Groen, groener, groenst …

Tuinverhardingen zijn uit den boze, dezer dagen. Hoe meer regenwater er in de grond kan trekken, hoe beter voor de grondwaterspiegel. Wij zijn dan wel overtuigde eco-volgers, maar ook niet té fanatiek. Maar op dit punt hebben we – denk ik – de afgelopen 5 jaar toch onze stinkende best gedaan.

2017 (bij aankoop van het huis dus):

– de achtertuin bestond hoofdzakelijk uit stenen gangetjes, weggetjes, dikke grindbedden met hier en daar een ingegraven pot, en achteraan een “heuvel” van kapotte tegels, resten van beton en 2 betonnen grondplaten met tuinhuisjes erop die gelukkig al bij het eerste gebruik uiteen vielen.
– in de voortuin: meer beton en grind, een “artistiek assortiment” van keien in alle soorten en gewichten (en vooral klompen beton, alweer). Om het zicht een beetje te redden plaatsten we een paar potten met bloeiende plantjes, om tijd te winnen voor betere ideeën.

2018

Het jaar van de Groote Manoeuvres. De 2 gammele keten werden gesloopt, de berg tegelafval en grind en al de gangetjes en weggetjes opgegraven, samen goed voor zo’n 3 ton puin. Manlief opperde toen al de gele tegels op te breken en gazon te leggen, maar ik wilde eerst wel eens uitproberen hoe we de tuin nu gingen gebruiken. Op de bestaande verharding kwam een nieuw tuinhuis mét “lounge”, zoals dat dan tegenwoordig heet. Ik zeg daar “ons tuinsalon” tegen, maar in dagen (en vooral nachten) van drukkende warmte maakt Manlief er “onze tuinslaapkamer” van. Ik heb zelfs klamboe’s gekocht, maar tot mijn grote spijt houdt mijn rug het niet lang vol op de kussens van de tuinzetels.

2019

Dit jaar was vooral een jaar van afwachten, kijken wat het (tè) goed deed en wat minder, en nadenken wat er nog kon gedaan worden voor mens, dier en milieu.

2020

Het jaar van de vijver. Veel bescheidener dan die we in Kruibeke hadden maar toch van bij het begin een succes. Vogels kwamen al de eerste dagen drinken en badderen, libellen kwamen meteen hun territorium opeisen (wat niet altijd even vreedzaam gebeurde) en bijen, hommels en wespen lesten hun dorst vanaf de drooggevallen randjes.
Vóór het huis was het even zoeken naar een oplossing want daar hebben we de volle zon van pakweg 9u tot 16u en lang niet alle planten zijn daar even gelukkig mee. Het werd een rondje Méditerrané met olijfboompjes en lavendel. In de hoek onder de brievenbus probeer ik wat kleur aan te brengen met een pot of 2, maar één keer vergeten gieten en het is over en out.

2021

Voor de insecten kwam er in 2021 een nieuwigheid: een drinkschaal. Een grote blauwe plantenschaal (die had ik nog staan) gevuld met knikkers en blauwe glazen “keien” als eilandjes om op te gaan zitten. Blauw, omdat ik hoopte dat dat dicht genoeg bij UV zou komen om de kleintjes te lokken.
Een groot succes, maar op de duur kwamen grote, dikke, luie bosduiven dààr drinken, badderen en vooral: sch**ten. Ik kon niet bij blijven met uitspoelen en knikkers wassen. Jammer maar helaas, we hebben dit idee opgeborgen. Misschien bedenk ik er nog wel een oplossing voor. De schaal heeft intussen de voedercilinders vervangen, die heel gebruiksonvriendelijk zijn, want niet schoon te houden. Bij een beetje regenbui zit het voeder er in te rotten en schimmelen, wat gevaarlijk is voor de vogels.

We introduceerden ook de eerste regenton. Het deksel is ook een plantenschaal, waardoor het een minder storende aanwezigheid is. Ze vangt het regenwater van het tuinhuis op. En waarom dan niet vlak boven de bloemenpracht een bijenhotelletje openen? In minder dan een week waren alle kamers bezet.
Intussen kwamen we steeds vaker terug op het onderwerp “gazon”. Omdat we er niet zomaar een groene rechthoek van wilden maken, maar hem een beetje wilden laten aansluiten op wat er al was, begonnen we een aantal planten in bakken en potten in het vlak te schikken. Voordeel is, dat je dan nog dingen van plaats kan wisselen, tot het naar je zin is. De wisteria moest in elk geval aan dié hoek van de vijver, zodat we hem in een haakse hoek om de vijver kunnen leiden om schaduw op het water te werpen. Anders warmt het water teveel op.

