Hoog bezoek …

De dag begon al vroeg en druk. Uit bed gejaagd door de binnengeslopen warmte, waren we allebei (Manlief en ik) al beneden vóór de zon goed boven de schutting uit kon kijken. Alleen Jeppe bleef nog wat soezen. Die heeft dus de matinee gemist.

Voor zover wij weten, kregen we weer een nieuwe soort op de feeders: een stelletje distelvinken kwam de uitgestalde waar keuren. Terwijl de ene zich nog wat verlegen achter het decor schuilhield, zag de ander er absoluut geen graten in om te poseren voor de (verkeerde) lens. Beter dan dit zat er niet in, want als ik eerst het andere fototoestel moest gaan halen, was de vogel gevlogen. Ik ben allang blij dat deze zijn zenuwen onder controle had zodat ik tussen de vliegenlinten kon piepen. De ruiten zijn dringend aan een poetsbeurt toe. We wisten al dat er in de buurt regelmatig rondvlogen, maar dit was de eerste keer dat we ze op de feeder hadden.

Distelvink

Terug van weggeweest: de jonge grote bonte specht. Goed herkenbaar aan de nog onvolledige kap en het vale wit van borst en rug. Het is nog wachten op de volgende ruibeurt om een stralend wit pakje aan te trekken. Een weekje niet gezien, maar nu weer gulzig aan de beurt:

Grote bonte specht

En ja, het is voor iedereen warm deze dagen. Deze houtduif vond dat ze net zo goed ín de drinkbak kon gaan zitten. Dat wordt extra schrobben.

Houtduif in bad

Tot daar wat er vóór het ontbijt gebeurde. Met de koffie nog in de hand, kreeg Manlief een nieuwe gast in de gaten. Toestel nummer 2 was intussen ook beschikbaar en daar kwam dit portret van:

Colibrivlinder op kattenkruid (2)

Een beetje wazig, maar dat heb je nu eenmaal met kolibrievlinders. Even gaan zitten om te snoepen is er niet bij.

Colibrivlinder op kattenkruid (3)

En toen was het voor mij tijd om te vertrekken voor de wekelijkse boodschappen. Bij thuiskomst was Manlief een opgewonden standje. Zelfs het diepvriesgerief moest maar wachten. Eerst komen kijken!

Groot koolwitje

Een groot koolwitje ging vol belangstelling kijken of de asters ook al aan bloeien dachten.

Bij op zonnehoed

Een bij (maar de soortnaam blijf ik u schuldig) vond de zonnehoed een betere keuze. Geef het slimme beest eens ongelijk.

Maar toen kwam er plots hoogadelijk bezoek:

Koninginnepage op zonnehoed (3)

Een koninginnepage maakte haar entrée en koos zich een plaatsje uit op een wijd geopende zonnehoed.

Koninginnepage op zonnehoed (4)

Koninginnepage op zonnehoed

En dat allemaal achter mijn rug om …

Advertenties

Toen was het zomer …

We zijn alweer een snikhete, droge week verder en ik moet eerlijk zeggen: het dolce far niente (deels gedwongen, deels sinds lang verhoopt en eindelijk gekregen) bevalt me wel. Ik kan er aan wennen.

’s Morgens, terwijl het nog koel is, doen wat gedaan moet worden. Op dat moment is het nog haalbaar om wat heen en weer te pendelen en bezig te zijn. Eens de warmte toeslaat gaan de luiken dicht om nog enigszins de illusie van relatieve koelte te vrijwaren. De deuren worden enkel geopend uit noodzaak, anders horen ze de zon buiten te sluiten.

Zo af en toe moet een mens natuurlijk de zomer trotseren. Zolang dat nog in het lommer en te voet kan, aan een gezapig tempo en voor korte tijd, dan gaat dat nog. Maar verplaatsingen met een auto, die dan uren in de blakende zon op een parking staat te bakken, of een paar kilometer doorstappen over dit vlakke land met een hond onder die loden bol: thanks but no thanks. Ik heb er echt schrik van.

Gisteren lag de keuze niet bij mij. Ik had in Terneuzen een afspraak met de dienst Belgische Zaken, om wegwijs te worden in de belastingaangifte alhier. Die moest eigenlijk al binnen zijn, maar de benodigde attesten uit het thuisland kwamen pas tegen de periode dat men die daar nodig heeft. In Nederland komt de vermaledijde paarsblauwe omslag al begin maart en hoort hij beantwoord te zijn tegen begin april. Dan moeten ze bezuiden de landsgrens nog wakker worden. Niet dat men er hier zwaar aan tilde (daarvoor hadden zij het ook te warm). Ik was al heel tevreden dat de lieve dame die me bereidwillig te woord stond zélf ook niet bij elke vraag direct een antwoord klaar had. Ik voelde mij op slag al een heel stuk minder dom. Maar ik werd ook niet in het riet gestuurd met de kluit: “Ik weet het ook niet”. Nee, we zijn er samen uit gekomen en vóór ik mijn examen indien, mag ik het eerst nog eens laten nalezen. Het was op slag minder heet toen ik de auto instapte om naar huis te rijden.

