Uit de (Zeeuws) Vlaamse klei getrokken …

Onze nieuwe tuin heeft ongeveer de oppervlakte van de voortuin in Kruibeke en als alles goed gaat wordt daar volgende week nog een flinke hap van afgepakt als het nieuwe tuinhuis geleverd wordt. Weliswaar op een plaats die verhard en dus heel onderhoudsvriendelijk is. Maar toch. Aan het uitzicht zal er heel veel veranderen. Er gaat dan weliswaar een oud kot tegen de vlakte, maar daar moet een struik komen die de hoek van de tuin opvult.

Ik had eerder al aangegeven dat er nog wel wat hard landscaping aan te pas ging komen om er iets van te maken waar wij tevreden mee kunnen zijn. Manlief heeft intussen een flink stuk landschap gecorrigeerd en ik heb daar vandaag mijn labeur aan toegevoegd. En labeur is het! Dat is hier pure klei, mannekes! En met dat weer van de laatste tijd is hij nog bien quit ook. Bij momenten is het precies of ge zijt in een bakstenen grondplaat aan het schuppen/hakken/… whatever. Ikke dus al heel blij dat ik vandaag maar de helft van die border op de agenda staan had. De andere helft zal nog efkes moeten wachten want de hortensia’s die daar weg moeten, staan net in bloei, dus dan kunt ge die beter met rust laten.

Vóór ik iets in de grond kon steken heb ik er eerst héél véél uitgehaald. Wat die vorige eigenaar in gedachten had weet ik niet, maar met de klinkers die ik opgegraven heb kunt ge bijna een extra parking aanleggen voor de supermarkt hier in het dorp. Als alles op orde is en we er zeker van zijn dat we er geen van nodig hebben, mag de eerste de gereedste liefhebber van getrommelde vierkanten klinkerkes er zijn rug op creveren om ze gratis en voor niets te komen halen.

Bleef over: een stuk keiharde klei, die gebroken moest worden en klaargemaakt om er planten in te kunnen aan de groei krijgen. Ik heb er eerst en vooral wat zand onder gemengd om hem losser te maken en dan grondverbeteraar onder gemengd. Hier en daar waren er kleikluiten die zó hard waren dat ik ze letterlijk uiteen moeten weken heb door er water over te sproeien. Alleen op die manier kon ik ze klein krijgen.
Tegen die tijd was ik allang blij dat ik achter een boterham en een kop koffie kon gaan schuilen.

Na de middag kwam dan het plezante werk: bloemekes planten! Er zitten nog flinke gaten tussen, maar dat is ook de bedoeling. Daar moeten in het najaar bollen in. Er is ook nog wat ruimte gelaten voor planten die later in het jaar op hun best zijn (en dientengevolge pas dàn in de handel verkrijgbaar). Eerst maar eens zien hoe deze het gaan doen. En als dan de andere helft van de border ook vrij komt, is het makkelijker om er één geheel van te maken i.p.v. twee helften.

Omdat het stuk achter de vijver vooral in blauwtinten komt (lavendel, festuca, irissen) heb ik voor deze border vooral voor warme rood-en-oranje tinten gekozen. Veel bloeiers dus, maar er gaan ook nog bladplanten tussen komen.

Fase 1 ziet er dus nu ongeveer zó uit:

 

