Zomergedachten …

Gisteren wou ik de auto uit de garage rijden en toen viel mijn oog hierop:

Op eenzame laagte

Ze deed me terugdenken aan een kolossale paardenbloem op eenzame hoogte op de betonnen globe aan het Bouwcentrum in Antwerpen. Grauw en grijs alom en dan die gele explosie. Deze rode variant midden onze oprit deed me glimlachen en maakte het begin van de dag de moeite waard. Gelukkig staat ze ook echt midden op de oprit, zodat ik er makkelijk overheen kan rijden zonder haar te raken.

Gedurende twee jaar omzeggens niet gezien. Nu terug nadrukkelijk aanwezig in het straatbeeld: de blauw/witte schotse ruit.

Mode keert altijd terug …

En tot hoeveel kan je al tellen ..?

De klassieke vraag (in “mijn tijd” toch) van oudere mensen aan een kleine uk. Eind vorige maand hadden de meeste tuinvogeltellers – jammer genoeg – geen hogere wiskunde nodig om het aantal gevederde gasten te kennen, maar al met al viel het toch mee. En de officiële resultaten van onze omgeving stroken wonderwel met onze eigen bevindingen. Op de mezen na, die – naar wat ik al eerder hoorde van de natuurliefhebbers in die buurt- vooral aan de andere kant van het dorp zitten, omwille van landschapskenmerken.
(Wat me ook meeviel: er zitten nogal wat tellers in onze buurt: elk oranje bolletje is een waarnemer en de grotere bollen vertegenwoordigen meerdere tellers).

En de resultaten van de “Cloôsterse” jury zijn: …

Inderdaad, de vinken zijn ten onzent de winnaars, zoals we al eerder vermoedden en zoals m.n. Menck ook opmerkte. Nazicht op de trek-telverslagen van voorgaande jaren (*), valt het op dat o.a. vinken en pimpelmezen uit het hoge noorden massaal afzakken richting Nederland. Hier in Zeeland en – dicht bij ons huis – vooral in Zeeuws-Vlaanderen kunnen boeren meedoen aan een wildebloemenproject. Ze krijgen een vergoeding per m² boord die ze met wildeplantenzaad inzaaien rondom hun teelten. Hier en daar liggen – meestal scheef aangesneden – stukjes poldergrond in de oksel van een dijkgracht, zodat die moeilijk te bewerken zijn en meer moeite dan opbrengst genereren. Die worden steeds vaker integraal ingezaaid t.b.v. de natuur en hier en daar toegankelijk gemaakt als pluktuin. Niet alleen insecten, maar ook insecteneters profiteren daar in de zomertijd van. De verdroogde plantenresten blijven ter plekke staan/liggen doorheen de winter, zodat insecten daarin kunnen overwinteren en zaadetende trekkers van mondvoorraad voorzien worden. Een sterk uitvergrootte versie van een “verwaarloosde” wintertuin zoals de onze, dus.

Wilde-bloemen-land.

Als daar dan nog een rij bomen langs staat zoals op deze foto, zijn “de kleintjes” helemaal happy. Eten op de grond, een vluchtplaats bij verstoring en meestal zoet water binnen vliegbereik. Wat kan je als reiziger meer wensen?

NB1: de plaats op de foto was deze winter goed voor groepen vinken van meerdere honderden exemplaren. Naast “gewone” vinken waren er ook kepen en groenlingen bij. Ook vanmorgen zaten er nog zeker zo’n 200 – 300 stuks.

NB2: de “assistent-teller” van 30 januari is helemaal naar verwachting dicht in de buurt gebleven. Deze week zat er een “spookvlieger” op het raam van de tekenkamer:

Aan de afmetingen te oordelen, waarschijnlijk een merel of lijster, die tegen het raam aan geknald is, ondanks de stickers die er op aangebracht zijn.

