Niet geloven in verkiezingsonzin …

Eerst goed 3.000, de volgende keer een dikke 12.000, deze week 35.000, volgende week ..?

Onze jonge mensen zijn geëngageerder dan sommige mensen lief is. Ze willen vechten. Voor de toekomst. Hùn toekomst. Als daar nog wat van overblijft als we niet gauw het roer omgooien. Te beginnen met het buitengooien van het soort politiekers die niet verder willen/kunnen/durven kijken dan hun bankrekeningnummer lang is. Het wordt tijd dat we die eens een geweten schoppen. Figuurlijk kopschoppen, zeg maar.

Geert Bourgeois vindt dat hij en zijn cornuiten “een degelijk milieuprogramma hebben opgesteld” of zoiets. Je moet het maar durven uitspreken! Hij “wil geen ambities formuleren die hij niet kan hard maken” of zoiets. Tja, zo dek je jezelf al bij voorbaat in omdat je van jezelf weet dat je er niks van bakt. Dat is een voorgeprogrammeerd excuus om niet op het figuurlijke gaspedaal te moeten trappen. “Achter ons de zondvloed” of zoiets.

De Schauwe Vliege “heeft puntjes genoemd”. Vliegenscheten op een grauw laken, zeker. Voor elke milimeter vooruitgang die ze – na te lang aarzelen en delibereren – maakt, bolt ze een kilometer achteruit.

En dan de meester-provocateur himself :

“Als ze naar het verleden kijken zullen ze zien dat de mensheid voortdurend grote problemen heeft gehad en we hebben altijd oplossingen gevonden door innovatie. Het is aan de generatie van de jongeren om op school wiskunde, fysica… te volgen en ons die oplossingen mee te helpen aanreiken. De oplossingen zullen er komen, we moeten onze schouders daaronder zetten.”

Als men nu al schuldgevoelens moet hebben omdat men op citytrip gaat met het vliegtuig, dan zijn we fout bezig

Wablief, Bart Trump? Nóg meer nutteloze technologie (behalve voor diegenen die daar dik geld mee verdienen)? Om de waarheid te verdoezelen, misschien? Diepvriezers om blokken poolijs te fabriceren die dan naar Antarctica gevlogen worden? Plastic flessen met leidingwater die we uitvoeren om de groeiende woestijnen te bevloeien? Get real!

Grappig, als het niet zo dramatisch was: “doemdenkster” Anuna heeft als familienaam … Zit er dan toch ergens gezond verstand in de familie? Of is dit een bewuste speling van het lot? Want de realiteit is vaak straffer dan de fantasie, toch?

 

Advertenties

Het fatsoen vér voorbij …

Zoveel mensenlevens op hun geweten (en de reeks is nog niet ten einde), er zo goedkoop vanaf gekomen bij het proces (belachelijk lage boetes) en dan zijn ze nog zo arrogant om in beroep te gaan. Het fatsoen ver voorbij …

 

De zoveelste slag in het gezicht van alle slachtoffers en hun nabestaanden.

Weekend …

Je ziet ze al van ver aankomen (als je geluk hebt): snelle en/of opgefokte auto, dus ook overdreven snelheid, met de voorbumper tegen de achterkant van een andere auto aan, schuivend van links naar rechts in de hoop ergens een ongeoorloofd inhaalmanoeuvre te kunnen inzetten. Eventueel een fietsregaal achteraan of bovenop, bestuurder met een “Ray Banneke” op het verkrampte, vloekende gezicht en witte kneukels aan de vingers die het stuur omklemmen. En uiteraard: een Belgische nummerplaat. Ze zijn op weekend en dat zullen we hier geweten hebben.

Wat ze hier komen zoeken? “De rust, madam, het is hier rustig en ge kunt hier goed fietsen”. Rustig was het vóór ze hier aankwamen en zal het hopelijk weer zijn als we van hen verlost zijn. Want of ze nu in die laagvlieger zitten of in het fietszadel, wij zijn ons leven niet meer zeker.

Op zondagochtend rij ik vroeg met hond Jeppe naar Hulst. Daar is een supermarkt die om 8:30 “Belgische pistolets en koffiekoeken” begint te verkopen. Je moet er niet tegen 11:00 aan komen, want dan is alles op. Voor ons ontbijt is dat te laat, maar ’s middags smaakt dat ook nog.

Maar eerst gaan Jeppe en ik wandelen in de Clingse bossen. Lekker rustig, luisteren naar de vogeltjes, spelende konijntjes nakijken, snuffelen aan een boom waar net een eekhoorn in verdween (de hond dan), … Er is een losloopgebied voor honden en daar zou ik Jeppe graag ook zijn gangen eens laten gaan. Maar op zondag kan dat niet. Want regelmatig wordt de stilte aan stukken gescheurd door een bende gekken op terreinfietsen.

