De tuin einde mei

Eigenlijk speel ik een beetje vals, want de foto’s zijn op 1 juni gemaakt, en er is die dag nog één en ander veranderd, vooral rond de vijver. Die ligt namelijk helemaal centraal en onbeschut. Geen nood zolang er geen warme zon op zit, maar nu de zomer zich eindelijk aankondigt, lijkt het me voor de vissen niet zo leuk en gezond als het water teveel opwarmt.

Omdat de bestrating verder opbreken geen optie is (omwille van onderhoud, maar ook omdat er buizen van onbestemde herkomst onder steken), is een boom naast de vijver niet mogelijk. Tenzij … Tenzij je er een koopt die in een container kan. Die wordt dan niet zo groot, maar ze bestaan in verschillende maten en vormen, dus ook als parapluboompje. Combineer dat met nog een paar andere containers met bijvoorbeeld halfhoge grassoorten en hortensia’s, en je kan een (mobiele) boord maken al naargelang van waar de hoogste zonnestand is.

Het boompje maakt een mooi schaduwplekje op het water tijdens de middaguren. De grassen moeten volgend jaar zo’n meter hoog worden + de hoogte van de pot. Dan volstaat dat voor de voormiddag. De hortensia’s rechts hoef ik niet veel groter te laten worden om de avondzon af te schermen. Ze bloeien op 1e jaars hout, dus laten opschieten is geen goed idee.
Ik ben geen groot liefhebber van wisteria’s. Ze zijn sterk geparfumeerd. Ik ruik dat niet altijd even erg, maar in het aroma zitten wél componenten waar ik schele hoofdpijn van krijg. In het tuincentrum waren we zo erg gecharmeerd van de vorm, dat we niet gelet hebben op wat me meenamen. Een wisteria, dus. Nu hoop ik maar dat wat deze beperkte kruin aan bloemtrossen kan voortbrengen, de pret niet gaat bederven. Deze Wisteria brachybotrys ‘Showa Beni’ zou een laatbloeier zijn, dus met een beetje geluk zien we wel nog wat zachtroze deze zomer. Mogelijk moeten we mettertijd de kruinsteun groter maken, of de omvang van de kruin onder controle houden door snoei (het gaat ons niet in eerste instantie om de bloei, dus als die achter blijft: so be it).
De Miscanthus sinensis ‘Little zebra’ of prachtriet staat er een beetje verfomfaaid bij na het transport en het planten, maar dat komt wel goed. Het wordt tot 100 cm hoog, zodat het de voormiddagzon tempert, maar omdat het een open structuur heeft blokkeert het toch niet alle licht. Er is al 1 zaadpluim te zien. Ik denk wel dat het een mooi “rietkraagje” wordt.
De tuin is de afgelopen weken echt “ontploft” (ook datgene wat we er liever niet tussen hebben, dus dat wordt weer aanpakken). Ik had een aantal dahlia’s in de kuipen gezet: de prille bladeren zijn allemaal afgevreten door de slakken.
En dan ontdekte ik nog een andere “hobby” voor de komende tijd. De lavendel in de voortuin zit onder de rozemarijngoudhaantjes. Een keversoort die o.a. op rozemarijn, lavendel, thijm e.d. zijn eitjes afzet. De larfjes vreten met plezier het laatste blaadje van de plant op. Omdat ik sowieso al geen voorstander ben van verdelgingsmiddelen en al helemaal niet op planten waar ook tientallen heidelibelletjes komen slapen, doe ik dus een paar keer per dag een rondje “kevers plukken” met een potje sterk zeepsop in de hand.
Jeppe vindt het niet serieus dat we een boom in een pot zetten. Zó hoog kan hij niet mikken. Je zou als hond van minder depressief worden …

Op haar zondags …

Manlief roept me zachtjes naar de ramen aan de straatkant. Moeder Eend trippelt frazelend richting onze voordeur. Hond Jeppe ligt gelukkig te slapen, dus die kan de scène niet verstoren. Mrs. Duck komt onze voortuin in en gaat in het lavendelbed met haar kont staan schudden.

