Relativiteitstheorie …

Begin dit jaar (januari, dus) moest ik in Terneuzen naar het gemeentehuis voor een aantal formaliteiten. Omdat je voor online zaken nogal vaak naar een 06-nummer gevraagd wordt, had ik eerder (in november) in Hulst in de Ritelshop snelsnel twee prepaid kaarten SIM-only van KPN gekocht.

In Terneuzen loop ik in januari dus gelijk de KPN-winkel binnen om “even” die nummers te laten omzetten in abonnementen. “Ah, mevrouw, maar voor dat van uw man moet hij zélf komen, want hij moet dat tekenen.”

Na de middag terug, mét mijn echtgenoot (die slecht te been is en voor wie dat dus wel een hele opgave is). Andere verkoper, dus opnieuw ons verhaal gedaan. “Ah, meneer en mevrouw, hiervoor hebben we wél een geldige identificatie nodig.” Ja, we hebben een Belgische identiteitskaart en een Europees rijbewijs, maar het kaartnummer past niet in hun format. “Heeft u een BSN-nummer?” Ja, maar niet op zak. “Dan zal u daarmee toch eens terug moeten komen. Maar als u die twee abonnementen samen op uw naam zet, hoeft meneer niet mee te komen” :shock:

Een week of wat later: terug, mét de inschrijvingsbewijzen die de gemeente Hulst ons eerder, na registratie, had toegestuurd en waar dat rotnummer op vermeld staat. Wéér iemand anders die het hele verhaal opvroeg. “Jammer, mevrouw, maar dat formulier is meer dan 3 maanden oud en dus niet meer geldig”

Ik ben toen heel stilletjes ontploft. “Of ze dat dan niet allemaal ineens konden zeggen en of er dan echt niemand in de winkel was die van alles op de hoogte is en een beetje klantvriendelijk kan helpen ipv met de mensen de zot te houden?” :evil:

Intussen had ik al een tijdje geen zin en al helemaal geen tijd meer om er nog iets aan te doen. Via opwaarderen beloonden we KPN voor zijn onkunde, maar er waren teveel dingen die voorrang hadden.

Dus eergisteren moest ik in Hulst zijn en besloot ik nog eens bij Ritel binnen te lopen. Maar eerst maar eens naar de gemeentewinkel om een nieuw bewijs van inschrijving (€ 7,80 of zoiets). Daar hebben ze de dame die mij hielp moeten oprapen want die was van haar stoel gevallen van mijn verhaal. “Je BSN-nummer? Dat hebben die helemaal niet nodig! Dat mogen die zelfs niet vragen! Heeft u een NL bankkaart? Dan moet dat voldoende zijn!” Haar collega gaf me de raad eerst geld af te halen en een ticket uit te printen zodat ze konden zien dat de kaart werkt.

Op naar Ritel. Daar was het hondsdruk, dus alles bij elkaar heeft het wél 1,5 uur geduurd incl. wachttijden (jobstudent die hulp nodig had van senior, die op zijn beurt met een klant bezig was, etc) MAAR!!! ik ben naar buiten gewandeld met 2 SIM-kaarten met een abonnement. Alleen niet van KPN, want de invoersite viel voortdurend uit of ze liepen vast op beperkingen van de formats. :roll: Sinds vanmorgen zijn we mobiel bereikbaar via T-Mobile, mét behoud van nummer, aan minder dan de helft van de prijs. Zónder BSN-nummer en de geldigheid van de bankkaart werd gewoon gecheckt door € 0,1 te pinnen. 8-[ #-o

Ter vergelijking: op 2 januari om 10:00 hadden we een afspraak bij de notaris voor de aankoop van ons huis. Om 10:10 stonden we weer buiten, mét de koopakte, mét een fles bubbels en inclusief verwelkoming, weerpraatje en babbel over het feit dat het spekglad lag op de parking van het notariaat en dat ze daar direct iets aan gingen doen.

Alles is relatief … :--

Advertenties

Echt…?

Ik heb het een beetje gehad met Texel en honden! Vanmorgen in het bos aan de Kwekerijweg een Duitse familie tegengekomen met een soortement mastief. Zij vroeg of die van mij een reu was en dat die van haar daar niet mee kan.

Ik lijn Jeppe aan om hem een andere kant op te sturen maar te laat. Die hond zat bovenop hem met zijn muil rond Jeppe’s keel. Ik heb dat monster vastgegrepen, gewurgd (voor zover mijn handen groot genoeg waren) en hem van Jeppe afgeschopt (heb nu een hernia van die forse bewegingen). Gelukkig zat Jeppe’s lijn nog om mijn pols, want anders was die zo de drukke straat opgerend.

