Ik wist het, he …

Speciaal voor week 26 van DÉ challenge had ik mijn best gedaan om de allerlaatste zomerblinkers in onze tuin voor de lens te halen. En toen ik aan vorige blogje begon vond ik ze niet meer. Weer eens de schijf van mijn camera gewist zonder de foto’s naar de pc te kopiëren? Gelukkig niet. Maar wél in de verkeerde map gezet. Zo kan je lang zoeken.

En omdat ik al een tijdje gewrongen zat met de layout van mijn fotoblog, heb ik me daar ineens ook eens op gegooid. Ik vind dat altijd zó moeilijk kiezen, vooral omdat je het effect wel even op voorhand kan testen, maar de gebruiksvriendelijkheid niet. En dus staan de laatste kleuren van deze zomer voor de verandering eens op dat blog. Zo komen jullie daar ook eens. Met deze link komen jullie natuurlijk meteen bij de juiste beelden, maar vanuit de home-pagina kan je gewoon een foto aanklikken en je komt in de reeks die daar achter schuil gaat.

Trouwens, daar gaat binnenkort nog wel é.e.a. veranderen en bij komen. Ik heb een Photoshop cursus gekocht. En Manlief deed mij een lesproject aan de hand: Terschelling. Een bloemlezing uit al het beeldmateriaal dat we in de loop der jaren daar verzameld hebben. Maar niet elke dag gaan kijken vanaf nu, hé. Het zijn veel foto’s, een dikke cursus en een klein geduld …

Vangst van de dag …

Tussen het goud van onze hockeyploeg en dat van Nafy Thiam snelsnel even een bosrank snoeien zodat een nieuw klimrek aan de muur kan: het is een idee met pro’s en cons. Vooral als het warm weer is en je hooguit een t-shirt aan hebt over je … nouja, je tweelingbuggy.

Nadat we uitbundig gevierd hadden, ging Manlief weer naar buiten en ik ging even naar de pc om de agenda voor de volgende weken bij te werken. Tiens, er zit precies iets tussen mijn meiden! Even schudden, een beetje friemelen, t-shirt uitschudden en kijk! Een kerkzesoog! De rest is niet geschikt voor ondertiteling, noch voor uitzending in prime time. Op sommige tv-netten krijg je eerst de waarschuwing “De volgende uitzending maakt gebruik van grof taalgebruik. Begeleiding kan aangewezen zijn”

Dit exemplaar is slachtoffer van een moordaanslag, die gepaard ging met het nodige verbale geweld. In “ontspannen” toestand kan ze haar liefelijke teentjes rond het muntstuk leggen.

Verzamelen geblazen …

Dik twee weken geleden de midzomertelling mee gedaan van de zomerganzen (ganzen die hier overzomeren). Traditioneel is dat in ons telgebied schrapen om er een paar honderd bij elkaar te krijgen.

En kijk: een halve maand later en de lucht hangt weer vol gegak. Brandjes, canada’s en grauwtjes scannen de polders naar pas geoogste akkers. Er wordt hier momenteel dag en nacht gereden om het graan in de schuren te krijgen vóór er nog meer regen komt. Vanmorgen een gemengde bende gezien van ruim 400 ganzen op één akker (die zijn hier natuurlijk wel groot) om de gevallen graankorrels te bemachtigen. De brandganzen vooraan, want die zijn eigenlijk niet echt schuw. De lange zwarte halzen met de witte ring van de canada’s erachter en helemaal achteraan de grauwe ganzen, want dat zijn me toch angsthazen!

Volgens mij zijn er al zwaluwen weg. De ouders vertrekken zo gauw ze geruid hebben. De jongen van dit jaar vetten nog even langer op en volgen dan in de achterhoede. Maar ik zie nu dus veel minder zwaluwen dan een paar weken geleden. De gierzwaluwen zijn er nog, maar lang duurt dat ook niet vooraleer die verzamelen blazen en naar hun winterkwartier vertrekken.

