Groenten om te vergeten …

De stoom die net uit mijn oren kwam, begint te vervagen. Nee, de verwarming staat nog niet zo hoog dat ik zou verdampen als ik er zou op gaan zitten (wat praktisch gezien niet eens kàn). Ik bekeek terloops even een filmpje op de site van NOS.nl (jammer genoeg laat de link zich niet kopiëren) en zelfs zonder naar het getater te luisteren (het geluid stond uit) kreeg ik het al Spaans benauwd.

Groenten modificeren om verspilling tegen te gaan … Écht of wat …? Deftig leren koken zou misschien ook al helpen, denk je niet?

Eerst iedereen zot proberen maken met “bloemkoolrijst” en “broccolirijst”, of courgettenlinguini (is nog het minst erge) en dan die bloemkool en broccoli gaan modificeren omdat anders de stelen overschieten. Terwijl je die perfect in de soep kwijt kan.
Sla (mis)kweken zodat de bladeren preciés passen onder een hamburger. Hoe bedénk je het? Dat slablad kan je perfect in twee scheuren en overlappen. Heb je meteen nog extra vitamientjes.

Ooit heb ik me ongans gelachen toen ik hoorde dat men overwoog vierkante tomaten te kweken omdat dat beter stapelde. Wist ik veel dat er écht zo’n zotten rondlopen!

Tot de heren tv-koks begonnen voordoen hoe je uit een aardappel van die perfecte tonnetjes kan snijden. Dat er meer afval overbleef dan eten, speelde geen rol. Dat ze die dan stoomden tot ze er uit zagen als plastic speelgoed en smaakten als bevroren rapen, ook niet. Dat opeens iedereen om “vastkokers” zou beginnen gillen om ook van die nutteloze toeren uit te halen, vonden ze een groot succes.

Maar ík wil “mousse patatten” (soms zijn ze vér te zoeken en ze smaken naar niets meer), normale bloemkool en broccoli, grote én kleine slabladen, kromme komkommers en wortels in idiote vormen waar je je een breuk om lacht. En tomaten die je niét kan stapelen. Want die onderste zien er dan toch uit als een bloedvlek …

Snoeien …

Zullen we het eens hebben over “snoeien”?

Zo ongeveer een week geleden kwam ik via een omweg op het spoor van ene Marianne Zwagermans. Volgens haar cv een zakenvrouw die ook columns schrijft en daarbij vooral oog blijkt te hebben voor wat aan haar mediageilheid kan tegemoet komen. Vandaar dat ze dan ook alle registers pleegt open te trekken om zoveel mogelijk mensen te shockeren, kwestie van de schijnwerpers haar kant op te laten draaien.

Ook deze keer slaagde ze er weer in om tegen ontelbare zere benen te schoppen met een uitspraak die  wel eens als een boemerang tegen haar arrogante kop zou kunnen terechtkomen.

Het ging over corona – what else? – waarbij ze zich bediende van de woorden “dor hout”. Die gebruikte ze expliciet als verzamelnaam voor ouderen, zwakkeren, zieken, … Volgens haar moeten we onze welvaart niet op het spel zetten om een paar duizend kwetsbare ouderen te redden van de coronadood. Als corona hen er nú niet onder krijgt, dan leggen ze over één of twee jaar wel door iets anders het loodje, redeneerde ze.

Naast krantenkoppen haalde Zwagermans o.a. zelfs de kamerdebatten, alwaar haar grove uitspraken het nodige kwaad bloed genereerden. Radio- en tv-zenders verdrongen zich voor haar deur om haar te confronteren, en ze ging daar graag op in, al was ze dan weer weinig consequent, want ze wilde liever niet laten weten waar die deur was. “Ik krijg nogal eens bedreigingen”. Tja, wat had je verwacht, schat? Als je per sé omelet wil bakken, moet je de kapotte schalen er voor lief bij nemen. Anders hou je het maar bij oud brood en water.

