Zit me jasje goed …

Geloof het of niet, maar: het stof is weg. Het huis ligt er weer eventjes fris en keurig bij. Het nieuwe deurgat is gemaakt. De deur, dat is iets anders. Ze hadden er een bij, maar daar bleek een olievlek op te zitten en omdat die waarschijnlijk nooit helemaal weg te krijgen is en toch steeds door de verf zal komen, is er een nieuwe besteld. De “oude” hangt voorlopig de tocht tegen te houden.

Het is serieus aanpakken geweest, de afgelopen weken en ik ben eigenlijk best wel een beetje trots dat ik het heb kunnen bijhouden. En daarom gaat moeder morgen op stap. Het zou droog weer blijven. Grijs, maar droog. Ben ik al helemaal blij mee.

Waar naartoe, weet ik nog niet goed. Misschien Terneuzen eens gaan verkennen. Daar heb ik eigenlijk nog maar één straat goed bekeken. Eens zoeken waar de winkels zijn waar ik wel iets van mijn gading kan vinden. En iets lekkers scoren. En op weg naar huis nog even langs Zaamslag, want in het passeren heb ik daar een paar mooie winkels gezien.

Maar het zou zomaar kunnen dat ik Hulst ten gronde leer kennen. Daar weet ik al een paar winkels. Ik heb er al een nieuwe gsm gekocht, en een pedaalemmer voor de badkamer, en pralines. Ik weet waar ik moet zijn voor de officiële administratie. Maar zo gewoon eens flaneren en genieten is er nog niet van gekomen.

Misschien kan ik dan in het naar huis rijden eindelijk onze auto ophalen bij de herstelgarage. Die staat er dan bijna drie weken. Vanmorgen even telefonisch ontploft en misschien zijn ze daar wakker van geworden.

Maar voorlopig denk ik daar niet aan. Eerst even voorpretjes koesteren …

Advertenties

What a time …

… this has been!!!

We keken er al lang naar uit, naar die vakantie op Terschelling. Hoewel Texel ons steeds meer bevalt, blijft Schilge voor ons toch het mooiste Waddeneiland. Begin oktober was het zover. Een flinke, maar voorspoedige rit, een rustige overtocht en de sinds lang bekende weg naar Hoorn. Uitpakken, voorraad inslaan, genieten.

Voor Jeppe was het de eerste kennismaking met het eiland waar de andere hondjes de tijd van hun leven hadden. Omdat hondjes op Terschelling in bos en op strand overal los mogen en hij zijn weg daar nog niet kent (en “kom” niet altijd zo goed met zijn plannen strookt), had ik hem toch maar een tracer om gedaan. Als hij ons kwijtspeelde kon ik tenminste volgen waar hij zich ophield. Ik drufde hem dan ook veel sneller los laten. Hij bleek veel oplettender dan ik verwacht had en hield goed gelijke tred op een afstandje. Slechts één keer ging het (bijna) fout: op het strand vond hij het kadaver van een meeuw. En wat is er nu leuker dan daar eens flink in te gaan rollen?  De clip van de tracer was daar niet helemaal op berekend en dus kon ik beide uit de rottigheid gaan vissen. Was blij toe dat ik het op tijd gemerkt had.

De tweede week begon met twee schitterende dagen die we grotendeels lui doorbrachten uit de wind en in de zon in de rustige tuin van ons huisje. Het was zelfs opletten voor zonnebrand!

Op woensdag keerde het tij en kwam het eerste pechbericht: de koper van ons huis in België trok zich terug want hij kreeg zijn financiëring niet rond. De trend was gezet.

