De kogel …

… is door de tuin. En er is niemand geraakt, da’s ook al iets.

Voorlopig is er alleen een offerte en een akkoord gegeven voor wat de Engelsen “hard landscaping” noemen. Slopen en afvoeren van het tweede oude tuinhuis, opbreken van een deel van de bestrating, afgraven van de klei-en-gravel fortificatie die de vorige eigenaar achteraan de tuin aanlegde, vijver verwijderen en alle troep afvoeren, plantklaar leggen van het border en aanleggen (achter het nieuwe tuinhuis) van een stukje bestrating om de kliko’s te zetten. Voor de achterblijvers in Vlaanderen: een kliko is zo’n afvalcontainer met 2 wieltjes en een klapdeksel dat óf op je handen kletst, óf vastvriest.

De prijs viel mee en als we niet oppassen zijn ze dat kot aan het afbreken vóór we de tijd gehad hebben om er nog uit te halen wat we willen houden. Het wordt de komende dagen dus toch wel even aanpakken. En ik wil dus ook nog wat foto’s maken van “vóór”.

Er is al even losjes gepraat over onze wensen voor de beplanting, maar daarvoor komt “de Johan” mee, want dat is de man die de plannen gaat uittekenen. Vast staat (zie de tags) dat er veel aandacht moet gaan naar het aantrekken van wild leven. Een goede spreiding in de tijd van de bloeiers om vlinders, bijen en andere snoepers ter wille te zijn. Zaad- en vruchtdragers, om de reislustigen onder de vogels op hun wenken te bedien. De kortstondige doortocht van een pestvogel in de straat geeft al direct redenen om aan Gelderse roos en dergelijke te denken. Onze palen met feeders moeten ook een (goed bereikbaar) plaatsje krijgen, zodat ik niet de helft van de aanplanting moet plattrappen om bij te vullen, maar het liefst zou ik ook de onderste helft van die palen wat “aangekleed” zien. De luxe nestkast die we vorig jaar ophingen ga ik vandaag nog weghalen, vóór we jong leven moeten kortwieken. Ik heb al een plekje in gedachten waar ze weer bewoners kan lokken. En omdat het zich laat aanzien dat het allemaal nogal rap gaat gebeuren, komt ze zeker nog in aanmerking voor een tweede broednest.
De vijver wordt vervangen door een waterornament dat moet voldoen als douche en drinkfontein voor gevleugelde bezoekers. Bovendien moet het voor een klankspel (zonder licht!) zorgen voor wie in de nabijgelegen tuinkamer zit te genieten van het werk van anderen, bij voorkeur met een koel glaasje wijn of een fris fruitslaatje bij de hand.

De volgende weken zal er hier dus ook weer wat meer beweging komen, want die foto’s neem ik niet alleen maar om ergens op een schijf te bewaren en nooit meer te bekijken natuurlijk. Ook tijdens de manoeuvres zal er gefilmd en gefotografeerd worden. En uiteraard moet er een aanplantingsplan op het scherm komen ook.

Ik ben al even curieus als jullie, denk ik …

 

Advertenties

Ik weet niet …

… hoe dat met jullie zit, maar vanmorgen voelde ik iets wat best wel op lente begint te lijken. Het is misschien meer whishfull thinking dan wijsheid, maar het ochtendlicht zag er vrolijker uit. Frisser wit, vers gewassen en (met het weer van de afgelopen weken) goed nagespoeld. Ik heb zo goed als geen reukzin, maar ik meende ook een beetje lente te ruiken (dàt is al helemaal onzin, vrees ik, tenzij er ergens al een boer mest uitgedragen heeft).

Als ík nu alleen zou zijn met die kriebels, dan zweeg ik er nog even over. Maar vorige week kwam ik tijdens een wandeling in het parkje dit tegen:

DSCN0044

En niet één trosje, maar honderden! Ik was al meteen in de stemming. Zelfs de storm van donderdag kon daar niets aan veranderen.

In de tuin is ons vaste stelletje Turkse tortels al gênant stevig aan het “stouwen”. Vooral híj staat op ontploffen van de hormonen. Zij is nog wat onzeker en probeert de boot nog wat af te houden.
Een merelwijfje nam gisteren de tijd om haar twee aanbidders te taxeren, terwijl die elkaar de pluimen uit het lijf trokken.
Ook in plassen en sloten wordt dezer dagen al geknikt en gebalst. Als je er een tijdje naar blijft kijken, krijg je er warempel last van in je nek.

