterste gespannen wacht ik af. De haas -niet van de kleinsten in zijn soort – nadert tot op minder dan tien meter en richt zich dan op. Een eeuwigheid lang blijven we zo oog in oog staan en trachten elkaars bedoelingen te peilen. De betovering wordt bruusk verbroken door een auto, die luidruchtig door de bocht van de straat komt en de haas op de vlucht jaagt.

 

Ik zet mijn speurtocht verder en ontdek ettelijke hoeveelheden bloeiende plantjes. De vogelmuur met zijn zilveren streep haartjes langs de stengel had ik wel verwacht, maar paarse dovenetel en klein kruiskruid bezorgen me een aangename verrassing.

 

Plots wordt de rust verstoord door een zestigtal opgewonden standjes in spikkelpak, die onder luid gekwebbel formatievluchten beginnen uit te voeren boven een akker. Gefascineerd volg ik het behendige kunst- en vliegwerk van deze gevleugelde schietspoeltjes, tot één van hen mijn aandacht trekt. Wat maakt hem zo anders dan de andere spreeuwen ? Het wil me eerst niet invallen, maar als de stuntvliegers zich even later een ogenblik aan de grond zetten, wordt me de reden van de storing duidelijk : er zit warempel een kramsvogel tussen het spreeuweneskader. Hij wordt overigens volledig geaccepteerd door zijn teamgenoten, past zich trouwens goed aan als de groep weer op de wieken gaat om andermaal een staaltje van verfijnde luchtacrobatie ten beste te geven.

 

En terwijl ik hen geamuseerd gadesla, weet ik : ook zij hebben de lentekriebels te pakken.

Natuurmomenten…

Na veel sukkelen, zuchten, sakkeren en af en toe ook eens hartsgrondig vloeken ben ik er eindelijk in geslaagd een aantal videobeelden op te laden. Grootste hindernis bleek het format van de beelden van mijn eerste camera te zijn. De omweg via  joetjoep was uiteindelijk de eenvoudigste manier om ze hier te delen.

De kwaliteit haalt lang niet het niveau van “BBC: eat your heart out“, maar die hebben dan ook heel ander speelgoed dan ik ooit kan betalen. En beroepslui die niets anders te doen hebben dan zich (tegen mooi geld) te amuseren met de dingen waar ik amper de tijd voor heb. Zij creëren gelegenheden waarvan ik alleen kan hopen dat ik ze ooit eens één keer kan meemaken (en dat ik dan net mijn camera bij de hand heb).

Ik heb ze min of meer in chronologische volgorde geplaatst, met telkens een kleine toelichting erbij.

1. Slechtvalk

Ik had mijn nagelnieuwe camera amper een dag of twee en zat nog regelmatig te klooien met de verkeerde knopen. Een statief moest nog bijeen gespaard worden en ik vraag me nog altijd af of ik die dag mezelf niet overeind probeerde te houden aan mijn nieuwe speeltje. Het waaide best nog wel heftig na van de nachtelijke storm.

De laatste dag van onze vakantie op Terschelling maken we traditioneel een “afscheidswandeling” langs het strand en ik kan wel verklappen dat dat vaak een emotionele toestand is. Geen van beiden is dan in staat er veel woorden aan vuil te maken en Kleenex doet gouden zaken.

Op deze wandeling was het niet anders. Toen we rechtsomkeer maakten en Manlief met de hondjes voorop liep, viel mijn oog op een raar gevormde balk die met het stormtij van de vorige dag aangespoeld was op het strand. De vermeende steunbalk die omhoog wees bleek bij nader toezien (vanop zo’n 12-13m!!!) een slechtvalk te zijn die zich zat te poetsen. Hij voelde zich helemaal niet bedreigd door mijn omzichtige nadering en herschikte zijn verwaaide veren. Pas toen hond Floor in volle galop kwam aanrennen, vond hij het welletjes geweest.