Op donderdag kregen we een telefoontje van de thuiswacht, dat een abrupt einde maakte aan de vakantie. Ons moe ging plots fel achteruit. En dan zit je op een eiland natuurlijk. Met – in het beste geval – drie afvaarten per dag. Terwijl Manlief gauw alles in de koffers propte, reed ik naar rederij Doeksen om de tickets te laten omboeken. De middagboot vertrok nog geen halfuur later, dus dat werd niks. Een avondboot was er niet. De vroege boot voor de volgende ochtend was volgeboekt…. Er maakte zich al een lichte paniek meester van mij. Maar zo gauw geven ze daar niet op bij Doeksen. Een telefoontje van de baliemedewerkster later wist ik dat we met de vrachtboot mee konden. Om kwart vóór vier inchecken, een half uur later op weg naar het vasteland.

Intussen werd er druk over en weer gebeld met de thuiswacht om te horen hoe het er voor stond. Tegen dat we Amsterdam passeerden wisten we dat we die avond recht op huis aan konden omdat de toestand van schoonmoeder stabiel genoeg was.
De volgende dagen vulden zich met afscheid nemen, voorbereidingen treffen, rouwen en thuis tussen half uitgepakte koffers snelle happen eten en hondsmoe in bed ploffen en niet slapen.

Precies een week na thuiskomst leverde ik Manlief af in het ziekenhuis van Terneuzen voor een TKP (dat is dus een Nederlandse Totale KnieProthese, want ze zijn hier verzot op afkortingen). Om klokslag twaalf uur werd hij de operatiezaal binnen gereden, om vier uur later al met krukken naast zijn bed te staan. Als de wond niet lekte en hij trappen kon doen mocht hij op zaterdag naar huis.
Ik rekende uit dat me dat in de voormiddag net genoeg tijd kon opleveren om eindelijk wat rommel weg te werken, de hond eens flink uit te laten en eten in huis te halen vóór ik mijn iron man ging ophalen.
Had je gedacht! Om tien uur hing hij al aan de telefoon. “Of ik hem tegen elf uur kon ophalen, want hij mocht naar huis.”

Nu ben ik normaal heel flexibel in het omgooien van mijn planning, maar de afgelopen tien dagen was daar wel wat veel in overdreven, nog los van alle emoties die er nog aan te pas gekomen waren. En dus was de uitbrander van de hoofdverpleegster omdat we de trombosespuitjes nog niet afgehaald hadden bij de apotheker er ruimschoots teveel aan. Op een ultrakort antwoord na hield ik me nog goed, maar toen ik na lang wachten bij de apotheek buitenkwam werd het even zwart voor mijn ogen. Waardoor ik de verlichtingspaal achter de auto niet zag en er grondig tegenaan reed. Dat kon er ook nog wel bij. De paal had niet eens lakschade. De auto staat nu – twee weken later – nog in de garage. Ik mag hopen dat het bestelde vervangstuk eindelijk geleverd is, zodat ze met de assemblage kunnen beginnen. Enige goede nieuws in dit hoofdstuk: de verzekering dekt de schade.

Maar er is ook nog goed nieuws. Mijn wederhelft herstelt zoals we het nooit hadden durven hopen. Na amper een halve week kon hij de nieuwe knie al ruim over 90° plooien, wat normaal met champagne gevierd wordt na twee-drie weken. Strekken zal nog wat tijd, werk en tandengeknars vergen want door een jarenlange verkeerde houding is de hamstring behoorlijk gekrompen. De hechtingen gingen er afgelopen donderdag uit. In huis mag hij van de bank naar de stoel of de wc zonder krukken, op de trap en over wat langere afstanden met één kruk, maar voor zijn straatje-om moet hij – mede omwille van de oneffen ondergrond – beide steunpilaren nog gebruiken. De pijnstillers zijn voortijdig naar de donkere krochten van de apotheekkast verbannen. Vandaag het laatste van die vermaledijde spuitjes en volgende week naar de fysiopraktijk op de hometrainer. Geen massagekes aan huis meer.

