GRENSOVERSCHRIJDENDE MANTELZORG of FORENZEN: Voor wie hier dringend naar op zoek is …

Ik ben een tijdje zoet geweest met het bijeen zoeken van recente informatie. Omdat hier verschillende mensen komen lezen die ook als mantelzorger of zo naar België moeten kunnen (alleen daarvoor al is die test zo stom: als je gebeld wordt voor een noodgeval kan je niet nog eerst gaan testen), heb ik hier wat interessante dingen bijeen gezet.
Sommige zaken heb ik naar hier gekopieerd, andere heb ik gewoon van het scherm af gefotografeerd van officiële websites omdat het kopiëren niet lukte (beschermd?). De layout van dit blog lijkt nergens op, ik weet het. Maar het belangrijkste nu is de info bij iedereen die daar behoefte aan heeft rond te krijgen.

Wat ik hiermee doe: ik zorg dat ik ze bij me heb (liefst uitgeprint, dat is handiger), zodat ik in geval van controle hierop kan terugvallen. Ook in mijn auto: een attest van de huisarts van mijn moeder dat ik haar mantelzorger ben. Van onschatbare waarde gebleken tijdens de grenssluiting in het voorjaar. Ik heb daarvoor een vraag gemaild naar die huisarts en een halfuur later had ik het attest per mail thuis. Afprinten en het document bijhouden, want de hemel mag weten hoelang we het nog nodig gaan hebben!
Wie dit handiger vindt, mag van mij gerust dit blog op zijn/haar smartphone of tablet meenemen. Dat scheelt een berg papier.

1) Reis naar België:

U vindt hier(externe link) het verplichte terugreisformulier (Passagier Lokalisatie Formulier).

ALLE reizigers naar België, ongeacht het gekozen transportmiddel, moeten ten vroegste 48 uur voorafgaand aan de aankomst in België het Passagier Lokalisatie Formulier invullen.

Dit moet altijd ingevuld worden als u met het vliegtuig of per boot naar België reist (geen uitzonderingen).

Dit moet niet ingevuld worden als u met een ander transportmiddel (trein, bus, wagen, enz.) reist EN

a) minder dan 48 uur in België blijft.
OF
b) terugkeert naar België na een verblijf in het buitenland van minder dan 48 uur.

Voor vragen omtrent het Passagier Lokalisatie Formulier, de covid-test en quarantaineverplichting in België, raadpleeg de website https://www.info-coronavirus.be/nl/(externe link) of contacteer de FOD Volksgezondheid(externe link) via telefoon 0800 14 689 of mail naar info.coronavirus@health.fgov.be(link stuurt een e-mail).

2) Bezoek tijdens de feestdagen:

Dit komt van de vrt-website, waar ze een opsomming gegeven hebben van de huidige maatregelen.

.3) En dan is er nog die comedie met die testen:
Op de site van Omroep Zeeland staat het volgende :

“Maar wat in eerste instantie niet duidelijk was, ook niet voor Veiligheidsregio Zeeland (VRZ), de Zeeuwse overheidsinstantie die als het om de coronamaatregelen gaat de contacten onderhoudt met onze zuiderburen, was dat het alleen gaat om bezoeken die langer duren dan 48 uur. Meerdere Belgische media meldden dat eerder vanavond al, maar het staat nog altijd niet vermeld op de officiële Belgische overheidswebsites als crisiscentrum.be en info-coronavirus.be.

Inmiddels heeft de VRZ naar eigen zeggen wél die toezegging gekregen van de Belgische overheden. Wie dus de grens over moet voor werk of voor een bezoekje aan familie of vrienden en binnen die periode van 48 uur weer terugkeert, hoeft dus geen negatieve coronatest te tonen.”

Vogelke gij zijt gevangen …

In mijn vorige blogje gaf ik wat uitleg over hoe, waar en wanneer je op fotojacht gaat en wat je – naast een camera – eigenlijk het meeste nodig hebt voor het maken van geslaagde natuurfoto’s. Nu trekken we er op uit. Ik geef onze jacht op de visarend als praktijkvoorbeeld.

Als je een tochtje gaat maken, rij/wandel je best zoveel mogelijk met de zon opzij of in de rug. Als het tegen de middag gaat, heb je bovendien geen slagschaduwen, dus weinig of geen dieptezicht meer en de zon trekt alle kleur weg uit het beeld. Tijdens de zomer fotografeer ik meestal alleen vóór 11:00 en na 16:00.

