Rigor mortis …

Laat de c(h)ampagne maar komen! 

Met in sommige gemeenten nog steeds onderhandelingen over wie wat (niet) gaat doen en welke postjes nog moeten verdeeld worden onder de “vriendjes”, en op een sche*t van de federale verkiezingen volgend jaar, wordt er gauw even een toneelstukje opgevoerd van een niveau dat zelfs in de kleuterschool de première niet zou halen. 

De verkiezingsuitslagen van 14 oktober hebben er een paar flink de hik bezorgd, zodat ze zich gisteren lieten verlagen (indien nog mogelijk ) tot een internetcampagne om dodelijk beschaamd over te zijn. Dat er één sukkel zo achterlijk was om het auteursrecht op te eisen, zegt genoeg over de persoon in kwestie. Ik heb in mijn tijd wel wat kilometers gespoord voor het werk en ik heb me maar één keer héél onveilig gevoeld: toen hij en zijn “eigen volk” in de – op mij na – verder lege coupé binnen kwamen. Meteen verkassen durfde ik niet, maar bij het naderen van het volgende station heb ik toch mijn bullen gepakt om elders (lees: tussen het plebs en de “invoer”)  te gaan zitten. 

Diene van “A” dacht waarschijnlijk met de vlucht vooruit een verdere leegloop van het fanlokaal te kunnen afweren. Voorwaarde om die strategie te laten lukken is natuurlijk dat je ziet waar de weg heen gaat en waar er putten en struikelstenen liggen. Als je zo zot van eigen glorie bent dat je hoofd in je nek ligt in een permanente kramp, dan kan dat tegenvallen. De put die hij voor de regering gegraven heeft, zou wel eens zijn eigen politieke graf kunnen worden.

Bij de middagkoffie bleek de hoofdsponsor al aardig aan de teugels te trekken omdat het nu niet het moment is om de regering te laten vallen. “Lap het lijk op, smeer er wat schmink op en haal er een buikspreker bij om de goegemeente te laten denken dat er nog gewerkt kan worden. Dan kunnen we nog even verder tot de rigor mortis over is.” 

Advertenties

Er zijn verkiezingen op komst zeker ..?

Het is de laatste tijd vrij stil rond BDW. Ik denk dat hij door zijn voorraad Latijnse spreuken zit.

Vandaar dat hij het tegenwoordig overlaat aan zijn secondant om Franck(en) en vrij de controverse op te zoeken. Wat daarbij opvalt is dat deze would be politicus zich ook zo graag bedient van de sociale media om zijn stommiteiten aan de wereld te presenteren. En dat hij even zovele keren zijn slechte smaak en zijn misbaksels moet schrappen. Aan wie doet mij dat nu weer denken?

“Lang leve de man die al die ongein niet nodig heeft om zich goed in zijn vel te voelen”

Lang leve de politicus die het niet nodig heeft om te provoceren om stemmen te halen. Maar dan moet je écht iets te zeggen hebben, he …

Kdochtetnie …

Zo, hier zijn we weer. Hoewel het nu buiten echt spannend wordt met de trek die volop op gang komt, had ik de afgelopen dagen weinig te melden wegens vooral binnenshuis. Afgelopen woensdag kreeg ik namelijk een herstellinkje aan de motor (3 stents) en dan kan je niet veel verder kijken dan de parking van het ziekenhuis en de volgende dag de weg naar huis.

Inmiddels zijn we een paar dagen verder en wijzer. Wat na-OP klachtjes en de ervaring van nieuwe (hopelijk tijdelijke) limieten die je maar beter kan respecteren. Zo lukt de normale afstand van de avondwandeling met Jeppe wel weer, op voorwaarde dat ik mijn tempo wat aanpas. Dacht ik vanaf volgende week – uiteraard onder streng toezicht van de fysio en de arts – al aan de revalidatieoefeningen te kunnen beginnen, dan hielp men mij snel uit de droom. “Rust maar even uit gedurende een week of 3-4. Dan zal de cardioloog wel zeggen wanneer het weer kan”. Zo, zo.

Ik ben ontzettend blij dat we vorige week nog een najaarsvakantietje geboekt hebben, want als ik de agenda voor de e.k. weken bekijk word ik al ziek van de medische afspraken alleen. Naast onze “normale” periodieke controlebloedprikken en het ophalen van de resultaten, moet ik toch ook even langs de huisarts om hem op de hoogte te stellen van mijn wedervaren in het ziekenhuis en hem het verslag van de cardioloog te overhandigen. Er staan een netvliesscan op het programma, een tandcontrole, een laserbehandeling bij de dermatoloog, de ECG-test en het na-gesprek met de cardioloog.

