De tuin eind maart …

Sommige dingen in de natuur gebeuren explosief in deze tijd van het jaar. Anderen nemen rustig de tijd, wachten nog even af of het wel allemaal écht is, dat lentegebeuren. En af en toe is er een “snelle jelle” die als het ware een beetje rechtsomkeer maakt als de temperatuur weer zakt of als het te nat wordt. Tijd om weer eens poolshoogte te nemen.

Een week of 4 geleden kocht ik een paar cyclamen om in de vensterbank te zetten. Ze bloeien nog steeds prachtig, maar nu de zon er bijna de hele dag op zit, kan ik er wel naast gaan staan met een gieter. Ik heb ze nu in de volle grond gezet.


De beide acers die we vorig jaar kochten (en die het aanvankelijk vreselijk moeilijk hadden: links Going Green en rechts Shaina)) zijn er helemaal klaar voor.

Ook laag bij de grond is de lente begonnen. De maagdenpalm weet zich met zijn energie geen blijf.

Ik vind dat vetplanten schromelijk ondergewaardeerd worden. Van deze weet ik de naam niet meer, maar momenteel kronkelen de takken van dit exemplaar zich als dikke slangen met gele koppen over de grond. De textuur vrààgt gewoon om gefotografeerd te worden.

Ik heb vast de taartvorm klaargezet. Ik heb zó’n zin in rabarbercrumble!!!

Vorig jaar had ik onze Callistemon citrinus (rode lampenpoetser) wel in de veranda gehaald voor de winter, maar ik vertrouw het toch niet helemaal zoals hij er nu bij staat. Dus toen ik afgelopen donderdag schuin tegenover de dierenartsenpraktijk deze kumquat zag staan, besloot ik hem maar mee te nemen als backup … Jammer genoeg ben ik het kaartje met de naam van de variëteit kwijtgespeeld.

Even over de schutting spieken of bij de buren de magnolia al in bloem staat (antwoord: ja). Wat is die kamperfoelie toch nieuwsgierig!

Tja, en als je de vogels in de tuin voert, moet je dit er bij nemen … Momenteel hebben we gemiddeld 12 – 15 groenlingen, 6 distelvinken, enkele koppels tortels, een paar bosduiven, twee dozijn huismussen, een stel merels, een zanglijster en een wisselend aantal spreeuwen te gast. En dan heb ik het nog niet over de kauwen die doodgewoon boven ons hoofd, op het glas van de veranda, hun meegebrachte boterhammekes komen opeten!

De tuin eind februari …

Er zijn nog veel kale plekken in de tuin in deze tijd van het jaar. Maar ik heb vorig jaar al uitgelegd dat dat veel te maken heeft met onze keuze voor een insecten/vogeltuin. De bijen- en vlinderplanten die binnenkort weelderig gaan bloeien, moet nu nog bovengronds komen. De struiken die er voor het jolijt en de bescherming van de vogels gezet zijn, zijn hoofdzakelijk bladverliezers, maar ook daar komt snel verandering in.

