Golden oldies …

Ik zit in mijn archief te zoeken naar oude vakantieverslagen om ze eindelijk eens aan mijn blog toe te voegen. Ik heb ze nog op papier, maar íets zegt me dat ik al eens eerder begonnen was ze in te typen in Word. Misschien bespaar ik me dagen dubbel werk en hoef ik enkel foto’s in te voegen ..?

Er zitten ook losse teksten in de map “eigen tekst”. Eén ervan wil ik vast hier neerzetten. Een overdenking die ik in 2014 aan de pc toevertrouwde en ze is – afgaande op de gebruikte jaartallen en leeftijden – zelfs nog 8 jaar ouder en bestond al in één of ander schriftje en ze is nog altijd actueel. Tel dus overal al maar 16 jaar bij.

Globalisme

“Als pitte Roos zou terugkomen, dat mens zou nogal verschieten!” Het is de eeuwige afstopper van mijn schoonmoeder als we over de koffie weer eens hebben zitten filosoferen over hoe de wereld toch veranderd is in korte tijd. Ik heb pitte Roos nooit gekend, maar zij was een generatiegenote van pitte Leonie, mijn overgrootmoeder, en dat mens is bijna 40 jaar geleden op 93-jarige leeftijd overleden, een paar maanden voor ik 13 werd.

Pitte Leonie was nauw betrokken bij het opengooien van de grenzen van de wereld, want ze was overwegbewaakster bij de Belgische Spoorwegen. Telkens er een trein van ergens naar elders voorbijkwam, moest zij ervoor zorgen dat niks die reis bemoeilijkte. Er was nog geen sprake van TGV’s, maar de toenmalige tchoeketchoekevaart was al een hele vooruitgang. In die tijd gingen de meeste verplaatsingen nog met de benenwagen. Maar hoewel pitte Leonie de vooruitgang van dichtbij meemaakte, was haar grootste avontuur toch toen ze van Nieuwkerken naar Sint-Niklaas verhuisde om bij haar jongste dochter te gaan wonen. Haar wereld was een dorp groot…

Mijn grootmoeder (ze zou bij leven en welzijn nu 105 geworden zijn) was ook haar tijd behoorlijk vooruit. Eind jaren 50, begin van de woelige sixties van vorige eeuw waren er nog niet zoveel mensen die het land uitgingen op vakantie. Ik was dan ook de trotse bezitster van een glazen kast vol klederdrachtpoppen, afkomstig uit alle landen die mijn grootouders bezocht hadden. Meestal per “autocar”, maar een paar keer ook “met de vlieger”.

Niet alleen tijdens de vakanties verruimden mijn grootmoeder en grootvader hun grenzen. Ik herinner me nog heel goed die eerste zwart-wit tv. Een vierkante glimmend zwarte bak, met een bibberend scherm waar de eerste generatie BV’s hun opwachting maakten. Het was de tijd van “Jan Pijp” en “Tienerklanken” en de periode dat “Sportweekend” nog werd afgesloten door Polleke Jacquemijns met de uitslagen van de duivensport…

Mijn ouders (mama “mocht” voor haar 76ste verjaardag afgelopen zondag gaan stemmen) kochten een goeie 40 jaar geleden hun eerste auto, waardoor de wereld weer wat kleiner werd. Voor de jaarlijkse vakanties waren we nu niet meer afhankelijk van het aanbod van de toenmalige reisbureaus, we konden onze eigen wegen ontdekken. De televisiebeelden kleurden (jammer genoeg meestal bloederig rood) en kwamen nu van overal in de wereld. Maar het bleef toch nog altijd een ver-van-mijn-bedshow.

En nu? Ik kijk via google earth op een satellietfoto waar ik best de nieuwe bloembollen in de tuin kan planten, zie op het dak van de buren hun windhaan in de vorm van een vliegtuig en zit –samen met nog een paar gelijkgezinden- kamerbreed en wereldwijd op het net te navelstaren.

