Easy fit …

Het klinkt aanlokkelijk, he? “Gemakkelijk fit“. Je voelt je al slanker en leniger worden terwijl je in je luie stoel hangt. Jaja! En de sint en de paashaas gaan trouwen…

Met een week vertraging vanwege een voorlopige gips aan mijn linker hand ben ik gisteren Manlief gevolgd naar de sportschool. De uitleg over die Milon cirkel had ik vorige week al gehoord toen mijn betere helft ingewijd werd. Het kwam er dus enkel nog op aan om mijn eigen toestelinstellingen te laten vastleggen op mijn magnetische kaart en dan kon ik “van Jetje” geven.

De krachtoefeningen gingen vlotjes, het fietsen was een stukje cake (a piece of cake), maar het andere cardio-onderdeel was niet van de poes. De stepper (ik weet niet hoe dat ding echt heet, maar de beweging heeft iets van nordic walking op een steile trap) was in het begin toch wat straf afgesteld en halfweg de verplichte 4 minuten hing mijn vlag dan ook halfstok. De coach was zo vriendelijk dat een beetje bij te stellen zodat ik toch de eindmeet haalde. Het voornaamste probleem bij mij is dat ik korte beentjes heb en op dat masjien dus grote stappen moet nemen want de snelheid en weerstand zijn variabel, maar niet het niveauverschil tussen de hoogste en de laagste stand.

Het enige wat me toen nog tegenstond was de boenkeboenke “muziek”. Ze stond gelukkig niet loeihard, maar ik krijg het vliegend over en weer van dat gedreun. Tot ik er aan dacht het nuttige aan het onaangename te koppelen bij de tweede stepbeurt. Gewoon het tempo van de bassen volgen en ik kon de tijd volmaken zonder in te storten.

Kortom, het was leuk. Zelfs toen het zweet me van de rug liep als douchewater. Twee keer de cirkel afleggen duurt ongeveer een dik halfuur, opwarming en cool down pakweg nog eens zoveel (dat heb je zelf in de hand), dus je bent een uurtje “goe bezig”. Dat twee keer per week en dan nog een uurtje zwemmen. Terug alles goed noteren in mijn WW-dagboek wat ik achter de kiezen duw. Als het nu nóg niet lukt…

Alleen loop ik vandaag een beetje op eieren. In mijn kuiten hebben ze precies vannacht verbouwingen gedaan die niet helemaal geslaagd zijn. Ik ben allang blij dat ik geen hoge hakken draag. Anders lag ik intussen van mijn neus tot mijn kleine teen in het gips…

Advertenties

Zwemmen, zwammen, gezwommen …

Ik krijg nu regelmatig de vraag hoe het met het zwemmen gaat.

Wel, week 1 was een openbaring, week 2 was om je dood te lachen en week 3 heb ik jammer genoeg moeten missen vanwege maag/darmproblemen. Mijn zwemtas staat klaar voor week 4 (morgen) en voor de geplande vakantie heb ik al een zwembad gevonden niet ver van onze stek.

Week 1 was volledig gewijd aan mijn o zo manke coördinatie tussen bewegen en ademen. Als je je longen te vol lucht pompt, onder water vergeet uit te ademen en dan bij het boven komen weer wil inademen, dan lukt één en ander niet zo goed. Meestal eindigt het er mee dat je boven water nog gauw alles er uit perst als een walvis en dan onder water probeert in te ademen. Met voorspelbare gevolgen… Tegen het eind van les 1 had ik de truc gesnapt en ging dat vrij goed tot beter dan verwacht.

Week 2 werden er eerst wat baantjes getrokken om de opgedane kennis van de vorige les nog eens in te oefenen. Blijkbaar tot tevredenheid van de lesgeefster, want ik mocht overgaan tot het volgende onderwerp, met name de voetbeweging voor crowl (en tegelijk ook voor rugslag, maar we begonnen op de buik). Met zo’n drijfplankje in de hand, je weet wel.
“Áfzetten tegen de kant, drijijijijven, de voeten het werk laten doen, …” klonk het van op de kant. Na een minuut of 2 intens ploeteren kreeg ik de vraag waarom ik nog altijd naast de eerste blauwe bol van het koord lag. Ik kon niets beters verzinnen dan dat “we een vriendschap voor het leven gesloten hadden”. Alles liever dan toe te geven dat ik geen centimeter vooruit geraakte, hoe waanzinnig ik ook trapte en sloeg met mijn voeten. Met z’n drie de slappe lach, zodat ik ook nog eens in de touwen moest gaan hangen (letterlijk). Dan maar eerst op de rug proberen. Dat ging wat beter, maar Belgisch, Olympisch en wereldrecord zijn nog niet in gevaar.

