Wat moet een mens …

… als het regent (behalve blij zijn dat je de planten niet moet gieten met schuldgevoel)?
Saturn9 vindt dat je dan best eens een keertje creatief mag zijn.

Toen we nog in Kruibeke woonden hadden we een joekel van een zolder, die eigenlijk vooral door de familie gebruikt werd als opslagplaats van dingen die ze zelf niet wilden bijhouden. Manlief had behoefte aan een tekenkamer, maar de ramen waren te klein voor het juiste licht, het kwam er niet van om de hele zwik degelijk te isoleren zodat in de zomer de verf niet opdroogde vóór ze papier zag en in de winter bevroor aan het penseel. Toen er over verhuizen gesproken werd, was één van de voornaamste vereisten in mijn ogen dat hij eindelijk een fijne, lichte kamer zou hebben om te tekenen, schilderen en tegelijk ook de tuin met zijn bezoekertjes in de gaten te houden.

De eerste bezichtiging van onze huidige woning verliep behoorlijk chaotisch: de verhuizers waren volop bezig meubels en verhuisdozen naar buiten te slepen en we kwamen eigenlijk ogen tekort om lijf en leden veilig te houden. Maar één ding trok meteen mijn aandacht: de uitbouw achter de woonkamer. Een triomfantelijke stem galmde door mijn hoofd: “Dat is em! Dat is em! Goooaaaal!!!!!!!!!”

Met natuurlijk licht aan drie kanten en een tuin die om de hoek doorloopt en veel aantrok heeft van vogels en insecten (een stuk mijn aandeel) is er heel het jaar door ruimte en gelegenheid om iets moois te maken.

In de afgelopen vijf jaar zijn in die kamer al vrachten papier, potloden en verf opgegaan aan probeersels, afkeursels, maar ook aan heel geslaagde kunststukjes. Zo heeft hij een serie “schôôn madammen”, geïnspireerd door frontpagina’s van National Geography, geïnterpreteerd.

De beeldjes hadden we al, uit verschillende Oxfam-winkels meegebracht. De kleuren van het portret sluiten er mooi bij aan. Het is een deel van ons “vrouwenhoekje”.
Hier kreeg ik de spiegeling in het glas van de lijsten niet weg. Maar je krijgt toch een idee.

Niet alles is bedoeld om ingelijst en opgehangen te worden. Veruit het meeste werk kruipt in het illustreren van het naslagwerk waar hij al ruim 40 jaar bijna dagelijks mee bezig is. De steeds uitdijende rijen kaften verdringen boeken die we in de loop van de tijd verzamelden en die we tóch nooit meer zullen herlezen.

Een écht levenswerk! Terwijl ik er hier over vertel, zit hij naast me aan zijn pc weer correcties aan te brengen, want alles moet actueel blijven. Een soort die definitief het loodje legt of een nieuwe soort die (her)ontdekt is, een soort die na genetische studie ergens anders wordt ondergebracht: het moét genoteerd!

Creativiteit zit trouwens in het bloed. Als home warming gift kreeg ik van Schoonzus een beeldje van een bedoeïnse vrouw. Ik mocht er ook voor kiezen om het te laten glazuren, maar ik verkoos de rode aardekleur omdat die helemaal bij de reeks past.

Het rood van de terracotta, het bruin van de kalabasha en aan de andere kant van het schap de kleurige vrouwen van foto 1.

En met een kleindochter die kunstonderwijs volgt, denk ik dat we goed zitten voor de toekomst …

Vruchteloos volwassen proberen worden …

Ik las bij Myriam’s ditjes en datjes en Satur9’s World een leuke vragenlijst onder de noemer ‘unsuccesful adulting tag’. Het is zondag en met veel overtuiging luie-dag vandaag, dus waarom inspiratie zoeken als je ze zó in de schoot geworpen krijgt?

Wat is het meest onvolwassen eten dat je de afgelopen week gegeten hebt?
Frietjes. Maar dan met mijn vingers, niet met een vork. Smaakt duizend keer zo lekker!