De sleutel tot onze nederige stulp: de primula’s die eerst voor wat kleur in de veranda zorgden, maar intussen mogen genieten van het zonnetje langs de straatkant.
De plantenhoek in de veranda. De kleurige takken zijn nep, in afwachting van the real thing. De fake appeltjes zijn eigenlijk kerstversiering die ik daar gehangen had om een elektriciteitsbuis te vermommen. En ik was daar dusdanig content over, dat ze er met Pasen nog zullen hangen. De pluimen en jodenkers (mag dat nog zo genoemd worden?) stonden in een enorme vaas die Manlief heel mooi vindt (ik ook trouwens), maar waar je geen voldoende grote bloemen voor vindt. Afgelopen najaar heb ik er 4 hortensiakoppen in gezet.
Het klimrek achteraan rechts hing vorige winter en de hele zomer vol witte bloemen van de Mandevilla, maar ik heb hem nu eens streng gekort om hem vanaf onderaan wat dichter te krijgen. Het boompje ervóór hebben we binnen laten overwinteren. Die gaat binnen een paar weken weer in zijn grote kuip naast het tuinsalon. Het is een Callistemon citrinus of rode lampenpoetser. Australisch van afkomst en dus niet echt opgezet met die winterse kuren hier.
Net buiten de veranda, maar in dezelfde richting: mijn planttafeltje, de scheve waslijn (…), het verhoogde bed waar tot vorig jaar een grote chamaecyparis stond. Die had van de februaristorm in 2019 een serieuze krak gekregen en de vervanging van de omgewaaide omheining gaf de ultieme doodsteek. Nog niet zichtbaar op deze foto wegens te iel: de twee acers (Acer palmatum ‘Going Green’ en Acer palmatum ‘Shaina’) die we er gezet hebben en waarvan ik tot mijn grote vreugde heb vastgesteld dat ze niet alleen de hitte van vorige zomer, maar ook de recente stuiptrekking van de winter hebben overleefd. Op de grond doen verschillende vetplanten en de resterende maagdenpalm hun best om op termijn een dichte mat te vormen. De vinca minor (kleine maagdenpalm) heeft heel erg afgezien van de zomerhitte, maar ik merk toch dat er tussen de grotere plantjes ook opnieuw vanuit de wortel gewerkt wordt.
In de voorgrond de nog niet erg aantrekkelijke stekels van de Calamintha grandiflora of steenthijm. Samen met Nepeta x faassenii ‘Six Hills Giant’ wat verderop vormt hij een zee van kleine bloemen die honderden bijen, hommels en vlinders trekken. Schuif de glazen pui open en je hoort het gezoem van al die bedrijvige vleugeltjes tot binnen!
De gele primula die daar in volle bloei staat heeft vorig jaar het traject veranda – voordeur – tuin al afgelegd. De maagdenpalm begint ook te bloeien.
Ik ben geen liefhebber van grootbloemige magnolia’s. In de plaats kregen de acers deze kleinbloemige variant Magnolia laevifolia ‘Summer Snowflake’ of beverboom als buur. Een latertje dat pas in april/mei bloeit en niet veel hoger dan 1,5m zou worden. De bloemknoppen lijken een beetje op beukennootjes. Bladhoudend doorheen de winter.
De Viburnum opulus ‘Roseum’ of sneeuwbal kan nog amper wachten. En een paar meter verderop staat ook de Amelanchier laevis of Drents krentenboompje op ontploffen.
Bij Daphne mezereum of het rode peperboompje is het al zover. De takken worden eerst overladen met roodpaarse bloempjes, pas dan komt het blad volop open.
Vorige week ca. 10 cm boven de grond, nu al bijna 30 cm: verschillende sieruien in groepen. Je kan ze zien groeien terwijl je er bij staat …
Begin van het vuurwerk: de Photinia fraseri ‘Red Robin’ of glansmispel viert het begin van de lente met vlammend rode bladeren. Op het toppunt lijkt de struik echt in brand te staan!
Jasminum nudiflorum (de winterjasmijn) mag dan een vroegbloeier zijn, hij vraagt wél het nodige geduld eer hij aan omvang wint.
Dan is de Lonicera of kamperfoelie enthousiaster!
Jeppe geniet. Een lekker zonnetje, de deuren open zodat hij in en uit kan lopen. En nog geen vliegen, want daar wordt hij hysterisch van (hij heeft geen eigen vliegenmepper, want zijn staart werd gecoupeerd in Spanje). Elke dag slentert hij van het éne naar het andere plantje, ruikt hoe groot het al is en als de grond te droog is, … je weet wel. Jammer genoeg zijn de dwergconifeertjes daar niet zo gelukkig mee.

