2021, going on 2022 …

Je ontsnapt er dezer dagen niet aan: de jaaroverzichten. In beeld, in klank, in geschreven woord, … Looking back in anger om wat niet kon of mocht, of overpeinzen wat fout ging, enthousiast om wat dan tóch goed kwam. Of gewoon in verwondering: is dat al/nog maar een jaar geleden?

Naar de radio wordt hier amper geluisterd, tv kijken we deze week alleen als we er zeker van kunnen zijn dat we niet in zo’n halsomwringende retrospectie terecht gaan komen. Dan nog liever de heruitzending van Beerschot – Anderlecht van gisteravond, al heb ik eigenlijk even weinig met Anderlecht als met Beerschot. Maar ik gun het “the Vince” dat hij eindelijk helemaal tot zijn recht komt als trainer.

In geschreven woord dan maar. Enkele medebloggers (hier en hier) hebben hun achterlicht al laten schijnen. Dan zal ik ook maar eens achterom kijken, zeker? Al was mijn eerste diensthoofd daar geen voorstander van (je weet nog wel, die van “als je teveel omkijkt naar het verleden, val je ruggelings in de toekomst”).

2021 was voor ons vooral de voortzetting van alledag. Covid heeft – op de momenten na, dat ik me in winkels waagde – verbazend weinig invloed op ons leven. En dat wordt zelfs nog minder, want sinds ik mijn boodschappen online bestel en thuis laat afleveren (scheelt een hoop gesleur, rugpijn en mondkapjesergernis), spaar ik tijd én geld. Die investeer ik met graagte op andere fronten.

Uitgaan hebben we nooit veel en/of graag gedaan. Dus wat missen we aan de (vervroegde) sluiting van café’s? Uit eten gaan we sowieso liefst ’s middags, omdat warm eten ’s avonds aanleiding geeft tot nachtelijke zure oprispingen. Ook dààr gaan we door als vanouds. Vakantie? Wij gaan per definitie op het moment en de plaats dat we zo min mogelijk mensen kunnen tegenkomen die door hun eeuwige gekwebbel de rust van de natuur verstoren en zo foto- en filmmomenten naar de kl*ten helpen.

Wat maakte 2021 dan nét iets anders? Vooreerst de vaststelling dat lontjes tegenwoordig niet krimpvast meer zijn. Ik heb nog nooit zo mijn woorden gewikt en gewogen, uit angst om een “klop op mijn bakkes” te krijgen. De ontdekking ook dat al die tinten grijs aan het verdwijnen zijn ten voordele van donkerzwart en helwit. Polarisatie is de geur van het moment. Het feit ook dat de politiek het ook niet (meer) weet en als een blinde naar een ei klopt. Al zal de struif wel altijd in hun eigen pannetje terecht komen. Maar of dat nu zo anders is dan anders?

2021 was ook voor de verandering eens nat. En dat was niet voor iedereen een even positief gegeven wat nog zwak uitgedrukt is. Zeuren over slijksporen van de hond binnenshuis doe ik niet meer in het besef dat in veel huizen in Nederland, België en Duitsland hooguit hondenpootafdrukken in het slijk staan. Binnenshuis.

Komt het door meer media-aandacht of is onze maatschappij in 2021 extreem gewelddadig geworden? Gericht geweld tegen hulpdiensten, mensen (vaak van de pers) die op klaarlichte dag op straat afgemaakt worden als slachtvee, rellen hiér, uit de hand lopende betogingen dààr, hooliganisme op het randje van moord, …

Nog 3 dagen. Hopelijk schrijven we eind 2022 niet met bloedrode inkt …

Tradities … (2)

Van het één komt het ander. Zat ik hier vorige keer al tussen eigen en geïmporteerde tradities gekneld (nou, ja), wat deze blogcollega vandaag uit zijn pen/toetsenbord liet vloeien bracht me een aantal voorbeelden in herinnering van hoe ver tradities zich mettertijd van hun oorsprong kunnen verwijderen. Of net niet. Omdat daarover uitweiden/uitwijden in een reactie bij hem een beetje (veel) op het kapen van zijn blog lijkt, ga ik er op eigen bodem dieper op in.