Hoe vaak ga je voor 22u naar bed?
Vroeger nooit, maar de laatste tijd wel eens vaker. Vooral de afgelopen maanden waren erg vermoeiend en hoeveel zin heeft het om in de zetel te zitten knikkebollen en dan klaarwakker te worden van naar bed gaan?

Wat is het laatste kinderprogramma dat je hebt gekeken?
Geen idee. Ongetwijfeld heeft de tv opgestaan toen de kleinkinderen hier waren (nog even vóór het slapen gaan), maar wat voor programma? Ik heb het vooral gehoord, maar ze klinken ook allemaal hetzelfde.

Wat is het laatste dat je bent vergeten?
Het feit dat ik mijn bril op had. En ik maar zoeken!!!

Ben je wel eens in je pyjama naar buiten geweest?
Ja. Maar wél met een kamerjas erover. Langs de straatkant om de hond in de auto te zetten en langs de tuinkant om de vogels eten te geven of voor Jeppe zijn laatste sanitaire stop van de avond.

Wat is je meest ranzige gewoonte?
Aan mijn tenen pulken als ik naar tv zit te kijken. Vroeger gingen mijn nagels eraan. Nu is het meer een soort massage van mijn voetzolen.

Hoeveel enkele sokken heb je in je kast/la liggen?
Geen, want dat hou ik nogal in de gaten. Onlangs nog. Overigens koop ik altijd dezelfde sokken, dus als er eens eentje “verdwijnt” of mijn grote teen schiet er doorheen, dan is er gauw een nieuwe gezel gevonden.

Welke lelijke emoji gebruik jij wel eens?
 

Wat is je meest nederige eigenschap?
Als Manlief dit leest, ligt hij nu in een deuk. Ik zou het niet weten en aan hem vraag ik het pertinent niét!

Wanneer is voor het laatst eten dat je kookte mislukt?
Een kleine maand geleden. Ik had nog een portie kroketjes in de diepvriezer zitten en wou die opgebruiken. Maar omdat ik niet vaak kroketten maak (die met veel paneermeel liggen dàgen op mijn maag) en omdat ik een bloedhekel heb aan frietketels uitkuisen, gebruikte ik gewoon mijn wok met olie. En die was niet heet genoeg …
Intussen heb ik toch maar een mini-frituurketeltje gekocht. Bij onze slager verkopen ze blijkbaar lekkere diepvrieskroketjes, met weinig paneermeel en zout. Dan maak ik ze wel eens vaker (Manlief juicht!).

Welke tik komt bij je naar boven als je je ongemakkelijk voelt?
Ik heb hele droge lippen. En hoe meer balsem ik er op smeer, hoe slechter. Dus heb ik altijd een voorraadje velletjes om aan te bijten. Ook naast mijn vingernagels heb ik van die droge, harde puntjes. Tja, en als al die velletjes eigenlijk al weggebeten zijn, ga ik lekker door en heb ik een lelijke dikke lip of een zwerende vinger …

Wat was de laatste rekening die je ‘verstopte’?
Ik verstop geen rekeningen, ik verlies ze.

Conclusie:
Ik geloof dat ik voor mijn leeftijd een gezonde mix heb van kind, volwassene en weer kind(s). Vooral dat eerste probeer ik zo lang mogelijk bij te houden. In de categorie “volwassen” zit teveel “moeten” en te weinig “mogen” naar mijn zin …

Des winters als het regent …

Of toch liever niet! Dat doet het al zo ongeveer het hele jaar.

Vandaag begint de winter en speciaal voor de gelegenheid hadden alle buiten slapende auto’s in de straat (dat zijn ze dus allemaal, behalve die van ons, die slaapt binnen) een wit korstje. De buren konden dus collectief krabben.

Zelf haalde ik ons k(n)arretje uit een garage waar het toch nog altijd +7°C was. Niet om naar het werk te rijden, maar om dat andere geluksnummer uit te laten. Jeppe heeft helemaal niks met zijn groene anorak, want als die uit de kast komt betekent dat nattigheid. Maar zijn paarse fleece … Da’s andere koek! Lekker buiten hossen zonder kou te krijgen als hij een konijn beloert. De MAX, zeg ik u!