En haar reactie? “Ik heb je nog gezegd dat die van mij niet met andere reuen kan.” Ja, deuh, ik kan niet zo snel een transgenderoperatie uitvoeren hoor, goudvis! Heb haar toegebeten dat als hààr hond niet met andere kan, zij hààr hond moet aa nlijnen en niet andersom. “Ja, maar hij moest toch tussen de struiken zijn gevoeg doen?” (anders moest ze de stront oprapen, dus) Je zou moeten weten hoeveel lopende meters mijn hond kan schijten terwijl hij aangelijnd is!!!

Haar (zijn?) moeder stond te huilen en ik hoorde duidelijk dat dit niet het eerste incident was. Een lijn alleen is dus niet eens een oplossing, een muilkorf zou er niet bij misstaan. En een heropvoedingscursus voor de eigenaars.

Echt, ik heb het hier zo’n beetje gehad. De volgende vakantie zal op Terschelling zijn. Daar hebben we in 20 jaar met 2 honden nooit zoiets voorgehad. Ik zet geen voet meer op dit eiland. Jamais!

Màn, ik ben píssig!!!!!!

Een wolf in schoothondenvacht …

Mag ik even stoom afblazen?

Onlangs ging ik met Jeppe wandelen in de Slufter . Honden moeten daar aan de lijn en iedereen die ik tegenkwam hield zich daar ook keurig aan. Bij het strand mogen ze los en er werd door de honden gespeeld en geplaagd.

Op de terugweg kwam ik een “dame” tegen met zo’n witte scheper. Niet-aangelijnd, of wat dachten jullie. Haar parfumwolk had eens in de kreukels moeten schieten. Toen hij Jeppe zag, veranderde er direct iets in zijn houding. Het ging echt zo abrupt als een schakelaar die om ging. Dit was geen hond die wilde spelen, dit was een wolf die zijn prooi besloop en zich klaarmaakte voor de kill.

Zij had uiteraard niets in de gaten. Toen haar hond aanviel, heb ik – met de dood in het hart, dat wel – me tussen wolf en prooi opgesteld en gelukkig kon ik hem met een zo autoritair mogelijk “nee” en “af” onderbreken. Zijn vrouwtje vond het allemaal heel vermakelijk. Als ik Jeppe niet aan de lijn gehouden had, was hij zeker gevlucht (hij gilde in doodsangst). Dan had ik haar gewurgd met haar hondenlijn. Diende die nog een goed doel.

Jeppe is de rest van de dag heel onrustig en angstig geweest, was bang voor alles wat maar van ver op een hond leek. ’s Avonds in de Robbenjager was er een heel lieve labrador van 14 maanden, waar Jeppe doodsbang voor was. Hij heeft tijdens de nacht wel geslapen maar buiten zijn gewoonte op niet gedroomd, dus hij verwerkte het niet.

Ik hoop dat ik me vergis, maar mogelijk staan we weer even ver achteruit als anderhalf jaar geleden toen we Jeppe kregen. En allemaal door zo’n trut. Als je geen verstand van honden hebt, koop dan een goudvis. Kan je aan de keukentafel op gelijk niveau communiceren …

Tussen droom en werkelijkheid …

… ligt voor ons de Hollandse omgangscultuur. Niet de Nederlandse, de Hollandse.

We gaan al meer dan 30 jaar met plezier naar de Waddeneilanden. Eerst Texel (in 1982), dan Ameland (moet ergens omtrent 1990 geweest zijn) en toen voor ruim 20 jaar Terschelling.

Op Schilge beleefden we – samen met onze hondjes – hemelse tijden, zelfs als de zwinnetjes waren dichtgevroren of we onze voeten tot voorbij onze enkels in het zand moesten begraven om overeind te blijven tijdens een storm.

Het werd liefde. En we wilden daar op termijn zelfs een huwelijk van maken door er na onze pensionering te gaan wonen. Maar net één van de aantrekkelijkheden van Terschelling stak daar een stokje voor. Men is daar héél errùg zuinig met het verkavelen van de grond en huizen zijn er een heel kostbaar goed. Toen we informatie inwonnen over het kopen van een huis kregen we dan ook als eerlijk antwoord dat we als niet-eilander, en bovendien niet-Nederlander, een flinke bonus bovenop de koopprijs zouden moeten betalen om ons op het eiland te kunnen vestigen. Niet het antwoord waar we op gehoopt hadden, maar tenminste eerlijk en recht-voor-de-raap. Zo zijn de Friezen nu eenmaal.

