“Thuiskomen” is ook …

… je nieuwe omgeving gaan verkennen. Gewoon “op de wilden boef” – zoals een Waaslander dat nog wel eens wil uitdrukken – de hort op gaan, de voor de hand liggende wegen vermijden en bewust verloren rijden. Tegenwoordig is dat niet eens een drama, want met een gps ben je zó weer op het rechte pad.

Nu we volledig uitgepakt en opgeruimd leven, vond ik het gisteren na het avondeten het ideale moment om aan die zwerversdrang toe te geven. Mooi, laag licht. De weekendgasten op weg naar huis. Filmtas, verrekijker en statief de auto in en wegwezen. Zo gauw mogelijk de kleine wegjes opzoeken om de verborgen hoekjes te vinden. Of een afslag nemen, enkel omwille van de naam op de wegwijzer: een beproefd recept! Strooienstad, Oude Stoof, Stoppeldijkpolder, … Ze hebben hier wel verbeelding, die Zeeuwen. Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat achter elk van die namen een heel verhaal schuil gaat. Daar moeten we ook nog naar op zoek.

Ter hoogte van het Hellegatschor zet ik de auto aan de kant en loop de dijk op. Het is hoog water en tegen de dijk aan zwemt een groep ganzen heen en weer. Net als ik hen wil filmen vliegen ze op. Ik kan niet eens een reden ontdekken voor dit plotse vertrek. Geen loslopende hond, geen wandelaar die te dicht naar de voet van de dijk loopt, … Blijkbaar was het zachte gegak in de groep een overleg over “waar zullen we vanavond eens de laatste graantjes gaan oppikken” en heeft iemand de knoop doorgehakt en het startsein gegeven.

Ik ben al half omgedraaid om de polders achter de dijk in de lens te nemen, als ik een groepje vogels zie landen in de begroeiïng tussen water en land. Verrekijker erbij en Ping! de haartjes op mijn armen gaan steil omhoog staan. Zie ik écht wat ik denk te zien? Mijn wederhelft had een paar dagen terug al een éénling gemeld, maar zijn dit écht elf (11!) regenwulpen? Ik ben nog wat veraf, maar voorzichtig sluip ik een eindje dichterbij. Geen te grote bewegingen, het statief al wat uitschuiven, de camera alvast startensklaar houden, niet vergeten ademen. Vooràl niet vergeten ademen!

Maar nét binnen zoombereik, maar onmiskenbaar zit er een regenwulp wat afgezonderd van de groep.

Nog een paar passen dichterbij en ik krijg er nog een stuk of 10 in het vizier.

De rest van het scenario dat ik in gedachten had, valt in het water vanwege twee fietsers die van de andere kant afkomen en “mijn” vlucht regenwulpen de lucht in jagen. Jammer, want ik had nog een stukje dichterbij willen komen. Maar hoe dan ook: mijn avond kan niet meer stuk.

Langs akkers waar nog volop geoogst wordt onder een lage zon, rij ik richting Kloosterzande. In mijn hoofd zingt Brel over “zijn vlakke land” en ik denk “dat van mij is nog platter, man!”. Want na zes maand voelt het toch ook al een beetje als “dat van mij”.
Als ik thuis de camera aansluit op de pc trillen mijn vingers van opwinding.

De maandagvoormiddag is – voorlopig toch nog – gereserveerd voor de hondenschool, dus het is pas na de lunch dat Manlief me tot bij de vijver wenkt.

Op de armleuning van een stoel zit een bloedrode heidelibel.

Ze lijkt wel zin te hebben om naar beneden, naar het wateroppervlak te vliegen, maar ik zie wat haar tegenhoudt: een uitgerafelde keizerlibel is volop voor de volgende generatie aan het zorgen.

En het is file aan de vijver: een paardenbijter wacht ook op een kansje.

 

Advertenties

Hoog(potig) bezoek

Het moest een superluie zaterdag worden, maar wat doet een mens als er plots – om 8:51 om precies te zijn – hoog(potig) bezoek langs komt in de tuin? Lopen als Dafne Schippers (of toch bijna) om de camera tijdig ter plaatse te krijgen!

