Mijn naam is haas …

Ooit – jaren geleden – waren onze honden uit de tuin ontsnapt en stonden een paar “jagers” prompt aan onze voordeur om ons te bedreigen met afschot van onze schatten. Zij zouden immers al ruim 8 jaar (acht! jaar!) verantwoordelijk zijn voor het doden van die paar hazen die achter ons in het veld zaten. En nu er – eindelijk – weer eens 5 hazen woonden, wilden deze helden de kans niet mislopen om zélf weer eens een haas af te schieten. Om het te kleine bestand in ere te houden, zie je. Dat onze honden (we hadden ervóór alleen twee kanaries en een spierwitte kat gehad) resp. 3 en 1,5 waren heeft hen waarschijnlijk weken het nodige vingers en tenen tellen gekost om te beseffen wat voor een stelletje idioten ze waren …

We gingen toen af en toe ook wel met onze kleine vrienden wandelen niet zo heel ver hier vandaan. Nicky had altijd veel belangstelling voor hazen, maar was slim genoeg om te weten dat ze die nooit kon inhalen. Ze spendeerde er dan ook geen energie aan. Floor heb ik ooit één achtervolging weten inzetten (zonder resultaat overigens) waarbij ze luchttrappelend de kop van de Scheldedijk overvloog, de lange oren wapperend als vleugeltjes en de poten vruchteloos naar vaste grond zoekend. Toen die eindelijk de aarde raakten, was dat op een pijnlijke manier en dat benam haar levenslang de lust om nog eens zo’n truc uit te halen. Spoorzoeken, OK, maar daar hield haar taak op.

Nu wonen we alweer bijna 2,5 maand in Zeeuws Vlaanderen en ga ik regelmatig met onze huidige viervoeter wandelen in een stuk losloopgebied, waar we keer op keer een groepje hazen tegenkomen. Op één na bewaren ze een veilige afstand, maar die éne lefgozer meet zich graag met Jeppe in een spelletje “om ter langst niet met de ogen knipperen”. Jeppe’s neus valt op het spoor, maar ook hij weet dat zijn snelheid veruit ontoereikend is. Hij is – net als Floor – een pointer. Hij staat dan als versteend op drie poten en met gestrekte hals naar die éne durfal te kijken (soms zelfs op minder dan een meter) en kijkt af en toe snel naar mij of ik zijn vondst gezien heb. De haas heeft intussen ook al zijn maat genomen en maakt er zich niet eens meer druk over. Ik steek mijn duim op naar Jeppe, ten teken dat hij goed “gewerkt” heeft, Jeppe recht zijn rug en laat zijn concentratie varen en de haas wandelt rustig weg.

Als er in het najaar een stelletje helden met jachtgeweren dat hazenpad kiest en onze “vriend” neerlegt, zal hij gemist worden…

Oogsten in het voorjaar (1) …

Zaterdagnamiddag en de zon is van de partij. Een schril windje ook, maar we zijn ten slotte geen kasplantjes. Kijkers: check. Camera: check. Vogelgids: check. Notitieboekje: check.

We zijn de straat nog niet uit. Aan de vijver zit een aalscholver uit te rusten in één van de geknotte bomen:

De Putting.

Een weidevogel die het al een paar jaar moeilijk heeft en waar her en der hulpprogramma’s voor opgezet zijn: de tureluur. Onmiskenbaar door de knalrode poten en de donker uitlopende snavel:

Altijd een tractatie: de pijlstaarteend. Een grote, maar elegante grondeleend:

Een leuke verrassing: een groep van een tiental groenpootruiters is op zoek naar eten.

Bij het begin van ons rondje Putting hadden we zo al een vermoeden dat hij hier aan het werk geweest was. Een eind verder maakte hij zijn opwachting, zij het niet ongestoord. Dankzij de kraai die hem bij zijn maaltijd lastigviel, kregen we deze slechtvalk in de gaten. Nadat hij de pestkop had verjaagd, ging hij verder met eten:

Luntershoek

Een supernerveus vogeltje, dat zich niet zo vaak laat zien en àls, dan vaak heel vluchtig: de braamsluiper.

Die ochtend aan het ontbijt …

 

… was er een grote verscheidenheid aan gasten die kwamen aanschuiven. Zelfs soorten die we in Kruibeke nooit aan het buffet hadden (voor zover we weten): spreeuw en distelvink.

Ze kwamen in paren of single. Sommigen hadden alle tijd, wegens vakantie. Anderen moesten zich haasten om nog gauw hun lesmateriaal mandenvlechten bijeen te zoeken…

Brutaaltje …

Donderdag één van onze laatste en voornaamste attributen opgehaald op onze oude stek. Gisteren heeft Manlief het voederstation een nieuwe plaats gegeven, goed in het zicht van de veranda. En binnen de paar uur kwam dit brutaaltje aanschuiven. Hij zag me heel goed staan in de veranda, keek regelmatig recht in de lens. Maar hij is niet eerder vertrokken dan dat hij zijn buikje vol gegeten had aan het laatste wintervoeder dat we nog hadden. Ik serveer liever nog even door tot het op is, dan het oud te laten worden in het schuurtje.

Laat één ding duidelijk zijn: deze groenling weet wat hij/zij lust en wat niet. Gelukkig kwam even later een merel opruimen onder de cilinder …

 

Illusies …

IMG_20170405_100240

Elk jaar weer moet ik bij zo’n zicht denken aan het klavier van een piano, die een lenteliedje speelt.

 

IMG_20170404_110845

Als ik hier nu zou onder schrijven dat dit de nieuwe aanleg van onze achtertuin is, zou iemand daar dan in trappen? 😉 Toch is het bijna waar. Achter onze wijk liggen deze bollenvelden en als ik met Jeppe langs de kerkhofdreef loop, komt de geur van de tulpen me toegewaaid. Alleen jammer dat we dit niet vanuit onze tuin kunnen zien. Er staat nog een rij huizen tussen…

Uitroepteken!!!

Deze namiddag, om 15:48 om precies te zijn, onze eerste boerenzwaluw gezien!!! De Chimay met zeewierkroepoek smaakte opeens zó veel lekkerder!

En om jullie vóór te zijn: er zijn er in de omgeving minstens een stuk of 10 gezien, dus het is helemaal écht: de lente is er! 🙂

En om dat te vieren een voor en na: