LOCKDOWN BRIEF VAN JE HOND

Te goed om NIET te pikken, maar wél met dank aan de mij onbekende schrijver:

 …😂😂😂

Lieve mensen
Het is me opgevallen dat jullie de laatste weken wel heel vaak en lang in mijn huis verblijven. Hoewel ik het geweldig vind om jullie in mijn huis te hebben vind ik dat het tijd wordt om de regels iets aan te scherpen en te verduidelijken waar nodig.

1. Als je naar buiten gaat…… Ik ga mee!

2. Het is me opgevallen dat jullie erg veel lekkere dingen eten terwijl jullie in jullie luie kloffie op de bank hangen. Ik heb recht op mijn deel in dat lekkers. Ik zal er verder niet al te moeilijk over doen en gewoon stilletjes naar je gaan zitten staren totdat je gehoorzaamt en mij mijn deel geeft.

3. Nee, ik ga niet in bad. Ik ben al schoon.
Dat jij je verveelt betekent niet dat ik een bad nodig heb. Als je zonodig iets moet wassen dan ga je dat metalen ding op wielen dat buiten staat maar wassen dat heeft de baas toch al drie keer gedaan deze week, terwijl hij de oprit al weken niet af is geweest.

4. Zolang je toch in mijn huis bent is het je taak om me naar buiten te laten zo vaak als ik dat nodig acht. Ook als ik net pas buiten ben geweest….. Er is nog een plekje wat ik nog niet gecheckt heb.

5. Als ik slaap……. Laat me slapen!
Dat ik lig te slapen is geen teken voor jou of je mensenpuppies om met me te gaan spelen.
En ik kan slapen waar ik dat wil. Ik waardeer het niet om wakker gemaakt te worden zodat ik opschuif.

6. Zeg niet shhhh of stop tegen mij als ik blaf.
Jij besluit om meer thuis te zijn, mijn beveiligingstaak is er alleen maar groter op geworden. Alles wat ik hoor moet ik aan je rapporten dus luister goed naar me ipv te zeggen dat ik stil moet zijn.

7. Verlaat geen kamer in huis zonder mij.
Ik ken jullie soort onderhand…. Gisteren hoorde ik ook een zak chips open gaan op de slaapkamer en niemand riep mij om te delen.
Dus vanaf nu…. Ik ga jullie stalken.

8. Deze regel is heel belangrijk….. Als het op de grond valt…… Is het van mij! Als het in mijn mond zit….. Van mij!!

9. Je zult nooit meer alleen een plasje gaan doen, jij kijkt ook naar mij als ik plas dus ik snap niet waarom ik dan niet bij jou mag kijken. Dus geen deuren sluiten, ook niet het toilet!

10. Ik werk altijd al vanuit huis, dus als jij dat ook doet moet je niet op mij mopperen als ik blaf tijdens jou vergadering of geklets met je mensen vrienden.

🐾🐾🐾🐾🐾🐾🐾🐾🐾🐾🐾🐾🐾🐾🐕

Bijna in de helft …

Ja hoor, het jaar is bijna in de helft! Binnen een week of twee beginnen de dagen te korten. Wat gaat het toch aan een rotvaart!

De afgelopen weken waren op privévlak behoorlijk roerig met een paar ziekenhuisbezoeken, maar gelukkig niets ernstig. Je steekt er alleen maar meer tijd in dan verwacht en het zet de week nog méér op haar kop dan Hemelvaart en Pinksteren. Na zo’n week met een feestdag heb ik altijd een paar dagen nodig om weer in mijn ritme te komen. Op zo’n momenten is een agenda een geniale uitvinding, want ik weet op de duur niet meer welke dag het is.

