Golden oldies …

Ik zit in mijn archief te zoeken naar oude vakantieverslagen om ze eindelijk eens aan mijn blog toe te voegen. Ik heb ze nog op papier, maar íets zegt me dat ik al eens eerder begonnen was ze in te typen in Word. Misschien bespaar ik me dagen dubbel werk en hoef ik enkel foto’s in te voegen ..?

Er zitten ook losse teksten in de map “eigen tekst”. Eén ervan wil ik vast hier neerzetten. Een overdenking die ik in 2014 aan de pc toevertrouwde en ze is – afgaande op de gebruikte jaartallen en leeftijden – zelfs nog 8 jaar ouder en bestond al in één of ander schriftje en ze is nog altijd actueel. Tel dus overal al maar 16 jaar bij.

Globalisme

“Als pitte Roos zou terugkomen, dat mens zou nogal verschieten!” Het is de eeuwige afstopper van mijn schoonmoeder als we over de koffie weer eens hebben zitten filosoferen over hoe de wereld toch veranderd is in korte tijd. Ik heb pitte Roos nooit gekend, maar zij was een generatiegenote van pitte Leonie, mijn overgrootmoeder, en dat mens is bijna 40 jaar geleden op 93-jarige leeftijd overleden, een paar maanden voor ik 13 werd.

Pitte Leonie was nauw betrokken bij het opengooien van de grenzen van de wereld, want ze was overwegbewaakster bij de Belgische Spoorwegen. Telkens er een trein van ergens naar elders voorbijkwam, moest zij ervoor zorgen dat niks die reis bemoeilijkte. Er was nog geen sprake van TGV’s, maar de toenmalige tchoeketchoekevaart was al een hele vooruitgang. In die tijd gingen de meeste verplaatsingen nog met de benenwagen. Maar hoewel pitte Leonie de vooruitgang van dichtbij meemaakte, was haar grootste avontuur toch toen ze van Nieuwkerken naar Sint-Niklaas verhuisde om bij haar jongste dochter te gaan wonen. Haar wereld was een dorp groot…

Mijn grootmoeder (ze zou bij leven en welzijn nu 105 geworden zijn) was ook haar tijd behoorlijk vooruit. Eind jaren 50, begin van de woelige sixties van vorige eeuw waren er nog niet zoveel mensen die het land uitgingen op vakantie. Ik was dan ook de trotse bezitster van een glazen kast vol klederdrachtpoppen, afkomstig uit alle landen die mijn grootouders bezocht hadden. Meestal per “autocar”, maar een paar keer ook “met de vlieger”.

Niet alleen tijdens de vakanties verruimden mijn grootmoeder en grootvader hun grenzen. Ik herinner me nog heel goed die eerste zwart-wit tv. Een vierkante glimmend zwarte bak, met een bibberend scherm waar de eerste generatie BV’s hun opwachting maakten. Het was de tijd van “Jan Pijp” en “Tienerklanken” en de periode dat “Sportweekend” nog werd afgesloten door Polleke Jacquemijns met de uitslagen van de duivensport…

Mijn ouders (mama “mocht” voor haar 76ste verjaardag afgelopen zondag gaan stemmen) kochten een goeie 40 jaar geleden hun eerste auto, waardoor de wereld weer wat kleiner werd. Voor de jaarlijkse vakanties waren we nu niet meer afhankelijk van het aanbod van de toenmalige reisbureaus, we konden onze eigen wegen ontdekken. De televisiebeelden kleurden (jammer genoeg meestal bloederig rood) en kwamen nu van overal in de wereld. Maar het bleef toch nog altijd een ver-van-mijn-bedshow.

En nu? Ik kijk via google earth op een satellietfoto waar ik best de nieuwe bloembollen in de tuin kan planten, zie op het dak van de buren hun windhaan in de vorm van een vliegtuig en zit –samen met nog een paar gelijkgezinden- kamerbreed en wereldwijd op het net te navelstaren.

De wereld? De wereld is nu een groot dorp. Met de bijpassende dorpsmentaliteit. Nu roddelen we over de buren aan de andere kant van de aardbol, want die naast de deur kennen we niet meer…

Let’s go ..!

Saturn9 zette haar volgelingen op het juiste (zij het niet noodzakelijk rechte) pad met thema’s als “mobiel” en “verkeersborden”. Als ik dan toch op weg ben en de zon roept de vakantiestemming met volle geweld op, dan gaan we ten onzent meteen ook “all the way“. Zonder koffers, zonder van huis te gaan zelfs. We zoeken het niet verder dan de keuken en de eettafel. We kunnen het ook niet helpen, maar vakantieherinneringen bestaan bij ons vaak – ook – uit smaken en geuren.

Vandaag vertoefden we even op de grens tussen Spanje en Frankrijk. We waren op de thuisreis (in juni 1996, geloof ik) toen we merkten dat onze benzinetank dorst begon te krijgen. Tanken in Spanje betekende meer waar voor hetzelfde geld als in Frankrijk, dus we stopten aan het laatste tankstation vóór we Frankrijk binnen reden. Het was pas rond 11u in de voormiddag, maar we hadden geen idee wanneer we weer in de buurt van mondvoorraad zouden komen, dus gingen we naar binnen voor de laatste tapa’s van die vakantie.

Vlak onder de top zagen we de goed gevulde camping van Biescas. Niemand van de daar verblijvende gasten had enig vermoeden van het drama dat zich daar enkele weken later zou voltrekken. Ook wij konden niet weten dat onze lunch voor altijd een beetje een bittere nasmaak zou krijgen bij de herinnering aan de beelden die we – ongelovig en geshockeerd – vanuit onze luie stoel zouden aanstaren.