Het zenegroen vooraan heb ik vooral voor zijn prachtige blad gekozen, hoewel de vroege bloei zeker zal geapprecieerd worden door bijen en vlinders.
De helleborussen had ik in bakken meegebracht uit Kruibeke. Vandaag konden ze eindelijk weer in de volle grond. Als ik eenmaal weet welke de verhuis overleefd hebben (de naamkaartjes zijn verloren) kan ik ook mijn verlanglijstje voor volgend jaar opmaken.
Vooral voor het contrast in bladkleur en -vorm, heb ik er een paar zeedistels naast gezet. En ook daar gaan de insecten blij mee zijn.
Zonnehoed mag ook niet ontbreken. Ik wil er ook nog wel een gele en een oranje soort bij, maar die vond ik nu niet.
Een grappig plantje vind ik het duifkruid. Met z’n donkere bolle hoofdjes trekt het zeker de aandacht. Als je dan dichterbij komt, zie je de subtiele witte puntjes tegen het bijna zwarte paars.
Hetzelfde donkere paars – maar in een veel strakkere vorm – komt wat verder terug met de calla’s. Maar daarvoor moet je eerst voorbij de oplichtende daglelie’s.
Niet echt míjn ding, maar voor Manlief een echte favoriet, zijn dahlia’s. Ik vond deze mooie grote plant in vurig rood. Ik denk aan felgele en witte versies voor het tweede deel.
Om de scherpe lijnen van het kruispunt achteraan wat te verzachten koos ik een rozig siergras, maar nu kan ik toch even niet op de naam komen. Morgen eens het kaartje opduiken vantussen de plastic potten. Ach ja, O!leander is ook meegereisd. Hij ziet er voor ’t moment een beetje bleekjes uit, maar ik hoop dat hij snel weer op zijn positieven is. Wel eentje om een warm jasje aan te trekken in de winter.

En terwijl ik met mijn neus vlak boven de grond bezig was, heeft mijn halve trouwboek een houten scherm geplaatst om de kliko’s (vuilbakken in ’t schoon Vlaams) aan het oog te onttrekken. Een proper afgeschermd rommelhoekje waar nog een paar struiken tegen komen en de catalpa een hoed op zet. De druivelaar die tegen de achterwand loopt, maakt het àf. Zó àf, dat Manlief dààr gaat zitten genieten van de tuin. Bij de vuilbakken …

Weer in de pas …

We zijn alweer twee weken thuis uit vakantie. Twee weken die naast druk ook tropisch warm waren (vooral de laatste, dan).

Twee weken waarin we wel vaker tegen elkaar gezegd hebben dat wat we vooral op de Wadden zoeken, in feite grotendeels op onze huidige drempel ligt. De rust, de nabijheid van de natuur en het water… OK, geen vogelboulevard zoals op Texel, maar dan ook niet de horden toeristen die nu het eiland onveilig maken. Het besef dat die paar kampeerders in Hengstdijk (gelukkig) niet op kunnen tegen de bootladingen volk die vanaf nu van de Texelstroom en de Dokter Rademakers rollen.

Alles is gelopen zoals het moest. Het beste hebben we gekregen en de rest kunnen we nog altijd in een vakantie stoppen. Al ga ik er de volgende keer beter op letten dat de lange weekends van Hemelvaart en Pinksteren er niet meer in vallen, want het was er nù al erg druk.

De buren hebben de brievenbus leeg gemaakt, de bloemen water gegeven en de kliko naar buiten gereden. Afgelopen woensdag zijn ze op de koffie – en vooral op iets frisser – geweest om eens beter kennis te maken. Het was een gezellige boel. We zijn goed terecht gekomen.

De volgende week – hoop ik – worden de omheining en één van de tuinhuisjes gesloopt en vervangen. Manlief heeft de overdaad aan te smalle, onbegaanbare paadjes gereduceerd zodat er nu één pad richting kliko’s loopt, geflankeerd door twee borders van een meer gangbare omvang. Met een beetje geluk kunnen de tegels nog vóór de winter vervangen worden. Anders wordt dat een project voor volgend voorjaar.

 

Inmiddels hebben we ook de eerste (privé)les in de hondenschool gehad. De hondjes mogen oefenen en de baasjes krijgen huiswerk mee. 🙂
De eerste opdracht was om een videoportret van hondlief te maken dat ook een beetje illustreert wat je graag gecorrigeerd wil zien of waar je een oplossing voor wil vinden.
We zijn alvast met een 10/10 begonnen:


Jeppe kan écht wel mooi aan de voet lopen, maar als zijn neus in een reukje valt, is hij pleite. Op de vlakte bij het haventje is dat nog niet zo’n probleem, maar met een neus vol fazant, haas of patrijs merkt het ventje niet meer dat hij de rijbaan op rent en dat daar dan af en toe ook nog wel eens verkeer kan zijn. En waar ik misschien nog méér mee zit: dat het geen fazant, haas of patrijs is (die laat hij toch ontsnappen), maar iemand’s kat. Want die gaat dat niét meer doorvertellen!
Vervolg op 10 juli als we de eerste groepsles hebben.