De wereld? De wereld is nu een groot dorp. Met de bijpassende dorpsmentaliteit. Nu roddelen we over de buren aan de andere kant van de aardbol, want die naast de deur kennen we niet meer…

Let’s go ..!

Saturn9 zette haar volgelingen op het juiste (zij het niet noodzakelijk rechte) pad met thema’s als “mobiel” en “verkeersborden”. Als ik dan toch op weg ben en de zon roept de vakantiestemming met volle geweld op, dan gaan we ten onzent meteen ook “all the way“. Zonder koffers, zonder van huis te gaan zelfs. We zoeken het niet verder dan de keuken en de eettafel. We kunnen het ook niet helpen, maar vakantieherinneringen bestaan bij ons vaak – ook – uit smaken en geuren.

Vandaag vertoefden we even op de grens tussen Spanje en Frankrijk. We waren op de thuisreis (in juni 1996, geloof ik) toen we merkten dat onze benzinetank dorst begon te krijgen. Tanken in Spanje betekende meer waar voor hetzelfde geld als in Frankrijk, dus we stopten aan het laatste tankstation vóór we Frankrijk binnen reden. Het was pas rond 11u in de voormiddag, maar we hadden geen idee wanneer we weer in de buurt van mondvoorraad zouden komen, dus gingen we naar binnen voor de laatste tapa’s van die vakantie.

Vlak onder de top zagen we de goed gevulde camping van Biescas. Niemand van de daar verblijvende gasten had enig vermoeden van het drama dat zich daar enkele weken later zou voltrekken. Ook wij konden niet weten dat onze lunch voor altijd een beetje een bittere nasmaak zou krijgen bij de herinnering aan de beelden die we – ongelovig en geshockeerd – vanuit onze luie stoel zouden aanstaren.

Desalniettemin is één van de tapa’s die we daar proefden nog altijd een absolute favoriet, waar ik nog elk jaar kleine wijzigingen aan aanbreng, al zit dat dan meestal enkel in de keuze van de kaas. Van pimientos rellenos bestaan ook in Spanje vele versies (evenveel als er koks zijn die het klaarmaken) maar onze voorkeur gaat uit naar wat we toen hebben geproefd: kleine pepertjes (niet te pikant) gevuld met kaas.

Omdat ik er het raden naar heb welke kaas ze gebruikt hadden (waarschijnlijk een product van de dichtst bijzijnde schapen- of geitenboer) is het lang zoeken geweest om met kazen van bij ons zo dicht mogelijk bij “de waarheid” te komen. Maar ik denk dat ik inmiddels wel tevreden mag zijn met mijn eigen recept.

Voor twee personen (en als lunchgerecht op zich, dus met van die lange, zoete puntpaprika’s) gebruik ik:
* twee zoete rode puntpaprika’s
* een halfje schapenkaas van Brugse Blomme
* een klein potje crème fraîche
Meer moet dat niet zijn. Snij de paprika’s in de lengte door en haal de zaadlijsten er uit. Leg ze in een ovenvast schaaltje (bij voorkeur individuele schaaltjes) en vul de holten op met kleine stukjes kaas. Schep wat crème fraîche over elke helft en smeer open zodat de kaas afgedekt is. Schuif in een voorverwarmde oven (200°) en laat 15 minuten in vakantiestemming komen. Serveren met stokbrood en doorspoelen met een niet te zware frisse rode of rosé wijn of een koele cerveza, por favor

… … …

Het stokbrood was te groot voor ons tweetjes, vanavond is het waarschijnlijk geschikt om er een kunstwerk in macramé mee te maken. Dus gaan we morgen naar Mizoën, het platteau d’Emparis. We lunchen in de Refuge du Fay en bestellen een superlichte, maar heel smakelijke salade met croûtes en mosterdvinaigrette:

* een half stokbrood in dunne plakjes
* een 3-tal eieren, losgeklopt
* gemalen kaas, niet te zout, maar wél afsmakend
* flink wat knisperverse kropsla
* een zoete ui in dunne ringen
* zelfgemaakte of gekochte mosterdvinaigrette
Haal de sneetjes stokbrood door het eierbeslag, leg in een ovenschotel en bestrooi met de gemalen kaas. Schuif onder de grill en laat kleuren. Schik de sla en de uiringen in een groot slabord, schik er de toastjes op en geef de vinaigrette er apart bij of alles verlept vóór het op tafel staat. Vermits gletscherwater hier niet te krijgen is (en ginds vermoedelijk ook niet meer vanwege de klimaatopwarming) kan je beter kiezen voor een frisse pint.

Wij kregen het spektakel er gratis bij, maar zelf zal je je moeten proberen inbeelden hoe men vanuit helicopters een stuk gletscher probeert los te schieten voor een gecontroleerde lawine … De digestieve wandeling ging bij ons door het hoogveengebied waarbij de sprinkhanen met duizenden rond onze benen sprongen. Zoek een equivalent, of ga gewoon lekker in een luie stoel uitbuiken.

Liefde is …

Saturn9 heeft deze week misschien wel het universeelste onderwerp uitgekozen voor de challenge: liefde! Of de keuze van een foto even simpel wordt? Op jacht!

En uiteindelijk koos ik voor deze, want hoe groot moet de liefde van een baasje voor zijn hondjes niet zijn om deze houding een eeuwigheid vol te houden, de krampen en stijfheid ten spijt?

Tassu, Corsica. April 2006.
Nicky in een koninklijke pose, met uitzicht op het beekje in de tuin van het vakantiehuisje. Floor, ietsje minder elegant, maar niet minder blij met haar plekje in en naast baasjes hart.

Persvrijheid, -blijheid..?

“Ik begin er al spijt van te krijgen dat ik naar Nederland ben komen wonen!”

Manlief windt zich – andermaal en terecht – op over de (voetbal)commentaren in de Nederlandse kranten.
“De éne dag schrijven ze een speler de hemel in, de volgende trappen ze hem tot gort”.

Deze keer gaat het over de relletjes na de wedstrijd Atlético Madrid – Manchester City, afgelopen dinsdag. Iedereen die de wedstrijd gevolgd heeft en heeft gezien wat er te zien wàs, kan beamen dat er bij de Madrilenen een paar rondliepen die blijkbaar méér dan enkel suiker in de thee gedaan hadden. En wie coach Simeone al eens bezig gezien heeft naast – een dikwijls óver – de zijlijn, zal ook al wel eens de wenkbrauwen gefronst hebben. De opgefokte, cocaïne-achtige attitudes van de teamleider doen mij elke keer denken aan scènes uit “Planet of the Apes”. Dat zijn ploeg dat wildernisgedrag overneemt, lijkt mij vooral gestuurd om de pers dààrover te laten schrijven, zodat het slaapverwekkende gebrek aan voetbalkunde minder opvalt.
Vandaag is het vooral de opmerking “dat die van City het toch ook wel een beetje uitgelokt hadden door hun eigendunk-vertoning”. Dat moet dan geweest zijn terwijl ik even een plaspauze nam, want dat heb ik gemist. “Die Ollanders hebben Cruyf nooit bezig gezien zeker?”. Manlief blijft het moeilijk vinden.

Een andere doorn in het echtelijk oog is het feit dat de pers voortdurend een forum biedt aan gespuis dat eigenlijk thuishoort in een donkere, geluiddichte kelder waar de vergetelheid haar rechten kan doen gelden. Maffiosi die om de haverklap de dagbladvoorpagina’s claimen voor fake nieuws en non-informatie. Een beetje zoals de De Mols en andere Borsato’s de covers van de roddelblaadjes blijven teisteren.