Desalniettemin is één van de tapa’s die we daar proefden nog altijd een absolute favoriet, waar ik nog elk jaar kleine wijzigingen aan aanbreng, al zit dat dan meestal enkel in de keuze van de kaas. Van pimientos rellenos bestaan ook in Spanje vele versies (evenveel als er koks zijn die het klaarmaken) maar onze voorkeur gaat uit naar wat we toen hebben geproefd: kleine pepertjes (niet te pikant) gevuld met kaas.

Omdat ik er het raden naar heb welke kaas ze gebruikt hadden (waarschijnlijk een product van de dichtst bijzijnde schapen- of geitenboer) is het lang zoeken geweest om met kazen van bij ons zo dicht mogelijk bij “de waarheid” te komen. Maar ik denk dat ik inmiddels wel tevreden mag zijn met mijn eigen recept.

Voor twee personen (en als lunchgerecht op zich, dus met van die lange, zoete puntpaprika’s) gebruik ik:
* twee zoete rode puntpaprika’s
* een halfje schapenkaas van Brugse Blomme
* een klein potje crème fraîche
Meer moet dat niet zijn. Snij de paprika’s in de lengte door en haal de zaadlijsten er uit. Leg ze in een ovenvast schaaltje (bij voorkeur individuele schaaltjes) en vul de holten op met kleine stukjes kaas. Schep wat crème fraîche over elke helft en smeer open zodat de kaas afgedekt is. Schuif in een voorverwarmde oven (200°) en laat 15 minuten in vakantiestemming komen. Serveren met stokbrood en doorspoelen met een niet te zware frisse rode of rosé wijn of een koele cerveza, por favor

… … …

Het stokbrood was te groot voor ons tweetjes, vanavond is het waarschijnlijk geschikt om er een kunstwerk in macramé mee te maken. Dus gaan we morgen naar Mizoën, het platteau d’Emparis. We lunchen in de Refuge du Fay en bestellen een superlichte, maar heel smakelijke salade met croûtes en mosterdvinaigrette:

* een half stokbrood in dunne plakjes
* een 3-tal eieren, losgeklopt
* gemalen kaas, niet te zout, maar wél afsmakend
* flink wat knisperverse kropsla
* een zoete ui in dunne ringen
* zelfgemaakte of gekochte mosterdvinaigrette
Haal de sneetjes stokbrood door het eierbeslag, leg in een ovenschotel en bestrooi met de gemalen kaas. Schuif onder de grill en laat kleuren. Schik de sla en de uiringen in een groot slabord, schik er de toastjes op en geef de vinaigrette er apart bij of alles verlept vóór het op tafel staat. Vermits gletscherwater hier niet te krijgen is (en ginds vermoedelijk ook niet meer vanwege de klimaatopwarming) kan je beter kiezen voor een frisse pint.

Wij kregen het spektakel er gratis bij, maar zelf zal je je moeten proberen inbeelden hoe men vanuit helicopters een stuk gletscher probeert los te schieten voor een gecontroleerde lawine … De digestieve wandeling ging bij ons door het hoogveengebied waarbij de sprinkhanen met duizenden rond onze benen sprongen. Zoek een equivalent, of ga gewoon lekker in een luie stoel uitbuiken.

Persvrijheid, -blijheid..?

“Ik begin er al spijt van te krijgen dat ik naar Nederland ben komen wonen!”

Manlief windt zich – andermaal en terecht – op over de (voetbal)commentaren in de Nederlandse kranten.
“De éne dag schrijven ze een speler de hemel in, de volgende trappen ze hem tot gort”.

Deze keer gaat het over de relletjes na de wedstrijd Atlético Madrid – Manchester City, afgelopen dinsdag. Iedereen die de wedstrijd gevolgd heeft en heeft gezien wat er te zien wàs, kan beamen dat er bij de Madrilenen een paar rondliepen die blijkbaar méér dan enkel suiker in de thee gedaan hadden. En wie coach Simeone al eens bezig gezien heeft naast – een dikwijls óver – de zijlijn, zal ook al wel eens de wenkbrauwen gefronst hebben. De opgefokte, cocaïne-achtige attitudes van de teamleider doen mij elke keer denken aan scènes uit “Planet of the Apes”. Dat zijn ploeg dat wildernisgedrag overneemt, lijkt mij vooral gestuurd om de pers dààrover te laten schrijven, zodat het slaapverwekkende gebrek aan voetbalkunde minder opvalt.
Vandaag is het vooral de opmerking “dat die van City het toch ook wel een beetje uitgelokt hadden door hun eigendunk-vertoning”. Dat moet dan geweest zijn terwijl ik even een plaspauze nam, want dat heb ik gemist. “Die Ollanders hebben Cruyf nooit bezig gezien zeker?”. Manlief blijft het moeilijk vinden.

Een andere doorn in het echtelijk oog is het feit dat de pers voortdurend een forum biedt aan gespuis dat eigenlijk thuishoort in een donkere, geluiddichte kelder waar de vergetelheid haar rechten kan doen gelden. Maffiosi die om de haverklap de dagbladvoorpagina’s claimen voor fake nieuws en non-informatie. Een beetje zoals de De Mols en andere Borsato’s de covers van de roddelblaadjes blijven teisteren.

Ik geef hem volmondig gelijk. Alleen … Ik herinner mij wel een handvol spelers in de Belgische voetbalcompetitie die door Belgische kranten van de hemel naar de hel verplaatst werden. En ook het misdaadgespuis krijgt in de -voor ons nu buitenlandse – pers meer aandacht dan het verdient.

