Donker …

Deze week wil Saturn9 dat het donker wordt. Alsof we daar met dit weer nog moeite voor zouden moeten doen. Wie heeft er verdorie de zon uitgeknipt?

Zo donker ziet het er hier wel vaker uit. Richting Hulst of richting Terneuzen. Op beide plaatsen krijgen ze regelmatig van de veeg. Meestal komen wij er met dit dreigende uitzicht vanaf. Maar àls het hier los gaat ..!

Maar soms is het gewoon nog donker als ik al aan de oever van de Westerschelde ben. De zon zien opkomen. Meestal gaat dat gepaard met vurige taferelen, maar met een beetje geluk kan het ook bijna zwart-wit zijn. Heel ingetogen, bijna. Van mij mag het allemaal …

Fiets, wiedewiedewiets, fiets, fiets, fiets, …

Ik ga door met het volgende item van de fotochallenge van Saturn9: fiets.

Ik heb een haat/liefde verhouding met de fiets. Als kind wou ik er doodgraag één, maar mijn moeder stelde haar veto, want zij was bang in mijn plaats. In die tijd was fietsen best nog doenbaar vergeleken bij vandaag. Bovendien geldt ook op dat punt: jong geleerd is oud gedaan. Stiekem trapte ik wel eens een paar meter op de fiets van een vriendinnetje, maar daarmee word je nog geen wereldkampioen.

Ik moest wachten tot ik 21 werd en dus meerderjarig (toen duurde dat nog zo lang) en ik mezelf kon trakteren op een tweewieler. Ik zag er amper 14 uit en had geen flauw idee waar ik aan begon, dus werd mij een fiets “op de groei” aangesmeerd. Ik heb er hooguit een ritje of 5-6 mee gemaakt, waarbij ik nog met een broekspijp (toen waren die olifantspijpen in de mode) tussen de ketting sukkelde en ik met mijn smikkel op de Grote Markt van Sint-Niklaas kwakte. In elk geval had ik plaats genoeg om te gaan liggen. Exit fiets.

Toen ik eindelijk een fiets naar mijn maat kocht, was ik inmiddels al bijna 60 en dus goed op weg naar mijn pensioen. Hier kon ik tenminste mee uit de voeten en als het weer het toeliet reed ik er dus mee naar het werk. Nu staan fietsrekken op een campus meestal wreed vol en ik had absoluut geen zin om uren te moeten zoeken naar mijn stalen ros. Dat was ook niet nodig want hij viel stief goe op. De kans dat hij gestolen zou worden zoals zovele grijs-metalieken soortgenoten, was ook nihiel. Hij gaf daarvoor net iets teveel licht …

1000 vragen aan jezelf (27)

481. Bij welk tv-programma zap je meteen verder?
Eender wat waar die Derksen zichzelf interessant zit te vinden. Dan kijk ik nog liever reclame voor waspoeder …

482. Wanneer heb je voor het laatst iemand voorgelezen?
De voorlaatste keer dat de kleinkinderen kwamen logeren. De laatste keer waren ze zo moe dat ze sliepen vóór ik het boek vast had.

483. Ben je goed in smalltalk?
Nee. Dan zwijg ik liever. Smalltalk is zo echt iets voor mensen die bang zijn voor stilte. We zijn ooit eens met mijn schoonzus en schoonmoeder gaan wandelen. “Oh, hoort eens hoe stil dat dat hier is! Zó stil!” “Ja, dat vind je nergens meer , he? Zóóó stil” En dat maal 100 …

484. Welk nieuws greep je onlangs enorm aan?
Het recentste klimaatrapport, in combinatie met de beelden van de overstromingen en bosbranden. Het is al bijna 50 jaar dat we verwittigd worden dat er van alles moet veranderen. Om de paar jaar wordt ons gezegd dat de tijd dringt. 5 vóór 12. 2 vóór 12. Ik ben van nature geen zwartkijker, maar volgens mij is het intussen 10 na 12.

485. Welke taal zou je graag kunnen spreken?
Ik heb 2 jaar Spaans gevolgd (en met succes afgerond) in avondonderwijs. Maar omdat ik het al jaren niet meer spreek of lees, is het zo goed als weg. En ooit ben ik – ook in avondonderwijs – begonnen aan een cursus gebarentaal. Maar toen veranderde mijn werksituatie waardoor ik ’s avonds echt de puf niet meer had om dàt er nog eens bij te doen. Vind ik nog altijd jammer!