“De dood of de gladiolen” …

Een mens heeft, vooral in de winter en nog meer in de huidige tijden, iets nodig om naar uit te kijken. Omdat het nog maar de vraag is wanneer we ooit aan onze coronaprik gaan geraken en omdat we besloten hebben minstens te wachten tot het moment dat we daar zicht op krijgen, hebben we al wél ons oog laten vallen op een vakantiehuisje voor het najaar, maar reserveren doen we nog niet. En dus ligt de hele focus dezer dagen op de tuin.

Afgelopen maandag kwamen de tuinmannen voor het zwaardere werk: de eerste schoonmaak na de winter, snoeien, en ook: wat uitleg geven die ik nodig had om nog wat aanvullingen te bedenken zonder de boel te verpesten. We hebben afgesproken dat we het vanaf nu weer zelf overnemen, maar als er dingen zijn die ons boven het hoofd (en vooral boven de rug) gaan, dan hoeven we maar te bellen om af te spreken wanneer ze ons komen helpen. Met een uurtje of drie waren ze er mee klaar en was ook het snoeisel ineens weg. We hebben de hele namiddag zitten genieten van het frisse uitzicht.

Dinsdag gingen we zelf aan de slag: de vijver moest een beurt krijgen (de visjes zijn flink gegroeid!), de pompen hebben in de diepte hun werk gedaan. De bijendrinkschaal is schoongemaakt en gevuld. Ik maakte een inventaris van kale plekken, zodat ik aanvullingen kan bedenken. En in de voortuin werd ook schoongemaakt. Een 5-tal primula’s, die ik in een lampetkom op het tafeltje in de veranda had staan, werden in een plantenbakje gezet en kregen een plaatsje aan de voordeur.

Woensdag moesten de planten in de veranda er aan geloven: waar nodig wat dood blad weghalen of wat potgrond toevoegen, eens goed gieten en meststof geven, de potten weer wat ruimer schikken en het fonteintje vullen.

Donderdag kwam dan de kroon op het werk van de week: de kussens van de zetels werden uitgepakt, nadat er eerst eens goed gepoetst was in ons “buitensalon”. Ik heb wel nieuwe fleece doeken besteld, want die ik had vielen in meer dan één opzicht tegen. Ze waren niet echt easy in onderhoud en ze hadden pompoms aan de randen. Dat lijkt een gezeefde mug, maar als je de bocht van de bank wil volgen, komen die bolletjes óp de kussens te liggen en wie daar op moet zitten heeft een moeilijk leven …

En toen was het klaar! De mini-narcisjes staan in bloei, de primula’s van vorig jaar ook, net als de peperboompjes. Overal zie je knoppen zwellen en soms zelfs al openbarsten. De mussen zijn al volop met nestmateriaal aan het zeulen en je ziet de gekste baltstaferelen in en onder de bomen en struiken.

Nu nog extra kleur voorzien voor de zomer. We waren bij de aanleg zó gefocust op het aantrekken van insecten, dat ik helemaal niet aan snijbloemen gedacht had. Gisteren moest ik voor mijn moeder in de Boerenbond in haar buurt zijn en daar stond een gróóóte mand vol zomerbollen. Tja, jààààààh ..!

Sinds vorig jaar heb ik mijn aversie tegen dahlia’s opzij gezet. Ik herinner mij uit mijn prille kindertijd dat wij op die halve zakdoek grond achter het huis ook dahlia’s staan hadden. En vooral: dat oorwurmen daar zo graag in kruipen. En dat mijn vader mij wijsmaakte dat die “orennijpers” in je oor kruipen en daar flink in bijten. Vandaar mijn slechte relatie tot die schitterende bloemen. Intussen denk ik bij “oorwurmen” meestal aan van die rotdeuntjes die je niet meer uit je hoofd krijgt. De dahlia’s hebben het gewonnen van de stomme verhaaltjes. Dus die heb ik zeker meegenomen.

