Fleurige oproep …

De “spontane” ahorn die naast de schutting stond, hebben we laten kappen. Omdat hij naarstig bezig was genoemde schutting uit haar hengsels te drukken. Omdat die zaailingen veel sneller groeien dan wat je bij de kweker koopt. En omdat dat dan wil zeggen dat we er bijna met de boomzaag naast kunnen staan om te vermijden dat de takken die óver de schutting groeien fietsers op het paadje naast de tuin van hun vehikel zwiepen.

Wie goed kijkt kan de afdruk van de steen in de schutting zien. Die zat klem tussen de stam van de ahorn en de omheining en dat laat een heuse stempel na.

Dat betekent natuurlijk wel dat er weer een lege plek ontstaan is. Vóór de andere panelen hadden we de voorgaande jaren al klimmers geplaatst. Met goedkopere en dus verkeerde klimrekken (zie links op de foto), die we nu aan het vervangen zijn.

Voor de lege plekken zijn al rekken besteld, maar ik denk dat ze uit de UK moeten komen (te voet, dus).

Van achteraan naar voor hebben we een bosrank “Marjorie”, een kamperfoelie, een winterjasmijn en dan nog 2 panelen die om fleurig gezelschap vragen. Nu dacht ik eerst zo aan het wit-met-indigoblauw van een passievruchtbloesem, naast het tere roze van een (liefst doornloze) enkelvoudige maar wel geurige klimroos. Ik dacht daarbij aan bijvoorbeeld de Mortimer Sackler . Maar eerstgenoemde schijnt nogal passioneel (lees “heel uitbundig”) te groeien, dus dan kan ik er weer mijn bed naast maken.
Daarom doe ik een oproep om eens met wat ideetjes te komen. En indien mogelijk ook met ervaringen, vooràl ervaringen!

Vorig jaar kochten we een nogal armetierig uitziend stekje van de Solarisdruif. Ze doet het “niet slecht”.
Ze smaakt ook “niet slecht”. Méér zelfs: ze smaakt lekker!

Intussen heeft de tuin ook ontdekt dat het al oktober is. Volgende week worden ons een paar zonnig(e)(-achtige) dagen beloofd. Daar zullen we maar eens gebruik van maken om de tuin wat winterklaar te maken: overtollige zaailingen verwijderen, zaaddragers ophangen voor passerende zaadetertjes, het egelhuis nog eens controleren en de feeders nog eens extra schoonmaken en vullen.

De laatste kleuren van dit jaar.

Vangst van de dag …

Tussen het goud van onze hockeyploeg en dat van Nafy Thiam snelsnel even een bosrank snoeien zodat een nieuw klimrek aan de muur kan: het is een idee met pro’s en cons. Vooral als het warm weer is en je hooguit een t-shirt aan hebt over je … nouja, je tweelingbuggy.

Nadat we uitbundig gevierd hadden, ging Manlief weer naar buiten en ik ging even naar de pc om de agenda voor de volgende weken bij te werken. Tiens, er zit precies iets tussen mijn meiden! Even schudden, een beetje friemelen, t-shirt uitschudden en kijk! Een kerkzesoog! De rest is niet geschikt voor ondertiteling, noch voor uitzending in prime time. Op sommige tv-netten krijg je eerst de waarschuwing “De volgende uitzending maakt gebruik van grof taalgebruik. Begeleiding kan aangewezen zijn”

Dit exemplaar is slachtoffer van een moordaanslag, die gepaard ging met het nodige verbale geweld. In “ontspannen” toestand kan ze haar liefelijke teentjes rond het muntstuk leggen.

