Een uurtje natuur …

De dagen beginnen vroeger en vroeger. Tenminste, het daglicht is elke dag een beetje vroeger van de partij. Een paar weken geleden had de kerkklok al acht slagen laten horen en dan was de lucht nog behoorlijk donker. Vanmorgen haalde ik de rolluiken op iets na halfacht en de straatlantaarns hadden allang het monopolie niet meer. Leuk!

De voormiddag was nog voornamelijk gevuld met taken allerlei, plus (en dat vind ik geen taak, maar een heerlijk moment) een fikse wandeling met Jeppe. We kregen het gezelschap van basset Bengel en zijn vrouwtje en met z’n vieren genoten we van de zon en de toch wel strakke koude wind in onze gezichten.

Terug thuis had ik helemaal geen zin in een bord snert. In de plaats zette ik een eerste “kouwe pla” op tafel. Die erwtensoep komt heus nog wel eens van pas de eerstvolgende weken, maar vandaag was ik helemaal in lente-modus.

Na de middag hield de zon stand, ondanks de eerder sombere voorspellingen van de weermannen en -vrouwen gisteren. De vaat werd gauw geklasseerd (werk loopt niet weg) en Manlief, Jeppe, ikzelf, onze kijkers en fototoestellen werden in de auto geschikt. Ons vaste ritje vanaf Perkpolderhaven, langs de Zeedijk tot Zeedorp, dan richting Hengstdijk en zo naar huis. De tellertjes moesten hard werken, want er was heel wat te zien: brandganzen, kolganzen, grauwtjes, smienten, wulpen (dit jaar is het jaar van de wulp), scholeksters, bergeenden, … We kwamen ogen tekort.

Het weekend van 16/17 februari worden er voor Sovon weer ganzen en zwanen geteld en, de ervaring van de midwintertelling indachtig, reden we even bij de doe-het-zelf langs om een ramenwissertje aan te schaffen. De ruitenwissers van de auto hebben namelijk de onhebbelijke gewoonte de zijramen over te slaan. Gevolg: als het regent, is het moeilijk om zijdelings te kijken of er ergens groepen vogels zitten. Met dat “aftrekkertje” kunnen we af en toe wat meer zichtbaarheid creëren (hopen we). Terwijl Manlief die aankoop voor zijn rekening nam, stak ik snel de straat over naar het Parkje Hof te Zande om mijn belofte van vorig blogje na te komen.

Een wit-met-groen vasttapijt bedekt “kamerbreed” het bosgedeelte van het parkje.

sneeuwklokjes Parkje Hof te Zande 2019 (1)

Niet verwonderlijk dat ik vorige week vanaf een afstand dacht sneeuw tussen de bomen te zien, toch?

sneeuwklokjes Parkje Hof te Zande 2019 (3)

Tussen de tienduizenden sneeuwklokjes dienen zich reeds andere voorjaarsbloeiers aan. De grote witgeaderde bladeren zijn van de gevlekte aronskelk.  Nog even wachten en zij laat ook haar bloemenpracht zien.

sneeuwklokjes Parkje Hof te Zande 2019 (2)

Wie wordt nu niet vrolijk van zo’n helder ruikertje? Ik anders wél!

sneeuwklokjes Parkje Hof te Zande 2019 (5)

Advertenties

Nog geen nieuwe lente …

… maar alvast een nieuw begin.
Al hangt de lente toch écht wel al een beetje in de lucht, soms zelfs letterlijk. De ochtenden zetten vroeger in en ’s avonds is het al een vol uur langer licht.

Twee weken geleden zag ik op een wandeling al wilgenkatjes en hoorde (en zag) ik een grote bonte specht roffelen. Deze week kon de extra sneeuw niet verhinderen dat een groene collega zijn hinnikende lachje liet horen.

De vogels in de tuin vechten steeds minder om het eten en steeds meer om de vrouwtjes. En deze namiddag was ik getuige van de eerste verleidingsmanoeuvres van een buizerdtarsel rond de boom waar een stevige buizerdvrouw in zat. Eerst speelde ze nog een beetje hard to get, maar na een paar minuten was ze toch al in voor een kort duovluchtje, vreugde(?)kreetjes incluis.

