IMMObiel …

Verhuizen brengt soms méér veranderingen mee dan je oorspronkelijk gedacht had. Vooral als je de grens oversteekt. Zo moet je ook een andere nummerplaat op je auto, één van het land waar je je hoofdverblijfplaats hebt. In ons geval Nederland dus, ook al blijven we twee ouwe Belgen. En dat gaat dus niet in 1, 2, 3.

We hadden het geluk dat onze auto nét een dag of wat ouder was dan 6 maanden (toeval, o, toeval 😉 ) toen we op ons nieuwe nest neerstreken. Dat is best wel een hele besparing, want dan kan je vrijstelling van BPM aanvragen (nu volgt dus een rist afkortingen waar ze in Nederland dol op zijn en waar je als inwijkeling maar glazig tegenaan hikt). Dat betekent dat je je auto niet als voertuig moet invoeren (met invoertaks als gevolg) maar dat hij bij de verhuisboedel gerekend wordt. Toen ik belde om te weten of dat lang duurt en of ik dan intussen al een APK-attest moest ophalen en of ik voor de RDW helemaal naar Roosendaal moest, kreeg ik te horen dat dat alles tussen 2 en 8 weken kon duren, afhankelijk van hoe druk het is. En dat het op dat moment behoorlijk druk was. Yeui!!! en we hebben maar 5 weken meer tot de vakantie!

Na 2 weken hadden we de vrijstelling in handen, dus een afspraak gemaakt bij het RDW in – jawel – Roosendaal. Die afspraak viel op een ambetant uur, want nét na de middagpauze en wij voorzien graag een beetje marge kwestie van zeker op tijd te zijn. We besloten er een dagje Roosendaal van te maken. Kort door de bocht: we zijn op een regendag 6 uur van huis geweest, hebben vooral de binnenkant van een winkelcentrum gezien (13 in een dozijn, weet je wel), hebben ook nog ruim wat tijd gezeten in dat RDW-centrum en konden -na een APK-controle van minder dan 5 minuten (inclusief babbeltje en grapjes)- met een goedkeuring naar huis. En met home-made kentekenplaten met een ééndagsnummer. We voelden ons echte ééndagsvliegen, zelfs als we traag reden.

Papieren doorsturen naar de belastingdienst en dan hopen dat de kentekenkaart (soort bankkaart waar je kentekennummer op staat) in de bus valt tegen eind van de week. Ondanks Dodenherdenking en Bevrijdingsdag. Want zoveel geluk hadden we dan ook nog: 4 en 5 mei vielen in die 5 werkdagen die het normaal duurt om dat kenteken toegewezen te krijgen.

In de tussentijd heb je dus geen kenteken (ook je Belgische platen zijn dan verbeurd verklaard) en spendeer je een autoloze week (minstens). Vandaar de reden waarom we zo ongeveer ons bed naast de brievenbus hadden staan. Niet dat we zo’n auto-addicts zijn, maar je zal zien dat er net dan wat voorvalt op het thuisfront.

Vrijdag (Bevrijdingsdag!) kwam dan de bevrijdende omslag. Wijle (redelijk klandestien) naar een APK-station, want alleen daar mag je je kentekenplaten laten maken. Die hingen er binnen het uur op, maar daarmee ben je dus nog niet verzekerd. Want zó bevrijd waren ze bij de verzekering rond dat uur al wél. Net gebeld: binnen het half uur is dat in orde en worden we weer mobiel.

Hebben we de auto erg gemist? Maar neen, gij. Degene die hem nog het meest gemist heeft, is de hond. Jawel: Jeppe was eerst helemaal niet auto minded. Nu heeft hij ontdekt dat je ermee naar een heel plezant plekske kunt rijden waar hij los kan lopen. Gevolg: ik moet hem uit de auto slepen. Als het aan hem ligt, blijft hij in de auto wonen …

Fetch…!

OK, dan niet …

Ik doe ongetwijfeld iets fout. Ik wil het niet op de honden steken. Het kàn niet dat ze alle drie eenzelfde productiefout hebben. Ofwel heeft de toenmalige hondentrainer het me fout geleerd. Dié ontsnappingsroute hou ik nog even open.