De tuin eind juni …

De afgelopen week hebben we ferm wat werk verzet in de tuin. De buitentemperatuur liet dat toe en van ons moést het. Kunnen we lekker achterover leunen en genieten als de zon zich weer eens laat zien. Zo’n 1500 liter kastanjehoutsnippers werden tussen de planten gestrooid nadat er eerst 2 kliko’s vol onkruid en snoeisel tussenuit gehaald waren. Snoeisel zoals in: kattenkruid dat aan het woekeren is, want ik durf bijna de deur niet meer opendoen of het komt binnen. Ik heb zeker een kwartier gezocht naar een plant waarvan ik wist dat ik ze had, maar die helemaal bedolven was onder dat lila geweld.

Over lila gesproken: ik heb me de afgelopen weken een beetje geërgerd aan de overdaad paars/lila/blauw dat op dit moment de boventoon voert. Het was me nog nooit zo erg opgevallen. Misschien omdat de synchronisatie ietsje anders verloopt dan in de vorige droge/warme voorjaren. Het stoorde me en dus ben ik eergisteren toch nog 3 hertshooistruiken gaan halen. Hypericum patulum “Hidcote” heeft een mooie heldergele kleur en bloeit overvloedig van juni tot eind augustus. De zwarte bessen worden vaak in boeketten verwerkt, dus dat is een pluspunt nu ik al eens vaker met de schaar door de tuin ga om een vaas(je) te vullen. We moeten wél een beetje opletten, want hertshooi durft ook wel gaan woekeren. Kwestie van op tijd de grove en scherpe middelen boven te halen en er korte metten mee te maken. We zijn in elk geval op weg naar oranje/bruin van de daglelies (Hemerocallis “Pink damast” ), wit/geel (de margrieten), rood/mauve (fuchsia’s) en dat in beginsel afschuwelijke fluo-oranje van de floxen, maar dat tussen al de rest uiteindelijk wel meevalt en snel afbleekt door de zon tot een aanvaardbaar rozerood. De gele en lila rudbeckia’s zijn ook op komst, net als de kogeldistels. Waar we al sinds 2018 op wachten: de bloeiwijzen van de zilverkaars (Actaea simplex “Pink Spike”). Prachtige, diepmauve bladeren genoeg, maar bloeien? Dag Jef!

Van de Incalelies is er maar één teruggekomen, maar die is mooi zalmkleurig. En de druivelaar? Einde seizoen als “soldeke” gekocht voor twee keer niks. Het was ook twee keer niks: amper een spriet. Maar nu is hij al met 3 hoofdtakken tegen het tuinhuis aan het klimmen en hij heeft zelfs al wreed veel ambitie! Met een bril op en een vergrootglas kan je achter één van de bladeren al een poging tot druiventros vinden.

Ik kan ook héél rigoureus zijn met de snoeischaar. Het beverboompje Magnolia laevifolia ‘Summer Snowflake’ was te goed om er uit te gooien en te slecht om hem te laten staan. Ik heb echt zowat alles weggesnoeid wat ver genoeg uitstak en kijk: minuscule scheutjes aan de takken (of wat er van overschiet)! Al ziet hij er nog altijd uit als een modern kunstwerk, hoor.
Vorig najaar heb ik de mandevilla helemaal teruggesnoeid tot beneden. Zo mooi als hij eerst stond, zo op-sterven-na-dood zag hij eruit. Ik weet niet meer wie er juist gevraagd had of dat wel ging goed komen (ik geloof Myriam of Djaktief). Nu kan ik dus zeggen: het komt goed. De plant heeft mooi glanzend donkergroen blad en staat er dik-struikig bij. De hoogte komt (hopelijk) volgend jaar wel, samen met de bloemen.

De tuin einde mei

Eigenlijk speel ik een beetje vals, want de foto’s zijn op 1 juni gemaakt, en er is die dag nog één en ander veranderd, vooral rond de vijver. Die ligt namelijk helemaal centraal en onbeschut. Geen nood zolang er geen warme zon op zit, maar nu de zomer zich eindelijk aankondigt, lijkt het me voor de vissen niet zo leuk en gezond als het water teveel opwarmt.

