Eerste keer dít, laatste keer dàt …

Het grote in between is aan de gang. .

Hoewel de overdracht van ons nieuwe huis op vraag van de verkopers pas op 2 januari doorgaat en niet op 30 december, is er al veel in voorbereiding. Vloertegels gekozen en afspraken gemaakt met de aannemer. Een BSN-nummer aangevraagd in Terneuzen (soort rijksregisternummer, zodat de overheid ons weet te vinden om het geld uit onze zakken te kloppen: ’t is overal hetzelfde hoor). Nieuwe telefoonnummers komen in het geheugen van de gsm’s. Het eerste brood en vlees zijn gekocht in de nieuwe buurtwinkels, de supermarkt wordt de volgende test. Misschien moeten we zo snel mogelijk ook eens op een woensdag ginds naar de markt gaan in plaats van hier. De marktdag is dezelfde, dus dat kan al niet voor vergissingen zorgen.

En intussen de laatste klusjes in ons oude huis afwerken. De verfkwasten kunnen nu stilaan verdwijnen: gisteren zijn de foto’s gemaakt voor de immobrochure. In de garage staan (gevaarlijk!) verhuisboxen broederlijk naast rommel die naar het afvalpark moet. Heel bewust gekozen om “te verhuizen” in plastic bakken te steken en niet in kartonnen dozen. Mijn vader heeft zo ook eens na een verbouwing mijn moeder haar “schoon servies” bij het bouwafval gemikt. Toen ik maanden later de soepterrine niet vond tussen het steengruis, was het kot te klein. 🙂

Zo gauw we de sleutel hebben, kunnen we één of twee keer per week al wat wegbrengen. Een koffiezetmachine die één dezer de geest gaat geven, kan bijvoorbeeld daar nog die paar kopjes koffie zetten, die we zullen nodig hebben als we ginds gaan klussen. Die paar kopjes van een oude reeks die nog achter in een kast stonden, zitten al mee in de bak. Ik zal er maar een flessenopener bij steken (en stiekem een fles om er mee open te maken als we daar aankomen 😉 ). Een paar glazen die we hier kunnen missen heb ik ook al ingepakt.

Maar eerst even onze gekraakte ruggen laten bekomen en een laatste kerst en nieuwjaar vieren op de plaats waar we dat 40 jaar gedaan hebben. Heel bewust alleen met z’n tweetjes, zoals de eerste keer…

Advertenties

Echt…?

Ik heb het een beetje gehad met Texel en honden! Vanmorgen in het bos aan de Kwekerijweg een Duitse familie tegengekomen met een soortement mastief. Zij vroeg of die van mij een reu was en dat die van haar daar niet mee kan.

Ik lijn Jeppe aan om hem een andere kant op te sturen maar te laat. Die hond zat bovenop hem met zijn muil rond Jeppe’s keel. Ik heb dat monster vastgegrepen, gewurgd (voor zover mijn handen groot genoeg waren) en hem van Jeppe afgeschopt (heb nu een hernia van die forse bewegingen). Gelukkig zat Jeppe’s lijn nog om mijn pols, want anders was die zo de drukke straat opgerend.

En haar reactie? “Ik heb je nog gezegd dat die van mij niet met andere reuen kan.” Ja, deuh, ik kan niet zo snel een transgenderoperatie uitvoeren hoor, goudvis! Heb haar toegebeten dat als hààr hond niet met andere kan, zij hààr hond moet aa nlijnen en niet andersom. “Ja, maar hij moest toch tussen de struiken zijn gevoeg doen?” (anders moest ze de stront oprapen, dus) Je zou moeten weten hoeveel lopende meters mijn hond kan schijten terwijl hij aangelijnd is!!!

Haar (zijn?) moeder stond te huilen en ik hoorde duidelijk dat dit niet het eerste incident was. Een lijn alleen is dus niet eens een oplossing, een muilkorf zou er niet bij misstaan. En een heropvoedingscursus voor de eigenaars.

Echt, ik heb het hier zo’n beetje gehad. De volgende vakantie zal op Terschelling zijn. Daar hebben we in 20 jaar met 2 honden nooit zoiets voorgehad. Ik zet geen voet meer op dit eiland. Jamais!

Màn, ik ben píssig!!!!!!

Upside down …

De afgelopen weken was het hier al stilletjes op dit blogje. Dat gaat de volgende maanden nog niet zo direct veranderen. Inspiratie genoeg, maar nog niet rijp voor de openbaarheid. Drastische veranderingen, veel fysieke arbeid voor de boeg en dat gaat niet meer zo snel als vroeger, misschien dromen die uitkomen. Misschien wordt ons wereldje wel op zijn kop gezet. Of net niet.

Dit blogje gaat dus in een soort zomerslaap. Hopelijk is er tegen het najaar al wat meer klaarheid. Mogelijk is er in de tussentijd toch een opstoot van schrijfkoorts. Of wordt er een definitief punt achter dit blog gezet. Wie zal het zeggen?

Ik wens iedereen een fijne zomer toe. Intussen blijf ik wel mijn blogrol afschuimen en hier en daar even meepraten.

Letters from Spain …

Of eigenlijk: FB-berichtjes. Maar dat bekt niet zo.

Ik wil de lezer dezes al wel waarschuwen: niets in dit blogje is verzonnen, want geen weldenkend mens zou hier ooit op komen. Maar het is wél de waarheid, die ik eventueel zou kunnen staven met bewijzen, ware het niet dat ik dan ongewild en ongevraagd iemands ID zou kunnen prijsgeven, dus dat doe ik niet.