Het weer van de afgelopen paar dagen hielp ook niet mee. Zaterdag leek het wel herfst. De storm zorgde er voor dat ik in oktober niet veel naalden van de metasequoia’s in de straat meer zal moeten ruimen. Ze liggen nu al in de goot. Gelukkig zonder de boom er nog aan …

Wie helemaal in zijn element was met windkracht 8, was Jeppe. Eén regendruppel en hij hoeft niet zo nodig naar buiten. Maar met een beetje woei is hij niet te houden. Met die grote zwarte flappen verwacht je eigenlijk dat hij elk moment kan opstijgen. Nog één keer storm en hij heeft zijn vliegbrevet, denk ik. (Laat het geluid maar beter uit staan. Heb vergeten het gebulder uit te filteren.) “Zijn” buit is gepikt van een meer ervaren en vermoedelijk al voldane jager. Toch maar afgepakt, want je weet maar nooit!

Vandaag was het nog steeds geen echt zomerweer, maar na de middag ben ik toch lekker in slaap gesukkeld in de tuinzeteltjes. Gelukkig werd ik op tijd wakker om de eerste snit rabarber te oogsten voor een crumble:

rabarbercrumble

Bij andere voetballiefhebbers hoort er bij een (hopelijk goeie) pot voetbal een vracht chips, pizza en een bak bier. Bij ons is het altijd koffie met gebak. Gisteren onze Duivels gevolgd (jammer genoeg op pc, want op VTM), vandaag Oranje. Even nadenken wat ik voor dinsdag uit de oven kan halen. Misschien bladerdeeg halen en een zomervruchtenvulling maken? En als de zomer dan ook van de partij is, met een bolletje ijs in plaats van een dot slagroom …

Met een ruime maand vertraging gaan ze binnen drie weken dan eindelijk aan de bestrating, de voortuin en de veranda beginnen. Tegen dat alles af is en gebruiksklaar is het bijna met recht een “winter”tuin…

En Jeppe, die haalde zijn diploma …!

Toen we hier kwamen wonen ging ik vrij snel op zoek naar een hondenschool, zodat Jeppe wat vriendjes en ik wat buren konden leren kennen. De puppy- en beginnerscursus verliep helemaal anders (én veel meer naar mijn zin) dan die wij vroeger in Bazel volgden. Maar Jeppe was even vaak “niet bij de les” wegens totaal niet geïnteresseerd in belonen met speeltjes, snoepjes, applaus of wat dan ook. De coach ging vaak bijna door de knieën van het lachen als hij heel ostentatief met zijn rug naar parcours én vrouwtje ging zitten. De koeien in de wei waren véél interessanter! Toch haalde hij op één of andere manier zijn getuigschrift en omdat hij toch beter begon te reageren op andere honden, schreef ik ons in voor de cursus Hoopers.

Hoopers is een beetje een soft versie van agility, waarbij ook een hindernissenparcours gevolgd wordt, maar zonder springen of werken op hoogte. Jeppe heeft een paar probleemwervels en al dat geweld is niet voor hem weggelegd. Bij Hoopers komt het er op aan je hond te sturen van op afstand. De baas staat dus in een vierkant en de hond wordt van daaruit gecoached om de hindernissen op een bepaalde manier te nemen.

Nu is Jeppe niet direct je doorsnee hond en de eerste, gereedste vlieg die passeert heeft hij gezien. Concentratie is niet zijn specialiteit. Hij is ook niet zo gemakkelijk te motiveren. Je kan belonen met een snoepje (al dan niet voorafgegaan door een “klik”) of je kan een speeltje gooien. Maar aangezien Jeppe nogal kieskeurig is qua snoejes en een weggegooid speeltje als afval beschouwd wordt, sta je dan voor aap. We modderden maar wat aan, tot ik de regels overboord gooide en agility-gewijs met hem meeliep buiten mijn zone en maar commando’s en aansporingen gilde. Opeens was het ventje één en al aandacht en enthousiasme. Vermits we nooit de ambitie gehad hebben om wedstrijden te lopen, vond de coach dat een goede manier en dus liep ik  drie cursussen evenveel kilometers als Jeppe.  Met wisselend succes, maar met evenveel enthousiasme van coach en medecursisten, zodat het er soms erg luidruchtig aan toe ging. Tot groot jolijt van Jeppe.

