Jeppe gaat naar school …

Ik had al eerder gemeld dat we met onze woef naar een school voor viervoeters zouden gaan om er toch een paar elementaire kunstjes in te krijgen, zoals daar zijn: komen als daarom gevraagd wordt (en wel direct en niet na een halfuurke), aan de lijn lopen zonder mij over het asfalt te sleuren als een natte dweil en onaangelijnd wandelen zonder voor een halfuur of langer in de manshoge maïs te verdwijnen, … Meer moet dat voor ons niet zijn. We verwachten verder geen circusnummers zoals stokken of ballen apporteren, zijn eetbak in de juiste la van de vaatwasser deponeren of zijn deken in de wasmachine steken en daarna op de waslijn hangen. Wij zijn echt niet moeilijk als het daar op aan komt.

Maar zoals zo vaak bij ons waren er weer omstandigheden die zo nodig moesten samenlopen. Alsof er geen plaats genoeg was om enige afstand te houden.
Jeppe was uit vakantie gekomen met ontstoken anaalklieren. Die werden door Inge van Sine cura vakkundig uitgeknepen (auch!!! en stinken!!!) en we werden wandelen gestuurd met een voorraad pillekes, poederkes, gellekes en siroopkes voor ruim een week. Toen die voorraad op was leek het erop dat Jeppe van zijn zere poep verlost was. Het ging een dag of 10 goed, maar toen begon de miserie opnieuw, dus groot overleg met Inge en het besluit om die totaal overbodige klieren maar meteen naar de afvalbak te verwijzen. Afspraak voor de ingreep: vrijdag. Afspraak voor de eerste echte les: maandag. Allez, vooruit! Qua timing zitten we weer heel goed!

Nu moet ik eerst even uitleggen waar het struikelblok juist zit bij de combi operatie/hondenschool. Op school werken we dus met klikkertraining. Die klikker is in feite (en hier citeer ik zowat letterlijk coach Kathleen van The Dog Company ) de hond zijn bankrekening. Elke klik is een storting op die rekening en of die nu terecht is of niet: Woef mag “geld” van zijn rekening halen zolang er krediet op staat.
Dat betekent dus dat die hond een snoepje mag komen halen voor elke klik, zelfs al de baas een tic heeft en van pure zenuwen voortdurend met die klikker zit te spelen alsof het een bic is. Áls die hond überhaupt nog eten van je wil aannemen…

Jeppe had tijdens zijn behandelingen al in de gaten gekregen dat “eten” weliswaar een flinke portie lekkers betekent, maar dat daar dan een halve apotheek brol achteraan kwam, dus veel animo was er al niet meer als ik zijn bak klaar zette. Het vertrouwen werd nog verder geschonden toen ik hem alive and (more or less) kicking achterliet bij de dierenarts en hij daar een paar uur later wakker werd met een wreed kaalgeschoren en zere poep met draadjes in.  Om van die stijve billen nog te zwijgen.

We begonnen dus al met een flinke achterstand. Toen de eerste oefening dan ook nog een flinke portie nijdige klikgeluiden bleek te bevatten, was voor hem de kous af. Hij ging liggen en begon in stilte het woord “spijbelen” te spellen.

Dinsdag en woensdag verliepen zonder één klik, want eerst moest ons beest overtuigd worden om zijn hongerstaking stop te zetten. Ik verzeker u: een hond die zich wél een pil laat opsolferen, maar in de mot heeft dat die pil alleen nà het eten kan en die dus weigert te eten, daar heb je een ferm vraagstuk aan!

Op donderdag begon zijn maag toch harder te praten dan zijn stijfkop en dus kwam hij vragen of hij alstublief ontbijt op bed kon krijgen. De bak ging op de gewone plaats (zég, wat denkt dat beest met zijn kapsones?) maar de eerste stukjes werden toch als teaser tot aan de zetel geleverd. Opeens waren die billen niet meer stijf en trokken die hechtingen niet meer tegen. Hij stond met zijn kop in zijn eetbak nog voor ik mijn rug kon rechten.
En toen bedacht ik dat zoveel gretigheid wel opgewassen moest zijn tegen zo’n stomme klik, als hij maar voldoende beloften inhoudt. Dus ter introductie van de klikker in onze communicatie werd het avondeten geserveerd, niet na een kristallen belgeluid, maar na een metalen “klík”. En het werkte!