Een perfecte timing van de fysio, want vanaf maandag ligt ons huis terug helemaal overhoop: in de bijkeuken wordt een deurgat naar de voorraadkamer geslepen (stofstofstofstof…) en boven worden de ramen vervangen, wegens naar buiten draaiend. Wat daar het idee achter is, heb ik in dat bijna-jaar dat we hier wonen nog niet kunnen achterhalen. De luiken kunnen niet dicht als we met het raam open willen slapen. Als het raam openstaat en het weer slaat om, regent het onvermijdelijk binnen en we mogen dan maar hopen dat er ook geen windvlagen aan te pas komen. Dan kunnen we bij de buren gaan vragen of we aub ons slaapkamervenster terugkrijgen. De ruiten lappen aan de buitenkant is uitgesloten, want ik kan niet gevelklimmen. Nu is dàt het flauwste tegenargument, want we hebben een ruitenwassersfirma aangesproken en dan hoef ik dat karwei zelfs op de begane grond niet meer op te knappen.

Gisteren heb ik even mijn 7-weken-keukenbord geactualiseerd en merkte ik dat de hele rest van dit jaar er op kan. 2017 was het toonbeeld van drama en hectiek. Ik hoop dat 2018 de perfecte tegenpool mag worden. Omdat een goed begin het halve werk is, hebben we in elk geval al een optie genomen op een beetje winters Texel…

 

Moe…

“Braaf zijn, niet teveel opvallen.”
Het kwam steeds terug in je gesprekken.
Schrik voor “de anderen”,
voor wat die zouden denken, zeggen, doen.
“De anderen”, aan wie het leven teveel invloed gaf
door jou onbarmhartig met noodlot te bedelen.

Maar onderhuids ook: verzet.
Uiteindelijk toch koppig je zin doorzetten.
Niet toegeven, niet àfgeven.
Je kinderen niet, je veerkracht niet.
Buigzaam als riet in de wind,
na elke storm weer rechtop en rechtdoor.
“Veur de kinnekes”

Loslaten.
Nu mag je rusten.
Nooit meer schrik.
Nooit meer “de anderen”.
Alleen jij.
Met je geliefden die je voorgingen.
Rusten.
Nooit meer moe.
Maar toch … “Óns moe”.
Voor altijd.

Afwezig …

Ik ben hier de afgelopen weken niet echt àànwezig geweest. Zo af en toe loop ik wel even aan, maar verdwijn weer zonder een spoor na te laten. Of vooralsnog geen zichtbaar spoor, laat ik het zó uitdrukken. Achter de schermen ben ik wel bezig, maar maak enkel “onaffe” dingen die nog wachten op de laatste hand. Want er is nog één en ander te doen buiten dit blog:

  • een container helpen vullen met de afbraak van het oude tuinhuis, en dan maar gelijk proberen daar nog een boel andere rommel bij te krijgen die we opgegraven/gevonden/met verwondering ontdekt  hebben. Je wil niet weten wat de vorige bewoners hier allemaal achtergelaten hebben. Soms hebben we ook de indruk dat ze hun tuin bovenop een laag klinkers hebben aangelegd. Waarmee meteen gezegd is wat er nog meer in die container gegooid is.
  • met de goede afbraakmaterialen een scherm helpen zetten om de kliko’s verder aan het zicht te onttrekken en om steun te bieden aan nog te planten klimplanten. Ik denk daarbij aan climatis, maar toen ik gisteren in de Landidee bladerde begon ik ineens aan hop te denken. Niet omdat ik ambitie heb om een eigen biertje te bedenken, maar met hop kan je blijkbaar nog zóveel meer! Al eens een hopbel goed bekeken? Een kunstwerkje! Alleen al om die reden zou je het in de tuin willen. Enige minpunt: je mag er bijna naast blijven staan met de snoeischaar.
  • samen met een installateur uitzoeken waar die vermaledijde kabouterlantaarn in de tuin zijn stroom vandaan haalde, want het “lezen” van een schakelkast in Nederland is niet hetzelfde als in Vlaanderen, vooral niet zonder plan. Het werd een amusante belevenis, een avontuurlijke zoektocht en ze werd – goddank – met succes bekroond, al was de uitkomst zo ongeveer het minst voorspelbare dat we (niet) hadden kunnen bedenken. We hopen binnenkort de goede man terug te zien om de leiding door te trekken naar het andere ouden en vooral naar het nieuwe tuinhuis. Met wat gespook en geknutsel met verlengdraden heb ik al kunnen ondervinden wat een zàààààlig leeshoekje dat kan zijn op een zwoele zomeravond. Vooral als je licht hebt om bij te lezen, that is.
  • een versleten catalpa laten rooien en twee rare koppen uit oude sparren laten zagen. Achterbuurman had bij een eerdere bevraging niet durven zeggen dat die eigenlijk de zon uit zijn tuin hielden, maar ik voelde aan mijn water dat er een pijnpunt geweest was met de vorige bewoner en eerlijk: het zàg er niet uit. Twee groene lolies die heel ondecoratief boven de hoge haag en afscheiding uitstaken. Alsof hun enige bestaansreden was om iemand te ergeren.
  • Jeppe heeft “zijnen diplom”, nu gaat vrouwtje naar school: gisteren de eerste yogales ooit en ik heb het gevoel dat ik een workshop zeemansknopen gevolgd heb. Waarbij er af en toe precies nog een einde draad niet goed losgepeuterd is…
  • al wat los of niet vast genoeg zat, moest deze week ook nog opgeborgen worden zodat de storm zonder al te veel schade kon doorstaan worden.
  • zo stilaan één en ander voorbereiden voor onze herfstvakantie die ons weer naar Terschelling moet brengen. Gesteld dat er net de dag van vertrek niet weer zo’n storm over het land (en het water) trekt.
  • rondwandelen en -rijden en me vergapen aan de indrukwekkende luchten hier. “Septemberluchten”. Maar die heb je hier het hele seizoen. Alleen worden ze in september méga. En speuren naar trekvogels. De grote soorten, zoals ganzen, vallen wel vanzelf op, maar momenteel knispert het hier van kleine trekkertjes. Zangvogeltjes die nu alleen maar wat tjilen en zich voortdurend zenuwachtig verplaatsen zodat je ze niet goed kan zien. Maar ze zíjn er!
  • Lézen! Veel lezen. Na een leesdip van ruim 5 jaar weer lezen en ervan genieten. weer in een boek kruipen en me er niet van los kunnen maken voor het laatste blad is omgeslagen. En die “onaffe” dingen waar ik het in het begin over had, zijn de recensies, maar zolang er nog een NTL-stapel is (voor niet-ingewijden: een Nog-Te-Lezen-stapel 🙂 ) kan ik mijn gedachten daar niet goed bij houden. Toch zal ik me er één dezer eens aan moeten zetten, want anders wordt de achterstand te groot. Aangezien mijn systeem nog volop in zomermodus is en er op het uur waarop ik dan wakker word toch niets te beleven valt wegens te donker buiten, zal ik daar de komende ochtenden eens aan bezondigen. De rubriek “voor u gelezen” zal dus weer een beetje aangroeien.

Ik merk ook dat de collega-bloggers die ik volg weer uit hun zomerrust ontwaken. Het was dus niet alleen hier stillekes. Ik ga dus nu daar maar eens bijlezen, eer het niet meer bij te houden is…

Het einde van …

… het kartonnen tijdperk.

Vorige week de aller-aller-aller-laatste kartonnen doos uitgepakt. Ik wist zelfs niet meer dat die nog in de berging bovenop een kast stond. En dat terwijl er boven tig lege plastic boxen staan waarin ik het allemaal kon sorteren. Het was dan ook geen spul dat wij veel nodig hebben: speeltjes, knuffels, kleurboeken en -potloden voor de kleinkinderen, maar die zien we toch bijna niet, dus …

Alles zit nu in die plastic dozen, die zijn steviger en trotseren de jaren beter voor het geval dat. De éne kan niet goed dicht en daar steekt altijd een pluchen eendje uit. Hoe ik het ook draai of keer, dat kopje komt naar buiten. En dus vind ik het enkele tellen later steevast op het kussen van Jeppe. Hij speelt er niet echt mee, hij bijt er niet op, hij wil het alleen in de buurt hebben. Heeft er tenminste iémand plezier van.