Vermits de pers vrijheid geniet, is er een alternatief: de krant opzeggen. En misschien is het moment dààr om weer eens vaker naar het wielrennen te kijken, nu we – éindelijk! – van Wuyts verlost zijn. Kunnen we het geluid weer aanzetten, zonder naar stommiteiten te moeten luisteren …

Osca(a)r met de sigaar …

Het interesseert mij eigenlijk geen mallemoer wie er om deze tijd van het jaar een Oscar krijgt. Ik ben sowieso al geen fanatieke filmkijker en meestal zijn het net films die voor dat beeldje niet in aanmerking komen, die mijn voorkeur genieten.

Aangezien blijkbaar steeds meer kijkers het laten afweten bij dit non-event, leek het er even op dat men er dan maar een paar onuitgegeven stunts tegenaan gegooid heeft. Achteraf bekeken, twijfel ik een beetje aan die stelling. Maar het effect in de pers is er niet minder om.

Laat ons wel wezen: geweld is niet goed te praten. Iemand een klap in het gezicht geven is not done.
Dat nu heel de VS op haren en poten staat, terwijl daar zowat iedereen met een machinegeweer rondloopt en neermaait wat niet op tijd dekking zoekt … Bestaat het woord “hypocriet” wel in het Engels (of moet ik zeggen: Amerikaans)? En verstaan ze het dan nog ook?
De organisatie heeft haar afkeuring voor geweld uitgesproken. Gaan we vanaf nu nog enkel zeemzoete love stories en Bambifilms krijgen? Dat geloof je toch zelf niet!

Maar waar ik evengoed over struikel is dit: ““Een comedian op zijn gezicht slaan? Totaal onaanvaardbaar”: stand-upcomedians reageren op de Oscar-mep van Will Smith” (kop op de site van vrt-nws). Dat stand-upcomedians zich regelmatig en ongestraft bezondigen aan verbaal geweld, daar staan ze niet bij stil. Daar zijn ze waarschijnlijk te stom voor. Vooral van een Geubels – die nochtans met zijn Taboe-reeks een vrij subtiele indruk maakte – verbaast het mij (niet?) dat hij hier de nuance mist. Zíjn publiek werkt eraan mee, dus mag je er van uitgaan dat ze er mee om kunnen. Dat je er zomaar van uit mag gaan dat iedereen maar met zichzelf – en vooral met zijn (gezondheids)problemen – moet kunnen lachen, is voor mij een dubbele Zeelandbrug te ver. Als je op een podium wil kruipen om de zot te houden met iemand, maak dan platte grappen over je eigen oerlelijke kop, je voeten in clownsmaat of het feit dat je geen fatsoensbesef hebt.

Let wel: ik praat nog steeds die klap niet goed, maar als ik als weerloos slachtoffer in een zaal zou zitten waar zo’n idioot op mijn kosten “humor” (en laat a.u.b. die aanhalingstekens staan!) zou staan brabbelen, dan zou ik vereerd zijn als iemand in mijn naam het geluid zou uitdraaien en de bron zou afvoeren. Thuis kan je weg zappen, in een zaal kan dat niet. En dan is die grap van die Chris Rock (wie is dat zelfverklaarde genie eigenlijk? Niet dat het me een steek interesseert, maar allez) gewoon een laffe streek. Waarom wordt het F-woord weg getoeterd en dit smakeloze gebral niet?

Even bijkletsen …

Even zitten en bijkletsen. Laten weten dat ik nog leef (wat je noemt …). Het heeft er momenteel meer van weg dat ik geleefd word en dat ziet er zo nóg een week of twee uit.

In week 2 van dit jaar werd mijn moeder opgenomen in het ziekenhuis. Na drie weken bleek het niet echt realistisch te zijn dat ze nog terug thuis ging wonen en ging ze in “kort verblijf” naar een WZC in afwachting van de oplevering van een gerenoveerde kamer in het WZC waar ze was ingeschreven in case of.

Vorige week maandag zou ze verhuizen naar haar definitieve stek, maar net vóór het weekend bleek ineens bijna de helft van de residenten positief te testen. Waaronder – uiteraard – ook mijn moeder. Gevolg: ze moest daar eerst nog haar quarantaine uitzitten. Teleurstelling van mijn kant, want ik zag ook wel dat ze daar beter ASAP weg kon zijn. Een hoop stress van haar kant, want waar ze haar “voorarrest” uitzat zou je niet graag je laatste jaren slijten. Zelfs na verschillende interventies van de huisartsen en een kwade brief van mij, bleken ze na 3 weken nog steeds niet in staat haar dialyse-dieet te respecteren in de keuken en haar medicatie correct voor te bereiden zoals door de artsen voorgeschreven. Gelukkig scheelt er bij mijn moeder nog niks tussen de oren (al probeerden sommige verplegenden dat wel te insinueren om hun fouten te verdoezelen). Vandaag is dus de échte verhuis. Hoop ik.

In de tussentijd hebben Manlief en ik niet stil gezeten. Het huis heb ik – met wat raad en bijstand van de ERA-verkoper die ons huis in Kruibeke in no time aan een nieuwe eigenaar hielp – in minder dan een week verkocht gekregen. Mijn moeder heb ik direct aan het werk gezet met pen en papier om op te lijsten welke meubels en snuisterijen ze mee wilde nemen. Haar herhaaldelijk moeten herinneren aan het feit dat ze een kàmer aan het stofferen was, geen grote villa … En dat wat nièt op het lijstje staat, onherroepelijk een nieuwe bestemming krijgt en wel zo snel mogelijk. Vorige week ben ik even flink ingestort toen ik thuis kwam in het afgiftemagazijn van een kringloopwinkel. Om bij de frieten in de diepvriezer te kunnen, moest ik de groentenla van de koelkast blokkeren met bakken, tassen en manden vol beeldjes, vaasjes, kandelaartjes, kadertjes, … Ons hele huis stond vol rommel. Die is dus afgelopen week ook al grotendeels weggewerkt. En laat haar gisteren dan naar één van die prulletjes vragen. Volgens Manlief zit het in een bak die nog ginds staat. Fingers crossed!