De schutting langs de brandgang vrààgt om klimmers. Dus zijn er nieuwe rekken bijgeplaatst. De klimroos zal nog wel een paar jaar nodig hebben om over de schutting te kunnen kijken, maar de clematis is al goed op weg.

2022

De kogel is door de kerk. De potten en bakken zijn vóór het tuinhuis geplaatst. Dat zorgt voor een beetje zuiderse sfeer (het ís trouwens de zuidkant) en bovendien hoef ik nu niet ver te lopen met een zware gieter, want de regenton staat er gewoon tussen. Daarvan gaan we er volgend jaar waarschijnlijk nog een paar bij zetten (aan elke afvoerpijp één, waar ze niet teveel in de weg staan).

De afschuwelijke tegels zijn uitgebroken, het klinkerpad aan één kant weggehaald en aan de andere kant een beetje verbreed, want we moeten wel nog met de kliko naar de straat kunnen. Een dikke laag goeie teelaarde erop en de wisteria in de volle grond. En dan een groen levend vasttapijt erop.

Met verse lavendel waar de eerste kapot ging en vervanging van de margrieten waar vaak meer bladluis dan bloemen op groeien, kan het splinternieuwe gazon gaan groeien. De vijver komt supermooi uit. En als we in de tuinzetels zitten, hoeven we ons hoofd niet meer weg te draaien omdat zelfs een zonnebril de weerkaatsing niet kan breken. Ik verwacht dat er ook een positief effect zal zijn op de temperatuur in het tuinhuis, want die kon wel eens hoog oplopen door die weerkaatsing.

Naar mijn gevoel is het nu echt àf. Voor dit jaar toch …

Zomergedachten …

Gisteren wou ik de auto uit de garage rijden en toen viel mijn oog hierop:

Op eenzame laagte

Ze deed me terugdenken aan een kolossale paardenbloem op eenzame hoogte op de betonnen globe aan het Bouwcentrum in Antwerpen. Grauw en grijs alom en dan die gele explosie. Deze rode variant midden onze oprit deed me glimlachen en maakte het begin van de dag de moeite waard. Gelukkig staat ze ook echt midden op de oprit, zodat ik er makkelijk overheen kan rijden zonder haar te raken.

Gedurende twee jaar omzeggens niet gezien. Nu terug nadrukkelijk aanwezig in het straatbeeld: de blauw/witte schotse ruit.

Mode keert altijd terug …

Goede reis …

… en tot ziens in het najaar!

Gisteren was het, met een grijze lucht en een strakke wind, bar en boos buiten. Toen ik vanmorgen de rolluiken ophaalde, zag het er ijskoud uit, met een dikke laag rijp op al wat buiten geslapen had. Maar. De zon scheen al en er bewoog geen blaadje. En toen ik met Jeppe bij het haventje uitstapte, voelde ik dat ik eigenlijk een beetje overdressed was met mijn thermisch ondergoed.

We hadden het rijk voor ons alleen, Jeppe en ik. Op een paar konijnen, drie territoriumvechtende veldleeuwerikken en een baggerboot na.

In de bevroren plassen vond ik onuitgegeven kunstwerkjes. Ze zouden zó aan de muur kunnen.

Hoog in de lucht passeerde een vlucht ganzen, richting noorden …

En tot hoeveel kan je al tellen ..?

De klassieke vraag (in “mijn tijd” toch) van oudere mensen aan een kleine uk. Eind vorige maand hadden de meeste tuinvogeltellers – jammer genoeg – geen hogere wiskunde nodig om het aantal gevederde gasten te kennen, maar al met al viel het toch mee. En de officiële resultaten van onze omgeving stroken wonderwel met onze eigen bevindingen. Op de mezen na, die – naar wat ik al eerder hoorde van de natuurliefhebbers in die buurt- vooral aan de andere kant van het dorp zitten, omwille van landschapskenmerken.
(Wat me ook meeviel: er zitten nogal wat tellers in onze buurt: elk oranje bolletje is een waarnemer en de grotere bollen vertegenwoordigen meerdere tellers).