 

Vandaag was de laatste les en natuurlijk moet er dan weer een onverwachte moeilijkheid in zitten. In plaats van een omloop kregen we – voor de allereerste keer! – een lijnopstelling, en nog geen simpele ook. Bedoeling is dat de begeleider aan één kant van de lijn blijft, maar de hond voortdurend die as laat kruisen om hindernissen te nemen. Met een hond die alleen maar wil werken als je vlak naast hem loopt dus geen evidentie. Maar net tijdens dit examen gebeurde het onvoorstelbare: als je de beide filmpjes bekijkt (en vooral aan de blauwe ton), merk je dat ik de eerste keer nog erg dicht bij de hindernis moest gaan staan om hem de pas af te snijden. In het laatste filmpje moet ik maar één voet meer over de lijn zetten en loopt meneerke gezwind naar de eindmeet.

 

Geslaagd! Vanaf nu mogen we bij de recreanten gaan oefenen. Nieuwe groep, nieuwe vriendjes, nieuwe uitdagingen.

Bravo, Jeppe!

Test … o … steron, test … test …

Een hond in het gezin heeft het voor- en tegelijk het nadeel, dat de baasjes voldoende beweging krijgen in de vorm van de dagelijkse rondjes, graag of anders. Nu heb ik daar meestal geen problemen mee, maar een luie dag zit er dus niet in.
Na het avondeten trok ik dus mijn wandelschoenen aan, griste en passant mijn ID-kaart, gsm en voorraadje hondenpoepzakjes mee en – o geluk! – dacht er nog net op tijd aan om ook de hond mee te nemen. Die had zin om eens een andere dan de gewone avondtour te doen. Lees vooral: een langere. Langs de kerkhofdreef en het patattenveld (dit jaar toch, vorig jaar stond er maïs) en dan zien we wel weer of we links of rechts de Zoutelanddijk op draaien.

Het is me al vaker opgevallen – en in ons dorp is het niet anders – : tegenover een kerkhof vind je vaak een rust- en verzorgingstehuis. Hier is het een splinternieuw, geopend in mei en met grote kamerbrede en -hoge ramen, die uitgeven op een ruim balkon met uitzicht op … juist, ja. Er is nog net een discrete buffer, bestaande uit een dubbele rij oude huisjes waar oudjes zelfstandig kunnen wonen, maar toch dagelijks hulp en verzorging krijgen. Er zijn steeds minder huisjes bezet, want omdat ze nog amper beantwoorden aan de hedendaagse normen, mogen er geen nieuwe bewoners meer aangetrokken worden. Komt er een huisje leeg te staan, dan blijft dat zo tot de laatste gast vertrekt naar de overkant van de straat. Dan zullen ze worden afgebroken.

Nu woont er in één van die huisjes een meneer met zijn hondje, een klein wit westieke. We hebben elkaar vorige zomer nog een paar keer ontmoet tijdens het hondenuurtje, maar dit jaar zie ik hem niet meer. Waarschijnlijk willen de benen niet meer mee. Het hondje laat zichzelf nu uit, op elk uur dat het geschikt vindt. Waarschijnlijk staat de deur constant open, zodat het beestje in en uit kan lopen naar believen en behoefte. En naargelang er zich andere honden aandienen in de dreef. Hij – het is een kranig kereltje (de hond bedoel ik) – komt tussen de huisjes door naar de dreef gelopen als wij er passeren en fixeert Jeppe. Jeppe blijft dan staan en fixeert het westieke. Dan begint het stoefen en meten, overigens zonder boosaardigheid of agressief gedrag.

