Vliegende stokken …

Nu de (bijna) laatste verhuisdoos uit de weg geruimd is, blijft er wat tijd over om de leesachterstand op mijn favoriete blogjes weg te werken vóór de zon me nagenoeg permanent naar buiten lokt. Bovendien is dit het jaarlijkse moment om eens opruim te houden in mijn blogroll, want hoe erg ik ook genoten heb van de schrijfsels van sommige mensen, als hun digitale raam dicht gaat heeft het geen zin om naar het rolluik te blijven kijken. Trouwens, via de overblijvers kom ik regelmatig op nieuwe adresjes uit en zo worden de leeggevallen plaatsjes ingenomen door nieuwelingen. Verandering van kost …

Vermits ik op zo’n “doorleesmissie” mijn blogroll gewoonlijk in alfabetische volgorde afwerk, kwam ik eerst bij Bentenge uit. Ik denk dat die zich een beetje verwaarloosd voelde, want hij begon direct met stokken te gooien. Al had hij hem zelf ook tegen de oren gekregen.

“wat is mijn favoriete…”

1) Auto

Voor mij is een auto “iets” waarmee ik me – op een door mijzelf gekozen moment en dus los van OV-tijdroosters, tracee’s en laatste ritten – relatief snel, droog en zonder al teveel inspanning van A naar B kan verplaatsen. Eventueel in het gezelschap van een medemens, een hond, een bak boodschappen of alles samen.
Mijn kleine gestalte en kaduke rug bepalen de voornaamste vereiste: een lage of onbestaande kofferdrempel om spullen in te laden (een break is ideaal), maar toch een comfortabele zithoogte. En hij moet betrouwbaar zijn en niet de ambetante gewoonte hebben om mij op de ongelukkigste momenten en plaatsen in de steek te laten. De garage voor onderhoud in de buurt van mijn woonadres is een bonus.

2) Kleur

Da’s niet simpel. Kleur is bij mij nogal onderhevig aan mood swings. Op dit moment – met de lente voorzichtig op de drempel – ga ik voor fel geel en oranje. En ook voor pril groen. Maar binnen een half jaar geniet ik met evenveel overgave van bruin, dieprood, …

3) BN-er

Nu ik in Nederland woon ga ik er ongetwijfeld nog wel meer leren kennen, maar ze gaan het toch allemaal moeilijk krijgen om Herman van Veen de loef af te steken.

4) Tv-Programma (binnen- & buitenland)

Nogal voorspelbaar voor wie hier al een tijdje komt lezen, maar dat zijn de natuurprogramma’s van de BBC. Op enige afstand gevolgd door “Vranckx”, maar dat ligt meer aan de teneur van de onderwerpen dan aan de kwaliteit van het programma.

5) Maaltijd

Gisteren ongelofelijk genoten van een paar blaadjes sla, wat kerstomaatjes, een paar verse asperges, wat gesmolten goeie boter en een gepocheerd eitje. Ingewikkeld moet dat niet zijn. Vers en (h)eerlijk herkenbaar is al zot genoeg.

6) Jaargetijde

Hier moet ik altijd even over nadenken, wat afwegingen maken en toch kom ik altijd weer op hetzelfde resultaat uit: de lente. Of het nu een strenge winter geweest is, of eentje die niet kon besluiten om in gang te schieten, donker is hij altijd. En dan is het lengen van de dagen telkens opnieuw het mooiste geschenk.

7) Hobby

De natuur beleven met alle beschikbare zintuigen. Terwijl ik dit zit te typen, is er buiten nog zo goed als niets te zien. Maar ik geniet van de merel die al klaarwakker is en op zijn vaste zangpost zijn territorium bij elkaar zingt.

8) Persoon

Melig, maar na ruim 40 jaar nog altijd mijn ventje.

9) Dier

In het algemeen: roofdieren. Ik heb er van kindsbeen af een fascinatie voor.
Als compagnon: een hond. Vroeger Nicky en Floor. En voor de korte tijd dat ze bij ons was, ook Chino. En nu is dat de Jeppe.