Papavers vind ik ook zo mooi. Ze hebben iets héél fragiel, maar lijken toch ook stoer zoals ze daar rood staan te zijn. En om helemaal in de sfeer van de streek te blijven, ga ik mijn eigen opiumindustrie beginnen. (De afgelopen 365 dagen zijn er in Zeeuws-Vlaanderen 365 drugslabo’s, hennepkwekerijen etc. gevonden. ’t Is hier goeie grond … )

Manlief was al altijd een fan van gladiolen. Om mij onbekende redenen associeerde ik die altijd met kerkhoven. Eigenlijk zouden dat dan chrysanten moeten zijn, maar gladiolen waren voor mij altijd “kerkhofbloemen”. Bovendien stond het traditionele kleurassortiment mij niet echt aan. Het laatste jaar in Kruibeke had ik me toch laten vermurwen en een toen nieuwe soort geplant (vanillegeel met een sumier vleugje roze erin, geen idee hoe ze heetten). Eigenlijk viel dat nog mee.
Gisteren vond ik een zak bollen met een mengsel van heel donkerrode (paarse?) bloemen in combinatie met limoengele. Ik zag ze al wel in een vaas op een bepaald plekje en dat was voor mij het laatste duwtje in de rug.

De dood of de gladiolen? Het zijn de gladiolen geworden …

Vreemde vogels …

… en hoge nood.

Wij hebben uiteraard feeders in de tuin en in perioden zoals de afgelopen week wordt er nog gestrooid ook, voor de grondeters: zaden, stukken appel en meelwormen. Geen overbodige luxe, want de nood is hoog in pluimenland.

We hebben dan ook dagelijks een hele horde gasten aan de dis. Vertrouwde soorten, die het hele jaar door aanschuiven, maar ook trekkers die we enkel in de winter zien. Maar in de afgelopen week kregen we ook een paar extra bezoekers, die raar of zelden de tuinen frequenteren. Daarvoor moet het echt armoe troef zijn.

Zo zat er gisteren opeens een witte kwikstaart tussen de vinken op de grond. Supernerveus en lang hield hij het niet vol, maar toch net lang genoeg om zijn buikje eens rond te eten. In de loop van de week hadden we een kauw in de tuin. Die had het op de appels voorzien. En vanmorgen kwam er zelfs een kokmeeuw mee-eten.

Dat betekent dat het echt tijd wordt dat de dooi intreedt, want dat het miserie met watersaus is. Het zou me niets verwonderen dat in de volgende uren nog eens een sperwer zijn kans waagt. Er is er hier een in de buurt gespot in de afgelopen dagen …

Herfstwerk …

Er is herfstwerk aan de winkel! Achterstallig snoeiwerk, planten die binnen gehaald moeten worden of toch op z’n minst moeten voorbereid worden voor als ze een warm jasje aan moeten. Inpakken doe ik nog niet, daar is het nog te warm voor. Maar Ik zet er bijvoorbeeld vast een frame rond, zodat – als de temperatuur plots een stuk lager wordt – ik nog slechts de winterjassen moet ophangen.

De metasequoia’s in de straat blíjven maar naalden verliezen. En de afgelopen week heeft het niet eens zo hard gewaaid. Vorige week nog reed de City Cat rond om de goten te ontdoen van die zooi. Vandaag heb ik een volle mand bijeen geveegd en dat was dan nog niet eens zo nauwkeurig. Er hangen er nog aan …

De tweede (grote) voedercilinder is ook hersteld, gevuld en opgehangen. Eergisteren stond Jeppe bij de avondplas van zijn “galetten” te maken en toen ik de zaklamp pakte, zat daar – jawel – een egel! Ondanks de gedeeltelijke lockdown heb ik dus het egelrestaurant geopend, weliswaar met een beperkt menu. Nu maar hopen dat er geen verklikkers in de buurt wonen …

De lavendel achteraan heeft een kort kopje. De bellenboom (fuchsia) zijn wat in het gareel gebracht. Ze staan nog steeds in bloei en er waren nog bijen aan het rondzoemen, dus ik heb geprobeerd zo weinig mogelijk bloemen weg te halen. Uiteindelijk vallen ze beter mee dan ik eerder dacht, maar ze mogen de peperboompjes niet wegdrukken. Daar stonden trouwens ook knopjes in, net als in de camelia en de hibiscus. Als er nu opeens een vorstperiode komt, hebben we volgend jaar niets, denk ik.