Vanavond was het niet anders. Ik had zelfs de indruk dat Jeppe met opzet rond een dot gras bleef draaien tot de ander hem in de smiezen had. Jeppe besloot de schermutseling te openen door zijn poot op te heffen tegen een betonnen paaltje. “Dit is míjn paal”, seinde hij met zijn pose. Komt dat kleine mormel aan de andere kant van dezelfde paal zijn poot opheffen. “Deze kant is toch van míj!” Waarop Jeppe: “Maar ik kan toch hoger plassen!”. Mormel was helemaal niet onder de indruk want “ja, maar ik kan tenminste richten. Bij jou is ’t er altijd een meter naast”. Enfin, minstens vier keer heen en weer, tot ik me er mee moeide. “Jeppe, kom jong. Als ik hier moet wachten tot het vat af is, kunnen we ineens aan de ochtendwandeling beginnen”. Jeppe staakte  het vuren (nou ja) en volgde. So did Westie. Op een respectvolle afstand van een meter of tien. En elke vlag van Jeppe werd met zorg overvlagd. Tot die dat in de gaten kreeg en bleef staan. Ik zàg hem twijfelen … “Jeppe, als ge ook maar overweegt om terug te gaan om er nog eens een poot hoog boven te houden, dan gaan we ineens naar huis, he gast”.

Waarna “gast” zich omdraaide en op hoge poten verder stapte richting Zoutelanddijk. Westie draaide zich ook om en liep – een heel eind korter bij de grond – weer naar huis.
Tot de volgende keer …

Jeppe gaat naar school …

Ik had al eerder gemeld dat we met onze woef naar een school voor viervoeters zouden gaan om er toch een paar elementaire kunstjes in te krijgen, zoals daar zijn: komen als daarom gevraagd wordt (en wel direct en niet na een halfuurke), aan de lijn lopen zonder mij over het asfalt te sleuren als een natte dweil en onaangelijnd wandelen zonder voor een halfuur of langer in de manshoge maïs te verdwijnen, … Meer moet dat voor ons niet zijn. We verwachten verder geen circusnummers zoals stokken of ballen apporteren, zijn eetbak in de juiste la van de vaatwasser deponeren of zijn deken in de wasmachine steken en daarna op de waslijn hangen. Wij zijn echt niet moeilijk als het daar op aan komt.

Maar zoals zo vaak bij ons waren er weer omstandigheden die zo nodig moesten samenlopen. Alsof er geen plaats genoeg was om enige afstand te houden.
Jeppe was uit vakantie gekomen met ontstoken anaalklieren. Die werden door Inge van Sine cura vakkundig uitgeknepen (auch!!! en stinken!!!) en we werden wandelen gestuurd met een voorraad pillekes, poederkes, gellekes en siroopkes voor ruim een week. Toen die voorraad op was leek het erop dat Jeppe van zijn zere poep verlost was. Het ging een dag of 10 goed, maar toen begon de miserie opnieuw, dus groot overleg met Inge en het besluit om die totaal overbodige klieren maar meteen naar de afvalbak te verwijzen. Afspraak voor de ingreep: vrijdag. Afspraak voor de eerste echte les: maandag. Allez, vooruit! Qua timing zitten we weer heel goed!

Nu moet ik eerst even uitleggen waar het struikelblok juist zit bij de combi operatie/hondenschool. Op school werken we dus met klikkertraining. Die klikker is in feite (en hier citeer ik zowat letterlijk coach Kathleen van The Dog Company ) de hond zijn bankrekening. Elke klik is een storting op die rekening en of die nu terecht is of niet: Woef mag “geld” van zijn rekening halen zolang er krediet op staat.
Dat betekent dus dat die hond een snoepje mag komen halen voor elke klik, zelfs al de baas een tic heeft en van pure zenuwen voortdurend met die klikker zit te spelen alsof het een bic is. Áls die hond überhaupt nog eten van je wil aannemen…

Jeppe had tijdens zijn behandelingen al in de gaten gekregen dat “eten” weliswaar een flinke portie lekkers betekent, maar dat daar dan een halve apotheek brol achteraan kwam, dus veel animo was er al niet meer als ik zijn bak klaar zette. Het vertrouwen werd nog verder geschonden toen ik hem alive and (more or less) kicking achterliet bij de dierenarts en hij daar een paar uur later wakker werd met een wreed kaalgeschoren en zere poep met draadjes in.  Om van die stijve billen nog te zwijgen.

We begonnen dus al met een flinke achterstand. Toen de eerste oefening dan ook nog een flinke portie nijdige klikgeluiden bleek te bevatten, was voor hem de kous af. Hij ging liggen en begon in stilte het woord “spijbelen” te spellen.