10) Dagdeel

De na-nacht. Ik ben een slechte slaper, zit meestal al op vanaf 3-4 uur. En dan hoor je de dag beginnen. Vogels. Een deur die ergens dichtvalt. Voetstappen in de straat. Een auto die start. Er komt langzaam wat licht in de lucht. En op zo’n ontieglijk uur moét er nog niets als je met pensioen bent.

11) Fruit

Ik eet veel te weinig fruit, ben meer voor groenten. Maar als het dan toch fruit moet zijn: een appel.

12) Drankje

Mojito. Al is een glas fris spuitwater met een schijfje limoen en een takje munt ook lekker.

13) Uitje

Eens lekker gaan eten. Bij voorkeur alleen met Manlief.

14) Sieraad

Oorbellen. Om praktische redenen in de winter van die kleine knopjes. Die blijven niet aan mijn kleren haken. In de zomer, als ik geen kraag of sjaal aan heb, mogen het van die lange exemplaren zijn waar wat beweging in zit als je stapt.

15) Bloem

De paardebloem. Ongeschikt om in een vaas te zetten, maar de levenslust en felheid die ze uitstraalt! Daar word ik helemaal vrolijk van.

16) Vervoermiddel

De benenwagen. Ik ben een trotter.

17) Accessoire

Vroeger (en soms nog) mijn coolpixke. Tegenwoordig is de kwaliteit van gsm-camera’s zo goed dat ik het dikwijls thuis laat. Maar ik heb in elk geval graag iets bij de hand om foto’s te maken. Leuke beelden wachten meestal niet tot je er speciaal voor langs komt.

18) Luxe-artikel

Tijd. En stilte. Liefst samen.

19) Muziekgenre

Weer zo’n stemmingsafhankelijk iets, he. Ik noemde van Veen al, maar ik kan evengoed genieten van Kadril of Cohen. Een streep  klassiek kan er ook wel bij, maar dan moet ik echt tijd hebben om te gaan zitten/liggen/bankhangen. Alhoewel: muziek is bij mij nooit geluidsbehang. Als ik met iets bezig ben, gaat de muziek uit. ’t Is alles of niets bij mij.

20) Kledingstuk

Heel chic: een t-shirt en een slobberbroek …

21) Tijdverdrijf buitenshuis

Wandelen/fietsen in de natuur.

22) Schoonheidsritueel

Douchen.

23) Rusthouding

Heel onergonomisch op een bank hangen.

24) Toetje

Rijstpap met bruine suiker. Zelfs met een plasic lepeltje als ’t moet.

25) Tijdverdrijf thuis

Lezen. Het begint terug een beetje te lukken na een veel te lange tijd. Het wegvallen van die bezigheid was de aankondiging van mijn burnout, al had ik dat toen niet door.

 

Fetch!!!

 

Ontkennen …

Hoewel ik onderhand drie jaar met pensioen ben, zit ik nog dikwijls in de nachtploeg: de groep van mensen die met een paar uur slaap toekomen (of ook niet) en dan maar in alle stilte op de golven van het internet surfen. En dan kom je soms van die dingen tegen die oude wonden openrukken. Zoals dit artikel in De Morgen.

Hoe vertrouwd ben ik met dit probleem! Hoe “dicht bij mijn bed” is het. Vóór mijn trouwen woonde ik hier dichter bij dan me lief is. Mijn vader werkte bij SVK en -zoals zoveel van zijn collega’s, gezinsleden van collega’s en bewoners van de buurt – is hij uiteindelijk ook overleden aan de gevolgen van dit misdadig ontkennen.

Aan het artikel hoeft niks toegevoegd. Het is klaar, duidelijk en veel te waar. Er vallen namen die ik maar al te goed ken. Ik zou een andere namenlijst kunnen neerpennen, zo lang als mijn arm, van levens die ze op hun geweten hebben. En ja, ergens delen hun slachtoffers in die schuld door hun lijdzaamheid. De volgzaamheid in het Waasland is bijna legendarisch en daar hebben de asbestmoordenaars hun voordeel mee gedaan.

