De Chinezen komen tóch…

Ja, ik ben al oud genoeg om me de tijd te herinneren dat een Chinees restaurant nog een nieuwigheid was. Een bezoekje aldaar was een avonturenreis evenwaardig en vormde vaak nog weken onderwerp van gesprek, vooral als er ook nog – bij wijze van grap – iemand in het gezelschap chop sticks gekregen had in plaats van westers bestek. Intussen zijn er vermoedelijk minstens evenveel meeneem- en andere Chinese restaurants als frituren in Vlaanderen. Geen mens kijkt er nog van op.

Als de oosterlingen zich in andere sectoren willen mengen is er blijkbaar wél een probleem. Zo bleek althans vorige week nog in verband met een mogelijke participatie in Eandis. Of de tegenkanting te maken had met de achterliggende gedachte dat we dan straks met evenveel papieren lampions zitten als met elektrische verlichting weet ik niet. Feit is, dat de weerstand hier opeens heel groot is.

Hopelijk valt er vanuit de groene natuurminnende hoek een even grote tegenstand te mobiliseren tegen een andere invasie: de Chinese wolhandkrab. Ik kan hier nu door anderen geschreven duidelijke artikels gaan overtypen, maar ik laat liever de eer aan wie die toekomt. Op volgende links is er klare taal te vinden over deze indringer:
Wadweten over de chinese wolhandkrab en Vlaanderen ten strijde tegen de Chinese wolhandkrab . Zo hebben jullie er meteen ook een paar foto’s bij. Die heb ik alsnog niet zelf kunnen maken.
Ik vond  – uiteraard – ook een artikel over hoe je er geld aan kan verdienen (goed wetende dat je dan groen bloedgeld aan de handen hebt, maar geld vergeeft alle zonden, nietwaar?): Een delicatesse . Hoewel consumptie van de ingeweken exemplaren ten stelligste wordt afgeraden omdat ze – indachtig hun omnivore eetgewoonten – alle beschikbare smeerlapperij meeslepen. Denk: zware metalen, chemicaliën, meststoffen, pesticiden, …

Het zou verkeerd zijn om – zoals ik oorspronkelijk – te denken dat je deze beestjes alleen ver van je bed kan tegenkomen. Toen ik op 13 augustus met Jeppe ons ochtendlijk wandelingetje ging maken, vond ik er een een paar straten van ons huis verwijderd. Gehavend door een auto, een fiets, een vogel? In elk geval flink gehandicapt door een vernielde poot. Eerst dacht ik nog dat het beest een lift gekregen had van een meeuw of een reiger die langs de Schelde naar eens wat anders dan altijd vis had gezocht. Maar bovenstaande artikels leerden me dat dit niet noodzakelijk het geval is.

Vorige week donderdag – ook tijdens de ochtendwandeling – vond ik er een volledig platgereden, om de hoek van onze straat. Twee treffers in zes weken tijd. Terwijl ik er voorheen nog nooit een gezien had. Wat mij meteen aan het denken zette over de rol die de dijkwerken in Kruibeke/Bazel/Rupelmonde daar ongewild in kunnen gespeeld hebben. Ironisch genoeg, want je kan in de geciteerde teksten net lezen dat die beesten dijken behoorlijk kunnen “ondermijnen”. Een goed begin dus.

Ik zou iedereen die die beestjes in zijn/haar omgeving vindt willen aanraden om even contact op te nemen met lokale natuurverenigingen of de gemeentelijke milieudienst om dat te melden. Zo kan de plaag-in-wording in kaart gebracht worden en kan de bestrijding beter georganiseerd worden. Tenzij u het idee van krabben in bad wel ziet zitten …

 

Advertenties

Daar is ‘m, daar is ‘m … !

De éne dag waren we uitermate blij met het bijna nazomerse weer van december, de andere kregen we toch wel wat heimwee naar witte kersttaferelen en sneeuwpret, vooral afhankelijk van of we er met de auto door moesten of naar vrije keuze konden genieten.

Maar nu is hij er dan toch: de winter. Met het zonnige vriesweer van gisteren en vandaag kan ik beslist leven. Ik teken zowaar voor dit weer tot eind februari. Maar wat ze er vrijdag van gemaakt hebben …

Na de wekelijkse poetsbeurt in huis reed ik naar het dorp. Aan het eind van de straat begon de miserie al: de weg die ik na de lunch op moest om met mijn moeder de wekelijkse boodschappen te doen, stond onder water en was derhalve afgesloten. Geen doorgang naar de snelweg, dus. Dat betekent in dit geval dus dat je binnenwegen moet kiezen waar de kans niet te groot is dat die ook onder water staan.