Vanochtend kwam Manlief buiten en uit de struiken tegen de schutting kwam warempel de sperwer gevlogen om een aanval te plaatsen op een niet goed uitgeslapen mus. De afloop van de jacht kennen we niet maar dat de sluipschutter nu ook een struikrover geworden is, was voor ons weer een nieuwtje. Wat ik me hierbij dan afvraag: had de jager zich gisteravond al in die struik geposteerd voor een paar uurtjes nachtrust? Zo dicht bij de grond (de struiken zijn naast kaal ook nog niet zo groot (max. 2-3m)? De reden waarom ik me dat afvraag is, dat Jeppe bij het laatste plasje van de dag zo intens stond te speuren in die richting en zijn snufferd overuren draaide. Wordt vervolgd (hopelijk met nieuwe info).

(*) 5 oktober 1912 en 19 oktober 2018

Wie resultaten van elders in Nederland wil bekijken, vul je postcode in op deze pagina.

Natuurpunt presenteert de resultaten in een iets andere vorm. Wie die eens wil bekijken, kan terecht op hun pagina onder “infographic”

Verzamelen geblazen …

Dik twee weken geleden de midzomertelling mee gedaan van de zomerganzen (ganzen die hier overzomeren). Traditioneel is dat in ons telgebied schrapen om er een paar honderd bij elkaar te krijgen.

En kijk: een halve maand later en de lucht hangt weer vol gegak. Brandjes, canada’s en grauwtjes scannen de polders naar pas geoogste akkers. Er wordt hier momenteel dag en nacht gereden om het graan in de schuren te krijgen vóór er nog meer regen komt. Vanmorgen een gemengde bende gezien van ruim 400 ganzen op één akker (die zijn hier natuurlijk wel groot) om de gevallen graankorrels te bemachtigen. De brandganzen vooraan, want die zijn eigenlijk niet echt schuw. De lange zwarte halzen met de witte ring van de canada’s erachter en helemaal achteraan de grauwe ganzen, want dat zijn me toch angsthazen!

Volgens mij zijn er al zwaluwen weg. De ouders vertrekken zo gauw ze geruid hebben. De jongen van dit jaar vetten nog even langer op en volgen dan in de achterhoede. Maar ik zie nu dus veel minder zwaluwen dan een paar weken geleden. De gierzwaluwen zijn er nog, maar lang duurt dat ook niet vooraleer die verzamelen blazen en naar hun winterkwartier vertrekken.

Zo tussen het vertrek van onze zomergasten en de komst van de overwinteraars wordt het uitkijken naar een paar “specialekes”. Tegen eind augustus moeten we maar weer een extra wekelijks rondje doen langs Luntershoek, want om die tijd wordt de visarend gesignaleerd. Nog een maand of wat later kunnen de boterbuiken (grote zaagbekken) opduiken. Dan vult zich het water om het Groot Eiland ook met honderden slobeenden. Nu is het er nog héél stilletjes. Op een eenzame fuut, wilde eend of meerkoet na, is de waterspiegel … ja, spiegelglad.

De natuur is een kalender en buienradar samen. Draadloos, internetloos en héél betrouwbaar. Alleen hebben de mensen verleerd om hem te lezen.

Saturn9’s fotochallenge: schaduw

Saturn9 gaat verder met ons uit te dagen. Vorige week vrijdag zou een schaduw werpen op dit blogje, maar toen scheen de zon te heerlijk en was het leuk toeven aan de Otheense Kreek. Het weekend was aan de drukke kant, dus moet ik alweer achterstand inhalen.

Ik had bij het woord “schaduw” al gelijk een aantal foto’s in gedachten, maar die had ik allemaal al eens in een andere context gebruikt, dus moest ik op zoek naar iets anders. En toen vond ik deze reeks uit 2015. Als die schaduw niet groot genoeg is, heb je vast nieuwe brilglazen nodig.