Laat ik maar beginnen met te zeggen dat ik ondanks – of net dànkzij – een vrij strenge religieuze opvoeding nog weinig binding heb met om het even welk geloof. Dat ik alleen nog in een kerk kom voor een begrafenis en dat dat dan vooral is als steunbetuiging aan de nabestaanden. Al de deugden die door geïnstitutionaliseerde religies worden gepredikt en tegelijk door hun leiders met voeten getreden, kan je ook zonder donderpreken en rituelen in de praktijk brengen.

Dit gezegd zijnde, leven we hier toch in een maatschappij die vooral/bijna uitsluitend rond de christelijke feesten georganiseerd is. En dan vind ik dat je net zo goed eens kan stilstaan bij de oorsprong. Dat je even terug moet gaan naar de essentie, vóór je je concentreert op de benefietjes die er aan vasthangen.

Zo heb ik ooit, pakweg 10-12 jaar geleden, zelf een kerststal gemaakt die geheel actueel aangekleed was met figuren die dagelijks door het journaal en in de kranten te zien waren. Vaak iconische foto’s van vluchtelingen die ik op karton en petflessen gekleefd had en die figureerden als herders, koningen en vooral: Maria, Jozef en hun pasgeboren zoon. Beelden uit de rauwe werkelijkheid van +2000 jaar na die farce waar de hele christelijke gemeenschap haar skivakanties en slemppartijen aan ophangt.

De kleinkinderen (toen 8 en 6) waren direct mee met het verhaal. Die gaven de mooiste kerstpreek die ik ooit gehoord heb. Hun ouders vonden het ook een goed idee, want “soms overdrijven we toch een beetje zonder er bij na te denken”. Mijn moeder (héél katholiek, nu ze niet meer naar de kerk kan – want die is gesloten wegens gebrek aan bezoekers – leef ik dagelijks met de schrik dat ze haar huis nog eens in de fik steekt met haar kaarsen) werd bleek, ademde diep in en barstte toen los. “Dat ik ONMIDDELLIJK die wansmakelijke rommel moest wegdoen, want hoe kan een mens nu smaak van zijn eten hebben met die foto’s ernaast?”
Tja … Ik heb haar een stoel gegeven met de rug naar de kerststal, maar alles is blijven staan!

Het andere uiterste mochten we net niét meemaken, wegens een week te vroeg. In Spanje, zoals ook dhr. Pannenkoek in zijn blogje. Het was de week vóór Pinksteren, in El Rocío. Witte huisjes, overvloedig versierd met bloemen. De luiken, deuren en hekjes nog nat van de verf. Onverharde straten, want er kwamen bijna geen auto’s, wél paarden, eventueel met koetsen erachter. Die kwamen trouwens van alle kanten tegelijk en “gaz planchée”, dus je moest wel uitkijken waar je liep. Overal lachende gezichten, gitaarroffels, luide stemmen, uitroepen van een blij weerzien.

De “hermandades” hebben allemaal een eigen herkenningskleur, is ons uitgelegd. De bollen op de hekkenpalen zijn bedekt met email in die kleur. Bij die huizen groeperen de broederschappen voor het vertrek van de processie. Twee dagen, gevuld met vrome devotie en vurige flamenco.