En de resultaten van de “Cloôsterse” jury zijn: …

Inderdaad, de vinken zijn ten onzent de winnaars, zoals we al eerder vermoedden en zoals m.n. Menck ook opmerkte. Nazicht op de trek-telverslagen van voorgaande jaren (*), valt het op dat o.a. vinken en pimpelmezen uit het hoge noorden massaal afzakken richting Nederland. Hier in Zeeland en – dicht bij ons huis – vooral in Zeeuws-Vlaanderen kunnen boeren meedoen aan een wildebloemenproject. Ze krijgen een vergoeding per m² boord die ze met wildeplantenzaad inzaaien rondom hun teelten. Hier en daar liggen – meestal scheef aangesneden – stukjes poldergrond in de oksel van een dijkgracht, zodat die moeilijk te bewerken zijn en meer moeite dan opbrengst genereren. Die worden steeds vaker integraal ingezaaid t.b.v. de natuur en hier en daar toegankelijk gemaakt als pluktuin. Niet alleen insecten, maar ook insecteneters profiteren daar in de zomertijd van. De verdroogde plantenresten blijven ter plekke staan/liggen doorheen de winter, zodat insecten daarin kunnen overwinteren en zaadetende trekkers van mondvoorraad voorzien worden. Een sterk uitvergrootte versie van een “verwaarloosde” wintertuin zoals de onze, dus.

Wilde-bloemen-land.

Als daar dan nog een rij bomen langs staat zoals op deze foto, zijn “de kleintjes” helemaal happy. Eten op de grond, een vluchtplaats bij verstoring en meestal zoet water binnen vliegbereik. Wat kan je als reiziger meer wensen?

NB1: de plaats op de foto was deze winter goed voor groepen vinken van meerdere honderden exemplaren. Naast “gewone” vinken waren er ook kepen en groenlingen bij. Ook vanmorgen zaten er nog zeker zo’n 200 – 300 stuks.

NB2: de “assistent-teller” van 30 januari is helemaal naar verwachting dicht in de buurt gebleven. Deze week zat er een “spookvlieger” op het raam van de tekenkamer:

Aan de afmetingen te oordelen, waarschijnlijk een merel of lijster, die tegen het raam aan geknald is, ondanks de stickers die er op aangebracht zijn.

Vanochtend kwam Manlief buiten en uit de struiken tegen de schutting kwam warempel de sperwer gevlogen om een aanval te plaatsen op een niet goed uitgeslapen mus. De afloop van de jacht kennen we niet maar dat de sluipschutter nu ook een struikrover geworden is, was voor ons weer een nieuwtje. Wat ik me hierbij dan afvraag: had de jager zich gisteravond al in die struik geposteerd voor een paar uurtjes nachtrust? Zo dicht bij de grond (de struiken zijn naast kaal ook nog niet zo groot (max. 2-3m)? De reden waarom ik me dat afvraag is, dat Jeppe bij het laatste plasje van de dag zo intens stond te speuren in die richting en zijn snufferd overuren draaide. Wordt vervolgd (hopelijk met nieuwe info).

(*) 5 oktober 1912 en 19 oktober 2018

Wie resultaten van elders in Nederland wil bekijken, vul je postcode in op deze pagina.

Natuurpunt presenteert de resultaten in een iets andere vorm. Wie die eens wil bekijken, kan terecht op hun pagina onder “infographic”

Kijk eens naar het vogeltje …

Dit weekend was tuinvogeltelweekend. Enfin, er mag nog tot maandagmiddag 12u geteld worden, maar dan ben ik op pad en met andere dingen bezig.

Dus telden we zaterdag en zondag (vrijdag kwam er ook al niets van in huis). De vangst (figuurlijk !!!) was niet eens zo slecht. Van elke soort moet je wel het hoogste aantal TEGELIJKERTIJD WAARGENOMEN vogels doorgeven. Als die verlegen pimpelmees elke keer een zaadje pikt, er mee achter het schuurtje gaat zitten en terugkomt (x 10), heb je geen 10 pimpelmezen gezien, maar 1 sukkel.