486. Kun je bellen blazen van kauwgum?
Ik ben niet van het herkauwen, dus nee.

487. Wat was je favoriete verjaardag?
???

488. Wat is je stopwoordje?
Dat weet ik dus niet, dus …

489. Kun je je makkelijk in tekenfilms inleven?
Nee, dus …

490. Zoek je je wasmiddel uit op geur?
Nee. Zelfs niet op merk. Uiteindelijk komt het allemaal uit hetzelfde vat. Bovendien heb ik geen reukzin.

491. Is het gras altijd groener bij de buren?
Ik zou het niet weten. Ik heb niet de gewoonte om over de schutting te loeren. Uit het raam boven kan ik wél zien dat de tuin van de buren inmiddels zó vol speeltuigen staat, dat de kleine mannen geen plaats meer hebben om te vallen. Laat staan dat er nog gras kan groeien …

492. Wat is je favoriete gezonde snack?
Stukje fruit of rauwe groente. Maar ik ben niet erg van het (gezond) snacken.

493. Hoe stevig is je handdruk?
Stevig. Niet dat ik iemands handen fijn knijp, maar stevig. Ik ga dubbel over mijn nek van “slappe pollekes”. Precies of je hebt een pakske gesmolten boter vast. (Die heb ik gepikt, hoor. Ik geloof dat dat uit een interview met Yvonne Lex komt)

494. Schrijf je vaak dingen op om ze beter te kunnen onthouden?
Oh ja. Boodschappenlijstjes, he. En dan sta ik in de winkel en het briefje ligt thuis. Maar tóch heb ik dan meestal wel alles bij, gewoon door het opschrijven.

495. Waar heb je voor het laatst ‘ja’ tegen gezegd?
Op de vraag of het vandaag maandag is. (Ik werk op voorhand aan dit blogje)

496. Wat is je favoriete maaltijd van de dag?
Tegenwoordig de broodmaaltijden. Omdat ik met miserie zit aan mijn maag en regelmatig al over mijn nek ga als ik warm eten ruik (voor zover mogelijk, meestal is die geur dan nog vervormd ook).

497. Val je weleens in slaap voor de tv?
Hangt af van het programma. De laatste tijd wel vaker. Dat zegt vooral veel over de programma’s.

498. Hoe erg is je verzamelwoede?
Manlief en ik hebben er jaren over gedaan om àlle Maigrets (in de Bruine Beertjesreeks) en alle Agatha Christies tweedehands op de kop te tikken. Bij de Maigrets is dat gelukt, op 1 na. Ze liggen nog op de bovenste planken van de boekenkast, maar de lol ging er allengs af. Ik kan er (nog) geen afstand van doen, maar dat komt nog wel.

499. Houd je je altijd aan je zelfopgelegde schema?
Ik maak geen schema’s meer. Ik ben met pensioen en leef aan de dag. Het enige waar ik meestal niet omheen kan is de vrijdag. Dan ga ik naar mijn moeder. Maar vooral omdat me dat het handigste uitkomt. Als het anders moet, gaat het anders.

500. Welk kunstwerk heeft grote indruk op je gemaakt?
Ik moet een jaar of 6 – 7 geweest zijn. Mijn grootvader nam me mee naar Antwerpen naar een tentoonstelling in het toenmalige Koninklijke Paleis op de Meir (tiens, is dat daar nog?). We liepen van de éne zaal in de andere zoals te doen gebruikelijk en toen zag ik een doek hangen dat op het eerste zicht gewoon wit was. Maar naargelang je er schuiner tegenover ging staan, zag je een bewegende regenboog verschijnen. Ik ben zeker een kwartier bezig geweest met meer naar links, naar rechts, naar achter, naar vóór te gaan staan. Mijn grootvader kreeg er op het einde zenuwen van, denk ik. Maar nu, 60 jaar later, zie ik dat nog vóór me. Wie dat gemaakt heeft, weet ik uiteraard niet. Maar het was beslist een blijvertje!