‘We gaan door met verse twijgjes.’ Groot gelijk! Al zou iedere rechtgeaarde tuinspecialist aanraden om meteen ook al de wilde scheuten er uit te halen, omdat die niks voortbrengen dat deugt en alleen maar vegeteren op kosten van de struik …

Sommige mensen zullen zeker niet dood gaan aan teveel verstand. Voor deze zelfverklaarde schrijfster wordt het dus ook wachten op verdorren of corona …

Waaróóóm..?

11u45
“M, schat, ruim eens wat speelgoed van tafel.”
“Waaróóóóm?”
“Omdat ik de tafel moet dekken, want het eten is klaar.”
“Waaróóóóm?”
“Omdat we op tijd moeten eten, als we met de boot willen gaan varen.”
“Waaróóóóm?”
“Omdat de schipper niet op ons kan wachten.”
“Waaróóóóm?”
“Omdat die andere mensen óók centjes betaald hebben en als die allemaal op tijd zijn, mogen wij hen niet laten wachten”

12u25
“M, lieverd, ga eens naar de badkamer en kuis je mondje af met het washandje”
“Waaróóóóm?”
Als je gezichtje vol speculoospasta hangt, mag je van de schipper vast niet aan het roer komen staan.”
“Waaróóóóm?”
“Omdat de schipper altijd piekfijn gekleed moet zijn om de mensen te ontvangen. Dat is beleefd.”
“Waaróóóóm?”
“Omdat het niet leuk om zien is als je daar met vieze kleren of een vuile mond staat”

12u55
“Je moet wél goed luisteren aan boord, want op een boot is altijd een heel klein beetje gevaarlijk, hé”
“Waaróóóóm?”
“Omdat je overboord kan vallen en dan kunnen we je niet meer uit het water halen”
“Waaróóóóm?”
“Omdat het water vuil is en we je niet zien als je onder gaat. En als je onder de boot terecht komt al helemaal niet”
“Waaróóóóm?”
“Geloof me nu maar eens een keertje zonder uitleg, want we moeten snel aan boord. De schipper staat al op ons te wachten.”

13u05
“M, ga hier maar zitten op dat bankje. Dan komen wij naast je zitten”
“Waaróóóóm?”

“Waaróóóóm?”

13u15
“Waaróóóóm?”

“Waaróóóóm?”

13u30
“Waaróóóóm?”

“Waaróóóóm?”

14u30
“Waaróóóóm?”

“Waaróóóóm?”

“Waaróóóóm?”

“Waaróóóóm?”

“Waaróóóóm?”

20u50
“Manlief, wil je me nu eens een plezier doen en mij een handvol paracetamolletjes geven?”
“Waaróóóóm?” 🙂

 

Drukke weken voor de boeg …

Vakantie, maar toch: drukke weken voor de boeg ten onzent.

Straks mijn moeder ophalen voor een etentje, vóór de boel weer dicht gaat vanwege corona II. Want mijn eksteroog jeukt. Dat wil zeggen dat er wat op komst is. En gooien ze de boel niet dicht, dan ga je in deze omstandigheden niet uit met iemand van 90, zelf ook in de risicogroep zetelend.

De komende drie dagen moeten er nog wat afspraken nagekomen worden en voorbereidingen getroffen, want … Donderdag voormiddag komen M&M tot en met zondag. Schatten van kinderen en het vorige weekend verliep schitterend. Deze keer “vààààrt de bóóóót” wél, gaan we mee om zeehonden te spotten en mogen de kleine matroosjes zélf de kajuit in en even schipper spelen. ’s Avonds gaan ze weer naar huis, dus als de jongste geen oog dicht doet van opwinding, lig ik er niet wakker van. 🙂

De week erna ongeveer hetzelfde scenario, minus de boottocht, maar dan heb ik al andere plannen voor het kleine grut. En dan zal ik helemaal blij zijn als ze op tijd naar de papa kunnen, want de volgende ochtend wordt ik al om 8u op het OK verwacht voor mijn catheterisatie. En dan hoop ik wél dat de volgende dagen aan een iets lager tempo verlopen.