Ik geef hem volmondig gelijk. Alleen … Ik herinner mij wel een handvol spelers in de Belgische voetbalcompetitie die door Belgische kranten van de hemel naar de hel verplaatst werden. En ook het misdaadgespuis krijgt in de -voor ons nu buitenlandse – pers meer aandacht dan het verdient.

Vermits de pers vrijheid geniet, is er een alternatief: de krant opzeggen. En misschien is het moment dààr om weer eens vaker naar het wielrennen te kijken, nu we – éindelijk! – van Wuyts verlost zijn. Kunnen we het geluid weer aanzetten, zonder naar stommiteiten te moeten luisteren …

Vruchteloos volwassen proberen worden …

Ik las bij Myriam’s ditjes en datjes en Satur9’s World een leuke vragenlijst onder de noemer ‘unsuccesful adulting tag’. Het is zondag en met veel overtuiging luie-dag vandaag, dus waarom inspiratie zoeken als je ze zó in de schoot geworpen krijgt?

Wat is het meest onvolwassen eten dat je de afgelopen week gegeten hebt?
Frietjes. Maar dan met mijn vingers, niet met een vork. Smaakt duizend keer zo lekker!

Hoe vaak ga je voor 22u naar bed?
Vroeger nooit, maar de laatste tijd wel eens vaker. Vooral de afgelopen maanden waren erg vermoeiend en hoeveel zin heeft het om in de zetel te zitten knikkebollen en dan klaarwakker te worden van naar bed gaan?

Wat is het laatste kinderprogramma dat je hebt gekeken?
Geen idee. Ongetwijfeld heeft de tv opgestaan toen de kleinkinderen hier waren (nog even vóór het slapen gaan), maar wat voor programma? Ik heb het vooral gehoord, maar ze klinken ook allemaal hetzelfde.

Wat is het laatste dat je bent vergeten?
Het feit dat ik mijn bril op had. En ik maar zoeken!!!

Ben je wel eens in je pyjama naar buiten geweest?
Ja. Maar wél met een kamerjas erover. Langs de straatkant om de hond in de auto te zetten en langs de tuinkant om de vogels eten te geven of voor Jeppe zijn laatste sanitaire stop van de avond.

Wat is je meest ranzige gewoonte?
Aan mijn tenen pulken als ik naar tv zit te kijken. Vroeger gingen mijn nagels eraan. Nu is het meer een soort massage van mijn voetzolen.

Hoeveel enkele sokken heb je in je kast/la liggen?
Geen, want dat hou ik nogal in de gaten. Onlangs nog. Overigens koop ik altijd dezelfde sokken, dus als er eens eentje “verdwijnt” of mijn grote teen schiet er doorheen, dan is er gauw een nieuwe gezel gevonden.

Welke lelijke emoji gebruik jij wel eens?
 

Wat is je meest nederige eigenschap?
Als Manlief dit leest, ligt hij nu in een deuk. Ik zou het niet weten en aan hem vraag ik het pertinent niét!

Wanneer is voor het laatst eten dat je kookte mislukt?
Een kleine maand geleden. Ik had nog een portie kroketjes in de diepvriezer zitten en wou die opgebruiken. Maar omdat ik niet vaak kroketten maak (die met veel paneermeel liggen dàgen op mijn maag) en omdat ik een bloedhekel heb aan frietketels uitkuisen, gebruikte ik gewoon mijn wok met olie. En die was niet heet genoeg …
Intussen heb ik toch maar een mini-frituurketeltje gekocht. Bij onze slager verkopen ze blijkbaar lekkere diepvrieskroketjes, met weinig paneermeel en zout. Dan maak ik ze wel eens vaker (Manlief juicht!).