De zondag die daaraan vooraf gaat, is er nog een voorbereidend evenement en daar waren we wél getuige van (tenminste van een deel) ervan). Zo’n volkstoeloop is natuurlijk ook wat de kermis bij ons was/is: een gelegenheid voor jong “huwbaar” volk om elkaar te leren kennen. De meisjes worden in prachtige flamencogewaden op een feestelijk uitgedost paard gezet. De trotse vader leidt dat tweetal aan de teugel door het dorp en vooral op het dorpsplein rond. Bij elke gelegenheid die zich daartoe leent, wordt gestopt, er wordt muziek gemaakt, gedanst en gezongen en – uiteraard – een rondje gedronken. Elke “hermandada” kiest haar maagd, die de volgende week zo dicht mogelijk in de buurt van het beeld van Maria aan de processie deelneemt.

Tussen bijna hysterische devotie en een totaal gebrek aan inlevingsvermogen vult het jaar zich wereldwijd met speciale gelegenheden die vroeger “feesten” waren, zodat men op die éne dag eens de armoe van de rest van het jaar kon vergeten. Zoals “vasten” en “vlees derven” een verheerlijking was van het feit dat de mensen bijna omkwamen van de honger. Zoals het eten van varkensvlees “onrein” is in warme landen, omdat men – bij gebrek aan koelkasten in de woestijn – destijds voedselvergiftigingen door het snel bederven van varkensvlees wilde voorkomen. En zo kan je nog dagen doorgaan met voorbeelden van regels en tradities waarvan nu de oorsprong totaal niet meer te bedenken is …

Tradities …

OK, tradities zijn er om in ere te houden (voor wie daar behoefte aan heeft / gevoelig voor is).

Als iemand aan “onze” tradities wil raken omdat hij/zij er een ongelukkig gevoel bij krijgt (ja, de pietenkwestie), dan staan we op hoge poten om ons recht op die traditie op te eisen. Ik laat in het midden of dat terecht is of niet, of we met elkaar wat rekening kunnen houden of niet. Die discussie hebben we al vaker gehad dan me lief is.

Er zijn er ook die “onze cultuur” te vuur en te zwaard willen verdedigen tegen gebruiken en gewoonten van mensen die intussen al een aantal generaties hier leven en vaak beter ingeburgerd zijn dan het “eigen volk”. Die zelfverklaarde cultuurridders voelen zich bedreigd, terecht of niet. Al heb ik vaak mijn vragen bij wat zij dan weten over hun eigen cultuur. Een aantal jaren geleden voerde Nederland een soort inburgeringsexamen in voor kandidaat-nieuwe-burgers. Ik kom nogal op NL fora en voor de grap gingen we allemaal eens de vragen oplossen. Meestal eindigde ik met een straat voorsprong op de “échte” Nederlanders. En in Vlaanderen (of eender waar) zal het niet anders zijn. Kijk maar eens een keer naar kwissen over algemene kennis op tv. Ténenkrómmend!!!

Maar wat ík véél bedreigender vind voor onze eigenheid (als die dan toch moet verdedigd worden) is het invoeren van tradities waar wij helemaal niets mee hebben, die helemaal niet in onze geschiedenis passen en zuiver commerciële doelen dienen. Zoals daar zijn: Valentijn (heeft geen enkel raakvlak met onze cultuur), Halloween (idem) en nu wordt ons links en rechts (vlak vóór de zwelgpartijen van Kerst en Oud en Nieuw) een nieuwe vreemde eend (of in dit geval een kalkoen) door de strot geduwd. Ik kreeg eergister de nieuwe Margriet in handen en daar waren ze van de eerste tot de laatste bladzijde in de ban van “dankbaar zijn”, gevulde kalkoen, met de hele familie rond de tafel, pakjes uitdelen. Hier hebben we toch Pakjesavond? Nou ja, kan je de niet-welkome pakjes van Thanksgiving doorgeven aan de volgende ongelukkige. Dat is ook iets om dankbaar voor te zijn …

Toeval of niet: het past weer helemaal in het hoekje “zullen we de VS maar nog wat vaker kritiekloos naäpen?”

