Easy fit …

Het klinkt aanlokkelijk, he? “Gemakkelijk fit“. Je voelt je al slanker en leniger worden terwijl je in je luie stoel hangt. Jaja! En de sint en de paashaas gaan trouwen…

Met een week vertraging vanwege een voorlopige gips aan mijn linker hand ben ik gisteren Manlief gevolgd naar de sportschool. De uitleg over die Milon cirkel had ik vorige week al gehoord toen mijn betere helft ingewijd werd. Het kwam er dus enkel nog op aan om mijn eigen toestelinstellingen te laten vastleggen op mijn magnetische kaart en dan kon ik “van Jetje” geven.

De krachtoefeningen gingen vlotjes, het fietsen was een stukje cake (a piece of cake), maar het andere cardio-onderdeel was niet van de poes. De stepper (ik weet niet hoe dat ding echt heet, maar de beweging heeft iets van nordic walking op een steile trap) was in het begin toch wat straf afgesteld en halfweg de verplichte 4 minuten hing mijn vlag dan ook halfstok. De coach was zo vriendelijk dat een beetje bij te stellen zodat ik toch de eindmeet haalde. Het voornaamste probleem bij mij is dat ik korte beentjes heb en op dat masjien dus grote stappen moet nemen want de snelheid en weerstand zijn variabel, maar niet het niveauverschil tussen de hoogste en de laagste stand.

Het enige wat me toen nog tegenstond was de boenkeboenke “muziek”. Ze stond gelukkig niet loeihard, maar ik krijg het vliegend over en weer van dat gedreun. Tot ik er aan dacht het nuttige aan het onaangename te koppelen bij de tweede stepbeurt. Gewoon het tempo van de bassen volgen en ik kon de tijd volmaken zonder in te storten.

Kortom, het was leuk. Zelfs toen het zweet me van de rug liep als douchewater. Twee keer de cirkel afleggen duurt ongeveer een dik halfuur, opwarming en cool down pakweg nog eens zoveel (dat heb je zelf in de hand), dus je bent een uurtje “goe bezig”. Dat twee keer per week en dan nog een uurtje zwemmen. Terug alles goed noteren in mijn WW-dagboek wat ik achter de kiezen duw. Als het nu nóg niet lukt…

Alleen loop ik vandaag een beetje op eieren. In mijn kuiten hebben ze precies vannacht verbouwingen gedaan die niet helemaal geslaagd zijn. Ik ben allang blij dat ik geen hoge hakken draag. Anders lag ik intussen van mijn neus tot mijn kleine teen in het gips…

Zwemmen, zwammen, gezwommen …

Ik krijg nu regelmatig de vraag hoe het met het zwemmen gaat.

Wel, week 1 was een openbaring, week 2 was om je dood te lachen en week 3 heb ik jammer genoeg moeten missen vanwege maag/darmproblemen. Mijn zwemtas staat klaar voor week 4 (morgen) en voor de geplande vakantie heb ik al een zwembad gevonden niet ver van onze stek.

Week 1 was volledig gewijd aan mijn o zo manke coördinatie tussen bewegen en ademen. Als je je longen te vol lucht pompt, onder water vergeet uit te ademen en dan bij het boven komen weer wil inademen, dan lukt één en ander niet zo goed. Meestal eindigt het er mee dat je boven water nog gauw alles er uit perst als een walvis en dan onder water probeert in te ademen. Met voorspelbare gevolgen… Tegen het eind van les 1 had ik de truc gesnapt en ging dat vrij goed tot beter dan verwacht.

Week 2 werden er eerst wat baantjes getrokken om de opgedane kennis van de vorige les nog eens in te oefenen. Blijkbaar tot tevredenheid van de lesgeefster, want ik mocht overgaan tot het volgende onderwerp, met name de voetbeweging voor crowl (en tegelijk ook voor rugslag, maar we begonnen op de buik). Met zo’n drijfplankje in de hand, je weet wel.
“Áfzetten tegen de kant, drijijijijven, de voeten het werk laten doen, …” klonk het van op de kant. Na een minuut of 2 intens ploeteren kreeg ik de vraag waarom ik nog altijd naast de eerste blauwe bol van het koord lag. Ik kon niets beters verzinnen dan dat “we een vriendschap voor het leven gesloten hadden”. Alles liever dan toe te geven dat ik geen centimeter vooruit geraakte, hoe waanzinnig ik ook trapte en sloeg met mijn voeten. Met z’n drie de slappe lach, zodat ik ook nog eens in de touwen moest gaan hangen (letterlijk). Dan maar eerst op de rug proberen. Dat ging wat beter, maar Belgisch, Olympisch en wereldrecord zijn nog niet in gevaar.