1 september …

Bijna 3 weken geleden dat ik nog een blogje postte! En intussen heeft WordPress de nieuwe editor ingevoerd. Benieuwd of die echt zoveel beter is als zij willen doen geloven. Het heeft weinig zin om het te proberen ontlopen, denk ik. Al kan je (voorlopig) nog terug naar de vorige editor, één of andere dag is die opeens spoorloos en moet je toch door de zure appel heen. Als jullie hier een totaal onontwarbaar allegaartje aantreffen: schiet niet op de pianist maar op de pianobouwer…

Het was echter niet de angst voor een nieuwe werkwijze die me weg hield van mijn pc’tje. Na de hittegolf-quarantaine volgde een reeks van in te halen activiteiten en werkzaamheden. Bovendien is een naderende 1 september altijd goed voor opgeschaalde voorbereidingen. Niet alleen scholen schieten weer in gang, ook het verenigingsleven probeert weer op snelheid te komen, voor zover corona-maatregelen dat toelaten. Zo ook onze dorpsraad, waar we de handen ruimschoots vol hebben aan de oprichting van een jeugdsoos. Was 4 september de oorspronkelijke richtdatum, om voor de hand liggende redenen wordt het nu – bij leven en welzijn – 2 oktober.

Na het verplichte binnen zitten (lock down) kwam het verstandige binnen zitten (hittegolf cum ozon-overmaat), dus nu zijn we ook niet meer binnen te houden. De afgelopen dagen hebben we al behoorlijk wat uurtjes gespendeerd aan het begluren van de visarend die bij Luntershoek zijn vaste post gemaakt heeft. Is het dezelfde als de vorige jaren? Heel waarschijnlijk, maar niet noodzakelijk. Feit is, dat we al het 3de jaar op rij bij het begin van de herfst een visarend hebben op die locatie. Donderdag en vrijdag hebben we enkel gelezen over zijn aanwezigheid. Zaterdag merkten we hem voor het eerst zelf op. Typisch visarend: helemaal op het topje van een dorre boom. Tedju, te weinig geslepen glas bij!

Zondag nieuwe poging, mét extra lenzengeweld. Géén visarend. Toch niet op dàt moment. Even de waarnemingen checken en wat bleek? Meneer (of mevrouw) zat op een paar honderd meter van ons huis te vissen in het haventje van Walsoorden! Dan maar een rondje maken en straks nog eens terug komen en ja, toen was ie weer op post. Een andere post, verder van de weg af. En van onze camera …

Gisteren dus maar terug, mét de 300 mm, het statief en op hoop van zege. Deze keer klauterden we met onze hele kluts op de uitkijktoren. Als hij weer op zijn plekje van zondag ging zitten, konden we hem aaien … Maar zo gek krijg je die beesten niet, natuurlijk. Omdat we op weg naar onze uitkijkpost nogal dicht bij die van hem moesten komen, was de vogel gevlogen. Maar we hadden een grote zak geduld meegenomen en trokken de wacht op.

’t Is nu niet dat je dan helemaal niets te zien krijgt: bijna onder de poten van de toren door kwamen twee jonge reeën gewandeld. Altijd goed voor een reeks foto’s met groot OOOOhhhh-gehalte. We werden trouwens al gauw omsingeld door niet minder dan 11 grote zilverreigers. Ook niet te versmaden! Een jonge putter en een pimpelmees kwamen in een dichtbij staande struik zitten om ons in de gaten te houden, terwijl wij de meegebrachte vogelgids om en terug doorbladerden, om uit te maken of die roofvogel in die andere dode boom nu een havik of een sperwer was. Of misschien wel de wespendief, die de vorige dag in Terneuzen gezien was? We zijn er nog niet uit. De waarneming is – inclusief wazige foto – doorgestuurd. Laat de experten het maar uitzoeken.

