Zit me jasje goed …

Geloof het of niet, maar: het stof is weg. Het huis ligt er weer eventjes fris en keurig bij. Het nieuwe deurgat is gemaakt. De deur, dat is iets anders. Ze hadden er een bij, maar daar bleek een olievlek op te zitten en omdat die waarschijnlijk nooit helemaal weg te krijgen is en toch steeds door de verf zal komen, is er een nieuwe besteld. De “oude” hangt voorlopig de tocht tegen te houden.

Het is serieus aanpakken geweest, de afgelopen weken en ik ben eigenlijk best wel een beetje trots dat ik het heb kunnen bijhouden. En daarom gaat moeder morgen op stap. Het zou droog weer blijven. Grijs, maar droog. Ben ik al helemaal blij mee.

Waar naartoe, weet ik nog niet goed. Misschien Terneuzen eens gaan verkennen. Daar heb ik eigenlijk nog maar één straat goed bekeken. Eens zoeken waar de winkels zijn waar ik wel iets van mijn gading kan vinden. En iets lekkers scoren. En op weg naar huis nog even langs Zaamslag, want in het passeren heb ik daar een paar mooie winkels gezien.

Maar het zou zomaar kunnen dat ik Hulst ten gronde leer kennen. Daar weet ik al een paar winkels. Ik heb er al een nieuwe gsm gekocht, en een pedaalemmer voor de badkamer, en pralines. Ik weet waar ik moet zijn voor de officiële administratie. Maar zo gewoon eens flaneren en genieten is er nog niet van gekomen.

Misschien kan ik dan in het naar huis rijden eindelijk onze auto ophalen bij de herstelgarage. Die staat er dan bijna drie weken. Vanmorgen even telefonisch ontploft en misschien zijn ze daar wakker van geworden.

Maar voorlopig denk ik daar niet aan. Eerst even voorpretjes koesteren …

Advertenties

What a time …

… this has been!!!

We keken er al lang naar uit, naar die vakantie op Terschelling. Hoewel Texel ons steeds meer bevalt, blijft Schilge voor ons toch het mooiste Waddeneiland. Begin oktober was het zover. Een flinke, maar voorspoedige rit, een rustige overtocht en de sinds lang bekende weg naar Hoorn. Uitpakken, voorraad inslaan, genieten.

Voor Jeppe was het de eerste kennismaking met het eiland waar de andere hondjes de tijd van hun leven hadden. Omdat hondjes op Terschelling in bos en op strand overal los mogen en hij zijn weg daar nog niet kent (en “kom” niet altijd zo goed met zijn plannen strookt), had ik hem toch maar een tracer om gedaan. Als hij ons kwijtspeelde kon ik tenminste volgen waar hij zich ophield. Ik drufde hem dan ook veel sneller los laten. Hij bleek veel oplettender dan ik verwacht had en hield goed gelijke tred op een afstandje. Slechts één keer ging het (bijna) fout: op het strand vond hij het kadaver van een meeuw. En wat is er nu leuker dan daar eens flink in te gaan rollen?  De clip van de tracer was daar niet helemaal op berekend en dus kon ik beide uit de rottigheid gaan vissen. Was blij toe dat ik het op tijd gemerkt had.

De tweede week begon met twee schitterende dagen die we grotendeels lui doorbrachten uit de wind en in de zon in de rustige tuin van ons huisje. Het was zelfs opletten voor zonnebrand!

Op woensdag keerde het tij en kwam het eerste pechbericht: de koper van ons huis in België trok zich terug want hij kreeg zijn financiëring niet rond. De trend was gezet.

Op donderdag kregen we een telefoontje van de thuiswacht, dat een abrupt einde maakte aan de vakantie. Ons moe ging plots fel achteruit. En dan zit je op een eiland natuurlijk. Met – in het beste geval – drie afvaarten per dag. Terwijl Manlief gauw alles in de koffers propte, reed ik naar rederij Doeksen om de tickets te laten omboeken. De middagboot vertrok nog geen halfuur later, dus dat werd niks. Een avondboot was er niet. De vroege boot voor de volgende ochtend was volgeboekt…. Er maakte zich al een lichte paniek meester van mij. Maar zo gauw geven ze daar niet op bij Doeksen. Een telefoontje van de baliemedewerkster later wist ik dat we met de vrachtboot mee konden. Om kwart vóór vier inchecken, een half uur later op weg naar het vasteland.