Vrouwtje sperwer op de haag. Iemand heeft wel vergeten haar wat manieren bij te brengen …

Groepsreizen…

Eerst was er die eenzame fietser. Maar ik wist direct: busje komt zó. Het duurde amper een week of zo en toen waren het al hele busladingen. En nu? De Chattanooga Choochoo en de City of New Orleans aan elkaar gekoppeld. Propvolle forenzentreinen! En al die reizigers moeten dringend de nodige tickets, reisinfo, een goede plaats vinden in de groep, … Een hels kabaal bij tijden.

Niet schrikken. Onze rustige stek wordt niet overspoeld door het massatoerisme. Ik heb het over de groepen vogels die hier elke dag groter worden. Het groepje van zo’n 20-30 zwaluwen dat hier de hele zomer boven de tuin en de achterliggende velden scheerde, is inmiddels een groep van minstens twee keer die omvang. De eenzame grauwe gans die als eerste het pas geoogste graanveld ontdekte heeft nu al een paar honderd volgelingen. En daar zitten ook canada’s tussen.

Ze komen van de omliggende plassen (de Putting, Luntershoek, …) overvliegen om te kijken waar er een nieuw banket geopend wordt, de grauwtjes vrij hoog, de canadaganzen net boven de daknokken zodat je de lucht door hun veren hoort suizen. Even flink opvetten vóór de noorderlingen alles komen claimen en de magere tijden aanbreken. Flink bunkeren om een lange reis aan te kunnen.

Als in het haventje van Perkpolder de slibplaten droog vallen, zitten er groepen rosse grutto’s, de lepelaars verzamelen ook (jeugdgroeperingen voor een nazomerkamp?), groenpootruiters, en vanmorgen ook een regenwulp.

Groenlingen waren vroeger voor ons slechts occasionele trekgasten. Ze bleven soms wel een paar dagen pleisteren maar gingen er daarna toch weer vandoor. Niet zo in deze buurt. We hadden bij het begin van de lente een koppeltje groenlingen als eetgasten op onze feeders. Ze moeten bij de buren een goeie nestplaats gevonden hebben, want van 2 kwam allengs 4. Duidelijk 2 flinke jongen die intussen ook vertrokken zijn, op zoek naar een eigen stek. Pa en ma hebben even vakantie genomen denk ik, want ze waren een tijdje niet gezien. Maar nu zijn ze terug.

Ik heb de feeders al een beetje gevuld, hoewel er nog eten in overvloed is. Het gesponsorde aanbod is nog maar beperkt: een beetje gemengd zaad en wat zonnebloempitten. Net genoeg om de habitué’s te laten weten dat wij er klaar voor zijn. Naast de granola’s is er ook fruit bij het ontbijt: onze voorgangers hebben druivelaars en (gelukkig doornloze) braamstruiken geplant en daar mag ook à volonté van genoten worden.

Voor wie een tijdje wil uitrusten of hier wil overwinteren hebben we comfortabele suites die de gast naar eigen goeddunken mag inrichten. Hond Jeppe ruit de matrassen wel bij elkaar:

dsc00020.jpg

Een nieuwigheidje voor de hotelgasten: er is nu ook een drinkfontein cum douchegelegenheid:

Wij gaan écht voor die 5 sterren!

U telt toch ook ..?

Vlindertelweekend. Zowel in Vlaanderen als in Nederland (wil nog wel eens een week verschil op zitten).

Nu de borrelsteen op miraculeuze wijze (ik bedoel dan: zonder noemenswaardige ongelukken) in de vijver geraakt is, de vijverpomp aangesloten is (met spitsvondige kunstgrepen, al zeg ik het zélf) en ook nog wérkt, kunnen we in onze tuinkamer (mooi woord, he?) gaan zitten en vlinders tellen.

Door al het geplons, gespetter (en af en toe ook wel gevloek) is de oogst voorlopig karig: 1 koolwitje, één. Geflankeerd door 2 enorme ontzette libellen die hun waterpartij verstoord zien. Die tellen niet mee dit weekend, maar he! van mij krijgen ze toch een eervolle vermelding.

Morgen nog maar eens een kwartiertje tellen. De zon zou dan betrouwbaarder zijn, zeggen ze.