Als je het over cultuurbezoedeling wil hebben …

Terug op het vertrouwde nest …

We zijn weer thuis van Texel sinds donderdag avond, maar ik had nog niet eerder tijd om aan de pc te gaan zitten. We hadden een heerlijk huisje: alles erop en eraan en met een wijds uitzicht. Een super-de-luxe vogelkijkhut, zeg maar, verwarmd, koffie of thee met koekje bij de hand, comfortabele bank. Maar in 2 weken hadden we zegge en schrijve 3 uur aan één gesloten mooi weer. Afgelopen donderdag ochtend. De eerste week wisselden regen en buien elkaar af. In week 2 kon de steeds aanwezige mist niet goed besluiten of hij ging uitmiezeren of optrekken. Meestal het eerste, dus keken we uit op 100 tinten grijs. Alleen het tussenliggende weekend bracht afwisseling met 7 Bft. De golven sloegen stuk tegen de voet van het duin. Wég strand.

Gelukkig was mijn wandeling met gids van dinsdag naar donderdag verplaatst, heb ik dàt toch nog mooi meegepikt. Veel gezien, lekker wandelen van 9 tot 12. Om 8u30 trok de mist plots op en hij was terug tegen 13u. Toen kwam het berichtje van ons favo restaurantje dat de reservering voor ’s avonds werd geannuleerd wegens ziekte van de gastvrouw en de kok.

We hebben heel even naar elkaar gekeken en zijn gelijk als gekken beginnen pakken en opruimen (moesten we toch die namiddag doen) en zijn naar de boot gereden. Anders moesten we die avond nog op zoek naar iets te eten, waren we veroordeeld tot tv-kijken wegens boeken en laptop ingepakt en dan weet ik hoe dat eindigt: mekaar gek zeuren tot het tijd is om te gaan slapen (wat niet lukt) en de volgende ochtend met hoofdpijn op de terugweg.

We waren net te laat voor de boot van 15u. Nog even tot bij de Petten gereden (natuurreservaatje) en eindelijk – na 2 weken vergeefs zoeken – de zwarte ibis gezien die daar al een maand rondspookt. Manlief kreeg bijna een rolberoerte, want we konden niet bij de fototoestellen … Om 20u30 waren we thuis.

Gisteren de boodschappen voor mijn moeder gedaan i.p.v. vandaag. Onze boodschappen laat ik tegenwoordig thuis brengen (behalve van slager en bakker). Hoef ik niet meer naar Hulst (hier in het dorp kom ik niet meer in de super, tenzij het écht niet anders kan), blijf ik tussen het volk uit en hoef ik er ook niet meer mee te sleuren.
Blijft nog wat wasgoed weg te werken en we zijn weer terug bij “normaal”.

De volgende dagen komen er vast nog wel wat foto’s (schone wolken zijn ook niet mis) en een iets uitgebreider vakantieverslagje. Nu eerst de laatste getuigen van de vakantie wegwerken en de geleverde boodschappen wegschikken, was opvouwen, strijk in de mand voor de strijkdienst, achterstallige blogjes lezen (we hadden daar geen wifi en om zoveel op de tablet te lezen is te vermoeiend voor de ogen).

Groenten om te vergeten …

De stoom die net uit mijn oren kwam, begint te vervagen. Nee, de verwarming staat nog niet zo hoog dat ik zou verdampen als ik er zou op gaan zitten (wat praktisch gezien niet eens kàn). Ik bekeek terloops even een filmpje op de site van NOS.nl (jammer genoeg laat de link zich niet kopiëren) en zelfs zonder naar het getater te luisteren (het geluid stond uit) kreeg ik het al Spaans benauwd.

Groenten modificeren om verspilling tegen te gaan … Écht of wat …? Deftig leren koken zou misschien ook al helpen, denk je niet?