Wat me opeens een farce van onze oudste in herinnering brengt. Zo heel af en toe vroegen die gasten wel eens of we naar het Museum voor Schone Kunsten konden gaan. Meestal was dat aan het eind van de zomervakantie. Uitgespeeld en moe verveeld, waarschijnlijk. Oudste was toen goed op weg naar zijn 6de verjaardag. De zaalwachter vond het waarschijnlijk aandoenlijk dat die twee smurfen zo aandachtig naar de schilderijen stonden te kijken (of deden alsof). Het kan ook zijn dat hij het niet vertrouwde, natuurlijk, en dus volgde hij ons.
We passeerden door de Delvaux-zaal en kwamen in de volgende zaal voor een groot doek te staan. Zo te zien had de kunstenaar zich goed geamuseerd met waterpistooltjes en verf. De oudste deed een paar passen naar achter, trok een rimpel in zijn voorhoofd en maakte er een hele studie van. En toen kwam het oordeel: “Dàt kan ik ook!” Ik heb nog net een wegduikende beweging van de zaalwachter gezien en heb zelf een half pakje papieren zakdoekjes in mijn mond moeten stoppen om mijn lach te dempen!

Music maestro, please ..!

Om de draad weer op te pikken van Saturn9’s fotochallenge moet ik aansluiten bij het thema “muziek”. En daarvoor neem ik jullie mee naar de zomer van 2020.

Vorig jaar hàdden we wel degelijk een zomer. A long, hot summer. Hot was hij zeker. Af en toe zelfs dik erover. En long werd hij vooral omdat we bijna niks mochten. We mochten niet uit, of het moest alleen zijn of toch bijna. Familiebezoek mocht niet, vakantie mocht niet, … Enfin, ik hoef het niet te herhalen. Iedereen herinnert zich dat.

Ook en zeker voor de mensen die in een rust- en verzorgingstehuis wonen was het eenzaamheid troef. Hier om de hoek is zo’n mooi nieuw tehuis en daar werken schatten van mensen die soms heel creatief kunnen omgaan met regels en beperkingen.

Zo kreeg de dorpsraad opeens de vraag of wij onze geluidsinstallatie niet eens wilden uitpakken en een optreden op het plein vóór de appartementen van geluidsversterking voorzien. “Dat is maar een woord en uwe mond gaat open” zou mijn grootvader zeggen. Voorzitter R. , en zijn gade en ik trokken, voorzien van de installatie, een voorraad zonnebrandolie en een bak cd’s naar daar.

Ter plekke was het terras met tafeltjes, stoeltjes en parasols ingericht en er was – om miss Corona op afstand te houden – een afrastering geplaatst, zodat familie wel in open lucht op bezoek kon komen en een klappeke doen, maar dan toch weer van niet té dichtbij. Er waren jarigen (97 en 89, als ik me nog goed herinner!) en die werden muzikaal in de bloemetjes gezet door “De Zangers van Toen” en vanaf het pleintje door de aanwezigen toegezongen.

We hebben dat daarna nog een paar keer gedaan, zonder het orkestje dan, maar met evenveel leute. Jammer dat het dit jaar zo’n onvoorspelbaar weer was.

Achterlopen, inhalen, …

Ik ben tegenwoordig best wel “afwezig” op tinternet. Af en toe een bewuste keuze, en indien niét is daar ineens gebrek aan tijd of inspiratie. Of een teveel aan goesting om eerst dat boek uit te lezen waar ik in begonnen ben.
Resultaat: de beide wekelijkse challenges (1000 vragen en de fotochallenge van Saturn9) liggen al sinds half juli op apengapen en het is nu bijna eind augustus.

Aan de éne kant zot om dat allemaal in te willen halen. Aan de andere kant een extra uitdaging om weer “mee” te geraken of op z’n minst iets af te werken waar ik aan begonnen ben. Zoals met dat boek.

Van “heel stillekes” gaat het hier de e.v. dagen misschien wel “heel druk” worden, alvorens weer op een min of meer normaal tempo terug te vallen.

Niemand moet zich verplicht voelen om nu ook als een razende te gaan reageren. Al is dat natuurlijk wel altijd welkom …

Uit de oude doos ..