Vrijdag kon ik dus voor het eerst aan de echte huistaak beginnen. Op één knie gaan zitten (zwaarste deel van de oefening), favorieten snoepje van de hond in je vuist op je andere knie. De hond wil natuurlijk onmiddellijk dat snoepje bemachtigen en begint te duwen, klauwen, krabben, janken, hijgen, bijten en kwijlen tot je onder zit. Maar je houdt dapper vol en de vuist gesloten. Pas als de hond denkt: “fret het dan zelf op, trut” en zijn pogingen staakt, mag je klikken en de vuist openen. De hond krijgt zijn snoepje nu toch, hoewel hij het niet meer verwachtte. En dat x …10, 20, … tot Pavlov het geluid en de smaak in één begrip heeft verpakt.

Tot dusver de theorie. Want wat moet je als je hond bij de eerste gereedste klik van het schrikken in de gordijnen klimt? Donder: no problem voor Jeppe. Schoten van een jachtgeweer? Zijn eerste reactie in Kruibeke was naar de omheining spurten en de jagers uitmaken voor rotte vis (míjn hond! míjn kampioen!). Vuurwerk? Heft hij geeneens zijn kop voor op. Maar een scheet van een vlieg jaagt hem de stuipen op het lijf en die klikker, die zou hij nog het liefst in een diep gat in de grond stoppen.

Ik heb de raad van Kathleen gevolgd en er een handdoek als knaldemper rond gedaan. Later de handdoek weggelaten en mijn hand achter mijn rug gehouden om te klikkeren. En nu zijn we zover dat hij zijn mond niet meer wil opendoen om iets te eten of te snoepen zonder dat rotgeluid .

Nog 6 lessen…

Mijn naam is haas …

Ooit – jaren geleden – waren onze honden uit de tuin ontsnapt en stonden een paar “jagers” prompt aan onze voordeur om ons te bedreigen met afschot van onze schatten. Zij zouden immers al ruim 8 jaar (acht! jaar!) verantwoordelijk zijn voor het doden van die paar hazen die achter ons in het veld zaten. En nu er – eindelijk – weer eens 5 hazen woonden, wilden deze helden de kans niet mislopen om zélf weer eens een haas af te schieten. Om het te kleine bestand in ere te houden, zie je. Dat onze honden (we hadden ervóór alleen twee kanaries en een spierwitte kat gehad) resp. 3 en 1,5 waren heeft hen waarschijnlijk weken het nodige vingers en tenen tellen gekost om te beseffen wat voor een stelletje idioten ze waren …

We gingen toen af en toe ook wel met onze kleine vrienden wandelen niet zo heel ver hier vandaan. Nicky had altijd veel belangstelling voor hazen, maar was slim genoeg om te weten dat ze die nooit kon inhalen. Ze spendeerde er dan ook geen energie aan. Floor heb ik ooit één achtervolging weten inzetten (zonder resultaat overigens) waarbij ze luchttrappelend de kop van de Scheldedijk overvloog, de lange oren wapperend als vleugeltjes en de poten vruchteloos naar vaste grond zoekend. Toen die eindelijk de aarde raakten, was dat op een pijnlijke manier en dat benam haar levenslang de lust om nog eens zo’n truc uit te halen. Spoorzoeken, OK, maar daar hield haar taak op.

Nu wonen we alweer bijna 2,5 maand in Zeeuws Vlaanderen en ga ik regelmatig met onze huidige viervoeter wandelen in een stuk losloopgebied, waar we keer op keer een groepje hazen tegenkomen. Op één na bewaren ze een veilige afstand, maar die éne lefgozer meet zich graag met Jeppe in een spelletje “om ter langst niet met de ogen knipperen”. Jeppe’s neus valt op het spoor, maar ook hij weet dat zijn snelheid veruit ontoereikend is. Hij is – net als Floor – een pointer. Hij staat dan als versteend op drie poten en met gestrekte hals naar die éne durfal te kijken (soms zelfs op minder dan een meter) en kijkt af en toe snel naar mij of ik zijn vondst gezien heb. De haas heeft intussen ook al zijn maat genomen en maakt er zich niet eens meer druk over. Ik steek mijn duim op naar Jeppe, ten teken dat hij goed “gewerkt” heeft, Jeppe recht zijn rug en laat zijn concentratie varen en de haas wandelt rustig weg.

