Baardmannetjes (bis) …

Het is alweer een paar jaar geleden dat ik kennis maakte met de Baardmannetjes . De afgelopen weken werden de vorige reeksen opnieuw uitgezonden als apetizer voor het nieuwe seizoen.

Het concept is – zo heb ik ergens opgevangen – lichtelijk gewijzigd, want Hans en Nico vertrekken vanuit één of andere Nederlandse stad om ook het stedelijke natuurleven te laten zien. Maar op een gegeven moment belanden ze toch weer buiten de stadsmuren.

Voor wie het ook wil volgen: vanaf vrijdag 21 juli stuurt Omroep MAX het kibbelende duo weer op pad.

It’s four in the morning …

… maar nog niet the end of december, dus het is niet het sonore geluid van Leonard Cohen dat me wekt luttele seconden vóór de kerkklok het uur bevestigt. Op het licht van een straatlantaarn na is het nog aardedonker buiten. Ik sluip naar beneden naar de tuin en zit in mijn eentje te genieten (geluid van pc goed open draaien!):

 

 

Snelstart …

Vandaag kenden we een snelstart.

Voor mij is daar niets onnatuurlijks aan. Ik hoef geen wekker om rond 5:00 klaarwakker op de rand van mijn bed te zitten bedenken wat ik eens zal gaan doen. Ondanks een dosis codeïne uit de huisartsenpraktijk in De Cocksdorp hou ik die gewoonte in ere. Tegen 5:30 laad ik mijn rugzak en statief in de auto en rij naar de kop van het eiland…
Ons verhaal gaat verder:

 

Early bird …

Vragen aan een vogelgids wanneer hij eens met jou en je betere helft op pad kan voor een wandeling op maat, is gevaarlijk. Vooral voor mensen die tijd nodig hebben om ’s morgens op gang te komen. Voor ons is het probleem minder groot, wegens zelf al ruim 35 jaar fervente vogelaars. De reactie van de aangeschrevene (“Ha Chris, Dinsdagochtend is goed. Horsmeertjes in het zuiden lijkt me een mooie bestemming. Stevige wandelschoenen voldoen. Hoe vroeg wil je starten ( het is 5.30 uur al licht 😃 ) en waar kan ik jullie oppikken? Groet Jos”) was dan ook geen verrassing. Uiteindelijk bleef enkel het startuur overeind, de bestemming werd nog gewijzigd. MorgenVROEG 😉 worden we verwacht op de parking aan de Robbenjager. Maak je borst maar nat, Jos. Wij zullen er zeker zijn! Ik heb vanmorgen al geoefend.

Voor wie hier al eens op de andere pagina’s van dit blog gaat kijken, heeft deze intro geen geheimen: we zijn weer op Texel. Sinds zaterdag.

Ook toen vroeg opgestaan, in de hoop onze bestemming te bereiken vóór de moordende hitte toesloeg. Via Liefkenshoek, zodat we niet alleen de Kennedytunnel én Antwerpen (of – als alternatief – Rotterdam) konden vermijden. Vandaar richting Breda, om dan op Utrecht aan te sturen. Op het laatste nippertje nog gekozen voor de route over Almere en de Markerwaard in plaats van Amsterdam. Oef! Nog op tijd voor de boot van 10:30. Ware het niet, dat de slagboom aan de terminal in Den Helder blokkeerde, de andere rijen ons voorbijstaken en wij moesten wachten op de volgende boot. En  nee, het is niet omdat er op vrijdag, zondag en maandag om het half uur gevaren wordt wegens grote drukte, dat dat dan ook op zaterdag het geval is… De plannen voor de traditionele lunch, in afwachting van het moment waarop we in ons huisje konden, werden dus gewijzigd in een vrij smaakloze tosti uit het vuistje op de net niet eerste wachtrij in Den Helder.

Gisteren (zondag) was smoorheet, drukkend en poepdruk. Toch lieten we ons niet tegenhouden. Als je het korte digestieve wandelingetje van restaurant Topido naar huis ook nog meetelt, hadden Jeppe en ik tegen bedtijd 4 wandelingen met in totaal 12km op de teller staan. Dat beestje is onvermoeibaar! Correctie: hij valt om van vermoeidheid, maar een  kwartier later staat hij alweer te bedelen om naar het strand of het bos te gaan. De afstand was niet zo’n probleem, maar met die hitte was ik al lang blij de vrij stevige zeebries of de schaduw van de bomen tot bondgenoot te kunnen maken. Enfin, we zijn ingelopen. Vanaf maandag gaan we helemaal in vakantiemodus. Manlief huurt zich een e-fiets, ik ruil mijn stadsschoenen voor ander gerief en Jeppe ligt alweer te zuchten voor de deur omdat het allemaal zo lang duurt.