Voor de volgende les werd me een paar zwemvliezen beloofd maar dat is dus voor morgen, want vorige week moest ik verstek laten gaan. Nachtje in de badkamer doorgebracht. Niet van de plankenkoorts, maar van een griepje dat ik van Kleindochter 4 gekregen had.

Morgen dus kikkerslag (vanwege de zwemvliezen). 🙂

S . O . S …

Sink or swim.

Ik had mezelf beloofd om een stukje van de nieuw verworven vrije tijd voor mezelf te reserveren en eindelijk eens fatsoenlijk te leren zwemmen in plaats van te liggen spartelen alsof ik aan het verzuipen ben. Wat niet veel scheelt als er ook maar iemand binnen een straal van een paar meter van mij in het water ligt.

Er werd ingeschreven en betaald eer ik koudwatervrees kon krijgen en vandaag was dus de grote dag: de eerste zwemles.

Omdat ik toch niet helemaal onkundig ben (lees: mijn neus was al eens nat geweest) mocht ik meteen doorschuiven naar de gevorderden bij de start-to-swimmers. Geen watergewenning dus, maar meteen door naar het sportbad. WOW!

Daar werd ons (want er was nog een tweede im Bunde) vanop de kant uitgelegd hoe de coördinatie tussen bewegen en ademen er eigenlijk moet uitzien. Ik prees me meteen gelukkig dat ik dat in de competitieperiode van de zoons al vaker gehoord en gezien had, want anders was dat niet goed gekomen. Niet omdat de uitleg niet deugde, maar het klonk allemaal ingewikkelder dan het in feite hoeft te zijn.

Grosso modo komt het er op neer dat je gewoon moet doorgaan met ademen. Liefst op het moment dat je je hoofd uit het water haalt. En dat je onder water uitademt, want anders kan er niets meer bij als je de volgende keer weer boven komt. Vooral dààr wrong het blijkbaar bij mij. Eénmaal dat dàt doorgedrongen was en ik niet meer dwangmatig probeerde de ballon nog verder op te blazen, ging het -nou nee, nog niet vanzelf maar toch – een stuk beter. Toen ik ook door kreeg dat ik voor het rustige baantjeswerk ook niet dieper hoefde in te ademen dan bij het hondje uitlaten, was het ook een stuk minder vermoeiend, want lang niet meer zo gespannen.

Al bij al hebben we in dat half uur – een les duurt 45 minuten, maar er kwam eerst een rondje voorstellen, proef”zwemmen” en uitleggen bij- toch 600m afgelegd. Niet mis voor beginners, al zeg ik het zelf.

De 50m water die me scheidde van de gang naar de kleedkamers leek opeens een uitnodiging om nog even “los te zwemmen”. Fier als een gieter zette ik af, gleed als een meermin door het water en pakte 10m vóór de trap … een borrel. Zodat ik met een knalrode kop al proestend de treetjes opklom en op zoek ging naar mijn droge plunje…

Volgende week weer. Maar eerst slapen als een marmot en een paar dagen de pijn verbijten in al die spieren waarvan ik nooit geweten heb dat ik ze in me had…

Goede en andere voornemens…

Yep, ik kom er -net als miljoenen anderen- niet onderuit om al dan niet bewust goede voornemens te formuleren bij het begin van het nieuwe jaar. En diegenen die beweren dat ze dat niet doen, hebben het meestal niet in de gaten maar doen het toch.