Als er in het najaar een stelletje helden met jachtgeweren dat hazenpad kiest en onze “vriend” neerlegt, zal hij gemist worden…

Fetch…!

OK, dan niet …

Ik doe ongetwijfeld iets fout. Ik wil het niet op de honden steken. Het kàn niet dat ze alle drie eenzelfde productiefout hebben. Ofwel heeft de toenmalige hondentrainer het me fout geleerd. Dié ontsnappingsroute hou ik nog even open.

Dame Nicky, onze eerste hond, verdomde het flagrant om balspelletjes te spelen of andere gooi- en brengdingen te doen. Nochtans heb ik er uren aan gespendeerd om het hele traject te doorlopen:

  1. speeltje tonen, “fetch” zeggen en als ze haar neus tegen het speeltje drukte, heel enthousiast kirren en belonen. Tja, met een snoepje vlak bij je kop doe je al eens gek, niet?
  2. speeltje op de grond en verder zelfde scenario: kleine moeite.
  3. speeltje een meter of wat weggooien. “Jamaar, het moet niet veel gekker meer worden, vrouw!” Zucht.
  4. speeltje de halve tuin door keilen. Een hond die naast mijn voeten zit en zichtbaar denkt:”Mens, als je dat ding nog nodig hebt, gooi het dan niet weg. Ik heb nog wel wat anders te doen dan achter je vodden aan te lopen. D’ailleurs, het is tijd voor mijn schoonheidsslaapje”. En wég was ze.

Toen Floor de menage kwam vervoegen en de hele tijd met onze spullen (vooral sokken en onderbroeken van mijn man) rondsleurde, kreeg ik weer hoop. Het enige wat ik haar moest aanleren was toch om er de juiste richting mee uit te lopen, niet?

In geen tijd kreeg ik haar zover dat ze met het wasgoed naar de berging meekwam en het voor de wasmachine op de grond gooide. Eureka!!! Driewerf hoera!!! Ik had een nieuwe hulp in de huishouding. Alleen moest ik er naast of vóór blijven lopen en voortdurend aanmoedigingen herhalen, want anders liep ze er de tuin mee in om de kledingstukken te begraven. Mijn man heeft zich ruim 10 jaar afgevraagd hoe hij aan zoveel “wezensokken” kwam…

Andere truc dan maar: de post apporteren. Ik nam Floor mee naar de brievenbus, gaf haar de post en het baasje stond binnen te wachten en te supporteren met snoepjes in de hand. Dàt ging een tijdje goed, tot Floor eens een keertje “verloren liep” met een brief van de belastingen. We hebben die nooit meer teruggevonden. Op zich nog geen man overboord. Die sturen gewoon een rappel. Maar stel dat er eens een cheque bij de post is … Anyway, ook Floor vertikte het om balspelletjes te spelen.

Toen Jeppe bij ons kwam zag ik meteen dat gooispelletjes nog niet voor direct waren, want het beest schrok zich al een floeren aap als er een mug naast hem op de grond poepte. Bij een beweging van zijn schaduw kreeg hij een hartverzakking en het geluid van een vallende pluim deed hem ineen krimpen van schrik.

Intussen is hij een (doorgaans) zelfzekere jachthond geworden die wel wat meer gewoon is dan poepende muggen en vallende pluimen. Bovendien blijft hij elke dag vol belangstelling kijken naar een border collie uit de buurt die zich te pletter rent achter zo’n bal aan een dik stuk touw.

Ik kreeg dus weer hoop en probeerde hem vorige week – gewapend met een laaiend enthousiasme en een pot trainingssnoepjes – achter een speeltje te laten hollen. Vol verwachting keek hij hoe ik zijn pluchen vosje een meter of wat vóór me op de grond gooide en “fetch!” riep. Reactie? “Mens, als je dat ding nog nodig hebt, gooi het dan niet weg. Ik heb nog wel wat anders te doen dan achter je vodden aan te lopen. D’ailleurs, het is tijd voor mijn schoonheidsslaapje”. En wég was hij…

Bijna tastbaar …

Vlakbij huis kunnen we bij laag tij op een klein strandje terecht. Voor Jeppe van nu af aan vakantie dichtbij huis.