Als reactie op dit blogje dacht ik terug aan een tekst die ik alweer een ferm aantal jaren geleden, in volle verkiezingsperiode, aan toenmalig minister van mobiliteit Steve Stevaert stuurde. Het was een ietwat ludieke evocatie van mijn ervaringen als tijdelijk rolstoeltoerist, maar wél met een opsomming van de obstakels waar minder fortuinlijke – want permanente – lotgenoten dagelijks mee geconfronteerd worden. Gedurende die zes weken heb ik méér geleerd dat in al de cursussen die ik heb gevolgd als preventieadviseur. Ik heb meermaals voorgesteld bij de inrichters daarvan om de kandidaten als praktijkopdracht eenzelfde traject te laten doen. Bij uitbreiding zou dit héél goede leerstof zijn voor openbare technische diensten en ontwerpbureau’s. Verplichte leerstof!

De wereld vanuit rolstoelperspectief.

Je kijkt al een tijdje uit naar de vakantie. Bij aankomst ter plekke lijkt alles even paradijselijk en dan … knapt er iets en voor je ’t weet, bezie je de samenleving vanuit een heel ander perspectief. Vanuit de laagte vooral. Vanuit het  “daar-kan-ik-net-niet-bij” –perspectief ook. Het overkwam mij afgelopen herfst. Mijn eerste gedachte toen ik zat te wachten op de hulpdiensten: ”Al goed dat het geen arbeidsongeval is. Ik zou als preventieadviseur nogal wat mogen horen!”  En ik had nog meer geluk: ik wist dat ik vroeg of laat weer uit m’n karretje zou opstaan en kunnen rondstappen. En de kers op de taart: ik heb de keerzijde van de medaille gezien en daar héél veel uit geleerd. Een paar van die waarheden waar ik met mijn gezicht ben ingeduwd, wil ik u niet onthouden. Mind you: ik had overal een lieve, bereidwillige “piloot” bij. Sommige mensen moeten solo door  de hele rit.

Neem nu de dagdagelijkse obstakels als je met zo’n rolstoel door het leven rijdt. Het klinkt heel aanlokkelijk om na 4 weken binnen zitten eens “naar ’t Stad” te gaan winkelen bij het zachte oktoberweer van dit jaar. Maar de nacht daarvoor schiet je plots wakker en realiseert je, dat dat niet zomaar kan. Je had namelijk gedacht om aan de nieuwe terminus in Zwijndrecht de metro te nemen. Dat zijn toch van die handige, gastvrije lage drempelmodellen? Alleen jammer dat het perron ter hoogte van de wachthokjes te smal is voor een rolstoel … Maar goed, je moet niet bij de scouts of het leger geweest zijn om je plan te trekken. Je komt op één of andere manier toch aan boord en ter hoogte van het Van Eedenplein duik je de ondergrond in. Voor altijd, want in de metrostations zijn geen liften en ik zie mij –met of zonder begeleider- niet in een rolstoel op een (rol)trap naar het daglicht ploeteren.

Grappig? Om te lezen wel, ja … Om mee te maken: iets waar je de wenkbrauwen bij fronst.

Neem nu de staat van de voetpaden in de stad. Noodgedwongen gingen we via de oude voetgangerstunnel, want daar heb je wel een lift. En dan kom je aan de andere kant boven en het kegelspel begint. Eerst moet je een oversteekplaats vinden. Makkelijk zat. Op veel plaatsen is de stoeprand vanzelf ingezakt. Pas als je bijna uit je rolstoel gekatapulteerd wordt, merk je dat het nieuwe asfalt zo’n 10cm hoger ligt dan de stoep. Je had dat kunnen zien, natuurlijk, maar je was samen met je “duwer” aan het zoeken naar een voldoende brede doorgang tussen de paaltjes op het voetpad. Bovendien moet je het stadsverkeer in de gaten houden, zorgen dat je geen voetgangers aanrijdt, de vuilnisbakken annex sluikstort ontwijken, tussen de hondenpoep laveren … de Dakar is er kinderspel bij. Aan de overkant is een winkelwandelstraat … met kasseien. En wat verder één met arduinen tegels die afhellen naar een roltrap van de metro.

Grappig? Niet als je door mekaar geschokt bent en kramp in je vingers hebt van het bijsturen.