Welke tik komt bij je naar boven als je je ongemakkelijk voelt?
Ik heb hele droge lippen. En hoe meer balsem ik er op smeer, hoe slechter. Dus heb ik altijd een voorraadje velletjes om aan te bijten. Ook naast mijn vingernagels heb ik van die droge, harde puntjes. Tja, en als al die velletjes eigenlijk al weggebeten zijn, ga ik lekker door en heb ik een lelijke dikke lip of een zwerende vinger …

Wat was de laatste rekening die je ‘verstopte’?
Ik verstop geen rekeningen, ik verlies ze.

Conclusie:
Ik geloof dat ik voor mijn leeftijd een gezonde mix heb van kind, volwassene en weer kind(s). Vooral dat eerste probeer ik zo lang mogelijk bij te houden. In de categorie “volwassen” zit teveel “moeten” en te weinig “mogen” naar mijn zin …

Osca(a)r met de sigaar …

Het interesseert mij eigenlijk geen mallemoer wie er om deze tijd van het jaar een Oscar krijgt. Ik ben sowieso al geen fanatieke filmkijker en meestal zijn het net films die voor dat beeldje niet in aanmerking komen, die mijn voorkeur genieten.

Aangezien blijkbaar steeds meer kijkers het laten afweten bij dit non-event, leek het er even op dat men er dan maar een paar onuitgegeven stunts tegenaan gegooid heeft. Achteraf bekeken, twijfel ik een beetje aan die stelling. Maar het effect in de pers is er niet minder om.

Laat ons wel wezen: geweld is niet goed te praten. Iemand een klap in het gezicht geven is not done.
Dat nu heel de VS op haren en poten staat, terwijl daar zowat iedereen met een machinegeweer rondloopt en neermaait wat niet op tijd dekking zoekt … Bestaat het woord “hypocriet” wel in het Engels (of moet ik zeggen: Amerikaans)? En verstaan ze het dan nog ook?
De organisatie heeft haar afkeuring voor geweld uitgesproken. Gaan we vanaf nu nog enkel zeemzoete love stories en Bambifilms krijgen? Dat geloof je toch zelf niet!

Maar waar ik evengoed over struikel is dit: ““Een comedian op zijn gezicht slaan? Totaal onaanvaardbaar”: stand-upcomedians reageren op de Oscar-mep van Will Smith” (kop op de site van vrt-nws). Dat stand-upcomedians zich regelmatig en ongestraft bezondigen aan verbaal geweld, daar staan ze niet bij stil. Daar zijn ze waarschijnlijk te stom voor. Vooral van een Geubels – die nochtans met zijn Taboe-reeks een vrij subtiele indruk maakte – verbaast het mij (niet?) dat hij hier de nuance mist. Zíjn publiek werkt eraan mee, dus mag je er van uitgaan dat ze er mee om kunnen. Dat je er zomaar van uit mag gaan dat iedereen maar met zichzelf – en vooral met zijn (gezondheids)problemen – moet kunnen lachen, is voor mij een dubbele Zeelandbrug te ver. Als je op een podium wil kruipen om de zot te houden met iemand, maak dan platte grappen over je eigen oerlelijke kop, je voeten in clownsmaat of het feit dat je geen fatsoensbesef hebt.

Let wel: ik praat nog steeds die klap niet goed, maar als ik als weerloos slachtoffer in een zaal zou zitten waar zo’n idioot op mijn kosten “humor” (en laat a.u.b. die aanhalingstekens staan!) zou staan brabbelen, dan zou ik vereerd zijn als iemand in mijn naam het geluid zou uitdraaien en de bron zou afvoeren. Thuis kan je weg zappen, in een zaal kan dat niet. En dan is die grap van die Chris Rock (wie is dat zelfverklaarde genie eigenlijk? Niet dat het me een steek interesseert, maar allez) gewoon een laffe streek. Waarom wordt het F-woord weg getoeterd en dit smakeloze gebral niet?