Omdat de bestrating verder opbreken geen optie is (omwille van onderhoud, maar ook omdat er buizen van onbestemde herkomst onder steken), is een boom naast de vijver niet mogelijk. Tenzij … Tenzij je er een koopt die in een container kan. Die wordt dan niet zo groot, maar ze bestaan in verschillende maten en vormen, dus ook als parapluboompje. Combineer dat met nog een paar andere containers met bijvoorbeeld halfhoge grassoorten en hortensia’s, en je kan een (mobiele) boord maken al naargelang van waar de hoogste zonnestand is.

Het boompje maakt een mooi schaduwplekje op het water tijdens de middaguren. De grassen moeten volgend jaar zo’n meter hoog worden + de hoogte van de pot. Dan volstaat dat voor de voormiddag. De hortensia’s rechts hoef ik niet veel groter te laten worden om de avondzon af te schermen. Ze bloeien op 1e jaars hout, dus laten opschieten is geen goed idee.
Ik ben geen groot liefhebber van wisteria’s. Ze zijn sterk geparfumeerd. Ik ruik dat niet altijd even erg, maar in het aroma zitten wél componenten waar ik schele hoofdpijn van krijg. In het tuincentrum waren we zo erg gecharmeerd van de vorm, dat we niet gelet hebben op wat me meenamen. Een wisteria, dus. Nu hoop ik maar dat wat deze beperkte kruin aan bloemtrossen kan voortbrengen, de pret niet gaat bederven. Deze Wisteria brachybotrys ‘Showa Beni’ zou een laatbloeier zijn, dus met een beetje geluk zien we wel nog wat zachtroze deze zomer. Mogelijk moeten we mettertijd de kruinsteun groter maken, of de omvang van de kruin onder controle houden door snoei (het gaat ons niet in eerste instantie om de bloei, dus als die achter blijft: so be it).
De Miscanthus sinensis ‘Little zebra’ of prachtriet staat er een beetje verfomfaaid bij na het transport en het planten, maar dat komt wel goed. Het wordt tot 100 cm hoog, zodat het de voormiddagzon tempert, maar omdat het een open structuur heeft blokkeert het toch niet alle licht. Er is al 1 zaadpluim te zien. Ik denk wel dat het een mooi “rietkraagje” wordt.
De tuin is de afgelopen weken echt “ontploft” (ook datgene wat we er liever niet tussen hebben, dus dat wordt weer aanpakken). Ik had een aantal dahlia’s in de kuipen gezet: de prille bladeren zijn allemaal afgevreten door de slakken.
En dan ontdekte ik nog een andere “hobby” voor de komende tijd. De lavendel in de voortuin zit onder de rozemarijngoudhaantjes. Een keversoort die o.a. op rozemarijn, lavendel, thijm e.d. zijn eitjes afzet. De larfjes vreten met plezier het laatste blaadje van de plant op. Omdat ik sowieso al geen voorstander ben van verdelgingsmiddelen en al helemaal niet op planten waar ook tientallen heidelibelletjes komen slapen, doe ik dus een paar keer per dag een rondje “kevers plukken” met een potje sterk zeepsop in de hand.
Jeppe vindt het niet serieus dat we een boom in een pot zetten. Zó hoog kan hij niet mikken. Je zou als hond van minder depressief worden …

Op haar zondags …

Manlief roept me zachtjes naar de ramen aan de straatkant. Moeder Eend trippelt frazelend richting onze voordeur. Hond Jeppe ligt gelukkig te slapen, dus die kan de scène niet verstoren. Mrs. Duck komt onze voortuin in en gaat in het lavendelbed met haar kont staan schudden.

Met een lekker luchtje op waggelt ze – nog steeds voor zich uit “babbelend” – weer naar de vijver aan het eind van de straat. Ik ben nét te laat om een heterdaadfoto te maken…

Hopelijk heeft Mr. Duck tenminste een overdekt terrasje gevonden voor de date …

De tuin halfweg mei …

Het gaat nu opeens zó oerend hard buiten, dat ik halfweg de maand al even een fotorondje moet maken om “bij” te blijven. Anders zijn sommige dingen niet meer te zien aan het eind van mei.