Daar is ‘m! Daar is ‘m! Maar dat markeert ook het einde van de zomer …
Aan de linkse kont was niet goed te zien of het een hij of een zij was. Maar rechts zie ik tussen de oren toch al het reeachtige equivalent van een puberaal donsbaardje.
Vier vóór ons in het water, vijf achter onze rug op de wei en twee in de lucht. We konden niet ongezien wegkomen.
De maat klopt, de strepen op de staart ook, de kleur past zowel bij een volwassen sperwer als bij een jonge havik. Zoek het maar uit!
“Zullen we eens op die twee hun handen gaan zitten kijken? Zouden we ook in dat boekske staan, trouwens?”
Overvliegende grote Canadese ganzen. Niet noodzakelijk trekkers, want ze blijven hier steeds vaker als zomergans.

Kijk, dat was niet eens zo moeilijk, die nieuwe editor. Er valt nog veel uit te zoeken, maar dat is voor een andere keer.

Cowboy’s en Apachen …

Op Texel waren ze vorige week al niet erg verguld door het ondoordachte optreden van AVROTROS en Defensie boven de broedkolonies en dan nog in volle broedseizoen. Ondoordacht, onnodig en volslagen van de pot gerukt.

Vandaag gingen we eens op verkenning naar (voorlopig nog) onbekend gebied: Tiendgorzen, de vaste oever tegenover Tiengemeten, in de Haringvliet. En wat zagen mijn lodderig oog en mijn camera? Dezelfde klucht nog eens dunnetjes over. Tweemaal twee doortochten laag bij de grond, het water en de nesten. Een paar minuten daarvóór stond ik op de parking nagenoeg oog in oog met een ree die in het hoge gras liep.

 

Ga met zo’n idioten naar de oorlog, verdomme! (en dan bedoel ik in eerste instantie de programmamakers aan de éne kant en de verantwoordelijke(n) van Defensie, die hiervoor de toestemming gaven.)

Vogelaarstrek …

De vogeltrek is volop aan de gang. Zo ook de vogelaarstrek. Terwijl vinken, putters en koperwieken de beschutting van kreupelhout opzoeken, wisselen bonte pieten, kievitten, scholeksters en goudplevieren de polder af met het wad, afhankelijk van eb en vloed.

BBC_8420

Aan de waterlijn op het strand zitten gemengde groepen meeuwen te genieten van het zeebanket en voorbij de branding hangt een veelvoud van hen rond de garnalenkotters om het ophalen van de netten nauwgezet te scannen.

De ganzen vliegen soms in een grote groep op, die in de lucht in stukjes breekt en er een hele tijd over doet om weer op de grond verenigd te worden. Grauwtjes, kolganzen, rotjes, … Ze zijn nog lang niet voltallig. De meerderheid is nog onderweg of misschien zelfs dàt nog niet eens, want het blijft te zacht weer.

BBC_8662

In de duintoppen zitten andere vogels: groen pak, dikke muts, driepikkel met een kanjer van een telescoop voor hun neus. Er wordt gezocht, gekeken, gediscussieerd en – echt waar – zo af en toe ook gewoon flink gegokt.

Wie een beetje thuis is in het “vogelen” – en na zo’n 40 jaar denk ik dat wij daar zo stilaan ook bij gaan horen – trekt regelmatig een wenkbrauw op bij bepaalde waarnemingen. Nakijken ervan levert nogal eens een sterke gelijkenis van “het specialleke” met een regelmatige bezoeker of residentiële vogelsoort. De honger van sommige vogelaars om toch maar die éne zeldzame soort te zien, zorgt er wel eens voor dat ze “ze zien vliegen”. Serieuze vogelkenners geven meestal aan dat “als het te mooi lijkt om waar te zijn, dat het dat dan meestal ook is”.

Ach, ze zijn er mee van ’t straat. Maar wij heffen nog niet zo gauw het glas op een “nieuwe” zeldzame soort. Gebrek aan ambitie? Misschien. Maar ik denk dan vaak aan een uitspraak van Midas Dekkers: “Elk kind uit de lagere school kan een panda tekenen, maar een merel uit hun eigen tuin kleuren ze verkeerd in”. Of het exact geciteerd is, weet ik niet, maar het is in elk geval van die strekking.