Nu 44 jaar geleden koos ik als onderwerp van mijn eindwerk “asbest”. Ik benaderde het vanuit scheikundige hoek: formule, manier van voorkomen, eigenschappen, gebruik. Uiteindelijk had ik wel een opleiding laborant scheikunde gevolgd, dus…

Maar ik kon niet voorbijgaan aan de loodzware tol en de gewetenloze hebzucht van hen die er alle belang bij hadden/nog hebben om te doen alsof er (letterlijk) geen vuiltje aan de lucht is. Er ontstonden dus 2 versies van dat eindwerk: één dat stopte bij de eigenschappen en het gebruik. Voor de promotor die zelf één van die schuldigen was. En één voor de commissie die het eindwerk moest beoordelen. Met een appendix, die ik samen met onze toenmalige huisarts schreef. Hij bezorgde me – anonieme – cijfers en gegevens over wat asbest teweeg brengt in het lichaam van een mens.

Asbest werd één van mijn stokpaardjes toen ik de laatste 17 jaar van mijn loopbaan in de preventie zat. En ook nu nog word ik er dikwijls mee geconfronteerd. Door berichtjes van mijn moeder, die alweer van een oud-collega van mijn vader het slechtste nieuws heeft gekregen. Of door een item in het journaal over die andere dodenfirma die dan wel schuldig is bevonden in beroep, maar zijn schuldvordering gedecimeerd ziet dankzij de lobbyisten en chantage met verlies van arbeidsplaatsen.

Het ligt niet in mijn aard om iemand slecht toe te wensen. Maar ik kan toch alleen maar hopen dat ook de schuldigen die hun aandeel in al dat leed blijven ontkennen uiteindelijk aan den lijve zullen ondervinden wat de gevolgen zijn van hun hebzucht. Mogen zij terechtkomen in een fanatiek-christelijke kliniek die elke vorm van euthanasie weigert uit te voeren. Hun ontkenning is even gruwelijk en crimineel als de bewering dat de holocaust niet bestaan heeft.

De morgenstond …

Menck vroeg kleur bij de tekst. Ziehier: kleur. Gisteren vroeg uit de veren om nog één en ander gedaan te krijgen vóór de verhuizers kwamen. Eén was de hond uitlaten zodat hij wat rustig zou zijn in de opvang. En ander was proberen een foto te nemen met mijn gsm terwijl diezelfde hond alle kanten opsprong en voortdurend aan mijn arm trok.

 

img_20170301_073921

Via bentenge kwam ik terecht op het blog van Matroos Beek. Die moet ik maar eens volgen. Misschien ontdek ik zo een paar verborgen plekjes in de buurt. Ook zij heeft duidelijk een zwak voor de Zeeuwse luchten. En zeg nu zelf: wie kan dit vroege goud weerstaan?

Kartonnen dozen …

Het zou de titel kunnen zijn van een boek van Tom Lannoye, maar het gaat gewoon over verhuizen, inpakken, weggooien, delibereren of je iets nu gaat inpakken of weggooien, …

En ook over leven tussen kartonnen dozen, plastieken bakken en zakken, vergeten en plots hervonden schatten, herinneringen, toekomstplannen (voor korte en langere termijn), kleenex (vanwege een snotsnipverkouden kop) en tubes rugzalf (vanwege overmoed bij het sjouwen en niet-aflatende hoestbuien waar zelfs de Deense dog van de buren schrik van krijgt).

Nog luttele twee weken en het is zover: dan rijdt de verhuiswagen voor en laden we 40 jaar en nog wat samenleven in en verplaatsen het naar hopelijk nog heel veel jaren van hetzelfde maar anders, elders.

Afgelopen zaterdag een dagje weesten klussen, zodat we de schilders niet voor de voeten liepen en zij ons niet in de weg zaten. Hopelijk zijn ze er eind deze week klaar mee, want dan hebben we maar een goeie week tijd meer om te schrobben en dié dingen te verhuizen die we al van bij het begin nodig hebben. Ik wil namelijk graag de dag vóór de evacuatie mijn potten, pannen, borden, vorken en messen veilig in de keuken weten, de voorraadkasten in de voor hen speciaal gereserveerde kamer hebben (minstens deels gevuld) en een brood in de broodkast, zodat we – als de deur dicht valt achter de verhuisfirma – nog enkel de hond uit de opvang moeten halen en dan kunnen neerploffen met mondvoorraad binnen handbereik. Want meer zal er niet in zitten, vrees ik.