Intussen werd er druk over en weer gebeld met de thuiswacht om te horen hoe het er voor stond. Tegen dat we Amsterdam passeerden wisten we dat we die avond recht op huis aan konden omdat de toestand van schoonmoeder stabiel genoeg was.
De volgende dagen vulden zich met afscheid nemen, voorbereidingen treffen, rouwen en thuis tussen half uitgepakte koffers snelle happen eten en hondsmoe in bed ploffen en niet slapen.

Precies een week na thuiskomst leverde ik Manlief af in het ziekenhuis van Terneuzen voor een TKP (dat is dus een Nederlandse Totale KnieProthese, want ze zijn hier verzot op afkortingen). Om klokslag twaalf uur werd hij de operatiezaal binnen gereden, om vier uur later al met krukken naast zijn bed te staan. Als de wond niet lekte en hij trappen kon doen mocht hij op zaterdag naar huis.
Ik rekende uit dat me dat in de voormiddag net genoeg tijd kon opleveren om eindelijk wat rommel weg te werken, de hond eens flink uit te laten en eten in huis te halen vóór ik mijn iron man ging ophalen.
Had je gedacht! Om tien uur hing hij al aan de telefoon. “Of ik hem tegen elf uur kon ophalen, want hij mocht naar huis.”

Nu ben ik normaal heel flexibel in het omgooien van mijn planning, maar de afgelopen tien dagen was daar wel wat veel in overdreven, nog los van alle emoties die er nog aan te pas gekomen waren. En dus was de uitbrander van de hoofdverpleegster omdat we de trombosespuitjes nog niet afgehaald hadden bij de apotheker er ruimschoots teveel aan. Op een ultrakort antwoord na hield ik me nog goed, maar toen ik na lang wachten bij de apotheek buitenkwam werd het even zwart voor mijn ogen. Waardoor ik de verlichtingspaal achter de auto niet zag en er grondig tegenaan reed. Dat kon er ook nog wel bij. De paal had niet eens lakschade. De auto staat nu – twee weken later – nog in de garage. Ik mag hopen dat het bestelde vervangstuk eindelijk geleverd is, zodat ze met de assemblage kunnen beginnen. Enige goede nieuws in dit hoofdstuk: de verzekering dekt de schade.

Maar er is ook nog goed nieuws. Mijn wederhelft herstelt zoals we het nooit hadden durven hopen. Na amper een halve week kon hij de nieuwe knie al ruim over 90° plooien, wat normaal met champagne gevierd wordt na twee-drie weken. Strekken zal nog wat tijd, werk en tandengeknars vergen want door een jarenlange verkeerde houding is de hamstring behoorlijk gekrompen. De hechtingen gingen er afgelopen donderdag uit. In huis mag hij van de bank naar de stoel of de wc zonder krukken, op de trap en over wat langere afstanden met één kruk, maar voor zijn straatje-om moet hij – mede omwille van de oneffen ondergrond – beide steunpilaren nog gebruiken. De pijnstillers zijn voortijdig naar de donkere krochten van de apotheekkast verbannen. Vandaag het laatste van die vermaledijde spuitjes en volgende week naar de fysiopraktijk op de hometrainer. Geen massagekes aan huis meer.

Een perfecte timing van de fysio, want vanaf maandag ligt ons huis terug helemaal overhoop: in de bijkeuken wordt een deurgat naar de voorraadkamer geslepen (stofstofstofstof…) en boven worden de ramen vervangen, wegens naar buiten draaiend. Wat daar het idee achter is, heb ik in dat bijna-jaar dat we hier wonen nog niet kunnen achterhalen. De luiken kunnen niet dicht als we met het raam open willen slapen. Als het raam openstaat en het weer slaat om, regent het onvermijdelijk binnen en we mogen dan maar hopen dat er ook geen windvlagen aan te pas komen. Dan kunnen we bij de buren gaan vragen of we aub ons slaapkamervenster terugkrijgen. De ruiten lappen aan de buitenkant is uitgesloten, want ik kan niet gevelklimmen. Nu is dàt het flauwste tegenargument, want we hebben een ruitenwassersfirma aangesproken en dan hoef ik dat karwei zelfs op de begane grond niet meer op te knappen.