Dat alles in de veronderstelling dat de planning niet doorkruist wordt door virussen en dergelijke.
Dus bij enige radiostilte hier: tot in augustus! Lezen bij mijn favoriete blogjes komt er allicht wel van, maar zelf productief zijn waarschijnlijk ietsje minder.

 

Nooit gedacht …

Ik had het nooit gedacht. Tenslotte zijn wij niet van het vlaggen. Zelfs niet voor de Rode Duivels. En ook niet voor nationale, regionale, gewestelijke, koninklijke of andere feestdagen.

WIJ ZIJN NIET VAN HET VLAGGEN!!!

En nu hangt er een vlag(JE) aan onze gevel. Een bescheiden doekje. Iets van ca. 40 x 60 cm. Geen driekleur, maar een Zeeuws leeuwtje-op-zee. 

Vanwaar de ommekeer? Vandaag zwaaien de leerlingen van groep 8 af. Hier in de school ’t getij . Normaal doen ze dat met een feestje op  school. Maar corona gooide ook daar roet in het eten. Dus vorige week stak er een flyer in de brievenbus met een oproep aan de wijkbewoners om vanmiddag te vlaggen en de huisgevel te versieren. En – als het kan – ook te applaudiseren voor de afzwaaiers.

't getij

Daar kan je toch niet tegenop? Dus hebben we een vlag besteld. Manlief was tegen driekleuren, dus viel de keuze op Zeeuws-Vlaanderen. En is Manlief nu nog naar de winkel om extra versiering te zoeken. In de buurt was niets te vinden in deze tijd van het jaar, dus is hij helemaal naar Hulst. Voor ballons (liefst niet eigenlijk vanwege plastic), of papieren slingers. Of zo’n herbruikbare stoffen slinger met vlagjes. Komt vast nog wel eens van pas.
(Ik heb de indruk dat wij nu toch wel heel goed aan het integreren zijn.)

Nog veel succes aan de nu ex-groep8-ers!!!

IMG_20200709_103625

 

 

En toen …

waren ze weg. De toekomst tegemoet. Een beetje verlegen, toch best wel blij met de aandacht en zelfs een beetje trots. Maar vooral: een beetje verlegen. Schutterig, met de handen in de zakken en tersluikse blikken naar de mensen die hen stonden toe te juichen.  

Heerlijk uitgeteld…

Compleet strike. Zo voelde ik me gisteravond. En heel gelukkig ook.

Vrijdag namiddag de jongste twee kleinkinderen opgehaald voor een weekendje logeren. Voor Zus (bijna 7) was het enige nieuwe het logeerbed. Zij was hier al eerder samen met Oudste (10) te gast.

Voor Broer (bijna 4) was dit een uitgestelde primeur. Eigenlijk zou hij afgelopen kerstvakantie blijven slapen, maar door omstandigheden werd dat uitgesteld. En de nieuwe omstandigheden sinds dit voorjaar maakten dat we hem via een smokkelroute hadden moeten vervoeren in de koffer om hem eerder hier te krijgen. En eigenlijk was het geen slechte zaak dat Zus er bij was, die eerste keer.

Vrijdag was het broeierig warm en klam. Maar nadat het kleine grut geïnstalleerd was en gegeten had, waren ze toch paraat om naar de buurtspeeltuin te gaan. Voetbal mee om daar ook nog een balletje te trappen. Na een tijdje even om de hoek gaan kijken waar al dat eendenkabaal vandaan kwam. Op de vissers hun handen staan kijken en (Broer) honderduit vragen over hoe en waarom en wanneer je vissen vangt met zo’n stok en of hij eens aan zo’n vis mocht voelen en waarom die vissen zich laten vangen met een stukje kaas. Bij dat woord ging er opeens een hondenkopje omhoog en moest ik snel de hondenlijn aanhalen of de visser kon inpakken en naar huis gaan …

