Interludium…

Zijn er hier lezers die zich dat woord op het tv-scherm nog herinneren? En dan was er altijd zo een zeemzoet muziekske bij. Véél meer klasse dan “Even geduld, de filmlas is gebroken… Even geduld, er is weer Frans gesproken…” * Dat laatste heb ik trouwens nooit goed begrepen (maar dat zal mijn jonge leeftijd geweest zijn): een programma werd door een technisch probleem even onderbroken en dan kwam dat omdat er iemand Frans gesproken had (waarschijnlijk een vloek dan nog omdat hij over een kabel gestruikeld was). 🙂

Wel, ik moet tijdens een wandeling nogal eens aan dat woord “interludium” denken. Want heel vaak wordt het staptempo opeens onderbroken om naar de overweldigende wolkenluchten te kijken. Zoveel tinten grijs (méér dan vijftig), zo’n vormen en afmetingen, zo indrukwekkend. Ik kan het iedereen aanraden: sta eens vaker stil om naar de lucht te kijken. Al was het maar om op tijd droog thuis te geraken …

IMG_20170918_173516

 

“Even geduld”, van Jef Burm

Advertenties

Nieuw!!!

Eindelijk bekomen van zondag… Nee, gekheid natuurlijk. Het was dan wel snikheet en pittig, maar ik heb echt geen week voor Pampus gelegen vanwege die introductiewandeling afgelopen zondag.

Introductie? Wandeling? Nieuw? Yes! Het nieuwe infopunt Grenspark aan de Zoeteberm 6 in Beveren is officieel in gebruik genomen. Het moest er eens van komen en geen beter moment dan een stralende zondagnamiddag aan het eind van de vakantieperiode. Geen beter denkbare gids ook dan René Maes, wie de natuur en de streek in het bloed zitten.

Samenkomst om 13:30 binnen in het infocentrum, waar naast documentatieflyers, boeken en kaarten ook projectiemateriaal voorhanden is om met luchtfoto’s en nog meer kaarten het verleden, het heden en de toekomst van het Grenspark te illustreren. De aanwezigen waren bij het buiten stappen helemaal bijgepraat over wat hen te wachten stond voor de wandeling en waar ze in de toekomst zeker voor moeten terug komen om de goede zaak op te volgen.

Na de theorie kwam de praktijk. Op verschillende plaatsen werd de info van de projectie nu in real life nog eens extra in de verf gezet. Intussen was er ook voer voor al de meegezeulde optica: buizerd, bruine kiekendief, lepelaar, torenvalk, … Zelfs een heuse, helemaal échte, jagende, slechtvalk! Het geluk was met de dapperen die de blikkerende zon trotseerden.

OK, ik hoor al jaloers gemompel in de achtergrond. En dat is echt niet nodig, want vanaf nu is het infopunt elke zondagnamiddag geopend vanaf 13:00 tot 16:00. Geleide wandelingen beginnen om 13:30 en duren zo’n 2 uur (maar als er veel te zien/te vertellen is, kan dat wel eens een beetje uitlopen). Hoewel het terrein grotendeels over goed begaanbaar terrein loopt, is een beetje conditie niet overbodig. Hoge hakken, buggy’s en honden thuis laten. Daar heb je niks aan. Zeker wél meebrengen: enig geslepen glas om verlegen pluimbollen dichterbij te brengen, een camera als je thuis nog wil nagenieten, na een aantal regendagen zijn rubberlaarzen misschien ook geen slecht idee. Wat je absoluut niet kan missen: al je zintuigen, opgepoetst, op scherp gesteld en op volle kracht.

Ik beloof hier plechtig: het zal niet de laatste keer zijn dat u het Grenspark opzoekt. Misschien komen we elkaar daar wel eens tegen.

“Thuiskomen” is ook …

… je nieuwe omgeving gaan verkennen. Gewoon “op de wilden boef” – zoals een Waaslander dat nog wel eens wil uitdrukken – de hort op gaan, de voor de hand liggende wegen vermijden en bewust verloren rijden. Tegenwoordig is dat niet eens een drama, want met een gps ben je zó weer op het rechte pad.

