Moe…

“Braaf zijn, niet teveel opvallen.”
Het kwam steeds terug in je gesprekken.
Schrik voor “de anderen”,
voor wat die zouden denken, zeggen, doen.
“De anderen”, aan wie het leven teveel invloed gaf
door jou onbarmhartig met noodlot te bedelen.

Maar onderhuids ook: verzet.
Uiteindelijk toch koppig je zin doorzetten.
Niet toegeven, niet àfgeven.
Je kinderen niet, je veerkracht niet.
Buigzaam als riet in de wind,
na elke storm weer rechtop en rechtdoor.
“Veur de kinnekes”

Loslaten.
Nu mag je rusten.
Nooit meer schrik.
Nooit meer “de anderen”.
Alleen jij.
Met je geliefden die je voorgingen.
Rusten.
Nooit meer moe.
Maar toch … “Óns moe”.
Voor altijd.

Advertenties

Interludium…

Zijn er hier lezers die zich dat woord op het tv-scherm nog herinneren? En dan was er altijd zo een zeemzoet muziekske bij. Véél meer klasse dan “Even geduld, de filmlas is gebroken… Even geduld, er is weer Frans gesproken…” * Dat laatste heb ik trouwens nooit goed begrepen (maar dat zal mijn jonge leeftijd geweest zijn): een programma werd door een technisch probleem even onderbroken en dan kwam dat omdat er iemand Frans gesproken had (waarschijnlijk een vloek dan nog omdat hij over een kabel gestruikeld was). 🙂

Wel, ik moet tijdens een wandeling nogal eens aan dat woord “interludium” denken. Want heel vaak wordt het staptempo opeens onderbroken om naar de overweldigende wolkenluchten te kijken. Zoveel tinten grijs (méér dan vijftig), zo’n vormen en afmetingen, zo indrukwekkend. Ik kan het iedereen aanraden: sta eens vaker stil om naar de lucht te kijken. Al was het maar om op tijd droog thuis te geraken …

IMG_20170918_173516

 

“Even geduld”, van Jef Burm

Afwezig …

Ik ben hier de afgelopen weken niet echt àànwezig geweest. Zo af en toe loop ik wel even aan, maar verdwijn weer zonder een spoor na te laten. Of vooralsnog geen zichtbaar spoor, laat ik het zó uitdrukken. Achter de schermen ben ik wel bezig, maar maak enkel “onaffe” dingen die nog wachten op de laatste hand. Want er is nog één en ander te doen buiten dit blog:

  • een container helpen vullen met de afbraak van het oude tuinhuis, en dan maar gelijk proberen daar nog een boel andere rommel bij te krijgen die we opgegraven/gevonden/met verwondering ontdekt  hebben. Je wil niet weten wat de vorige bewoners hier allemaal achtergelaten hebben. Soms hebben we ook de indruk dat ze hun tuin bovenop een laag klinkers hebben aangelegd. Waarmee meteen gezegd is wat er nog meer in die container gegooid is.
  • met de goede afbraakmaterialen een scherm helpen zetten om de kliko’s verder aan het zicht te onttrekken en om steun te bieden aan nog te planten klimplanten. Ik denk daarbij aan climatis, maar toen ik gisteren in de Landidee bladerde begon ik ineens aan hop te denken. Niet omdat ik ambitie heb om een eigen biertje te bedenken, maar met hop kan je blijkbaar nog zóveel meer! Al eens een hopbel goed bekeken? Een kunstwerkje! Alleen al om die reden zou je het in de tuin willen. Enige minpunt: je mag er bijna naast blijven staan met de snoeischaar.
  • samen met een installateur uitzoeken waar die vermaledijde kabouterlantaarn in de tuin zijn stroom vandaan haalde, want het “lezen” van een schakelkast in Nederland is niet hetzelfde als in Vlaanderen, vooral niet zonder plan. Het werd een amusante belevenis, een avontuurlijke zoektocht en ze werd – goddank – met succes bekroond, al was de uitkomst zo ongeveer het minst voorspelbare dat we (niet) hadden kunnen bedenken. We hopen binnenkort de goede man terug te zien om de leiding door te trekken naar het andere ouden en vooral naar het nieuwe tuinhuis. Met wat gespook en geknutsel met verlengdraden heb ik al kunnen ondervinden wat een zàààààlig leeshoekje dat kan zijn op een zwoele zomeravond. Vooral als je licht hebt om bij te lezen, that is.
  • een versleten catalpa laten rooien en twee rare koppen uit oude sparren laten zagen. Achterbuurman had bij een eerdere bevraging niet durven zeggen dat die eigenlijk de zon uit zijn tuin hielden, maar ik voelde aan mijn water dat er een pijnpunt geweest was met de vorige bewoner en eerlijk: het zàg er niet uit. Twee groene lolies die heel ondecoratief boven de hoge haag en afscheiding uitstaken. Alsof hun enige bestaansreden was om iemand te ergeren.
  • Jeppe heeft “zijnen diplom”, nu gaat vrouwtje naar school: gisteren de eerste yogales ooit en ik heb het gevoel dat ik een workshop zeemansknopen gevolgd heb. Waarbij er af en toe precies nog een einde draad niet goed losgepeuterd is…
  • al wat los of niet vast genoeg zat, moest deze week ook nog opgeborgen worden zodat de storm zonder al te veel schade kon doorstaan worden.
  • zo stilaan één en ander voorbereiden voor onze herfstvakantie die ons weer naar Terschelling moet brengen. Gesteld dat er net de dag van vertrek niet weer zo’n storm over het land (en het water) trekt.
  • rondwandelen en -rijden en me vergapen aan de indrukwekkende luchten hier. “Septemberluchten”. Maar die heb je hier het hele seizoen. Alleen worden ze in september méga. En speuren naar trekvogels. De grote soorten, zoals ganzen, vallen wel vanzelf op, maar momenteel knispert het hier van kleine trekkertjes. Zangvogeltjes die nu alleen maar wat tjilen en zich voortdurend zenuwachtig verplaatsen zodat je ze niet goed kan zien. Maar ze zíjn er!
  • Lézen! Veel lezen. Na een leesdip van ruim 5 jaar weer lezen en ervan genieten. weer in een boek kruipen en me er niet van los kunnen maken voor het laatste blad is omgeslagen. En die “onaffe” dingen waar ik het in het begin over had, zijn de recensies, maar zolang er nog een NTL-stapel is (voor niet-ingewijden: een Nog-Te-Lezen-stapel 🙂 ) kan ik mijn gedachten daar niet goed bij houden. Toch zal ik me er één dezer eens aan moeten zetten, want anders wordt de achterstand te groot. Aangezien mijn systeem nog volop in zomermodus is en er op het uur waarop ik dan wakker word toch niets te beleven valt wegens te donker buiten, zal ik daar de komende ochtenden eens aan bezondigen. De rubriek “voor u gelezen” zal dus weer een beetje aangroeien.

Ik merk ook dat de collega-bloggers die ik volg weer uit hun zomerrust ontwaken. Het was dus niet alleen hier stillekes. Ik ga dus nu daar maar eens bijlezen, eer het niet meer bij te houden is…

Beetje bij beetje …

… begint het er op te lijken in de tuin.

Donderdag kwamen, zoals afgesproken, de mannen van het tuinhuisbedrijf tegen 8:00 bij ons aan. Tien bloedhete uren en een kletterend onweer later was ons nieuwe tuinhuis af, op een paar kleinigheden na (raam afkitten, een paar plintlatjes plaatsen, …). Dat werd de volgende (al even bloedhete) namiddag gedaan, waarna onze werkmensen aan een verdiende vakantie konden beginnen.

DSC00011

Rechts is nog een stuk van de oude, onstabiele tuinafsluiting te zien. Na het bouwverlof komen ze ook die vervangen, samen met het gammele tuinhek.
Intussen kunnen wij beginnen aan het inrichten van het gesloten gedeelte, waar naast de fietsen ook het tuingereedschap, de ladders en nog een hoop andere rommel een plaatsje moeten vinden.

Mag ik heel eerlijk zijn? In het begin dacht ik: “wat een monster”. Niet het tuinhuis op zich en al helemaal niet de afwerking. Maar de gekozen afmetingen leken me totaal buiten proportie te zijn. Ik durfde het niet hardop zeggen, maar ik had zin om te huilen. Als ik er tegenover ging staan, staarde ik recht in een enorm open gat (de deuren had ik al toegedaan omdat ik twee zulke gapende wonden niet aankon). “Hoe moet ik die bunker ooit in die tuin verwerkt krijgen?” Het bleef als een onaangename mantra door mijn hoofd galmen.