Tegelijkertijd zijn er nog een aantal paperassen binnen gekomen die openstaande dossiers vervolledigen. Dus gisteren ben ik een halve dag bezig geweest om alles netjes te sorteren, op datum te leggen, samen te pinnen en in de daarvoor bestemde klasseurs te steken. Vanaf nu zou ik dus weer blindelings mijn weg moeten vinden in de papieren jungle. Er loopt nu een duidelijke grens tussen de Belgische en de Nederlandse administratie. 🙂

Vorige week is de glazen tekentafel van Manlief ook geleverd. Was nog een heel gedoe om die in elkaar te krijgen, maar ze staat. Nu nog een constructie maken om de lichtbak te monteren, want eigenlijk is die niet geschikt voor dit model tafel. De bijgeleverde beugels kunnen wel dienen, maar er zal nog een overgangsstukje moeten gemaakt worden.

Hopelijk is de aannemer van zijn woord en komt hij volgende week de nieuwe omheining en het hek plaatsen, want het oude is intussen al een paar keer over mijn voet geschoten. Als het nat weer is blokkeert het wieltje en schiet dan plots los en dan zitten je tenen er onder. Niet iets om met graagte een gewoonte van te maken.

Zo. De koffie is op, het regent nog altijd pijpenstelen, dus het heeft geen zin om nog langer te wachten om boodschappen te doen. Ik zal er door moeten, graag of anders…

Relativiteitstheorie …

Begin dit jaar (januari, dus) moest ik in Terneuzen naar het gemeentehuis voor een aantal formaliteiten. Omdat je voor online zaken nogal vaak naar een 06-nummer gevraagd wordt, had ik eerder (in november) in Hulst in de Ritelshop snelsnel twee prepaid kaarten SIM-only van KPN gekocht.

In Terneuzen loop ik in januari dus gelijk de KPN-winkel binnen om “even” die nummers te laten omzetten in abonnementen. “Ah, mevrouw, maar voor dat van uw man moet hij zélf komen, want hij moet dat tekenen.”

Na de middag terug, mét mijn echtgenoot (die slecht te been is en voor wie dat dus wel een hele opgave is). Andere verkoper, dus opnieuw ons verhaal gedaan. “Ah, meneer en mevrouw, hiervoor hebben we wél een geldige identificatie nodig.” Ja, we hebben een Belgische identiteitskaart en een Europees rijbewijs, maar het kaartnummer past niet in hun format. “Heeft u een BSN-nummer?” Ja, maar niet op zak. “Dan zal u daarmee toch eens terug moeten komen. Maar als u die twee abonnementen samen op uw naam zet, hoeft meneer niet mee te komen” :shock:

Een week of wat later: terug, mét de inschrijvingsbewijzen die de gemeente Hulst ons eerder, na registratie, had toegestuurd en waar dat rotnummer op vermeld staat. Wéér iemand anders die het hele verhaal opvroeg. “Jammer, mevrouw, maar dat formulier is meer dan 3 maanden oud en dus niet meer geldig”

Ik ben toen heel stilletjes ontploft. “Of ze dat dan niet allemaal ineens konden zeggen en of er dan echt niemand in de winkel was die van alles op de hoogte is en een beetje klantvriendelijk kan helpen ipv met de mensen de zot te houden?” :evil:

Intussen had ik al een tijdje geen zin en al helemaal geen tijd meer om er nog iets aan te doen. Via opwaarderen beloonden we KPN voor zijn onkunde, maar er waren teveel dingen die voorrang hadden.