Je hoort ze (gelukkig) al van ver komen, want ze brullen de hele buurt bij elkaar. Ze scheuren door het losloopgebied aan een snelheid die niet te verantwoorden is en als ze het bos uitvliegen en op de hoofdpaden komen, houden ze niet eens even in om te kijken of de weg vrij is.

Er zijn daar niet alleen lopers en hondenbaasjes. Ik kom daar regelmatig jonge moeders en vaders tegen met van die kleine kindjes, die net kunnen stappen (of net niét) en die daar tenminste eens zouden kunnen trotten zonder tegen een harde vloer te knallen. Zo’n kleine kindjes kunnen nog niet in de struiken springen om onder de fietswielen uit te blijven. Hun ouders kunnen hen op die tijd ook vaak niet opzij sleuren, want door de onderbegroeiïng zie je niet altijd goed dat er een paar meter verder een zijpad is. Ik denk maar liever niet aan waar ik nog wel eens getuige van zou kunnen zijn.

Het leven zou nochtans heel simpel kunnen zijn: er is plaats voor iedereen in de Clingse bossen, op voorwaarde dat iedereen een beetje respect toont voor de anderen. Als de fietsers bij een kruising even inhouden om te zien of de weg vrij is, de hondenbaasjes hun lieverds aan de voet roepen of even aan de lijn doen als er lopers of fietsers aankomen en hondenpoep ruimen zodat de kindjes niet vol hangen als ze een buiteling maken, en als de wandelaars hun snoepwikkels en fruitsapbrikjes weer meenemen zodat het bos proper blijft, dan kunnen we daar allemaal genieten.

En dan uitgerust, ontspannen en met een helder hoofd weer in de auto naar huis. Aan niets méér dan de toegelaten snelheid. Dàt zou nog eens een fijn weekend zijn …

Of zo …

De wekker vroeg genoeg gezet, want de installateurs voor de keuken kwamen tegen 7 uur. Of zo. Ze hadden pech met het verkeer, dus het werd of zo. Maar na een uurtje alle onderdelen uit de overvloed aan verpakkingsmateriaal pleuren, konden ze aan de klus beginnen. Toen was het 9 uur. Of zo.

Tegen 11 uur of zo gingen alle alarmen af. Het genie in de keukenzaak had aan de man die de leidingen moest komen aanpassen en twee schuine wandjes bijplaatsen (vorige week) een oud plan meegegeven waarop ze verkeerde maten gebruikt had. Ergo: de wandjes stonden 10cm verder naar achter dan de achterzijde van het granietblad.

Nu waren er twee mogelijkheden: óf er werden twee repen graniet gezaagd en er achter geplakt (lees: extra naad achter gootsteen en kookplaten- no way), óf er moeten nieuwe wandjes komen  die aansluiten op het graniet. Eigenlijk had ik veel zin om te bellen dat ik nieuwe granietplaten wil die aansluiten op de wanden en liefst vandaag nog, maar omdat ik de onhaalbaarheid hiervan inzag (en de urenlange disputen er niet voor overhad) worden het de wandjes. Inclusief stuckwerk, inclusief het schilderen (ik heb nog verf over). Ik heb 2 dagen op een ladder gewoond om te voorkomen dat ik nog schilderwerk moest doen als alles op zijn plaats stond. Ik verdóm het om alsnog weer te gaan kliederen en op en af een ladder te kruipen om nu over de kookplaten heen naar de muur en het plafond te reiken.

Het voordeel van dit niet erg welkome compromis is dat ze nu het granietblad kunnen monteren en de apparatuur installeren. De koelkast zal dus in gebruik genomen kunnen worden. Voor de combi-oven ga ik eerst efkes moeten studeren. Om mezelf bezig te houden heb ik de handleiding al weggeritst en eens doorgekeken. Het systeem dat ik in Kruibeke had, was – kort door de bocht – een klassieke oven waar een magnetronfunctie in zat. Hier is het dus een magnetron waar ook een hetelucht- en een grillfunctie in zitten. Gelukkig hebben we nog altijd een afhaalchinees en twee frituren in de buurt.

Of zo …

Aan Sporza…

Manlief en ik zijn boos. En dan kan het gebeuren dat er iets als het onderstaande de wereld ingestuurd wordt. En ook aan de vrt zélf. Met kopie aan mensen als een minister van sport of zo.