Het bekende “blauwe uurtje” (vóór zonsopgang) en “gouden uurtje” (na zonsondergang) zijn prachtig voor landschapsfotografie, maar bedenk wel dat de kleurweergave van objecten er sterk door beïnvloed worden. Ik ontdekte pas onlangs deze app: https://www.zon-op-onder.nl/golden-hour
Je kan de ruiter op de plaats zetten waar je wil gaan fotograferen en dan geeft hij aan wanneer daar het gouden uurtje van die dag valt.

De ingevoegde foto’s zijn de originelen. In een volgend blogje laat ik zien hoe een goedgekozen uitsnijding of een minimale licht/kleurcorrectie al een heel andere foto laten zien.

Ik heb er ook de tijdstippen bij gezet, puur om een tijdlijn te laten zien van de periode die je vaak moet uittrekken voor één enkele foto, maar ook wat je in de tussentijd allemaal kan zien en doen. Bij de uitrusting van de natuurfotograaf zit dus ook (en vooral!) een hoop geduld. En lukt het vandaag niet, dan proberen we het een andere keer. Soms moet je jaren wachten op dat éne beetje geluk.

Op jacht.
Omdat de vorige twee dagen niet erg succesvol waren, hebben we besloten om te gaan posten in de uitkijktoren aan Luntershoek. We willen niet het risico lopen dat de post al door tig vogelaars bemand is, dus vertrekken we op tijd. Met een flinke dosis geluk is ons fotomodel in de buurt en kiest hij één van zijn favoriete dode boomtoppen uit. De kans bestaat uiteraard dat hij vandaag net die boom kiest waar we onderlangs moeten om onze stek te bereiken, maar dat moet dan maar.

Bij aankomst rond 9:30 geen visarend. We pakken onze spullen (statief, zandzak, camera en 300 mm, plus onze verrekijkers) en gaan richting onze uitkijkpost. In het weggetje krijgen we het gezelschap van een torenvalk die op een weidepaaltje gaat zitten (09:43). Toch maar even rustig alles op de grond leggen en de camera richten:

De belichting is niet optimaal, maar daar kunnen we later nog wel iets aan doen. Ook de uitsnijding zal veel aan de foto toevoegen. Maar dat is dus voor blogje 3.

Hoe later de visarend komt opdagen, hoe ongunstiger het gaat zijn voor het maken van foto’s, want dan gaan we tegen de zon in kijken en zie je nog enkel een silhouet. Denk dus altijd even na over je standpunt of kijkrichting in functie van de zon. Soms heb je dat niet helemaal in de hand, natuurlijk. Ook een object dat afgetekend tegen de lucht zit, roept dat probleem op.

We hebben het statief opgesteld op het platform en wachten geduldig af. Intussen is er in de omtrek van alles te zien: de hooglandrunderen verder weg worden bijgevoerd, dat levert wat commotie op aan de bosrand en daardoor komen twee reeën onze kant op. Omdat we in de hoogte staan, ruiken ze ons ook niet direct. We hebben dus al de tijd om zo geluidloos mogelijk (in die houten kijkhutten maak je altijd meer gerucht dan je wil) de zandzak op de rand van de toren te leggen om de camera op te steunen (10:06):

De dieren zitten vrij dichtbij, en we krijgen ze scherp in beeld, maar de omgeving ziet er te onrustig uit. Dat is een probleem dat we bij de montage moeten aanpakken.

Om 10:21 is er even opwinding: een roofvogel gaat op een dode boom zitten! Maar we zien algauw dat het niet onze superster is. Wat is het dan wel? Foto’s zijn vaak een goed middel om thuis rustig de naslagwerken er bij te pakken voor naamgeving. En als je er niet uit geraakt, kan je nog altijd de waarneming mét foto aanmelden en raad vragen aan de specialisten.

Het is wringen in alle bochten om de vreemde vogel in de zoeker te krijgen, maar het lukt. Nu maar hopen dat het beeld scherp genoeg is om te vergroten tot we duidelijk de kenmerken zien.

10:29 en nog steeds geen visarend. Maar wél een heel elegante verschijning die komt aanvliegen, snel daarna gevolgd door nog 10 soortgenoten: een grote zilverreiger:

Groot genoeg om iets mee te doen, maar als totaalbeeld is dit niet erg aantrekkelijk.

10:32 en een zacht, vol gegak klinkt vlak boven onze hoofden: een setje grote Canadese ganzen vliegt net langzaam genoeg om de camera met de loodzware lens omhoog te richten. geen tijd om nauwkeurig scherp te stellen: niet geschoten, altijd mis en digitale foto’s kosten geen geld.

Qua scherpte valt dat dus dik mee. Maar er zijn dieren aangesneden.