Dame Nicky, onze eerste hond, verdomde het flagrant om balspelletjes te spelen of andere gooi- en brengdingen te doen. Nochtans heb ik er uren aan gespendeerd om het hele traject te doorlopen:

  1. speeltje tonen, “fetch” zeggen en als ze haar neus tegen het speeltje drukte, heel enthousiast kirren en belonen. Tja, met een snoepje vlak bij je kop doe je al eens gek, niet?
  2. speeltje op de grond en verder zelfde scenario: kleine moeite.
  3. speeltje een meter of wat weggooien. “Jamaar, het moet niet veel gekker meer worden, vrouw!” Zucht.
  4. speeltje de halve tuin door keilen. Een hond die naast mijn voeten zit en zichtbaar denkt:”Mens, als je dat ding nog nodig hebt, gooi het dan niet weg. Ik heb nog wel wat anders te doen dan achter je vodden aan te lopen. D’ailleurs, het is tijd voor mijn schoonheidsslaapje”. En wég was ze.

Toen Floor de menage kwam vervoegen en de hele tijd met onze spullen (vooral sokken en onderbroeken van mijn man) rondsleurde, kreeg ik weer hoop. Het enige wat ik haar moest aanleren was toch om er de juiste richting mee uit te lopen, niet?

In geen tijd kreeg ik haar zover dat ze met het wasgoed naar de berging meekwam en het voor de wasmachine op de grond gooide. Eureka!!! Driewerf hoera!!! Ik had een nieuwe hulp in de huishouding. Alleen moest ik er naast of vóór blijven lopen en voortdurend aanmoedigingen herhalen, want anders liep ze er de tuin mee in om de kledingstukken te begraven. Mijn man heeft zich ruim 10 jaar afgevraagd hoe hij aan zoveel “wezensokken” kwam…

Andere truc dan maar: de post apporteren. Ik nam Floor mee naar de brievenbus, gaf haar de post en het baasje stond binnen te wachten en te supporteren met snoepjes in de hand. Dàt ging een tijdje goed, tot Floor eens een keertje “verloren liep” met een brief van de belastingen. We hebben die nooit meer teruggevonden. Op zich nog geen man overboord. Die sturen gewoon een rappel. Maar stel dat er eens een cheque bij de post is … Anyway, ook Floor vertikte het om balspelletjes te spelen.

Toen Jeppe bij ons kwam zag ik meteen dat gooispelletjes nog niet voor direct waren, want het beest schrok zich al een floeren aap als er een mug naast hem op de grond poepte. Bij een beweging van zijn schaduw kreeg hij een hartverzakking en het geluid van een vallende pluim deed hem ineen krimpen van schrik.

Intussen is hij een (doorgaans) zelfzekere jachthond geworden die wel wat meer gewoon is dan poepende muggen en vallende pluimen. Bovendien blijft hij elke dag vol belangstelling kijken naar een border collie uit de buurt die zich te pletter rent achter zo’n bal aan een dik stuk touw.

Ik kreeg dus weer hoop en probeerde hem vorige week – gewapend met een laaiend enthousiasme en een pot trainingssnoepjes – achter een speeltje te laten hollen. Vol verwachting keek hij hoe ik zijn pluchen vosje een meter of wat vóór me op de grond gooide en “fetch!” riep. Reactie? “Mens, als je dat ding nog nodig hebt, gooi het dan niet weg. Ik heb nog wel wat anders te doen dan achter je vodden aan te lopen. D’ailleurs, het is tijd voor mijn schoonheidsslaapje”. En wég was hij…

Ik e(n) a…

De laadste loodjes duren het langst of zoiets … Al de bestelde meubels zullen met “enige” vertraging geleverd worden. Hoeveel “enige” is, wordt er nooit bij vermeld, natuurlijk.

Anders bekeken geeft ons dat de gelegenheid om de logeerkamer al in orde te maken. Wat er vorige week nog uitzag als een rommelkot, begint nu stilaan op een slaapkamer te lijken. Al staat er nog geen bed in, want – juist, ja – ons nieuw bed is nog niet geleverd en dus staat het oude nog in onze slaapkamer.

Omdat de oplossing voor het benutten van de ruimte onder het schuine dak in onze slaapkamer super-de-luxe (want 2 walk-in wardrobes, zoals de Engelsen dat zo chic noemen) maar wél prijzig was, kozen we nu dus voor een doe-het-zelfoplossing. En het eerste wat we dan zélf moesten doen, was de beschikbare ruimte opmeten en dan naar Zweden-tegen-Antwerpen rijden om eens te gaan kijken wat er allemaal in die ruimte past.