Zo tussen het vertrek van onze zomergasten en de komst van de overwinteraars wordt het uitkijken naar een paar “specialekes”. Tegen eind augustus moeten we maar weer een extra wekelijks rondje doen langs Luntershoek, want om die tijd wordt de visarend gesignaleerd. Nog een maand of wat later kunnen de boterbuiken (grote zaagbekken) opduiken. Dan vult zich het water om het Groot Eiland ook met honderden slobeenden. Nu is het er nog héél stilletjes. Op een eenzame fuut, wilde eend of meerkoet na, is de waterspiegel … ja, spiegelglad.

De natuur is een kalender en buienradar samen. Draadloos, internetloos en héél betrouwbaar. Alleen hebben de mensen verleerd om hem te lezen.

De tuin eind juni …

De afgelopen week hebben we ferm wat werk verzet in de tuin. De buitentemperatuur liet dat toe en van ons moést het. Kunnen we lekker achterover leunen en genieten als de zon zich weer eens laat zien. Zo’n 1500 liter kastanjehoutsnippers werden tussen de planten gestrooid nadat er eerst 2 kliko’s vol onkruid en snoeisel tussenuit gehaald waren. Snoeisel zoals in: kattenkruid dat aan het woekeren is, want ik durf bijna de deur niet meer opendoen of het komt binnen. Ik heb zeker een kwartier gezocht naar een plant waarvan ik wist dat ik ze had, maar die helemaal bedolven was onder dat lila geweld.

Over lila gesproken: ik heb me de afgelopen weken een beetje geërgerd aan de overdaad paars/lila/blauw dat op dit moment de boventoon voert. Het was me nog nooit zo erg opgevallen. Misschien omdat de synchronisatie ietsje anders verloopt dan in de vorige droge/warme voorjaren. Het stoorde me en dus ben ik eergisteren toch nog 3 hertshooistruiken gaan halen. Hypericum patulum “Hidcote” heeft een mooie heldergele kleur en bloeit overvloedig van juni tot eind augustus. De zwarte bessen worden vaak in boeketten verwerkt, dus dat is een pluspunt nu ik al eens vaker met de schaar door de tuin ga om een vaas(je) te vullen. We moeten wél een beetje opletten, want hertshooi durft ook wel gaan woekeren. Kwestie van op tijd de grove en scherpe middelen boven te halen en er korte metten mee te maken. We zijn in elk geval op weg naar oranje/bruin van de daglelies (Hemerocallis “Pink damast” ), wit/geel (de margrieten), rood/mauve (fuchsia’s) en dat in beginsel afschuwelijke fluo-oranje van de floxen, maar dat tussen al de rest uiteindelijk wel meevalt en snel afbleekt door de zon tot een aanvaardbaar rozerood. De gele en lila rudbeckia’s zijn ook op komst, net als de kogeldistels. Waar we al sinds 2018 op wachten: de bloeiwijzen van de zilverkaars (Actaea simplex “Pink Spike”). Prachtige, diepmauve bladeren genoeg, maar bloeien? Dag Jef!

Van de Incalelies is er maar één teruggekomen, maar die is mooi zalmkleurig. En de druivelaar? Einde seizoen als “soldeke” gekocht voor twee keer niks. Het was ook twee keer niks: amper een spriet. Maar nu is hij al met 3 hoofdtakken tegen het tuinhuis aan het klimmen en hij heeft zelfs al wreed veel ambitie! Met een bril op en een vergrootglas kan je achter één van de bladeren al een poging tot druiventros vinden.

Ik kan ook héél rigoureus zijn met de snoeischaar. Het beverboompje Magnolia laevifolia ‘Summer Snowflake’ was te goed om er uit te gooien en te slecht om hem te laten staan. Ik heb echt zowat alles weggesnoeid wat ver genoeg uitstak en kijk: minuscule scheutjes aan de takken (of wat er van overschiet)! Al ziet hij er nog altijd uit als een modern kunstwerk, hoor.
Vorig najaar heb ik de mandevilla helemaal teruggesnoeid tot beneden. Zo mooi als hij eerst stond, zo op-sterven-na-dood zag hij eruit. Ik weet niet meer wie er juist gevraagd had of dat wel ging goed komen (ik geloof Myriam of Djaktief). Nu kan ik dus zeggen: het komt goed. De plant heeft mooi glanzend donkergroen blad en staat er dik-struikig bij. De hoogte komt (hopelijk) volgend jaar wel, samen met de bloemen.