De laatste jaren gingen we weer wat vaker naar Texel en begonnen ons daar steeds meer thuis te voelen. Om eerlijk te zijn: het eiland biedt je als senior (lett’s face it: onze jonge jaren liggen achter ons) meer mogelijkheden. En dus begonnen we de immobiliënmarkt daar in de gaten te houden. Eerst maar eens navragen of er ook op Texel extra toeslagen zijn voor ons als buitenlandse koper. Nee hoor. De prijs die je op de site ziet staan is de prijs die je betaalt. Geen beperkingen, gelijke kansen voor iedereen.

Er kwam nog wel een pak huiswerk aan te pas om alle formaliteiten bij zo’n expat-beweging in kaart te brengen, maar begin dit jaar waren we wel zo ver dat we effectief aan het huisjes-kijken konden beginnen. We legden contacten met makelaars, maakten afspraken voor bezichtigingen en stelden – voor alle zekerheid – toch nog eens die vraag over toeslagen en of eilanders de voorkeur krijgen als ze ook op hetzelfde huis bieden. En elke keer weer een geruststellend antwoord. De droom kwam dichter en dichter.

Eén van de huizen – pas 2 dagen op de markt – had onze naam op elke muur staan. De eigenaar, die ons zelf een rondleiding gaf, was ons ook genegen en beloofde onmiddellijk (tijdens het weekend nog) een mail naar het immokantoor te sturen om te melden dat we een bod wilden doen. Zelf spraken we een berichtje van gelijke strekking in op het antwoordapparaat. Toen we op maandag naar de makelaar belden, was hij “even in bespreking, maar hij belt u zo snel mogelijk terug”. Het werd een wel heel lange bespreking, maar toen hij terugbelde “was het huis net een halfuur eerder verkocht”.

We hadden nog wel een paar huizen in de reserve, dus een kleine maand geleden boekten we een lang weekend in een B&B, speciaal in de context van de huizenjacht, en maakten een afspraak met de makelaar en met een notaris om nog enkele vragen te laten beantwoorden. Ook aan haar vroegen we of er restricties zijn voor buitenlanders. Neeneenee. Alles OK, helemaal welkom!

Het viel ons intussen op dat bepaalde bekenden op het eiland telkens zó druk in de weer waren dat ze ons – geheel buiten hun gewoonte – niet eens konden groeten. Zelfs als ze bijna met hun gezicht tegen onze opgestoken hand aan reden, kregen ze ons maar niet in de gaten. Of ze kwamen ons net wél begroeten, om vervolgens besmuikt te vragen of we nog steeds op huizenjacht waren. We antwoordden bevestigend, maar hielden het verder nogal wazig, want we hadden ergens toch wel het gevoel gekregen dat er achter onze rug gemanoeuvreerd werd.

Het huis viel heel erg in de smaak, we brachten een bod uit en zijn sindsdien nog steeds in afwachting van een antwoord. Toen ik na een goede week eens belde om te informeren hoe het er voor stond, heette het dat de eigenaar een paar dagen het land uit was en we twee dagen later zeker nieuws zouden krijgen. Ik vermoed dat de eigenaar intussen als vermist is opgegeven, want we hebben nog steeds niks gehoord.

Of toch wel: we worden bedolven onder aanbiedingen van recreatiewoningen (daar mag je dus niet permanent wonen en bij de meerderheid heb je zelfs de verplichting om een minimaal aantal weken per jaar te verhuren!) en tweede-woningen. Niet het marktsegment dat ons interesseert. We willen permanent verkassen. Bovendien zit je dan gegarandeerd in zo’n vakantiepark, met om de paar dagen nieuwe buren en met het artificieel opgeklopte vakantiesfeertje (“we hebben er voor betaald en nu zal het leuk zijn, graag of niet”).

Intussen heb ik uit onverdachte bron vernomen dat je als niet-eilander bijna niet aan een permanente woning geraakt, zelfs niet als je er full time werkt. Je kan in volle krisistijd makkelijker aan de wal een nieuwe job vinden dan een huis op het eiland. We weten nu genoeg.

Deze liefde is niet bekoeld, maar diepgevroren. Ik heb maar van één ding spijt: dat we daar nog een vakantie geboekt en betaald hebben ook. Ik word er helemaal heidens van als ze me willen bedonderen.

Verhuizen zullen we. Ons huis – en vooral de tuin – zijn te groot geworden voor ons. We zoeken iets op onze maat. Maar niet meer tussen Hollanders. Zeeuwen misschien. En voor de vakanties keren we terug naar de Friezen en onze eerste grote liefde: Terschelling. Daar weet je tenminste wat je aan de mensen hebt. Nah!