Tegen maandag was de keuze min of meer gemaakt en stapte ik in de auto om “efkes” dat gerief te gaan halen. Ik had op Tinternet gekeken of alles wel op voorraad was (ah ja), en waar het precies lag (op de kop van gang 19), maar ik had er wel lichtelijk overheen gelezen dat dat 3 dozen van elk 42kg waren. OK. Om dat gerief “efkes” op mijn kar te laden kon ik hulp krijgen van iemand van Zweden, maar in de ondergrondse parking kwam ik niet verder dan het platleggen van de achterzetels en het krabben in mijn haar (en het debiteren van enig proza dat niet voor publicatie vatbaar is). Gelukkig parkeerde er een nietsvermoedende krachtpatser naast mij. Die mocht meteen demonstreren waar al die powertraining goed voor was.

Bij thuiskomst heb ik het aan Manlief overgelaten om alles weer uit de auto te halen, want anders ging het tussen drie kapotte commodes of een kapotte rug. Of alles tegelijk. Gelukkig beschikken we over een handig steekkarretje om de pakken zonder teveel hef- en sleurwerk in huis te krijgen.

Omdat ik ook nog flink wat spullen uit ons vorige huis opgehaald had en daar nog met zakken afval gesleurd had, was het kaarsje al een heel eind opgebrand. En dan is het gevaarlijk tafelen met mij. Want een ver opgebrand kaarsje heeft een kort lontje. Tegen ’s avonds was er toch al 1 commode die in elkaar stak. En bleef het een tijdje stil aan tafel. Tot een douche, wat zitwerk, wat eten en een extra koffie hun werk deden.

Dinsdag ben ik dan teruggereden naar Zw-t-A’pen om een kleerkast, want die bleek ook nog in de kamer te kunnen zonder dat het daar propvol staat. Maar hiervoor heb ik Manlief meegenomen, want intussen had ik wél gekeken hoeveel dat pak weegt (51kg) en hoe onhandig groot het is. Eindresultaat dag 2: alle planken, vijzen, knopkes enzovoort ter plekke en nóg een commode in elkaar gebokst, deze keer zonder vlam in de pan.

En op dag 3? Rustig ontbeten, op ’t gemakske ons aangekleed, een toerke met de Jeppe … Tegen het middaguur stond de rest in elkaar (1 commode én 1 kleerkast), hebben we geen ondefinieerbare onderdelen over, zijn we gezellig gaan lunchen en ga ik straks die kasten uitwassen en vullen. Ik heb “op grootmoeders wijze” een hele batterij stukken toiletzeep gekocht. In het dorp moeten ze nu maar vuil blijven lopen tot de volgende levering. In mijn schuiven en kasten zal het lekker ruiken. Naar viooltjes, godbetert, want dat was de enige variante die ze op het thema hadden. Enfin, alles beter dan de stank van houtvezelplaat. Als die een tijdje in huis hangt, denk ik altijd dat er muizen zitten.

Zo. Mijn lunch is een beetje gezakt, mijn koffieke heeft mij weer wat helder van geest gemaakt. Ik zal eens een emmer, spons, zeemvel en 15 stukken toiletzeep bijeen gaan rapen …

 

Vliegende stokken …

Nu de (bijna) laatste verhuisdoos uit de weg geruimd is, blijft er wat tijd over om de leesachterstand op mijn favoriete blogjes weg te werken vóór de zon me nagenoeg permanent naar buiten lokt. Bovendien is dit het jaarlijkse moment om eens opruim te houden in mijn blogroll, want hoe erg ik ook genoten heb van de schrijfsels van sommige mensen, als hun digitale raam dicht gaat heeft het geen zin om naar het rolluik te blijven kijken. Trouwens, via de overblijvers kom ik regelmatig op nieuwe adresjes uit en zo worden de leeggevallen plaatsjes ingenomen door nieuwelingen. Verandering van kost …

Vermits ik op zo’n “doorleesmissie” mijn blogroll gewoonlijk in alfabetische volgorde afwerk, kwam ik eerst bij Bentenge uit. Ik denk dat die zich een beetje verwaarloosd voelde, want hij begon direct met stokken te gooien. Al had hij hem zelf ook tegen de oren gekregen.