Achteraf heeft hij nog maar 2 dingen nodig: eten en een zacht kussen om te slapen. Dan heb je geen kind meer aan hem.

Als je tot op het einde van de pier loopt zijn de grote vrachtschepen zo dichtbij dat ze bijna tastbaar lijken. Dan pas zie je hoe indrukwekkend groot ze zijn.

Maar de nieuwe omgeving is ook op andere manieren, in andere vormen tastbaar aanwezig. Nieuwe geluiden, vooral ’s nachts. En Jeppe moet daar nog aan wennen, want hij maakt me elke keer wakker om gerustgesteld te worden. Afgelopen nacht hoorde hij wellicht het geluid dat hoort bij de reuk die nog in zijn pels hangt (hij heeft zich weer eens gewenteld tijdens de wandeling) en – ondanks herhaald wassen – nog een beetje aan mijn handen: sterke muskus, vermoedelijk afkomstig van een vos op vrijersvoeten. Het hese keffen was slechts kort hoorbaar (gelukkig, want anders was er helemaal geen slapen meer aan te pas gekomen), maar kwam van vlakbij. In Kruibeke heb ik wel vaker vossen gezien en geroken, maar dit is de eerste keer dat ik het geluid hoor.

Hopelijk is mijn fiets één dezer weer rijklaar, zodat ik met Manlief eens een eindje kan gaan rijden. Dan kan ik de camera meenemen en stabielere beelden maken. Voorlopig moet ik het stellen met de gsm.

Jeppe goes Zeeland …

Ik schreef al eerder dat we de ambitie hebben om te verkassen. Daar zijn een aantal redenen voor:

  • onze tuin is veel groter dan wij nog aankunnen en lijkt elk jaar nog groter te worden
  • we willen meer tijd en ruimte om te wandelen en te fietsen en Vlaanderen heeft die ruimte niet (meer). Om hier in onze huidige omgeving op een fiets te stappen moet je al een serieuze dosis zelfmoordneigingen hebben. Zelfs wandelen is hier tegenwoordig een hachelijke bezigheid.
  • we willen dichter bij interessante vogelkijkgebieden wonen, zodat we niet elke keer een halve dag kwijt zijn aan verplaatsingen.

Omdat Texel als nieuwe habitat buiten de keuzemogelijkheden viel, hebben we onze blik richting Zeeland gericht. En nu is het eindelijk zo ver: gisteren zijn de eerste handtekeningen geplaatst en nog eind dit jaar wordt alles definitief en krijgen we de sleutels. We hadden afgesproken met de makelaar om nog even het huis te bekijken en wat notities te maken, zodat we al wat voorsprong op het tijdschema kunnen nemen door een aannemer te zoeken voor de aanpassingen die moeten gebeuren.

We waren nog een uur te vroeg en Jeppe was voor het eerst mee. Niet zonder bijbedoelingen: ik wilde hem laten kennis maken met zijn nieuwe woonomgeving. Naast “ons” huisje is een wandelweggetje dat zó de Zeeuwse polder in loopt. Met een paar honderd ganzen boven ons hoofd stapten we flink door. Er zat een nijdige wind die geen geluid vond om ons mee te overvallen, dus beet hij maar koud in onze oren.

Na een paar honderd meter zagen we een stel tegenliggers komen: een hondje dat zijn vrouwtje uitliet. Toen we elkaar kruisten, bleken de hondjes het meteen goed met elkaar te kunnen vinden. Misschien omdat ze voelden dat hun levensgeschiedenis zo goed als identiek is. Behalve dan dat Jeppe Spaans is en het andere hondje Frans. Maar in hondentaal speelt dat geen rol. Ook tussen de vrouwtjes verliep de communicatie vlot. Ik ken dus al 1 buurvrouw, weet al in welk huis ze woont en hoe haar man noemt en ik ben nog maar hoop en al twee uurtjes in het dorp geweest.  🙂

Naderhand reden we nog even een eindje in de omgeving rond en vonden op hooguit een halfuurtje fietsen al een heel leuke bestemming waar we een picknick en onze kijkers en camera’s mee naartoe kunnen nemen. Vrij zicht op slikplaten waar we hopelijk regelmatig onze vogelaarsharten kunnen ophalen.