Eerst iedereen zot proberen maken met “bloemkoolrijst” en “broccolirijst”, of courgettenlinguini (is nog het minst erge) en dan die bloemkool en broccoli gaan modificeren omdat anders de stelen overschieten. Terwijl je die perfect in de soep kwijt kan.
Sla (mis)kweken zodat de bladeren preciés passen onder een hamburger. Hoe bedénk je het? Dat slablad kan je perfect in twee scheuren en overlappen. Heb je meteen nog extra vitamientjes.

Ooit heb ik me ongans gelachen toen ik hoorde dat men overwoog vierkante tomaten te kweken omdat dat beter stapelde. Wist ik veel dat er écht zo’n zotten rondlopen!

Tot de heren tv-koks begonnen voordoen hoe je uit een aardappel van die perfecte tonnetjes kan snijden. Dat er meer afval overbleef dan eten, speelde geen rol. Dat ze die dan stoomden tot ze er uit zagen als plastic speelgoed en smaakten als bevroren rapen, ook niet. Dat opeens iedereen om “vastkokers” zou beginnen gillen om ook van die nutteloze toeren uit te halen, vonden ze een groot succes.

Maar ík wil “mousse patatten” (soms zijn ze vér te zoeken en ze smaken naar niets meer), normale bloemkool en broccoli, grote én kleine slabladen, kromme komkommers en wortels in idiote vormen waar je je een breuk om lacht. En tomaten die je niét kan stapelen. Want die onderste zien er dan toch uit als een bloedvlek …

Snoeien …

Zullen we het eens hebben over “snoeien”?

Zo ongeveer een week geleden kwam ik via een omweg op het spoor van ene Marianne Zwagermans. Volgens haar cv een zakenvrouw die ook columns schrijft en daarbij vooral oog blijkt te hebben voor wat aan haar mediageilheid kan tegemoet komen. Vandaar dat ze dan ook alle registers pleegt open te trekken om zoveel mogelijk mensen te shockeren, kwestie van de schijnwerpers haar kant op te laten draaien.

Ook deze keer slaagde ze er weer in om tegen ontelbare zere benen te schoppen met een uitspraak die  wel eens als een boemerang tegen haar arrogante kop zou kunnen terechtkomen.

Het ging over corona – what else? – waarbij ze zich bediende van de woorden “dor hout”. Die gebruikte ze expliciet als verzamelnaam voor ouderen, zwakkeren, zieken, … Volgens haar moeten we onze welvaart niet op het spel zetten om een paar duizend kwetsbare ouderen te redden van de coronadood. Als corona hen er nú niet onder krijgt, dan leggen ze over één of twee jaar wel door iets anders het loodje, redeneerde ze.

Naast krantenkoppen haalde Zwagermans o.a. zelfs de kamerdebatten, alwaar haar grove uitspraken het nodige kwaad bloed genereerden. Radio- en tv-zenders verdrongen zich voor haar deur om haar te confronteren, en ze ging daar graag op in, al was ze dan weer weinig consequent, want ze wilde liever niet laten weten waar die deur was. “Ik krijg nogal eens bedreigingen”. Tja, wat had je verwacht, schat? Als je per sé omelet wil bakken, moet je de kapotte schalen er voor lief bij nemen. Anders hou je het maar bij oud brood en water.

‘We gaan door met verse twijgjes.’ Groot gelijk! Al zou iedere rechtgeaarde tuinspecialist aanraden om meteen ook al de wilde scheuten er uit te halen, omdat die niks voortbrengen dat deugt en alleen maar vegeteren op kosten van de struik …

Sommige mensen zullen zeker niet dood gaan aan teveel verstand. Voor deze zelfverklaarde schrijfster wordt het dus ook wachten op verdorren of corona …

Waaróóóm..?