En toen ik een paar dagen geleden met hond Jeppe een rondje maakte richting Zandehofparkje, dacht ik eerst dat er nog flink wat sneeuw was blijven liggen onder de bomen. Maar dichterbij gekomen, bleken het duizenden sneeuwklokjes te zijn. Deze week maar eens van de voorspelde zonnige momenten gebruik maken om op fotojacht te gaan …

Winterbeelden …

Bij zo’n titel denkt bijna iedereen meteen aan maagdelijke sneeuwlandschappen en glinsterende ijskegels aan takken en dakgoten.

Voor mij is onderstaand beeld evenzeer, zo niet nog méér, verbonden met de winter: een lucht vol ganzen. Met als het even kan ook nog het geluid erbij, maar bij deze toendrarietgansjes is dat minimaal. Zij vluchten meestal in redelijke stilte voor de winter. Vergeleken met de grauwtjes lijken ze hooguit wat binnensmonds te mompelen.

Sinds dit weekend zijn ze in de velden achter ons huis neergestreken. Met een paar duizend wel. Een witte kerst mag er dan niet inzitten, maar ik heb toch al warme sjaals en mutsen klaargelegd. Wie weet van januari brengt …

 

vlucht rietganzen 19dec18

Edelman, bedelman …

Van spreeuwen is het bekend dat ze in de lente te vrijen gaan in een afgetrapt kostuum. Als een stelletje schooiers.

Maar om deze tijd van het jaar zitten ze stijf in het pak. Pas geruid, fris opgedaan. Echte sinjeurs. Al gedragen ze zich niet echt als dusdanig bij de feeders. Een stelletje boeven is het, aflappers, vechtersbazen. Niet verwonderlijk dat ze er binnen een paar maand weer armtierig bij zitten als de voorjaarskriebels beginnen …

spreeuwen op feeders (3)spreeuwen op feeders (4)

 

’t Is weer voorbij …

Niet alleen die mooie zomer, maar ook onze herfstvakantie. De koffers staan weer op zolder, de was is (bijna) helemaal uit het zicht en de dagdagelijkse routine laat zich zo stilaan weer gelden. Texel was weer zonnig, na-zomers en leuk.
Het waren maar 10 dagen, deze keer. Gebonden aan een bepaalde datum, omdat we per sé de cursus digiscopen wilden meedoen bij de Verrekieker , moesten we tevreden zijn met de beschikbare dagen op het vertrouwde Eibernest.

We arriveerden samen met veel andere vogelliefhebbers, want net aan de vooravond van het Dutch birding weekend. De enige ontbrekenden op deze meeting waren de vogels zelf. Dat werd al snel duidelijk toen we – eens geïnstalleerd – de waarnemingen even bekeken. (Nog) geen armlange lijst, weinig rode tekst (de zeldzaamheden). De vedetten van het weekend waren óf nog niet aangekomen, óf ze waren door het goede weer meteen doorgeschoten op grote hoogte. Een eerste rondrit langs de bekende routes leverde weinig op. Ach, we komen hier natuurlijk om vogels te kijken, maar Texel heeft méér te bieden en we vinden altijd wel wat om van te genieten.

Op maandag waren veel vogelaars alweer naar huis. Wij leverden hond Jeppe af bij de dagopvang en gingen, gewapend met fototoestel, telescoop en adaptor naar de cursus. Na een korte theoretische inleiding stapten de 7 cursisten met de begeleider in het busje om het geleerde aan de praktijk te toetsen.
Digiscopen is het fotograferen met fototoestel of gsm, waarbij een telescoop als telelens gebruikt wordt. Het vergt de nodige oefening, biedt extra mogelijkheden, maar heeft ook zijn beperkingen. Omdat een telescoop door het fototoestel niet als lens herkend wordt, moeten de instellingen handmatig gebeuren, dus deze techniek is niet direct geschikt om snel te reageren op een snel overvliegende vogel, temeer omdat een telescoop door zijn omvang en gewicht niet zomaar uit de hand bediend wordt. In eerste instantie zag ik het me niet zo gauw doen, maar tegen de namiddag kreeg ik de smaak te pakken en – vooral bij een kijkhutbezoek – ga ik het toch zeker nog doen. Intussen maar veel oefenen thuis, zeker.

De “Indian summer” duurde voort. Er waren dagen dat we, in de zon en uit de wind, buiten konden zitten lezen. Jeppe deed gek tijdens de strandwandelingen. Manlief huurde een fiets en trok er op uit. Zelf maakte ik een gesmaakte wandeling naar de Horsjes, en door het Kreeftenpoldertje terug naar de Horsmeertjes. Het was vroeg in de ochtend, het was er oorverdovend stil en tot een uur of 10 kwam ik niemand tegen. Zalig!