Morgen verder doen. Het was tijd om te stoppen. Ik zit alweer 3 weken met een “froozen shoulder“. Gisteren eerste keer kine en huiswerk meegekregen. Maar dat houdt dus wel in dat ik met mijn linker arm (gelukkig die!) niet veel macht kan zetten of bewegen. Handig is anders …

T.a.v. de Vlinderstichting …

Beste,

momenteel zit onze tuin vol koolwitjes en atalanta’s. Soms met 10-15 per soort tegelijk. Superblij mee.

Maar gisteren en vandaag viel ons van de atalanta’s dit gedrag op:

Wat is daar de betekenis van? Is dat een vlinder die dringend op zoek is naar een maatje om te paren? Is dit een signaal naar overvliegende soortgenoten dat er nog veel voorraad te vinden is (een beetje zoals bijen doen)? Of zijn die beesten gewoon stomdronken van het nectar zuigen? Bij hommels heb ik ook al eens vergelijkbaar gedrag gezien. Al is me achteraf verteld dat dat eerder het omgekeerde was: hoge nood aan nectar.

Mvg,
Wordt (hopelijk) vervolgd …

 

Op é.o.a. manier kan ik geen afbeelding in een reactie plaatsen, dus in antwoord op de analyse van doctorandus T.J. Pannenkoek, hier een foto van de (vorige week geplaatste) drinkschaal voor bijen en vlinders:

bijendrinkschaal

De knikkers en keitjes zorgen ervoor dat hun pootjes niet te nat worden. De grote glazen “eieren” had ik nog liggen en ik vind dat ze er vrolijk bij kleuren.

En toen (bis) …

… vond ik vanmorgen dít verhaaltje op de site van Omroep Zeeland. Ik heb al een mailtje gestuurd naar de Mikke en ook de vraag gesteld bij waarnemingen.nl of de kadavertjes ingezameld worden voor onderzoek, zoals ook gebeurde bij de merels, een paar jaar geleden.

Waar ik me nu toch ook even zorgen over maak, is de eventuele overdraagbaarheid naar honden en (vals beschuldigde) katten. Dierenarts bellen.

Wat ik er zeker uit onthoud is dat ik nu nog maar eens extra grondig dat hok moet schoonmaken. Maar kan ik het strooisel dan in de kliko gooien? Hoe lang blijft dat virus zonder gastheer leven?

Een uurke of 3 later was er al antwoord:

“Beste meneer, (nou ja …)

Nee er worden geen dode dieren in gezameld.
Er is niets bekend over overdragen op andere dieren.
Als u uw kast schoonmaakt en nieuw strooisel erin doet is dat voldoende.
Zodra er meer bekend wordt over het virus komt dat ook weer in de publiciteit.

Met vriendelijke groet,
Coby Louwerse.”

En toen …

… kwam er een varken met een lange snuit en ’t vertelselke was  uit.

Iemand die zich die zin nog herinnert van al dan niet lang vervlogen tijden? Ik moest er deze namiddag aan denken. Net vóór de lunch trok de zon zich (eindelijk!) terug achter de wolken, de temperatuur zakte zeker wel 2 graden en tegen de tijd dat de laatste slok koffie op was, vielen er zelfs wel een stuk of 10 regendruppels. Minstens. Maar ze vielen zo ver uit elkaar dat je snel moest zijn om ze te tellen, of ze waren alweer opgedroogd.