Bovendien wordt dan nog van ons verwacht dat allerlei snuisterijen die ze niet kan meenemen, in ons huis een plaats krijgen. Alhoewel er een paar dingen zijn die wij zelf graag zien én die in ons interieur passen, kiest zij dan natuurlijk dingen uit waar wij niets mee hebben. Ik heb dus nieuwe schoenen nodig. Voor de schoendoos, wel te verstaan. Daar kan ik die prutsen dan in stoppen en ze alleen in het daglicht halen als ze op bezoek komt. Anders hebben wij er op den duur nog ambras over.

Het is een periode van rennen om alle administratie rond te krijgen, want uiteraard gaat het dan ineens allemaal snoeihard. Naar het WZC om haar definitief als inwoner in te schrijven, naar de afspraak met de koper voor het tekenen van het compromis, naar de notaris om nog wat andere zaken te regelen.

Maar het houdt niet op als ik ’s avonds eenmaal thuis kwam. De zoons namen met graagte de wasmachine en de droogkast van oma over. Die stop je niet in het handschoenbakje van een personenauto, dus: bestelwagen regelen, signalisatieborden regelen (en afhalen en terugbrengen), alles wat mee moet naar haar kamer zoveel mogelijk bijeen zetten in één kamer zodat de verhuizers makkelijk kunnen werken en er geen last minute-fouten kunnen gebeuren. Die firma kan dan pas een week of twee later komen, zodat de signalisatie weer aangevraagd, gehaald en terug gebracht moet worden.

En dan kom je tot de ontdekking dat dat huis van in de kelder tot aan de nok van het dak vol steekt met foto-albums, vakantiefilms (die al jaren niet meer bekeken zijn) en muziekcassettes (die al jaren aan elkaar gekleefd zitten). Elke kast en elke lade die je opentrekt zit er vol mee. Dat moet dus allemààl naar beneden, naar buiten, …

Gelukkig was de koper nogal erg geïnteresseerd in het overblijvend meubilair, dus kasten uitbreken en naar beneden sjouwen hoeft niet. Ook het bed mag blijven staan, mét matras. Dus: kleine container geregeld. Uiteraard mét signalisatieborden die gehaald … Juist, ja. En laat ik je zeggen: dat zijn er met een losse, betonnen voet. Als je die in en uit de auto moet tillen, kan je best een pan spek met eieren nemen als ontbijt!

Manlief gaat vandaag dus nog maar eens een paar tientallen keren met zware bakken rommel van de zolder naar beneden zeulen. Intussen probeer ik mijn moeder geïnstalleerd te krijgen op haar nieuwe stek. Dat wordt ook nog een dingetje, want traditioneel zal al mijn werk van de afgelopen twee weken niet goed genoeg zijn. Dus op mijn meeneemlijstje voor vandaag prijkt bovenaan: kauwgom. Om heel hard op te kauwen als het me teveel wordt. En haar gewassen en gestreken goed, natuurlijk. Onze strijk doe ik al maar binnen bij de strijkdienst …

Volgende week maandag (en dinsdag?) vullen we de container. En dan trek ik de deur achter mij dicht. Die gaat nog enkel ééns in de week open om te kijken of er post achter ligt. En dan kunnen we allebei instorten. Manlief zijn knieprothesen zijn ver versleten, denk ik. En mijn rug kan niet veel meer verslechten. Ik maak vandaag vast een eerste afspraak bij de fysio.

In afwachting van eindelijk weer eens wat tijd om in onze neus te peuteren, kan ik al eens nadenken over en uitkijken naar de invulling van de eerste opgave van Saturn9’s nieuwe fotochallenge. Dat belooft: ik begin al meteen met een achterstand …

Minst-Meest …

Met niet minder dan 3 stormen in een week tijd moet je er niet van staan kijken dat er stokjes rondvliegen. Melody is één van die mensen die dat kreupelhout altijd nét ietsje te lang laten liggen, zodat het doorheen heel blogland rondvliegt. Even opruimen dus …

a) = ja, tof!
b) = hier heb ik een bloedhekel aan

  • 1) Kleur
    a= groen
    b= geel
  • 2) Eten
    a= slaatjes allerhande
    b= stokvis
  • 3) Drinken
    a= vers geperst fruitsap
    b= (plat) water
  • 4) Dier
    a= de hondjes
    b= kriebel- en steekbeesten allerlei
  • 5) Vervoermiddel
    a= de benenwagen
    b= alles wat vliegt
  • 6) TV-programma
    a= voetbal (premier league, de rest lijkt nergens op)
    b= praatprogramma’s
  • 7) Tijdverdrijf binnenshuis
    a= bloggen
    b= administratie
  • 8) Tijdverdrijf buitenshuis
    a= wandelen in de natuur
    b= winkelen
  • 9) Muziekgenre
    a= folk
    b= techno en aanverwanten
  • 10) Filmgenre
    a= thriller
    b= snotpompen en horror
  • 11) Snoep
    a= héél donkere chocolade
    b= drop
  • 12) Fruit
    a= alles waar ik geen plakhanden van krijg
    b= alles waar ik plakhanden van krijg
  • 13) Bloem
    a= zonnehoed
    b= orchidee (van die gekweekte bombastische misbaksels)
  • 14) Dagdeel
    a= voormiddag
    b= avond
  • 15) Huishoudelijke taak
    a= koken
    b= strijken

Ligt er bij u ook zoveel aanmaakhout? Gebruik deze opruimmethode en maak er meteen wat reklame voor.