En als u mij nu wil excuseren, dan ga ik nog wat mussen, merels en lijsters kijken …

Flidder, fladder …

Af en toe zie ik ze vliegen. Écht, niet spreekwoordelijk.

Eergisteravond, bijvoorbeeld. Het begon al te schemeren wegens nog geen zomeruur op dat uur. Jeppe en ik waren aan ons avondlijke inspectierondje bezig in de wijk. Vanuit mijn ooghoek zag ik “iets” fladderen op zo’n meter of drie boven de grond. Het leek wel een dwarrelend blad, alleen bleef het te lang op dezelfde hoogte. Er was ook geen wind om dat dwarrelen te veroorzaken of in stand te houden. Er kwam ook nog een tweede blad aandwarrelen, dus focuste ik op wat twee vleermuisjes bleken te zijn. Het was voor mij onmogelijk om er een soortnaam op te plakken. Zoveel ken ik niet van vleermuizen, maar ik word wel vrolijk van hun aanwezigheid. Einde van de winterslaaptijd enzo.

Gisteren reden we langs de Axelsche Kreek en ook dààr zag ik “ze” vliegen. Ik niet alleen, want Manlief was me vóór bij het vaststellen dat daar een stuk of tien zwaluwen over het water scheerden. Boerenzwaluwen. Flink gevorkt staartje. Ik had de afgelopen week al meldingen gelezen en toch liet ik me er nog door verrassen. Ik herinnerde me een gesprek over zwaluwtrek, een paar jaar geleden, met wijlen natuurgids Giel Witte. Hij vertelde toen dat de boerenzwaluwen, dankzij hun betere vertrouwdheid met donkere ruimten, altijd een voorsprong in tijd nemen op de huiszwaluwen. Die moeten het goede weer afwachten om de Alpen over te kunnen steken. De boerenzwaluwen, die donkere schuren gewend zijn, nemen “gewoon” de Gotthardtunnel … Maar nazicht op waarnemingen.nl leert me dat beide soorten al aangekomen zijn, net als de oeverzwaluwen. Eén zwaluw maakt de lente niet, maar het lijkt me nu toch wel het moment om van het voorjaar te gewagen.

Jeppe heeft de afgelopen weken en maanden weer de nodige handvollen haren verloren. Ik heb die bijgehouden en in het nu lege pindatablethoudertje gestoken dat naast het vogelhuisje hangt. Uiteraard in de hoop dat het pluis van de éne kant van de paal naar de andere zou verhuizen, en we dus “huurders” in de tuin zouden hebben. Ik had nog maar net de hondenharen in de houder gestopt en mijn rug gekeerd, of ik hoorde al een belangstellend gepiep achter me. Tegen dat ik bij de tuinzetels gekomen was, hupte er een nieuwsgierige koolmees onderaan de paal en met een steelse blik op “dat vrouwmens” raapte hij (zij?) alle moed bijeen en ging zich bevooraden. Met het snaveltje vol witte en zwarte pluizen vloog het de tuin van de buren in, om even later een volgende snavel vol te komen halen.

Lente. Zeker weten!

 

XYZ_5657 (2)

Winterbeelden …

Bij zo’n titel denkt bijna iedereen meteen aan maagdelijke sneeuwlandschappen en glinsterende ijskegels aan takken en dakgoten.

Voor mij is onderstaand beeld evenzeer, zo niet nog méér, verbonden met de winter: een lucht vol ganzen. Met als het even kan ook nog het geluid erbij, maar bij deze toendrarietgansjes is dat minimaal. Zij vluchten meestal in redelijke stilte voor de winter. Vergeleken met de grauwtjes lijken ze hooguit wat binnensmonds te mompelen.

Sinds dit weekend zijn ze in de velden achter ons huis neergestreken. Met een paar duizend wel. Een witte kerst mag er dan niet inzitten, maar ik heb toch al warme sjaals en mutsen klaargelegd. Wie weet van januari brengt …

 

vlucht rietganzen 19dec18