11u45
“M, schat, ruim eens wat speelgoed van tafel.”
“Waaróóóóm?”
“Omdat ik de tafel moet dekken, want het eten is klaar.”
“Waaróóóóm?”
“Omdat we op tijd moeten eten, als we met de boot willen gaan varen.”
“Waaróóóóm?”
“Omdat de schipper niet op ons kan wachten.”
“Waaróóóóm?”
“Omdat die andere mensen óók centjes betaald hebben en als die allemaal op tijd zijn, mogen wij hen niet laten wachten”

12u25
“M, lieverd, ga eens naar de badkamer en kuis je mondje af met het washandje”
“Waaróóóóm?”
Als je gezichtje vol speculoospasta hangt, mag je van de schipper vast niet aan het roer komen staan.”
“Waaróóóóm?”
“Omdat de schipper altijd piekfijn gekleed moet zijn om de mensen te ontvangen. Dat is beleefd.”
“Waaróóóóm?”
“Omdat het niet leuk om zien is als je daar met vieze kleren of een vuile mond staat”

12u55
“Je moet wél goed luisteren aan boord, want op een boot is altijd een heel klein beetje gevaarlijk, hé”
“Waaróóóóm?”
“Omdat je overboord kan vallen en dan kunnen we je niet meer uit het water halen”
“Waaróóóóm?”
“Omdat het water vuil is en we je niet zien als je onder gaat. En als je onder de boot terecht komt al helemaal niet”
“Waaróóóóm?”
“Geloof me nu maar eens een keertje zonder uitleg, want we moeten snel aan boord. De schipper staat al op ons te wachten.”

13u05
“M, ga hier maar zitten op dat bankje. Dan komen wij naast je zitten”
“Waaróóóóm?”

“Waaróóóóm?”

13u15
“Waaróóóóm?”

“Waaróóóóm?”

13u30
“Waaróóóóm?”

“Waaróóóóm?”

14u30
“Waaróóóóm?”

“Waaróóóóm?”

“Waaróóóóm?”

“Waaróóóóm?”

“Waaróóóóm?”

20u50
“Manlief, wil je me nu eens een plezier doen en mij een handvol paracetamolletjes geven?”
“Waaróóóóm?” 🙂

 

Drukke weken voor de boeg …

Vakantie, maar toch: drukke weken voor de boeg ten onzent.

Straks mijn moeder ophalen voor een etentje, vóór de boel weer dicht gaat vanwege corona II. Want mijn eksteroog jeukt. Dat wil zeggen dat er wat op komst is. En gooien ze de boel niet dicht, dan ga je in deze omstandigheden niet uit met iemand van 90, zelf ook in de risicogroep zetelend.

De komende drie dagen moeten er nog wat afspraken nagekomen worden en voorbereidingen getroffen, want … Donderdag voormiddag komen M&M tot en met zondag. Schatten van kinderen en het vorige weekend verliep schitterend. Deze keer “vààààrt de bóóóót” wél, gaan we mee om zeehonden te spotten en mogen de kleine matroosjes zélf de kajuit in en even schipper spelen. ’s Avonds gaan ze weer naar huis, dus als de jongste geen oog dicht doet van opwinding, lig ik er niet wakker van. 🙂

De week erna ongeveer hetzelfde scenario, minus de boottocht, maar dan heb ik al andere plannen voor het kleine grut. En dan zal ik helemaal blij zijn als ze op tijd naar de papa kunnen, want de volgende ochtend wordt ik al om 8u op het OK verwacht voor mijn catheterisatie. En dan hoop ik wél dat de volgende dagen aan een iets lager tempo verlopen.

Dat alles in de veronderstelling dat de planning niet doorkruist wordt door virussen en dergelijke.
Dus bij enige radiostilte hier: tot in augustus! Lezen bij mijn favoriete blogjes komt er allicht wel van, maar zelf productief zijn waarschijnlijk ietsje minder.

 

Nooit gedacht …

Ik had het nooit gedacht. Tenslotte zijn wij niet van het vlaggen. Zelfs niet voor de Rode Duivels. En ook niet voor nationale, regionale, gewestelijke, koninklijke of andere feestdagen.

WIJ ZIJN NIET VAN HET VLAGGEN!!!