De tuin einde mei

Eigenlijk speel ik een beetje vals, want de foto’s zijn op 1 juni gemaakt, en er is die dag nog één en ander veranderd, vooral rond de vijver. Die ligt namelijk helemaal centraal en onbeschut. Geen nood zolang er geen warme zon op zit, maar nu de zomer zich eindelijk aankondigt, lijkt het me voor de vissen niet zo leuk en gezond als het water teveel opwarmt.

Omdat de bestrating verder opbreken geen optie is (omwille van onderhoud, maar ook omdat er buizen van onbestemde herkomst onder steken), is een boom naast de vijver niet mogelijk. Tenzij … Tenzij je er een koopt die in een container kan. Die wordt dan niet zo groot, maar ze bestaan in verschillende maten en vormen, dus ook als parapluboompje. Combineer dat met nog een paar andere containers met bijvoorbeeld halfhoge grassoorten en hortensia’s, en je kan een (mobiele) boord maken al naargelang van waar de hoogste zonnestand is.

Het boompje maakt een mooi schaduwplekje op het water tijdens de middaguren. De grassen moeten volgend jaar zo’n meter hoog worden + de hoogte van de pot. Dan volstaat dat voor de voormiddag. De hortensia’s rechts hoef ik niet veel groter te laten worden om de avondzon af te schermen. Ze bloeien op 1e jaars hout, dus laten opschieten is geen goed idee.
Ik ben geen groot liefhebber van wisteria’s. Ze zijn sterk geparfumeerd. Ik ruik dat niet altijd even erg, maar in het aroma zitten wél componenten waar ik schele hoofdpijn van krijg. In het tuincentrum waren we zo erg gecharmeerd van de vorm, dat we niet gelet hebben op wat me meenamen. Een wisteria, dus. Nu hoop ik maar dat wat deze beperkte kruin aan bloemtrossen kan voortbrengen, de pret niet gaat bederven. Deze Wisteria brachybotrys ‘Showa Beni’ zou een laatbloeier zijn, dus met een beetje geluk zien we wel nog wat zachtroze deze zomer. Mogelijk moeten we mettertijd de kruinsteun groter maken, of de omvang van de kruin onder controle houden door snoei (het gaat ons niet in eerste instantie om de bloei, dus als die achter blijft: so be it).
De Miscanthus sinensis ‘Little zebra’ of prachtriet staat er een beetje verfomfaaid bij na het transport en het planten, maar dat komt wel goed. Het wordt tot 100 cm hoog, zodat het de voormiddagzon tempert, maar omdat het een open structuur heeft blokkeert het toch niet alle licht. Er is al 1 zaadpluim te zien. Ik denk wel dat het een mooi “rietkraagje” wordt.
De tuin is de afgelopen weken echt “ontploft” (ook datgene wat we er liever niet tussen hebben, dus dat wordt weer aanpakken). Ik had een aantal dahlia’s in de kuipen gezet: de prille bladeren zijn allemaal afgevreten door de slakken.
En dan ontdekte ik nog een andere “hobby” voor de komende tijd. De lavendel in de voortuin zit onder de rozemarijngoudhaantjes. Een keversoort die o.a. op rozemarijn, lavendel, thijm e.d. zijn eitjes afzet. De larfjes vreten met plezier het laatste blaadje van de plant op. Omdat ik sowieso al geen voorstander ben van verdelgingsmiddelen en al helemaal niet op planten waar ook tientallen heidelibelletjes komen slapen, doe ik dus een paar keer per dag een rondje “kevers plukken” met een potje sterk zeepsop in de hand.
Jeppe vindt het niet serieus dat we een boom in een pot zetten. Zó hoog kan hij niet mikken. Je zou als hond van minder depressief worden …

Op haar zondags …

Manlief roept me zachtjes naar de ramen aan de straatkant. Moeder Eend trippelt frazelend richting onze voordeur. Hond Jeppe ligt gelukkig te slapen, dus die kan de scène niet verstoren. Mrs. Duck komt onze voortuin in en gaat in het lavendelbed met haar kont staan schudden.