Ik heb er een lange nacht wakker van gelegen. Maar tegen de ochtend zag ik het al ietsje rooskleuriger in. Het komt er op aan het ding aan te kleden, zodat je niet meer alleen zoveel vierkante meters bloot hout ziet, maar ook kleur en een gezellige plaats om tijd in de tuin door te brengen. Tot op dat moment was het tuinhuis naar de tuin gekomen. Nu is het tijd dat de tuin ook toenadering zoekt.

DSC00018

Het centrale “Gele Plein” wordt definitief geen gazon. In de plaats daarvan zie ik in gedachten (op de plaats waar nu die potten staan) een kleine waterpartij (liefst strak van vorm, beetje als een granieten pompbak met één of ander spuitstuk erin (vb zoiets ) of een borrelsteen ( à la … ) met grote keien errond die de klinkers in het midden verstoppen. Op die manier kan de afwatering ook blijven waar ze is. Het regenwater vindt zijn weg wel tussen de keien. Zo hebben de vogels er ook nog wat aan. Ze kunnen er komen drinken of een badje pakken. En wij bekijken dat tafereeltje dan vanuit onze luxe vogelkijkhut …

DSC00014

De straatkant (en denk er dan de nieuwe afsluiting bij, zonder kijkgaten vanaf en naar het steegje). Ik heb nog een ruif (hooikorf voor vee) liggen, die ik aan de afsluiting wil hangen met bloemen erin. En waar de terracotta potten staan, komen de grote die ik voorlopig even op de vorige foto gezet heb. Ook met bloemen en kuipplanten. Wéér een deel hout verstopt en een flinke pluk kleur toegevoegd. De parasolvoet staat daar heel ostentatief overbodig te zijn, maar ik kreeg er geen beweging in om de foto’s te maken. Waar gaan de terracotta potten naartoe, vraagt u. Dat leg ik uit bij het volgende plaatje.

DSC00021

Want dan komt het volgende dilemma op de proppen: de huidige tafel en stoelen in de kijkhut en een kleinere tafel met een paar stoeltjes voor aan het keukenraam voor ons twee? Als we 2-3 keer per zomer visite krijgen om daar te gaan zitten bbq-en, dan zal het “hartstikke” druk geweest zijn.
Of de tafel en de stoelen laten staan onder de zonnetent, dicht bij de keuken (aangeven door het keukenraam doen we nu ook al) en het afdakje rechts (waar stroom voorzien is) gebruiken om de elektrische bbq te zetten als hij eens per abuis uit zijn schuilplaats komt? Met de genoemde aardewerken potten hier rechts op de foto, gevuld met tuinkruiden en dus lekker dicht bij de keuken, de buitentafel en (allez, vooruit dan, de bbq)? Dan kan er een lekker luie loungeset in het tuinhuis komen. Ik opteer voor dat laatste…

Vliegende stokken …

Nu de (bijna) laatste verhuisdoos uit de weg geruimd is, blijft er wat tijd over om de leesachterstand op mijn favoriete blogjes weg te werken vóór de zon me nagenoeg permanent naar buiten lokt. Bovendien is dit het jaarlijkse moment om eens opruim te houden in mijn blogroll, want hoe erg ik ook genoten heb van de schrijfsels van sommige mensen, als hun digitale raam dicht gaat heeft het geen zin om naar het rolluik te blijven kijken. Trouwens, via de overblijvers kom ik regelmatig op nieuwe adresjes uit en zo worden de leeggevallen plaatsjes ingenomen door nieuwelingen. Verandering van kost …

Vermits ik op zo’n “doorleesmissie” mijn blogroll gewoonlijk in alfabetische volgorde afwerk, kwam ik eerst bij Bentenge uit. Ik denk dat die zich een beetje verwaarloosd voelde, want hij begon direct met stokken te gooien. Al had hij hem zelf ook tegen de oren gekregen.