Eindelijk lente …

Ook voor ons. Na 11 weken van nagenoeg continu rennen, slepen, heffen en tillen (waardoor ik nu naar de dokter “mag”), nachtelijke administratie etc. zijn we gisteren voor het eerst dit jaar – en eigenlijk al rijkelijk laat – in de tuin begonnen. Omdat we zoveel achterstand hebben, komt volgende week vrijdag onze tuinman een handje toesteken. Naast het scheren van de haag, een partij lavendel en de olijfboompjes, krijgt hij een extra klus voorgeschoteld waar we het nu pas over eens geworden zijn (niet voor dezelfde dag overigens).

De (ooit) gele tegels gaan er onherroepelijk uit. Aan de kant van het tuinhuis komen er een paar rijen klinkers bij om zonder ongelukken met de kliko’s heen en weer te kunnen. Waar de potten en kuipen staan blijven ze ook liggen, maar de rest gaat ook op de schop. De bakken in de voorgrond worden mini-groentetuintjes en wat er nu in staat gaat in de volle grond.

De tegels in het midden vóór de loungehoek steken ons al een paar jaar de ogen uit. Er zijn er zelfs een paar gescheurd toen er met een graafkraantje overheen gereden werd. En dus werd nu ter plekke besloten ze uit te breken. Ook de meeste klinkers eromheen worden er uit gehaald, maar een deel ervan steekt gewoon “het plein” over, want er moet wel een voldoende brede boord overblijven om de kliko’s naar de straat en terug te rijden. En de vrijgekomen ruimte wordt dan tóch een gazonnetje. Mini, weliswaar, maar toch groot genoeg voor de merels om er pieren te komen “steken” en voor de hond om lekker zacht in het zonnetje te liggen.

De wisteria gaat bij die gelegenheid in de volle grond, en er komt een boograamwerk naast om hem over te leiden zodat hij nog meer schaduw op de vijver werpt. De siergrassen die er in een grote plantenbak naast staan, komen in de tuin zelf en vervangen dan voor een stuk het kattenkruid, want dat is me toch zó invasief. Leuk voor bijtjes en vlindertjes, maar “teveel is trop”, zei de beenhouwer. De meeste vrijgekomen kuipen, potten en bakken komen samen op het stukje klinkers die blijven liggen en worden voortaan gebruikt als postzegel-groentetuintjes. Wat verse sla, een tomaatje, snoeppaprika of aardbei van eigen kweek smaken nóg zo lekker! In de kleinere potten komen afrikaantjes (“stinkerkes”) tegen het ongedierte.

Basilicum, platte peterselie, bieslook, een tomatenplantje en een snoep-puntpaprika staan al in hun potten. In de kleine potten vooraan heb ik tagetes gezaaid, maar daar merk je natuurlijk nog niets van.

Verder heb ik bieslook, basilicum en platte peterselie meegebracht voor in een grote sierpot dicht bij de veranda en voor in de volle grond heb ik 3 venkelplanten mee. Lekker voor bij de vis en bovendien een waardplant voor de koninginnenpages die regelmatig de tuin bezoeken.

In de vijver zijn al 2 waterlelie-bloemhoofdjes zichtbaar. Jammer dat we met onze kuisdrift in de vijver de vissen weer naar de diepte gejaagd hebben. Vandaag nog even de waterkwaliteit testen en desgewenst wat corrigeren en dan duurt het vast niet lang vóór ze weer komen bédelen.

De piepkleine narcisjes zijn bijna uitgebloeid. Daar moet ik de bloemhoofdjes van weghalen. Manlief heeft een paar siergrassen verplant omdat ze te dicht bij een appelboompje stonden. Drents krentenboompje, glansmispel, druivelaar, esdoorn, … Ze krijgen stilaan allemaal kleur. En intussen genieten we mee van de magnolia van de buren.

Wat doe je met de feeder-houder als je het bijvoederen wat wil bijsturen? Dít, bijvoorbeeld!
In het najaar kocht ik een roomwitte camelia. Die gaat nu in het verhoogde bloembed, tussen de euforbia en de maagdenpalm.