Omdat ik intussen al een aantal vragen over hondenjasjes gekregen heb, zet ik hier een link naar het blog van The Dog Company, waar ik met Jeppe ga trainen en ook zijn “garderobe” heb samengesteld. Er staan handige tips in om een jas aan te meten en te kiezen: https://thedogcompany.nl/hoe-kies-je-de-juiste-hondenjas/

T.a.v. de Vlinderstichting …

Beste,

momenteel zit onze tuin vol koolwitjes en atalanta’s. Soms met 10-15 per soort tegelijk. Superblij mee.

Maar gisteren en vandaag viel ons van de atalanta’s dit gedrag op:

Wat is daar de betekenis van? Is dat een vlinder die dringend op zoek is naar een maatje om te paren? Is dit een signaal naar overvliegende soortgenoten dat er nog veel voorraad te vinden is (een beetje zoals bijen doen)? Of zijn die beesten gewoon stomdronken van het nectar zuigen? Bij hommels heb ik ook al eens vergelijkbaar gedrag gezien. Al is me achteraf verteld dat dat eerder het omgekeerde was: hoge nood aan nectar.

Mvg,
Wordt (hopelijk) vervolgd …

 

Op é.o.a. manier kan ik geen afbeelding in een reactie plaatsen, dus in antwoord op de analyse van doctorandus T.J. Pannenkoek, hier een foto van de (vorige week geplaatste) drinkschaal voor bijen en vlinders:

bijendrinkschaal

De knikkers en keitjes zorgen ervoor dat hun pootjes niet te nat worden. De grote glazen “eieren” had ik nog liggen en ik vind dat ze er vrolijk bij kleuren.

En toen (bis) …

… vond ik vanmorgen dít verhaaltje op de site van Omroep Zeeland. Ik heb al een mailtje gestuurd naar de Mikke en ook de vraag gesteld bij waarnemingen.nl of de kadavertjes ingezameld worden voor onderzoek, zoals ook gebeurde bij de merels, een paar jaar geleden.

Waar ik me nu toch ook even zorgen over maak, is de eventuele overdraagbaarheid naar honden en (vals beschuldigde) katten. Dierenarts bellen.

Wat ik er zeker uit onthoud is dat ik nu nog maar eens extra grondig dat hok moet schoonmaken. Maar kan ik het strooisel dan in de kliko gooien? Hoe lang blijft dat virus zonder gastheer leven?

Een uurke of 3 later was er al antwoord:

“Beste meneer, (nou ja …)

Nee er worden geen dode dieren in gezameld.
Er is niets bekend over overdragen op andere dieren.
Als u uw kast schoonmaakt en nieuw strooisel erin doet is dat voldoende.
Zodra er meer bekend wordt over het virus komt dat ook weer in de publiciteit.

Met vriendelijke groet,
Coby Louwerse.”

En toen …

… kwam er een varken met een lange snuit en ’t vertelselke was  uit.

Iemand die zich die zin nog herinnert van al dan niet lang vervlogen tijden? Ik moest er deze namiddag aan denken. Net vóór de lunch trok de zon zich (eindelijk!) terug achter de wolken, de temperatuur zakte zeker wel 2 graden en tegen de tijd dat de laatste slok koffie op was, vielen er zelfs wel een stuk of 10 regendruppels. Minstens. Maar ze vielen zo ver uit elkaar dat je snel moest zijn om ze te tellen, of ze waren alweer opgedroogd.

Anyway. Het dagenlange stilzitten heeft al dermate op mijn systeem gewerkt, dat ik na het eten mijn tuinhandschoenen, klein materieel en een afvalemmer pakte en aanstalten maakte om her en der de ongenode gasten weg te werken. Het viel nog niet mee, want het bukken maakte me zo duizelig, dat ik bijna bovenop een paar venijnige distels landde.

En toen zag ik het.
Herinneren jullie je nog wat er in het vorige hoofdstukje gebeurde?
Het vervolg van het verhaaltje kennen we niet met zekerheid, maar dit is een mogelijkheid:

Toen moeder Egel de boze kat had weggejaagd, installeerde ze zich knusjes in haar huisje en wachtte geduldig op het Grote Moment: de geboorte van haar kleintjes. In het begin had ze daar nog niet veel omkijken naar. Gewoon op tijd thuis zijn om hen te voeden en het huisje schoon te houden.