 

Beste,
wij ergeren ons al jaren de pleuris over de manier waarop de sportzendtijd verdeeld wordt over diverse sporttakken.

De afgelopen pakweg 20 weken zijn we bijna dagelijks geteisterd door nieuws over veldrijden. De komende maanden (tot dat moddercircus herbegint) zijn het de wegrenners die ons te pas en te onpas een rad voor ogen draaien.

Voetbal komt ook méér dan voldoende aan de bak. Competitie- en bekervoetbal, internationale wedstrijden, E- en WK’s, …

Maar waar blijven de andere sporten? Wat helpt het om met de wolven te staan huilen dat we in bepaalde sporten nooit meedoen met de besten? Jullie wachten tot er eens iemand ONDANKS jullie toch doordringt tot het internationale forum vooraleer er een paar seconden tijd aan te besteden. Neem eens een chronometer in de hand en vergelijk eens hoeveel seconden er besteed zijn aan onze Olympische winterathleten t.o.v. de uitgekochte boel van de cross. Deze namiddag kon ik mijn ogen niet geloven: er werd zelfs zendtijd besteed aan een stelletje circusapen op wielen. En dan hebben we het nog niet over de ongelooflijk saaie herkauwprogramma’s waar de zelfverklaarde en zichzelf o zo serieus nemende experten elkaar voortdurend in de rede vallen zodat er geen woord van te verstaan is (gelukkig maar?). Het is weerzinwekkend hoe jullie op onze kosten blijven hangen in een klein wereldje waar iedereen de ander zijn dikke pens wrijft.

De vrt, als nationale zender, heeft de belangrijke taak om minder bekende sporten onder de aandacht te brengen. Alleen op die manier zullen meer mensen (vooral jongeren) er aan geïnteresseerd geraken . Kijk wat er gebeurd is met onze hockeyploeg: ze presteren op een gegeven moment zo goed, dat jullie er niet meer omheen kunnen en plots hebben jongeren er zin in en groeien de clubs, krijgen daardoor ook meer fondsen, … Eindelijk eens belastinggeld zinnig besteed!

What a time …

… this has been!!!

We keken er al lang naar uit, naar die vakantie op Terschelling. Hoewel Texel ons steeds meer bevalt, blijft Schilge voor ons toch het mooiste Waddeneiland. Begin oktober was het zover. Een flinke, maar voorspoedige rit, een rustige overtocht en de sinds lang bekende weg naar Hoorn. Uitpakken, voorraad inslaan, genieten.

Voor Jeppe was het de eerste kennismaking met het eiland waar de andere hondjes de tijd van hun leven hadden. Omdat hondjes op Terschelling in bos en op strand overal los mogen en hij zijn weg daar nog niet kent (en “kom” niet altijd zo goed met zijn plannen strookt), had ik hem toch maar een tracer om gedaan. Als hij ons kwijtspeelde kon ik tenminste volgen waar hij zich ophield. Ik drufde hem dan ook veel sneller los laten. Hij bleek veel oplettender dan ik verwacht had en hield goed gelijke tred op een afstandje. Slechts één keer ging het (bijna) fout: op het strand vond hij het kadaver van een meeuw. En wat is er nu leuker dan daar eens flink in te gaan rollen?  De clip van de tracer was daar niet helemaal op berekend en dus kon ik beide uit de rottigheid gaan vissen. Was blij toe dat ik het op tijd gemerkt had.

De tweede week begon met twee schitterende dagen die we grotendeels lui doorbrachten uit de wind en in de zon in de rustige tuin van ons huisje. Het was zelfs opletten voor zonnebrand!

Op woensdag keerde het tij en kwam het eerste pechbericht: de koper van ons huis in België trok zich terug want hij kreeg zijn financiëring niet rond. De trend was gezet.

Op donderdag kregen we een telefoontje van de thuiswacht, dat een abrupt einde maakte aan de vakantie. Ons moe ging plots fel achteruit. En dan zit je op een eiland natuurlijk. Met – in het beste geval – drie afvaarten per dag. Terwijl Manlief gauw alles in de koffers propte, reed ik naar rederij Doeksen om de tickets te laten omboeken. De middagboot vertrok nog geen halfuur later, dus dat werd niks. Een avondboot was er niet. De vroege boot voor de volgende ochtend was volgeboekt…. Er maakte zich al een lichte paniek meester van mij. Maar zo gauw geven ze daar niet op bij Doeksen. Een telefoontje van de baliemedewerkster later wist ik dat we met de vrachtboot mee konden. Om kwart vóór vier inchecken, een half uur later op weg naar het vasteland.