Ze doen het goed …

… de plantjes die we een paar weken geleden in de zware Zeeuwse klei stopten. Alles sloeg aan, sommigen (de daglelies) zijn intussen uitgebloeid en zien er nu een beetje magertjes uit. Het is wachten tot ze beginnen uit te lopen voor volgend jaar.

Aangemoedigd door dat eerste succes heb ik eergisteren nog een drietal soorten gehaald.

DSC00028

Heuchera, in een tere rozige tint om wat tegengewicht te geven aan de donkere Ajuga repens die er naast staat en in heel goede doen is. De bladeren glanzen als spiegels. De Helleborussen staan er vlak achter, zodat hun diep ingesneden blad weer variatie biedt op het bijna ronde Heuchera-blad. De achtergrond (de keitjes en de Hortensia’s) moeten nog even wachten. Voor verplanten is het nu nog te vroeg en voor de opruim van eerstgenoemden hebben we de bestelde container nodig.

DSC00030

Laagblijvend gipskruid is naar het schijnt een gewillige bodembedekker. We zijn in blijde verwachting van bevestiging ter zake. Toch ook maar de roze variant gekozen om een beetje in toon te blijven. Misschien meng ik er nog wat wit tussen, maar daar was er maar één meer van deze week.

DSC00034

O, en Leander, die er maar triestig uitzag in zijn kuip (heimwee naar Kruibeke?) is nu ineens heel erg blij in zijn nieuwe vollegrondstek. Niets dan diepgroene blaadjes en witte bloempjes.

DSC00037

Vanuit een ietwat onhandige hoek gefotografeerd, maar mijn kruidenpotten zijn er en ze doen het ook goed. Laurier, krul- en platte peterselie, melisse (verscholen achter de platte peterselie) en in het kleine potje op de voorgrond heb ik bieslook uitgezaaid. Vorige week. De pot is nu al aan het ontploffen! Dat spul groeit terwijl je er naar kijkt.

DSC00036

Bijna afgewerkt (de trapneuzen zijn in bestelling): ons “openluchtsalon”. Zàlig toeven! Ik weet het, de dekentjes halen er een beetje de mooie strakke lijn uit, maar er zijn hondjes die niet altijd vragen of iets wel mag. En als hen gezegd wordt dat het niet mag, hebben ze soms nét een beetje last van selectieve doofheid…

Als het nu nog een beetje wil zomeren, want op het ogenblik hebben we hier code geel: windrukken tot 85km/u. En de wind zit … juist, ja.

Beetje bij beetje …

… begint het er op te lijken in de tuin.

Donderdag kwamen, zoals afgesproken, de mannen van het tuinhuisbedrijf tegen 8:00 bij ons aan. Tien bloedhete uren en een kletterend onweer later was ons nieuwe tuinhuis af, op een paar kleinigheden na (raam afkitten, een paar plintlatjes plaatsen, …). Dat werd de volgende (al even bloedhete) namiddag gedaan, waarna onze werkmensen aan een verdiende vakantie konden beginnen.

DSC00011

Rechts is nog een stuk van de oude, onstabiele tuinafsluiting te zien. Na het bouwverlof komen ze ook die vervangen, samen met het gammele tuinhek.
Intussen kunnen wij beginnen aan het inrichten van het gesloten gedeelte, waar naast de fietsen ook het tuingereedschap, de ladders en nog een hoop andere rommel een plaatsje moeten vinden.

Mag ik heel eerlijk zijn? In het begin dacht ik: “wat een monster”. Niet het tuinhuis op zich en al helemaal niet de afwerking. Maar de gekozen afmetingen leken me totaal buiten proportie te zijn. Ik durfde het niet hardop zeggen, maar ik had zin om te huilen. Als ik er tegenover ging staan, staarde ik recht in een enorm open gat (de deuren had ik al toegedaan omdat ik twee zulke gapende wonden niet aankon). “Hoe moet ik die bunker ooit in die tuin verwerkt krijgen?” Het bleef als een onaangename mantra door mijn hoofd galmen.