Maar toen kwam de tijd dat de jonkies naar buiten wilden. Moeder Egel toonde hen de leuke hoekjes en vertelde hen over de gevaren. De kleintjes luisterden en knikten. Maar er was er eentje bij die niet goed oplette toen het over de grote, bange hond en de gemene, hebberige buurtkat ging. 

En op een warme, klamme nacht ging het verstrooide jong alleen op wandel. De hond had nog laat naar de sterren geblaft, maar was toen toch in huis verdwenen. Kleine Egel schuifelde tussen de lange rabarberstengels en een grote plant met lange kronkelige stengels en gele bloemen en probeerde in het maanlicht te komen. Dan kon hij zien waar het plonsbad gegraven was. Nog een paar pasjes en toen …

XYZ_1595

 

Heerlijk uitgeteld…

Compleet strike. Zo voelde ik me gisteravond. En heel gelukkig ook.

Vrijdag namiddag de jongste twee kleinkinderen opgehaald voor een weekendje logeren. Voor Zus (bijna 7) was het enige nieuwe het logeerbed. Zij was hier al eerder samen met Oudste (10) te gast.

Voor Broer (bijna 4) was dit een uitgestelde primeur. Eigenlijk zou hij afgelopen kerstvakantie blijven slapen, maar door omstandigheden werd dat uitgesteld. En de nieuwe omstandigheden sinds dit voorjaar maakten dat we hem via een smokkelroute hadden moeten vervoeren in de koffer om hem eerder hier te krijgen. En eigenlijk was het geen slechte zaak dat Zus er bij was, die eerste keer.

Vrijdag was het broeierig warm en klam. Maar nadat het kleine grut geïnstalleerd was en gegeten had, waren ze toch paraat om naar de buurtspeeltuin te gaan. Voetbal mee om daar ook nog een balletje te trappen. Na een tijdje even om de hoek gaan kijken waar al dat eendenkabaal vandaan kwam. Op de vissers hun handen staan kijken en (Broer) honderduit vragen over hoe en waarom en wanneer je vissen vangt met zo’n stok en of hij eens aan zo’n vis mocht voelen en waarom die vissen zich laten vangen met een stukje kaas. Bij dat woord ging er opeens een hondenkopje omhoog en moest ik snel de hondenlijn aanhalen of de visser kon inpakken en naar huis gaan …

De tijd was sneller dan wij en het was al na halftien, aan het donderen en bakken aan het gieten eer het grut gedoucht in bed lag. “Niet teveel kabaal meer maken, he!“. Maar of ze dat nog gehoord hebben …

Zaterdag ben ik na acht uur een beetje luidruchtiger beginnen rommelen om hen stilletjes aan wakker te maken. Ontbijt, toilet maken en dan eerst naar Hulst om een paar (kleur)boeken, want het weer was grondig om. Kwestie van toch wat amusement achter de hand te hebben als de weergoden het te bont zouden maken. De wandeling terug naar de auto voerde “toevallig” langs een paar Pagadders, een vestinggracht, een kanon en een standbeeld van Reinaert de Vos. Daarin zat voor elk wat wils en voor het volgende logeerpartijtje zijn er al afspraken omtrent een vestingswandeling langs alle Pagadders, de molen en de speeltuin aan de oude kasteelpoort. Een mooi geïllustreerd boek over Reinaert ligt intussen ook al te wachten, want tussen douche en bed hoort een verhaaltje.

Na de middag had ik oorspronkelijk bedacht om naar het strandje te gaan, maar de lucht zag grijs, er zat een nogal frisse wind en er viel af en toe wat regen. “Wat gaan we er aan doen, kids? Toch maar riskeren? Terugkomen kan nog altijd” Dat vonden Zus en Broer ook en dus werden de emmertjes, schepjes, rijfjes en potjes in een tas geladen, de hoodies gingen mee en waaile wég. Bij aankomst waren wij de enigen die richting strand liepen, al de rest ging eten in/bij de strandtent, zich aankleden na het zwemmen of gewoon naar huis. Een heel strand voor ons drieën dus, want pépé had de rol van logistieke ondersteuning opgenomen (lees tafel dekken en weer afruimen, koffie zetten, …) en Jeppe lag te genieten van de tijdelijke rust en stilte in huis.