Komt er gisteren ook nog een uitnodiging voor het intake gesprek voor een opvolgbegeleidingsprogramma… Ik zal wel naar die intake gaan en braaf de vragenlijst beantwoorden, maar ik rij niét elke keer naar een fysiobehandeling in Terneuzen, als ik die hier om de hoek ook kan krijgen. “Onze” vertrouwde therapeuten (even bekwaam als die in Terneuzen) hebben de sportschool ter beschikking voor de oefeningen en de huisarts zit twee deuren verder in hetzelfde gebouw, in case of emergeancy… Ik weet niet hoe lang zo’n begeleiding duurt, maar volgens mij gaat die overlappen met de revalidatie van Manlief zijn op handen zijnde 2de knieprothese. Als ik mijn tijd, aandacht en autobrandstof moet verdelen over 2 fysio’s, krijg ik zo’n volle agenda dat ik beter had kunnen blijven werken.

Kdochtetnie …

Toen was het zomer …

We zijn alweer een snikhete, droge week verder en ik moet eerlijk zeggen: het dolce far niente (deels gedwongen, deels sinds lang verhoopt en eindelijk gekregen) bevalt me wel. Ik kan er aan wennen.

’s Morgens, terwijl het nog koel is, doen wat gedaan moet worden. Op dat moment is het nog haalbaar om wat heen en weer te pendelen en bezig te zijn. Eens de warmte toeslaat gaan de luiken dicht om nog enigszins de illusie van relatieve koelte te vrijwaren. De deuren worden enkel geopend uit noodzaak, anders horen ze de zon buiten te sluiten.

Zo af en toe moet een mens natuurlijk de zomer trotseren. Zolang dat nog in het lommer en te voet kan, aan een gezapig tempo en voor korte tijd, dan gaat dat nog. Maar verplaatsingen met een auto, die dan uren in de blakende zon op een parking staat te bakken, of een paar kilometer doorstappen over dit vlakke land met een hond onder die loden bol: thanks but no thanks. Ik heb er echt schrik van.

Gisteren lag de keuze niet bij mij. Ik had in Terneuzen een afspraak met de dienst Belgische Zaken, om wegwijs te worden in de belastingaangifte alhier. Die moest eigenlijk al binnen zijn, maar de benodigde attesten uit het thuisland kwamen pas tegen de periode dat men die daar nodig heeft. In Nederland komt de vermaledijde paarsblauwe omslag al begin maart en hoort hij beantwoord te zijn tegen begin april. Dan moeten ze bezuiden de landsgrens nog wakker worden. Niet dat men er hier zwaar aan tilde (daarvoor hadden zij het ook te warm). Ik was al heel tevreden dat de lieve dame die me bereidwillig te woord stond zélf ook niet bij elke vraag direct een antwoord klaar had. Ik voelde mij op slag al een heel stuk minder dom. Maar ik werd ook niet in het riet gestuurd met de kluit: “Ik weet het ook niet”. Nee, we zijn er samen uit gekomen en vóór ik mijn examen indien, mag ik het eerst nog eens laten nalezen. Het was op slag minder heet toen ik de auto instapte om naar huis te rijden.

Normaal zou ik eerst nog op de Zeedijk van Terneuzen naar het verkeer op de Schelde zitten kijken hebben. Er staan daar bankjes, er is daar een jachthaventje, ijsje of een frisdrankje bij de hand en uitkijken over het water: het kan simpel geluk zijn. Maar dezer dagen behoor ik ook officieel tot de risicogroep die ozonrijke momenten beter binnen kan doorbrengen. Wat in de huidige omstandigheden zo ongeveer betekent dat ik afgelopen winter méér tijd buiten doorgebracht heb dan nu. Binnen tegen 11:00 ten laatste en pas weer naar buiten na 22:00. Zelfs een plekje in de schaduw is maar voor korte tijd aan te raden. Dan gaat de interne ozonmeter in alarm en moet ik opkrassen. Anders sputtert de motor. Hopelijk draait hij weer soepel na de revisie binnen twee weken.

 

Eerlijk ..?

We hadden – op een paar dagen na – heerlijk weer. Soms zó heerlijk, dat we niet eens van het terras van ons vakantiehuisje af kwamen. Fris natje bij de hand, zonnebril op de neus, een al even on-actieve hond aan de voeten en – om de schijn hoog te houden – een verrekijker bij de hand. Op de actievere dagen zelfs nog een fototoestel ook.