En bij het begin van de zomer hoort ook een nieuwe header: ik krijg maar niet genoeg van het zien van die blonde akkers vol wiegend koren. De gerst wordt nu binnen gehaald. (Ik kan het niet helpen dat ik me dan afvraag hoeveel frisse pintjes daar staan te groeien… 😉 )

IMG_20170621_205640

 

IMMObiel …

Verhuizen brengt soms méér veranderingen mee dan je oorspronkelijk gedacht had. Vooral als je de grens oversteekt. Zo moet je ook een andere nummerplaat op je auto, één van het land waar je je hoofdverblijfplaats hebt. In ons geval Nederland dus, ook al blijven we twee ouwe Belgen. En dat gaat dus niet in 1, 2, 3.

We hadden het geluk dat onze auto nét een dag of wat ouder was dan 6 maanden (toeval, o, toeval 😉 ) toen we op ons nieuwe nest neerstreken. Dat is best wel een hele besparing, want dan kan je vrijstelling van BPM aanvragen (nu volgt dus een rist afkortingen waar ze in Nederland dol op zijn en waar je als inwijkeling maar glazig tegenaan hikt). Dat betekent dat je je auto niet als voertuig moet invoeren (met invoertaks als gevolg) maar dat hij bij de verhuisboedel gerekend wordt. Toen ik belde om te weten of dat lang duurt en of ik dan intussen al een APK-attest moest ophalen en of ik voor de RDW helemaal naar Roosendaal moest, kreeg ik te horen dat dat alles tussen 2 en 8 weken kon duren, afhankelijk van hoe druk het is. En dat het op dat moment behoorlijk druk was. Yeui!!! en we hebben maar 5 weken meer tot de vakantie!

Na 2 weken hadden we de vrijstelling in handen, dus een afspraak gemaakt bij het RDW in – jawel – Roosendaal. Die afspraak viel op een ambetant uur, want nét na de middagpauze en wij voorzien graag een beetje marge kwestie van zeker op tijd te zijn. We besloten er een dagje Roosendaal van te maken. Kort door de bocht: we zijn op een regendag 6 uur van huis geweest, hebben vooral de binnenkant van een winkelcentrum gezien (13 in een dozijn, weet je wel), hebben ook nog ruim wat tijd gezeten in dat RDW-centrum en konden -na een APK-controle van minder dan 5 minuten (inclusief babbeltje en grapjes)- met een goedkeuring naar huis. En met home-made kentekenplaten met een ééndagsnummer. We voelden ons echte ééndagsvliegen, zelfs als we traag reden.

Papieren doorsturen naar de belastingdienst en dan hopen dat de kentekenkaart (soort bankkaart waar je kentekennummer op staat) in de bus valt tegen eind van de week. Ondanks Dodenherdenking en Bevrijdingsdag. Want zoveel geluk hadden we dan ook nog: 4 en 5 mei vielen in die 5 werkdagen die het normaal duurt om dat kenteken toegewezen te krijgen.

In de tussentijd heb je dus geen kenteken (ook je Belgische platen zijn dan verbeurd verklaard) en spendeer je een autoloze week (minstens). Vandaar de reden waarom we zo ongeveer ons bed naast de brievenbus hadden staan. Niet dat we zo’n auto-addicts zijn, maar je zal zien dat er net dan wat voorvalt op het thuisfront.