Vroegtijdig einde …

… van een concept.

Ik had rond de jaarwende – geïnspireerd door een opmerking die ik maakte op een ander blogje – bedacht dat ik eens een jaartje een “echt” dagboek kon bijhouden. Als steeds nuttiger wordend geheugensteuntje, en misschien ook wel een beetje als schop in mijn kont om – corona of niet – eens terug wat meer op pad te gaan. Nou, op pad ben ik alleszins al geweest, maar de voorbije twee verslagen nodigen allerminst uit tot vervolg.

Vandaar dat ik maar afstap van dat idee. Het zou wel eens héél eentonig en langdradig kunnen worden. Met variaties op één zelfde thema, als daar zijn: de verhuis (vermoedelijk binnen 2 weken) van mijn moeder naar een kamer in kort verblijf, in afwachting dat haar definitieve kamer in het RVT klaar is. De aanschaf van wat klein gerief en al de trammelant die komt kijken bij de definitieve verhuis uit de woning waar ze 70 jaar gewoond heeft. Daarbij wil ik liever nog niet denken aan wat we daar allemaal gaan vinden. Het hele huis is zowat een schrijn voor mijn vader. Gisteren was ik op zoek naar haar boekje met telefoonnummers. Kom ik thuis met een mapje met de inhoud van alle muziekbanden (van die grote nog!) die hij ooit opgenomen heeft. De bandopnemers zijn weg, de banden en platen ook, maar dat boekje heeft een ereplaats …

Vandaag ga ik op jacht naar 2 nachtponnen voor mijn moeder. Was gisteren een lingeriewinkel binnen gestapt met die vraag. Komt dat wicht af met nog nét geen doorschijnend zwart ondingetje in minimale uitvoering. “Dit is een leuk pittig modelletje”. Voor een menske van 91?

Enfin, ‘k zal eerst al maar eens de ontbijttafel afruimen en haar wasje draaien. En dan op speurtocht. Want aan een webshop heb ik niets. Ze hebben een pon kwijt gedaan in het ziekenhuis en er moet dus nieuwe reserve komen zodat ik niet dagelijkse moet wassen, strijken en heen en weer rijden. 3x 1 uurke per week, daar moet haar voorraad ponnen tegen bestand zijn!

2022 – week 2 …

Maandag 10 januari en het familiesecretariaat draait op volle toeren. De meubelzaak heeft bevestigd dat het nieuwe bed voor mijn moeder volgende week maandag geleverd wordt. Dan moeten haar eettafel en stoelen ten laatste zondag de deur uit. De overnemer bevestigt dat dat wel gaat lukken. Maar die gaan met een zware eiken tafel geen 2 straten ver lopen wegens geen parkeerplaats. Ook dat bed gaat geen halve wijk rollen. Verkeersborden aanvragen, dus. Vorige keer moesten we die aanvragen op het stadhuis en afhalen bij de politie. Op de website van de stad kan ik nu online een aanvraag indienen. Als die hun mailbox maar op tijd legen! Maar voor één keer gaat dat ongemeen snel: om halftien heb ik de vergunning, is die betaald en uitgeprint en ontdek ik dat we die borden donderdag moeten afhalen!

Mijn moeder had vorig jaar ook ingetekend op de groeps-energieaankoop van de provincie. En toen ging die leverancier dus failliet. Domiciliëring geblokkeerd zoals geadviseerd in de pers. Krijgt ze vorige week een aanmaning voor het voorschot tot 13 januari. Ah nee, pépé! Jullie hebben geleverd tot 7 december (faillissementsuitspraak), op 8 december heeft Fluvius als noodleverancier overgenomen en dat wordt met terugwerkende kracht gefactureerd door Engie, waar haar nieuwe contract zit. Niet bellen, mailen! Dan heb ik iets dat ik kan afdrukken voor haar en doorsturen naar de ombudsman, in geval van discussie.

We hebben al een week problemen met de verwarming. Van alles geprobeerd, radiatoren ontlucht (geen lucht in), … Dan maar de cv-man gebeld. Die staat hier tegen een uur of 11. Wat we in het verleden niet meegekregen hadden, is hoe we het systeem af en toe eens wat moeten bijvullen. Bij onze ketel in Kruibeke wist ik dat en deed ik dat, maar hier: geen idee. Nu dus wel en dat gaat serieus schelen!

10 januari: een nieuw kabinet, retteketet!!! Zit ik net de bordesscène te kijken, legt een aantal van de nieuwe kabinetsleden in het naar buiten komen hun mondkapje op een dienblad dat wordt opgehouden door een bediende. Voor zover ik kan zien, doen ze dat allemaal netjes zonder het mondkapje zelf aan te raken. En wat doet die bediende? Met de blote hand de mondkapjes plat drukken en tegenhouden zodat ze niet wegvliegen! Die moet mij geen boterhammen smeren, hoor … 🥴

Dinsdag 11 januari. De Hooperstraining gaat niet door, wegens ziekte van onze medecursist. Aansluiten op donderdagavond, dan maar.