Ik moest op het gemeentehuis zijn en hoorde daar en passant dat er crisisberaad bezig was over het al dan niet gebruiken van de potpolder om al dat water op te vangen. Zover is het uiteindelijk niet gekomen.

Op de radio hadden ze al gemeld dat op het grondgebied van ons dorp “een aantal beken” buiten de oevers getreden waren en dat “verschillende wegen” afgesloten waren. Dat geeft nogal wat ruimte voor interpretatie. Van de Zwaluwbeek wist ik het dus al. De Barbierbeek was ook een certitude voor mij. Maar waren dat de enige beken? Ik geraakte bij mijn moeder. Niet zonder moeite, maar soit.

Maar nu kwam een volgend probleem aan de beurt: ’s morgens was de veerdienst naar Hoboken al anderhalf uur onderbroken geweest omdat het ponton bij vloed onder water stond. Twaalf uur en nog wat later zou dat mogelijk ook zo kunnen zijn en Kleindochter3 moest “aan de andere kant van het water” opgehaald worden en naar huis geraken. Papa heeft nog een voorlopig rijbewijs, dus die mocht niet rijden. Mama had andere verplichtingen. Het vooruitzicht dat de oversteek niet haalbaar was, resulteerde in “over naar familie”. Dan maar ineens rechtstreeks van de oudste generatie naar de jongste (hoezo sandwichgeneratie?) via de Kennedytunnel. Die traditioneel al om 14:30 een infarct had, waardoor de kleindochter nog een kwartier in de nabewaking moest blijven.

De file had als enige voordeel dat ik tijd zat kreeg om bij mezelf te overleggen hoe ik het taterwater op de achterbank naar huis en mezelf daarna onder ons eigen dak kon krijgen. Een afrit eerder was geen optie, wegens doodlopend op de wegblokkade van ’s morgens. De afrit verder zou ongetwijfeld stranden ergens in de Barbierbeekvallei (bleek achteraf ook zo te zijn, daar werd zelfs gesurfd ).

Dan maar dicht bij huis een aantal sluipwegen uitproberen. Dat ging vrij vlot tot ik alleen in de auto zat. Blijkbaar had men er bij het uitzetten van de omleiding niet aan gedacht dat niet alleen het doorgaand verkeer, maar ook de mensen van onze wijk naar huis moesten geraken. Alle straten kregen namelijk enkele richting van onze straat wég. Hondsmoe en dolgedraaid zag ik op een gegeven moment mijn kans en kon toch tussen twee filles door glippen. Eens ik de hoek van de straat om was, was ik veilig. In theorie. Een mastodont van een vrachtwagen kwam op zijn beurt in de verkeerde richting en deed dat met veel te veel overtuiging. Op zowat 100m van ons huis scheelde het welgeteld 3cm of hij had mij en de auto zo plat als een sigarettenblaadje gewalst. Ostentatief bleef hij midden op de weg staan (opzij was geen optie wegens te smal) en dus moest ik achteruit en uitwijken, in de hoop dat ik niet in een oververzadigde gracht zou rijden. Op zo’n moment heb ik vreemd genoeg het volste begrip voor mensen die in een opwelling iemand het hoofd onder water houden tot alle weerstand stopt. En water was er genoeg voorhanden!

Ver weg of dichtbij …

“Kijk nu toch, hoe mooi het licht valt op die vuurtoren en die schaapjes ervóór!”

Dan sta je waarschijnlijk bij zonsopgang of -ondergang op Texel, bij de Tuintjes, naar de vuurtoren te kijken. Bijvoorbeeld. En dan is het inderdaad een plaatje waard. En dan geniet je van de natuur, waar je toch algauw een uurtje of 3 voor onderweg geweest bent.

Het grote nadeel van wonen in Vlaanderen is dat we hier zo dicht opeen zitten dat er nog nauwelijks plaats is voor natuur. Dat drie grassprieten bij elkaar al snel met prikkeldraad worden afgespannen en het predikaat “natuurreservaat” krijgen en voor niemand meer bereikbaar zijn. Wat dan weer voor gevolg heeft dat je -in eigen land- soms ruim een uur moet rijden om nog eens een stukje bijna-ongerepte natuur te vinden.