Vrijdag (Bevrijdingsdag!) kwam dan de bevrijdende omslag. Wijle (redelijk klandestien) naar een APK-station, want alleen daar mag je je kentekenplaten laten maken. Die hingen er binnen het uur op, maar daarmee ben je dus nog niet verzekerd. Want zó bevrijd waren ze bij de verzekering rond dat uur al wél. Net gebeld: binnen het half uur is dat in orde en worden we weer mobiel.

Hebben we de auto erg gemist? Maar neen, gij. Degene die hem nog het meest gemist heeft, is de hond. Jawel: Jeppe was eerst helemaal niet auto minded. Nu heeft hij ontdekt dat je ermee naar een heel plezant plekske kunt rijden waar hij los kan lopen. Gevolg: ik moet hem uit de auto slepen. Als het aan hem ligt, blijft hij in de auto wonen …

Ik e(n) a…

De laadste loodjes duren het langst of zoiets … Al de bestelde meubels zullen met “enige” vertraging geleverd worden. Hoeveel “enige” is, wordt er nooit bij vermeld, natuurlijk.

Anders bekeken geeft ons dat de gelegenheid om de logeerkamer al in orde te maken. Wat er vorige week nog uitzag als een rommelkot, begint nu stilaan op een slaapkamer te lijken. Al staat er nog geen bed in, want – juist, ja – ons nieuw bed is nog niet geleverd en dus staat het oude nog in onze slaapkamer.

Omdat de oplossing voor het benutten van de ruimte onder het schuine dak in onze slaapkamer super-de-luxe (want 2 walk-in wardrobes, zoals de Engelsen dat zo chic noemen) maar wél prijzig was, kozen we nu dus voor een doe-het-zelfoplossing. En het eerste wat we dan zélf moesten doen, was de beschikbare ruimte opmeten en dan naar Zweden-tegen-Antwerpen rijden om eens te gaan kijken wat er allemaal in die ruimte past.

Tegen maandag was de keuze min of meer gemaakt en stapte ik in de auto om “efkes” dat gerief te gaan halen. Ik had op Tinternet gekeken of alles wel op voorraad was (ah ja), en waar het precies lag (op de kop van gang 19), maar ik had er wel lichtelijk overheen gelezen dat dat 3 dozen van elk 42kg waren. OK. Om dat gerief “efkes” op mijn kar te laden kon ik hulp krijgen van iemand van Zweden, maar in de ondergrondse parking kwam ik niet verder dan het platleggen van de achterzetels en het krabben in mijn haar (en het debiteren van enig proza dat niet voor publicatie vatbaar is). Gelukkig parkeerde er een nietsvermoedende krachtpatser naast mij. Die mocht meteen demonstreren waar al die powertraining goed voor was.

Bij thuiskomst heb ik het aan Manlief overgelaten om alles weer uit de auto te halen, want anders ging het tussen drie kapotte commodes of een kapotte rug. Of alles tegelijk. Gelukkig beschikken we over een handig steekkarretje om de pakken zonder teveel hef- en sleurwerk in huis te krijgen.

Omdat ik ook nog flink wat spullen uit ons vorige huis opgehaald had en daar nog met zakken afval gesleurd had, was het kaarsje al een heel eind opgebrand. En dan is het gevaarlijk tafelen met mij. Want een ver opgebrand kaarsje heeft een kort lontje. Tegen ’s avonds was er toch al 1 commode die in elkaar stak. En bleef het een tijdje stil aan tafel. Tot een douche, wat zitwerk, wat eten en een extra koffie hun werk deden.

Dinsdag ben ik dan teruggereden naar Zw-t-A’pen om een kleerkast, want die bleek ook nog in de kamer te kunnen zonder dat het daar propvol staat. Maar hiervoor heb ik Manlief meegenomen, want intussen had ik wél gekeken hoeveel dat pak weegt (51kg) en hoe onhandig groot het is. Eindresultaat dag 2: alle planken, vijzen, knopkes enzovoort ter plekke en nóg een commode in elkaar gebokst, deze keer zonder vlam in de pan.