Maar na een dik halfuur moesten we ons toch gewonnen geven want het begon echt te regenen. Broer had nog helemaal geen zin in kleurboeken, wilde mordicus met de overzetboot gaan varen (kan pas vanaf 1 juli, dus nóg iets voor volgend logeerweekend), wou boten spotten (per hoge uitzondering dit weekend enkel binnenschepen, géén grote containerschepen, je zal maar pech hebben) en dus reden we richting Terneuzen. Met een paar bovendijkse stopplaatsen hadden we misschien toch nog kans een paar GROOOOOOTE BOOOOTEN te zien en te tellen. Gelukkig was de rivierpolitie daar om zijn ambitie te temperen. Een uitstapje naar het oude jachthaventje van Griete én de belofte dat we volgende keer (straks? als we thuis zijn? als het hek open is?)  gaan varen.

Na de frietjes met hamburger en sla met tomaat (die bleef liggen) was een kort wandelingetje met Jeppe ruim voldoende. Nog wat voor tv hangen om de emoties van de dag te verteren, een lekkere douche, een verhaaltje en het licht ging bij alle twee vanzelf uit. Zo ook bij mij. Pas na mijn eigen passage onder de douche voelde ik mij weer een beetje mens.

Zondagochtend. We hadden nog een heel stuk programma in te halen. De logeetjes waren heel nieuwsgierig naar de spiksplinternieuwe kabelbaan die onze dorpsraad onlangs mocht verwezenlijken en inhuldigen in de andere speeltuin in het park. Dat er nog een aantal andere “kei-leuke” toestellen waren, ja, dat was bonus natuurlijk. Na een uurtje was het nieuwe er wat vanaf en zijn we aan “de zoete kant” van de dijk in een eindje doodlopende straat gaan rolschaatsen (Zus), loopfietsen (Broer) en wandelen (schrijver dezes).

Omdat de twee speelvogels ook nu weer lekker lang uitgeslapen hadden, werd het stilaan tijd om te gaan inpakken. “Ik vind het hier heel leuk“, “Ik wil nog niet naar huis“, “We gingen toch nog varen?” .

Er waren nog zachte bollen met roerei of choco naar keuze, er moest nog een voetbal gezocht worden die over het hek gevlogen was (volgens Broer), maar die uiteindelijk verstopt bleek onder een hondendeken. Kwestie van het nog wat te rekken. En toen was het toch écht tijd om in de file te gaan staan.

Als ik nu eens aan de schipper vraag om hen volgende keer met de Atol op te halen? Antwerpen ligt toch ook aan de Schelde ..?

Of we …

… het zien zitten om ook een paar zomer-ganzentellingen te doen? Vroegen ze van Sovon. Het hoeft niet per sé in de wintertelgebieden die ons toegewezen zijn. Gewoon op waarnemingen.nl  invullen welke ganzen en hoeveel we waar gezien hebben als we er op uit trekken. En zeker ook een keer tellen op 18 juli.

Voor ons is dat een even goede reden als een andere om de kijkers en het fotomateriaal in de auto te laden en naar Luntershoek en de Putting te trekken. Vooral omdat we voor onszelf ook al een paar jaar proberen te volgen hoeveel en welke standganzen er in de streek blijven.

Bij het begin van het Groot Eiland hadden we gelijk prijs: wel 150 grauwtjes, ca. 20 “nonnetjes” (brandganzen) en ruim 30 van die (volgens mij aartslelijke) nijlganzen. We waren dus al niet voor niets op pad gegaan. Maar voor wat ganzen betrof, was dat dan ook alles. Bij de Putting, waar er anders altijd zitten, lag zelfs geen ganzenveer meer.

Maar wij laten ons niet zo gauw ontmoedigen. Er bestaat nog wel ander natuurschoon dan enkel ganzen. Tegen een “snelheid” van pakweg 10 km/u gemiddeld reden we door het Zeeuwse landschap, speurend en luisterend (nogal friskes met het raam open, maar dat moet je er dan bij nemen).