Voor de volgende les werd me een paar zwemvliezen beloofd maar dat is dus voor morgen, want vorige week moest ik verstek laten gaan. Nachtje in de badkamer doorgebracht. Niet van de plankenkoorts, maar van een griepje dat ik van Kleindochter 4 gekregen had.

Morgen dus kikkerslag (vanwege de zwemvliezen). 🙂

S . O . S …

Sink or swim.

Ik had mezelf beloofd om een stukje van de nieuw verworven vrije tijd voor mezelf te reserveren en eindelijk eens fatsoenlijk te leren zwemmen in plaats van te liggen spartelen alsof ik aan het verzuipen ben. Wat niet veel scheelt als er ook maar iemand binnen een straal van een paar meter van mij in het water ligt.

Er werd ingeschreven en betaald eer ik koudwatervrees kon krijgen en vandaag was dus de grote dag: de eerste zwemles.

Omdat ik toch niet helemaal onkundig ben (lees: mijn neus was al eens nat geweest) mocht ik meteen doorschuiven naar de gevorderden bij de start-to-swimmers. Geen watergewenning dus, maar meteen door naar het sportbad. WOW!

Daar werd ons (want er was nog een tweede im Bunde) vanop de kant uitgelegd hoe de coördinatie tussen bewegen en ademen er eigenlijk moet uitzien. Ik prees me meteen gelukkig dat ik dat in de competitieperiode van de zoons al vaker gehoord en gezien had, want anders was dat niet goed gekomen. Niet omdat de uitleg niet deugde, maar het klonk allemaal ingewikkelder dan het in feite hoeft te zijn.

Grosso modo komt het er op neer dat je gewoon moet doorgaan met ademen. Liefst op het moment dat je je hoofd uit het water haalt. En dat je onder water uitademt, want anders kan er niets meer bij als je de volgende keer weer boven komt. Vooral dààr wrong het blijkbaar bij mij. Eénmaal dat dàt doorgedrongen was en ik niet meer dwangmatig probeerde de ballon nog verder op te blazen, ging het -nou nee, nog niet vanzelf maar toch – een stuk beter. Toen ik ook door kreeg dat ik voor het rustige baantjeswerk ook niet dieper hoefde in te ademen dan bij het hondje uitlaten, was het ook een stuk minder vermoeiend, want lang niet meer zo gespannen.

Al bij al hebben we in dat half uur – een les duurt 45 minuten, maar er kwam eerst een rondje voorstellen, proef”zwemmen” en uitleggen bij- toch 600m afgelegd. Niet mis voor beginners, al zeg ik het zelf.

De 50m water die me scheidde van de gang naar de kleedkamers leek opeens een uitnodiging om nog even “los te zwemmen”. Fier als een gieter zette ik af, gleed als een meermin door het water en pakte 10m vóór de trap … een borrel. Zodat ik met een knalrode kop al proestend de treetjes opklom en op zoek ging naar mijn droge plunje…

Volgende week weer. Maar eerst slapen als een marmot en een paar dagen de pijn verbijten in al die spieren waarvan ik nooit geweten heb dat ik ze in me had…

Goede en andere voornemens…

Yep, ik kom er -net als miljoenen anderen- niet onderuit om al dan niet bewust goede voornemens te formuleren bij het begin van het nieuwe jaar. En diegenen die beweren dat ze dat niet doen, hebben het meestal niet in de gaten maar doen het toch.

Wel, goed voornemen nummer één is verzilverd! Vastgelegd en bij voorbaat afgerekend. OK, je kan er altijd onderuit maar als je al betaald hebt, moet er meer dan alleen een drogreden zijn om er tussenuit te knijpen, niet?

begin zwemblog

Ik kan al jaren zwemmen. Iets wat moet doorgaan voor schoolslag maar puur technisch meer wegheeft van kikkerslag. En bij aanwezigheid van tegenliggers vooral van baksteenslag. Want met zwemmen is het bij mij als met fietsen: ik kan het, ma, ik kan het… als ik de baan voor mij alleen heb! Een tegenligger (of inhaler) op het fietspad? Ik knijp mijn kneukels wit aan het stuur en vergeet te trappen, hoewel achteraf blijkt dat er nog plaats genoeg was voor een hooiwagen. En bij het zwemmen gaat dat ook zo. Maar terwijl die fiets nog wel even verder bolt, is het resultaat in het water ietsje radicaler. Je gaat kopke onder, komt sputterend weer boven en haast je in een weinig efficiënte stijl naar de dichtst bijzijnde kant om daar als een natte dweil in de touwen te gaan hangen uithijgen. Enfin, ik toch.