Normaal zou ik eerst nog op de Zeedijk van Terneuzen naar het verkeer op de Schelde zitten kijken hebben. Er staan daar bankjes, er is daar een jachthaventje, ijsje of een frisdrankje bij de hand en uitkijken over het water: het kan simpel geluk zijn. Maar dezer dagen behoor ik ook officieel tot de risicogroep die ozonrijke momenten beter binnen kan doorbrengen. Wat in de huidige omstandigheden zo ongeveer betekent dat ik afgelopen winter méér tijd buiten doorgebracht heb dan nu. Binnen tegen 11:00 ten laatste en pas weer naar buiten na 22:00. Zelfs een plekje in de schaduw is maar voor korte tijd aan te raden. Dan gaat de interne ozonmeter in alarm en moet ik opkrassen. Anders sputtert de motor. Hopelijk draait hij weer soepel na de revisie binnen twee weken.

 

Ik weet niet …

… hoe dat met jullie zit, maar vanmorgen voelde ik iets wat best wel op lente begint te lijken. Het is misschien meer whishfull thinking dan wijsheid, maar het ochtendlicht zag er vrolijker uit. Frisser wit, vers gewassen en (met het weer van de afgelopen weken) goed nagespoeld. Ik heb zo goed als geen reukzin, maar ik meende ook een beetje lente te ruiken (dàt is al helemaal onzin, vrees ik, tenzij er ergens al een boer mest uitgedragen heeft).

Als ík nu alleen zou zijn met die kriebels, dan zweeg ik er nog even over. Maar vorige week kwam ik tijdens een wandeling in het parkje dit tegen:

DSCN0044

En niet één trosje, maar honderden! Ik was al meteen in de stemming. Zelfs de storm van donderdag kon daar niets aan veranderen.

In de tuin is ons vaste stelletje Turkse tortels al gênant stevig aan het “stouwen”. Vooral híj staat op ontploffen van de hormonen. Zij is nog wat onzeker en probeert de boot nog wat af te houden.
Een merelwijfje nam gisteren de tijd om haar twee aanbidders te taxeren, terwijl die elkaar de pluimen uit het lijf trokken.
Ook in plassen en sloten wordt dezer dagen al geknikt en gebalst. Als je er een tijdje naar blijft kijken, krijg je er warempel last van in je nek.

Ik weet het. Februari moet nog beginnen en het kortste maandje is vaak het felste als het op winteren aan komt. Maar het lengen van de dagen wordt nu echt goed zichtbaar. En dat geeft hoop.

Vanmorgen ben ik met hond Jeppe van de zon gaan genieten tijdens een lange wandeling. Bij thuiskomst werden we opgewacht door een heel speciale gast. Eentje die, naar ik vrees, mijn lentekriebels nog wel even de kop gaat indrukken want als pestvogels afzakken naar onze kontreien zou dat wel eens kunnen betekenen dat er een nog een ferm koudefront op komst is.

Hoedanook, het blijft de moeite om ogen, oren en andere zintuigen op scherp te houden dezer dagen.

Interludium…

Zijn er hier lezers die zich dat woord op het tv-scherm nog herinneren? En dan was er altijd zo een zeemzoet muziekske bij. Véél meer klasse dan “Even geduld, de filmlas is gebroken… Even geduld, er is weer Frans gesproken…” * Dat laatste heb ik trouwens nooit goed begrepen (maar dat zal mijn jonge leeftijd geweest zijn): een programma werd door een technisch probleem even onderbroken en dan kwam dat omdat er iemand Frans gesproken had (waarschijnlijk een vloek dan nog omdat hij over een kabel gestruikeld was). 🙂

Wel, ik moet tijdens een wandeling nogal eens aan dat woord “interludium” denken. Want heel vaak wordt het staptempo opeens onderbroken om naar de overweldigende wolkenluchten te kijken. Zoveel tinten grijs (méér dan vijftig), zo’n vormen en afmetingen, zo indrukwekkend. Ik kan het iedereen aanraden: sta eens vaker stil om naar de lucht te kijken. Al was het maar om op tijd droog thuis te geraken …

IMG_20170918_173516

 

“Even geduld”, van Jef Burm

Groepsreizen…

Eerst was er die eenzame fietser. Maar ik wist direct: busje komt zó. Het duurde amper een week of zo en toen waren het al hele busladingen. En nu? De Chattanooga Choochoo en de City of New Orleans aan elkaar gekoppeld. Propvolle forenzentreinen! En al die reizigers moeten dringend de nodige tickets, reisinfo, een goede plaats vinden in de groep, … Een hels kabaal bij tijden.