Ook niet te zien op de foto’s: de 3 flitsbezoeken van de sperwer waar we wél getuige van waren. Het eerste was afgelopen maandag om 7:42. We zaten nog te genieten van een kop koffie, toen plots de hoogpotige rover rondhopte tussen de hoge haag, de feeder en het paaltje dat één van de sierappeltjes ondersteunt. Hij was net iets te opzichtig tewerk gegaan, want al het kleine grut was ontsnapt.
Dezelfde dag, om 15:49 pakte hij het een beetje zorgvuldiger aan. In één vloeiende beweging plukte hij een klein vogeltje weg. Wat het was, weten we niet. Daarvoor ging het te snel.
En net, om 13:35 om precies te zijn, hoorde ik een ijselijke gil en zag hem over de schutting verdwijnen met vermoedelijk een mus in de klauwen.

De afgelopen week hebben we – méér dan ons lief was – dreigende luchten gezien in de meest uitéénlopende vormen en formaties.
Onze dwergmagnolia doet het al een beetje beter dan vorig jaar. Toen had hij het – net als de overige nieuwe aanplant – bijzonder moeilijk. In tegenstelling tot zijn grote broers, komen de bloemen pas als er al blad aan de takken staat. De bloemknoppen lijken vóór ze open gaan een beetje op beukennootjes.
De eerste sieruien komen open. Ik heb gewoon een mengeling van vroege, late, hoge en lage soorten door elkaar gezet. De volgende die gaan bloeien zijn denkelijk witte.
Sneeuwballen. Niet om mee te gooien, maar om stilletjes van te genieten. Dat doet dit lieveheersbeestje ook. De takken zijn zo zwaar beladen met bloemen dat we ze moeten ondersteunen. Anders liggen de witte ballen in de modder bij de eerste regenbui die over komt.
Deze goudiep was op sterven na dood, vorig jaar. Ik had nooit durven hopen dat hij er weer door zou komen. Niet geschoten, altijd mis: ik heb hem op een gegeven moment zó rigoureus gesnoeid dat er bijna niets meer van overbleef. En het heeft geholpen!
Het nagelkruid vormt een bloedrode vlek tegen de donkergroene haag. Het staat intussen al een week of 2 in bloei en er staan nog veel knopjes in. Ik vermoed dat dit een andere variëteit is dan wat in de voortuin staat, want dat begint nu pas de eerste knopjes te laten zien.
Het rood van de nieuwe scheuten aan de glansmispel begint te temperen. Het vormt een mooie overgang van het knalrode nagelkruid naar het donkergroen van de struiken erachter. Binnenkort komen de kleine witte bloesems open.
Aan de rand van de vijver staat het lievevrouwenbedstro al weken te bloeien. Dat gaat nog maanden door. Bijen en vlinders die in de nabije waterschaal komen drinken, kunnen niet nalaten even op de geurige bloempjes te landen.
Ik vermeldde al eerder dat ik het niet kan laten één van de 3 rabarberplanten te laten doorschieten (elk jaar een andere). Als de bloemen eenmaal in het zaad staan, hangen er letterlijk tróssen mussen in te smullen. Van delen zullen we niet armer worden, toch?
De twee goudvoorns vallen rijkelijk op, vooral als ze om eten komen bedelen. Maar deze ouwe snoeper is meestal niet zo nadrukkelijk aanwezig. Vorig jaar was het enige teken van leven dat deze bittervoorn en zijn maatje gaven zeker 100 jonkies. Daarvan is zeker nog 30-40% over. De afgelopen 2 weken heeft hij een paar heftige territoriumgevechten geleverd met het “gouden paar”. Maar nu is de vrede schijnbaar teruggekeerd en komt hij ook eten schooien.

