De tuin in mei …

Gisteren hadden we een aangename temperatuur om nog eens iets in de tuin te doen. De ijsheiligen zijn weg, dus de hangkorven en bloembakken mogen gevuld worden. Gelukkig had ik niet zo’n overdaad aan plantgoed meegebracht, want we hebben een dik uur zoek gebracht met het gadeslaan van de vervelling van een grote keizerlibel in onze vijver.

Voor een jaaroverzicht (-in-wording) kan de lezer terecht op mijn fotoblog. Elke maand vul ik daar de veranderingen/vorderingen/aanpassingen aan, zodat ook dààr de tuin een beetje leeft. Vanaf juni hopen we daar de eerste beelden van ons gazon aan toe te kunnen voegen. Op 2de Pinksterdag komt onze tuinman de lelijke plavuizen opbreken en vervangen door graszoden. Eén ding is zeker: het zal een stuk rustiger ogen en de weerkaatsing van het schelle licht zal ons niet meer hinderen als we in het tuinsalon zitten.

Vroeger had je voor zo’n ruif kokosmat in de vorm en maat van de ruif. Tegenwoordig verkopen ze nog enkel cirkels in verschillende grootte, met kruiselings 4 insneden om het stuk in vorm te plooien. Bagger, zeg ik u! bij het gieten loopt niet enkel het water weg, maar verdwijnt systematisch een deel van de potgrond. Dit jaar probeer ik het eens anders: ik laat de planten in hun pot staan en gebruik de kokosmat als “schaamlap” om het plastiek te camoufleren. Zien hoe dat uitpakt.
De bosrank die we al een jaar of 3 staan hebben heeft dan wel kleine bloemen (ca. 3-4cm), ze zijn prachtig getekend.
Begin dit jaar kocht ik een grootbloemige witte cultivar aan, die achteraf (opzettelijk? per (on)geluk?) gekoppeld was aan een paarse. Niet helemaal volgens planning, maar so what?
De kleine egelskop is een heel decoratieve vijverplant. In de natuur intussen heel zeldzaam, maar de tuincentra voorzien in de vraag. Het is op deze plant dat de grote keizerlibel zich gisteren “omkleedde” voor haar maidentrip.
De eerste “snoepjes” zijn intussen al geplukt. Een overvloed van 11 exemplaren voor 2 personen … Maar sùùùùper lekkerrrrr!
Er gaan deze week moeilijke keuzes gemaakt worden. Wie mag doorgaan, wie sneuvelt? Vooral voor een onervaren druivenkweker als ik, is het een kwestie van “erop of eronder”.
Een ongevraagde gast, maar als je eerst jàren geijverd hebt voor een aangepast maaibeleid om de kaardenbol te behouden, ga je deze spontane geste toch niet in de kiem smoren?

Een nieuw tuinseizoen …

… vraagt om nieuwe plannen. En met het voorzichtige zonnetje kan het ons niet zoveel schelen dat het zondag is. Mijn schoonmoeder beweerde dan wel dat “zondags werk niet gedijt”. Als je fulltime werkt zoals wij in die tijd, schiet er niet veel anders over en het gedijde tóch.

De eerste interventie van onze trouwe tuinman is een feit: de haag is geschoren, de olijfboompjes vóór het huis hebben een modieus bob-kapsel gekregen. Ook de vlinderstruiken en een stel al te uitbundige fuchsiastruiken zijn onder handen genomen.

Voor de tweede sessie moeten we even geduld hebben wegens niet vooraf afgesproken en dus wat laat geboekt. Dat gaat over die lelijke gele tegels die ik al eens vernoemde. De kogel is eindelijk door de kerk (zonder slachtoffers te maken, andere dan genoemde tegels). Met een enthousiast gebrek aan volwassenheid (zie vorig blogje) heb ik een grabbel gedaan in de kleurtjes van Manlief om een impressie van de toekomst in te kleuren:

Zelfs zonder strepen kleuren bleek moeilijk, vooral omdat de fotoafdruk op glad papier stond en de inkt een ongrijpbare laag vormde. Maar het volstaat om aan te geven wat er te gebeuren staat: gazon!

In afwachting vàn, zijn op één na alle kuipen en bakken verhuisd naar het stukje waar de klinkers behouden blijven. In de bak waarin vorige week nog siergrassen stonden, staan nu 6 aardbeiplantjes te bloeien. Goed voor de bijtjes en hopelijk daarna goed voor ons ook. Er is een trostomatenplantje (waar ik al wat van geoogst heb om in de vensterbank te laten afrijpen) en een “snoep”peperplantje. Nu ben ik niet noodzakelijk een “zoete” snoeper, maar in dit geval is dat begrip toch wel voor interpretatie vatbaar. De vlammen sloegen me uit! Deze plantjes heb ik in hanteerbare potten gezet, zodat ik hen nog naar binnen kan halen als het weer dat nodig maakt. Tussen de lavendel waarvan ik hoop dat hij het gered heeft, en de pepertjes en tomaatjes groeit de platte peterselie en de bieslook. Of de basilicum het gaat redden, weet ik niet zeker. In de lage ronde schaal is snijsla gezaaid en in de hoge blauwe en de twee kleine aarden potten deed ik hetzelfde, maar met afrikaantjes. Traditioneel beschouwd als natuurlijke bewakers van bepaalde groenten en vruchten.