Als het de volgende weken en maanden nog vrij rustig blijft op dit blog, bedenk dan dat we het klavier omgeruild hebben voor verfkwasten en zwaarder geschut. Ik beloof dat ik bij elke rit naar onze nieuwe stek een camera bij de hand zal houden om alvast wat foto’s te delen …

Echt…?

Ik heb het een beetje gehad met Texel en honden! Vanmorgen in het bos aan de Kwekerijweg een Duitse familie tegengekomen met een soortement mastief. Zij vroeg of die van mij een reu was en dat die van haar daar niet mee kan.

Ik lijn Jeppe aan om hem een andere kant op te sturen maar te laat. Die hond zat bovenop hem met zijn muil rond Jeppe’s keel. Ik heb dat monster vastgegrepen, gewurgd (voor zover mijn handen groot genoeg waren) en hem van Jeppe afgeschopt (heb nu een hernia van die forse bewegingen). Gelukkig zat Jeppe’s lijn nog om mijn pols, want anders was die zo de drukke straat opgerend.

En haar reactie? “Ik heb je nog gezegd dat die van mij niet met andere reuen kan.” Ja, deuh, ik kan niet zo snel een transgenderoperatie uitvoeren hoor, goudvis! Heb haar toegebeten dat als hààr hond niet met andere kan, zij hààr hond moet aa nlijnen en niet andersom. “Ja, maar hij moest toch tussen de struiken zijn gevoeg doen?” (anders moest ze de stront oprapen, dus) Je zou moeten weten hoeveel lopende meters mijn hond kan schijten terwijl hij aangelijnd is!!!

Haar (zijn?) moeder stond te huilen en ik hoorde duidelijk dat dit niet het eerste incident was. Een lijn alleen is dus niet eens een oplossing, een muilkorf zou er niet bij misstaan. En een heropvoedingscursus voor de eigenaars.

Echt, ik heb het hier zo’n beetje gehad. De volgende vakantie zal op Terschelling zijn. Daar hebben we in 20 jaar met 2 honden nooit zoiets voorgehad. Ik zet geen voet meer op dit eiland. Jamais!

Màn, ik ben píssig!!!!!!

Een wolf in schoothondenvacht …

Mag ik even stoom afblazen?

Onlangs ging ik met Jeppe wandelen in de Slufter . Honden moeten daar aan de lijn en iedereen die ik tegenkwam hield zich daar ook keurig aan. Bij het strand mogen ze los en er werd door de honden gespeeld en geplaagd.

Op de terugweg kwam ik een “dame” tegen met zo’n witte scheper. Niet-aangelijnd, of wat dachten jullie. Haar parfumwolk had eens in de kreukels moeten schieten. Toen hij Jeppe zag, veranderde er direct iets in zijn houding. Het ging echt zo abrupt als een schakelaar die om ging. Dit was geen hond die wilde spelen, dit was een wolf die zijn prooi besloop en zich klaarmaakte voor de kill.

Zij had uiteraard niets in de gaten. Toen haar hond aanviel, heb ik – met de dood in het hart, dat wel – me tussen wolf en prooi opgesteld en gelukkig kon ik hem met een zo autoritair mogelijk “nee” en “af” onderbreken. Zijn vrouwtje vond het allemaal heel vermakelijk. Als ik Jeppe niet aan de lijn gehouden had, was hij zeker gevlucht (hij gilde in doodsangst). Dan had ik haar gewurgd met haar hondenlijn. Diende die nog een goed doel.

Jeppe is de rest van de dag heel onrustig en angstig geweest, was bang voor alles wat maar van ver op een hond leek. ’s Avonds in de Robbenjager was er een heel lieve labrador van 14 maanden, waar Jeppe doodsbang voor was. Hij heeft tijdens de nacht wel geslapen maar buiten zijn gewoonte op niet gedroomd, dus hij verwerkte het niet.

Ik hoop dat ik me vergis, maar mogelijk staan we weer even ver achteruit als anderhalf jaar geleden toen we Jeppe kregen. En allemaal door zo’n trut. Als je geen verstand van honden hebt, koop dan een goudvis. Kan je aan de keukentafel op gelijk niveau communiceren …