We hadden ook lange dagen (en lichtgrijze nachten), zodat we na het uitzitten van de te hoge temperaturen, toch nog écht in beweging konden komen om van de vogels en de planten en de zee en het strand te genieten. Lichtgrijze nachten, omdat het noordelijker nog net iets minder donker wordt dan thuis. En toch was deze vakantie geen onverdeeld succes.

Wat hadden we verwacht? Alleszins meer drukte dan andere jaren, want ongebreideld gelobby van de Texelse bestuurders en VVV hadden Lonely Planet er toe verleid om Texel tussen de beste 10 vakantiebestemmingen te rangschikken. Niet geheel onverdiend, maar de gevolgen lieten zich raden: dit is echt het eerste jaar dat ik hier op één dag een grote Franse en een niet minder grote Belgische reisbus zie. En de volgende dag een Duitse. Eerlijk ..? Dit is de eerste keer dat ik hier reisbussen zie, tout court.

Wat hadden we nog verwacht? Dat de dijkverstevigingswerken nog niet gedaan zouden zijn, tiens. Tijdens de wintervakantie zagen we de graafmachines en grote grondverzetwagens elkaar van de weg af rijden ter hoogte van het Cerespoldertje. Dat bleek nog altijd het geval te zijn. Bij aankomst in De Cocksdorp was de Stengweg aan de kop van de Roggesloot ook afgesloten. Nu strekt de gehele “vogelboulevard” zich tussen beide punten uit en we wisten wel wat sluip- en andere wegen om van versperring tot versperring tóch van al het lente-vogelgeweld te genieten.

Was dàt even een misrekening!!! Op de paar plaatsen (de minst interessante) waar je in de buurt kon komen, was geen vogel te zien. Hoe zou je zelf zijn? Welke ouder probeert zijn immer hongerige kroost te sussen onder het gebulder van werflawaai? M.a.w.: van de hele wadkant was er amper een ieniemienie stukje met de fiets bereikbaar en dan nog enkel in het weekend als de werven stil lagen. Eerlijk ..? De timing kon niet beter: al die bustoeristen zijn niet eens in de buurt van de vogels geweest. Die zien we nooit meer … terug. Maar dat geldt ook voor ons, dus voorlopig zie ik ons ook niet terug gaan.

Uitwijken naar de Noordzeekant dan maar. Jeppe had geen bezwaar tegen een flinke strandwandeling op zijn tijd. Hij was zelfs te paaien om eindelijk eens in het water te gaan tot aan zijn buikje.

Goed kijken naar baaske

Driewerf hoera en groot applaus. Er kon zelfs nog een vreugdedansje op af ook. Toch nog maar niet uitschrijven van de lijst voor de hondenplons in het openluchtzwembad thuis eind augustus, dus.

Efkes afreageren

De baasjes hadden hun aandacht verlegd naar de Petten (al een paar jaar niet veel meer te beleven) en de Mokbaai (wegens broedseizoen enkel sporadisch met gids te bezoeken). Gelukkig broedt er in de rietvelden achter de Petten een paartje bruine kiekendief. Goed voor een paar uurtjes observatiepret.

Bruine kiekendief mannetje

Mannetje bruine kiekendief

Aan de splinternieuwe kijkwand van Dorpszicht kregen we de kans om een stelletje kleine pleviertjes te beloeren, die net werk maakten van een nieuw gezinnetje. Tot dat éne onweer dat Texel wél bereikte. De volgende dag waren de eitjes, de pleviertjes en zelfs de schelpjes van het strandje weggespoeld.

kleine plevier

Kleine plevier (met eieren-)

Met mijn nieuwe fototoestel en lens ging ik dan maar op zoek naar plantjes om foto’s van te maken. Die hebben nu eenmaal niet de gewoonte om zomaar weg te vliegen. Een eerste reeks foto’s leverde één fraaie onbekende op.

rankende helmbloem (bis)

Omdat ik niet alle details in beeld gekregen had, ging ik de volgende dag nog eens terug. Berm gemaaid … (Ik laat de vertaling van mijn instant-chinees maar achterwege voor ’t geval dat er kinderen meelezen.) Gelukkig kwam ik Klaas de Jong tegen – bekend van “In de ban van de condor” en voor regelmatige Texelbezoekers ook van zijn vogelsafari’s op het eiland – en ik vroeg hem of hij die kleine witte bloempjes ook tegen zijn tuinmuur in het steegje gezien had. En of ik een foto mocht opsturen in de hoop dat hij ze zou herkennen. Natuurlijk mocht dat en amper een halfuur later wisten we dat het om rankende helmbloem ging.