De tuin eind maart …

Sommige dingen in de natuur gebeuren explosief in deze tijd van het jaar. Anderen nemen rustig de tijd, wachten nog even af of het wel allemaal écht is, dat lentegebeuren. En af en toe is er een “snelle jelle” die als het ware een beetje rechtsomkeer maakt als de temperatuur weer zakt of als het te nat wordt. Tijd om weer eens poolshoogte te nemen.

Een week of 4 geleden kocht ik een paar cyclamen om in de vensterbank te zetten. Ze bloeien nog steeds prachtig, maar nu de zon er bijna de hele dag op zit, kan ik er wel naast gaan staan met een gieter. Ik heb ze nu in de volle grond gezet.


De beide acers die we vorig jaar kochten (en die het aanvankelijk vreselijk moeilijk hadden: links Going Green en rechts Shaina)) zijn er helemaal klaar voor.

Ook laag bij de grond is de lente begonnen. De maagdenpalm weet zich met zijn energie geen blijf.

Ik vind dat vetplanten schromelijk ondergewaardeerd worden. Van deze weet ik de naam niet meer, maar momenteel kronkelen de takken van dit exemplaar zich als dikke slangen met gele koppen over de grond. De textuur vrààgt gewoon om gefotografeerd te worden.

Ik heb vast de taartvorm klaargezet. Ik heb zó’n zin in rabarbercrumble!!!

Vorig jaar had ik onze Callistemon citrinus (rode lampenpoetser) wel in de veranda gehaald voor de winter, maar ik vertrouw het toch niet helemaal zoals hij er nu bij staat. Dus toen ik afgelopen donderdag schuin tegenover de dierenartsenpraktijk deze kumquat zag staan, besloot ik hem maar mee te nemen als backup … Jammer genoeg ben ik het kaartje met de naam van de variëteit kwijtgespeeld.

Even over de schutting spieken of bij de buren de magnolia al in bloem staat (antwoord: ja). Wat is die kamperfoelie toch nieuwsgierig!

Tja, en als je de vogels in de tuin voert, moet je dit er bij nemen … Momenteel hebben we gemiddeld 12 – 15 groenlingen, 6 distelvinken, enkele koppels tortels, een paar bosduiven, twee dozijn huismussen, een stel merels, een zanglijster en een wisselend aantal spreeuwen te gast. En dan heb ik het nog niet over de kauwen die doodgewoon boven ons hoofd, op het glas van de veranda, hun meegebrachte boterhammekes komen opeten!

De tuin eind februari …

Er zijn nog veel kale plekken in de tuin in deze tijd van het jaar. Maar ik heb vorig jaar al uitgelegd dat dat veel te maken heeft met onze keuze voor een insecten/vogeltuin. De bijen- en vlinderplanten die binnenkort weelderig gaan bloeien, moet nu nog bovengronds komen. De struiken die er voor het jolijt en de bescherming van de vogels gezet zijn, zijn hoofdzakelijk bladverliezers, maar ook daar komt snel verandering in.