“wat is mijn favoriete…”

1) Auto

Voor mij is een auto “iets” waarmee ik me – op een door mijzelf gekozen moment en dus los van OV-tijdroosters, tracee’s en laatste ritten – relatief snel, droog en zonder al teveel inspanning van A naar B kan verplaatsen. Eventueel in het gezelschap van een medemens, een hond, een bak boodschappen of alles samen.
Mijn kleine gestalte en kaduke rug bepalen de voornaamste vereiste: een lage of onbestaande kofferdrempel om spullen in te laden (een break is ideaal), maar toch een comfortabele zithoogte. En hij moet betrouwbaar zijn en niet de ambetante gewoonte hebben om mij op de ongelukkigste momenten en plaatsen in de steek te laten. De garage voor onderhoud in de buurt van mijn woonadres is een bonus.

2) Kleur

Da’s niet simpel. Kleur is bij mij nogal onderhevig aan mood swings. Op dit moment – met de lente voorzichtig op de drempel – ga ik voor fel geel en oranje. En ook voor pril groen. Maar binnen een half jaar geniet ik met evenveel overgave van bruin, dieprood, …

3) BN-er

Nu ik in Nederland woon ga ik er ongetwijfeld nog wel meer leren kennen, maar ze gaan het toch allemaal moeilijk krijgen om Herman van Veen de loef af te steken.

4) Tv-Programma (binnen- & buitenland)

Nogal voorspelbaar voor wie hier al een tijdje komt lezen, maar dat zijn de natuurprogramma’s van de BBC. Op enige afstand gevolgd door “Vranckx”, maar dat ligt meer aan de teneur van de onderwerpen dan aan de kwaliteit van het programma.

5) Maaltijd

Gisteren ongelofelijk genoten van een paar blaadjes sla, wat kerstomaatjes, een paar verse asperges, wat gesmolten goeie boter en een gepocheerd eitje. Ingewikkeld moet dat niet zijn. Vers en (h)eerlijk herkenbaar is al zot genoeg.

6) Jaargetijde

Hier moet ik altijd even over nadenken, wat afwegingen maken en toch kom ik altijd weer op hetzelfde resultaat uit: de lente. Of het nu een strenge winter geweest is, of eentje die niet kon besluiten om in gang te schieten, donker is hij altijd. En dan is het lengen van de dagen telkens opnieuw het mooiste geschenk.

7) Hobby

De natuur beleven met alle beschikbare zintuigen. Terwijl ik dit zit te typen, is er buiten nog zo goed als niets te zien. Maar ik geniet van de merel die al klaarwakker is en op zijn vaste zangpost zijn territorium bij elkaar zingt.

8) Persoon

Melig, maar na ruim 40 jaar nog altijd mijn ventje.

9) Dier

In het algemeen: roofdieren. Ik heb er van kindsbeen af een fascinatie voor.
Als compagnon: een hond. Vroeger Nicky en Floor. En voor de korte tijd dat ze bij ons was, ook Chino. En nu is dat de Jeppe.

10) Dagdeel

De na-nacht. Ik ben een slechte slaper, zit meestal al op vanaf 3-4 uur. En dan hoor je de dag beginnen. Vogels. Een deur die ergens dichtvalt. Voetstappen in de straat. Een auto die start. Er komt langzaam wat licht in de lucht. En op zo’n ontieglijk uur moét er nog niets als je met pensioen bent.

11) Fruit

Ik eet veel te weinig fruit, ben meer voor groenten. Maar als het dan toch fruit moet zijn: een appel.

12) Drankje

Mojito. Al is een glas fris spuitwater met een schijfje limoen en een takje munt ook lekker.

13) Uitje

Eens lekker gaan eten. Bij voorkeur alleen met Manlief.

14) Sieraad

Oorbellen. Om praktische redenen in de winter van die kleine knopjes. Die blijven niet aan mijn kleren haken. In de zomer, als ik geen kraag of sjaal aan heb, mogen het van die lange exemplaren zijn waar wat beweging in zit als je stapt.

15) Bloem

De paardebloem. Ongeschikt om in een vaas te zetten, maar de levenslust en felheid die ze uitstraalt! Daar word ik helemaal vrolijk van.

16) Vervoermiddel

De benenwagen. Ik ben een trotter.

17) Accessoire

Vroeger (en soms nog) mijn coolpixke. Tegenwoordig is de kwaliteit van gsm-camera’s zo goed dat ik het dikwijls thuis laat. Maar ik heb in elk geval graag iets bij de hand om foto’s te maken. Leuke beelden wachten meestal niet tot je er speciaal voor langs komt.

18) Luxe-artikel

Tijd. En stilte. Liefst samen.