Alle schalen, potten en bakken verenigd op een plantenterrasje. Met de overige klinkers wordt het paadje vlak vóór het tuinhuis wat verbreed, zodat we zonder ongelukken met de kliko’s heen en weer komen.

Vijfblad is één van de nachtmerries in een tuin. Vergeet één stukje te verwijderen en in no time staat de hele tuin vol. Vermits de lavendel achter de potten ter ziele gegaan is (ik verdenk naast het vijfblad ook de rozemarijnkevertjes van vorig jaar) kon het overgrote deel ineens uitgespit worden en verwijderd. Een kleiner deel moet er één dezer dagen ook aan geloven. Maar dat wordt handwerk of ik heb ook geen planten meer.

De staptegels werden door de tuinman vakkundig vlak gelegd, maar jammer genoeg loopt het paadje nu nergens naartoe i.p.v. naar de staander met geraniums …

De struiken tegen de scheidingsmuur beginnen aan hoogte, breedte en dikte te winnen. Geen overbodige luxe als je buren hun trampoline vlak naast de scheiding zetten om er dan zelf i.p.v. de kinderen in te gaan springen.

Een tuin zonder inkijk?

Hier en daar worden scheuten herkenbaar. Allebei de pioenrozen zijn bovengronds. De éne zou een zacht zalmroze kleur moeten hebben, de andere ..?

Begonnen als grap, maar intussen solliciteren ze om te blijven: de ganzen uit de tuin van mijn moeder. Jeppe kwam er eerst niet in de buurt, toen heeft hij ze eens in een baldadige bui omsingeld in zijn eentje en toen er nog geen reactie kwam, heeft hij de ganzerik omver gepist …

Het hoger gelegen perkje begint ook vol te geraken, al is het hoofdzakelijk met dingen die bedoeld waren om de eentonigheid van een dicht tapijt maagdenpalm te breken. De maagdenpalm fungeert nu eerder als afwisseling tussen de euphorbia, die het hier duidelijk naar de zin heeft. Geen erg, ik vind dat een ferme plant!

De druivelaar heeft zich vastgegrepen om nooit meer los te laten. Ik denk dat hij dit jaar de bocht rond het raam van het tuinhuis maakt.

Nog even naar binnen om de eerste oogst van dit jaar te zien: de trosjes begonnen te zwaar te worden, maar nog niet alle vruchtjes zijn volledig rijp. In de vensterbank van de zithoek heb ik er de raam- decoratie voor Pasen mee opgefleurd. Schoon groensel is ook nie mis, he?

Goede reis …

… en tot ziens in het najaar!

Gisteren was het, met een grijze lucht en een strakke wind, bar en boos buiten. Toen ik vanmorgen de rolluiken ophaalde, zag het er ijskoud uit, met een dikke laag rijp op al wat buiten geslapen had. Maar. De zon scheen al en er bewoog geen blaadje. En toen ik met Jeppe bij het haventje uitstapte, voelde ik dat ik eigenlijk een beetje overdressed was met mijn thermisch ondergoed.

We hadden het rijk voor ons alleen, Jeppe en ik. Op een paar konijnen, drie territoriumvechtende veldleeuwerikken en een baggerboot na.

In de bevroren plassen vond ik onuitgegeven kunstwerkjes. Ze zouden zó aan de muur kunnen.

Hoog in de lucht passeerde een vlucht ganzen, richting noorden …

En tot hoeveel kan je al tellen ..?

De klassieke vraag (in “mijn tijd” toch) van oudere mensen aan een kleine uk. Eind vorige maand hadden de meeste tuinvogeltellers – jammer genoeg – geen hogere wiskunde nodig om het aantal gevederde gasten te kennen, maar al met al viel het toch mee. En de officiële resultaten van onze omgeving stroken wonderwel met onze eigen bevindingen. Op de mezen na, die – naar wat ik al eerder hoorde van de natuurliefhebbers in die buurt- vooral aan de andere kant van het dorp zitten, omwille van landschapskenmerken.
(Wat me ook meeviel: er zitten nogal wat tellers in onze buurt: elk oranje bolletje is een waarnemer en de grotere bollen vertegenwoordigen meerdere tellers).