Wel, goed voornemen nummer één is verzilverd! Vastgelegd en bij voorbaat afgerekend. OK, je kan er altijd onderuit maar als je al betaald hebt, moet er meer dan alleen een drogreden zijn om er tussenuit te knijpen, niet?

begin zwemblog

Ik kan al jaren zwemmen. Iets wat moet doorgaan voor schoolslag maar puur technisch meer wegheeft van kikkerslag. En bij aanwezigheid van tegenliggers vooral van baksteenslag. Want met zwemmen is het bij mij als met fietsen: ik kan het, ma, ik kan het… als ik de baan voor mij alleen heb! Een tegenligger (of inhaler) op het fietspad? Ik knijp mijn kneukels wit aan het stuur en vergeet te trappen, hoewel achteraf blijkt dat er nog plaats genoeg was voor een hooiwagen. En bij het zwemmen gaat dat ook zo. Maar terwijl die fiets nog wel even verder bolt, is het resultaat in het water ietsje radicaler. Je gaat kopke onder, komt sputterend weer boven en haast je in een weinig efficiënte stijl naar de dichtst bijzijnde kant om daar als een natte dweil in de touwen te gaan hangen uithijgen. Enfin, ik toch.

Ik heb ooit samen met Manlief vijf jaar zowat in zwembaden gewóónd. De zonen deden aan competitiezwemmen, dus werd er 6 dagen op 7 getraind en de 7de dag rustten ze niet, maar zwommen wedstrijden. Elf maanden per jaar. We wisten op de duur blindelings de zwembaden te vinden van Eeklo tot Luxemburg (in het Groot-Hertogdom, that is).

Reken maar uit, dan begrijp je meteen dat de reuk van javel jaren in onze kleerkasten gehangen heeft. Bij veel ouders was dat eerder de reuk van verschaald bier en sigaretten (vóór de rookstop, vandaar), maar wij zijn geen geboren tooghangers en omdat je per geleverde official méér zwemmers mocht inschrijven, was de keuze snel gemaakt. We lieten ons inschrijven voor de cursus tijdopnemer en zaten dus elk weekend met ons wit tenue’ke, ons badsloefkes en onze chronometer aan de kop van een “baan”. Ja, ik heb de generatie van groten in onze nationale zwemgeschiedenis van kortbij meegemaakt. In Schoten onze jongste bij het inzwemmen rugslagkeerpunten zien oefenen met de immer goedgezinde en vriendelijke Stefan Maene. La Becue eens eigenlijk feitelijk moeten uitsluiten voor een slecht keerpunt, maar tegenwind van de kamprechter gekregen. En op diezelfde meeting in Schoten stond er naast elke stoel voor de official een stoel voor de zwemmer, om nog even de start af te wachten en/of zijn/haar handdoek etc op achter te laten. En wie ging er zijn borst nat maken en kwam toen schuins achteruit gemarcheerd naar de verkeerde stoel? “Fredje”! Toen hij bijna op mijn schoot zat heb ik mijn keel maar even geschraapt. Ik had net zo goed met de punt van mijn stilo in zijn achterste kunnen steken, zo hoog sprong hij. Ikke lachen! 🙂

Maar het bleef in die tijd bij droogzwemmen. Tijdens de trainingen meelopen langs de kant om naar fouten te speuren. De beste stuurlui, weet je wel. Ik kan perfect uitleggen hoe je optimaal met je armen beweegt voor een perfecte crawl. Maar na anderhalve slag praktijk verzuip ik wel.

En dus heb ik mij ingeschreven voor een cursus “zwemmen voor volwassenen” (m.a.w. schoolslag zonder paniekduiken). Met opties voor vervolgcursussen “crawl”, “start to swim” (waarbij je begeleid wordt in een conditieprogramma dat je tot 500m non stop zwemmen moet opleveren) en “keep swimming” (idem maar tot 2000m, zijnde 40 opeenvolgende baantjes in een olympisch zwembad).

Nu nog een badpak. Zouden ze in de wintersolden ook competitiebadpakken hebben in grote maten en met corrigerende voering? Want die ik-lig-graag-op-een-strand-te-draaien-gelijk-een-kieken-aan-’t spit-modellen, daar heb ik geen zin in. Sta ik de hele tijd naar mijn bretellekes te vissen en voor het zwemmen hebt ge naar ’t schijnt alle twee uw handen nodig…

einde zwemblog

Een virus te vriend…

Iedereen kent het angstwekkende “platform”gegeven tijdens het afvallen. Je mag doen wat je wil, jezelf te pletter sporten, alle extra WW-punten aan je neus voorbij laten gaan, water drinken tot je er in kan VERdrinken, … geen grammetje gaat er af. Je zit vast.

Op een cursus kreeg ik ooit de goede raad (hij werkt vaak echt) om dan gedurende een hele tijd minstens bij 1 maaltijd vis te eten. Je moet dat lusten, maar zoals gezegd: ik heb het geprobeerd, wat voor mij niet eens een opdracht is want wij eten sowieso minstens 3 keer per week vis.