Zaterdag voormiddag:

  • 3 spreeuwen
  • 2 bosduiven
  • 2 tortels
  • 3 huismussen
  • 5 merels
  • 5 vinken
  • 1 groenling

Zaterdag namiddag:

  • 3 spreeuwen
  • 3 tortels
  • 3 huismussen
  • 4 merels
  • 1 keep

Zondag voormiddag:

  • 2 spreeuwen
  • 2 tortels
  • 16 vinken
  • 1 merel
  • 1 roodborst
  • 1 koolmees
  • 1 sperwer
Sperwer (die kwam mee helpen tellen, maar als ge die laat doen, hebt ge niets over aan ’t einde van de dag 🙄 )

Ik wist het, he …

Speciaal voor week 26 van DÉ challenge had ik mijn best gedaan om de allerlaatste zomerblinkers in onze tuin voor de lens te halen. En toen ik aan vorige blogje begon vond ik ze niet meer. Weer eens de schijf van mijn camera gewist zonder de foto’s naar de pc te kopiëren? Gelukkig niet. Maar wél in de verkeerde map gezet. Zo kan je lang zoeken.

En omdat ik al een tijdje gewrongen zat met de layout van mijn fotoblog, heb ik me daar ineens ook eens op gegooid. Ik vind dat altijd zó moeilijk kiezen, vooral omdat je het effect wel even op voorhand kan testen, maar de gebruiksvriendelijkheid niet. En dus staan de laatste kleuren van deze zomer voor de verandering eens op dat blog. Zo komen jullie daar ook eens. Met deze link komen jullie natuurlijk meteen bij de juiste beelden, maar vanuit de home-pagina kan je gewoon een foto aanklikken en je komt in de reeks die daar achter schuil gaat.

Trouwens, daar gaat binnenkort nog wel é.e.a. veranderen en bij komen. Ik heb een Photoshop cursus gekocht. En Manlief deed mij een lesproject aan de hand: Terschelling. Een bloemlezing uit al het beeldmateriaal dat we in de loop der jaren daar verzameld hebben. Maar niet elke dag gaan kijken vanaf nu, hé. Het zijn veel foto’s, een dikke cursus en een klein geduld …

Vangst van de dag …

Tussen het goud van onze hockeyploeg en dat van Nafy Thiam snelsnel even een bosrank snoeien zodat een nieuw klimrek aan de muur kan: het is een idee met pro’s en cons. Vooral als het warm weer is en je hooguit een t-shirt aan hebt over je … nouja, je tweelingbuggy.

Nadat we uitbundig gevierd hadden, ging Manlief weer naar buiten en ik ging even naar de pc om de agenda voor de volgende weken bij te werken. Tiens, er zit precies iets tussen mijn meiden! Even schudden, een beetje friemelen, t-shirt uitschudden en kijk! Een kerkzesoog! De rest is niet geschikt voor ondertiteling, noch voor uitzending in prime time. Op sommige tv-netten krijg je eerst de waarschuwing “De volgende uitzending maakt gebruik van grof taalgebruik. Begeleiding kan aangewezen zijn”

Dit exemplaar is slachtoffer van een moordaanslag, die gepaard ging met het nodige verbale geweld. In “ontspannen” toestand kan ze haar liefelijke teentjes rond het muntstuk leggen.

Verzamelen geblazen …

Dik twee weken geleden de midzomertelling mee gedaan van de zomerganzen (ganzen die hier overzomeren). Traditioneel is dat in ons telgebied schrapen om er een paar honderd bij elkaar te krijgen.

En kijk: een halve maand later en de lucht hangt weer vol gegak. Brandjes, canada’s en grauwtjes scannen de polders naar pas geoogste akkers. Er wordt hier momenteel dag en nacht gereden om het graan in de schuren te krijgen vóór er nog meer regen komt. Vanmorgen een gemengde bende gezien van ruim 400 ganzen op één akker (die zijn hier natuurlijk wel groot) om de gevallen graankorrels te bemachtigen. De brandganzen vooraan, want die zijn eigenlijk niet echt schuw. De lange zwarte halzen met de witte ring van de canada’s erachter en helemaal achteraan de grauwe ganzen, want dat zijn me toch angsthazen!