Anyway. Het dagenlange stilzitten heeft al dermate op mijn systeem gewerkt, dat ik na het eten mijn tuinhandschoenen, klein materieel en een afvalemmer pakte en aanstalten maakte om her en der de ongenode gasten weg te werken. Het viel nog niet mee, want het bukken maakte me zo duizelig, dat ik bijna bovenop een paar venijnige distels landde.

En toen zag ik het.
Herinneren jullie je nog wat er in het vorige hoofdstukje gebeurde?
Het vervolg van het verhaaltje kennen we niet met zekerheid, maar dit is een mogelijkheid:

Toen moeder Egel de boze kat had weggejaagd, installeerde ze zich knusjes in haar huisje en wachtte geduldig op het Grote Moment: de geboorte van haar kleintjes. In het begin had ze daar nog niet veel omkijken naar. Gewoon op tijd thuis zijn om hen te voeden en het huisje schoon te houden.

Maar toen kwam de tijd dat de jonkies naar buiten wilden. Moeder Egel toonde hen de leuke hoekjes en vertelde hen over de gevaren. De kleintjes luisterden en knikten. Maar er was er eentje bij die niet goed oplette toen het over de grote, bange hond en de gemene, hebberige buurtkat ging. 

En op een warme, klamme nacht ging het verstrooide jong alleen op wandel. De hond had nog laat naar de sterren geblaft, maar was toen toch in huis verdwenen. Kleine Egel schuifelde tussen de lange rabarberstengels en een grote plant met lange kronkelige stengels en gele bloemen en probeerde in het maanlicht te komen. Dan kon hij zien waar het plonsbad gegraven was. Nog een paar pasjes en toen …

XYZ_1595

 

Vóór de regen …

We zijn intussen – op nog een paar plekjes na – eigenlijk wel blij met onze tuin. Vooral in deze tijd van het jaar zijn er een boel kleuren en tinten die elkaar aanvullen en ondersteunen.

Anders dan vorig jaar waren we dit jaar ook op tijd met de nodige hulpstukken om lange stengels te ondersteunen. Vooral de margrieten kunnen dat wel gebruiken. Het zag er dus allemaal nogal keurig en fleurig uit toen ik vorige week het laatste zonlicht van de dag gebruikte om één en ander vast te leggen voor het tuinfotoboek.

XYZ_1252 (2)

Het wit van de margrieten is eenvoudigweg oogverblindend. Witter-dan-wit.

XYZ_1258 (2)

Tussen de lelie’s, bellenboom en lavendel staan 3 pioenen. Nog klein en zonder bloemen. Dat zal mogelijk ook nog volgend jaar het geval zijn. Ik hoop dat het de zacht zalmkleurige zijn. Dan staan ook de lichtroze op hun plaats tussen het katten kruid, de kogeldistels en de bergtijm.

Dahlia’s. Die wil ik nog. Winterharde dahlia’s. Als die bestaan. Daar moet ik nog eens naar kijken. En om er elk jaar opnieuw plezier van te hebben moet ik de bollen hebben, denk ik. Iets om me in te verdiepen.

Deze week wordt het weer tuinwerk. Nu de tuin zijn portie regen gehad heeft bij nog redelijk groeizame temperaturen, is er wel het één en ander dat zich zonder uitnodiging tussen de aanplant gewrongen heeft. En hier en daar moet wat voedsel gestrooid worden aan de voet van nieuwe aanplant.

 

Daar gaan we weer …

Een klein beetje “terug naar normaal” en daar gaan we weer. Oppassen dat we ons niet laten meeslepen en binnen de kortste keren weer bij “druk, druk, druk” uitkomen.

Het heeft natuurlijk ook te maken met afspraken die verplaatst werden of niet eens konden gemaakt worden. Zo kreeg ik een mailtje van de dierenartsenpraktijk met een herinnering voor de vaccinaties van Jeppe. Gelukkig is er altijd een overlap voorzien, zodat we er nog altijd op tijd bij zijn. Er is dan wel geen  hondsdolheid meer in het land, maar we wandelen in vossengebied (we hebben Reinaert al een paar keer zien lopen) en die kan net zo goed vossenworm verspreiden.