Ik heb ooit samen met Manlief vijf jaar zowat in zwembaden gewóónd. De zonen deden aan competitiezwemmen, dus werd er 6 dagen op 7 getraind en de 7de dag rustten ze niet, maar zwommen wedstrijden. Elf maanden per jaar. We wisten op de duur blindelings de zwembaden te vinden van Eeklo tot Luxemburg (in het Groot-Hertogdom, that is).

Reken maar uit, dan begrijp je meteen dat de reuk van javel jaren in onze kleerkasten gehangen heeft. Bij veel ouders was dat eerder de reuk van verschaald bier en sigaretten (vóór de rookstop, vandaar), maar wij zijn geen geboren tooghangers en omdat je per geleverde official méér zwemmers mocht inschrijven, was de keuze snel gemaakt. We lieten ons inschrijven voor de cursus tijdopnemer en zaten dus elk weekend met ons wit tenue’ke, ons badsloefkes en onze chronometer aan de kop van een “baan”. Ja, ik heb de generatie van groten in onze nationale zwemgeschiedenis van kortbij meegemaakt. In Schoten onze jongste bij het inzwemmen rugslagkeerpunten zien oefenen met de immer goedgezinde en vriendelijke Stefan Maene. La Becue eens eigenlijk feitelijk moeten uitsluiten voor een slecht keerpunt, maar tegenwind van de kamprechter gekregen. En op diezelfde meeting in Schoten stond er naast elke stoel voor de official een stoel voor de zwemmer, om nog even de start af te wachten en/of zijn/haar handdoek etc op achter te laten. En wie ging er zijn borst nat maken en kwam toen schuins achteruit gemarcheerd naar de verkeerde stoel? “Fredje”! Toen hij bijna op mijn schoot zat heb ik mijn keel maar even geschraapt. Ik had net zo goed met de punt van mijn stilo in zijn achterste kunnen steken, zo hoog sprong hij. Ikke lachen! 🙂

Maar het bleef in die tijd bij droogzwemmen. Tijdens de trainingen meelopen langs de kant om naar fouten te speuren. De beste stuurlui, weet je wel. Ik kan perfect uitleggen hoe je optimaal met je armen beweegt voor een perfecte crawl. Maar na anderhalve slag praktijk verzuip ik wel.

En dus heb ik mij ingeschreven voor een cursus “zwemmen voor volwassenen” (m.a.w. schoolslag zonder paniekduiken). Met opties voor vervolgcursussen “crawl”, “start to swim” (waarbij je begeleid wordt in een conditieprogramma dat je tot 500m non stop zwemmen moet opleveren) en “keep swimming” (idem maar tot 2000m, zijnde 40 opeenvolgende baantjes in een olympisch zwembad).

Nu nog een badpak. Zouden ze in de wintersolden ook competitiebadpakken hebben in grote maten en met corrigerende voering? Want die ik-lig-graag-op-een-strand-te-draaien-gelijk-een-kieken-aan-’t spit-modellen, daar heb ik geen zin in. Sta ik de hele tijd naar mijn bretellekes te vissen en voor het zwemmen hebt ge naar ’t schijnt alle twee uw handen nodig…

einde zwemblog

Een virus te vriend…

Iedereen kent het angstwekkende “platform”gegeven tijdens het afvallen. Je mag doen wat je wil, jezelf te pletter sporten, alle extra WW-punten aan je neus voorbij laten gaan, water drinken tot je er in kan VERdrinken, … geen grammetje gaat er af. Je zit vast.

Op een cursus kreeg ik ooit de goede raad (hij werkt vaak echt) om dan gedurende een hele tijd minstens bij 1 maaltijd vis te eten. Je moet dat lusten, maar zoals gezegd: ik heb het geprobeerd, wat voor mij niet eens een opdracht is want wij eten sowieso minstens 3 keer per week vis.