“Weinig te zien” is heel relatief, want zelfs zonder uitzonderlijke waarnemingen is er altijd wel wat te ontdekken op Texel. En de vogels die we zagen waren dan nog vaak rustig en cameragezind.

Buizerds zijn er in vele kleurschakeringen: van bijna helemaal donker tot bijna spierwit. Maar allebei deze exemplaren konden zich er niets van aantrekken dat we vlak voor hun neus bleven staan met een fototoestel in de aanslag. 

torenvalkje

Ook een torenvalk kan er stoïcijns bij zitten.

zonsopgang aan de Volharding

De zon die opgaat boven het wad: ik raak er niet op uitgekeken. 

zwarte ruiter(bis)

De zwarte ruiter. Een schuw geval, maar tijdens deze vakantie hadden we tijd en kansen te over om de soort goed te bekijken. 

watersnip

Ook de watersnippen waren goed gelukt dit jaar.

blauwe reiger

De blauwe reiger. Geen zeldzaamheid, maar altijd fotogeniek.

de Geul ontwaakt

De Geul bij dageraad. 

overvliegende ganzen aan westelijk Horsmeertje

De ganzen komen uit hun slaapplaatsen. Hun gegak is onlosmakelijk verbonden aan de herfst.

duinen bij de Horsjesduingras in tegenlichtdriedistel

 

 

 

 

 

 

Ringeding ding …

Voor de laatste keer, dit jaar, op pad met de vogelringers van het Zeeuwse Landschap:

Ringeding ding …

Vogelringen.  Waarvoor, in godsnaam? Wat is er de charme van om als grote mens, met – hopelijk verhoudingsgewijs – grote handen, aan zo’n klein, fijn, nietig bolletje pluimen te zitten friemelen om zo’n onnozel ringetje rond dat luciferpootje te krijgen? Je zou eens moeten weten hoeveel lettertjes en cijfertjes er staan op een ringetje dat je amper kan zien, laat staan vasthouden! Die moet je dan nog kunnen aflezen ook, om in te voeren in de bestanden van het Vogeltrekstation dat alle gegevens bijhoudt.

Ringeding dingetjes

Een hele rits ringetjes van de kleinste maat (2,2mm, dat is de diameter van zo’n prutsje).

Met deze ring _

“Met deze ring …”

Vandaag was de laatste Open Vogelringdag en vorige keer had ik al afgesproken dat ik er weer bij kon zijn. Tien jaar jonger, en ik zou het nog aandurven om me er ook in te verdiepen en de opleiding te volgen. Maar mijn ooit bijna legendarische vaste hand trilt intussen om zeeziek van te worden en mijn scherpe zicht wordt tegenwoordig gedecimeerd door aftakeling en spaarzame traanklieren, waardoor ik na wat geconcentreerd turen in de mist zit. Maar het volstaat ruimschoots om op andermans handen te kijken en weetjes op te slaan.

Het -oogsten- van de vangst

Het binnenhalen van de eerste “oogst” van de dag.

Knopen en nog eens knopen

Als één gek méér vragen kan stellen dan 100 geleerden kunnen beantwoorden, dan kan één kleine karrekiet méér knopen leggen dan 3 ringers en één toeschouwer kunnen losmaken. Geduld, de grootste deugd bij dit werk. 

De oogst (of de buit, zoals je wil)

Ze zijn “in ’t zak gezet”.

Wat is eigenlijk de bedoeling van het ringen van vogels? De meest voor de hand liggende reden is uiteraard om – aan de hand van terugmeldingen e.d. – te achterhalen hoe het de diertjes vergaat. Hoe ver ze doorvliegen, wanneer ze terugkomen, hoe ze het maken, … De stand van zaken per soort, zeg maar. Gaat het goed met bv. de rietzanger? Daalt het bestand tot kritische diepten of wordt er weer vooruitgang geboekt? Waar trekken onze lepelaars naartoe in de winter? Komt die scholekster, die hier vorig jaar geringd werd, dit jaar terug naar dezelfde plek om er eieren te leggen en jongen groot te brengen? Veel van die dingen kan je natuurlijk ook afleiden uit het aantal waarnemingen, dus daarvoor hoef je nog niet bij nacht en ontij vogels in de netten te vangen. Maar voor het volgen van bepaalde individuen, gedragingen en gewoonten kan het niet anders. En als je bijvoorbeeld als natuurvereniging een stuk landschap wil beheren, dan moet je wel weten hoe je moet sturen.