Volgens mij zijn er al zwaluwen weg. De ouders vertrekken zo gauw ze geruid hebben. De jongen van dit jaar vetten nog even langer op en volgen dan in de achterhoede. Maar ik zie nu dus veel minder zwaluwen dan een paar weken geleden. De gierzwaluwen zijn er nog, maar lang duurt dat ook niet vooraleer die verzamelen blazen en naar hun winterkwartier vertrekken.

Zo tussen het vertrek van onze zomergasten en de komst van de overwinteraars wordt het uitkijken naar een paar “specialekes”. Tegen eind augustus moeten we maar weer een extra wekelijks rondje doen langs Luntershoek, want om die tijd wordt de visarend gesignaleerd. Nog een maand of wat later kunnen de boterbuiken (grote zaagbekken) opduiken. Dan vult zich het water om het Groot Eiland ook met honderden slobeenden. Nu is het er nog héél stilletjes. Op een eenzame fuut, wilde eend of meerkoet na, is de waterspiegel … ja, spiegelglad.

De natuur is een kalender en buienradar samen. Draadloos, internetloos en héél betrouwbaar. Alleen hebben de mensen verleerd om hem te lezen.

De tuin eind juni …

De afgelopen week hebben we ferm wat werk verzet in de tuin. De buitentemperatuur liet dat toe en van ons moést het. Kunnen we lekker achterover leunen en genieten als de zon zich weer eens laat zien. Zo’n 1500 liter kastanjehoutsnippers werden tussen de planten gestrooid nadat er eerst 2 kliko’s vol onkruid en snoeisel tussenuit gehaald waren. Snoeisel zoals in: kattenkruid dat aan het woekeren is, want ik durf bijna de deur niet meer opendoen of het komt binnen. Ik heb zeker een kwartier gezocht naar een plant waarvan ik wist dat ik ze had, maar die helemaal bedolven was onder dat lila geweld.

Over lila gesproken: ik heb me de afgelopen weken een beetje geërgerd aan de overdaad paars/lila/blauw dat op dit moment de boventoon voert. Het was me nog nooit zo erg opgevallen. Misschien omdat de synchronisatie ietsje anders verloopt dan in de vorige droge/warme voorjaren. Het stoorde me en dus ben ik eergisteren toch nog 3 hertshooistruiken gaan halen. Hypericum patulum “Hidcote” heeft een mooie heldergele kleur en bloeit overvloedig van juni tot eind augustus. De zwarte bessen worden vaak in boeketten verwerkt, dus dat is een pluspunt nu ik al eens vaker met de schaar door de tuin ga om een vaas(je) te vullen. We moeten wél een beetje opletten, want hertshooi durft ook wel gaan woekeren. Kwestie van op tijd de grove en scherpe middelen boven te halen en er korte metten mee te maken. We zijn in elk geval op weg naar oranje/bruin van de daglelies (Hemerocallis “Pink damast” ), wit/geel (de margrieten), rood/mauve (fuchsia’s) en dat in beginsel afschuwelijke fluo-oranje van de floxen, maar dat tussen al de rest uiteindelijk wel meevalt en snel afbleekt door de zon tot een aanvaardbaar rozerood. De gele en lila rudbeckia’s zijn ook op komst, net als de kogeldistels. Waar we al sinds 2018 op wachten: de bloeiwijzen van de zilverkaars (Actaea simplex “Pink Spike”). Prachtige, diepmauve bladeren genoeg, maar bloeien? Dag Jef!

Van de Incalelies is er maar één teruggekomen, maar die is mooi zalmkleurig. En de druivelaar? Einde seizoen als “soldeke” gekocht voor twee keer niks. Het was ook twee keer niks: amper een spriet. Maar nu is hij al met 3 hoofdtakken tegen het tuinhuis aan het klimmen en hij heeft zelfs al wreed veel ambitie! Met een bril op en een vergrootglas kan je achter één van de bladeren al een poging tot druiventros vinden.