Ik weet het. Februari moet nog beginnen en het kortste maandje is vaak het felste als het op winteren aan komt. Maar het lengen van de dagen wordt nu echt goed zichtbaar. En dat geeft hoop.

Vanmorgen ben ik met hond Jeppe van de zon gaan genieten tijdens een lange wandeling. Bij thuiskomst werden we opgewacht door een heel speciale gast. Eentje die, naar ik vrees, mijn lentekriebels nog wel even de kop gaat indrukken want als pestvogels afzakken naar onze kontreien zou dat wel eens kunnen betekenen dat er een nog een ferm koudefront op komst is.

Hoedanook, het blijft de moeite om ogen, oren en andere zintuigen op scherp te houden dezer dagen.

Interludium…

Zijn er hier lezers die zich dat woord op het tv-scherm nog herinneren? En dan was er altijd zo een zeemzoet muziekske bij. Véél meer klasse dan “Even geduld, de filmlas is gebroken… Even geduld, er is weer Frans gesproken…” * Dat laatste heb ik trouwens nooit goed begrepen (maar dat zal mijn jonge leeftijd geweest zijn): een programma werd door een technisch probleem even onderbroken en dan kwam dat omdat er iemand Frans gesproken had (waarschijnlijk een vloek dan nog omdat hij over een kabel gestruikeld was). 🙂

Wel, ik moet tijdens een wandeling nogal eens aan dat woord “interludium” denken. Want heel vaak wordt het staptempo opeens onderbroken om naar de overweldigende wolkenluchten te kijken. Zoveel tinten grijs (méér dan vijftig), zo’n vormen en afmetingen, zo indrukwekkend. Ik kan het iedereen aanraden: sta eens vaker stil om naar de lucht te kijken. Al was het maar om op tijd droog thuis te geraken …

IMG_20170918_173516

 

“Even geduld”, van Jef Burm

Nieuw!!!

Eindelijk bekomen van zondag… Nee, gekheid natuurlijk. Het was dan wel snikheet en pittig, maar ik heb echt geen week voor Pampus gelegen vanwege die introductiewandeling afgelopen zondag.

Introductie? Wandeling? Nieuw? Yes! Het nieuwe infopunt Grenspark aan de Zoeteberm 6 in Beveren is officieel in gebruik genomen. Het moest er eens van komen en geen beter moment dan een stralende zondagnamiddag aan het eind van de vakantieperiode. Geen beter denkbare gids ook dan René Maes, wie de natuur en de streek in het bloed zitten.

Samenkomst om 13:30 binnen in het infocentrum, waar naast documentatieflyers, boeken en kaarten ook projectiemateriaal voorhanden is om met luchtfoto’s en nog meer kaarten het verleden, het heden en de toekomst van het Grenspark te illustreren. De aanwezigen waren bij het buiten stappen helemaal bijgepraat over wat hen te wachten stond voor de wandeling en waar ze in de toekomst zeker voor moeten terug komen om de goede zaak op te volgen.

Na de theorie kwam de praktijk. Op verschillende plaatsen werd de info van de projectie nu in real life nog eens extra in de verf gezet. Intussen was er ook voer voor al de meegezeulde optica: buizerd, bruine kiekendief, lepelaar, torenvalk, … Zelfs een heuse, helemaal échte, jagende, slechtvalk! Het geluk was met de dapperen die de blikkerende zon trotseerden.

OK, ik hoor al jaloers gemompel in de achtergrond. En dat is echt niet nodig, want vanaf nu is het infopunt elke zondagnamiddag geopend vanaf 13:00 tot 16:00. Geleide wandelingen beginnen om 13:30 en duren zo’n 2 uur (maar als er veel te zien/te vertellen is, kan dat wel eens een beetje uitlopen). Hoewel het terrein grotendeels over goed begaanbaar terrein loopt, is een beetje conditie niet overbodig. Hoge hakken, buggy’s en honden thuis laten. Daar heb je niks aan. Zeker wél meebrengen: enig geslepen glas om verlegen pluimbollen dichterbij te brengen, een camera als je thuis nog wil nagenieten, na een aantal regendagen zijn rubberlaarzen misschien ook geen slecht idee. Wat je absoluut niet kan missen: al je zintuigen, opgepoetst, op scherp gesteld en op volle kracht.