Nu we volledig uitgepakt en opgeruimd leven, vond ik het gisteren na het avondeten het ideale moment om aan die zwerversdrang toe te geven. Mooi, laag licht. De weekendgasten op weg naar huis. Filmtas, verrekijker en statief de auto in en wegwezen. Zo gauw mogelijk de kleine wegjes opzoeken om de verborgen hoekjes te vinden. Of een afslag nemen, enkel omwille van de naam op de wegwijzer: een beproefd recept! Strooienstad, Oude Stoof, Stoppeldijkpolder, … Ze hebben hier wel verbeelding, die Zeeuwen. Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat achter elk van die namen een heel verhaal schuil gaat. Daar moeten we ook nog naar op zoek.

Ter hoogte van het Hellegatschor zet ik de auto aan de kant en loop de dijk op. Het is hoog water en tegen de dijk aan zwemt een groep ganzen heen en weer. Net als ik hen wil filmen vliegen ze op. Ik kan niet eens een reden ontdekken voor dit plotse vertrek. Geen loslopende hond, geen wandelaar die te dicht naar de voet van de dijk loopt, … Blijkbaar was het zachte gegak in de groep een overleg over “waar zullen we vanavond eens de laatste graantjes gaan oppikken” en heeft iemand de knoop doorgehakt en het startsein gegeven.

Ik ben al half omgedraaid om de polders achter de dijk in de lens te nemen, als ik een groepje vogels zie landen in de begroeiïng tussen water en land. Verrekijker erbij en Ping! de haartjes op mijn armen gaan steil omhoog staan. Zie ik écht wat ik denk te zien? Mijn wederhelft had een paar dagen terug al een éénling gemeld, maar zijn dit écht elf (11!) regenwulpen? Ik ben nog wat veraf, maar voorzichtig sluip ik een eindje dichterbij. Geen te grote bewegingen, het statief al wat uitschuiven, de camera alvast startensklaar houden, niet vergeten ademen. Vooràl niet vergeten ademen!

Maar nét binnen zoombereik, maar onmiskenbaar zit er een regenwulp wat afgezonderd van de groep.

Nog een paar passen dichterbij en ik krijg er nog een stuk of 10 in het vizier.

De rest van het scenario dat ik in gedachten had, valt in het water vanwege twee fietsers die van de andere kant afkomen en “mijn” vlucht regenwulpen de lucht in jagen. Jammer, want ik had nog een stukje dichterbij willen komen. Maar hoe dan ook: mijn avond kan niet meer stuk.

Langs akkers waar nog volop geoogst wordt onder een lage zon, rij ik richting Kloosterzande. In mijn hoofd zingt Brel over “zijn vlakke land” en ik denk “dat van mij is nog platter, man!”. Want na zes maand voelt het toch ook al een beetje als “dat van mij”.
Als ik thuis de camera aansluit op de pc trillen mijn vingers van opwinding.

De maandagvoormiddag is – voorlopig toch nog – gereserveerd voor de hondenschool, dus het is pas na de lunch dat Manlief me tot bij de vijver wenkt.

Op de armleuning van een stoel zit een bloedrode heidelibel.

Ze lijkt wel zin te hebben om naar beneden, naar het wateroppervlak te vliegen, maar ik zie wat haar tegenhoudt: een uitgerafelde keizerlibel is volop voor de volgende generatie aan het zorgen.

En het is file aan de vijver: een paardenbijter wacht ook op een kansje.

 

Hoog(potig) bezoek

Het moest een superluie zaterdag worden, maar wat doet een mens als er plots – om 8:51 om precies te zijn – hoog(potig) bezoek langs komt in de tuin? Lopen als Dafne Schippers (of toch bijna) om de camera tijdig ter plaatse te krijgen!