10:34. Een jonge putter en een pimpelmees komen vlakbij in een struik naar ons zitten kijken. Door de zware lens kan ik ze niet allebei scherp krijgen. Ik kies er één en de ander verdwijnt op de achtergrond. Omdat ze rustig zitten, krijg ik de kans om ook de andere eens scherp te fotograferen. We zoeken thuis wel uit wat er van gelukt is.

Hier is het dus de pimpel die scherp gehouden is. Maar door de wazige, héél aanwezige achtergrond is het beeld weinig aantrekkelijk.

10:37 en we hebben eindelijk geluk!!! In de top van de dode boom zien we het ons bekende silhouet van ons fotomodel. Het statief stond al klaar, enkel de voet van de camera er in klikken en hopen dat dat malle beest blijft zitten. Omdat de trillingen van de spiegel via het statief en de toch niet echt stabiele ondergrond van een houten platform het beeld onscherp maken, hebben we die vast opengeklapt (kan niet bij alle toestellen), de scherpstelling gebeurt via het scherm op de achterkant van het toestel ipv door de zoeker.

Wat is ie klein! Als dat maar goed komt!

En dàt, lieve kijkbuiskinderen, zien we morgen, in de virtuele DOKA.

Te leuk om nièt te doen …

Bij een collega-blogger vond ik dit ideetje. Ik kon er niet aan weerstaan, ondanks dat ik niet van plan was om te bloggen vandaag.

 

Something to wear      Famous blue raincoat / Leonard Cohen
Something to drink     Gi’me a bottle o’ rum  /  Billy Holiday
A place     Zoutelande  /  Blöf (vond het juiste letterteken niet)
A food      Ene me hesp en ene me kees  /  Big Bill (efkes “gepoterd”, titel viel direct in mijn hoofd, maar had geen flauw gedacht wie dat ooit gezongen had))
An animal     The lion sleeps tonight / the Tokens (die heb ik wel even opgezocht)
A number     16 tons / Tennessee Ernie Ford
A color     Lady in red /  Chris de Burgh
A girl’s name     Sweet Caroline / Neil Diamond
A boy’s name     Ben / Michael Jackson
A Profession     If I were a carpenter  / Tim Hardin
Day of the Week     Never on sunday / Melina Mercouri

Oorlog in de keuken …

Op diverse blogsites, in de pers, op alle mogelijke fronten worden wij tegenwoordig (terecht!) aangemaand de vleesconsumptie te temperen. Vooral rood vlees schijnt de boosdoener te zijn. Waarbij ik me (al dan niet terecht) afvraag of de andere vleessoorten zó veel milieuvriendelijker gefokt worden. Alleszins niet diervriendelijker als je het mij vraagt.

Maar soit, deze week las ik volgende vuistregel (vraag me niet meer waar, want dat ben ik vergeten): eet per persoon niet méér dan 500gr vlees per week, waarvan maximaal 300gr rood vlees. Met in het verlengde een pleidooi om ons wat meer te verdiepen in culinair beter onderbouwde recepten voor vleesvervangers, dan enkel “opwarmen en tussen de wokgroenten gooien”.

Nu is de vleesconsumptie ten onzent al – zonder ecologische drijfveren – een flink stuk verminderd. Als 65+sser heb je nu eenmaal niet zoveel eiwitbehoefte meer. Het verbiedt zichzelf, want ingaan tegen het gezonde verstand wordt algauw afgestraft met een protesterende maag en aanverwante.

Koop ik veel vleesvervangers? Nee. Ik breng er af en toe wel eens een mee, meer uit nieuwsgierigheid dan uit grote trek. Om te beginnen zitten ze onveranderlijk in een serie plastic folies, net als het vlees, dus hoe ecologisch is dàt? Bovendien heb ik een bloedhekel aan de aandrang van de producent om “het” dan te benoemen als “vegetarische kippenblokjes”, “vegi préparé”, “plantaardig gehakt”, … Schrijf er gewoon op wat het is, verdorie. Je moet dat niet wegmoffelen in de onleesbaar kleine samenstelling. Als die “kippenblokjes” gemaakt zijn van tofu, zet er dan “tofublokjes” op. Die hypocrisie bederft mijn eetlust.