Om 6u34 telefoon: de “Gerustlijn”. Mijn moeder heeft haar alarmknop gebruikt, want ze is gevallen. Meteen in de kleren, zonder eten de baan op en Jeppe moet zijn plas maar ophouden tot ..? Een bevriende fysio staat mee op de lijst van contactpersonen en woont dichterbij. Die is ons net voor. De keuken lijkt wel de scène van een horrorfilm: bloed waar je ook kijkt. Gelukkig zit mijn moeder alweer op een stoel. Weliswaar met – voor de tigste keer – een bloedneus van heb ik je daar. Op naar de Spoed, in de hoop dat ze dat bloedvat kunnen dichtschroeien. Omdat Spoed altijd z’n tijd neemt, stuur ik Manlief weer naar huis om de hond uit te laten en te eten. Dan staat er tenminste nog één op zijn benen straks.
Het bloedvat kan niet dicht gelast worden, de wond zit te diep. Neusdruppels dan maar en weer naar huis. Een volgende keer wordt de bloedneus afgekneld met een ballonnetje. De valpartij heeft een buil en verschillende blauwe plekken opgeleverd, maar verder lijkt alles nogal mee te vallen. Tot de volgende keer, denk ik dan. Maar mijn moeder is alweer haar eigen eigenwijze zelf, dus ik hou mijn lippen op elkaar.

Woensdag 12 januari begint rustig (wat heet …). Tijdens het hondenrondje dekt een dikke mist alles af, behalve het oergeluid van de misthoorns die het al sinds gisteren avond druk hebben. Tijdens de koffie een telefoontje naar mijn moeder, om te horen of ze wat geslapen heeft en om haar te overtuigen toch de huisarts te laten komen. Dat doet ze dan uiteindelijk toch maar en die is tegen de middag geweest. Bloedstaal om te zien of er geen onregelmatigheden zijn. De uitslag volgt morgen. Dan zijn we weer bij haar, mét een tuintafeltje en tuinstoeltjes om haar te depanneren tot de meubels komen op maandag (stoeltjes eind februari) én met de verkeersborden om parkeerplaats te reserveren voor de bestelwagens.

Na de middag probeer ik het een beetje rustig te houden. Om 16:30 staat er een online bijeenkomst op het programma, maar die is nog maar net begonnen of de huisarts van mijn moeder hangt aan de telefoon: slechte lab-uitslagen, dus mijn moeder moet terug binnen via spoed voor observatie.
Lang verhaal kort: tegen 23:10 zijn we terug thuis, kunnen we eten en dan gaan we maar naar bed. Bekaf …

Donderdag 13 januari en tegen 4:45 ben ik wakker en beneden. Die verrekte kaasboterham van gisteravond laat ligt nog steeds op mijn maag. Ik verschans me in ons bureau want Manlief zit in de zetel te slapen. Die verteert die commotie ook niet (meer) zo best.
Deze voormiddag moeten we de verkeersborden ophalen om parkeerruimte vrij te houden voor het ophalen van mijn moeder haar eettafel en stoelen en het leveren van haar nieuwe bed. Daarna nog in het ziekenhuis langs om te horen of ze al iets meer weten en om de opname-administratie af te werken. Deze keer gaan ze me niet liggen hebben: ik doe een boterham en een flesje water mee zodat mijn maag terug een beetje regelmaat krijgt. Maar eerst even letterlijk de mist in met Jeppe. Het arme beest snapt niet waarom we hem al een paar dagen alleen thuis laten.

In het ziekenhuis wachten enkele tegenvallers. Praktisch: er mag slechts 1 persoon 3x per week 1 uurtje langs komen. Coronatarief. Ik begrijp dat volkomen, maar op die manier vallen de aflossingsafspraken met Zoon1 ook in het water.
En als ik op de kamer kom, ligt mijn moeder aan de zuurstof en zelfs dan kan ze amper spreken en ziet ze er erg suf uit. Uit een babbel met de verpleging blijkt dat er veel vocht in/rond longen en hart blijft steken. Eten lukt niet, de bloeddruk is zo hardnekkig hoog dat er een hartklep flink aan het lekken is. Allemaal niet erg hoopgevend …

Vrijdag 14 januari. Geslapen als een blok, allebei. Zou vandaag eens een “normale” dag kunnen zijn?

Ik ga eens op de weegschaal. Tenslotte heb ik de afgelopen 3 dagen 3 maaltijden gemist. -1,5kg. Het is niet de meest ideale manier om gewicht te verliezen, maar hé! mag er ook iets positiefs uit voortkomen? Gelukkig blijft het vandaag rustig en kan ik eens op normale uren eten. Wat mijn maag blijkbaar niet meer gewend is, want ik hang de halve nacht met mijn hoofd in de wc-pot. Doe er nog maar een halve kilo af, dan.

Zaterdag 15 januari. Na het ontbijt eerst Jeppe-tijd. Dan een grote pot soep klaarmaken. Ik doe er twee mergpijpen in voor Jeppe. Hij voelt zich een beetje verwaarloosd omdat hij alleen thuis moest blijven en begint zijn frustratie uit te werken op een pakje papieren zakdoekjes. Dan gaat zo’n bot toch wat langer mee. Hoewel …

We eten wat vroeger, want ik moet op tijd in het huis van mijn moeder zijn omdat ze haar eettafel en stoelen komen ophalen. Die moeten plaats ruimen voor een bed en kleiner tafeltje. Op zo’n moment merk je pas hoe ei-vol dat huis staat. Ik ben een half uur bezig met alle tafeltjes, potjes, prullaria etc. opzij te zetten zodat ze niet sneuvelen en de mensen hun nek er niet over breken. Uiteraard moet alles achteraf ook weer op zijn plaats …

De patiënt ziet er een stuk alerter uit. Ze kan al een beetje meepraten en deelt alweer bestellingen uit als vanouds. Gelukkig beseft ze intussen volledig dat ze voor langere tijd zal opgenomen zijn en achteraf waarschijnlijk nog een tijd op revalidatie moet.