Even bijkletsen …

Even zitten en bijkletsen. Laten weten dat ik nog leef (wat je noemt …). Het heeft er momenteel meer van weg dat ik geleefd word en dat ziet er zo nóg een week of twee uit.

In week 2 van dit jaar werd mijn moeder opgenomen in het ziekenhuis. Na drie weken bleek het niet echt realistisch te zijn dat ze nog terug thuis ging wonen en ging ze in “kort verblijf” naar een WZC in afwachting van de oplevering van een gerenoveerde kamer in het WZC waar ze was ingeschreven in case of.

Vorige week maandag zou ze verhuizen naar haar definitieve stek, maar net vóór het weekend bleek ineens bijna de helft van de residenten positief te testen. Waaronder – uiteraard – ook mijn moeder. Gevolg: ze moest daar eerst nog haar quarantaine uitzitten. Teleurstelling van mijn kant, want ik zag ook wel dat ze daar beter ASAP weg kon zijn. Een hoop stress van haar kant, want waar ze haar “voorarrest” uitzat zou je niet graag je laatste jaren slijten. Zelfs na verschillende interventies van de huisartsen en een kwade brief van mij, bleken ze na 3 weken nog steeds niet in staat haar dialyse-dieet te respecteren in de keuken en haar medicatie correct voor te bereiden zoals door de artsen voorgeschreven. Gelukkig scheelt er bij mijn moeder nog niks tussen de oren (al probeerden sommige verplegenden dat wel te insinueren om hun fouten te verdoezelen). Vandaag is dus de échte verhuis. Hoop ik.

In de tussentijd hebben Manlief en ik niet stil gezeten. Het huis heb ik – met wat raad en bijstand van de ERA-verkoper die ons huis in Kruibeke in no time aan een nieuwe eigenaar hielp – in minder dan een week verkocht gekregen. Mijn moeder heb ik direct aan het werk gezet met pen en papier om op te lijsten welke meubels en snuisterijen ze mee wilde nemen. Haar herhaaldelijk moeten herinneren aan het feit dat ze een kàmer aan het stofferen was, geen grote villa … En dat wat nièt op het lijstje staat, onherroepelijk een nieuwe bestemming krijgt en wel zo snel mogelijk. Vorige week ben ik even flink ingestort toen ik thuis kwam in het afgiftemagazijn van een kringloopwinkel. Om bij de frieten in de diepvriezer te kunnen, moest ik de groentenla van de koelkast blokkeren met bakken, tassen en manden vol beeldjes, vaasjes, kandelaartjes, kadertjes, … Ons hele huis stond vol rommel. Die is dus afgelopen week ook al grotendeels weggewerkt. En laat haar gisteren dan naar één van die prulletjes vragen. Volgens Manlief zit het in een bak die nog ginds staat. Fingers crossed!

Bovendien wordt dan nog van ons verwacht dat allerlei snuisterijen die ze niet kan meenemen, in ons huis een plaats krijgen. Alhoewel er een paar dingen zijn die wij zelf graag zien én die in ons interieur passen, kiest zij dan natuurlijk dingen uit waar wij niets mee hebben. Ik heb dus nieuwe schoenen nodig. Voor de schoendoos, wel te verstaan. Daar kan ik die prutsen dan in stoppen en ze alleen in het daglicht halen als ze op bezoek komt. Anders hebben wij er op den duur nog ambras over.

Het is een periode van rennen om alle administratie rond te krijgen, want uiteraard gaat het dan ineens allemaal snoeihard. Naar het WZC om haar definitief als inwoner in te schrijven, naar de afspraak met de koper voor het tekenen van het compromis, naar de notaris om nog wat andere zaken te regelen.