Intussen werd er druk over en weer gebeld met de thuiswacht om te horen hoe het er voor stond. Tegen dat we Amsterdam passeerden wisten we dat we die avond recht op huis aan konden omdat de toestand van schoonmoeder stabiel genoeg was.
De volgende dagen vulden zich met afscheid nemen, voorbereidingen treffen, rouwen en thuis tussen half uitgepakte koffers snelle happen eten en hondsmoe in bed ploffen en niet slapen.

Precies een week na thuiskomst leverde ik Manlief af in het ziekenhuis van Terneuzen voor een TKP (dat is dus een Nederlandse Totale KnieProthese, want ze zijn hier verzot op afkortingen). Om klokslag twaalf uur werd hij de operatiezaal binnen gereden, om vier uur later al met krukken naast zijn bed te staan. Als de wond niet lekte en hij trappen kon doen mocht hij op zaterdag naar huis.
Ik rekende uit dat me dat in de voormiddag net genoeg tijd kon opleveren om eindelijk wat rommel weg te werken, de hond eens flink uit te laten en eten in huis te halen vóór ik mijn iron man ging ophalen.
Had je gedacht! Om tien uur hing hij al aan de telefoon. “Of ik hem tegen elf uur kon ophalen, want hij mocht naar huis.”

Nu ben ik normaal heel flexibel in het omgooien van mijn planning, maar de afgelopen tien dagen was daar wel wat veel in overdreven, nog los van alle emoties die er nog aan te pas gekomen waren. En dus was de uitbrander van de hoofdverpleegster omdat we de trombosespuitjes nog niet afgehaald hadden bij de apotheker er ruimschoots teveel aan. Op een ultrakort antwoord na hield ik me nog goed, maar toen ik na lang wachten bij de apotheek buitenkwam werd het even zwart voor mijn ogen. Waardoor ik de verlichtingspaal achter de auto niet zag en er grondig tegenaan reed. Dat kon er ook nog wel bij. De paal had niet eens lakschade. De auto staat nu – twee weken later – nog in de garage. Ik mag hopen dat het bestelde vervangstuk eindelijk geleverd is, zodat ze met de assemblage kunnen beginnen. Enige goede nieuws in dit hoofdstuk: de verzekering dekt de schade.

Maar er is ook nog goed nieuws. Mijn wederhelft herstelt zoals we het nooit hadden durven hopen. Na amper een halve week kon hij de nieuwe knie al ruim over 90° plooien, wat normaal met champagne gevierd wordt na twee-drie weken. Strekken zal nog wat tijd, werk en tandengeknars vergen want door een jarenlange verkeerde houding is de hamstring behoorlijk gekrompen. De hechtingen gingen er afgelopen donderdag uit. In huis mag hij van de bank naar de stoel of de wc zonder krukken, op de trap en over wat langere afstanden met één kruk, maar voor zijn straatje-om moet hij – mede omwille van de oneffen ondergrond – beide steunpilaren nog gebruiken. De pijnstillers zijn voortijdig naar de donkere krochten van de apotheekkast verbannen. Vandaag het laatste van die vermaledijde spuitjes en volgende week naar de fysiopraktijk op de hometrainer. Geen massagekes aan huis meer.

Een perfecte timing van de fysio, want vanaf maandag ligt ons huis terug helemaal overhoop: in de bijkeuken wordt een deurgat naar de voorraadkamer geslepen (stofstofstofstof…) en boven worden de ramen vervangen, wegens naar buiten draaiend. Wat daar het idee achter is, heb ik in dat bijna-jaar dat we hier wonen nog niet kunnen achterhalen. De luiken kunnen niet dicht als we met het raam open willen slapen. Als het raam openstaat en het weer slaat om, regent het onvermijdelijk binnen en we mogen dan maar hopen dat er ook geen windvlagen aan te pas komen. Dan kunnen we bij de buren gaan vragen of we aub ons slaapkamervenster terugkrijgen. De ruiten lappen aan de buitenkant is uitgesloten, want ik kan niet gevelklimmen. Nu is dàt het flauwste tegenargument, want we hebben een ruitenwassersfirma aangesproken en dan hoef ik dat karwei zelfs op de begane grond niet meer op te knappen.

Gisteren heb ik even mijn 7-weken-keukenbord geactualiseerd en merkte ik dat de hele rest van dit jaar er op kan. 2017 was het toonbeeld van drama en hectiek. Ik hoop dat 2018 de perfecte tegenpool mag worden. Omdat een goed begin het halve werk is, hebben we in elk geval al een optie genomen op een beetje winters Texel…