En nu hangt er een vlag(JE) aan onze gevel. Een bescheiden doekje. Iets van ca. 40 x 60 cm. Geen driekleur, maar een Zeeuws leeuwtje-op-zee. 

Vanwaar de ommekeer? Vandaag zwaaien de leerlingen van groep 8 af. Hier in de school ’t getij . Normaal doen ze dat met een feestje op  school. Maar corona gooide ook daar roet in het eten. Dus vorige week stak er een flyer in de brievenbus met een oproep aan de wijkbewoners om vanmiddag te vlaggen en de huisgevel te versieren. En – als het kan – ook te applaudiseren voor de afzwaaiers.

't getij

Daar kan je toch niet tegenop? Dus hebben we een vlag besteld. Manlief was tegen driekleuren, dus viel de keuze op Zeeuws-Vlaanderen. En is Manlief nu nog naar de winkel om extra versiering te zoeken. In de buurt was niets te vinden in deze tijd van het jaar, dus is hij helemaal naar Hulst. Voor ballons (liefst niet eigenlijk vanwege plastic), of papieren slingers. Of zo’n herbruikbare stoffen slinger met vlagjes. Komt vast nog wel eens van pas.
(Ik heb de indruk dat wij nu toch wel heel goed aan het integreren zijn.)

Nog veel succes aan de nu ex-groep8-ers!!!

IMG_20200709_103625

 

 

En toen …

waren ze weg. De toekomst tegemoet. Een beetje verlegen, toch best wel blij met de aandacht en zelfs een beetje trots. Maar vooral: een beetje verlegen. Schutterig, met de handen in de zakken en tersluikse blikken naar de mensen die hen stonden toe te juichen.  

Heerlijk uitgeteld…

Compleet strike. Zo voelde ik me gisteravond. En heel gelukkig ook.

Vrijdag namiddag de jongste twee kleinkinderen opgehaald voor een weekendje logeren. Voor Zus (bijna 7) was het enige nieuwe het logeerbed. Zij was hier al eerder samen met Oudste (10) te gast.

Voor Broer (bijna 4) was dit een uitgestelde primeur. Eigenlijk zou hij afgelopen kerstvakantie blijven slapen, maar door omstandigheden werd dat uitgesteld. En de nieuwe omstandigheden sinds dit voorjaar maakten dat we hem via een smokkelroute hadden moeten vervoeren in de koffer om hem eerder hier te krijgen. En eigenlijk was het geen slechte zaak dat Zus er bij was, die eerste keer.

Vrijdag was het broeierig warm en klam. Maar nadat het kleine grut geïnstalleerd was en gegeten had, waren ze toch paraat om naar de buurtspeeltuin te gaan. Voetbal mee om daar ook nog een balletje te trappen. Na een tijdje even om de hoek gaan kijken waar al dat eendenkabaal vandaan kwam. Op de vissers hun handen staan kijken en (Broer) honderduit vragen over hoe en waarom en wanneer je vissen vangt met zo’n stok en of hij eens aan zo’n vis mocht voelen en waarom die vissen zich laten vangen met een stukje kaas. Bij dat woord ging er opeens een hondenkopje omhoog en moest ik snel de hondenlijn aanhalen of de visser kon inpakken en naar huis gaan …

De tijd was sneller dan wij en het was al na halftien, aan het donderen en bakken aan het gieten eer het grut gedoucht in bed lag. “Niet teveel kabaal meer maken, he!“. Maar of ze dat nog gehoord hebben …

Zaterdag ben ik na acht uur een beetje luidruchtiger beginnen rommelen om hen stilletjes aan wakker te maken. Ontbijt, toilet maken en dan eerst naar Hulst om een paar (kleur)boeken, want het weer was grondig om. Kwestie van toch wat amusement achter de hand te hebben als de weergoden het te bont zouden maken. De wandeling terug naar de auto voerde “toevallig” langs een paar Pagadders, een vestinggracht, een kanon en een standbeeld van Reinaert de Vos. Daarin zat voor elk wat wils en voor het volgende logeerpartijtje zijn er al afspraken omtrent een vestingswandeling langs alle Pagadders, de molen en de speeltuin aan de oude kasteelpoort. Een mooi geïllustreerd boek over Reinaert ligt intussen ook al te wachten, want tussen douche en bed hoort een verhaaltje.