Slechtvalk

2. Spuwend strand

Een jaar na die eerste “scoop” hadden we een wandeling langs het Groene Strand gepland. Nauwelijks een paar honderd meter van de parking verwijderd, maakte ik een hoogst pijnlijke schuiver waarbij ik de kruisband van mijn rechter voet scheurde.  Ik bezwoer Manlief met de hondjes de wandeling verder te zetten. Ik zat eigenlijk perfect in een heerlijk najaarszonnetje en met een mooi uitzicht over de Waddenzee. Ik zou intussen nog wel wat verder oefenen met mijn camera. Ik installeerde me tegen een overhangende pol duingras in de hoop dat de pijn voldoende zou wegtrekken om later naar de auto te kunnen strompelen.

Opeens zag ik een klein gaatje in het zand. En daaruit kwamen steeds weer korreltjes naar buiten stuiven. Een spuwend strand? Maar nee, het was een heel ijverig beestje dat bijna letterlijk bergen verzette. Wist ik veel dat ik op dat moment alweer een primeur vastlegde…  Ik zat met mijn neus bovenop een  mierenleeuw (soort basterdzandloopkevertje) die zijn vangtrechter aan het graven was.  Mij naar binnen lokken was misschien nogal ambitieus, maar mijn aandacht heeft hij toch ruim een uur gevangen gehouden…

Mierenleeuw

3. De nieuwe ijstijd

Een ongewoon verjaardagsgeschenk: als we bij De Cocksdorp op de waddendijk staan, kijken we uit over een ijsvlakte zover het oog reikt. Het wad is bijna helemaal dichtgevroren. De enige geluiden – vervormd door de koude lucht (-18°C) – zijn het knallen van het kruiend ijs en het gakken van opvliegende ganzen.

De volgende dagen is een mogelijke 11-stedentocht zowat het enige onderwerp van gesprek op het eiland. Er kan geen plas van een halve vierkante meter dichtvriezen of de schaatsers zijn er, niet lang daarna gevolgd door een snertkraam en de onvermijdelijke hete chocolademelk, al dan niet met een tik.

Nieuwe Ijstijd

4. Ma biche

De Texelvakantie van mei-juni 2012 lag al kort in het verschiet, maar het lang weekend van Hemelvaart verleidde ons toch om een paar dagen naar de Viroinvallei te trekken. Op een stille, zwoele avond gingen we nog een wandeling maken in de buurt van onze blokhut en hadden een onverwachte en onverhoopte ontmoeting met dit feeërieke schepsel.

We waren heel omzichtig de open plek in het bos genaderd en hielden ons schuil tegen de bosrand, uitkijkend waar we onze voeten zetten om geen takken te laten knappen. De hinde kwam van de overkant de open plek op en plots stonden we oog in oog.

Ik maakte me zo klein mogelijk en filmde een beetje zijdelings zodat ik niet frontaal naar haar gericht stond. Een hoogst ongemakkelijke houding, maar het voornaamste was dat zij er zich op haar gemak bij voelde. En dat bleek ook door het feit dat ze wegwandelde en niet opgeschrokken in de begroeiïng dook.

Close encounters of a lovely kind

5. Vliegt de blauwvoet…

… storm op zee. Blauwvoeten hebben we niet gezien de eerste dag van onze lentevakantie op Texel. Maar stormen deed het wel en de vogels die toen aan het strand waren konden er niet mee lachen. In de lucht blijven was een krachttoer op zich, vooruitkomen bijna ondoenbaar. Netjes achter de bazaltblokken betere tijden afwachten was nog de beste oplossing.

Zelf hadden we ons niet aan zoveel natuurgeweld verwacht want achter de duinen en de dijk waaide het wel, maar met een stralende zon hadden we toch overmoedig onze korte broeken aangetrokken. Onnodig te zeggen dat we gezandstraald waren.

Vliegt de blauwvoet…

Ruzie…

Met z’n drieën zitten ze bij een tafeltje. Een voorzichtig voorjaarszonnetje in een beschut hoekje laat een zomer lang terrasjesweer verhopen.

Ze zien er uitermate deftig uit, keurig in hun zwarte pakjes. De vlekkeloos witte topjes blinken in het lentelicht. De zwarte hoedjes bewegen heftig op de kadans van de discussie terwijl de nieuwste roddels gretig worden uitgewisseld.