Schorrengebieden worden schaarser en kleiner, mede door inpoldering, dijkverstevigingen en uitdiepen van waterlopen i.f.v. scheepvaart en zo. Maar schorrengebieden zijn héél belangrijk voor veel vogelsoorten. Het zijn overgangsgebieden tussen water en land. Schemerzones, die van alles een beetje hebben. Als ze ook nog in de andere richting op de grens liggen, tussen zoet en zout water, worden ze dubbel interessant. Dan is daar echt voor elk van de vogelsoorten wat wils. Een super-supermarkt, met volle schappen met wormpjes, schelpjes en ander gescharrel. En op de koppen die niet vaak onderwater komen, groeien planten die zo af en toe wel eens natte voeten kunnen verdragen en die er niet om malen dat dat water een beetje zoutig smaakt. Ze zijn er op voorzien, weten hoe ze ermee om moeten gaan. Héél speciale flora, die dan weer de belangstelling krijgt van héél speciale insecten. Die tot het rantsoen van héél bijzondere vogelsoorten behoren, bijvoorbeeld. Zó hangt dat allemaal samen.

Maar als je die schorren maar laat betijen, dan verruigen ze mettertijd. Het begint met riet en als je lang genoeg besluiteloos toekijkt, staan er voor je het weet bomen en struiken in. En dan heb je weer een heel ander landschap. Schorren wég, rietvelden in de plaats. Die hebben ook hun eigen nut voor de (avi)fauna, als nest- en rustplaats, maar die vind je al wel dieper in de polder, dus moet je daarvoor schorren opofferen? Hoe kan je het best beheren? Maaien en plaggen, of grazers inschakelen? Wélke grazers?

Door het ringen en tellen van vogels kan je meten wat het effect is van landschapsverandering en beheer op de diverse vogelbestanden. En meten is weten. Welke soorten zaten hier vroeger? Welke soorten zijn er in de plaats gekomen na bepaalde beheersmaatregelen (niets doen is óók een beheersmaatregel!)?

De klimaatverandering brengt zo haar eigen vraagstukken mee. Van sommige soorten die normaal diep naar het zuiden trekken, heeft men intussen gemerkt dat ze al best tevreden zijn met een winters verblijf in het zuiden van Europa. En typisch zuiderse soorten hebben nu voorposten in onze contreien. Het zijn voorlopers, pioniers en zoals dat met die durfals wel vaker gebeurt, loopt het niet altijd goed af. Een strenge winter en ze leggen het loodje. Onvoldoende aangepast voedsel of onvoldoende aangepast aan het voorradige voedsel en ze kwijnen weg.
Er hangt dus veel meer vast aan zo’n ringetje dan je zou vermoeden.

Uiteraard zijn de methoden aangepast aan soort en grootte. Als je pakweg een buizerd wil ringen, zet je geen bijna onzichtbaar fijn net op. Veel vogels – ook wadlopers bijvoorbeeld- worden op het nest geringd. Wanneer de jongen groot genoeg zijn om hen een ring aan te meten die voor de rest van hun leven kan blijven zitten zonder dat het hen een poot kost, worden ze van het nest gehaald en nadien zo snel mogelijk weer terug gezet. Alles dient te gebeuren zonder de oudervogels zodanig te verstoren dat ze het nest in de steek laten.

Wat wordt er genoteerd van een geringde vogel? Uiteraard tijdstip en plaats van het ringen, het ringnummer en de soort. Is het een jonge vogel (1e kalenderjaar) of een ouder exemplaar? De vleugellengte, het gewicht, het geslacht, en eventuele andere relevante kenmerken. Er wordt ook gekeken of een (trek)vogel voldoende opgevet is. Dat zegt uiteraard iets over zijn kansen voor die enorme inspanning, maar ook over de omstandigheden van het achterliggende seizoen en vaak ook – bij jonge vogels – of hij uit een laat legsel komt.

Indeling volgens vetreserves

Voor het meten van de vetreserves wordt een nogal indiscrete methode gebruikt: de ringer blaast de buikveertjes uiteen om de “speklaag” te kunnen beoordelen.