Een (voor mij onbekend en niet terzake doend) aantal jaren geleden was er eens een jongedame, die in ons dorp opgroeide, de liefde van haar leven ontmoette en met hem naar Spanje trok, alwaar ze een eigen zaak begon. Ze had al een stel honden, die door een welwillende buurvrouw verzorgd werden als ze op familiebezoek naar België kwam.

Toen vond ze een leuk straathondje, dat met graagte dagelijks zijn portie eten kwam opeten aan haar deur, maar omdat de buurvrouw het niet helemaal zag zitten om nog een derde hondje te verzorgen in haar afwezigheid, bleef het bij deze beperkte omgang. Een oude buurman nam de maaltijdservice over als dat nodig was. En Bobby (zo heette het hartenbrekertje) gedijde goed.

Toen  verdween Bobby plots en er werd geen spoor meer van hem gevonden. De oude buurman ontdekte dat Bobby was opgepakt tijdens een “straathondenschoonmaak” en naar een asiel was gebracht. De dame kende maar al te goed de bedenkelijke reputatie van het asiel en kon niet snel genoeg achter schattige Bobby aan gaan om hem terug te krijgen, wat blijkbaar niet eens zo vanzelfsprekend was. Maar het lukte en om te voorkomen dat het verhaal zich zou blijven herhalen, nam de dame Bobby mee naar België waar ze een gezin kende dat bereid was hem een gouden mandje te bezorgen. Dit alles niet voordat ze hem – samen met de buurman – nog vijf weken verzorgd had om de bijtwonden en tekeninfecties te genezen die hij in het horrorasiel had opgelopen en terug wat vlees aan zijn ribbetjes te krijgen. Die dierenhel is trouwens inmiddels gesloten toen de buitenwereld lucht kreeg van de beschamende toestanden aldaar. Honden aten honden en als dat niet lukte katten. Het ongedierte tierde weliger dan het eten.

De nieuwe baasjes hadden een grote tuin en hoopten dat Bobby snel goede maatjes zou worden met de honden die ze al hadden. Maar op één of andere manier wilde het maar niet lukken. Had hij schrik van zijn speelkameraden of heimwee naar de vrijheid van het straatleven? Feit is, dat Bobby – die inmiddels Kastaar heette – bij elke gelegenheid op de loop ging, een aantal katten vermoordde en zelfs kans zag een auto te mollen. Zijn baasjes kregen de politie over de vloer en dat was nu net de spreekwoordelijke druppel. En zo kwam Kastaar opnieuw in een asiel terecht. Gelukkig voor hem was dit geen horrorkot zoals eerst, maar had hij daar een hok voor zich alleen, waar niemand zijn eten pikte en hij rustig kon slapen zonder voortdurend op zijn hoede te moeten zijn.

En toen – op 22 juni vorig jaar om precies te zijn – kwamen daar twee mensen binnen die hem wel lief vonden en hem mee namen. Kastaar werd Jeppe.

Omdat zijn nieuwe vrouwtje wel nieuwsgierig was naar zijn levensverhaal – al was het maar om zijn onzekerheden en angsten te kunnen begrijpen en hem ervan te kunnen genezen – ging ze op zoek op internet of ze toch ergens de naam uit het adoptieboekje kon terugvinden. A long shot in the dark. Maar kijk: er was een oude link naar een FB-berichtje waarin gemeld werd dat Kastaar (weer eens) ontsnapt was. Vrouwtje vond er niks beters op dan een berichtje achter te laten met de melding dat Kastaar nu Jeppe geworden was, een nieuwe thuis gevonden had en het weglopen aan het verleren was.

Er gebeurde niks meer op internetvlak, tot er vanmorgen opeens een berichtje in de FB-postbus stak. Er is de afgelopen uren al behoorlijk over en weer gemaild, er zijn foto’s en filmpjes uitgewisseld (want het Belgisch/Spaanse vrouwtje dacht nog vaak aan Bobby/Kastaar/Jeppe) en zo is nu de cirkel rond. Jeppe woont in het dorp waar zijn eerste vrouwtje vandaan komt. Geen enkele scenarist die zoiets zou durven verzinnen.

Uit de (zéér) oude doos …

Via deze link en een paar dagen eerder ook al dankzij dit blog kwam ik bij deze uitdaging terecht. Nu ben ik niet zo van de stokjes en uitdagingen, maar zo af en toe is er eentje bij waar je gewoon niet aan kan weerstaan. Gewoon al omdat het je bijna onmogelijk toeschijnt om de queeste tot een goed einde te brengen.

Voor mij betekent dat dus een retro-beweging naar the early fifty’s en de tijd van de “radio pickup’s” à la

pickup

Het radio-gedeelte werd ten onzent vooral gebruikt voor “het nuus”. Als het tijd was voor muziek dan waren dat meestal – of bijna uitsluitend – Amerikaanse crooners, musicals etc. Mijn ouders waren daar helemaal wild van (voor zover die muziek dat toelaat) en die platen (waaronder nog een hele hoop 78-toeren, singelkes en epeekes) werden letterlijk grijs gedraaid. Ik kan nu nog de meeste van die liedjes meezingen. If you can’t beat them, … 

Zelf had ik vooral hart voor wat meer jazzy nummers en godzijdank zaten er zo toch ook een paar bij. En ik word nu nog altijd vrolijk van dit nummer.