Brief aan uw en mijn vriend, de Politie…

Beste,

de kinderen fietsen weer naar school. Weken van tevoren wordt in alle media campagne gevoerd om hen attent te maken op de gevaren. Ook de andere weggebruikers wordt gevraagd actief en allert mee te werken aan een veilig schoolfietsverkeer. Ik doe daar heel graag aan mee. Vandaar ook deze mail.
Van de ouders van die kinderen horen we enkel angstgeluidjes en gezucht. Want de “boze automobilist” ligt weer op de loer om uitgerekend hùn kind overhoop te rijden! Maar heeft er al eens iemand aan gedacht om die (over?)bezorgde ouders zelf eens op te voeden?
Afgelopen vrijdag was ik – tot mijn grote ergernis – getuige van een scène die alleen maar kan leiden tot gezucht en steil opstaande haren  van de automobilisten.
Moeder en -nog bijlange niet stuurvaste – dochter fietsen van school naar huis. Moeder voorop, zonder fietshelm, aan de kant van het voetpad. Dochterlief schuin achter haar moeder aan, maar ruim naar het midden van de rijbaan. Met de fietshelm … aan het stuur hangend. En sturend als een dronkene, want haar fiets is eigenlijk nog wat te groot en dat fietsen zelf heeft ze duidelijk ook nog niet helemaal onder de knie.
Ik stel voor dat er in de scholen eens een verkeersles voor de ouders gegeven wordt. Ik zou me, als automobilist, moeder én grootmoeder een stuk geruster voelen als die kleine voorop reed, aan de kant van het voetpad, met moeder er achteraan (desnoods een klein beetje meer naar het midden om haar kind af te schermen) zodat ze goed kan zien hoe haar dochter het er vanaf brengt en NADAT ze ALLEBEI hun fietshelm OP HUN HOOFD hadden gezet.
Mvg,
Affodil, die niet alleen de natuur maar ook de veiligheid in de kijker houdt.

Big Brother voorbij …

Dat onze privacy allang niet meer privé is, daar maken nog weinig mensen zich illusies over, denk ik. Dat we zelf toch wel even moeten nadenken voor we iets op het internet gooien, is intussen ook al bekend. Maar Big Brother gaat nog veel verder!

Artsen, apothekers, ziekteverzekeringsorganisaties, … beschikken (noodgedwongen) over vertrouwelijke informatie die enkel hén én onszelf aangaan. En laat nu net het departement dat over die discretie en vertrouwelijkheid moet waken, ze op de markt willen gooien. “We kunnen daar geld voor vragen, zolang dat terugvloeit naar de patiënt.” aldus Staatssecretaris voor Privacy Philippe De Backer . 

Wel meneer De Bakker, als mijn gezondheidsdossier verkocht wordt aan de eerste, de gereedste farmahoer wil ik zélf de prijs bepalen én incasseren. En ù hoeft echt niet te bepalen wie er zaken mee heeft of ik me grieperig voel, dan wel  reumaklachten of een maagzweer heb. Die informatie is van generlei waarde voor de farmabloedzuigers. Als ze willen weten hoeveel ze volgend jaar méér kunnen verdienen met het op de markt brengen van nóg verslavender, overbodiger én milieuonvriendelijker verpakte smeerlapperij, dan hebben ze echt helemaal niets anders nodig dan een oplijsting van hun frauduleuze snoepreisjes en mensonterende harteloosheden.

Geen enkele industrie verdient zoveel op de rug van zo weinig werknemers als de farmareuzen, dus bespaar ons het argument van tewerkstelling waar jullie liberalen altijd mee voor de dag komen. Het zijn gigantische monsters die op geen enkele, maar dan ook geen enkele, manier begaan zijn met het welzijn van de gewone mensen (herinner u de weigering om betaalbare HIV-medicatie te produceren voor 3de-wereldlanden en de uitspraak dat een nieuw, naar verwachting zéér effectief, kankergeneesmiddel enkel voor rijken bedoeld is).

De mededeling dat de Open Vld-wolven (en bij uitbreiding N-VA, als ultrarechtse liberalen) de schaamte voorbij zijn, is een open deur intrappen. Wat jullie de afgelopen jaren uitvreten is ronduit om van te kotsen!

Voor mijn part vinden we al de in de terugbetalingslijsten van de mutualiteiten beschikbare én niet beschikbare kwalen terug in de – in alle kranten gepubliceerde – dossiers van uw vriendjes en medestanders. Speel zélf voor laborat, verdomme!