Gisteren heb ik even mijn 7-weken-keukenbord geactualiseerd en merkte ik dat de hele rest van dit jaar er op kan. 2017 was het toonbeeld van drama en hectiek. Ik hoop dat 2018 de perfecte tegenpool mag worden. Omdat een goed begin het halve werk is, hebben we in elk geval al een optie genomen op een beetje winters Texel…

 

Afwezig …

Ik ben hier de afgelopen weken niet echt àànwezig geweest. Zo af en toe loop ik wel even aan, maar verdwijn weer zonder een spoor na te laten. Of vooralsnog geen zichtbaar spoor, laat ik het zó uitdrukken. Achter de schermen ben ik wel bezig, maar maak enkel “onaffe” dingen die nog wachten op de laatste hand. Want er is nog één en ander te doen buiten dit blog:

  • een container helpen vullen met de afbraak van het oude tuinhuis, en dan maar gelijk proberen daar nog een boel andere rommel bij te krijgen die we opgegraven/gevonden/met verwondering ontdekt  hebben. Je wil niet weten wat de vorige bewoners hier allemaal achtergelaten hebben. Soms hebben we ook de indruk dat ze hun tuin bovenop een laag klinkers hebben aangelegd. Waarmee meteen gezegd is wat er nog meer in die container gegooid is.
  • met de goede afbraakmaterialen een scherm helpen zetten om de kliko’s verder aan het zicht te onttrekken en om steun te bieden aan nog te planten klimplanten. Ik denk daarbij aan climatis, maar toen ik gisteren in de Landidee bladerde begon ik ineens aan hop te denken. Niet omdat ik ambitie heb om een eigen biertje te bedenken, maar met hop kan je blijkbaar nog zóveel meer! Al eens een hopbel goed bekeken? Een kunstwerkje! Alleen al om die reden zou je het in de tuin willen. Enige minpunt: je mag er bijna naast blijven staan met de snoeischaar.
  • samen met een installateur uitzoeken waar die vermaledijde kabouterlantaarn in de tuin zijn stroom vandaan haalde, want het “lezen” van een schakelkast in Nederland is niet hetzelfde als in Vlaanderen, vooral niet zonder plan. Het werd een amusante belevenis, een avontuurlijke zoektocht en ze werd – goddank – met succes bekroond, al was de uitkomst zo ongeveer het minst voorspelbare dat we (niet) hadden kunnen bedenken. We hopen binnenkort de goede man terug te zien om de leiding door te trekken naar het andere ouden en vooral naar het nieuwe tuinhuis. Met wat gespook en geknutsel met verlengdraden heb ik al kunnen ondervinden wat een zàààààlig leeshoekje dat kan zijn op een zwoele zomeravond. Vooral als je licht hebt om bij te lezen, that is.
  • een versleten catalpa laten rooien en twee rare koppen uit oude sparren laten zagen. Achterbuurman had bij een eerdere bevraging niet durven zeggen dat die eigenlijk de zon uit zijn tuin hielden, maar ik voelde aan mijn water dat er een pijnpunt geweest was met de vorige bewoner en eerlijk: het zàg er niet uit. Twee groene lolies die heel ondecoratief boven de hoge haag en afscheiding uitstaken. Alsof hun enige bestaansreden was om iemand te ergeren.
  • Jeppe heeft “zijnen diplom”, nu gaat vrouwtje naar school: gisteren de eerste yogales ooit en ik heb het gevoel dat ik een workshop zeemansknopen gevolgd heb. Waarbij er af en toe precies nog een einde draad niet goed losgepeuterd is…
  • al wat los of niet vast genoeg zat, moest deze week ook nog opgeborgen worden zodat de storm zonder al te veel schade kon doorstaan worden.
  • zo stilaan één en ander voorbereiden voor onze herfstvakantie die ons weer naar Terschelling moet brengen. Gesteld dat er net de dag van vertrek niet weer zo’n storm over het land (en het water) trekt.
  • rondwandelen en -rijden en me vergapen aan de indrukwekkende luchten hier. “Septemberluchten”. Maar die heb je hier het hele seizoen. Alleen worden ze in september méga. En speuren naar trekvogels. De grote soorten, zoals ganzen, vallen wel vanzelf op, maar momenteel knispert het hier van kleine trekkertjes. Zangvogeltjes die nu alleen maar wat tjilen en zich voortdurend zenuwachtig verplaatsen zodat je ze niet goed kan zien. Maar ze zíjn er!
  • Lézen! Veel lezen. Na een leesdip van ruim 5 jaar weer lezen en ervan genieten. weer in een boek kruipen en me er niet van los kunnen maken voor het laatste blad is omgeslagen. En die “onaffe” dingen waar ik het in het begin over had, zijn de recensies, maar zolang er nog een NTL-stapel is (voor niet-ingewijden: een Nog-Te-Lezen-stapel 🙂 ) kan ik mijn gedachten daar niet goed bij houden. Toch zal ik me er één dezer eens aan moeten zetten, want anders wordt de achterstand te groot. Aangezien mijn systeem nog volop in zomermodus is en er op het uur waarop ik dan wakker word toch niets te beleven valt wegens te donker buiten, zal ik daar de komende ochtenden eens aan bezondigen. De rubriek “voor u gelezen” zal dus weer een beetje aangroeien.