En op dag 3? Rustig ontbeten, op ’t gemakske ons aangekleed, een toerke met de Jeppe … Tegen het middaguur stond de rest in elkaar (1 commode én 1 kleerkast), hebben we geen ondefinieerbare onderdelen over, zijn we gezellig gaan lunchen en ga ik straks die kasten uitwassen en vullen. Ik heb “op grootmoeders wijze” een hele batterij stukken toiletzeep gekocht. In het dorp moeten ze nu maar vuil blijven lopen tot de volgende levering. In mijn schuiven en kasten zal het lekker ruiken. Naar viooltjes, godbetert, want dat was de enige variante die ze op het thema hadden. Enfin, alles beter dan de stank van houtvezelplaat. Als die een tijdje in huis hangt, denk ik altijd dat er muizen zitten.

Zo. Mijn lunch is een beetje gezakt, mijn koffieke heeft mij weer wat helder van geest gemaakt. Ik zal eens een emmer, spons, zeemvel en 15 stukken toiletzeep bijeen gaan rapen …

 

Vliegende stokken …

Nu de (bijna) laatste verhuisdoos uit de weg geruimd is, blijft er wat tijd over om de leesachterstand op mijn favoriete blogjes weg te werken vóór de zon me nagenoeg permanent naar buiten lokt. Bovendien is dit het jaarlijkse moment om eens opruim te houden in mijn blogroll, want hoe erg ik ook genoten heb van de schrijfsels van sommige mensen, als hun digitale raam dicht gaat heeft het geen zin om naar het rolluik te blijven kijken. Trouwens, via de overblijvers kom ik regelmatig op nieuwe adresjes uit en zo worden de leeggevallen plaatsjes ingenomen door nieuwelingen. Verandering van kost …

Vermits ik op zo’n “doorleesmissie” mijn blogroll gewoonlijk in alfabetische volgorde afwerk, kwam ik eerst bij Bentenge uit. Ik denk dat die zich een beetje verwaarloosd voelde, want hij begon direct met stokken te gooien. Al had hij hem zelf ook tegen de oren gekregen.

“wat is mijn favoriete…”

1) Auto

Voor mij is een auto “iets” waarmee ik me – op een door mijzelf gekozen moment en dus los van OV-tijdroosters, tracee’s en laatste ritten – relatief snel, droog en zonder al teveel inspanning van A naar B kan verplaatsen. Eventueel in het gezelschap van een medemens, een hond, een bak boodschappen of alles samen.
Mijn kleine gestalte en kaduke rug bepalen de voornaamste vereiste: een lage of onbestaande kofferdrempel om spullen in te laden (een break is ideaal), maar toch een comfortabele zithoogte. En hij moet betrouwbaar zijn en niet de ambetante gewoonte hebben om mij op de ongelukkigste momenten en plaatsen in de steek te laten. De garage voor onderhoud in de buurt van mijn woonadres is een bonus.

2) Kleur

Da’s niet simpel. Kleur is bij mij nogal onderhevig aan mood swings. Op dit moment – met de lente voorzichtig op de drempel – ga ik voor fel geel en oranje. En ook voor pril groen. Maar binnen een half jaar geniet ik met evenveel overgave van bruin, dieprood, …

3) BN-er

Nu ik in Nederland woon ga ik er ongetwijfeld nog wel meer leren kennen, maar ze gaan het toch allemaal moeilijk krijgen om Herman van Veen de loef af te steken.

4) Tv-Programma (binnen- & buitenland)

Nogal voorspelbaar voor wie hier al een tijdje komt lezen, maar dat zijn de natuurprogramma’s van de BBC. Op enige afstand gevolgd door “Vranckx”, maar dat ligt meer aan de teneur van de onderwerpen dan aan de kwaliteit van het programma.

5) Maaltijd

Gisteren ongelofelijk genoten van een paar blaadjes sla, wat kerstomaatjes, een paar verse asperges, wat gesmolten goeie boter en een gepocheerd eitje. Ingewikkeld moet dat niet zijn. Vers en (h)eerlijk herkenbaar is al zot genoeg.