Neem nu de toegankelijkheid van winkels en eet- en drankgelegenheden. Nu ik intussen uit dat vehikel ben, kan ik eindelijk een verjaardagscadeau voor mijn moeder gaan kopen. Op wielen raak je geen winkel in. Soms leggen ze een ramp buiten en denk je: ”Daar kan ik naar binnen”, maar eens over de drempel is er nauwelijks plaats voor een visgraat tussen de schabben. Een rolstoel kan niet langs de kleurige flesjes en geurige potjes zonder een spoor van vernieling (ook op je kneukels!) achter te laten. Zin in koffie? Jammer. Staan de stoelen niet te dicht bij mekaar, dan is het een etablissement met banken. Terug  naar “af”. Tenzij je die éne zaak vindt, waar men de deur al vriendelijk voor je openzwaait terwijl je de bocht nog moet nemen om de ramp op te rijden. De tafeltjes staan heerlijk ver van mekaar, de ober vraagt waar je graag wil zitten en haalt de overbodige stoel weg zodat je zonder problemen plaats kan nemen. Laat ze daar dan nog lekkere koffie hebben ook! Ik kan geen naam noemen want ik heb er niet op gelet. Maar het was op de Wapper. Je kan het niet missen.

Grappig? Tegen die tijd heb je al het gevoel dat je blij mag zijn dat je mag buiten komen!

Ik ben niet groot. Met 1,52 m ben ik wel gewend dat je soms alleen maar kan kijken, maar aankomen niet. Maar als je leven zich op wieltjes afspeelt, betekent dat nog niet dat het soepel bolt. Meestal draait het vierkant. Balies zijn zo hoog dat men je niet ziet zitten. Als je je dagje niet hebt, zit je daar bij sluitingstijd nog. Koeltogen zijn lager maar te breed, zodat je niet bij dat lekkere slaatje kan en genoegen moet nemen met een broodje. Automatische deuren zijn inderdaad stout zoals op de kindvriendelijke stickertjes staat. Net als je eindelijk met je rolstoel over het drempeltje bent, schuiven ze dicht. Met wat geluk ben je nog niet uit het gips, dan voel je de pijn niet zo. Trouwens, de hulp is vlakbij. Het was de schuifdeur van het ziekenhuis. Een draaideur zoals aan sommige winkelcentra, daar begin je beter helemaal niet aan. Oh, en dan heb je natuurlijk de klapdeuren. De naam alleen al … Grappig? Als je single bent en voor de rest van je leven aan een rolstoel gekluisterd, is verhongeren op duur de enige uitkomst.

De scènes zijn bewust grotesk getekend. De gebaren zijn uitvergroot, de muziek te luid, het licht te fel. Als de clown in de kleedkamer de schmink weghaalt, is er nog tijd genoeg voor machteloze woede. Leven in een rolstoel is surrealisme pur sang.

Geklopt en gemeten 2 weken na ontvangstbevestiging (toen had men nog het fatsoen om dàt tenminste te versturen) hoorde ik “Steve Storm”, zoals hij genoemd werd, in het avondjournaal zeggen dat er meer moest gedacht worden aan toegankelijkheid van de metrostations voor rolstoelgebruikers en dat Antwerpen als proeflocatie zou dienen. En warempel, een paar maanden later schoten de werken in gang. Nog een flink aantal maanden later was de lift af. Ik vertelde dat aan mijn baas (preventieadviseurs onder elkaar) en het volgende weekend haalde hij prompt zijn schoonvader met rolstoel op om de Koekestad in te trekken. Het was een ultrakort uitstapje, want bij aankomst aan station Meir bleek de lift … 1,5cm te smal …

Vangst van de dag …

Tussen het goud van onze hockeyploeg en dat van Nafy Thiam snelsnel even een bosrank snoeien zodat een nieuw klimrek aan de muur kan: het is een idee met pro’s en cons. Vooral als het warm weer is en je hooguit een t-shirt aan hebt over je … nouja, je tweelingbuggy.

Nadat we uitbundig gevierd hadden, ging Manlief weer naar buiten en ik ging even naar de pc om de agenda voor de volgende weken bij te werken. Tiens, er zit precies iets tussen mijn meiden! Even schudden, een beetje friemelen, t-shirt uitschudden en kijk! Een kerkzesoog! De rest is niet geschikt voor ondertiteling, noch voor uitzending in prime time. Op sommige tv-netten krijg je eerst de waarschuwing “De volgende uitzending maakt gebruik van grof taalgebruik. Begeleiding kan aangewezen zijn”

Dit exemplaar is slachtoffer van een moordaanslag, die gepaard ging met het nodige verbale geweld. In “ontspannen” toestand kan ze haar liefelijke teentjes rond het muntstuk leggen.