Tot dan zal het hier nog verder wreed stillekes blijven ook, want na de dagelijkse dosis administratie en gerommel kom ik er voorlopig niet toe veel te schrijven of te lezen. Ik ga dus na de verhuis zeker een paar dagen op mijn kont kunnen doorbrengen met het uitpluizen van mijn favoriete blogjes, reageren (of niet) en laten weten dat we het overleefd hebben.

 

 

Eerste keer dít, laatste keer dàt …

Het grote in between is aan de gang. .

Hoewel de overdracht van ons nieuwe huis op vraag van de verkopers pas op 2 januari doorgaat en niet op 30 december, is er al veel in voorbereiding. Vloertegels gekozen en afspraken gemaakt met de aannemer. Een BSN-nummer aangevraagd in Terneuzen (soort rijksregisternummer, zodat de overheid ons weet te vinden om het geld uit onze zakken te kloppen: ’t is overal hetzelfde hoor). Nieuwe telefoonnummers komen in het geheugen van de gsm’s. Het eerste brood en vlees zijn gekocht in de nieuwe buurtwinkels, de supermarkt wordt de volgende test. Misschien moeten we zo snel mogelijk ook eens op een woensdag ginds naar de markt gaan in plaats van hier. De marktdag is dezelfde, dus dat kan al niet voor vergissingen zorgen.

En intussen de laatste klusjes in ons oude huis afwerken. De verfkwasten kunnen nu stilaan verdwijnen: gisteren zijn de foto’s gemaakt voor de immobrochure. In de garage staan (gevaarlijk!) verhuisboxen broederlijk naast rommel die naar het afvalpark moet. Heel bewust gekozen om “te verhuizen” in plastic bakken te steken en niet in kartonnen dozen. Mijn vader heeft zo ook eens na een verbouwing mijn moeder haar “schoon servies” bij het bouwafval gemikt. Toen ik maanden later de soepterrine niet vond tussen het steengruis, was het kot te klein. 🙂

Zo gauw we de sleutel hebben, kunnen we één of twee keer per week al wat wegbrengen. Een koffiezetmachine die één dezer de geest gaat geven, kan bijvoorbeeld daar nog die paar kopjes koffie zetten, die we zullen nodig hebben als we ginds gaan klussen. Die paar kopjes van een oude reeks die nog achter in een kast stonden, zitten al mee in de bak. Ik zal er maar een flessenopener bij steken (en stiekem een fles om er mee open te maken als we daar aankomen 😉 ). Een paar glazen die we hier kunnen missen heb ik ook al ingepakt.

Maar eerst even onze gekraakte ruggen laten bekomen en een laatste kerst en nieuwjaar vieren op de plaats waar we dat 40 jaar gedaan hebben. Heel bewust alleen met z’n tweetjes, zoals de eerste keer…

Jeppe goes Zeeland …

Ik schreef al eerder dat we de ambitie hebben om te verkassen. Daar zijn een aantal redenen voor:

  • onze tuin is veel groter dan wij nog aankunnen en lijkt elk jaar nog groter te worden
  • we willen meer tijd en ruimte om te wandelen en te fietsen en Vlaanderen heeft die ruimte niet (meer). Om hier in onze huidige omgeving op een fiets te stappen moet je al een serieuze dosis zelfmoordneigingen hebben. Zelfs wandelen is hier tegenwoordig een hachelijke bezigheid.
  • we willen dichter bij interessante vogelkijkgebieden wonen, zodat we niet elke keer een halve dag kwijt zijn aan verplaatsingen.

Omdat Texel als nieuwe habitat buiten de keuzemogelijkheden viel, hebben we onze blik richting Zeeland gericht. En nu is het eindelijk zo ver: gisteren zijn de eerste handtekeningen geplaatst en nog eind dit jaar wordt alles definitief en krijgen we de sleutels. We hadden afgesproken met de makelaar om nog even het huis te bekijken en wat notities te maken, zodat we al wat voorsprong op het tijdschema kunnen nemen door een aannemer te zoeken voor de aanpassingen die moeten gebeuren.