Dinsdag en woensdag verliepen zonder één klik, want eerst moest ons beest overtuigd worden om zijn hongerstaking stop te zetten. Ik verzeker u: een hond die zich wél een pil laat opsolferen, maar in de mot heeft dat die pil alleen nà het eten kan en die dus weigert te eten, daar heb je een ferm vraagstuk aan!

Op donderdag begon zijn maag toch harder te praten dan zijn stijfkop en dus kwam hij vragen of hij alstublief ontbijt op bed kon krijgen. De bak ging op de gewone plaats (zég, wat denkt dat beest met zijn kapsones?) maar de eerste stukjes werden toch als teaser tot aan de zetel geleverd. Opeens waren die billen niet meer stijf en trokken die hechtingen niet meer tegen. Hij stond met zijn kop in zijn eetbak nog voor ik mijn rug kon rechten.
En toen bedacht ik dat zoveel gretigheid wel opgewassen moest zijn tegen zo’n stomme klik, als hij maar voldoende beloften inhoudt. Dus ter introductie van de klikker in onze communicatie werd het avondeten geserveerd, niet na een kristallen belgeluid, maar na een metalen “klík”. En het werkte!

Vrijdag kon ik dus voor het eerst aan de echte huistaak beginnen. Op één knie gaan zitten (zwaarste deel van de oefening), favorieten snoepje van de hond in je vuist op je andere knie. De hond wil natuurlijk onmiddellijk dat snoepje bemachtigen en begint te duwen, klauwen, krabben, janken, hijgen, bijten en kwijlen tot je onder zit. Maar je houdt dapper vol en de vuist gesloten. Pas als de hond denkt: “fret het dan zelf op, trut” en zijn pogingen staakt, mag je klikken en de vuist openen. De hond krijgt zijn snoepje nu toch, hoewel hij het niet meer verwachtte. En dat x …10, 20, … tot Pavlov het geluid en de smaak in één begrip heeft verpakt.

Tot dusver de theorie. Want wat moet je als je hond bij de eerste gereedste klik van het schrikken in de gordijnen klimt? Donder: no problem voor Jeppe. Schoten van een jachtgeweer? Zijn eerste reactie in Kruibeke was naar de omheining spurten en de jagers uitmaken voor rotte vis (míjn hond! míjn kampioen!). Vuurwerk? Heft hij geeneens zijn kop voor op. Maar een scheet van een vlieg jaagt hem de stuipen op het lijf en die klikker, die zou hij nog het liefst in een diep gat in de grond stoppen.

Ik heb de raad van Kathleen gevolgd en er een handdoek als knaldemper rond gedaan. Later de handdoek weggelaten en mijn hand achter mijn rug gehouden om te klikkeren. En nu zijn we zover dat hij zijn mond niet meer wil opendoen om iets te eten of te snoepen zonder dat rotgeluid .

Nog 6 lessen…

Mijn naam is haas …

Ooit – jaren geleden – waren onze honden uit de tuin ontsnapt en stonden een paar “jagers” prompt aan onze voordeur om ons te bedreigen met afschot van onze schatten. Zij zouden immers al ruim 8 jaar (acht! jaar!) verantwoordelijk zijn voor het doden van die paar hazen die achter ons in het veld zaten. En nu er – eindelijk – weer eens 5 hazen woonden, wilden deze helden de kans niet mislopen om zélf weer eens een haas af te schieten. Om het te kleine bestand in ere te houden, zie je. Dat onze honden (we hadden ervóór alleen twee kanaries en een spierwitte kat gehad) resp. 3 en 1,5 waren heeft hen waarschijnlijk weken het nodige vingers en tenen tellen gekost om te beseffen wat voor een stelletje idioten ze waren …

We gingen toen af en toe ook wel met onze kleine vrienden wandelen niet zo heel ver hier vandaan. Nicky had altijd veel belangstelling voor hazen, maar was slim genoeg om te weten dat ze die nooit kon inhalen. Ze spendeerde er dan ook geen energie aan. Floor heb ik ooit één achtervolging weten inzetten (zonder resultaat overigens) waarbij ze luchttrappelend de kop van de Scheldedijk overvloog, de lange oren wapperend als vleugeltjes en de poten vruchteloos naar vaste grond zoekend. Toen die eindelijk de aarde raakten, was dat op een pijnlijke manier en dat benam haar levenslang de lust om nog eens zo’n truc uit te halen. Spoorzoeken, OK, maar daar hield haar taak op.