De tijd was sneller dan wij en het was al na halftien, aan het donderen en bakken aan het gieten eer het grut gedoucht in bed lag. “Niet teveel kabaal meer maken, he!“. Maar of ze dat nog gehoord hebben …

Zaterdag ben ik na acht uur een beetje luidruchtiger beginnen rommelen om hen stilletjes aan wakker te maken. Ontbijt, toilet maken en dan eerst naar Hulst om een paar (kleur)boeken, want het weer was grondig om. Kwestie van toch wat amusement achter de hand te hebben als de weergoden het te bont zouden maken. De wandeling terug naar de auto voerde “toevallig” langs een paar Pagadders, een vestinggracht, een kanon en een standbeeld van Reinaert de Vos. Daarin zat voor elk wat wils en voor het volgende logeerpartijtje zijn er al afspraken omtrent een vestingswandeling langs alle Pagadders, de molen en de speeltuin aan de oude kasteelpoort. Een mooi geïllustreerd boek over Reinaert ligt intussen ook al te wachten, want tussen douche en bed hoort een verhaaltje.

Na de middag had ik oorspronkelijk bedacht om naar het strandje te gaan, maar de lucht zag grijs, er zat een nogal frisse wind en er viel af en toe wat regen. “Wat gaan we er aan doen, kids? Toch maar riskeren? Terugkomen kan nog altijd” Dat vonden Zus en Broer ook en dus werden de emmertjes, schepjes, rijfjes en potjes in een tas geladen, de hoodies gingen mee en waaile wég. Bij aankomst waren wij de enigen die richting strand liepen, al de rest ging eten in/bij de strandtent, zich aankleden na het zwemmen of gewoon naar huis. Een heel strand voor ons drieën dus, want pépé had de rol van logistieke ondersteuning opgenomen (lees tafel dekken en weer afruimen, koffie zetten, …) en Jeppe lag te genieten van de tijdelijke rust en stilte in huis.

Maar na een dik halfuur moesten we ons toch gewonnen geven want het begon echt te regenen. Broer had nog helemaal geen zin in kleurboeken, wilde mordicus met de overzetboot gaan varen (kan pas vanaf 1 juli, dus nóg iets voor volgend logeerweekend), wou boten spotten (per hoge uitzondering dit weekend enkel binnenschepen, géén grote containerschepen, je zal maar pech hebben) en dus reden we richting Terneuzen. Met een paar bovendijkse stopplaatsen hadden we misschien toch nog kans een paar GROOOOOOTE BOOOOTEN te zien en te tellen. Gelukkig was de rivierpolitie daar om zijn ambitie te temperen. Een uitstapje naar het oude jachthaventje van Griete én de belofte dat we volgende keer (straks? als we thuis zijn? als het hek open is?)  gaan varen.

Na de frietjes met hamburger en sla met tomaat (die bleef liggen) was een kort wandelingetje met Jeppe ruim voldoende. Nog wat voor tv hangen om de emoties van de dag te verteren, een lekkere douche, een verhaaltje en het licht ging bij alle twee vanzelf uit. Zo ook bij mij. Pas na mijn eigen passage onder de douche voelde ik mij weer een beetje mens.

Zondagochtend. We hadden nog een heel stuk programma in te halen. De logeetjes waren heel nieuwsgierig naar de spiksplinternieuwe kabelbaan die onze dorpsraad onlangs mocht verwezenlijken en inhuldigen in de andere speeltuin in het park. Dat er nog een aantal andere “kei-leuke” toestellen waren, ja, dat was bonus natuurlijk. Na een uurtje was het nieuwe er wat vanaf en zijn we aan “de zoete kant” van de dijk in een eindje doodlopende straat gaan rolschaatsen (Zus), loopfietsen (Broer) en wandelen (schrijver dezes).