19) Muziekgenre

Weer zo’n stemmingsafhankelijk iets, he. Ik noemde van Veen al, maar ik kan evengoed genieten van Kadril of Cohen. Een streep  klassiek kan er ook wel bij, maar dan moet ik echt tijd hebben om te gaan zitten/liggen/bankhangen. Alhoewel: muziek is bij mij nooit geluidsbehang. Als ik met iets bezig ben, gaat de muziek uit. ’t Is alles of niets bij mij.

20) Kledingstuk

Heel chic: een t-shirt en een slobberbroek …

21) Tijdverdrijf buitenshuis

Wandelen/fietsen in de natuur.

22) Schoonheidsritueel

Douchen.

23) Rusthouding

Heel onergonomisch op een bank hangen.

24) Toetje

Rijstpap met bruine suiker. Zelfs met een plasic lepeltje als ’t moet.

25) Tijdverdrijf thuis

Lezen. Het begint terug een beetje te lukken na een veel te lange tijd. Het wegvallen van die bezigheid was de aankondiging van mijn burnout, al had ik dat toen niet door.

 

Fetch!!!

 

Ontkennen …

Hoewel ik onderhand drie jaar met pensioen ben, zit ik nog dikwijls in de nachtploeg: de groep van mensen die met een paar uur slaap toekomen (of ook niet) en dan maar in alle stilte op de golven van het internet surfen. En dan kom je soms van die dingen tegen die oude wonden openrukken. Zoals dit artikel in De Morgen.

Hoe vertrouwd ben ik met dit probleem! Hoe “dicht bij mijn bed” is het. Vóór mijn trouwen woonde ik hier dichter bij dan me lief is. Mijn vader werkte bij SVK en -zoals zoveel van zijn collega’s, gezinsleden van collega’s en bewoners van de buurt – is hij uiteindelijk ook overleden aan de gevolgen van dit misdadig ontkennen.

Aan het artikel hoeft niks toegevoegd. Het is klaar, duidelijk en veel te waar. Er vallen namen die ik maar al te goed ken. Ik zou een andere namenlijst kunnen neerpennen, zo lang als mijn arm, van levens die ze op hun geweten hebben. En ja, ergens delen hun slachtoffers in die schuld door hun lijdzaamheid. De volgzaamheid in het Waasland is bijna legendarisch en daar hebben de asbestmoordenaars hun voordeel mee gedaan.

Nu 44 jaar geleden koos ik als onderwerp van mijn eindwerk “asbest”. Ik benaderde het vanuit scheikundige hoek: formule, manier van voorkomen, eigenschappen, gebruik. Uiteindelijk had ik wel een opleiding laborant scheikunde gevolgd, dus…

Maar ik kon niet voorbijgaan aan de loodzware tol en de gewetenloze hebzucht van hen die er alle belang bij hadden/nog hebben om te doen alsof er (letterlijk) geen vuiltje aan de lucht is. Er ontstonden dus 2 versies van dat eindwerk: één dat stopte bij de eigenschappen en het gebruik. Voor de promotor die zelf één van die schuldigen was. En één voor de commissie die het eindwerk moest beoordelen. Met een appendix, die ik samen met onze toenmalige huisarts schreef. Hij bezorgde me – anonieme – cijfers en gegevens over wat asbest teweeg brengt in het lichaam van een mens.

Asbest werd één van mijn stokpaardjes toen ik de laatste 17 jaar van mijn loopbaan in de preventie zat. En ook nu nog word ik er dikwijls mee geconfronteerd. Door berichtjes van mijn moeder, die alweer van een oud-collega van mijn vader het slechtste nieuws heeft gekregen. Of door een item in het journaal over die andere dodenfirma die dan wel schuldig is bevonden in beroep, maar zijn schuldvordering gedecimeerd ziet dankzij de lobbyisten en chantage met verlies van arbeidsplaatsen.

Het ligt niet in mijn aard om iemand slecht toe te wensen. Maar ik kan toch alleen maar hopen dat ook de schuldigen die hun aandeel in al dat leed blijven ontkennen uiteindelijk aan den lijve zullen ondervinden wat de gevolgen zijn van hun hebzucht. Mogen zij terechtkomen in een fanatiek-christelijke kliniek die elke vorm van euthanasie weigert uit te voeren. Hun ontkenning is even gruwelijk en crimineel als de bewering dat de holocaust niet bestaan heeft.