Nu wonen we alweer bijna 2,5 maand in Zeeuws Vlaanderen en ga ik regelmatig met onze huidige viervoeter wandelen in een stuk losloopgebied, waar we keer op keer een groepje hazen tegenkomen. Op één na bewaren ze een veilige afstand, maar die éne lefgozer meet zich graag met Jeppe in een spelletje “om ter langst niet met de ogen knipperen”. Jeppe’s neus valt op het spoor, maar ook hij weet dat zijn snelheid veruit ontoereikend is. Hij is – net als Floor – een pointer. Hij staat dan als versteend op drie poten en met gestrekte hals naar die éne durfal te kijken (soms zelfs op minder dan een meter) en kijkt af en toe snel naar mij of ik zijn vondst gezien heb. De haas heeft intussen ook al zijn maat genomen en maakt er zich niet eens meer druk over. Ik steek mijn duim op naar Jeppe, ten teken dat hij goed “gewerkt” heeft, Jeppe recht zijn rug en laat zijn concentratie varen en de haas wandelt rustig weg.

Als er in het najaar een stelletje helden met jachtgeweren dat hazenpad kiest en onze “vriend” neerlegt, zal hij gemist worden…

Fetch…!

OK, dan niet …

Ik doe ongetwijfeld iets fout. Ik wil het niet op de honden steken. Het kàn niet dat ze alle drie eenzelfde productiefout hebben. Ofwel heeft de toenmalige hondentrainer het me fout geleerd. Dié ontsnappingsroute hou ik nog even open.

Dame Nicky, onze eerste hond, verdomde het flagrant om balspelletjes te spelen of andere gooi- en brengdingen te doen. Nochtans heb ik er uren aan gespendeerd om het hele traject te doorlopen:

  1. speeltje tonen, “fetch” zeggen en als ze haar neus tegen het speeltje drukte, heel enthousiast kirren en belonen. Tja, met een snoepje vlak bij je kop doe je al eens gek, niet?
  2. speeltje op de grond en verder zelfde scenario: kleine moeite.
  3. speeltje een meter of wat weggooien. “Jamaar, het moet niet veel gekker meer worden, vrouw!” Zucht.
  4. speeltje de halve tuin door keilen. Een hond die naast mijn voeten zit en zichtbaar denkt:”Mens, als je dat ding nog nodig hebt, gooi het dan niet weg. Ik heb nog wel wat anders te doen dan achter je vodden aan te lopen. D’ailleurs, het is tijd voor mijn schoonheidsslaapje”. En wég was ze.

Toen Floor de menage kwam vervoegen en de hele tijd met onze spullen (vooral sokken en onderbroeken van mijn man) rondsleurde, kreeg ik weer hoop. Het enige wat ik haar moest aanleren was toch om er de juiste richting mee uit te lopen, niet?

In geen tijd kreeg ik haar zover dat ze met het wasgoed naar de berging meekwam en het voor de wasmachine op de grond gooide. Eureka!!! Driewerf hoera!!! Ik had een nieuwe hulp in de huishouding. Alleen moest ik er naast of vóór blijven lopen en voortdurend aanmoedigingen herhalen, want anders liep ze er de tuin mee in om de kledingstukken te begraven. Mijn man heeft zich ruim 10 jaar afgevraagd hoe hij aan zoveel “wezensokken” kwam…

Andere truc dan maar: de post apporteren. Ik nam Floor mee naar de brievenbus, gaf haar de post en het baasje stond binnen te wachten en te supporteren met snoepjes in de hand. Dàt ging een tijdje goed, tot Floor eens een keertje “verloren liep” met een brief van de belastingen. We hebben die nooit meer teruggevonden. Op zich nog geen man overboord. Die sturen gewoon een rappel. Maar stel dat er eens een cheque bij de post is … Anyway, ook Floor vertikte het om balspelletjes te spelen.