Ik heb er een lange nacht wakker van gelegen. Maar tegen de ochtend zag ik het al ietsje rooskleuriger in. Het komt er op aan het ding aan te kleden, zodat je niet meer alleen zoveel vierkante meters bloot hout ziet, maar ook kleur en een gezellige plaats om tijd in de tuin door te brengen. Tot op dat moment was het tuinhuis naar de tuin gekomen. Nu is het tijd dat de tuin ook toenadering zoekt.

DSC00018

Het centrale “Gele Plein” wordt definitief geen gazon. In de plaats daarvan zie ik in gedachten (op de plaats waar nu die potten staan) een kleine waterpartij (liefst strak van vorm, beetje als een granieten pompbak met één of ander spuitstuk erin (vb zoiets ) of een borrelsteen ( à la … ) met grote keien errond die de klinkers in het midden verstoppen. Op die manier kan de afwatering ook blijven waar ze is. Het regenwater vindt zijn weg wel tussen de keien. Zo hebben de vogels er ook nog wat aan. Ze kunnen er komen drinken of een badje pakken. En wij bekijken dat tafereeltje dan vanuit onze luxe vogelkijkhut …

DSC00014

De straatkant (en denk er dan de nieuwe afsluiting bij, zonder kijkgaten vanaf en naar het steegje). Ik heb nog een ruif (hooikorf voor vee) liggen, die ik aan de afsluiting wil hangen met bloemen erin. En waar de terracotta potten staan, komen de grote die ik voorlopig even op de vorige foto gezet heb. Ook met bloemen en kuipplanten. Wéér een deel hout verstopt en een flinke pluk kleur toegevoegd. De parasolvoet staat daar heel ostentatief overbodig te zijn, maar ik kreeg er geen beweging in om de foto’s te maken. Waar gaan de terracotta potten naartoe, vraagt u. Dat leg ik uit bij het volgende plaatje.

DSC00021

Want dan komt het volgende dilemma op de proppen: de huidige tafel en stoelen in de kijkhut en een kleinere tafel met een paar stoeltjes voor aan het keukenraam voor ons twee? Als we 2-3 keer per zomer visite krijgen om daar te gaan zitten bbq-en, dan zal het “hartstikke” druk geweest zijn.
Of de tafel en de stoelen laten staan onder de zonnetent, dicht bij de keuken (aangeven door het keukenraam doen we nu ook al) en het afdakje rechts (waar stroom voorzien is) gebruiken om de elektrische bbq te zetten als hij eens per abuis uit zijn schuilplaats komt? Met de genoemde aardewerken potten hier rechts op de foto, gevuld met tuinkruiden en dus lekker dicht bij de keuken, de buitentafel en (allez, vooruit dan, de bbq)? Dan kan er een lekker luie loungeset in het tuinhuis komen. Ik opteer voor dat laatste…

Uit de (Zeeuws) Vlaamse klei getrokken …

Onze nieuwe tuin heeft ongeveer de oppervlakte van de voortuin in Kruibeke en als alles goed gaat wordt daar volgende week nog een flinke hap van afgepakt als het nieuwe tuinhuis geleverd wordt. Weliswaar op een plaats die verhard en dus heel onderhoudsvriendelijk is. Maar toch. Aan het uitzicht zal er heel veel veranderen. Er gaat dan weliswaar een oud kot tegen de vlakte, maar daar moet een struik komen die de hoek van de tuin opvult.

Ik had eerder al aangegeven dat er nog wel wat hard landscaping aan te pas ging komen om er iets van te maken waar wij tevreden mee kunnen zijn. Manlief heeft intussen een flink stuk landschap gecorrigeerd en ik heb daar vandaag mijn labeur aan toegevoegd. En labeur is het! Dat is hier pure klei, mannekes! En met dat weer van de laatste tijd is hij nog bien quit ook. Bij momenten is het precies of ge zijt in een bakstenen grondplaat aan het schuppen/hakken/… whatever. Ikke dus al heel blij dat ik vandaag maar de helft van die border op de agenda staan had. De andere helft zal nog efkes moeten wachten want de hortensia’s die daar weg moeten, staan net in bloei, dus dan kunt ge die beter met rust laten.