Een mens wordt er mismoedig van. Ik bezondig mij er ook aan, hoor. Wij gaan al jaren niet meer naar onze eigen kust. We worden er even mismoedig van als van een zoo. Dieren in kooien, een kustlijn met een ononderbroken betonnen muur van hoge huizenblokken: what’s the difference? Er zijn mensen die me verzekeren dat er wél nog mooie stukjes kust zijn in ons land, maar ik moet al met een verrekijker en fotomateriaal slepen, als ik ook nog een microscoop moet meenemen hoeft het voor mij niet meer.

En àls er dan al eens een mooi stukje vlak bij huis is, zie je het op de duur ook niet meer want in je hoofd heeft zich het idee vastgezet dat dat niet kàn.

Maar dan merk je ook dat er veranderingen aan de gang zijn. In onze onmiddellijke omgeving zijn al minstens 3 akkers waar de jaarlijkse maïs recent vervangen is door grasland. Weer even een open blik op de wereld, want als er iets is wat ik haat aan maïs, dan is het dat het de wereld voor bijna de helft van de zomer afschermt. Hoog, donker en vooral: het blijft ook staan tot de zomer voorbij is. Pas in oktober krijg je weer de ruimte. Maar dan is het alweer bijna winter.

“Als je extra gewicht wil verliezen, kan je best vóór het ontbijt en nà het avondeten een flinke wandeling maken.”

Zei de coach.
Toen wandelgezel Jeppe zijn intrede deed, was dat meteen een feit en inderdaad, het helpt. Niet sensationeel, maar het helpt.

Het heeft ook voor gevolg dat ik sinds eind juni bij mooi strijklicht op pad ben. Voorlopig nog niet in het donker en ook niet bij hard middaglicht. Nee, dat mooie, gefilterde licht dat laag over de grond scheert en lange schaduwen werpt. En dat je ineens dingen laat zien die je al jaren niet meer hebt opgemerkt. Dichtbij, niet ver weg.

Een ochtendlijk doorkijkje vanaf de weg, over een vijver heen, naar het achterliggende veld. Of een weiland dat zich klaarmaakt voor de nacht. Een kladje ganzen dat een pasgemaaide akker gevonden heeft waar nog graankorrels te ritselen zijn.

En wacht tot de ochtendnevels komen!

DSCN1736bis

DSCN1734bis

DSCN1728bis

DSCN1730bis

 

Uitgeteld …

Er werd gisteren en vandaag dus geteld ten huize van. Vlinders, om precies te zijn. En hoewel we elk fladderend juweeltje uitermate bewonderen en er van genieten, was het best wel teleurstellend.

Ergens hoop ik dat dat overal een beetje zo geweest is, al is dat dan in eerste instantie alarmerend te noemen. OK, het weer van de 12 maanden die volgden op de vorige telling zal ook zijn invloed gehad hebben. Of dat normaal gezien in positieve of in negatieve zin moest zijn, laat ik aan de experts over. Ik hoor/lees graag hun conclusies de volgende dagen.

Als het géén algemeen verschijnsel is, ben ik helemaal teleurgesteld. Ook al had ik al gepland om in het najaar en volgende lente nóg meer vlinder/bijenplanten te zetten om geen onderbrekingen in de bloei en dus in de nectarbevoorrading te hebben. Maar het is lang geleden dat we zo weinig vlinders in de tuin hadden. En dat niet alleen in het telweekend, want dat is een kunstmatig gekozen tijdstip waarop je veel geluk of dikke malchance kan hebben. We hadden ook (onbedoeld, door familiale omstandigheden, zeg maar) voor het eerst een strook ongemaaid grasveld naast onze tuin, maar daar heb ik vooral de hond in zien lopen. Misschien moet die spontane ruigte nog even een jaartje langer “maturiseren”. Ik hou het in elk geval in de gaten. Als de vlinders er niet rondvliegen kunnen de rupsen er al wel zitten.