Hebben wij ten onzent voortdurend ruzie in de keuken (ref. de titel van dit stukje)? Nee, hoor. Waar slaat het dan wél op? Op wat wij – indachtig de door mijn schoonmoeder en mijn grootmoeder, allebei zaliger gedachtenis- gebruikte keukenterm verstaan onder “oorlogse kost”. Zo af en toe komt hier zo’n gekoesterd recept op tafel. Gekoesterd, niet omwille van de destijds schrijnende noodzaak, maar omdat we het allebei lekker vinden en dus in ere willen houden. En dat het milieu er ook een beetje beter van wordt, is mooi meegenomen. Helemaal onschuldig is het niet, maar als we ons daartoe zouden beperken zouden we verhongeren. De eierproductie is ook niet erg milieuvriendelijk en afgelopen week moest ik met Jeppe naar de dierenarts omdat hij een kopervergiftiging had opgelopen op een akker biopatatten …

Gisteren was het weer zover: gekookte “mousse” patatten (kruimig kokend staat er op de plastic verpakking) met sperzieboontjes, hardgekookte eieren en “zoetemelksaus”. Gegarandeerd dat we achteraf alle twee met een overladen gevoel van tafel gaan.

Een paar weken geleden (tijdens de warmere dagen), kwam er een variante op tafel. De boontjes zagen er uit als en smaakten naar sla en de zoetemelksaus zag er uit als en smaakte naar azijnsaus. Geen kost voor in een “vijf streken”-restaurant, want het is de bedoeling dat je het zootje prakt en goed onderéén husselt. Het ziet er niet uit, maar wat het inboet aan plating up heeft het aan smaak in overvloed.

Er zijn nog tig varianten beschikbaar: spinazie- of andere stoemp met ajuinsaus (hier is er dan wel niet direct een eiwitbron bij betrokken, tenzij je de stoemp oppept met veel melk, een ei of wat en een kluit boter à la Meuske).

Bij mijn grootmoeder leerde ik nog een paar andere oorlogsmenu’s kennen, maar die komen hier minder aan bod.

Het eerste – en daar was ik van de twee het meeste op verlekkerd – was een grote stapel gekookte witte bonen met een kratertje in het midden. Daar kwam een zachtgekookt ei in en dan ging er azijnsaus overheen. Geen aardappels, want in ’t stad was daar minder gemakkelijk aan te komen dan op den buiten, denk ik. Het prakken was ook binnen de stadsmuren bekend. Een meer winterse plat préféré, want het verdient aanbeveling om ’s nachts goed ingedekt en met het deken stevig onder de kin toe getrokken in bed te liggen. Anders word je in uitgesteld relais toch nog slachtoffer van oorlogsgas. Het kan natuurlijk een onschuldig ogende manier zijn om een echtelijke moord te plegen, mocht je daar aan toe zijn …

Het tweede is “rijstenbrij met siroop”. Ik weet begot niet hoe ze het klaarmaakte. Het was ook zo lekker niet dat ik per sé het recept wou bewaren. Volgens mij werd de rijst gekookt in verdunde melk tot die helemaal opgeslorpt was, met een flinke snuif zout erin.  En alweer: een berg op je bord met een kuiltje erin en daar werd dan kandijsiroop in gegoten uit zo’n plastic (!) pakje waar een hoekje van afgeknipt was. En dan moest je “de dijken breken” om dat donkerbruine goedje te laten doorlopen. Niet zo mijn ding, want zoetigheid en zelfs als kind was ik daar geen grote voorstander van.

Ach, zo lang de oorlog beperkt blijft tot de kookpotten en het blijft een vrije keuze, is er niets aan de hand, toch? ’t Kan maar smaken, af en toe …

Layout uitgelegd …

Een uur of wat geleden las ik Djaktief’s uitroep en reageerde dat zij zich vooral zélf goed moet voelen bij haar nieuwe blogbehangetje. Waarbij ik mij realiseerde dat ik bij de vorige makeover van mijn eigen blog ook niet 100% overtuigd was, maar mezelf de tijd wou gunnen om te wennen.

Die makeover is nu alweer even geleden, ik ben wel gewend aan het uitzicht, maar onverdeeld tevreden voelde ik me toch niet. Hoewel de volledig uitgeschreven inhoud van de pagina’s (in de zijkant en niet als uitklapper onder de titel) voor een aantal nieuwe nieuwsgierigen zorgde, was ik niet gelukkig met die ellenlange opsommingen in de kantlijn. Categorie, tags, reacties en bewerken stonden ook ergens onhandig te wezen onderaan.

Bij deze heb ik dus mijn eigen advies gevolgd en ben weer op zoek gegaan naar een kakelvers behangetje. Het was even uitproberen, naast elkaar leggen, dumpen, overhouden en weer vergelijken. Nadrukkelijk gekleurde achtergronden komen voor mij al niet in aanmerking. Vaak hebben ze ook nog gekleurde tekst en dat bevordert de leesbaarheid niet. Bovendien vind ik het huidige “Lovecraft” wel fris ogen. Het fijne lijntje rond de foto’s maakt het àf. De header moet nog aangepast worden. Misschien volstaat het een andere uitsnijding te kiezen. Het andere uiterste is dat ik mijn fototoestel neem om te gaan koppensnellen. Of het wordt graven in de digitale fotodoos. We zien nog wel.