Met een lekker luchtje op waggelt ze – nog steeds voor zich uit “babbelend” – weer naar de vijver aan het eind van de straat. Ik ben nét te laat om een heterdaadfoto te maken…

Hopelijk heeft Mr. Duck tenminste een overdekt terrasje gevonden voor de date …

De tuin halfweg mei …

Het gaat nu opeens zó oerend hard buiten, dat ik halfweg de maand al even een fotorondje moet maken om “bij” te blijven. Anders zijn sommige dingen niet meer te zien aan het eind van mei.

Ook niet te zien op de foto’s: de 3 flitsbezoeken van de sperwer waar we wél getuige van waren. Het eerste was afgelopen maandag om 7:42. We zaten nog te genieten van een kop koffie, toen plots de hoogpotige rover rondhopte tussen de hoge haag, de feeder en het paaltje dat één van de sierappeltjes ondersteunt. Hij was net iets te opzichtig tewerk gegaan, want al het kleine grut was ontsnapt.
Dezelfde dag, om 15:49 pakte hij het een beetje zorgvuldiger aan. In één vloeiende beweging plukte hij een klein vogeltje weg. Wat het was, weten we niet. Daarvoor ging het te snel.
En net, om 13:35 om precies te zijn, hoorde ik een ijselijke gil en zag hem over de schutting verdwijnen met vermoedelijk een mus in de klauwen.

De afgelopen week hebben we – méér dan ons lief was – dreigende luchten gezien in de meest uitéénlopende vormen en formaties.
Onze dwergmagnolia doet het al een beetje beter dan vorig jaar. Toen had hij het – net als de overige nieuwe aanplant – bijzonder moeilijk. In tegenstelling tot zijn grote broers, komen de bloemen pas als er al blad aan de takken staat. De bloemknoppen lijken vóór ze open gaan een beetje op beukennootjes.
De eerste sieruien komen open. Ik heb gewoon een mengeling van vroege, late, hoge en lage soorten door elkaar gezet. De volgende die gaan bloeien zijn denkelijk witte.
Sneeuwballen. Niet om mee te gooien, maar om stilletjes van te genieten. Dat doet dit lieveheersbeestje ook. De takken zijn zo zwaar beladen met bloemen dat we ze moeten ondersteunen. Anders liggen de witte ballen in de modder bij de eerste regenbui die over komt.
Deze goudiep was op sterven na dood, vorig jaar. Ik had nooit durven hopen dat hij er weer door zou komen. Niet geschoten, altijd mis: ik heb hem op een gegeven moment zó rigoureus gesnoeid dat er bijna niets meer van overbleef. En het heeft geholpen!
Het nagelkruid vormt een bloedrode vlek tegen de donkergroene haag. Het staat intussen al een week of 2 in bloei en er staan nog veel knopjes in. Ik vermoed dat dit een andere variëteit is dan wat in de voortuin staat, want dat begint nu pas de eerste knopjes te laten zien.
Het rood van de nieuwe scheuten aan de glansmispel begint te temperen. Het vormt een mooie overgang van het knalrode nagelkruid naar het donkergroen van de struiken erachter. Binnenkort komen de kleine witte bloesems open.
Aan de rand van de vijver staat het lievevrouwenbedstro al weken te bloeien. Dat gaat nog maanden door. Bijen en vlinders die in de nabije waterschaal komen drinken, kunnen niet nalaten even op de geurige bloempjes te landen.
Ik vermeldde al eerder dat ik het niet kan laten één van de 3 rabarberplanten te laten doorschieten (elk jaar een andere). Als de bloemen eenmaal in het zaad staan, hangen er letterlijk tróssen mussen in te smullen. Van delen zullen we niet armer worden, toch?
De twee goudvoorns vallen rijkelijk op, vooral als ze om eten komen bedelen. Maar deze ouwe snoeper is meestal niet zo nadrukkelijk aanwezig. Vorig jaar was het enige teken van leven dat deze bittervoorn en zijn maatje gaven zeker 100 jonkies. Daarvan is zeker nog 30-40% over. De afgelopen 2 weken heeft hij een paar heftige territoriumgevechten geleverd met het “gouden paar”. Maar nu is de vrede schijnbaar teruggekeerd en komt hij ook eten schooien.