Nee, het is al een heel seizoen dat Manlief en ik ons er over verwonderen dat we zo weinig van die vliegende kunstwerkjes in de tuin hebben. Nochtans zijn er speciaal voor hen struiken en vaste kruidachtigen aangeplant en dat werd de voorgaande jaren ook heel erg geapprecieerd. Als de klimop (voor de allerlaatste vlinders, maar vooral voor hommels en wilde bijen) uitgebloeid is en de brem en eerste voorjaarsbloemen hun beurt gehad hebben, worden ze afgelost door sieruien, kogeldistels, heide, lavendel, tuinkruiden, kievietseitjes, seringen, vlinderstruiken, venkel (in de hoop dat we op termijn meer dan alleen die éne eenzame koninginnepage van vorig jaar kunnen verwelkomen) en het meer dan overrijpe fruit aan die paar fruitbomen die nog overeind staan. Tegen die tijd wordt de klimop weer wakker en is de cirkel rond.
Er is nog altijd waterdrieblad in de vijver (al moet ik dringend wat andere waterplanten korten om verdrukking te voorkomen), maar op één shlemmielig pubertje na hebben we nog geen olifantsrupsen gezien. Al denk ik dat het nog wat vroeg is om daar conclusies uit te trekken, want we zijn pas begin augustus. Meestal zie je die kanjers van rupsen pas na moederdag.
In de insectentuin is een nieuwe vuilboom aangeplant, want ik heb de indruk dat de exemplaren in de haag door het snoeien niet goed genoeg functioneren als waardplant voor de citroentjes. Naast de achterdeur hebben we seringen en toverhazelaar aangeplant om na de volgende winter meteen een ferme start te maken.

We zijn m.a.w. een beetje op onze honger blijven zitten, dit jaar. Desondanks gaan de plantplannen door in herfst en lente, zodat onze tuin desnoods als een laatste toevluchtsoord kan dienen om bepaalde soorten te helpen overleven.

Een evolutie die ik opmerk in mijn onmiddellijke omgeving (een hond zorgt niet alleen voor meer beweging, maar je bekijkt je leefomgeving opeens vanuit een ander perspectief en vooral aan een veel lager tempo): er zijn sinds vorig jaar een aantal maïsakkers omgevormd tot hooiland/weiland. Ik kan alleen maar hopen dat dat een omslag ten goede is. In het veld achter ons huis worden vrijkomende akkers opgekocht door een veeboer die er weiland van maakt en er hooit. Een blok verder zijn er ook met zekerheid al twee nieuwe hooilanden bij gekomen. Dat moet op termijn toch iéts geven? Iemand?

Onze tellijst van afgelopen weekend:

2 kleine koolwitjes, 1 groot koolwitje, 2 bonte zandoogjes, 2 oranje zandoogjes, 1 dagpauwoog, 1 atalanta en (waarschijnlijk, en dus niet doorgegeven) 1 gehakkelde aurelia.

De agelopen weken zagen we ook nog atalanta, kleine vos, dikkopje en een niet nader genoemd blauwtje, maar die vallen buiten deze telling.

DSC01064 DSC01065

Zeg hé, tel je mee …?

“Zo te sterven op het water met je vleugels van papier”. Boudewijn de Groot schreef dit ultieme vlinderlied jaren geleden en ik moet er nog altijd aan denken als ik zo’n stukje kleurig “papier” van bloem naar bloem zie fladderen. Ik vind het ook geen treurig lied. En voor mij is het het hooglied van het vlindertelweekend. Ik ga er dus vandaag en morgen de hele tijd mee in mijn hoofd zitten.

Wel een beetje lastig tijdens het tellen, natuurlijk …

SOS …

Luid ik deze week nog de alarmklok omdat in onze onmiddellijke omgeving de nestmogelijkheden voor steenuiltjes verdwijnen. Gisterenochtend, tijdens mijn rondje met Kastaar passeer ik een oude boomgaard waar 1 kompleet versleten fruitboom staat. Hol vanbinnen zoals je het normaal enkel bij een knotwilg ziet. En op een stuk bovengrondse wortel een stompje dat beweegt. En dat -tegen de tijd dat ik mijn gsm opgediept heb en de camerafunctie gekozen – opvliegt in de kruin en alarm slaat. Een steenuiltje!

’s Avonds uiteraard de avondwandeling zó gekozen dat ik weer langs die boomgaard kwam, maar het was nog te vroeg. Dus vanmorgen een nieuwe poging. Deze keer had ik mijn coolpixje in mijn heuptasje zitten. En weer zat er zo’n stompje beneden aan de stam. Maar dit keer was het blijkbaar een nog niet helemaal vliegvaardig jong. Pa (of Ma?) vloog in de naaste boom en zat daar te kijven, maar het jong maakte zich niet echt druk en wandelde de holle voet van de boom in. Om nieuwsgierig van achter het hoekje te blijven loeren naar die twee rare snuiters daar op de weg.

De foto is van minderwaardige kwaliteit, maar ik moest sterk inzoomen en het eerste zonlicht was bijzonder scherp, dus ook het contrast en de kleur heb ik wat moeten bijwerken.
Maar als bewijs toch dit:jonge steenuilEn nu dus zorgen dat we tegen het najaar een goed plaatsje gevonden hebben om een steenuilenkast op te hangen!