Maar het houdt niet op als ik ’s avonds eenmaal thuis kwam. De zoons namen met graagte de wasmachine en de droogkast van oma over. Die stop je niet in het handschoenbakje van een personenauto, dus: bestelwagen regelen, signalisatieborden regelen (en afhalen en terugbrengen), alles wat mee moet naar haar kamer zoveel mogelijk bijeen zetten in één kamer zodat de verhuizers makkelijk kunnen werken en er geen last minute-fouten kunnen gebeuren. Die firma kan dan pas een week of twee later komen, zodat de signalisatie weer aangevraagd, gehaald en terug gebracht moet worden.

En dan kom je tot de ontdekking dat dat huis van in de kelder tot aan de nok van het dak vol steekt met foto-albums, vakantiefilms (die al jaren niet meer bekeken zijn) en muziekcassettes (die al jaren aan elkaar gekleefd zitten). Elke kast en elke lade die je opentrekt zit er vol mee. Dat moet dus allemààl naar beneden, naar buiten, …

Gelukkig was de koper nogal erg geïnteresseerd in het overblijvend meubilair, dus kasten uitbreken en naar beneden sjouwen hoeft niet. Ook het bed mag blijven staan, mét matras. Dus: kleine container geregeld. Uiteraard mét signalisatieborden die gehaald … Juist, ja. En laat ik je zeggen: dat zijn er met een losse, betonnen voet. Als je die in en uit de auto moet tillen, kan je best een pan spek met eieren nemen als ontbijt!

Manlief gaat vandaag dus nog maar eens een paar tientallen keren met zware bakken rommel van de zolder naar beneden zeulen. Intussen probeer ik mijn moeder geïnstalleerd te krijgen op haar nieuwe stek. Dat wordt ook nog een dingetje, want traditioneel zal al mijn werk van de afgelopen twee weken niet goed genoeg zijn. Dus op mijn meeneemlijstje voor vandaag prijkt bovenaan: kauwgom. Om heel hard op te kauwen als het me teveel wordt. En haar gewassen en gestreken goed, natuurlijk. Onze strijk doe ik al maar binnen bij de strijkdienst …

Volgende week maandag (en dinsdag?) vullen we de container. En dan trek ik de deur achter mij dicht. Die gaat nog enkel ééns in de week open om te kijken of er post achter ligt. En dan kunnen we allebei instorten. Manlief zijn knieprothesen zijn ver versleten, denk ik. En mijn rug kan niet veel meer verslechten. Ik maak vandaag vast een eerste afspraak bij de fysio.

In afwachting van eindelijk weer eens wat tijd om in onze neus te peuteren, kan ik al eens nadenken over en uitkijken naar de invulling van de eerste opgave van Saturn9’s nieuwe fotochallenge. Dat belooft: ik begin al meteen met een achterstand …

“Val”scherm …

Sinds we vorig jaar onze trap lieten renoveren, heeft Jeppe een probleem. Hij kan/durft wél naar boven, maar na een paar onbedoelde hobbeldebobbel glijpartijen is naar beneden een dingetje geworden. De trappenboer mag dan bij hoog en bij laag beweren dat de trap niet glad is, voor onze huiswolf is dat een flagrante leugen. Als hij niet heel, héél nauwkeurig mikt waar hij zijn pootjes zet, is hij rapper beneden dan bedoeld. En vermits er onderaan een bocht in de trap zit, betekent dat dat hij met zijn supergevoelig neusje tegen een ruw bezette muur knalt.

Dus piept hij mij ’s morgens uit bed (en als het wat lang duurt wordt dat een blaf in gebiedende wijs enkelvoud), mag ik eerst naar beneden en als ik dan met open armen en veel aanmoedigingen onderaan de trap klaar sta om hem op te vangen, komt hij stapje voor stapje de trap af. Zo nu en dan gebeurt toch het onverhoopte en dan schuift hij in mijn armen. En mijn handen schuiven dan langs die muur, dus ik loop af en toe als een straatvechter met geschaafde kneukels rond en dat kan zijn tijd duren eer dat begint te genezen.

“Klaar? Pak mij als ik val, he!”