De tuin eind maart …

Sommige dingen in de natuur gebeuren explosief in deze tijd van het jaar. Anderen nemen rustig de tijd, wachten nog even af of het wel allemaal écht is, dat lentegebeuren. En af en toe is er een “snelle jelle” die als het ware een beetje rechtsomkeer maakt als de temperatuur weer zakt of als het te nat wordt. Tijd om weer eens poolshoogte te nemen.

Een week of 4 geleden kocht ik een paar cyclamen om in de vensterbank te zetten. Ze bloeien nog steeds prachtig, maar nu de zon er bijna de hele dag op zit, kan ik er wel naast gaan staan met een gieter. Ik heb ze nu in de volle grond gezet.


De beide acers die we vorig jaar kochten (en die het aanvankelijk vreselijk moeilijk hadden: links Going Green en rechts Shaina)) zijn er helemaal klaar voor.

Ook laag bij de grond is de lente begonnen. De maagdenpalm weet zich met zijn energie geen blijf.

Ik vind dat vetplanten schromelijk ondergewaardeerd worden. Van deze weet ik de naam niet meer, maar momenteel kronkelen de takken van dit exemplaar zich als dikke slangen met gele koppen over de grond. De textuur vrààgt gewoon om gefotografeerd te worden.

Ik heb vast de taartvorm klaargezet. Ik heb zó’n zin in rabarbercrumble!!!

Vorig jaar had ik onze Callistemon citrinus (rode lampenpoetser) wel in de veranda gehaald voor de winter, maar ik vertrouw het toch niet helemaal zoals hij er nu bij staat. Dus toen ik afgelopen donderdag schuin tegenover de dierenartsenpraktijk deze kumquat zag staan, besloot ik hem maar mee te nemen als backup … Jammer genoeg ben ik het kaartje met de naam van de variëteit kwijtgespeeld.

Even over de schutting spieken of bij de buren de magnolia al in bloem staat (antwoord: ja). Wat is die kamperfoelie toch nieuwsgierig!

Tja, en als je de vogels in de tuin voert, moet je dit er bij nemen … Momenteel hebben we gemiddeld 12 – 15 groenlingen, 6 distelvinken, enkele koppels tortels, een paar bosduiven, twee dozijn huismussen, een stel merels, een zanglijster en een wisselend aantal spreeuwen te gast. En dan heb ik het nog niet over de kauwen die doodgewoon boven ons hoofd, op het glas van de veranda, hun meegebrachte boterhammekes komen opeten!

De tuin eind februari …

Er zijn nog veel kale plekken in de tuin in deze tijd van het jaar. Maar ik heb vorig jaar al uitgelegd dat dat veel te maken heeft met onze keuze voor een insecten/vogeltuin. De bijen- en vlinderplanten die binnenkort weelderig gaan bloeien, moet nu nog bovengronds komen. De struiken die er voor het jolijt en de bescherming van de vogels gezet zijn, zijn hoofdzakelijk bladverliezers, maar ook daar komt snel verandering in.