De sleutel tot onze nederige stulp: de primula’s die eerst voor wat kleur in de veranda zorgden, maar intussen mogen genieten van het zonnetje langs de straatkant.
De plantenhoek in de veranda. De kleurige takken zijn nep, in afwachting van the real thing. De fake appeltjes zijn eigenlijk kerstversiering die ik daar gehangen had om een elektriciteitsbuis te vermommen. En ik was daar dusdanig content over, dat ze er met Pasen nog zullen hangen. De pluimen en jodenkers (mag dat nog zo genoemd worden?) stonden in een enorme vaas die Manlief heel mooi vindt (ik ook trouwens), maar waar je geen voldoende grote bloemen voor vindt. Afgelopen najaar heb ik er 4 hortensiakoppen in gezet.
Het klimrek achteraan rechts hing vorige winter en de hele zomer vol witte bloemen van de Mandevilla, maar ik heb hem nu eens streng gekort om hem vanaf onderaan wat dichter te krijgen. Het boompje ervóór hebben we binnen laten overwinteren. Die gaat binnen een paar weken weer in zijn grote kuip naast het tuinsalon. Het is een Callistemon citrinus of rode lampenpoetser. Australisch van afkomst en dus niet echt opgezet met die winterse kuren hier.
Net buiten de veranda, maar in dezelfde richting: mijn planttafeltje, de scheve waslijn (…), het verhoogde bed waar tot vorig jaar een grote chamaecyparis stond. Die had van de februaristorm in 2019 een serieuze krak gekregen en de vervanging van de omgewaaide omheining gaf de ultieme doodsteek. Nog niet zichtbaar op deze foto wegens te iel: de twee acers (Acer palmatum ‘Going Green’ en Acer palmatum ‘Shaina’) die we er gezet hebben en waarvan ik tot mijn grote vreugde heb vastgesteld dat ze niet alleen de hitte van vorige zomer, maar ook de recente stuiptrekking van de winter hebben overleefd. Op de grond doen verschillende vetplanten en de resterende maagdenpalm hun best om op termijn een dichte mat te vormen. De vinca minor (kleine maagdenpalm) heeft heel erg afgezien van de zomerhitte, maar ik merk toch dat er tussen de grotere plantjes ook opnieuw vanuit de wortel gewerkt wordt.
In de voorgrond de nog niet erg aantrekkelijke stekels van de Calamintha grandiflora of steenthijm. Samen met Nepeta x faassenii ‘Six Hills Giant’ wat verderop vormt hij een zee van kleine bloemen die honderden bijen, hommels en vlinders trekken. Schuif de glazen pui open en je hoort het gezoem van al die bedrijvige vleugeltjes tot binnen!
De gele primula die daar in volle bloei staat heeft vorig jaar het traject veranda – voordeur – tuin al afgelegd. De maagdenpalm begint ook te bloeien.
Ik ben geen liefhebber van grootbloemige magnolia’s. In de plaats kregen de acers deze kleinbloemige variant Magnolia laevifolia ‘Summer Snowflake’ of beverboom als buur. Een latertje dat pas in april/mei bloeit en niet veel hoger dan 1,5m zou worden. De bloemknoppen lijken een beetje op beukennootjes. Bladhoudend doorheen de winter.
De Viburnum opulus ‘Roseum’ of sneeuwbal kan nog amper wachten. En een paar meter verderop staat ook de Amelanchier laevis of Drents krentenboompje op ontploffen.
Bij Daphne mezereum of het rode peperboompje is het al zover. De takken worden eerst overladen met roodpaarse bloempjes, pas dan komt het blad volop open.
Vorige week ca. 10 cm boven de grond, nu al bijna 30 cm: verschillende sieruien in groepen. Je kan ze zien groeien terwijl je er bij staat …
Begin van het vuurwerk: de Photinia fraseri ‘Red Robin’ of glansmispel viert het begin van de lente met vlammend rode bladeren. Op het toppunt lijkt de struik echt in brand te staan!
Jasminum nudiflorum (de winterjasmijn) mag dan een vroegbloeier zijn, hij vraagt wél het nodige geduld eer hij aan omvang wint.
Dan is de Lonicera of kamperfoelie enthousiaster!
Jeppe geniet. Een lekker zonnetje, de deuren open zodat hij in en uit kan lopen. En nog geen vliegen, want daar wordt hij hysterisch van (hij heeft geen eigen vliegenmepper, want zijn staart werd gecoupeerd in Spanje). Elke dag slentert hij van het éne naar het andere plantje, ruikt hoe groot het al is en als de grond te droog is, … je weet wel. Jammer genoeg zijn de dwergconifeertjes daar niet zo gelukkig mee.