We waren nog een uur te vroeg en Jeppe was voor het eerst mee. Niet zonder bijbedoelingen: ik wilde hem laten kennis maken met zijn nieuwe woonomgeving. Naast “ons” huisje is een wandelweggetje dat zó de Zeeuwse polder in loopt. Met een paar honderd ganzen boven ons hoofd stapten we flink door. Er zat een nijdige wind die geen geluid vond om ons mee te overvallen, dus beet hij maar koud in onze oren.

Na een paar honderd meter zagen we een stel tegenliggers komen: een hondje dat zijn vrouwtje uitliet. Toen we elkaar kruisten, bleken de hondjes het meteen goed met elkaar te kunnen vinden. Misschien omdat ze voelden dat hun levensgeschiedenis zo goed als identiek is. Behalve dan dat Jeppe Spaans is en het andere hondje Frans. Maar in hondentaal speelt dat geen rol. Ook tussen de vrouwtjes verliep de communicatie vlot. Ik ken dus al 1 buurvrouw, weet al in welk huis ze woont en hoe haar man noemt en ik ben nog maar hoop en al twee uurtjes in het dorp geweest.  🙂

Naderhand reden we nog even een eindje in de omgeving rond en vonden op hooguit een halfuurtje fietsen al een heel leuke bestemming waar we een picknick en onze kijkers en camera’s mee naartoe kunnen nemen. Vrij zicht op slikplaten waar we hopelijk regelmatig onze vogelaarsharten kunnen ophalen.

Als het de volgende weken en maanden nog vrij rustig blijft op dit blog, bedenk dan dat we het klavier omgeruild hebben voor verfkwasten en zwaarder geschut. Ik beloof dat ik bij elke rit naar onze nieuwe stek een camera bij de hand zal houden om alvast wat foto’s te delen …

Big Brother voorbij …

Dat onze privacy allang niet meer privé is, daar maken nog weinig mensen zich illusies over, denk ik. Dat we zelf toch wel even moeten nadenken voor we iets op het internet gooien, is intussen ook al bekend. Maar Big Brother gaat nog veel verder!

Artsen, apothekers, ziekteverzekeringsorganisaties, … beschikken (noodgedwongen) over vertrouwelijke informatie die enkel hén én onszelf aangaan. En laat nu net het departement dat over die discretie en vertrouwelijkheid moet waken, ze op de markt willen gooien. “We kunnen daar geld voor vragen, zolang dat terugvloeit naar de patiënt.” aldus Staatssecretaris voor Privacy Philippe De Backer . 

Wel meneer De Bakker, als mijn gezondheidsdossier verkocht wordt aan de eerste, de gereedste farmahoer wil ik zélf de prijs bepalen én incasseren. En ù hoeft echt niet te bepalen wie er zaken mee heeft of ik me grieperig voel, dan wel  reumaklachten of een maagzweer heb. Die informatie is van generlei waarde voor de farmabloedzuigers. Als ze willen weten hoeveel ze volgend jaar méér kunnen verdienen met het op de markt brengen van nóg verslavender, overbodiger én milieuonvriendelijker verpakte smeerlapperij, dan hebben ze echt helemaal niets anders nodig dan een oplijsting van hun frauduleuze snoepreisjes en mensonterende harteloosheden.

Geen enkele industrie verdient zoveel op de rug van zo weinig werknemers als de farmareuzen, dus bespaar ons het argument van tewerkstelling waar jullie liberalen altijd mee voor de dag komen. Het zijn gigantische monsters die op geen enkele, maar dan ook geen enkele, manier begaan zijn met het welzijn van de gewone mensen (herinner u de weigering om betaalbare HIV-medicatie te produceren voor 3de-wereldlanden en de uitspraak dat een nieuw, naar verwachting zéér effectief, kankergeneesmiddel enkel voor rijken bedoeld is).

De mededeling dat de Open Vld-wolven (en bij uitbreiding N-VA, als ultrarechtse liberalen) de schaamte voorbij zijn, is een open deur intrappen. Wat jullie de afgelopen jaren uitvreten is ronduit om van te kotsen!

Voor mijn part vinden we al de in de terugbetalingslijsten van de mutualiteiten beschikbare én niet beschikbare kwalen terug in de – in alle kranten gepubliceerde – dossiers van uw vriendjes en medestanders. Speel zélf voor laborat, verdomme!