Grasmus
Een grasmus zat vrank en vrij zijn gedacht te zeggen in een bottelstruik langs de kant van de weg.

Blauwe reiger
Elke keer als we dit grasland passeren staat er een (deze?) reiger op datzelfde plaatske. ’t Is dat hij af en toe beweegt of zich verzet, want anders zou ik gaan geloven dat het een opgezette is.

BBC_0159 (2)
Pa roodborsttapuit kijkt of de kust veilig is.

Vrouwtje roodborsttapuit
Ma roodborsttapuit lijkt het niet helemaal te vertrouwen.

Roodborsttapuit, pas uitgevlogen jong
Maar de kleine is niet te stuiten: hij heeft lang genoeg in dat te kleine nest gezeten. “Ik vertrek!”

Akkerdistel
Distels: door iedereen verguisd, maar een wereld op zich. Kevertjes, bijen, vliegen, hommels, vlinders en zelfs vogels zoals de putter (of distelvink, dat zegt het vanzelf) vinden er hun gading.

BBC_0331 (2)
Een bruine vlek tussen het groen krijgt opeens meer vorm.

BBC_0358 (2)
Een bezorgde blik opzij …

BBC_0359 (2)
… en daar beweegt nóg iets.

BBC_0370 (2)
“Kom kleine, want ik vertrouw het toch niet helemaal”

(Roodwang?)schildpad
Bijna aan het oude sas ligt een overjaars kerstcadeau te zonnebaden. Op het eerste moment vroeg ik me af welke eend er op die tak zat. Kwestie dat je een idee van de grootte hebt.

BBC_9944 (2)
De grasmussen zijn goed gelukt dit jaar.

BBC_9948 (2)
En je kan ze geen overdreven schuwheid verwijten.

BBC_9968 (2)
3, 2, 1, …

BBC_9969 (2)
Lift off! We got a lift off!

BBC_9971 (2)
Een torenvalk hangt in opperste concentratie boven het grasveld.

BBC_9973 (2)
Zag ik daar nu een dikke kever?

BBC_9978 (2)
Nog even mikken en dan in duikvlucht …

 

 

Daar gaan we weer …

Een klein beetje “terug naar normaal” en daar gaan we weer. Oppassen dat we ons niet laten meeslepen en binnen de kortste keren weer bij “druk, druk, druk” uitkomen.

Het heeft natuurlijk ook te maken met afspraken die verplaatst werden of niet eens konden gemaakt worden. Zo kreeg ik een mailtje van de dierenartsenpraktijk met een herinnering voor de vaccinaties van Jeppe. Gelukkig is er altijd een overlap voorzien, zodat we er nog altijd op tijd bij zijn. Er is dan wel geen  hondsdolheid meer in het land, maar we wandelen in vossengebied (we hebben Reinaert al een paar keer zien lopen) en die kan net zo goed vossenworm verspreiden.

Zo moest ik ook wachten tot gisteren vooraleer ik een afspraak kon maken om mij een nieuwe bril te laten aanmeten. Een zonnebril kopen of een zot montuur kiezen voor dezelfde soort brilglazen waar ze de gegevens al van hadden: dat ging al. Maar voor een nieuwe meting was het wachten tot de “veilige corona-opstelling” goedgekeurd was.
Ik vrees dat ik het moment van permanent brildragen bereikt heb. Ik kijk er absoluut niet naar uit, maar alles in een waas zien is ook niet je dàt. En om te vermijden dat ik op pad moet met een vèrzichtbril, een leesbril, een zonnebril, een verrekijker en een camera rond mijn nek (anders laat ik ze wel ergens liggen) ga ik mij écht riskeren aan multifocale bijkleurende glazen. Als jullie mij hier niet meer lezen, ben ik te water gegaan en niet meer boven geraakt …