Maar soms zwemmen zelfs dan de grammen niet naar open zee. En dan is er een gehate vriend: buikgriep. OK, het meeste wat je verliest komt terug want het is vocht. Maar ik heb in mijn hele leven nog nooit zoveel buikgriepaanvallen gehad als het afgelopen jaar (heeft NIETS te maken met WW en alles met een verminderde weerstand door een sluimerende burnout én een recente maagbreuk die voor bijkomende ongemakken leidt) en als daar al iets zinnigs uit gekomen is, dan is het elke keer wat winst. Niet alles komt er weer bij, zeker als ik daarna dubbel oplet.

Vorige week was het weer eens prijs. De eerste helft van de week zat ik al niet goed in mijn vel, maar er zat nog geen richting in het ongemak. Donderdag uit eten voor Moederdag en tot in de late namiddag nog steeds geen teken van naderend onheil. Enkel het gevoel dat ik dat laatste stukje cake bij de koffie beter ongemoeid had gelaten.

Vrijdag met de oudste kleindochters naar Planckendael. Veel plezier, geen last, mijn eten met smaak verorberd. ’s Namiddags de meiden naar huis gebracht en de boodschappen bij mijn moeder afgeleverd. Pas toen ik tegen 17u thuis kwam begon het te spoken. Tot 3u de volgende ochtend. Ruim 3kg lang.

Zoiets plan je natuurlijk niet. Je gaat er niet naar op zoek (ik toch niet), ik haat het om de halve nacht in de badkamer door te brengen in het gezelschap van mijn onverteerde en andere afval. Maar op het diepste punt van de draaikolk hou ik mezelf in leven met het vooruitzicht van een lichte duik in mijn gewichtscurve. Míjn persoonlijke halfvolle glas in treurige dagen… 🙂

weegschaal

Mag het een beetje méér zijn? Nee…!

Vulde net heel getrouw mijn WW-dagboek in en mijn oog viel op de startpagina op een item met de titel “Zon, zee en lekker eten”.

Wij hebben net 2 weken genoten van zon (op 5 minuten na continu, wel met verschrikkelijk veel wind, maar soit), zee (ook heel veel, en  langs alle kanten, want we zaten per slot van rekening op een eiland) en lekker eten, al zijn we maar 2 keer uit eten gegaan.

Niet dat ik per se mezelf wil bestoefen, maar als ik in alle rust en ontspannen aan een potje kan beginnen, dan kan ik er wel eens een lèkker potje van maken. Die 2 keer uit koos ik dan nog voor erg verantwoorde dingen zoals gestoomde vis met groenten of zo. Uiteraard had die vis dan al lang genoeg in water gezwommen en werd zijn uittocht besprenkeld met een wijntje.

Moet kunnen, want van die 2 weken heb ik een halve dag achter een verloren gelopen hond gezocht, een dag met Kleindochter3 het strand van Texel onveilig gemaakt en van dan af -12 dagen na elkaar- minstens een halve dag gewandeld en elke dag (-1) gefietst. En als ik zeg: gefietst, dan mag je je daar wel iets bij voorstellen, want de wind is nooit onder de 4 Bft geweest en een duinfietspad is per definitie niet echt vlak. Meestal gaat die tegenwind dan nog samen met de race (nou, ja) naar de top, dus ik heb zo hard moeten stampen dat ik -als ik per (on)geluk in een luwte kwam- bijna omviel van mijn eigen vitesse. Ik kan niet goed fietsen wegens te laat (lees: op mijn 50ste) begonnen, maar ik heb wat iemand eens heel galant omschreef “force in mijn poten”. 🙄

Aangezien ik de rest van het jaar hoofdzakelijk een zittend beroep heb, kan men zich wel voorstellen dat ik hoge verwachtingen had over het resultaat van al die activiteit. Baskuulgewijs, bedoel ik. Zaterdag kwamen we thuis, zondagochtend “nuchter en puur” op de weegschaal … En dan onder de douche in de hoop dat ik nog 1,5 kg zand tussen mijn haar en tenen had. De realiteit heeft zich inmiddels brutaal een weg naar mijn  bewustzijn gebaand: al dat geploeter was goed voor 1,5 kg gewichtsaanwinst.