6) Jaargetijde

Hier moet ik altijd even over nadenken, wat afwegingen maken en toch kom ik altijd weer op hetzelfde resultaat uit: de lente. Of het nu een strenge winter geweest is, of eentje die niet kon besluiten om in gang te schieten, donker is hij altijd. En dan is het lengen van de dagen telkens opnieuw het mooiste geschenk.

7) Hobby

De natuur beleven met alle beschikbare zintuigen. Terwijl ik dit zit te typen, is er buiten nog zo goed als niets te zien. Maar ik geniet van de merel die al klaarwakker is en op zijn vaste zangpost zijn territorium bij elkaar zingt.

8) Persoon

Melig, maar na ruim 40 jaar nog altijd mijn ventje.

9) Dier

In het algemeen: roofdieren. Ik heb er van kindsbeen af een fascinatie voor.
Als compagnon: een hond. Vroeger Nicky en Floor. En voor de korte tijd dat ze bij ons was, ook Chino. En nu is dat de Jeppe.

10) Dagdeel

De na-nacht. Ik ben een slechte slaper, zit meestal al op vanaf 3-4 uur. En dan hoor je de dag beginnen. Vogels. Een deur die ergens dichtvalt. Voetstappen in de straat. Een auto die start. Er komt langzaam wat licht in de lucht. En op zo’n ontieglijk uur moét er nog niets als je met pensioen bent.

11) Fruit

Ik eet veel te weinig fruit, ben meer voor groenten. Maar als het dan toch fruit moet zijn: een appel.

12) Drankje

Mojito. Al is een glas fris spuitwater met een schijfje limoen en een takje munt ook lekker.

13) Uitje

Eens lekker gaan eten. Bij voorkeur alleen met Manlief.

14) Sieraad

Oorbellen. Om praktische redenen in de winter van die kleine knopjes. Die blijven niet aan mijn kleren haken. In de zomer, als ik geen kraag of sjaal aan heb, mogen het van die lange exemplaren zijn waar wat beweging in zit als je stapt.

15) Bloem

De paardebloem. Ongeschikt om in een vaas te zetten, maar de levenslust en felheid die ze uitstraalt! Daar word ik helemaal vrolijk van.

16) Vervoermiddel

De benenwagen. Ik ben een trotter.

17) Accessoire

Vroeger (en soms nog) mijn coolpixke. Tegenwoordig is de kwaliteit van gsm-camera’s zo goed dat ik het dikwijls thuis laat. Maar ik heb in elk geval graag iets bij de hand om foto’s te maken. Leuke beelden wachten meestal niet tot je er speciaal voor langs komt.

18) Luxe-artikel

Tijd. En stilte. Liefst samen.

19) Muziekgenre

Weer zo’n stemmingsafhankelijk iets, he. Ik noemde van Veen al, maar ik kan evengoed genieten van Kadril of Cohen. Een streep  klassiek kan er ook wel bij, maar dan moet ik echt tijd hebben om te gaan zitten/liggen/bankhangen. Alhoewel: muziek is bij mij nooit geluidsbehang. Als ik met iets bezig ben, gaat de muziek uit. ’t Is alles of niets bij mij.

20) Kledingstuk

Heel chic: een t-shirt en een slobberbroek …

21) Tijdverdrijf buitenshuis

Wandelen/fietsen in de natuur.

22) Schoonheidsritueel

Douchen.

23) Rusthouding

Heel onergonomisch op een bank hangen.

24) Toetje

Rijstpap met bruine suiker. Zelfs met een plasic lepeltje als ’t moet.

25) Tijdverdrijf thuis

Lezen. Het begint terug een beetje te lukken na een veel te lange tijd. Het wegvallen van die bezigheid was de aankondiging van mijn burnout, al had ik dat toen niet door.

 

Fetch!!!

 

The eagle has landed …

Nou ja, goed, het ging een stukje minder gracieus dan bij de zeearenden die hier in de wijdere omgeving gezien worden en er zal nog wel een tijdje rond het oude nest gefladderd worden. Minstens tot het door anderen geclaimd wordt. Maar het nieuwe nest is nu min of meer bewoonbaar en dus zijn we daar neergestreken.