Toen Jeppe bij ons kwam zag ik meteen dat gooispelletjes nog niet voor direct waren, want het beest schrok zich al een floeren aap als er een mug naast hem op de grond poepte. Bij een beweging van zijn schaduw kreeg hij een hartverzakking en het geluid van een vallende pluim deed hem ineen krimpen van schrik.

Intussen is hij een (doorgaans) zelfzekere jachthond geworden die wel wat meer gewoon is dan poepende muggen en vallende pluimen. Bovendien blijft hij elke dag vol belangstelling kijken naar een border collie uit de buurt die zich te pletter rent achter zo’n bal aan een dik stuk touw.

Ik kreeg dus weer hoop en probeerde hem vorige week – gewapend met een laaiend enthousiasme en een pot trainingssnoepjes – achter een speeltje te laten hollen. Vol verwachting keek hij hoe ik zijn pluchen vosje een meter of wat vóór me op de grond gooide en “fetch!” riep. Reactie? “Mens, als je dat ding nog nodig hebt, gooi het dan niet weg. Ik heb nog wel wat anders te doen dan achter je vodden aan te lopen. D’ailleurs, het is tijd voor mijn schoonheidsslaapje”. En wég was hij…

Bijna tastbaar …

Vlakbij huis kunnen we bij laag tij op een klein strandje terecht. Voor Jeppe van nu af aan vakantie dichtbij huis.

Achteraf heeft hij nog maar 2 dingen nodig: eten en een zacht kussen om te slapen. Dan heb je geen kind meer aan hem.

Als je tot op het einde van de pier loopt zijn de grote vrachtschepen zo dichtbij dat ze bijna tastbaar lijken. Dan pas zie je hoe indrukwekkend groot ze zijn.

Maar de nieuwe omgeving is ook op andere manieren, in andere vormen tastbaar aanwezig. Nieuwe geluiden, vooral ’s nachts. En Jeppe moet daar nog aan wennen, want hij maakt me elke keer wakker om gerustgesteld te worden. Afgelopen nacht hoorde hij wellicht het geluid dat hoort bij de reuk die nog in zijn pels hangt (hij heeft zich weer eens gewenteld tijdens de wandeling) en – ondanks herhaald wassen – nog een beetje aan mijn handen: sterke muskus, vermoedelijk afkomstig van een vos op vrijersvoeten. Het hese keffen was slechts kort hoorbaar (gelukkig, want anders was er helemaal geen slapen meer aan te pas gekomen), maar kwam van vlakbij. In Kruibeke heb ik wel vaker vossen gezien en geroken, maar dit is de eerste keer dat ik het geluid hoor.

Hopelijk is mijn fiets één dezer weer rijklaar, zodat ik met Manlief eens een eindje kan gaan rijden. Dan kan ik de camera meenemen en stabielere beelden maken. Voorlopig moet ik het stellen met de gsm.

Jeppe goes Zeeland …

Ik schreef al eerder dat we de ambitie hebben om te verkassen. Daar zijn een aantal redenen voor:

  • onze tuin is veel groter dan wij nog aankunnen en lijkt elk jaar nog groter te worden
  • we willen meer tijd en ruimte om te wandelen en te fietsen en Vlaanderen heeft die ruimte niet (meer). Om hier in onze huidige omgeving op een fiets te stappen moet je al een serieuze dosis zelfmoordneigingen hebben. Zelfs wandelen is hier tegenwoordig een hachelijke bezigheid.
  • we willen dichter bij interessante vogelkijkgebieden wonen, zodat we niet elke keer een halve dag kwijt zijn aan verplaatsingen.