Ik kan ook héél rigoureus zijn met de snoeischaar. Het beverboompje Magnolia laevifolia ‘Summer Snowflake’ was te goed om er uit te gooien en te slecht om hem te laten staan. Ik heb echt zowat alles weggesnoeid wat ver genoeg uitstak en kijk: minuscule scheutjes aan de takken (of wat er van overschiet)! Al ziet hij er nog altijd uit als een modern kunstwerk, hoor.
Vorig najaar heb ik de mandevilla helemaal teruggesnoeid tot beneden. Zo mooi als hij eerst stond, zo op-sterven-na-dood zag hij eruit. Ik weet niet meer wie er juist gevraagd had of dat wel ging goed komen (ik geloof Myriam of Djaktief). Nu kan ik dus zeggen: het komt goed. De plant heeft mooi glanzend donkergroen blad en staat er dik-struikig bij. De hoogte komt (hopelijk) volgend jaar wel, samen met de bloemen.

De tuin einde mei

Eigenlijk speel ik een beetje vals, want de foto’s zijn op 1 juni gemaakt, en er is die dag nog één en ander veranderd, vooral rond de vijver. Die ligt namelijk helemaal centraal en onbeschut. Geen nood zolang er geen warme zon op zit, maar nu de zomer zich eindelijk aankondigt, lijkt het me voor de vissen niet zo leuk en gezond als het water teveel opwarmt.

Omdat de bestrating verder opbreken geen optie is (omwille van onderhoud, maar ook omdat er buizen van onbestemde herkomst onder steken), is een boom naast de vijver niet mogelijk. Tenzij … Tenzij je er een koopt die in een container kan. Die wordt dan niet zo groot, maar ze bestaan in verschillende maten en vormen, dus ook als parapluboompje. Combineer dat met nog een paar andere containers met bijvoorbeeld halfhoge grassoorten en hortensia’s, en je kan een (mobiele) boord maken al naargelang van waar de hoogste zonnestand is.

Het boompje maakt een mooi schaduwplekje op het water tijdens de middaguren. De grassen moeten volgend jaar zo’n meter hoog worden + de hoogte van de pot. Dan volstaat dat voor de voormiddag. De hortensia’s rechts hoef ik niet veel groter te laten worden om de avondzon af te schermen. Ze bloeien op 1e jaars hout, dus laten opschieten is geen goed idee.
Ik ben geen groot liefhebber van wisteria’s. Ze zijn sterk geparfumeerd. Ik ruik dat niet altijd even erg, maar in het aroma zitten wél componenten waar ik schele hoofdpijn van krijg. In het tuincentrum waren we zo erg gecharmeerd van de vorm, dat we niet gelet hebben op wat me meenamen. Een wisteria, dus. Nu hoop ik maar dat wat deze beperkte kruin aan bloemtrossen kan voortbrengen, de pret niet gaat bederven. Deze Wisteria brachybotrys ‘Showa Beni’ zou een laatbloeier zijn, dus met een beetje geluk zien we wel nog wat zachtroze deze zomer. Mogelijk moeten we mettertijd de kruinsteun groter maken, of de omvang van de kruin onder controle houden door snoei (het gaat ons niet in eerste instantie om de bloei, dus als die achter blijft: so be it).
De Miscanthus sinensis ‘Little zebra’ of prachtriet staat er een beetje verfomfaaid bij na het transport en het planten, maar dat komt wel goed. Het wordt tot 100 cm hoog, zodat het de voormiddagzon tempert, maar omdat het een open structuur heeft blokkeert het toch niet alle licht. Er is al 1 zaadpluim te zien. Ik denk wel dat het een mooi “rietkraagje” wordt.
De tuin is de afgelopen weken echt “ontploft” (ook datgene wat we er liever niet tussen hebben, dus dat wordt weer aanpakken). Ik had een aantal dahlia’s in de kuipen gezet: de prille bladeren zijn allemaal afgevreten door de slakken.
En dan ontdekte ik nog een andere “hobby” voor de komende tijd. De lavendel in de voortuin zit onder de rozemarijngoudhaantjes. Een keversoort die o.a. op rozemarijn, lavendel, thijm e.d. zijn eitjes afzet. De larfjes vreten met plezier het laatste blaadje van de plant op. Omdat ik sowieso al geen voorstander ben van verdelgingsmiddelen en al helemaal niet op planten waar ook tientallen heidelibelletjes komen slapen, doe ik dus een paar keer per dag een rondje “kevers plukken” met een potje sterk zeepsop in de hand.
Jeppe vindt het niet serieus dat we een boom in een pot zetten. Zó hoog kan hij niet mikken. Je zou als hond van minder depressief worden …