Dus eergisteren moest ik in Hulst zijn en besloot ik nog eens bij Ritel binnen te lopen. Maar eerst maar eens naar de gemeentewinkel om een nieuw bewijs van inschrijving (€ 7,80 of zoiets). Daar hebben ze de dame die mij hielp moeten oprapen want die was van haar stoel gevallen van mijn verhaal. “Je BSN-nummer? Dat hebben die helemaal niet nodig! Dat mogen die zelfs niet vragen! Heeft u een NL bankkaart? Dan moet dat voldoende zijn!” Haar collega gaf me de raad eerst geld af te halen en een ticket uit te printen zodat ze konden zien dat de kaart werkt.

Op naar Ritel. Daar was het hondsdruk, dus alles bij elkaar heeft het wél 1,5 uur geduurd incl. wachttijden (jobstudent die hulp nodig had van senior, die op zijn beurt met een klant bezig was, etc) MAAR!!! ik ben naar buiten gewandeld met 2 SIM-kaarten met een abonnement. Alleen niet van KPN, want de invoersite viel voortdurend uit of ze liepen vast op beperkingen van de formats. :roll: Sinds vanmorgen zijn we mobiel bereikbaar via T-Mobile, mét behoud van nummer, aan minder dan de helft van de prijs. Zónder BSN-nummer en de geldigheid van de bankkaart werd gewoon gecheckt door € 0,1 te pinnen. 8-[ #-o

Ter vergelijking: op 2 januari om 10:00 hadden we een afspraak bij de notaris voor de aankoop van ons huis. Om 10:10 stonden we weer buiten, mét de koopakte, mét een fles bubbels en inclusief verwelkoming, weerpraatje en babbel over het feit dat het spekglad lag op de parking van het notariaat en dat ze daar direct iets aan gingen doen.

Alles is relatief … :--

Jeppe gaat naar school …

Ik had al eerder gemeld dat we met onze woef naar een school voor viervoeters zouden gaan om er toch een paar elementaire kunstjes in te krijgen, zoals daar zijn: komen als daarom gevraagd wordt (en wel direct en niet na een halfuurke), aan de lijn lopen zonder mij over het asfalt te sleuren als een natte dweil en onaangelijnd wandelen zonder voor een halfuur of langer in de manshoge maïs te verdwijnen, … Meer moet dat voor ons niet zijn. We verwachten verder geen circusnummers zoals stokken of ballen apporteren, zijn eetbak in de juiste la van de vaatwasser deponeren of zijn deken in de wasmachine steken en daarna op de waslijn hangen. Wij zijn echt niet moeilijk als het daar op aan komt.

Maar zoals zo vaak bij ons waren er weer omstandigheden die zo nodig moesten samenlopen. Alsof er geen plaats genoeg was om enige afstand te houden.
Jeppe was uit vakantie gekomen met ontstoken anaalklieren. Die werden door Inge van Sine cura vakkundig uitgeknepen (auch!!! en stinken!!!) en we werden wandelen gestuurd met een voorraad pillekes, poederkes, gellekes en siroopkes voor ruim een week. Toen die voorraad op was leek het erop dat Jeppe van zijn zere poep verlost was. Het ging een dag of 10 goed, maar toen begon de miserie opnieuw, dus groot overleg met Inge en het besluit om die totaal overbodige klieren maar meteen naar de afvalbak te verwijzen. Afspraak voor de ingreep: vrijdag. Afspraak voor de eerste echte les: maandag. Allez, vooruit! Qua timing zitten we weer heel goed!