Met een lekker luchtje op waggelt ze – nog steeds voor zich uit “babbelend” – weer naar de vijver aan het eind van de straat. Ik ben nét te laat om een heterdaadfoto te maken…

Hopelijk heeft Mr. Duck tenminste een overdekt terrasje gevonden voor de date …

De tuin halfweg mei …

Het gaat nu opeens zó oerend hard buiten, dat ik halfweg de maand al even een fotorondje moet maken om “bij” te blijven. Anders zijn sommige dingen niet meer te zien aan het eind van mei.

Ook niet te zien op de foto’s: de 3 flitsbezoeken van de sperwer waar we wél getuige van waren. Het eerste was afgelopen maandag om 7:42. We zaten nog te genieten van een kop koffie, toen plots de hoogpotige rover rondhopte tussen de hoge haag, de feeder en het paaltje dat één van de sierappeltjes ondersteunt. Hij was net iets te opzichtig tewerk gegaan, want al het kleine grut was ontsnapt.
Dezelfde dag, om 15:49 pakte hij het een beetje zorgvuldiger aan. In één vloeiende beweging plukte hij een klein vogeltje weg. Wat het was, weten we niet. Daarvoor ging het te snel.
En net, om 13:35 om precies te zijn, hoorde ik een ijselijke gil en zag hem over de schutting verdwijnen met vermoedelijk een mus in de klauwen.

De afgelopen week hebben we – méér dan ons lief was – dreigende luchten gezien in de meest uitéénlopende vormen en formaties.
Onze dwergmagnolia doet het al een beetje beter dan vorig jaar. Toen had hij het – net als de overige nieuwe aanplant – bijzonder moeilijk. In tegenstelling tot zijn grote broers, komen de bloemen pas als er al blad aan de takken staat. De bloemknoppen lijken vóór ze open gaan een beetje op beukennootjes.
De eerste sieruien komen open. Ik heb gewoon een mengeling van vroege, late, hoge en lage soorten door elkaar gezet. De volgende die gaan bloeien zijn denkelijk witte.
Sneeuwballen. Niet om mee te gooien, maar om stilletjes van te genieten. Dat doet dit lieveheersbeestje ook. De takken zijn zo zwaar beladen met bloemen dat we ze moeten ondersteunen. Anders liggen de witte ballen in de modder bij de eerste regenbui die over komt.
Deze goudiep was op sterven na dood, vorig jaar. Ik had nooit durven hopen dat hij er weer door zou komen. Niet geschoten, altijd mis: ik heb hem op een gegeven moment zó rigoureus gesnoeid dat er bijna niets meer van overbleef. En het heeft geholpen!
Het nagelkruid vormt een bloedrode vlek tegen de donkergroene haag. Het staat intussen al een week of 2 in bloei en er staan nog veel knopjes in. Ik vermoed dat dit een andere variëteit is dan wat in de voortuin staat, want dat begint nu pas de eerste knopjes te laten zien.
Het rood van de nieuwe scheuten aan de glansmispel begint te temperen. Het vormt een mooie overgang van het knalrode nagelkruid naar het donkergroen van de struiken erachter. Binnenkort komen de kleine witte bloesems open.
Aan de rand van de vijver staat het lievevrouwenbedstro al weken te bloeien. Dat gaat nog maanden door. Bijen en vlinders die in de nabije waterschaal komen drinken, kunnen niet nalaten even op de geurige bloempjes te landen.
Ik vermeldde al eerder dat ik het niet kan laten één van de 3 rabarberplanten te laten doorschieten (elk jaar een andere). Als de bloemen eenmaal in het zaad staan, hangen er letterlijk tróssen mussen in te smullen. Van delen zullen we niet armer worden, toch?
De twee goudvoorns vallen rijkelijk op, vooral als ze om eten komen bedelen. Maar deze ouwe snoeper is meestal niet zo nadrukkelijk aanwezig. Vorig jaar was het enige teken van leven dat deze bittervoorn en zijn maatje gaven zeker 100 jonkies. Daarvan is zeker nog 30-40% over. De afgelopen 2 weken heeft hij een paar heftige territoriumgevechten geleverd met het “gouden paar”. Maar nu is de vrede schijnbaar teruggekeerd en komt hij ook eten schooien.