Omdat Texel als nieuwe habitat buiten de keuzemogelijkheden viel, hebben we onze blik richting Zeeland gericht. En nu is het eindelijk zo ver: gisteren zijn de eerste handtekeningen geplaatst en nog eind dit jaar wordt alles definitief en krijgen we de sleutels. We hadden afgesproken met de makelaar om nog even het huis te bekijken en wat notities te maken, zodat we al wat voorsprong op het tijdschema kunnen nemen door een aannemer te zoeken voor de aanpassingen die moeten gebeuren.

We waren nog een uur te vroeg en Jeppe was voor het eerst mee. Niet zonder bijbedoelingen: ik wilde hem laten kennis maken met zijn nieuwe woonomgeving. Naast “ons” huisje is een wandelweggetje dat zó de Zeeuwse polder in loopt. Met een paar honderd ganzen boven ons hoofd stapten we flink door. Er zat een nijdige wind die geen geluid vond om ons mee te overvallen, dus beet hij maar koud in onze oren.

Na een paar honderd meter zagen we een stel tegenliggers komen: een hondje dat zijn vrouwtje uitliet. Toen we elkaar kruisten, bleken de hondjes het meteen goed met elkaar te kunnen vinden. Misschien omdat ze voelden dat hun levensgeschiedenis zo goed als identiek is. Behalve dan dat Jeppe Spaans is en het andere hondje Frans. Maar in hondentaal speelt dat geen rol. Ook tussen de vrouwtjes verliep de communicatie vlot. Ik ken dus al 1 buurvrouw, weet al in welk huis ze woont en hoe haar man noemt en ik ben nog maar hoop en al twee uurtjes in het dorp geweest.  🙂

Naderhand reden we nog even een eindje in de omgeving rond en vonden op hooguit een halfuurtje fietsen al een heel leuke bestemming waar we een picknick en onze kijkers en camera’s mee naartoe kunnen nemen. Vrij zicht op slikplaten waar we hopelijk regelmatig onze vogelaarsharten kunnen ophalen.

Als het de volgende weken en maanden nog vrij rustig blijft op dit blog, bedenk dan dat we het klavier omgeruild hebben voor verfkwasten en zwaarder geschut. Ik beloof dat ik bij elke rit naar onze nieuwe stek een camera bij de hand zal houden om alvast wat foto’s te delen …

Echt…?

Ik heb het een beetje gehad met Texel en honden! Vanmorgen in het bos aan de Kwekerijweg een Duitse familie tegengekomen met een soortement mastief. Zij vroeg of die van mij een reu was en dat die van haar daar niet mee kan.

Ik lijn Jeppe aan om hem een andere kant op te sturen maar te laat. Die hond zat bovenop hem met zijn muil rond Jeppe’s keel. Ik heb dat monster vastgegrepen, gewurgd (voor zover mijn handen groot genoeg waren) en hem van Jeppe afgeschopt (heb nu een hernia van die forse bewegingen). Gelukkig zat Jeppe’s lijn nog om mijn pols, want anders was die zo de drukke straat opgerend.

En haar reactie? “Ik heb je nog gezegd dat die van mij niet met andere reuen kan.” Ja, deuh, ik kan niet zo snel een transgenderoperatie uitvoeren hoor, goudvis! Heb haar toegebeten dat als hààr hond niet met andere kan, zij hààr hond moet aa nlijnen en niet andersom. “Ja, maar hij moest toch tussen de struiken zijn gevoeg doen?” (anders moest ze de stront oprapen, dus) Je zou moeten weten hoeveel lopende meters mijn hond kan schijten terwijl hij aangelijnd is!!!

Haar (zijn?) moeder stond te huilen en ik hoorde duidelijk dat dit niet het eerste incident was. Een lijn alleen is dus niet eens een oplossing, een muilkorf zou er niet bij misstaan. En een heropvoedingscursus voor de eigenaars.

Echt, ik heb het hier zo’n beetje gehad. De volgende vakantie zal op Terschelling zijn. Daar hebben we in 20 jaar met 2 honden nooit zoiets voorgehad. Ik zet geen voet meer op dit eiland. Jamais!

Màn, ik ben píssig!!!!!!