Maar soms zwemmen zelfs dan de grammen niet naar open zee. En dan is er een gehate vriend: buikgriep. OK, het meeste wat je verliest komt terug want het is vocht. Maar ik heb in mijn hele leven nog nooit zoveel buikgriepaanvallen gehad als het afgelopen jaar (heeft NIETS te maken met WW en alles met een verminderde weerstand door een sluimerende burnout én een recente maagbreuk die voor bijkomende ongemakken leidt) en als daar al iets zinnigs uit gekomen is, dan is het elke keer wat winst. Niet alles komt er weer bij, zeker als ik daarna dubbel oplet.

Vorige week was het weer eens prijs. De eerste helft van de week zat ik al niet goed in mijn vel, maar er zat nog geen richting in het ongemak. Donderdag uit eten voor Moederdag en tot in de late namiddag nog steeds geen teken van naderend onheil. Enkel het gevoel dat ik dat laatste stukje cake bij de koffie beter ongemoeid had gelaten.

Vrijdag met de oudste kleindochters naar Planckendael. Veel plezier, geen last, mijn eten met smaak verorberd. ’s Namiddags de meiden naar huis gebracht en de boodschappen bij mijn moeder afgeleverd. Pas toen ik tegen 17u thuis kwam begon het te spoken. Tot 3u de volgende ochtend. Ruim 3kg lang.

Zoiets plan je natuurlijk niet. Je gaat er niet naar op zoek (ik toch niet), ik haat het om de halve nacht in de badkamer door te brengen in het gezelschap van mijn onverteerde en andere afval. Maar op het diepste punt van de draaikolk hou ik mezelf in leven met het vooruitzicht van een lichte duik in mijn gewichtscurve. Míjn persoonlijke halfvolle glas in treurige dagen… 🙂

weegschaal

Mag het een beetje méér zijn? Nee…!

Vulde net heel getrouw mijn WW-dagboek in en mijn oog viel op de startpagina op een item met de titel “Zon, zee en lekker eten”.

Wij hebben net 2 weken genoten van zon (op 5 minuten na continu, wel met verschrikkelijk veel wind, maar soit), zee (ook heel veel, en  langs alle kanten, want we zaten per slot van rekening op een eiland) en lekker eten, al zijn we maar 2 keer uit eten gegaan.

Niet dat ik per se mezelf wil bestoefen, maar als ik in alle rust en ontspannen aan een potje kan beginnen, dan kan ik er wel eens een lèkker potje van maken. Die 2 keer uit koos ik dan nog voor erg verantwoorde dingen zoals gestoomde vis met groenten of zo. Uiteraard had die vis dan al lang genoeg in water gezwommen en werd zijn uittocht besprenkeld met een wijntje.

Moet kunnen, want van die 2 weken heb ik een halve dag achter een verloren gelopen hond gezocht, een dag met Kleindochter3 het strand van Texel onveilig gemaakt en van dan af -12 dagen na elkaar- minstens een halve dag gewandeld en elke dag (-1) gefietst. En als ik zeg: gefietst, dan mag je je daar wel iets bij voorstellen, want de wind is nooit onder de 4 Bft geweest en een duinfietspad is per definitie niet echt vlak. Meestal gaat die tegenwind dan nog samen met de race (nou, ja) naar de top, dus ik heb zo hard moeten stampen dat ik -als ik per (on)geluk in een luwte kwam- bijna omviel van mijn eigen vitesse. Ik kan niet goed fietsen wegens te laat (lees: op mijn 50ste) begonnen, maar ik heb wat iemand eens heel galant omschreef “force in mijn poten”. 🙄

Aangezien ik de rest van het jaar hoofdzakelijk een zittend beroep heb, kan men zich wel voorstellen dat ik hoge verwachtingen had over het resultaat van al die activiteit. Baskuulgewijs, bedoel ik. Zaterdag kwamen we thuis, zondagochtend “nuchter en puur” op de weegschaal … En dan onder de douche in de hoop dat ik nog 1,5 kg zand tussen mijn haar en tenen had. De realiteit heeft zich inmiddels brutaal een weg naar mijn  bewustzijn gebaand: al dat geploeter was goed voor 1,5 kg gewichtsaanwinst.

Volgende vakantie fiets ik alleen nog meewind en bergaf… 😦