De sleutel tot onze nederige stulp: de primula’s die eerst voor wat kleur in de veranda zorgden, maar intussen mogen genieten van het zonnetje langs de straatkant.
De plantenhoek in de veranda. De kleurige takken zijn nep, in afwachting van the real thing. De fake appeltjes zijn eigenlijk kerstversiering die ik daar gehangen had om een elektriciteitsbuis te vermommen. En ik was daar dusdanig content over, dat ze er met Pasen nog zullen hangen. De pluimen en jodenkers (mag dat nog zo genoemd worden?) stonden in een enorme vaas die Manlief heel mooi vindt (ik ook trouwens), maar waar je geen voldoende grote bloemen voor vindt. Afgelopen najaar heb ik er 4 hortensiakoppen in gezet.
Het klimrek achteraan rechts hing vorige winter en de hele zomer vol witte bloemen van de Mandevilla, maar ik heb hem nu eens streng gekort om hem vanaf onderaan wat dichter te krijgen. Het boompje ervóór hebben we binnen laten overwinteren. Die gaat binnen een paar weken weer in zijn grote kuip naast het tuinsalon. Het is een Callistemon citrinus of rode lampenpoetser. Australisch van afkomst en dus niet echt opgezet met die winterse kuren hier.
Net buiten de veranda, maar in dezelfde richting: mijn planttafeltje, de scheve waslijn (…), het verhoogde bed waar tot vorig jaar een grote chamaecyparis stond. Die had van de februaristorm in 2019 een serieuze krak gekregen en de vervanging van de omgewaaide omheining gaf de ultieme doodsteek. Nog niet zichtbaar op deze foto wegens te iel: de twee acers (Acer palmatum ‘Going Green’ en Acer palmatum ‘Shaina’) die we er gezet hebben en waarvan ik tot mijn grote vreugde heb vastgesteld dat ze niet alleen de hitte van vorige zomer, maar ook de recente stuiptrekking van de winter hebben overleefd. Op de grond doen verschillende vetplanten en de resterende maagdenpalm hun best om op termijn een dichte mat te vormen. De vinca minor (kleine maagdenpalm) heeft heel erg afgezien van de zomerhitte, maar ik merk toch dat er tussen de grotere plantjes ook opnieuw vanuit de wortel gewerkt wordt.
In de voorgrond de nog niet erg aantrekkelijke stekels van de Calamintha grandiflora of steenthijm. Samen met Nepeta x faassenii ‘Six Hills Giant’ wat verderop vormt hij een zee van kleine bloemen die honderden bijen, hommels en vlinders trekken. Schuif de glazen pui open en je hoort het gezoem van al die bedrijvige vleugeltjes tot binnen!
De gele primula die daar in volle bloei staat heeft vorig jaar het traject veranda – voordeur – tuin al afgelegd. De maagdenpalm begint ook te bloeien.
Ik ben geen liefhebber van grootbloemige magnolia’s. In de plaats kregen de acers deze kleinbloemige variant Magnolia laevifolia ‘Summer Snowflake’ of beverboom als buur. Een latertje dat pas in april/mei bloeit en niet veel hoger dan 1,5m zou worden. De bloemknoppen lijken een beetje op beukennootjes. Bladhoudend doorheen de winter.
De Viburnum opulus ‘Roseum’ of sneeuwbal kan nog amper wachten. En een paar meter verderop staat ook de Amelanchier laevis of Drents krentenboompje op ontploffen.
Bij Daphne mezereum of het rode peperboompje is het al zover. De takken worden eerst overladen met roodpaarse bloempjes, pas dan komt het blad volop open.
Vorige week ca. 10 cm boven de grond, nu al bijna 30 cm: verschillende sieruien in groepen. Je kan ze zien groeien terwijl je er bij staat …
Begin van het vuurwerk: de Photinia fraseri ‘Red Robin’ of glansmispel viert het begin van de lente met vlammend rode bladeren. Op het toppunt lijkt de struik echt in brand te staan!
Jasminum nudiflorum (de winterjasmijn) mag dan een vroegbloeier zijn, hij vraagt wél het nodige geduld eer hij aan omvang wint.
Dan is de Lonicera of kamperfoelie enthousiaster!
Jeppe geniet. Een lekker zonnetje, de deuren open zodat hij in en uit kan lopen. En nog geen vliegen, want daar wordt hij hysterisch van (hij heeft geen eigen vliegenmepper, want zijn staart werd gecoupeerd in Spanje). Elke dag slentert hij van het éne naar het andere plantje, ruikt hoe groot het al is en als de grond te droog is, … je weet wel. Jammer genoeg zijn de dwergconifeertjes daar niet zo gelukkig mee.

“De dood of de gladiolen” …

Een mens heeft, vooral in de winter en nog meer in de huidige tijden, iets nodig om naar uit te kijken. Omdat het nog maar de vraag is wanneer we ooit aan onze coronaprik gaan geraken en omdat we besloten hebben minstens te wachten tot het moment dat we daar zicht op krijgen, hebben we al wél ons oog laten vallen op een vakantiehuisje voor het najaar, maar reserveren doen we nog niet. En dus ligt de hele focus dezer dagen op de tuin.