Enkele van onze fotomodellen van de dag:

Ze laten wel weten wat ze ervan vinden

Een kleine karrekiet steekt het niet onder stoelen of banken wat hij ervan vindt. Hij krijst de hele buurt op een kluitje.

Rietgors

Een rietgorsje probeert fotogeniek te zijn (en slaagt daar heel goed in). 

Het Boze Oog

Het “Boze Oog” van de fitis.

Hoog kerstkaartgehalte, maar _

Pimpelmezen mogen dan een hoog kerstkaartgehalte hebben, ze zijn niet echt de favoriete vogel van de ringers. Ze hebben een pittig karaktertje en zijn erg vasthoudend. In elke betekenis van het woord. 

Nu heeft dat ringen maar hooguit half zoveel zin zonder terugmeldingen. Dus: als je een geringde vogel ziet en je kan zijn ring aflezen (zonder hem te verstoren!), of je vindt een geringd exemplaar dood in tuin, wegkant of waar ook, of zelfs enkel maar een ring: geef die informatie door via  https://vogeltrekstation.nl/nl/vogels/ring-gevonden . Als beloning ontvang je een email met daarin alle informatie die ze over het betrokken dier hebben. Ik heb het zelf een paar jaar geleden ook gedaan. We woonden toen nog in België, dus het werd een internationaal event. Het vervolgverhaal van die melding staat hier: https://affodilennidk.wordpress.com/2013/03/25/aan-het-eind-van-een-hectische-dag/ ,  https://affodilennidk.wordpress.com/2013/03/26/het-verhaal-gaat-verder/  en                 https://affodilennidk.wordpress.com/2013/04/28/het-doopceel-van-onze-ooievaar-gelicht/

Het loont trouwens de moeite om eens grondig te gaan snuisteren op de hele site: https://vogeltrekstation.nl/ .

Open Vogelringdag …

Maar dan moet je wel op tijd je bed uit en op de afspraak zijn bij de vogelringpost. Dat vroeg opstaan is bij mij al geen punt, want de dagen dat ik pas nà 6u uit bed ben zijn verwaarloosbaar. De haan die mij te grazen neemt, leer ik eieren leggen.

“Open Vogelringdag”, ’t is weer eens wat anders dan “Open Monumentendag” of “Open Bedrijvendag”.

Ik vind de rendez-vousplaats vlotjes en weet uit een mailtje van gisteravond hoe ik het terrein op kan en dat ik mag doorlopen tot bij de plek waar het allemaal te doen is.
Jos, Koos en Wilbert wachten mij op. Er is al een eerste keer “geoogst” en een stel wriemelende zakjes hangt intrigerend aan de haakjes van de hangardeur te wachten. Voor de ingewijden verraadt de kleur van de stof al  iets over de inhoud maar leek zijnde, kom ik niet verder dan “vogel”. Vooral over dat éne rode zakje wordt heimelijk gedaan. Daarin zit volgens de experts “een specialleke”.

Omdat collega Alex een uurtje later nog met een paar bezoekers komt,  wordt er niet te snel gewerkt, want anders hebben die niks meer te zien. Maar er kan ook niet onbeperkt getalmd worden, want dat is voor de bewoners van de zakjes niet zo goed. Er moet vooral voor gezorgd worden dat de gevangen vogels niet in de volle zon hangen.

Na een uur worden de netten nog eens gecontroleerd en wij mogen mee. Er valt niks te halen. Jos legt uit dat dit een beetje een overgangsperiode is. De nachttrekkers zijn bijna allemaal weg en als de vogel gevlogen is, kan je hem niet meer vangen. De dagtrekkers zijn nog even aan het opvetten om zo rond begin oktober hun biezen te pakken.

De witte zakjes moeten er het eerst aan geloven vanwege de stressgevoeligheid van de inhoud. Daarin worden de kleine karrekieten bewaard. Ik krijg meteen uitleg over de techniek van het ringen, het meten, wegen,  identificeren, de fijne kneepjes om sterk gelijkende soorten van elkaar te onderscheiden, … Intussen werkt stagiair Wilbert de procedure van zijn eerste gast af.

kleine karrekiet

Zakje nummer 2 (ook een wit, dus daar verwachten de ringers ook een kleine karrekiet in) zorgt voor een extra “specialleke”: een snor, verraden door zijn vleeskleurige pootjes. Ook de vorm van de staart – een mooi bruin waaiertje – is één van zijn handelsmerken.

snor
Twee zakjes, twee soorten. En er hangen nog 3 verschillende soorten zakjes, waaronder dat mysterieuze rode ding.