Hopelijk hebben jullie er evenveel plezier van als ik …

Eerste keer dít, laatste keer dàt …

Het grote in between is aan de gang. .

Hoewel de overdracht van ons nieuwe huis op vraag van de verkopers pas op 2 januari doorgaat en niet op 30 december, is er al veel in voorbereiding. Vloertegels gekozen en afspraken gemaakt met de aannemer. Een BSN-nummer aangevraagd in Terneuzen (soort rijksregisternummer, zodat de overheid ons weet te vinden om het geld uit onze zakken te kloppen: ’t is overal hetzelfde hoor). Nieuwe telefoonnummers komen in het geheugen van de gsm’s. Het eerste brood en vlees zijn gekocht in de nieuwe buurtwinkels, de supermarkt wordt de volgende test. Misschien moeten we zo snel mogelijk ook eens op een woensdag ginds naar de markt gaan in plaats van hier. De marktdag is dezelfde, dus dat kan al niet voor vergissingen zorgen.

En intussen de laatste klusjes in ons oude huis afwerken. De verfkwasten kunnen nu stilaan verdwijnen: gisteren zijn de foto’s gemaakt voor de immobrochure. In de garage staan (gevaarlijk!) verhuisboxen broederlijk naast rommel die naar het afvalpark moet. Heel bewust gekozen om “te verhuizen” in plastic bakken te steken en niet in kartonnen dozen. Mijn vader heeft zo ook eens na een verbouwing mijn moeder haar “schoon servies” bij het bouwafval gemikt. Toen ik maanden later de soepterrine niet vond tussen het steengruis, was het kot te klein. 🙂

Zo gauw we de sleutel hebben, kunnen we één of twee keer per week al wat wegbrengen. Een koffiezetmachine die één dezer de geest gaat geven, kan bijvoorbeeld daar nog die paar kopjes koffie zetten, die we zullen nodig hebben als we ginds gaan klussen. Die paar kopjes van een oude reeks die nog achter in een kast stonden, zitten al mee in de bak. Ik zal er maar een flessenopener bij steken (en stiekem een fles om er mee open te maken als we daar aankomen 😉 ). Een paar glazen die we hier kunnen missen heb ik ook al ingepakt.

Maar eerst even onze gekraakte ruggen laten bekomen en een laatste kerst en nieuwjaar vieren op de plaats waar we dat 40 jaar gedaan hebben. Heel bewust alleen met z’n tweetjes, zoals de eerste keer…

Echt…?

Ik heb het een beetje gehad met Texel en honden! Vanmorgen in het bos aan de Kwekerijweg een Duitse familie tegengekomen met een soortement mastief. Zij vroeg of die van mij een reu was en dat die van haar daar niet mee kan.

Ik lijn Jeppe aan om hem een andere kant op te sturen maar te laat. Die hond zat bovenop hem met zijn muil rond Jeppe’s keel. Ik heb dat monster vastgegrepen, gewurgd (voor zover mijn handen groot genoeg waren) en hem van Jeppe afgeschopt (heb nu een hernia van die forse bewegingen). Gelukkig zat Jeppe’s lijn nog om mijn pols, want anders was die zo de drukke straat opgerend.

En haar reactie? “Ik heb je nog gezegd dat die van mij niet met andere reuen kan.” Ja, deuh, ik kan niet zo snel een transgenderoperatie uitvoeren hoor, goudvis! Heb haar toegebeten dat als hààr hond niet met andere kan, zij hààr hond moet aa nlijnen en niet andersom. “Ja, maar hij moest toch tussen de struiken zijn gevoeg doen?” (anders moest ze de stront oprapen, dus) Je zou moeten weten hoeveel lopende meters mijn hond kan schijten terwijl hij aangelijnd is!!!

Haar (zijn?) moeder stond te huilen en ik hoorde duidelijk dat dit niet het eerste incident was. Een lijn alleen is dus niet eens een oplossing, een muilkorf zou er niet bij misstaan. En een heropvoedingscursus voor de eigenaars.

Echt, ik heb het hier zo’n beetje gehad. De volgende vakantie zal op Terschelling zijn. Daar hebben we in 20 jaar met 2 honden nooit zoiets voorgehad. Ik zet geen voet meer op dit eiland. Jamais!

Màn, ik ben píssig!!!!!!