Verzamelen geblazen …

Dik twee weken geleden de midzomertelling mee gedaan van de zomerganzen (ganzen die hier overzomeren). Traditioneel is dat in ons telgebied schrapen om er een paar honderd bij elkaar te krijgen.

En kijk: een halve maand later en de lucht hangt weer vol gegak. Brandjes, canada’s en grauwtjes scannen de polders naar pas geoogste akkers. Er wordt hier momenteel dag en nacht gereden om het graan in de schuren te krijgen vóór er nog meer regen komt. Vanmorgen een gemengde bende gezien van ruim 400 ganzen op één akker (die zijn hier natuurlijk wel groot) om de gevallen graankorrels te bemachtigen. De brandganzen vooraan, want die zijn eigenlijk niet echt schuw. De lange zwarte halzen met de witte ring van de canada’s erachter en helemaal achteraan de grauwe ganzen, want dat zijn me toch angsthazen!

Volgens mij zijn er al zwaluwen weg. De ouders vertrekken zo gauw ze geruid hebben. De jongen van dit jaar vetten nog even langer op en volgen dan in de achterhoede. Maar ik zie nu dus veel minder zwaluwen dan een paar weken geleden. De gierzwaluwen zijn er nog, maar lang duurt dat ook niet vooraleer die verzamelen blazen en naar hun winterkwartier vertrekken.

Zo tussen het vertrek van onze zomergasten en de komst van de overwinteraars wordt het uitkijken naar een paar “specialekes”. Tegen eind augustus moeten we maar weer een extra wekelijks rondje doen langs Luntershoek, want om die tijd wordt de visarend gesignaleerd. Nog een maand of wat later kunnen de boterbuiken (grote zaagbekken) opduiken. Dan vult zich het water om het Groot Eiland ook met honderden slobeenden. Nu is het er nog héél stilletjes. Op een eenzame fuut, wilde eend of meerkoet na, is de waterspiegel … ja, spiegelglad.

De natuur is een kalender en buienradar samen. Draadloos, internetloos en héél betrouwbaar. Alleen hebben de mensen verleerd om hem te lezen.

Het getal: 40 …

Het is het seizoen van de records, al valt dat tot nog toe redelijk tegen op de O.S.

Zelf heb ik er blijkbaar wel een gescoord. In het mailmapje voor de meldingen van mijn blogmaatjes zitten momenteel 40 titels. Dat zijn 40 blogjes die ik nog moet lezen om weer “bij” te zijn. Sinds 4 juli. En dit is van hieruit het eerste in evenveel tijd dat vertrekt. “Als het af geraakt vóór er weer eentje bij komt”, denk ik onder het typen (met opmerkelijk veel fouten).

Het Groote Smoelenboek staat al net ietsje langer op (bijna) non actief. Als ik dat niet nodig had voor de meldingen van/over de gemeente (i.f.v. de nieuwsbrief en website van de dorpsraad) en de hondenclub, ging het helemaal toe. Want dààr heb ik het helemaal mee gehad. Posten doe ik er niets meer. Moet je soms eens zien wat voor reacties er dan tussen terechtkomen!

Dat is in blogland vooralsnog niet het geval voor mij. Maar die paar dagen zomer die we onlangs hadden, de topdrukte in en om het huis (vooral óm), onverwachte maar zeer gesmaakte logeerpartijtjes van de kleinkinderen en de plots grotere aandrang om wat meer mijn benen en wat minder mijn kont te gebruiken nu de pijn in mijn rug en heup weer dragelijk is, zorgen er voor dat de pc op sommige dagen enkel gebruikt wordt voor huishoudelijke administratie of om iets op te zoeken.

Ik leef dus nog, gezond en wel zelfs, en aangezien het komende weekend er weer behoorlijk nat uit ziet denk ik dat het aantal items in de map “nog te lezen” wel zal slinken. Of er ook inhaalbewegingen komen voor de onderbroken challenges? Ik durf het te hopen, maar ik geef er geen garantiebriefje bij. Tenzij er van de zomer echt niets meer te maken valt.