Op weg naar huis bij de visboer nog een paar lekkere palingen “gevangen”. Aan mijn versie van paling “Elvira” heb ik niet veel werk: paling in mootjes snijden en in een ovenschaal leggen, besprenkelen met whisky (niet te zuinig zijn!), zoete en pikante paprika, curry (niet te veel), peper en zout erover. Room tot de vis onder staat en 30 minuten in een voorverwarmde oven op 200°. Net de tijd om in een zetel te ploffen met een (volgens mij verdiend) aperitiefje. De laatste 10 minuutjes gaan er wat toefjes aardappelpuree mee in de oven (die verkopen ze ook bij de visboer, dus geen werk voor mij).

Zondag 16 januari. Als het aan mij ligt, doe ik niets anders dan een paar wasjes draaien en voor eten zorgen. Nog een portie soep van gisteren, home made hamburgers en kersenvlaai als toetje. Voor morgen heb ik al tomatensoep-groenten en balletjes in huis en (op vraag van de huisbaas 😉 ) voor dinsdag een pizzadeeg om zelf te beleggen.

2022 – week 1 …

Het nieuwe jaar is alweer “oud nieuws”. En hoewel de festiviteiten grotendeels samenvielen met een weekend, ben ik deze week nog flink in de war voor wat de dagen betreft. Als pensionada heb je sowieso al behoefte aan een paar routines om je week aan op te hangen, tenzij je voortdurend in een agenda kijkt. Mijn “kapstokken” waren tot hier toe: donderdag = Hooperstraining met Jeppe en vrijdag = boodschappendag voor mijn moeder.
Tot het begin van corona was dat ook de dag waarop ik mijn eigen boodschappen deed (woensdag = marktdag niet te na gesproken), maar die worden nu thuis afgeleverd. Meestal op vrijdagavond, maar als ik wat te laat ben met het doormailen van mijn lijstje kan dat wel eens een andere keer zijn, dus dat is ook geen zekerheid meer.

Het nieuwe jaar begint echter met een reeks ongewone afspraken en verschuivingen, waardoor ik me voortdurend genoodzaakt zie om te checken of ik nog wel “mee” ben. De kliko staat nog net niet op de verkeerde dag buiten. Ik moet hollen om de naar donderdag verplaatste afspraak met mijn moeder te halen. En hoewel ik heel goed weet dat het dinsdag is, ben ik maar net op tijd in de hondenschool voor Jeppe’s pedicure-afspraak vóór de les. Met een beetje geluk vallen we vanaf vandaag in de goede plooi.

Zaterdag 1 januari ben ik al goed op tijd bezig met het slopen van de kerstversiering. Normaal zou die volledig – kerstboom incluis – weer in de daarvoor bestemde kast moeten zitten tegen de tijd dat ze in Wenen uitgewalst zijn, maar halfweg trap ik een beetje op mijn adem. In de woonkamer en de hal is alles weg, maar de kerstboom in de tekenkamer houdt het vol tot zondag 2 januari. Dan ken ik echt geen genade meer. Het enige wat nu nog aan die periode herinnert, is een bloemstukje (eigenlijk een mandje met plantjes) waar nog een paar piepkleine goudkleurige bolletjes in zitten. Die mogen nog even door tot ik de plantjes buiten zet (heide, helleborus, een paar hyacintenbollen en veenbesjes).

Maandag 3 januari. Ding!!! het belletje van mijn gsm kondigt een afspraak aan. ??? Miljààr! Nog net de tijd om me om te kleden voor mijn jaarlijkse afspraak met de cardioloog! Die is normaal in oktober en dan hou ik het ook in de gaten. Maar doordat die coronagewijs opgeschoven was en ik enkel een mailtje heb gekregen met datum, uur en plaats, ben ik dat helemaal vergeten. De eerste sprint van het jaar. Het zal de laatste niet zijn …

Dinsdag 4 januari is koud, nat en winderig. Dé omstandigheden om in een oefenwei te staan met de hond. Al een geluk dat de anderen de afspraak vergeten zijn en we dus de hele tijd zelf aan het werk kunnen. Blijven we tenminste warm.

Echt geconcentreerd werken is het niet, maar trainer Kathleen gilt Jeppe over de meet. Die heeft maar één vraag in zijn hondenkopje: “Waar blijft mijn lief?

Woensdag 5 januari is vooral memorabel omwille van de bos rode tulpen die ik te pakken krijg. Een kunststukje op zich wegens bloemenwinkels gesloten, want niet essentieel.

Donderdag 6 januari met mijn moeder op shopping tour. Het is eens wat anders dan prei, tomaten of schoenen. Het is eindelijk doorgedrongen dat boven slapen geen optie meer is. Die steile donkere trap met die verraderlijke bocht is geen route voor een 91-jarige die de afgelopen paar maanden sterk achteruit gegaan is op haar mobiliteit. Er moet dus een éénpersoonsbed komen, een klein tafeltje en 2 lichte stoeltjes. De grote tafel met 6 loodzware eiken stoelen verdwijnen volgende week. Dat is al confronterend genoeg voor zo’n menske, maar daar komt nog bij dat ze na nog geen kwart van de afstand in de meubelzaak haar rollator moet inruilen voor een rolstoel. Dat is een drama waar ze wit en grauw van wegtrekt in haar gezicht! Ik heb met haar te doen, maar ik heb zodanig mijn handen vol aan dat onwillig vehikel, mijn jas, haar nieuwe dekbed, overtrekken en hoeslakens, dat ik pas achteraf de kans krijg om haar wat te proberen opbeuren.