Afgelopen maandag kwamen de tuinmannen voor het zwaardere werk: de eerste schoonmaak na de winter, snoeien, en ook: wat uitleg geven die ik nodig had om nog wat aanvullingen te bedenken zonder de boel te verpesten. We hebben afgesproken dat we het vanaf nu weer zelf overnemen, maar als er dingen zijn die ons boven het hoofd (en vooral boven de rug) gaan, dan hoeven we maar te bellen om af te spreken wanneer ze ons komen helpen. Met een uurtje of drie waren ze er mee klaar en was ook het snoeisel ineens weg. We hebben de hele namiddag zitten genieten van het frisse uitzicht.

Dinsdag gingen we zelf aan de slag: de vijver moest een beurt krijgen (de visjes zijn flink gegroeid!), de pompen hebben in de diepte hun werk gedaan. De bijendrinkschaal is schoongemaakt en gevuld. Ik maakte een inventaris van kale plekken, zodat ik aanvullingen kan bedenken. En in de voortuin werd ook schoongemaakt. Een 5-tal primula’s, die ik in een lampetkom op het tafeltje in de veranda had staan, werden in een plantenbakje gezet en kregen een plaatsje aan de voordeur.

Woensdag moesten de planten in de veranda er aan geloven: waar nodig wat dood blad weghalen of wat potgrond toevoegen, eens goed gieten en meststof geven, de potten weer wat ruimer schikken en het fonteintje vullen.

Donderdag kwam dan de kroon op het werk van de week: de kussens van de zetels werden uitgepakt, nadat er eerst eens goed gepoetst was in ons “buitensalon”. Ik heb wel nieuwe fleece doeken besteld, want die ik had vielen in meer dan één opzicht tegen. Ze waren niet echt easy in onderhoud en ze hadden pompoms aan de randen. Dat lijkt een gezeefde mug, maar als je de bocht van de bank wil volgen, komen die bolletjes óp de kussens te liggen en wie daar op moet zitten heeft een moeilijk leven …

En toen was het klaar! De mini-narcisjes staan in bloei, de primula’s van vorig jaar ook, net als de peperboompjes. Overal zie je knoppen zwellen en soms zelfs al openbarsten. De mussen zijn al volop met nestmateriaal aan het zeulen en je ziet de gekste baltstaferelen in en onder de bomen en struiken.

Nu nog extra kleur voorzien voor de zomer. We waren bij de aanleg zó gefocust op het aantrekken van insecten, dat ik helemaal niet aan snijbloemen gedacht had. Gisteren moest ik voor mijn moeder in de Boerenbond in haar buurt zijn en daar stond een gróóóte mand vol zomerbollen. Tja, jààààààh ..!

Sinds vorig jaar heb ik mijn aversie tegen dahlia’s opzij gezet. Ik herinner mij uit mijn prille kindertijd dat wij op die halve zakdoek grond achter het huis ook dahlia’s staan hadden. En vooral: dat oorwurmen daar zo graag in kruipen. En dat mijn vader mij wijsmaakte dat die “orennijpers” in je oor kruipen en daar flink in bijten. Vandaar mijn slechte relatie tot die schitterende bloemen. Intussen denk ik bij “oorwurmen” meestal aan van die rotdeuntjes die je niet meer uit je hoofd krijgt. De dahlia’s hebben het gewonnen van de stomme verhaaltjes. Dus die heb ik zeker meegenomen.

Papavers vind ik ook zo mooi. Ze hebben iets héél fragiel, maar lijken toch ook stoer zoals ze daar rood staan te zijn. En om helemaal in de sfeer van de streek te blijven, ga ik mijn eigen opiumindustrie beginnen. (De afgelopen 365 dagen zijn er in Zeeuws-Vlaanderen 365 drugslabo’s, hennepkwekerijen etc. gevonden. ’t Is hier goeie grond … )

Manlief was al altijd een fan van gladiolen. Om mij onbekende redenen associeerde ik die altijd met kerkhoven. Eigenlijk zouden dat dan chrysanten moeten zijn, maar gladiolen waren voor mij altijd “kerkhofbloemen”. Bovendien stond het traditionele kleurassortiment mij niet echt aan. Het laatste jaar in Kruibeke had ik me toch laten vermurwen en een toen nieuwe soort geplant (vanillegeel met een sumier vleugje roze erin, geen idee hoe ze heetten). Eigenlijk viel dat nog mee.
Gisteren vond ik een zak bollen met een mengsel van heel donkerrode (paarse?) bloemen in combinatie met limoengele. Ik zag ze al wel in een vaas op een bepaald plekje en dat was voor mij het laatste duwtje in de rug.