Maandagochtend …

… en nog lang geen “hoogseizoen” in het toerisme. De maandag na een zonnige, maar pittig koude zondag. Niet het soort zondag voor een picknick, dus.

We gaan met z’n drietjes – Manlief, hond Jeppe en ik – onze ochtendwandeling maken. Bij zo’n gelegenheid is het voor mij makkelijker om me te wapenen met mijn afvalgrijptang, zakhouder en afvalzak. Dan hoef ik de hond niet in de gaten te houden en kan ik de bermen afspeuren naar “buit”.

Halfweg de wandeling heb ik al krampen in mijn handen: rechts van de grijptang te bedienen, links van de steeds zwaarder wordende afvalzak. En krampen in mijn kaken van het knarsetanden om zoveel slechte wil. Van blikjes en snoepwikkels tot (uiteraard gebruikte) condooms, tampons, inlegkruisjes en mondkapjes. Allemaal “stofferen” ze het publieke domein.

Een paar die hards is toch komen picknicken in het zicht van het haventje. Ze hadden “iets” uit een doosje van dié Mburger drive in, de éne had een beker frisdrank, de ander een paar zelf meegebrachte biertjes van een Duits merk. Ze hebben achteraf nog flink gesnoept, te oordelen aan de wikkels. En ze hadden er ook aan gedacht een afvalzak mee te brengen. Om op te zitten, zodat het vocht uit de grond niet in hun kleren kon kruipen. Die lege afvalzak heb ik ook opgeraapt, samen met al hun rommel. En dan een paar honderd meter verder in de van op hun picknickplaats zichtbare kliko gegooid.

Intussen had ik in mijn 60l-zak al zoveel rommel verzameld, dat ik het laatste stuk overmorgen moet aanpakken. Elke keer ik er iets wilde insteken, vloog iets anders weg wegens te vol. Ik kon nog net de zak keurig dichtstrikken. De eerste van een nieuwe rol die ik vorige week meebracht uit de supermarkt. Iets zegt mij dat die niet lang gaat meegaan …

De “oogst” van een halve “tournée générale” na een rustig weekendje. Hopelijk mag ik van de mensen van de gemeente deze zomer de – meerdere – zakken weer aan de kant van de weg zetten als ze te zwaar worden. Zij pikken die dan op als ze de kliko’s gaan leegmaken. Zou daar wel iets in zitten?

“De dood of de gladiolen” …

Een mens heeft, vooral in de winter en nog meer in de huidige tijden, iets nodig om naar uit te kijken. Omdat het nog maar de vraag is wanneer we ooit aan onze coronaprik gaan geraken en omdat we besloten hebben minstens te wachten tot het moment dat we daar zicht op krijgen, hebben we al wél ons oog laten vallen op een vakantiehuisje voor het najaar, maar reserveren doen we nog niet. En dus ligt de hele focus dezer dagen op de tuin.

Afgelopen maandag kwamen de tuinmannen voor het zwaardere werk: de eerste schoonmaak na de winter, snoeien, en ook: wat uitleg geven die ik nodig had om nog wat aanvullingen te bedenken zonder de boel te verpesten. We hebben afgesproken dat we het vanaf nu weer zelf overnemen, maar als er dingen zijn die ons boven het hoofd (en vooral boven de rug) gaan, dan hoeven we maar te bellen om af te spreken wanneer ze ons komen helpen. Met een uurtje of drie waren ze er mee klaar en was ook het snoeisel ineens weg. We hebben de hele namiddag zitten genieten van het frisse uitzicht.