Vrijdag 7 januari kom ik niet verder dan een pas-afspraak bij de naaister. Mijn koopjes zijn – helemaal volgens de traditie – te lang (of ik te kort), en vermits ik die 1) niet bij mezelf kan afmeten en 2) ik geen naaimachine heb, heb ik de rok en jeans in Grauw afgeleverd. Een ritje langs de Graauwse Kreek en een kwartiertje in de ijzige wind met Jeppe en weer naar de warme huiskamer. Na de middag mijn nieuwe “hondenjas” opgehaald en om gamba’s voor ’s avonds. Een Thaise groene curry gemaakt met volkorenrijst en gamba’s in een tempurajasje. Dàt jasje valt een beetje tegen. De volgende keer moet ik maar op zoek naar een ander recept voor het beslag, want dit geeft niet wat ik er van gehoopt had.

Zaterdag 8 januari en dan zitten we datum-gewijs al in week 2, maar ik doe nog even stug door want mijn weken beginnen op maandag. Anders word ik helemaal gek.
Vandaag is eigenlijk de dag dat Manlief de hond uitlaat (of omgekeerd), maar ik heb zin in frisse lucht en Jeppe vindt het dubbel leuk als de baasjes allebei meegaan. Aan de kleur van de lucht te zien wordt het een mooie zonsopgang. Voor even moeten we Perkpolder delen met de “bouvierburen” (elk een kant van het terrein, want er is er eentje bij die niet met andere honden kan) en een bulletje. Volgens zijn vrouwtje een Frans exemplaar, maar naar mijn gevoel lijkt ie daarvoor ietsje teveel op Churchill …
Vandaag kook ik niet wegens gebrek aan inspiratie. Maar als we ons aanmelden bij Tommy’s, houdt het op met een pak friet en bijbehoren om thuis op te eten. Ik ben blijven steken in het scenario van “lunch kàn, maar om 17u naar buiten”. Wie kan er nog volgen? Vooral als je de beide kanten van de landsgrens moet in de gaten houden.

Zondag 9 januari gaat zeker geen potten breken. Op de ochtendlijke hondenwandeling na, kom ik niet buiten, denk ik. Misschien wat was opvouwen? Het strijkijzer in stelling brengen voor die paar stukken die daar op liggen wachten? Misschien. Als de dag niet te hoog is.
Ik moet trouwens nog een stuk of 20 blogjes van collega-bloggers lezen …

2021, going on 2022 …

Je ontsnapt er dezer dagen niet aan: de jaaroverzichten. In beeld, in klank, in geschreven woord, … Looking back in anger om wat niet kon of mocht, of overpeinzen wat fout ging, enthousiast om wat dan tóch goed kwam. Of gewoon in verwondering: is dat al/nog maar een jaar geleden?

Naar de radio wordt hier amper geluisterd, tv kijken we deze week alleen als we er zeker van kunnen zijn dat we niet in zo’n halsomwringende retrospectie terecht gaan komen. Dan nog liever de heruitzending van Beerschot – Anderlecht van gisteravond, al heb ik eigenlijk even weinig met Anderlecht als met Beerschot. Maar ik gun het “the Vince” dat hij eindelijk helemaal tot zijn recht komt als trainer.

In geschreven woord dan maar. Enkele medebloggers (hier en hier) hebben hun achterlicht al laten schijnen. Dan zal ik ook maar eens achterom kijken, zeker? Al was mijn eerste diensthoofd daar geen voorstander van (je weet nog wel, die van “als je teveel omkijkt naar het verleden, val je ruggelings in de toekomst”).

2021 was voor ons vooral de voortzetting van alledag. Covid heeft – op de momenten na, dat ik me in winkels waagde – verbazend weinig invloed op ons leven. En dat wordt zelfs nog minder, want sinds ik mijn boodschappen online bestel en thuis laat afleveren (scheelt een hoop gesleur, rugpijn en mondkapjesergernis), spaar ik tijd én geld. Die investeer ik met graagte op andere fronten.

Uitgaan hebben we nooit veel en/of graag gedaan. Dus wat missen we aan de (vervroegde) sluiting van café’s? Uit eten gaan we sowieso liefst ’s middags, omdat warm eten ’s avonds aanleiding geeft tot nachtelijke zure oprispingen. Ook dààr gaan we door als vanouds. Vakantie? Wij gaan per definitie op het moment en de plaats dat we zo min mogelijk mensen kunnen tegenkomen die door hun eeuwige gekwebbel de rust van de natuur verstoren en zo foto- en filmmomenten naar de kl*ten helpen.

Wat maakte 2021 dan nét iets anders? Vooreerst de vaststelling dat lontjes tegenwoordig niet krimpvast meer zijn. Ik heb nog nooit zo mijn woorden gewikt en gewogen, uit angst om een “klop op mijn bakkes” te krijgen. De ontdekking ook dat al die tinten grijs aan het verdwijnen zijn ten voordele van donkerzwart en helwit. Polarisatie is de geur van het moment. Het feit ook dat de politiek het ook niet (meer) weet en als een blinde naar een ei klopt. Al zal de struif wel altijd in hun eigen pannetje terecht komen. Maar of dat nu zo anders is dan anders?

2021 was ook voor de verandering eens nat. En dat was niet voor iedereen een even positief gegeven wat nog zwak uitgedrukt is. Zeuren over slijksporen van de hond binnenshuis doe ik niet meer in het besef dat in veel huizen in Nederland, België en Duitsland hooguit hondenpootafdrukken in het slijk staan. Binnenshuis.

Komt het door meer media-aandacht of is onze maatschappij in 2021 extreem gewelddadig geworden? Gericht geweld tegen hulpdiensten, mensen (vaak van de pers) die op klaarlichte dag op straat afgemaakt worden als slachtvee, rellen hiér, uit de hand lopende betogingen dààr, hooliganisme op het randje van moord, …

Nog 3 dagen. Hopelijk schrijven we eind 2022 niet met bloedrode inkt …