Ik merk ook dat de collega-bloggers die ik volg weer uit hun zomerrust ontwaken. Het was dus niet alleen hier stillekes. Ik ga dus nu daar maar eens bijlezen, eer het niet meer bij te houden is…

Het einde van …

… het kartonnen tijdperk.

Vorige week de aller-aller-aller-laatste kartonnen doos uitgepakt. Ik wist zelfs niet meer dat die nog in de berging bovenop een kast stond. En dat terwijl er boven tig lege plastic boxen staan waarin ik het allemaal kon sorteren. Het was dan ook geen spul dat wij veel nodig hebben: speeltjes, knuffels, kleurboeken en -potloden voor de kleinkinderen, maar die zien we toch bijna niet, dus …

Alles zit nu in die plastic dozen, die zijn steviger en trotseren de jaren beter voor het geval dat. De éne kan niet goed dicht en daar steekt altijd een pluchen eendje uit. Hoe ik het ook draai of keer, dat kopje komt naar buiten. En dus vind ik het enkele tellen later steevast op het kussen van Jeppe. Hij speelt er niet echt mee, hij bijt er niet op, hij wil het alleen in de buurt hebben. Heeft er tenminste iémand plezier van.

Tegelijkertijd zijn er nog een aantal paperassen binnen gekomen die openstaande dossiers vervolledigen. Dus gisteren ben ik een halve dag bezig geweest om alles netjes te sorteren, op datum te leggen, samen te pinnen en in de daarvoor bestemde klasseurs te steken. Vanaf nu zou ik dus weer blindelings mijn weg moeten vinden in de papieren jungle. Er loopt nu een duidelijke grens tussen de Belgische en de Nederlandse administratie. 🙂

Vorige week is de glazen tekentafel van Manlief ook geleverd. Was nog een heel gedoe om die in elkaar te krijgen, maar ze staat. Nu nog een constructie maken om de lichtbak te monteren, want eigenlijk is die niet geschikt voor dit model tafel. De bijgeleverde beugels kunnen wel dienen, maar er zal nog een overgangsstukje moeten gemaakt worden.

Hopelijk is de aannemer van zijn woord en komt hij volgende week de nieuwe omheining en het hek plaatsen, want het oude is intussen al een paar keer over mijn voet geschoten. Als het nat weer is blokkeert het wieltje en schiet dan plots los en dan zitten je tenen er onder. Niet iets om met graagte een gewoonte van te maken.

Zo. De koffie is op, het regent nog altijd pijpenstelen, dus het heeft geen zin om nog langer te wachten om boodschappen te doen. Ik zal er door moeten, graag of anders…

Uit de (Zeeuws) Vlaamse klei getrokken …

Onze nieuwe tuin heeft ongeveer de oppervlakte van de voortuin in Kruibeke en als alles goed gaat wordt daar volgende week nog een flinke hap van afgepakt als het nieuwe tuinhuis geleverd wordt. Weliswaar op een plaats die verhard en dus heel onderhoudsvriendelijk is. Maar toch. Aan het uitzicht zal er heel veel veranderen. Er gaat dan weliswaar een oud kot tegen de vlakte, maar daar moet een struik komen die de hoek van de tuin opvult.