De hand van de stagiair-ringer gaat naar een volgend groepje: de rietzangers. En intussen krijg ik voortdurend leuke inside-weetjes over hoe je bijvoorbeeld bij bepaalde soorten kan weten of het een “1ste KJ” is. Dat is beroepsjargon voor 1ste kalenderjaar. Ringers willen nog wel eens van een vogel verlangen dat hij het achterste van zijn tong laat zien. Want jonge (1stejaars, dus) verraden zich dan met een tongmerk (2 zwarte puntjes achteraan op de tong). Geen onbetwist kenmerk voor sommige soorten, maar vaak genoeg een indicatie. Als het beestje openheid van zaken wil geven, natuurlijk.
Een ander mogelijk kenmerk van een 1steKJ: de lichte zoom aan de vleugel.

lichte zoom aan vleugel

lichte zoom aan vleugel (bis)

Nog een andere ringersterm is de “notch“. Omdat het zich moeilijk laat uitleggen en er toch een tekeningetje voorhanden is, maak ik daar een foto van. Kwestie van mijn geheugen een steuntje te geven. Die “notch” kan bijvoorbeeld vertellen of het ringetje om de poot van een grote karrekiet, dan wel van een bosrietzanger zit. Het zit ‘m in de kleinste details. Vandaar dat je als vogelwatcher vaak blij bent dat je er nog wat geluid bij krijgt. Maar dat is iets waar ringers niet op kunnen rekenen, want een vogel in een zakje heeft maar zelden zin om een recital te geven.

notch (1)

notch (2)

De blauwe zakjes zijn aan de beurt. In een gebied waar blauwborsten zich graag ophouden, is het nogal wiedes dat die stofjes voor hen gereserveerd zijn. De eerste die weer het daglicht ziet, is een mannetje. Dat wordt duidelijk als zijn oranjebruine ring over de borst zichtbaar is.

blauwborst

blauwborst bis

En dan is het eindelijk tijd voor de apotheose: de geheimzinnige rode zak. Veel gespartel, een grote ringershand die in eerste instantie de identiteit van het beestje verhult. En dan (tromgeroffel): een cetti’s zanger. Net als de voorgaande vogels behept met een naaldfijn snaveltje. Een bruin kopje, een grauwig lijfje, … Voor een niet-kenner ziet hij er – eerlijk gezegd – net hetzelfde uit als de rest (de blauwborsten niet te na gesproken). Maar in de handen van ringers (en onder hun deskundige toelichtingen) leren we toch weer wat bij. Ik was een paar jaar geleden al eens door zo’n onzichtbaar beestje beetgenomen in de Bazelse polder, maar nu kan ik die plaaggeest eindelijk in de kraaloogjes kijken.

cetti's zanger

Alex neemt ons nog even mee naar een konijnenhol, om ons te vertellen over een onvermoede bewoner van deze plaats. Omdat er aan de ingang geen begroeiïng is en het zand voldoende aanéén houdt om er ook piepkleine gaatjes in te maken, is dit een uitstekende plaats voor de schorzijdebij. Temeer daar ze hier haar waardplant bij de hand heeft (en die komt nu net volop in bloei): de zeeaster of zulte. Het is een bij met een geelros jakje en een duidelijk zwart/wit gestreept achterlijf. Net als we denken dat we nog te vroeg zijn, komt er toch eentje naar buiten.

En dan zit het er op voor vandaag. Een tweede oogst zit er niet in. De zon maakt de netten te goed zichtbaar voor de vogels, die er mooi overheen vliegen. Op het moment dat we er bij stonden, leek het even of er zwaluwen in de netten konden komen. Ze slapen in het riet en hun wekkertjes waren net afgegaan. Maar er laat zich geen enkele verschalken.

Met een hoop interessante weetjes in de rugzak en na een uitgebreid afscheid met veel bedankjes, krijg ik van Alex een lift tot bij het hek. Daar krijg ik nog een lang verhoopt, maar niet verwacht extraatje: een groepje baardmannetjes speelt in de toppen van het riet. Deze “Open” dag kan niet meer stuk.

baardmannetjes

Wat een heerlijke manier om een zaterdagvoormiddag door te brengen.
Hartelijk dank aan mijn gastheren en zeker tot een volgende gelegenheid!