Nu moet ik eerst even uitleggen waar het struikelblok juist zit bij de combi operatie/hondenschool. Op school werken we dus met klikkertraining. Die klikker is in feite (en hier citeer ik zowat letterlijk coach Kathleen van The Dog Company ) de hond zijn bankrekening. Elke klik is een storting op die rekening en of die nu terecht is of niet: Woef mag “geld” van zijn rekening halen zolang er krediet op staat.
Dat betekent dus dat die hond een snoepje mag komen halen voor elke klik, zelfs al de baas een tic heeft en van pure zenuwen voortdurend met die klikker zit te spelen alsof het een bic is. Áls die hond überhaupt nog eten van je wil aannemen…

Jeppe had tijdens zijn behandelingen al in de gaten gekregen dat “eten” weliswaar een flinke portie lekkers betekent, maar dat daar dan een halve apotheek brol achteraan kwam, dus veel animo was er al niet meer als ik zijn bak klaar zette. Het vertrouwen werd nog verder geschonden toen ik hem alive and (more or less) kicking achterliet bij de dierenarts en hij daar een paar uur later wakker werd met een wreed kaalgeschoren en zere poep met draadjes in.  Om van die stijve billen nog te zwijgen.

We begonnen dus al met een flinke achterstand. Toen de eerste oefening dan ook nog een flinke portie nijdige klikgeluiden bleek te bevatten, was voor hem de kous af. Hij ging liggen en begon in stilte het woord “spijbelen” te spellen.

Dinsdag en woensdag verliepen zonder één klik, want eerst moest ons beest overtuigd worden om zijn hongerstaking stop te zetten. Ik verzeker u: een hond die zich wél een pil laat opsolferen, maar in de mot heeft dat die pil alleen nà het eten kan en die dus weigert te eten, daar heb je een ferm vraagstuk aan!

Op donderdag begon zijn maag toch harder te praten dan zijn stijfkop en dus kwam hij vragen of hij alstublief ontbijt op bed kon krijgen. De bak ging op de gewone plaats (zég, wat denkt dat beest met zijn kapsones?) maar de eerste stukjes werden toch als teaser tot aan de zetel geleverd. Opeens waren die billen niet meer stijf en trokken die hechtingen niet meer tegen. Hij stond met zijn kop in zijn eetbak nog voor ik mijn rug kon rechten.
En toen bedacht ik dat zoveel gretigheid wel opgewassen moest zijn tegen zo’n stomme klik, als hij maar voldoende beloften inhoudt. Dus ter introductie van de klikker in onze communicatie werd het avondeten geserveerd, niet na een kristallen belgeluid, maar na een metalen “klík”. En het werkte!

Vrijdag kon ik dus voor het eerst aan de echte huistaak beginnen. Op één knie gaan zitten (zwaarste deel van de oefening), favorieten snoepje van de hond in je vuist op je andere knie. De hond wil natuurlijk onmiddellijk dat snoepje bemachtigen en begint te duwen, klauwen, krabben, janken, hijgen, bijten en kwijlen tot je onder zit. Maar je houdt dapper vol en de vuist gesloten. Pas als de hond denkt: “fret het dan zelf op, trut” en zijn pogingen staakt, mag je klikken en de vuist openen. De hond krijgt zijn snoepje nu toch, hoewel hij het niet meer verwachtte. En dat x …10, 20, … tot Pavlov het geluid en de smaak in één begrip heeft verpakt.

Tot dusver de theorie. Want wat moet je als je hond bij de eerste gereedste klik van het schrikken in de gordijnen klimt? Donder: no problem voor Jeppe. Schoten van een jachtgeweer? Zijn eerste reactie in Kruibeke was naar de omheining spurten en de jagers uitmaken voor rotte vis (míjn hond! míjn kampioen!). Vuurwerk? Heft hij geeneens zijn kop voor op. Maar een scheet van een vlieg jaagt hem de stuipen op het lijf en die klikker, die zou hij nog het liefst in een diep gat in de grond stoppen.

Ik heb de raad van Kathleen gevolgd en er een handdoek als knaldemper rond gedaan. Later de handdoek weggelaten en mijn hand achter mijn rug gehouden om te klikkeren. En nu zijn we zover dat hij zijn mond niet meer wil opendoen om iets te eten of te snoepen zonder dat rotgeluid .

Nog 6 lessen…