“wat is mijn favoriete…”

1) Auto

Voor mij is een auto “iets” waarmee ik me – op een door mijzelf gekozen moment en dus los van OV-tijdroosters, tracee’s en laatste ritten – relatief snel, droog en zonder al teveel inspanning van A naar B kan verplaatsen. Eventueel in het gezelschap van een medemens, een hond, een bak boodschappen of alles samen.
Mijn kleine gestalte en kaduke rug bepalen de voornaamste vereiste: een lage of onbestaande kofferdrempel om spullen in te laden (een break is ideaal), maar toch een comfortabele zithoogte. En hij moet betrouwbaar zijn en niet de ambetante gewoonte hebben om mij op de ongelukkigste momenten en plaatsen in de steek te laten. De garage voor onderhoud in de buurt van mijn woonadres is een bonus.

2) Kleur

Da’s niet simpel. Kleur is bij mij nogal onderhevig aan mood swings. Op dit moment – met de lente voorzichtig op de drempel – ga ik voor fel geel en oranje. En ook voor pril groen. Maar binnen een half jaar geniet ik met evenveel overgave van bruin, dieprood, …

3) BN-er

Nu ik in Nederland woon ga ik er ongetwijfeld nog wel meer leren kennen, maar ze gaan het toch allemaal moeilijk krijgen om Herman van Veen de loef af te steken.

4) Tv-Programma (binnen- & buitenland)

Nogal voorspelbaar voor wie hier al een tijdje komt lezen, maar dat zijn de natuurprogramma’s van de BBC. Op enige afstand gevolgd door “Vranckx”, maar dat ligt meer aan de teneur van de onderwerpen dan aan de kwaliteit van het programma.

5) Maaltijd

Gisteren ongelofelijk genoten van een paar blaadjes sla, wat kerstomaatjes, een paar verse asperges, wat gesmolten goeie boter en een gepocheerd eitje. Ingewikkeld moet dat niet zijn. Vers en (h)eerlijk herkenbaar is al zot genoeg.

6) Jaargetijde

Hier moet ik altijd even over nadenken, wat afwegingen maken en toch kom ik altijd weer op hetzelfde resultaat uit: de lente. Of het nu een strenge winter geweest is, of eentje die niet kon besluiten om in gang te schieten, donker is hij altijd. En dan is het lengen van de dagen telkens opnieuw het mooiste geschenk.

7) Hobby

De natuur beleven met alle beschikbare zintuigen. Terwijl ik dit zit te typen, is er buiten nog zo goed als niets te zien. Maar ik geniet van de merel die al klaarwakker is en op zijn vaste zangpost zijn territorium bij elkaar zingt.

8) Persoon

Melig, maar na ruim 40 jaar nog altijd mijn ventje.

9) Dier

In het algemeen: roofdieren. Ik heb er van kindsbeen af een fascinatie voor.
Als compagnon: een hond. Vroeger Nicky en Floor. En voor de korte tijd dat ze bij ons was, ook Chino. En nu is dat de Jeppe.

10) Dagdeel

De na-nacht. Ik ben een slechte slaper, zit meestal al op vanaf 3-4 uur. En dan hoor je de dag beginnen. Vogels. Een deur die ergens dichtvalt. Voetstappen in de straat. Een auto die start. Er komt langzaam wat licht in de lucht. En op zo’n ontieglijk uur moét er nog niets als je met pensioen bent.

11) Fruit

Ik eet veel te weinig fruit, ben meer voor groenten. Maar als het dan toch fruit moet zijn: een appel.

12) Drankje

Mojito. Al is een glas fris spuitwater met een schijfje limoen en een takje munt ook lekker.

13) Uitje

Eens lekker gaan eten. Bij voorkeur alleen met Manlief.

14) Sieraad

Oorbellen. Om praktische redenen in de winter van die kleine knopjes. Die blijven niet aan mijn kleren haken. In de zomer, als ik geen kraag of sjaal aan heb, mogen het van die lange exemplaren zijn waar wat beweging in zit als je stapt.

15) Bloem

De paardebloem. Ongeschikt om in een vaas te zetten, maar de levenslust en felheid die ze uitstraalt! Daar word ik helemaal vrolijk van.

16) Vervoermiddel

De benenwagen. Ik ben een trotter.

17) Accessoire

Vroeger (en soms nog) mijn coolpixke. Tegenwoordig is de kwaliteit van gsm-camera’s zo goed dat ik het dikwijls thuis laat. Maar ik heb in elk geval graag iets bij de hand om foto’s te maken. Leuke beelden wachten meestal niet tot je er speciaal voor langs komt.