Omdat de twee speelvogels ook nu weer lekker lang uitgeslapen hadden, werd het stilaan tijd om te gaan inpakken. “Ik vind het hier heel leuk“, “Ik wil nog niet naar huis“, “We gingen toch nog varen?” .

Er waren nog zachte bollen met roerei of choco naar keuze, er moest nog een voetbal gezocht worden die over het hek gevlogen was (volgens Broer), maar die uiteindelijk verstopt bleek onder een hondendeken. Kwestie van het nog wat te rekken. En toen was het toch écht tijd om in de file te gaan staan.

Als ik nu eens aan de schipper vraag om hen volgende keer met de Atol op te halen? Antwerpen ligt toch ook aan de Schelde ..?

Daar gaan we weer …

Een klein beetje “terug naar normaal” en daar gaan we weer. Oppassen dat we ons niet laten meeslepen en binnen de kortste keren weer bij “druk, druk, druk” uitkomen.

Het heeft natuurlijk ook te maken met afspraken die verplaatst werden of niet eens konden gemaakt worden. Zo kreeg ik een mailtje van de dierenartsenpraktijk met een herinnering voor de vaccinaties van Jeppe. Gelukkig is er altijd een overlap voorzien, zodat we er nog altijd op tijd bij zijn. Er is dan wel geen  hondsdolheid meer in het land, maar we wandelen in vossengebied (we hebben Reinaert al een paar keer zien lopen) en die kan net zo goed vossenworm verspreiden.

Zo moest ik ook wachten tot gisteren vooraleer ik een afspraak kon maken om mij een nieuwe bril te laten aanmeten. Een zonnebril kopen of een zot montuur kiezen voor dezelfde soort brilglazen waar ze de gegevens al van hadden: dat ging al. Maar voor een nieuwe meting was het wachten tot de “veilige corona-opstelling” goedgekeurd was.
Ik vrees dat ik het moment van permanent brildragen bereikt heb. Ik kijk er absoluut niet naar uit, maar alles in een waas zien is ook niet je dàt. En om te vermijden dat ik op pad moet met een vèrzichtbril, een leesbril, een zonnebril, een verrekijker en een camera rond mijn nek (anders laat ik ze wel ergens liggen) ga ik mij écht riskeren aan multifocale bijkleurende glazen. Als jullie mij hier niet meer lezen, ben ik te water gegaan en niet meer boven geraakt …

Deze week twee dagen doorgebracht vóór het huis, op een knielkussen, om de voegen van de oprit en de goot te ontdoen van elk spoor van groengroei en meteen toekomstige oogsten in de kiem te sporen door middel van schoonmaakazijn. We wonen nu eenmaal in een kéurig nette buurt en vóór het hek doen we mee. Achter het hek zijn we ietsje toleranter, want wat mos tussen de klinkers is ook niet mis. Het moet wél een beetje binnen de perken van veiligheid blijven, want een schuiver en een bots tegen diezelfde klinkers heb ik er op mijn leeftijd niet meer voor over.
Volgens een hondenbaasje die ik nogal eens passeer op de hondenwandelingen en die net voorbijkwam, hoort er een klein scheutje dunne bleek bij de schoonmaakazijn. De eerste dag heb ik dus de éne kant van de oprit gedaan met azijn alleen. De volgende dag mét scheutje bleek en ja, dat leek al een beetje meer op mosterdgas. Als het verschil in resultaat niet navenant is, ga ik toch geen Duitse streken meer uithalen volgende keer. Het is wel in open lucht, maar je hangt er toch met je neus in. Voor het moment ziet het er in elk geval keurig netjes uit.