Aangemoedigd door dit succesje planden we de tweede week een uitstap naar de Kreeftenpolder, die om deze tijd van het jaar letterlijk bomvol wilde orchideeën staat. Vermits we met z’n tweeën gingen, waren we met z’n drieën (Jeppe was ook mee wegens geen opvang). Bovendien had het de afgelopen nachten een paar lekkere plensbuien gedaan, zodat de bloemen enkeldiep in het water stonden. Bloemen moet je eigenlijk op hun eigen hoogte fotograferen, m.a.w. voor orchideeën ga je minstens door de knieën en indien nodig op je buik. Echt of wat?

Dan maar hopen dat ik de volgende dag tijdens de (deze vakantie enige) begeleide wandeling in Waal en Burg meer geluk zou hebben. Dit is een natuurreservaat in de Eierlandse polders, dat beheerd wordt door Natuurmonumenten. Naast duizenden orchideeën, is het ook een toevluchtsoord voor weidevogels. Vorig jaar liepen de gids en ik elkaar mis in de gietende regen. Deze keer voorzag het KNMI schitterend weer, dus de kans dat we elkaar zouden zien lopen was al wat groter. Nu nog de weg vinden tussen de wegversperringen.

Er werd samen gekomen aan de zorgboerderij Plassendaal. Tot de vorige generatie een privé-bedrijf, nu baat de huidige generatie de boerderij uit voor Natuurmonumenten en kunnen er “zorgenkinderen” komen werken. Eerst maar eens in de kijkstal gaan voor wat geschiedenis van het reservaat. Vlezige Limoesin-runderen staan er nog even in een stapelstal, tot alle kalfjes geboren zijn. Dan mag de hele bende de wei in. We deden het hen voor in het gezelschap van duizenden dazen. De gevolgen laten zich raden.

De harlekijnorchis was al over haar hoogtepunt. Slechts hier en daar was er nog een laatkomer die nog min of meer te herkennen was.

Harlekijnorchis

De gevlekte orchis stond in volle glorie en de breedbladige was komende.

Gevlekte orchis

Witte en rode ogentroost: de eerste ook al een beetje wijkend, de tweede met hele plekken dicht opeen.

Rode ogentroost

Een binnensluiper uit Zuid-Afrika, het goudknoopje. Mogelijk meegereisd met trekkers die hier een tussenstop maakten op hun reis naar het noorden. Leuk, mooi en een mogelijk gevaar voor de eigen fauna, als het gaat overheersen.

 

Tussen het hoge gras verstopten zich jonge kievitten, scholeksters, grutto’s, tureluurtjes en eenden. Hun ouders wisselden luide alarmkreten af met comedia del arte-voorstellingen om ons af te leiden. Een moeder wilde eend bleef op haar kluts zitten tot één van ons er bijna zijn benen over brak.

Eieren wilde eend

De laatste dag. Inpakken, opruimen, nog een flinke wandeling met een zenuwachtige Jeppe, “laatste avondmaal” bij Topido en vroeg naar bed. We wilden op tijd de boot halen om op vrijdag zoveel mogelijk de files rond A’dam en Rotjeknor vóór te zijn.

Vroeg naar bed, maar daarom ben je niet vroeg in slaap. Tijd dus om de balans op te maken. Op de borden aan de dijkwerken en op de bijbehorende site wordt de voltooiïng  van de werken pas eind september 2019 verwacht. Áls er een herfstvakantie in zit, is dit misschien hét moment om eens een stukje bucket list af te werken: al jaren willen we wel eens het burlen van de herten op de Hoge Veluwe horen. En voor de volgende lente zou het misschien geen slecht idee zijn om eindelijk de Biesbosch te bezoeken.
De tussenliggende winter kunnen we dichter bij huis spenderen: we wonen nu immers – op een paar km na – op de plek waar we vroeger een midweek boekten om ganzen te tellen. Trouwens, die duizenden ganzen zitten rondom ons huis. Waarom zouden we ons nog zo ver verzetten?

En zo kwamen de gedachten al een beetje vroeger thuis dan wij. Hoe zou het met de tuin zijn? Er wacht ons toch geen onweerschade? Wat is het programma voor volgende week? O ja, misschien wordt eindelijk de keukensoap afgesloten. En vanaf volgende vrijdag leven we op zonne-energie. Alhoewel, voor de eerste 2 weken staan er alleen maar donkergrijze wolken op de weersvoorspelling …

Eerlijk ..? Blij dat we thuis zijn.