18) Luxe-artikel

Tijd. En stilte. Liefst samen.

19) Muziekgenre

Weer zo’n stemmingsafhankelijk iets, he. Ik noemde van Veen al, maar ik kan evengoed genieten van Kadril of Cohen. Een streep  klassiek kan er ook wel bij, maar dan moet ik echt tijd hebben om te gaan zitten/liggen/bankhangen. Alhoewel: muziek is bij mij nooit geluidsbehang. Als ik met iets bezig ben, gaat de muziek uit. ’t Is alles of niets bij mij.

20) Kledingstuk

Heel chic: een t-shirt en een slobberbroek …

21) Tijdverdrijf buitenshuis

Wandelen/fietsen in de natuur.

22) Schoonheidsritueel

Douchen.

23) Rusthouding

Heel onergonomisch op een bank hangen.

24) Toetje

Rijstpap met bruine suiker. Zelfs met een plasic lepeltje als ’t moet.

25) Tijdverdrijf thuis

Lezen. Het begint terug een beetje te lukken na een veel te lange tijd. Het wegvallen van die bezigheid was de aankondiging van mijn burnout, al had ik dat toen niet door.

 

Fetch!!!

 

Ontkennen …

Hoewel ik onderhand drie jaar met pensioen ben, zit ik nog dikwijls in de nachtploeg: de groep van mensen die met een paar uur slaap toekomen (of ook niet) en dan maar in alle stilte op de golven van het internet surfen. En dan kom je soms van die dingen tegen die oude wonden openrukken. Zoals dit artikel in De Morgen.

Hoe vertrouwd ben ik met dit probleem! Hoe “dicht bij mijn bed” is het. Vóór mijn trouwen woonde ik hier dichter bij dan me lief is. Mijn vader werkte bij SVK en -zoals zoveel van zijn collega’s, gezinsleden van collega’s en bewoners van de buurt – is hij uiteindelijk ook overleden aan de gevolgen van dit misdadig ontkennen.

Aan het artikel hoeft niks toegevoegd. Het is klaar, duidelijk en veel te waar. Er vallen namen die ik maar al te goed ken. Ik zou een andere namenlijst kunnen neerpennen, zo lang als mijn arm, van levens die ze op hun geweten hebben. En ja, ergens delen hun slachtoffers in die schuld door hun lijdzaamheid. De volgzaamheid in het Waasland is bijna legendarisch en daar hebben de asbestmoordenaars hun voordeel mee gedaan.

Nu 44 jaar geleden koos ik als onderwerp van mijn eindwerk “asbest”. Ik benaderde het vanuit scheikundige hoek: formule, manier van voorkomen, eigenschappen, gebruik. Uiteindelijk had ik wel een opleiding laborant scheikunde gevolgd, dus…

Maar ik kon niet voorbijgaan aan de loodzware tol en de gewetenloze hebzucht van hen die er alle belang bij hadden/nog hebben om te doen alsof er (letterlijk) geen vuiltje aan de lucht is. Er ontstonden dus 2 versies van dat eindwerk: één dat stopte bij de eigenschappen en het gebruik. Voor de promotor die zelf één van die schuldigen was. En één voor de commissie die het eindwerk moest beoordelen. Met een appendix, die ik samen met onze toenmalige huisarts schreef. Hij bezorgde me – anonieme – cijfers en gegevens over wat asbest teweeg brengt in het lichaam van een mens.

Asbest werd één van mijn stokpaardjes toen ik de laatste 17 jaar van mijn loopbaan in de preventie zat. En ook nu nog word ik er dikwijls mee geconfronteerd. Door berichtjes van mijn moeder, die alweer van een oud-collega van mijn vader het slechtste nieuws heeft gekregen. Of door een item in het journaal over die andere dodenfirma die dan wel schuldig is bevonden in beroep, maar zijn schuldvordering gedecimeerd ziet dankzij de lobbyisten en chantage met verlies van arbeidsplaatsen.

Het ligt niet in mijn aard om iemand slecht toe te wensen. Maar ik kan toch alleen maar hopen dat ook de schuldigen die hun aandeel in al dat leed blijven ontkennen uiteindelijk aan den lijve zullen ondervinden wat de gevolgen zijn van hun hebzucht. Mogen zij terechtkomen in een fanatiek-christelijke kliniek die elke vorm van euthanasie weigert uit te voeren. Hun ontkenning is even gruwelijk en crimineel als de bewering dat de holocaust niet bestaan heeft.