Ik beloof hier plechtig: het zal niet de laatste keer zijn dat u het Grenspark opzoekt. Misschien komen we elkaar daar wel eens tegen.

“Thuiskomen” is ook …

… je nieuwe omgeving gaan verkennen. Gewoon “op de wilden boef” – zoals een Waaslander dat nog wel eens wil uitdrukken – de hort op gaan, de voor de hand liggende wegen vermijden en bewust verloren rijden. Tegenwoordig is dat niet eens een drama, want met een gps ben je zó weer op het rechte pad.

Nu we volledig uitgepakt en opgeruimd leven, vond ik het gisteren na het avondeten het ideale moment om aan die zwerversdrang toe te geven. Mooi, laag licht. De weekendgasten op weg naar huis. Filmtas, verrekijker en statief de auto in en wegwezen. Zo gauw mogelijk de kleine wegjes opzoeken om de verborgen hoekjes te vinden. Of een afslag nemen, enkel omwille van de naam op de wegwijzer: een beproefd recept! Strooienstad, Oude Stoof, Stoppeldijkpolder, … Ze hebben hier wel verbeelding, die Zeeuwen. Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat achter elk van die namen een heel verhaal schuil gaat. Daar moeten we ook nog naar op zoek.

Ter hoogte van het Hellegatschor zet ik de auto aan de kant en loop de dijk op. Het is hoog water en tegen de dijk aan zwemt een groep ganzen heen en weer. Net als ik hen wil filmen vliegen ze op. Ik kan niet eens een reden ontdekken voor dit plotse vertrek. Geen loslopende hond, geen wandelaar die te dicht naar de voet van de dijk loopt, … Blijkbaar was het zachte gegak in de groep een overleg over “waar zullen we vanavond eens de laatste graantjes gaan oppikken” en heeft iemand de knoop doorgehakt en het startsein gegeven.

Ik ben al half omgedraaid om de polders achter de dijk in de lens te nemen, als ik een groepje vogels zie landen in de begroeiïng tussen water en land. Verrekijker erbij en Ping! de haartjes op mijn armen gaan steil omhoog staan. Zie ik écht wat ik denk te zien? Mijn wederhelft had een paar dagen terug al een éénling gemeld, maar zijn dit écht elf (11!) regenwulpen? Ik ben nog wat veraf, maar voorzichtig sluip ik een eindje dichterbij. Geen te grote bewegingen, het statief al wat uitschuiven, de camera alvast startensklaar houden, niet vergeten ademen. Vooràl niet vergeten ademen!

Maar nét binnen zoombereik, maar onmiskenbaar zit er een regenwulp wat afgezonderd van de groep.

Nog een paar passen dichterbij en ik krijg er nog een stuk of 10 in het vizier.

De rest van het scenario dat ik in gedachten had, valt in het water vanwege twee fietsers die van de andere kant afkomen en “mijn” vlucht regenwulpen de lucht in jagen. Jammer, want ik had nog een stukje dichterbij willen komen. Maar hoe dan ook: mijn avond kan niet meer stuk.

Langs akkers waar nog volop geoogst wordt onder een lage zon, rij ik richting Kloosterzande. In mijn hoofd zingt Brel over “zijn vlakke land” en ik denk “dat van mij is nog platter, man!”. Want na zes maand voelt het toch ook al een beetje als “dat van mij”.
Als ik thuis de camera aansluit op de pc trillen mijn vingers van opwinding.

De maandagvoormiddag is – voorlopig toch nog – gereserveerd voor de hondenschool, dus het is pas na de lunch dat Manlief me tot bij de vijver wenkt.

Op de armleuning van een stoel zit een bloedrode heidelibel.

Ze lijkt wel zin te hebben om naar beneden, naar het wateroppervlak te vliegen, maar ik zie wat haar tegenhoudt: een uitgerafelde keizerlibel is volop voor de volgende generatie aan het zorgen.

En het is file aan de vijver: een paardenbijter wacht ook op een kansje.