Zo moest ik ook wachten tot gisteren vooraleer ik een afspraak kon maken om mij een nieuwe bril te laten aanmeten. Een zonnebril kopen of een zot montuur kiezen voor dezelfde soort brilglazen waar ze de gegevens al van hadden: dat ging al. Maar voor een nieuwe meting was het wachten tot de “veilige corona-opstelling” goedgekeurd was.
Ik vrees dat ik het moment van permanent brildragen bereikt heb. Ik kijk er absoluut niet naar uit, maar alles in een waas zien is ook niet je dàt. En om te vermijden dat ik op pad moet met een vèrzichtbril, een leesbril, een zonnebril, een verrekijker en een camera rond mijn nek (anders laat ik ze wel ergens liggen) ga ik mij écht riskeren aan multifocale bijkleurende glazen. Als jullie mij hier niet meer lezen, ben ik te water gegaan en niet meer boven geraakt …

Deze week twee dagen doorgebracht vóór het huis, op een knielkussen, om de voegen van de oprit en de goot te ontdoen van elk spoor van groengroei en meteen toekomstige oogsten in de kiem te sporen door middel van schoonmaakazijn. We wonen nu eenmaal in een kéurig nette buurt en vóór het hek doen we mee. Achter het hek zijn we ietsje toleranter, want wat mos tussen de klinkers is ook niet mis. Het moet wél een beetje binnen de perken van veiligheid blijven, want een schuiver en een bots tegen diezelfde klinkers heb ik er op mijn leeftijd niet meer voor over.
Volgens een hondenbaasje die ik nogal eens passeer op de hondenwandelingen en die net voorbijkwam, hoort er een klein scheutje dunne bleek bij de schoonmaakazijn. De eerste dag heb ik dus de éne kant van de oprit gedaan met azijn alleen. De volgende dag mét scheutje bleek en ja, dat leek al een beetje meer op mosterdgas. Als het verschil in resultaat niet navenant is, ga ik toch geen Duitse streken meer uithalen volgende keer. Het is wel in open lucht, maar je hangt er toch met je neus in. Voor het moment ziet het er in elk geval keurig netjes uit.

Op dit eigenste moment is Jeppe zijn baasje aan het uitlaten. Zag het er eerst naar uit dat dit de laatste weken vrijheid – blijheid zouden zijn aan het haventje, vorige week las ik in de lokale krant dat Project Perkpolder (PPP) wel eens van uitstel naar afstel zou kunnen reizen. De actiegroep die al van bij het begin tegengas geeft, gaat blijkbaar toch naar een hogere rechtsgang om alsnog de milieuvergunning te laten schrappen. En de promotor krijgt de financiëring niet rond. Wordt vervolgd …

En intussen in de tuin: alles groeit en bloeit naar behoren. Deze week wou ik mijn hangmanden eens goed verzorgen en knuffelen door de dode bloemhoofdjes eruit te halen. Had ik natuurlijk niet op de klok gekeken. Anders had ik geweten dat de hommels al in bed (lees: een verwelkt petuniabloempje) zouden liggen. Hommel wakker en ik ook. En ik heb daar nu nóg plezier van. Mijn rechter middelvinger steek ik nu al drie dagen op tegen mijn omgeving, wegens een sterk gezwollen vingerkootje door een venijnige prik. Ach ja, als de rollen omgekeerd waren zou ik het toch ook doen?

Wat kan je tegen hebben op zo’n hangmand? Volgend jaar misschien een paar trostomatenplantjes in een bak, met afrikaantjes (die gele bloempjes, welteverstaan) errond? En in een grote terra cotta pot ernaast wat snijsla. Yummie!