Niet schrikken. Onze rustige stek wordt niet overspoeld door het massatoerisme. Ik heb het over de groepen vogels die hier elke dag groter worden. Het groepje van zo’n 20-30 zwaluwen dat hier de hele zomer boven de tuin en de achterliggende velden scheerde, is inmiddels een groep van minstens twee keer die omvang. De eenzame grauwe gans die als eerste het pas geoogste graanveld ontdekte heeft nu al een paar honderd volgelingen. En daar zitten ook canada’s tussen.

Ze komen van de omliggende plassen (de Putting, Luntershoek, …) overvliegen om te kijken waar er een nieuw banket geopend wordt, de grauwtjes vrij hoog, de canadaganzen net boven de daknokken zodat je de lucht door hun veren hoort suizen. Even flink opvetten vóór de noorderlingen alles komen claimen en de magere tijden aanbreken. Flink bunkeren om een lange reis aan te kunnen.

Als in het haventje van Perkpolder de slibplaten droog vallen, zitten er groepen rosse grutto’s, de lepelaars verzamelen ook (jeugdgroeperingen voor een nazomerkamp?), groenpootruiters, en vanmorgen ook een regenwulp.

Groenlingen waren vroeger voor ons slechts occasionele trekgasten. Ze bleven soms wel een paar dagen pleisteren maar gingen er daarna toch weer vandoor. Niet zo in deze buurt. We hadden bij het begin van de lente een koppeltje groenlingen als eetgasten op onze feeders. Ze moeten bij de buren een goeie nestplaats gevonden hebben, want van 2 kwam allengs 4. Duidelijk 2 flinke jongen die intussen ook vertrokken zijn, op zoek naar een eigen stek. Pa en ma hebben even vakantie genomen denk ik, want ze waren een tijdje niet gezien. Maar nu zijn ze terug.

Ik heb de feeders al een beetje gevuld, hoewel er nog eten in overvloed is. Het gesponsorde aanbod is nog maar beperkt: een beetje gemengd zaad en wat zonnebloempitten. Net genoeg om de habitué’s te laten weten dat wij er klaar voor zijn. Naast de granola’s is er ook fruit bij het ontbijt: onze voorgangers hebben druivelaars en (gelukkig doornloze) braamstruiken geplant en daar mag ook à volonté van genoten worden.

Voor wie een tijdje wil uitrusten of hier wil overwinteren hebben we comfortabele suites die de gast naar eigen goeddunken mag inrichten. Hond Jeppe ruit de matrassen wel bij elkaar:

dsc00020.jpg

Een nieuwigheidje voor de hotelgasten: er is nu ook een drinkfontein cum douchegelegenheid:

Wij gaan écht voor die 5 sterren!

Oogsten in het voorjaar (1) …

Zaterdagnamiddag en de zon is van de partij. Een schril windje ook, maar we zijn ten slotte geen kasplantjes. Kijkers: check. Camera: check. Vogelgids: check. Notitieboekje: check.

We zijn de straat nog niet uit. Aan de vijver zit een aalscholver uit te rusten in één van de geknotte bomen:

De Putting.

Een weidevogel die het al een paar jaar moeilijk heeft en waar her en der hulpprogramma’s voor opgezet zijn: de tureluur. Onmiskenbaar door de knalrode poten en de donker uitlopende snavel:

Altijd een tractatie: de pijlstaarteend. Een grote, maar elegante grondeleend:

Een leuke verrassing: een groep van een tiental groenpootruiters is op zoek naar eten.

Bij het begin van ons rondje Putting hadden we zo al een vermoeden dat hij hier aan het werk geweest was. Een eind verder maakte hij zijn opwachting, zij het niet ongestoord. Dankzij de kraai die hem bij zijn maaltijd lastigviel, kregen we deze slechtvalk in de gaten. Nadat hij de pestkop had verjaagd, ging hij verder met eten:

Luntershoek

Een supernerveus vogeltje, dat zich niet zo vaak laat zien en àls, dan vaak heel vluchtig: de braamsluiper.