Een cliché …

Ik durf het bijna niet neer te zetten, zó cliché is het. Maar waarschijnlijk is het juist daardoor dat het zo vaak gebruikt wordt en een cliché blijft. En in ons geval kan het niet échter zijn. Een nieuwe lente, een nieuw begin, dus.

Sinds donderdag heeft de zon een manier gevonden om de winter het leven zuur te maken. En wat gebeurt er dan? Dan ontploft de natuur! Vogels worden opeens territoriaal agressief tegenover hun winterse gezelschap, microscopisch kleine bladknoppen zwellen als een zweer en barsten open, scheurtjes in de grond worden wijder en laten paarse crocussen of ander voorjaarsgebloemte door. De eerste hommel zoemt zich slaapdronken een weg door de tuin, een uitgehongerde bij hoopt dat er al iets te bikkelen valt, een vlinder heeft nog moeite met de voorjaarswind en ’s morgens word je wakker gescholden door merels en mezen, die vinden dat het nu al welletjes geweest is met je winterslaap.

Ik vertelde al dat ik met Jeppe amper een paar honderd meter moet gaan om in het wijdse polderlandschap te belanden. Zó kijken we dan terug, richting dorp.

DSCN2037

Vanmorgen was de zon er weer vroeg bij, wij ook en na de wandeling, het bezoekje aan de slager en het klaarmaken van Jeppe’s ontbijt, kon ik eindelijk de auto in en naar het tuincentrum rijden. Hoewel er binnenkort behoorlijk wat hard landscaping moet gebeuren in de tuin, kon ik daar toch niet op wachten om wat kleur aan te schaffen.

Naar schatting 80-85% van de voortuintjes ziet er ongeveer uit als het onze: een laag buxushegje rond een keien- of grindveldje. De rest vult iedereen in naar eigen geloof, hoop en liefde. Bij ons zijn de halfvergane houten (uiteraard wit en groen geschilderde) kuipjes met de restanten van de geraniums in de afvalcontainer beland. Ik heb hogere kuipen gekocht en voor dit prille lentebegin gevuld met knalgele primula’s. Tegen dat die uitgebloeid zijn, is hopelijk de tuin achteraan in zijn definitieve vorm gegoten en kunnen ze de volle grond in, zodat er plaats is voor weelderige (hang)petunia’s. Onder de brievenbus staat een pot met een witte camelia. Ik vreesde eerst dat die daar té zonnig zou staan, maar in dat hoekje krijgt hij net op tijd (rond de middag) de schaduw van de vooruitspringende gevel.

DSCN2044

DSCN2045

Er valt nog heel wat te doen om de inrichting achter het huis naar onze zin te krijgen. Onze voorgangers hebben blijkbaar hun overschot aan stenen en tegels uitgepast, zodat alles opgebruikt werd en ze niks moesten afvoeren. Het resultaat mag dan op het eerste gezicht wel onderhoudsvriendelijk lijken, er ligt aan de voorkant al grind genoeg. Dat klein beetje harken kan er nog op af, dus de ultrasmalle paadjes, plantfolie en grind moeten verdwijnen. Zo ook de twee kerstbomen die toch te groot zijn om terug in huis te halen als de tijd van het jaar er is.

DSCN2038

Het eerste aperitief in de tuin en we konden op ’t gemakske een inventaris opmaken van de nog uit te voeren werken. Helemaal rechts naast het huis is nog een stukje te zien van de container die we vulden met o.a. een rotte tuinbank, een spiegel die in een nis in de haag achteraan stond (de hond deed er bijna een week over om te beseffen dat hij zichzelf stond uit te schelden), een plastic Boeddha, een serie tuinkabouters, namaakeenden, uitgeleefde nestkasten e.d.
En terwijl we van ons glas nipten en blokjes kaas opknabbelden, hingen er niet minder dan 7 (zeven!) buizerds boven ons hoofd!

Er ligt ook een lantaarn in die zo erg op Manlief’s systeem werkte dat die er donderdagavond een fikse trap tegen gaf. Het onding gaf van ca. 21u tot 7u de volgende ochtend veelkleurig licht (er zaten 5 verschillend gekleurde ruitjes in). Dat werd dan nog eens extra in de richting van het huis weerkaatst door die spiegel. Waar de stroom ergens vandaan kwam konden we maar niet achterhalen. Na de kordate aanpak van mijn wederhelft ging het ligt uit. Ook in huis. Met zaklamp en in pyama hebben we de losse draden geïsoleerd. De aannemer mag het nu uitzoeken.