De volgende twee weken gaat het verhaal hier verder.

Mijn naam is haas …

Ooit – jaren geleden – waren onze honden uit de tuin ontsnapt en stonden een paar “jagers” prompt aan onze voordeur om ons te bedreigen met afschot van onze schatten. Zij zouden immers al ruim 8 jaar (acht! jaar!) verantwoordelijk zijn voor het doden van die paar hazen die achter ons in het veld zaten. En nu er – eindelijk – weer eens 5 hazen woonden, wilden deze helden de kans niet mislopen om zélf weer eens een haas af te schieten. Om het te kleine bestand in ere te houden, zie je. Dat onze honden (we hadden ervóór alleen twee kanaries en een spierwitte kat gehad) resp. 3 en 1,5 waren heeft hen waarschijnlijk weken het nodige vingers en tenen tellen gekost om te beseffen wat voor een stelletje idioten ze waren …

We gingen toen af en toe ook wel met onze kleine vrienden wandelen niet zo heel ver hier vandaan. Nicky had altijd veel belangstelling voor hazen, maar was slim genoeg om te weten dat ze die nooit kon inhalen. Ze spendeerde er dan ook geen energie aan. Floor heb ik ooit één achtervolging weten inzetten (zonder resultaat overigens) waarbij ze luchttrappelend de kop van de Scheldedijk overvloog, de lange oren wapperend als vleugeltjes en de poten vruchteloos naar vaste grond zoekend. Toen die eindelijk de aarde raakten, was dat op een pijnlijke manier en dat benam haar levenslang de lust om nog eens zo’n truc uit te halen. Spoorzoeken, OK, maar daar hield haar taak op.

Nu wonen we alweer bijna 2,5 maand in Zeeuws Vlaanderen en ga ik regelmatig met onze huidige viervoeter wandelen in een stuk losloopgebied, waar we keer op keer een groepje hazen tegenkomen. Op één na bewaren ze een veilige afstand, maar die éne lefgozer meet zich graag met Jeppe in een spelletje “om ter langst niet met de ogen knipperen”. Jeppe’s neus valt op het spoor, maar ook hij weet dat zijn snelheid veruit ontoereikend is. Hij is – net als Floor – een pointer. Hij staat dan als versteend op drie poten en met gestrekte hals naar die éne durfal te kijken (soms zelfs op minder dan een meter) en kijkt af en toe snel naar mij of ik zijn vondst gezien heb. De haas heeft intussen ook al zijn maat genomen en maakt er zich niet eens meer druk over. Ik steek mijn duim op naar Jeppe, ten teken dat hij goed “gewerkt” heeft, Jeppe recht zijn rug en laat zijn concentratie varen en de haas wandelt rustig weg.

Als er in het najaar een stelletje helden met jachtgeweren dat hazenpad kiest en onze “vriend” neerlegt, zal hij gemist worden…

Oogsten in het voorjaar (1) …

Zaterdagnamiddag en de zon is van de partij. Een schril windje ook, maar we zijn ten slotte geen kasplantjes. Kijkers: check. Camera: check. Vogelgids: check. Notitieboekje: check.

We zijn de straat nog niet uit. Aan de vijver zit een aalscholver uit te rusten in één van de geknotte bomen:

De Putting.

Een weidevogel die het al een paar jaar moeilijk heeft en waar her en der hulpprogramma’s voor opgezet zijn: de tureluur. Onmiskenbaar door de knalrode poten en de donker uitlopende snavel:

Altijd een tractatie: de pijlstaarteend. Een grote, maar elegante grondeleend:

Een leuke verrassing: een groep van een tiental groenpootruiters is op zoek naar eten.

Bij het begin van ons rondje Putting hadden we zo al een vermoeden dat hij hier aan het werk geweest was. Een eind verder maakte hij zijn opwachting, zij het niet ongestoord. Dankzij de kraai die hem bij zijn maaltijd lastigviel, kregen we deze slechtvalk in de gaten. Nadat hij de pestkop had verjaagd, ging hij verder met eten:

Luntershoek

Een supernerveus vogeltje, dat zich niet zo vaak laat zien en àls, dan vaak heel vluchtig: de braamsluiper.