Ik had eerder al aangegeven dat er nog wel wat hard landscaping aan te pas ging komen om er iets van te maken waar wij tevreden mee kunnen zijn. Manlief heeft intussen een flink stuk landschap gecorrigeerd en ik heb daar vandaag mijn labeur aan toegevoegd. En labeur is het! Dat is hier pure klei, mannekes! En met dat weer van de laatste tijd is hij nog bien quit ook. Bij momenten is het precies of ge zijt in een bakstenen grondplaat aan het schuppen/hakken/… whatever. Ikke dus al heel blij dat ik vandaag maar de helft van die border op de agenda staan had. De andere helft zal nog efkes moeten wachten want de hortensia’s die daar weg moeten, staan net in bloei, dus dan kunt ge die beter met rust laten.

Vóór ik iets in de grond kon steken heb ik er eerst héél véél uitgehaald. Wat die vorige eigenaar in gedachten had weet ik niet, maar met de klinkers die ik opgegraven heb kunt ge bijna een extra parking aanleggen voor de supermarkt hier in het dorp. Als alles op orde is en we er zeker van zijn dat we er geen van nodig hebben, mag de eerste de gereedste liefhebber van getrommelde vierkanten klinkerkes er zijn rug op creveren om ze gratis en voor niets te komen halen.

Bleef over: een stuk keiharde klei, die gebroken moest worden en klaargemaakt om er planten in te kunnen aan de groei krijgen. Ik heb er eerst en vooral wat zand onder gemengd om hem losser te maken en dan grondverbeteraar onder gemengd. Hier en daar waren er kleikluiten die zó hard waren dat ik ze letterlijk uiteen moeten weken heb door er water over te sproeien. Alleen op die manier kon ik ze klein krijgen.
Tegen die tijd was ik allang blij dat ik achter een boterham en een kop koffie kon gaan schuilen.

Na de middag kwam dan het plezante werk: bloemekes planten! Er zitten nog flinke gaten tussen, maar dat is ook de bedoeling. Daar moeten in het najaar bollen in. Er is ook nog wat ruimte gelaten voor planten die later in het jaar op hun best zijn (en dientengevolge pas dàn in de handel verkrijgbaar). Eerst maar eens zien hoe deze het gaan doen. En als dan de andere helft van de border ook vrij komt, is het makkelijker om er één geheel van te maken i.p.v. twee helften.

Omdat het stuk achter de vijver vooral in blauwtinten komt (lavendel, festuca, irissen) heb ik voor deze border vooral voor warme rood-en-oranje tinten gekozen. Veel bloeiers dus, maar er gaan ook nog bladplanten tussen komen.

Fase 1 ziet er dus nu ongeveer zó uit:

 

Het zenegroen vooraan heb ik vooral voor zijn prachtige blad gekozen, hoewel de vroege bloei zeker zal geapprecieerd worden door bijen en vlinders.
De helleborussen had ik in bakken meegebracht uit Kruibeke. Vandaag konden ze eindelijk weer in de volle grond. Als ik eenmaal weet welke de verhuis overleefd hebben (de naamkaartjes zijn verloren) kan ik ook mijn verlanglijstje voor volgend jaar opmaken.
Vooral voor het contrast in bladkleur en -vorm, heb ik er een paar zeedistels naast gezet. En ook daar gaan de insecten blij mee zijn.
Zonnehoed mag ook niet ontbreken. Ik wil er ook nog wel een gele en een oranje soort bij, maar die vond ik nu niet.
Een grappig plantje vind ik het duifkruid. Met z’n donkere bolle hoofdjes trekt het zeker de aandacht. Als je dan dichterbij komt, zie je de subtiele witte puntjes tegen het bijna zwarte paars.
Hetzelfde donkere paars – maar in een veel strakkere vorm – komt wat verder terug met de calla’s. Maar daarvoor moet je eerst voorbij de oplichtende daglelie’s.
Niet echt míjn ding, maar voor Manlief een echte favoriet, zijn dahlia’s. Ik vond deze mooie grote plant in vurig rood. Ik denk aan felgele en witte versies voor het tweede deel.
Om de scherpe lijnen van het kruispunt achteraan wat te verzachten koos ik een rozig siergras, maar nu kan ik toch even niet op de naam komen. Morgen eens het kaartje opduiken vantussen de plastic potten. Ach ja, O!leander is ook meegereisd. Hij ziet er voor ’t moment een beetje bleekjes uit, maar ik hoop dat hij snel weer op zijn positieven is. Wel eentje om een warm jasje aan te trekken in de winter.