Deze week twee dagen doorgebracht vóór het huis, op een knielkussen, om de voegen van de oprit en de goot te ontdoen van elk spoor van groengroei en meteen toekomstige oogsten in de kiem te sporen door middel van schoonmaakazijn. We wonen nu eenmaal in een kéurig nette buurt en vóór het hek doen we mee. Achter het hek zijn we ietsje toleranter, want wat mos tussen de klinkers is ook niet mis. Het moet wél een beetje binnen de perken van veiligheid blijven, want een schuiver en een bots tegen diezelfde klinkers heb ik er op mijn leeftijd niet meer voor over.
Volgens een hondenbaasje die ik nogal eens passeer op de hondenwandelingen en die net voorbijkwam, hoort er een klein scheutje dunne bleek bij de schoonmaakazijn. De eerste dag heb ik dus de éne kant van de oprit gedaan met azijn alleen. De volgende dag mét scheutje bleek en ja, dat leek al een beetje meer op mosterdgas. Als het verschil in resultaat niet navenant is, ga ik toch geen Duitse streken meer uithalen volgende keer. Het is wel in open lucht, maar je hangt er toch met je neus in. Voor het moment ziet het er in elk geval keurig netjes uit.

Op dit eigenste moment is Jeppe zijn baasje aan het uitlaten. Zag het er eerst naar uit dat dit de laatste weken vrijheid – blijheid zouden zijn aan het haventje, vorige week las ik in de lokale krant dat Project Perkpolder (PPP) wel eens van uitstel naar afstel zou kunnen reizen. De actiegroep die al van bij het begin tegengas geeft, gaat blijkbaar toch naar een hogere rechtsgang om alsnog de milieuvergunning te laten schrappen. En de promotor krijgt de financiëring niet rond. Wordt vervolgd …

En intussen in de tuin: alles groeit en bloeit naar behoren. Deze week wou ik mijn hangmanden eens goed verzorgen en knuffelen door de dode bloemhoofdjes eruit te halen. Had ik natuurlijk niet op de klok gekeken. Anders had ik geweten dat de hommels al in bed (lees: een verwelkt petuniabloempje) zouden liggen. Hommel wakker en ik ook. En ik heb daar nu nóg plezier van. Mijn rechter middelvinger steek ik nu al drie dagen op tegen mijn omgeving, wegens een sterk gezwollen vingerkootje door een venijnige prik. Ach ja, als de rollen omgekeerd waren zou ik het toch ook doen?

Wat kan je tegen hebben op zo’n hangmand? Volgend jaar misschien een paar trostomatenplantjes in een bak, met afrikaantjes (die gele bloempjes, welteverstaan) errond? En in een grote terra cotta pot ernaast wat snijsla. Yummie!

 

Open kleuterschooldag …

Onze tuin is sinds eergisteren een echte kleuterschool. Zeker zo’n stuk of 4 nesten vol klein grut zijn uitgekieperd tussen onze planten, in de struiken, op de tegels en in/aan de vijver.

Het is aandoenlijk om te zien hoe spreeuwen-, merel- en mussenouders hun kinderen voor het eerst naar “school” brengen en effectief aanwijzen waar alles te vinden is en hoe je het moet gebruiken.

En dan kan het in de tuin zelfs tijdens het siësta-uurtje drukker worden dan op Schiphol:


“Kijk, kroost. Hier boven jullie kopjes hangt zo’n lang, rond ding met zitjes aan. Daar kan je op klauteren om bij het eten te komen. Gedraag jullie als het kan, vecht voor je hap als het moet.”

“En hier is het zwembad. Pas op dat je niet in het diepe valt! Blijf netjes in de speelrand om te plonsen en te drinken.”

“Je moet maar op één ding letten: als wij roepen dat jullie je moeten verstoppen, dan is die rotsperwer er weer. Dan moeten jullie diep in de haag gaan zitten en stilletjes zijn!”

“Oef! De klein mannen zijn naar school. Eindelijk een momentje me-time. Buuf, is er toevallig koffie met gebak vandaag?” 

Nog even een rondje tuin maken en eindigen bij de dienst Security. Jeppe vindt dat de nieuwe wijnrank “Vitis vinifera ‘Solaris’ ” maar beter bewaakt kan worden. Over de goudiep maak ik me een beetje zorgen. Misschien heeft ie gewoon een extra voetbadje nodig, zo af en toe. Ik moet er niet aan denken dat hij olmenziekte zou hebben!