Volgende vakantie fiets ik alleen nog meewind en bergaf… 😦

 

Op de fiets, op de fiets,…

Ik keek er al een hele tijd (met gemengde gevoelens) naar uit: weer met de fiets naar het werk. Gemengde gevoelens omdat ik verre van een geroutineerde fietser ben. Ik kan fietsen zoals ik kan zwemmen: in mijn tempo en zonder tegenliggers of inhalers. Anders vergeet ik te sturen/ peddelen en gaat het in beide gevallen dezelfde richting uit: naar beneden.

Bovendien ben ik vanaf nu helemaal op mezelf aangewezen. Manlief is er niet meer bij om een oogje in het zeil te houden. Met het oog op het tempo is dat niet noodzakelijk een nadeel, al dient gezegd dat dat met hem  nooit een probleem opleverde. Wél zo met een collega die ook vaak meereed. ’s Morgens kon het niet rap genoeg gaan, ’s avonds had zij alle tijd want ze moest toch anders niets doen dan de voetjes onder tafel steken bij moeder de vrouw. Met het gevolg dat ik telkens bijna van mijn fiets viel, respectievelijk van de inspanning of van het slenteren (en de grote honger).

Maart beloofde veel dat april niet kon inlossen. Mei deed er ook vrij lang over om voor fietsweer te zorgen en als het dan al eens te doen was, dan kwam het niet uit met het werk.

Maar vandaag zijn we dus eindelijk paraat: het stalen ros is van stal gehaald, de riempjes van de splinternieuwe fietshelm op maat afgesteld (ik heb mijn haar zelfs extra kort laten knippen om de nefaste gevolgen van die helm op mijn kapsel te beperken), het fietssleuteltje lag klaar, de zonnebril ook en regenjas (ja, toch maar) en handtas zaten van gisteravond al in de fietstas.

Vroeger opstaan hoefde niet, de tijd die ik nodig heb om de afstand al fietsend af te leggen is niet zoveel langer dan die om in de file aan te schuiven aan de Kennedytunnel.

Het was naast  heerlijk fietsweer ook ontzettend rustig onderweg. Niets nieuws in fietsland: het fietspad aan het veer in Hoboken ligt er nog altijd even erbarmelijk bij als voorheen. Een groot verschil met wat er vanaf de St-Bernardsesteenweg langs het Schoonselhof loopt. Dat is pure luxe. Een waar genot en – tot mijn eigen grote verwondering – slaagde ik er zelfs in om door te fietsen toen ik onzacht in aanvaring kwam met een vieze vlieg die ik – sturend met één hand!!!- uit mijn mondhoek moest vissen. Toen ik goed besefte welke stunt ik had uitgehaald moest ik alsnog bijsturen of ik reed de goot in. Ikke en met één hand rijden? Ongezien!!!

Op het werk kan ik nu mijn fiets bijna onder het raam van mijn bureel stallen (vroeger moest ik de halve campus omlopen). Gesteld dat ik na al die tijd nog weet hoe ik met dat verdomde fietsslot overweg kan. En dat het door ongebruik niet te stroef gaat. Daar heb ik toch wel nog even aan staan knoeien. Binnensmonds vloekend kwam ik op de duur toch tot de goeie volgorde en met een zucht van opluchting en meer zweet van ambetantigheid dan van de inspanning kon ik naar boven om mijn prestatie in te vullen in mijn personeelsdossier (wij krijgen fietsvergoeding op het werk).

Toen ik net naar de cafetaria ging om een kop koffie te halen begon ik zo al een beetje te voelen dat ik routine mis. ’t Zal morgen en overmorgen niet zo gemakkelijk gaan als vandaag vrees ik. Maar we gaan door! Behalve als het str*nt met haakskes regent, natuurlijk. Ik ben ook niet gek. En al helemaal niet fanatiek. Maar ik wil wel de eerste stijfheid voorbij zijn tegen dat we naar Texel gaan, want zo zonder hondjes gaat het waarschijnlijk een fietsvakantie worden. En afgaan als een gieter in fietsland? Ik docht het nie. Ik docht het effenaf nie!