De dood of de gladiolen? Het zijn de gladiolen geworden …

Vreemde vogels …

… en hoge nood.

Wij hebben uiteraard feeders in de tuin en in perioden zoals de afgelopen week wordt er nog gestrooid ook, voor de grondeters: zaden, stukken appel en meelwormen. Geen overbodige luxe, want de nood is hoog in pluimenland.

We hebben dan ook dagelijks een hele horde gasten aan de dis. Vertrouwde soorten, die het hele jaar door aanschuiven, maar ook trekkers die we enkel in de winter zien. Maar in de afgelopen week kregen we ook een paar extra bezoekers, die raar of zelden de tuinen frequenteren. Daarvoor moet het echt armoe troef zijn.

Zo zat er gisteren opeens een witte kwikstaart tussen de vinken op de grond. Supernerveus en lang hield hij het niet vol, maar toch net lang genoeg om zijn buikje eens rond te eten. In de loop van de week hadden we een kauw in de tuin. Die had het op de appels voorzien. En vanmorgen kwam er zelfs een kokmeeuw mee-eten.

Dat betekent dat het echt tijd wordt dat de dooi intreedt, want dat het miserie met watersaus is. Het zou me niets verwonderen dat in de volgende uren nog eens een sperwer zijn kans waagt. Er is er hier een in de buurt gespot in de afgelopen dagen …

Herfstwerk …

Er is herfstwerk aan de winkel! Achterstallig snoeiwerk, planten die binnen gehaald moeten worden of toch op z’n minst moeten voorbereid worden voor als ze een warm jasje aan moeten. Inpakken doe ik nog niet, daar is het nog te warm voor. Maar Ik zet er bijvoorbeeld vast een frame rond, zodat – als de temperatuur plots een stuk lager wordt – ik nog slechts de winterjassen moet ophangen.

De metasequoia’s in de straat blíjven maar naalden verliezen. En de afgelopen week heeft het niet eens zo hard gewaaid. Vorige week nog reed de City Cat rond om de goten te ontdoen van die zooi. Vandaag heb ik een volle mand bijeen geveegd en dat was dan nog niet eens zo nauwkeurig. Er hangen er nog aan …

De tweede (grote) voedercilinder is ook hersteld, gevuld en opgehangen. Eergisteren stond Jeppe bij de avondplas van zijn “galetten” te maken en toen ik de zaklamp pakte, zat daar – jawel – een egel! Ondanks de gedeeltelijke lockdown heb ik dus het egelrestaurant geopend, weliswaar met een beperkt menu. Nu maar hopen dat er geen verklikkers in de buurt wonen …

De lavendel achteraan heeft een kort kopje. De bellenboom (fuchsia) zijn wat in het gareel gebracht. Ze staan nog steeds in bloei en er waren nog bijen aan het rondzoemen, dus ik heb geprobeerd zo weinig mogelijk bloemen weg te halen. Uiteindelijk vallen ze beter mee dan ik eerder dacht, maar ze mogen de peperboompjes niet wegdrukken. Daar stonden trouwens ook knopjes in, net als in de camelia en de hibiscus. Als er nu opeens een vorstperiode komt, hebben we volgend jaar niets, denk ik.

Morgen verder doen. Het was tijd om te stoppen. Ik zit alweer 3 weken met een “froozen shoulder“. Gisteren eerste keer kine en huiswerk meegekregen. Maar dat houdt dus wel in dat ik met mijn linker arm (gelukkig die!) niet veel macht kan zetten of bewegen. Handig is anders …