Op dit eigenste moment is Jeppe zijn baasje aan het uitlaten. Zag het er eerst naar uit dat dit de laatste weken vrijheid – blijheid zouden zijn aan het haventje, vorige week las ik in de lokale krant dat Project Perkpolder (PPP) wel eens van uitstel naar afstel zou kunnen reizen. De actiegroep die al van bij het begin tegengas geeft, gaat blijkbaar toch naar een hogere rechtsgang om alsnog de milieuvergunning te laten schrappen. En de promotor krijgt de financiëring niet rond. Wordt vervolgd …

En intussen in de tuin: alles groeit en bloeit naar behoren. Deze week wou ik mijn hangmanden eens goed verzorgen en knuffelen door de dode bloemhoofdjes eruit te halen. Had ik natuurlijk niet op de klok gekeken. Anders had ik geweten dat de hommels al in bed (lees: een verwelkt petuniabloempje) zouden liggen. Hommel wakker en ik ook. En ik heb daar nu nóg plezier van. Mijn rechter middelvinger steek ik nu al drie dagen op tegen mijn omgeving, wegens een sterk gezwollen vingerkootje door een venijnige prik. Ach ja, als de rollen omgekeerd waren zou ik het toch ook doen?

Wat kan je tegen hebben op zo’n hangmand? Volgend jaar misschien een paar trostomatenplantjes in een bak, met afrikaantjes (die gele bloempjes, welteverstaan) errond? En in een grote terra cotta pot ernaast wat snijsla. Yummie!

 

Heimwee …

Ik heb net een wandeling gemaakt met hond Jeppe, aan Perkpolder / Walsoorden. Omdat ik daar toch was, en omdat ik intussen al weet wat ik mag verwachten bij dit weer, heb ik ook altijd pedaalemmerzakken (grote maat) en wegwerphandschoenen bij (dat laatste sowieso in deze coronatijden).
 
En de oogst was weer indrukwekkend! Blikjes, bekertjes, hamburgerdoosjes, snoepwikkels, flessen van sterke drank, …

Dat laatste baart mij steeds meer zorgen, want het worden er allengs méér en met grotere inhoud. Waren het vroeger (1-2 jaar geleden) heupflesjes, nu zijn het overwegend grote flessen. Moet je niet raar opkijken dat er een zonder onderbroek naar huis is …
 
 
IMG_20200601_080756
 
 
 
Aan de havenparking hadden ze tenminste ook een tasje achtergelaten. Kon ik dat vullen met de troep die ze gemaakt hadden. Weeral kosten gespaard. 
 
 
IMG_20200601_081430
 
 
 
Ik werd tijdens mijn “werk” ingehaald door een auto van de gemeentediensten. “Bent u afval aan het oprapen? Als u wil kan u het in onze achterbak gooien!”
Het kwam me handig uit, want ze hadden ook nog schop en bezem bij. Konden ze gelijk de stukgegooide flessen opvegen op het fietspad en de havenparking.
De fietsers die ik op mijn terugweg naar de auto tegenkwam heb ik maar even verwittigd dat ze de bocht best konden nemen met de fiets in de nek …
 
 
Zeeuws-Vlaanderen is blij dat het opnieuw zijn gasten kan ontvangen. Maar sommige gasten krijg je toch liever maar één keer over de vloer.
 
 
De afgelopen 10 weken heb ik nauwelijks een snoepwikkel zien liggen (wél papieren zakdoekjes, maar in deze tijden heb ik die toch maar gelaten voor wat ze waren).
“De massa” wordt weer – een beetje – losgelaten en meteen zit je omhoog op een berg afval.
 
 
Je zou bijna heimwee krijgen naar de “goede oude tijd” van de lockdown …

Een vorm van noodzakelijkheid …

Sinds vandaag mogen we de grens over om familie te bezoeken in de buurlanden. Ook om te winkelen mogen we naar de buurlanden, staat te lezen in een ministerieel besluit. “Maar het moet met een vorm van noodzakelijkheid zijn”, aldus minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V). “
Zo staat het op de nieuwssite van de vrt.

Dus als de mosterd van De Kroon die ze in Nederland verkopen beter smaakt dan die ze bij De Kroon zélf verkopen …