Het gesprek is in volle gang als vlak bij hun tafeltje een heerschap in groen uniform plaatsneemt. Vanuit zijn ooghoeken neemt hij het gezelschap even op maar bemoeit zich verder niet met hen. Ook hij laat zich in vervoering brengen door het onverwacht mooie weer.

Toch is er een zekere spanning te merken. De kletstantes buigen zich nu fluisterend naar elkaar toe en maken enkele kribbige opmerkingen die wel door hun buurman móeten gehoord worden. Als een echt gentleman houdt hij zijn gezicht in de plooi en gaat niet in op de giftige blikken en onverholen vijandigheid van het groepje.

Tenslotte verlaten de drie roddelaarsters hun plaats en stappen, luid scheldend, op het geschrokken uniform toe. Er worden wat onaangenaamheden uitgewisseld, er komen enkele krachttermen aan te pas en uiteindelijk begint het trek- en duwwerk. Opdringerig sluiten de drie eksters hun slachtoffer in en steken hun nijdige snavels naar hem uit. Bij zoveel overmacht kiest de groene specht eieren voor zijn geld en verdwijnt in de richting van een knotwilg waar hij een half uur aan een stuk zijn frustratie op uitwerkt.

Geel…

DSCN0142

Elke keer als ik dit geel zie, denk ik terug aan jààààren geleden.

Ik stond te wachten aan de verkeerslichten ter hoogte van wat toen nog “het Bouwcentrum” heette.  Ik keek eigenlijk frontaal tegen dat beton aan. Het beton van de gevel en de hoofdingang, maar vooral het beton van die enorme bol die naast die hoofdingang ligt. Ik veronderstel dat die onze aardkloot moet voorstellen. Een aardkloot vol beton. Ik werd er bijna misselijk van.

En toen werd mijn oog ineens getroffen door een spat geel van een intensiteit die nagloeit op je netvlies. Zelfs na pakweg 30 jaar voel ik de warmte nog op mijn oogzenuw.

Bovenop die betonnen aarde stond in al haar glorie een paardebloem. Met een omvang zoals je die zelden ziet. Groot, strak, trots en héél geel. Alsof ze wilde zeggen:”Me hiél Antwaarpe, mor nie me ma!”

Een hooimadammeke…

Misschien woont er binnenkort wel een hooimadammeke bij ons. Ik heb haar in elk geval uitgenodigd om bij ons te komen koken.  Ze kan dat naar het schijnt heel goed en vooral heel energievriendelijk.

Ze is familie van meneer Hooikist die vroeger veel ging kokerellen. Die kon wel een ferme ketel stoken, hoor! Voor een heel boerengezin en als het moest nog met de knechten en meiden er bij. Het enige wat je moest doen was die ketel eerst goed heet stoken en dan mocht je hem bij Hooikist op schoot zetten. Hij legde er dan zijn muts op en bleef geduldig zitten tot het eten gaar was. Zonder nog vuur te moeten maken, zonder nog hout of turf te verbruiken. En als er eens een paar wat laat van het veld af kwamen was het eten nog lekker warm.

En daar is dat hooimadammeke dus een afstammelinge van. Natuurlijk is ze een beetje frêler en kleiner van stuk en dus moet je bij haar niet met een grote ketel afkomen, maar een klein panneke zoetemelkse pap of een potje soep of hutspot kan ze wel aan. Of rijst of groenten.

Ik vind haar best wel een charmante verschijning zo met haar blauwe of rode geruite schort om. Zo écht een landelijk figuurtje waar je vrolijk van wordt. Altijd goed gezind en met een heel warme persoonlijkheid.

Wanneer, en vooral waarom, is het contact met de familie Hooikist ooit afgesprongen? Zijn al die koudglanzende roestvrijstalen kikkers in de keuken dan zó veel (milieu)vriendelijker?

(Zie voor meer info: http://www.landleven.nl/magazine/acties/article/885/landleven-geeft-60-hooimadams-weg  en op http://www.hooimadam.nl/ )