En terwijl ik met mijn neus vlak boven de grond bezig was, heeft mijn halve trouwboek een houten scherm geplaatst om de kliko’s (vuilbakken in ’t schoon Vlaams) aan het oog te onttrekken. Een proper afgeschermd rommelhoekje waar nog een paar struiken tegen komen en de catalpa een hoed op zet. De druivelaar die tegen de achterwand loopt, maakt het àf. Zó àf, dat Manlief dààr gaat zitten genieten van de tuin. Bij de vuilbakken …

Weer in de pas …

We zijn alweer twee weken thuis uit vakantie. Twee weken die naast druk ook tropisch warm waren (vooral de laatste, dan).

Twee weken waarin we wel vaker tegen elkaar gezegd hebben dat wat we vooral op de Wadden zoeken, in feite grotendeels op onze huidige drempel ligt. De rust, de nabijheid van de natuur en het water… OK, geen vogelboulevard zoals op Texel, maar dan ook niet de horden toeristen die nu het eiland onveilig maken. Het besef dat die paar kampeerders in Hengstdijk (gelukkig) niet op kunnen tegen de bootladingen volk die vanaf nu van de Texelstroom en de Dokter Rademakers rollen.

Alles is gelopen zoals het moest. Het beste hebben we gekregen en de rest kunnen we nog altijd in een vakantie stoppen. Al ga ik er de volgende keer beter op letten dat de lange weekends van Hemelvaart en Pinksteren er niet meer in vallen, want het was er nù al erg druk.

De buren hebben de brievenbus leeg gemaakt, de bloemen water gegeven en de kliko naar buiten gereden. Afgelopen woensdag zijn ze op de koffie – en vooral op iets frisser – geweest om eens beter kennis te maken. Het was een gezellige boel. We zijn goed terecht gekomen.

De volgende week – hoop ik – worden de omheining en één van de tuinhuisjes gesloopt en vervangen. Manlief heeft de overdaad aan te smalle, onbegaanbare paadjes gereduceerd zodat er nu één pad richting kliko’s loopt, geflankeerd door twee borders van een meer gangbare omvang. Met een beetje geluk kunnen de tegels nog vóór de winter vervangen worden. Anders wordt dat een project voor volgend voorjaar.

 

Inmiddels hebben we ook de eerste (privé)les in de hondenschool gehad. De hondjes mogen oefenen en de baasjes krijgen huiswerk mee. 🙂
De eerste opdracht was om een videoportret van hondlief te maken dat ook een beetje illustreert wat je graag gecorrigeerd wil zien of waar je een oplossing voor wil vinden.
We zijn alvast met een 10/10 begonnen:


Jeppe kan écht wel mooi aan de voet lopen, maar als zijn neus in een reukje valt, is hij pleite. Op de vlakte bij het haventje is dat nog niet zo’n probleem, maar met een neus vol fazant, haas of patrijs merkt het ventje niet meer dat hij de rijbaan op rent en dat daar dan af en toe ook nog wel eens verkeer kan zijn. En waar ik misschien nog méér mee zit: dat het geen fazant, haas of patrijs is (die laat hij toch ontsnappen), maar iemand’s kat. Want die gaat dat niét meer doorvertellen!
Vervolg op 10 juli als we de eerste groepsles hebben.

En bij het begin van de zomer hoort ook een nieuwe header: ik krijg maar niet genoeg van het zien van die blonde akkers vol wiegend koren. De gerst wordt nu binnen gehaald. (Ik kan het niet helpen dat ik me dan afvraag hoeveel frisse pintjes daar staan te groeien… 😉 )

IMG_20170621_205640