Na de middag had ik oorspronkelijk bedacht om naar het strandje te gaan, maar de lucht zag grijs, er zat een nogal frisse wind en er viel af en toe wat regen. “Wat gaan we er aan doen, kids? Toch maar riskeren? Terugkomen kan nog altijd” Dat vonden Zus en Broer ook en dus werden de emmertjes, schepjes, rijfjes en potjes in een tas geladen, de hoodies gingen mee en waaile wég. Bij aankomst waren wij de enigen die richting strand liepen, al de rest ging eten in/bij de strandtent, zich aankleden na het zwemmen of gewoon naar huis. Een heel strand voor ons drieën dus, want pépé had de rol van logistieke ondersteuning opgenomen (lees tafel dekken en weer afruimen, koffie zetten, …) en Jeppe lag te genieten van de tijdelijke rust en stilte in huis.

Maar na een dik halfuur moesten we ons toch gewonnen geven want het begon echt te regenen. Broer had nog helemaal geen zin in kleurboeken, wilde mordicus met de overzetboot gaan varen (kan pas vanaf 1 juli, dus nóg iets voor volgend logeerweekend), wou boten spotten (per hoge uitzondering dit weekend enkel binnenschepen, géén grote containerschepen, je zal maar pech hebben) en dus reden we richting Terneuzen. Met een paar bovendijkse stopplaatsen hadden we misschien toch nog kans een paar GROOOOOOTE BOOOOTEN te zien en te tellen. Gelukkig was de rivierpolitie daar om zijn ambitie te temperen. Een uitstapje naar het oude jachthaventje van Griete én de belofte dat we volgende keer (straks? als we thuis zijn? als het hek open is?)  gaan varen.

Na de frietjes met hamburger en sla met tomaat (die bleef liggen) was een kort wandelingetje met Jeppe ruim voldoende. Nog wat voor tv hangen om de emoties van de dag te verteren, een lekkere douche, een verhaaltje en het licht ging bij alle twee vanzelf uit. Zo ook bij mij. Pas na mijn eigen passage onder de douche voelde ik mij weer een beetje mens.

Zondagochtend. We hadden nog een heel stuk programma in te halen. De logeetjes waren heel nieuwsgierig naar de spiksplinternieuwe kabelbaan die onze dorpsraad onlangs mocht verwezenlijken en inhuldigen in de andere speeltuin in het park. Dat er nog een aantal andere “kei-leuke” toestellen waren, ja, dat was bonus natuurlijk. Na een uurtje was het nieuwe er wat vanaf en zijn we aan “de zoete kant” van de dijk in een eindje doodlopende straat gaan rolschaatsen (Zus), loopfietsen (Broer) en wandelen (schrijver dezes).

Omdat de twee speelvogels ook nu weer lekker lang uitgeslapen hadden, werd het stilaan tijd om te gaan inpakken. “Ik vind het hier heel leuk“, “Ik wil nog niet naar huis“, “We gingen toch nog varen?” .

Er waren nog zachte bollen met roerei of choco naar keuze, er moest nog een voetbal gezocht worden die over het hek gevlogen was (volgens Broer), maar die uiteindelijk verstopt bleek onder een hondendeken. Kwestie van het nog wat te rekken. En toen was het toch écht tijd om in de file te gaan staan.

Als ik nu eens aan de schipper vraag om hen volgende keer met de Atol op te halen? Antwerpen ligt toch ook aan de Schelde ..?