Tussen stranden en verzuipen …

Ik ben intussen de tel kwijt van het aantal keren dat ik gepoogd heb wat gewicht blijvend te verliezen. Als ik één ding geleerd heb, dan is het dat het een levenslang gevecht is. En nee, crashdiëten komen niet (meer) in aanmerking. Ik hoef niet eens te weten wat BDW doet en laat. Ik heb noch politieke, noch 10 milesambities.

Ik moet en zal blijven proberen en ik doe het terug met WW. Het wérkt. Als je het volhoudt en niet de eerste, de beste gelegenheid aangrijpt om de armen te laten zakken en het op te geven.

In het begin ging ik naar de bijeenkomsten en het werkte tijdelijk. Vooral de eerste keer was nuttig, niet alleen om het systeem te leren kennen maar omdat we toen een goeie coach hadden die bruikbare tips meegaf en je weer op het juiste spoor kreeg als het even fout ging. Maar de cursus werd opgedoekt nadat het lokaal verkocht werd. De waarheid zal wel zijn dat de groep te klein was, maar er werd wel goed werk geleverd en de resultaten waren er ook naar. Ik hield het nog een tijdje vol thuis tot ik cortisone moest nemen voor mijn rug. De kilo’s vlogen er aan en het schriftje en de puntentabel verdwenen ergens onder in een schuif.

De tweede coach was iemand die het heel plezierig kon maken (er is wat afgegierd die tijd!), maar er gebeurde verder niet veel dus daar ben ik vrij snel gestopt. Tips en coaching zaten blijkbaar niet in het aangeboden pakket. Net omdat er zoveel plezier gemaakt werd groeide de groep tot onhandelbare grootte en op het eind was er nog amper tijd voor de weging en het winkeltje. Weer deinde het resultaat stilletjes weg naarmate de discipline verslapte.

Poging drie was met het softwarepakket thuis en verdorie, het ging beter dan voorheen! Zolang ik diezelfde discipline opbracht om dagelijks in te vullen wat er allemaal door mijn keel naar binnen gleed, that is. Want dat is dus het sleutelwoord: OPSCHRIJVEN. Je moet zelfs niet eens zitten rekenen, dat doet de pc voor jou.

Hoe is het schip gestrand? Net vóór de eindejaarsfeesten gaf mijn badkamerweegschaal de geest onder de druk van 3 paar kindervoetjes die dachten een indoor trampoline gevonden te hebben. Ik had te laat in de gaten dat ze probeerden gezamenlijk meer gewicht in de schaal te leggen en dus bezweek mijn rekenwonder onder de vrolijke dansjes. My mistake.

Een nog grotere mistake was dat ik niet onmiddellijk naar de winkel holde om terstond zo’n nieuw supermachien aan te schaffen. “Met die dagen voor de deur was dat toch te stom om daar op te gaan staan.” En later kwam het even niet uit met de kas en nog wat later begonnen de kleren te knellen en was het gewoon “kop in ’t zand”.

Manlief zijn kas was evenwel beter gespijsd en een goeie maand geleden kocht hij een nieuwe scanner. Eentje waar je ook oude dia’s mee kon inscannen. Van de kinderen toen ze nog klein waren. Van vakanties. Van onze poes! We praten altijd over wijlen onze hondjes, maar we hadden ooit een mooie, lieve spierwitte (meestal toch) poes. En van Affodil-20kg.

Nu weet ik ook wel dat ik met 58 niet meer het lijf kan/moet/zal hebben van iemand van 25. Zelfs als ik er in zou slagen 20kg kwijt te spelen zal de zwaartekracht hier en daar wel resultaten boeken die alleen mits véél geld en miserie kunnen weggeboetseerd worden. Maar als je jezelf in de weg zit om je voeten af te drogen na de douche of een verrekijker en telescooparmen nodig hebt om je teennagels te lakken dan wil dat precies toch zeggen dat je die website eens terug moet openen, je account opzoeken, je oude resultaten wissen en opnieuw beginnen.

Wat ik vandaag gedaan heb dus. En natuurlijk weer helemaal onvoorbereid, zodat de voorraad van geen kanten die dingen bevat die ik het meest nodig heb. Behalve water. Tenzij je het ongeluk hebt in de Sahel of zo geboren te worden, heb je allicht water bij de hand. Het staat héél dicht bij de hand zelfs. Als ik niet oppas stoot  ik het glas om. En toch zie ik kans om het niet te dikwijls vast te pakken.