Er moeten nog meubels geleverd worden en de tuin oogt als een stort. Hopelijk kan er vrij snel een kleine container geleverd worden, zodat we de rommel kunnen afvoeren. Zoals het er nu bij ligt, kan ik onmogelijk bekijken wat er vanaf nu allemaal aan moois in de perkjes groeit.

En dat is naast aangenaam ook nodig, want de tuin dient voor een stuk heraangelegd. Overbodige paadjes eruit, vaste planten herschikken (ik wil bv. alle hortensia’s samen zetten zodat ze in de bloeitijd één groot en hopelijk meerkleurig boeket vormen), het grote stenen vierkant moet een gazonnetje worden waar Jeppe een plekje in de zon krijgt. Een ander perkje wil ik bomvol bollen en kleine vaste bloeiers zetten. Kleur, het jaar rond. Voor de voortuin heb ik al 3 nieuwe potten gehaald. Misschien ga ik vandaag of morgen al om potgrond en de eerste kuipplantjes om het voorjaar en onze nieuwe stek te vieren.

De houten afrastering aan de kant van het voetpad valt zowat uiteen, dus die moet ook vernieuwd en we kunnen maar beter haast maken met een nieuw tuinhuis in die afscheiding, want één van de bestaande tuinhuisjes is stilaan aan het desintegreren. Een stevige rukwind heeft de afgelopen nacht zijn naam eer aan gedaan en de deur uiteen gerukt. We moeten die natuurlijk nog even (proberen) herstellen, want eerst moeten we nagaan of er een vergunningsaanvraag of melding moet gebeuren bij de gemeente. De uiteindelijke oppervlakte van het nieuwe tuinhuis zal mogelijk niet eens zo groot zijn als die van de beide oude die achteraf gesloopt worden, maar je weet maar nooit. We kunnen maar beter niet beginnen met onrust zaaien.

Met de naaste buren hebben we inmiddels al kennis gemaakt. En Jeppe heeft ook al nieuwe vriendjes gevonden. Gisteren, met de verhuizers over de vloer, had ik hem in de dagopvang gedaan een paar deuren verder. In het begin ging het een beetje stug, maar na een tijdje was hij toch met de hondjes van de opvangdienst “aan de praat” geraakt. Eergisteren ontmoette hij een nieuw buurjongetje – een bijna-wit leuk langharig beestje – en ze hebben de hele wandeling als gekken achter elkaar aangezeten. Hij moest warempel bij thuiskomst eerst even bekomen vóór hij aan eten toe was. Op een geestdriftige droom na heb ik hem ’s nachts niet gehoord.

Om Jeppe het voortdurende heen en weer in de auto te besparen was ik begin vorige én deze week al hier blijven slapen. Op een luchtmatras. Man, dat moet je met een stel oude knoken toch niet te lang achter elkaar doen, hoor. Eens ik neerlag, was het OK. Maar weer overeind was gelukkig aan de ogen van de wereld onttrokken. Dat ik – nu ik weer een écht bed ter beschikking heb – toch midden in de nacht zit te typen, heeft vooral te maken met té moe en ook met té vroeg in bed gisterenavond.

Overigens doet de Zeeuwse lucht en rust al wonderen: ik kan me nauwelijks herinneren wanneer ik voor het laatst eens een boek in één ruk heb uitgelezen. Dat is geleden van ver vóór mijn officiële burnout, al was die leespauze met zekerheid één van de opvallendste symptomen. De afgelopen twee avonden heb ik al meteen evenveel boeken uitgelezen. OK, geen turven van 500+ bladzijden. En geen zware kost van het type “Oorlog en vrede” of zo. Maar het was gewoon genieten! Ik denk dat ik terug in Leesland ben.

Nu nog de draad weer oppikken van het vogels kijken en filmen en dan zit de arend best wel stevig op het nest!