Dinsdag gingen we zelf aan de slag: de vijver moest een beurt krijgen (de visjes zijn flink gegroeid!), de pompen hebben in de diepte hun werk gedaan. De bijendrinkschaal is schoongemaakt en gevuld. Ik maakte een inventaris van kale plekken, zodat ik aanvullingen kan bedenken. En in de voortuin werd ook schoongemaakt. Een 5-tal primula’s, die ik in een lampetkom op het tafeltje in de veranda had staan, werden in een plantenbakje gezet en kregen een plaatsje aan de voordeur.

Woensdag moesten de planten in de veranda er aan geloven: waar nodig wat dood blad weghalen of wat potgrond toevoegen, eens goed gieten en meststof geven, de potten weer wat ruimer schikken en het fonteintje vullen.

Donderdag kwam dan de kroon op het werk van de week: de kussens van de zetels werden uitgepakt, nadat er eerst eens goed gepoetst was in ons “buitensalon”. Ik heb wel nieuwe fleece doeken besteld, want die ik had vielen in meer dan één opzicht tegen. Ze waren niet echt easy in onderhoud en ze hadden pompoms aan de randen. Dat lijkt een gezeefde mug, maar als je de bocht van de bank wil volgen, komen die bolletjes óp de kussens te liggen en wie daar op moet zitten heeft een moeilijk leven …

En toen was het klaar! De mini-narcisjes staan in bloei, de primula’s van vorig jaar ook, net als de peperboompjes. Overal zie je knoppen zwellen en soms zelfs al openbarsten. De mussen zijn al volop met nestmateriaal aan het zeulen en je ziet de gekste baltstaferelen in en onder de bomen en struiken.

Nu nog extra kleur voorzien voor de zomer. We waren bij de aanleg zó gefocust op het aantrekken van insecten, dat ik helemaal niet aan snijbloemen gedacht had. Gisteren moest ik voor mijn moeder in de Boerenbond in haar buurt zijn en daar stond een gróóóte mand vol zomerbollen. Tja, jààààààh ..!

Sinds vorig jaar heb ik mijn aversie tegen dahlia’s opzij gezet. Ik herinner mij uit mijn prille kindertijd dat wij op die halve zakdoek grond achter het huis ook dahlia’s staan hadden. En vooral: dat oorwurmen daar zo graag in kruipen. En dat mijn vader mij wijsmaakte dat die “orennijpers” in je oor kruipen en daar flink in bijten. Vandaar mijn slechte relatie tot die schitterende bloemen. Intussen denk ik bij “oorwurmen” meestal aan van die rotdeuntjes die je niet meer uit je hoofd krijgt. De dahlia’s hebben het gewonnen van de stomme verhaaltjes. Dus die heb ik zeker meegenomen.

Papavers vind ik ook zo mooi. Ze hebben iets héél fragiel, maar lijken toch ook stoer zoals ze daar rood staan te zijn. En om helemaal in de sfeer van de streek te blijven, ga ik mijn eigen opiumindustrie beginnen. (De afgelopen 365 dagen zijn er in Zeeuws-Vlaanderen 365 drugslabo’s, hennepkwekerijen etc. gevonden. ’t Is hier goeie grond … )

Manlief was al altijd een fan van gladiolen. Om mij onbekende redenen associeerde ik die altijd met kerkhoven. Eigenlijk zouden dat dan chrysanten moeten zijn, maar gladiolen waren voor mij altijd “kerkhofbloemen”. Bovendien stond het traditionele kleurassortiment mij niet echt aan. Het laatste jaar in Kruibeke had ik me toch laten vermurwen en een toen nieuwe soort geplant (vanillegeel met een sumier vleugje roze erin, geen idee hoe ze heetten). Eigenlijk viel dat nog mee.
Gisteren vond ik een zak bollen met een mengsel van heel donkerrode (paarse?) bloemen in combinatie met limoengele. Ik zag ze al wel in een vaas op een bepaald plekje en dat was voor mij het laatste duwtje in de rug.

De dood of de gladiolen? Het zijn de gladiolen geworden …