Vrouwtje sperwer op de haag. Iemand heeft wel vergeten haar wat manieren bij te brengen …

Groepsreizen…

Eerst was er die eenzame fietser. Maar ik wist direct: busje komt zó. Het duurde amper een week of zo en toen waren het al hele busladingen. En nu? De Chattanooga Choochoo en de City of New Orleans aan elkaar gekoppeld. Propvolle forenzentreinen! En al die reizigers moeten dringend de nodige tickets, reisinfo, een goede plaats vinden in de groep, … Een hels kabaal bij tijden.

Niet schrikken. Onze rustige stek wordt niet overspoeld door het massatoerisme. Ik heb het over de groepen vogels die hier elke dag groter worden. Het groepje van zo’n 20-30 zwaluwen dat hier de hele zomer boven de tuin en de achterliggende velden scheerde, is inmiddels een groep van minstens twee keer die omvang. De eenzame grauwe gans die als eerste het pas geoogste graanveld ontdekte heeft nu al een paar honderd volgelingen. En daar zitten ook canada’s tussen.

Ze komen van de omliggende plassen (de Putting, Luntershoek, …) overvliegen om te kijken waar er een nieuw banket geopend wordt, de grauwtjes vrij hoog, de canadaganzen net boven de daknokken zodat je de lucht door hun veren hoort suizen. Even flink opvetten vóór de noorderlingen alles komen claimen en de magere tijden aanbreken. Flink bunkeren om een lange reis aan te kunnen.

Als in het haventje van Perkpolder de slibplaten droog vallen, zitten er groepen rosse grutto’s, de lepelaars verzamelen ook (jeugdgroeperingen voor een nazomerkamp?), groenpootruiters, en vanmorgen ook een regenwulp.

Groenlingen waren vroeger voor ons slechts occasionele trekgasten. Ze bleven soms wel een paar dagen pleisteren maar gingen er daarna toch weer vandoor. Niet zo in deze buurt. We hadden bij het begin van de lente een koppeltje groenlingen als eetgasten op onze feeders. Ze moeten bij de buren een goeie nestplaats gevonden hebben, want van 2 kwam allengs 4. Duidelijk 2 flinke jongen die intussen ook vertrokken zijn, op zoek naar een eigen stek. Pa en ma hebben even vakantie genomen denk ik, want ze waren een tijdje niet gezien. Maar nu zijn ze terug.

Ik heb de feeders al een beetje gevuld, hoewel er nog eten in overvloed is. Het gesponsorde aanbod is nog maar beperkt: een beetje gemengd zaad en wat zonnebloempitten. Net genoeg om de habitué’s te laten weten dat wij er klaar voor zijn. Naast de granola’s is er ook fruit bij het ontbijt: onze voorgangers hebben druivelaars en (gelukkig doornloze) braamstruiken geplant en daar mag ook à volonté van genoten worden.

Voor wie een tijdje wil uitrusten of hier wil overwinteren hebben we comfortabele suites die de gast naar eigen goeddunken mag inrichten. Hond Jeppe ruit de matrassen wel bij elkaar:

dsc00020.jpg

Een nieuwigheidje voor de hotelgasten: er is nu ook een drinkfontein cum douchegelegenheid:

Wij gaan écht voor die 5 sterren!

U telt toch ook ..?

Vlindertelweekend. Zowel in Vlaanderen als in Nederland (wil nog wel eens een week verschil op zitten).

Nu de borrelsteen op miraculeuze wijze (ik bedoel dan: zonder noemenswaardige ongelukken) in de vijver geraakt is, de vijverpomp aangesloten is (met spitsvondige kunstgrepen, al zeg ik het zélf) en ook nog wérkt, kunnen we in onze tuinkamer (mooi woord, he?) gaan zitten en vlinders tellen.

Door al het geplons, gespetter (en af en toe ook wel gevloek) is de oogst voorlopig karig: 1 koolwitje, één. Geflankeerd door 2 enorme ontzette libellen die hun waterpartij verstoord zien. Die tellen niet mee dit weekend, maar he! van mij krijgen ze toch een eervolle vermelding.

Morgen nog maar eens een kwartiertje tellen. De zon zou dan betrouwbaarder zijn, zeggen ze.