Na drie gestrande pogingen hoop ik dat deze niet verzuipt in dat glas water. Misschien moet ik het voor alle zekerheid toch maar uitdrinken. Beter voorkomen dan genezen, nietwaar?

Elluk nadeel…

hep se foordeel. Cruyffie wist het al, al betwijfel ik of het toen over WW ging. Het voordeel van herbeginnen met WW is dat je al weet hoe het moet en dat je de draad ook echt direct weer kan oppakken.

En zo werd 29 februari toch nog een nuttige dag: weer goed aan de slag met puntjes tellen, fantastisch nieuws voor een vriendin (haar stiefzoon is kankervrij en kan nu met een geruster hart – al moet dat ook nog geopereerd worden – uitkijken naar de geboorte van zijn kindje), husbie nu ook officieel met pensioen, … Ik heb zelfs € 5,- gewonnen met de lotto! Er zijn er die de schrikkeljaren willen afschaffen. Wel, ik ben daar tegen! Ik eis elk jaar een 29e februari! Zelfs als ik dan een dag gratis werk voor mijn baas. So what? Binnen 2 jaar kan die het toch zelf uitzoeken…´

We zijn gisteren ook een nieuwe velo gaan kopen voor Manlief. Dat heb je als je je koerspaard uitleent: het loopt verloren en je ziet het nooit meer terug. Vier jaar geleden ruim € 800 uitgegeven voor een fiets, dan een jaar bijna geen tijd om er mee te rijden, vorig jaar de banden vernieuwd omdat ze verduurd waren van in de garage te staan en dus € 200 uitgegeven om hem weer helemaal rijklaar te hebben (bij een vorige uitleenbeurt was hij al zonder bel en zonder licht terug gebracht) en dan laten ze hem pikken. Ne nieven dus.
En omdat ik niet teveel in afronten wil vallen als ik meerij, ben ik gisteren voor de eerste keer in ‘k zou-nie-weten-hoelang op de hometrainer gekropen. Ge zit daar geruster op dan in het verkeer op een echte fiets, maar 20 minuten nergens naartoe trappen is toch saai, hoor! Ik heb het niet voor loeiharde muziek, maar ik begin mijn ventje te begrijpen als hij de geluidsknop van de cd-speler een ferme draai naar rechts geeft.

Intussen zit de eerste week vleesconsumindering er op. Ik was vooral nieuwsgierig hoe de combi met WW zou uitvallen, maar dat hoeft geen hindernis te zijn, al is het soms wel wat zoeken en rekenen om de punten te kunnen invullen in het dagboek. Alleen gisteren was het “van de foefelare” want bij het etentje op de laatste “werkdag” van Manlief bleek er geen vegi alternatief die naam waardig beschikbaar te zijn. Jammer voor dat engagement, maar mijn vent gaat ook niet elke dag met pensioen en ik wou dat toch wel fatsoenlijk met hem vieren, dus heb ik vlees en vis gegeten. En het smaakte nog ook. Nà!

Wat mij altijd verwondert bij die vleesloze kost is dat men dat er dan altijd laat uitzien (tenminste dat is toch de bedoeling) als “gewoon vlees”. Ik heb nu voor bij mijn boterham vegetarische salami bij. De alternatieven waren vegetarische préparé, boterhamworst waar het vlees uit geweerd was, vegetarisch vleesbrood begot, plantaardige paté … Is dat omdat er mensen zijn die niet willen dat anderen weten dat ze vegetarische kost prefereren? Beschaamd voor de overtuiging? Ben je dan zelf eigenlijk wel overtuigd? Of is het alleen maar omdat je rustig je boterhammen wil opeten zonder al die vragen en meewarige blikken?

Als ik bij de patatjes, rijst of pasta een vleesalternatief wil heb ik naast een heel eerlijk blok tofu de keuze uit iets wat er uit moet zien als een verschaalde kipfilet, een “pepersteak” zonder inlevingsvermogen, quorn verkleed als aldaniet verdroogd gehakt, … Alleen de would be/could be kippets, saté’s, knackworsten en andere hapklare brokken zien er hetzelfde uit als in het frietkot, maar daar heeft het vlees er ook alleen maar naast gelegen, denk ik.

Ik zal me dus bij gelegenheid eens verder verdiepen in de eiwitwaarde van bepaalde groenten want alle dagen eieren en kaas is ook niet goed voor de cholesterol.