Een andere opdracht voor die brave man is het slopen van de afsluiting langs het wandelpad (met doorkijkjes, niet alleen naar het pad, maar ook van die kant naar de tuin) en de beide tuinhuisjes. Het ziet er luxueus uit, een tuinhuis en een theeprieeltje zoals mijn moeder het noemt. Maar als je na elke voor- of najaarsstorm de deuren weer in elkaar moet puzzelen is de charme er gauw af.

DSCN2039

DSCN2041

Met de rug in de nieuwe omheining verwerkt moet er nu iets komen met 2 deuren en een overkapping van een zithoekje.

Omdat ik hoop dat de aannemer snel werk kan maken van onze tuin, heb ik voorlopig maar genoegen genomen met kuipen hier en daar. Tegen het “theeprieeltje” de oleander die meegekomen is met de verhuis. Die kreeg viooltjes rond zijn voet. Viooltjes zitten er ook in de andere kuip, in het gezelschap van campanulla’s. De helleborussen vonden een tijdelijk onderkomen onder een halfverhakkeld vogelhuisje. DSCN2047

DSCN2046

Die is hier ongetwijfeld als verstekeling gekomen, maar van mij mag hij blijven:

DSCN2050

Gisteren en nu: hortensia met nieuw kapsel.

De gele tegels moeten er uit. Hier komt een gazonnetje voor onze viervoeter.

DSCN2054

En dit is voor Jeppe een heuse speeltuin: zijn geheime gangetje tussen de omheining aan de kant van de linker- en achterburen. Hier kan hij patrouilleren en verstoppertje spelen.

DSCN2053

Ik ben niet echt een orchideeënliefhebber. Toch niet van die grote cultivars. Maar deze mand van onze vroegere overburen wil ik toch wel in ere houden. Wordt een leerproces! Speciaal voedsel heb ik al in huis.

DSCN2056

Om de hal een beetje kleur te geven tegen al dat bijna-wit: 9 jaar geleden kocht ik dit plantje. Het had ocharme 5 blaadjes en moest een eerste vlekje kleur geven aan onze nieuwe open keuken. Nu heb ik het al een paar keer moeten kortwieken en het mag een wonder heten dat er niks is afgebroken tijdens de verhuis.

DSCN2057

Kleur kan je ook zelf geven. Dit is nog niet geïnspireerd door onze nieuwe stek. Het is mijn aller-, allereerste poging met acrylverf. Alleen ik weet dat het eigenlijk de Dellewal op Terschelling moet voorstellen. 🙂 Nog even de lucht wat bijwerken en dan moet het toch een beetje realistisch zijn.

DSCN2055

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijna tastbaar …

Vlakbij huis kunnen we bij laag tij op een klein strandje terecht. Voor Jeppe van nu af aan vakantie dichtbij huis.

Achteraf heeft hij nog maar 2 dingen nodig: eten en een zacht kussen om te slapen. Dan heb je geen kind meer aan hem.

Als je tot op het einde van de pier loopt zijn de grote vrachtschepen zo dichtbij dat ze bijna tastbaar lijken. Dan pas zie je hoe indrukwekkend groot ze zijn.

Maar de nieuwe omgeving is ook op andere manieren, in andere vormen tastbaar aanwezig. Nieuwe geluiden, vooral ’s nachts. En Jeppe moet daar nog aan wennen, want hij maakt me elke keer wakker om gerustgesteld te worden. Afgelopen nacht hoorde hij wellicht het geluid dat hoort bij de reuk die nog in zijn pels hangt (hij heeft zich weer eens gewenteld tijdens de wandeling) en – ondanks herhaald wassen – nog een beetje aan mijn handen: sterke muskus, vermoedelijk afkomstig van een vos op vrijersvoeten. Het hese keffen was slechts kort hoorbaar (gelukkig, want anders was er helemaal geen slapen meer aan te pas gekomen), maar kwam van vlakbij. In Kruibeke heb ik wel vaker vossen gezien en geroken, maar dit is de eerste keer dat ik het geluid hoor.

Hopelijk is mijn fiets één dezer weer rijklaar, zodat ik met Manlief eens een eindje kan gaan rijden. Dan kan ik de camera meenemen en stabielere beelden maken. Voorlopig moet ik het stellen met de gsm.