Vóór ik iets in de grond kon steken heb ik er eerst héél véél uitgehaald. Wat die vorige eigenaar in gedachten had weet ik niet, maar met de klinkers die ik opgegraven heb kunt ge bijna een extra parking aanleggen voor de supermarkt hier in het dorp. Als alles op orde is en we er zeker van zijn dat we er geen van nodig hebben, mag de eerste de gereedste liefhebber van getrommelde vierkanten klinkerkes er zijn rug op creveren om ze gratis en voor niets te komen halen.

Bleef over: een stuk keiharde klei, die gebroken moest worden en klaargemaakt om er planten in te kunnen aan de groei krijgen. Ik heb er eerst en vooral wat zand onder gemengd om hem losser te maken en dan grondverbeteraar onder gemengd. Hier en daar waren er kleikluiten die zó hard waren dat ik ze letterlijk uiteen moeten weken heb door er water over te sproeien. Alleen op die manier kon ik ze klein krijgen.
Tegen die tijd was ik allang blij dat ik achter een boterham en een kop koffie kon gaan schuilen.

Na de middag kwam dan het plezante werk: bloemekes planten! Er zitten nog flinke gaten tussen, maar dat is ook de bedoeling. Daar moeten in het najaar bollen in. Er is ook nog wat ruimte gelaten voor planten die later in het jaar op hun best zijn (en dientengevolge pas dàn in de handel verkrijgbaar). Eerst maar eens zien hoe deze het gaan doen. En als dan de andere helft van de border ook vrij komt, is het makkelijker om er één geheel van te maken i.p.v. twee helften.

Omdat het stuk achter de vijver vooral in blauwtinten komt (lavendel, festuca, irissen) heb ik voor deze border vooral voor warme rood-en-oranje tinten gekozen. Veel bloeiers dus, maar er gaan ook nog bladplanten tussen komen.

Fase 1 ziet er dus nu ongeveer zó uit:

 

Het zenegroen vooraan heb ik vooral voor zijn prachtige blad gekozen, hoewel de vroege bloei zeker zal geapprecieerd worden door bijen en vlinders.
De helleborussen had ik in bakken meegebracht uit Kruibeke. Vandaag konden ze eindelijk weer in de volle grond. Als ik eenmaal weet welke de verhuis overleefd hebben (de naamkaartjes zijn verloren) kan ik ook mijn verlanglijstje voor volgend jaar opmaken.
Vooral voor het contrast in bladkleur en -vorm, heb ik er een paar zeedistels naast gezet. En ook daar gaan de insecten blij mee zijn.
Zonnehoed mag ook niet ontbreken. Ik wil er ook nog wel een gele en een oranje soort bij, maar die vond ik nu niet.
Een grappig plantje vind ik het duifkruid. Met z’n donkere bolle hoofdjes trekt het zeker de aandacht. Als je dan dichterbij komt, zie je de subtiele witte puntjes tegen het bijna zwarte paars.
Hetzelfde donkere paars – maar in een veel strakkere vorm – komt wat verder terug met de calla’s. Maar daarvoor moet je eerst voorbij de oplichtende daglelie’s.
Niet echt míjn ding, maar voor Manlief een echte favoriet, zijn dahlia’s. Ik vond deze mooie grote plant in vurig rood. Ik denk aan felgele en witte versies voor het tweede deel.
Om de scherpe lijnen van het kruispunt achteraan wat te verzachten koos ik een rozig siergras, maar nu kan ik toch even niet op de naam komen. Morgen eens het kaartje opduiken vantussen de plastic potten. Ach ja, O!leander is ook meegereisd. Hij ziet er voor ’t moment een beetje bleekjes uit, maar ik hoop dat hij snel weer op zijn positieven is. Wel eentje om een warm jasje aan te trekken in de winter.

En terwijl ik met mijn neus vlak boven de grond bezig was, heeft mijn halve trouwboek een houten scherm geplaatst om de kliko’s (vuilbakken in ’t schoon Vlaams) aan het oog te onttrekken. Een proper afgeschermd rommelhoekje waar nog een paar struiken tegen komen en de catalpa een hoed op zet. De druivelaar die tegen de achterwand loopt, maakt het àf. Zó àf, dat Manlief dààr gaat zitten genieten van de tuin. Bij de vuilbakken …