En de resultaten van de “Cloôsterse” jury zijn: …

Inderdaad, de vinken zijn ten onzent de winnaars, zoals we al eerder vermoedden en zoals m.n. Menck ook opmerkte. Nazicht op de trek-telverslagen van voorgaande jaren (*), valt het op dat o.a. vinken en pimpelmezen uit het hoge noorden massaal afzakken richting Nederland. Hier in Zeeland en – dicht bij ons huis – vooral in Zeeuws-Vlaanderen kunnen boeren meedoen aan een wildebloemenproject. Ze krijgen een vergoeding per m² boord die ze met wildeplantenzaad inzaaien rondom hun teelten. Hier en daar liggen – meestal scheef aangesneden – stukjes poldergrond in de oksel van een dijkgracht, zodat die moeilijk te bewerken zijn en meer moeite dan opbrengst genereren. Die worden steeds vaker integraal ingezaaid t.b.v. de natuur en hier en daar toegankelijk gemaakt als pluktuin. Niet alleen insecten, maar ook insecteneters profiteren daar in de zomertijd van. De verdroogde plantenresten blijven ter plekke staan/liggen doorheen de winter, zodat insecten daarin kunnen overwinteren en zaadetende trekkers van mondvoorraad voorzien worden. Een sterk uitvergrootte versie van een “verwaarloosde” wintertuin zoals de onze, dus.

Wilde-bloemen-land.

Als daar dan nog een rij bomen langs staat zoals op deze foto, zijn “de kleintjes” helemaal happy. Eten op de grond, een vluchtplaats bij verstoring en meestal zoet water binnen vliegbereik. Wat kan je als reiziger meer wensen?

NB1: de plaats op de foto was deze winter goed voor groepen vinken van meerdere honderden exemplaren. Naast “gewone” vinken waren er ook kepen en groenlingen bij. Ook vanmorgen zaten er nog zeker zo’n 200 – 300 stuks.

NB2: de “assistent-teller” van 30 januari is helemaal naar verwachting dicht in de buurt gebleven. Deze week zat er een “spookvlieger” op het raam van de tekenkamer:

Aan de afmetingen te oordelen, waarschijnlijk een merel of lijster, die tegen het raam aan geknald is, ondanks de stickers die er op aangebracht zijn.

Vanochtend kwam Manlief buiten en uit de struiken tegen de schutting kwam warempel de sperwer gevlogen om een aanval te plaatsen op een niet goed uitgeslapen mus. De afloop van de jacht kennen we niet maar dat de sluipschutter nu ook een struikrover geworden is, was voor ons weer een nieuwtje. Wat ik me hierbij dan afvraag: had de jager zich gisteravond al in die struik geposteerd voor een paar uurtjes nachtrust? Zo dicht bij de grond (de struiken zijn naast kaal ook nog niet zo groot (max. 2-3m)? De reden waarom ik me dat afvraag is, dat Jeppe bij het laatste plasje van de dag zo intens stond te speuren in die richting en zijn snufferd overuren draaide. Wordt vervolgd (hopelijk met nieuwe info).

(*) 5 oktober 1912 en 19 oktober 2018

Wie resultaten van elders in Nederland wil bekijken, vul je postcode in op deze pagina.

Natuurpunt presenteert de resultaten in een iets andere vorm. Wie die eens wil bekijken, kan terecht op hun pagina onder “infographic”

Des winters als het regent …

Of toch liever niet! Dat doet het al zo ongeveer het hele jaar.

Vandaag begint de winter en speciaal voor de gelegenheid hadden alle buiten slapende auto’s in de straat (dat zijn ze dus allemaal, behalve die van ons, die slaapt binnen) een wit korstje. De buren konden dus collectief krabben.

Zelf haalde ik ons k(n)arretje uit een garage waar het toch nog altijd +7°C was. Niet om naar het werk te rijden, maar om dat andere geluksnummer uit te laten. Jeppe heeft helemaal niks met zijn groene anorak, want als die uit de kast komt betekent dat nattigheid. Maar zijn paarse fleece … Da’s andere koek! Lekker buiten hossen zonder kou te krijgen als hij een konijn beloert. De MAX, zeg ik u!

Omdat ik intussen al een aantal vragen over hondenjasjes gekregen heb, zet ik hier een link naar het blog van The Dog Company, waar ik met Jeppe ga trainen en ook zijn “garderobe” heb samengesteld. Er staan handige tips in om een jas aan te meten en te kiezen: https://thedogcompany.nl/hoe-kies-je-de-juiste-hondenjas/

Fleurige oproep …

De “spontane” ahorn die naast de schutting stond, hebben we laten kappen. Omdat hij naarstig bezig was genoemde schutting uit haar hengsels te drukken. Omdat die zaailingen veel sneller groeien dan wat je bij de kweker koopt. En omdat dat dan wil zeggen dat we er bijna met de boomzaag naast kunnen staan om te vermijden dat de takken die óver de schutting groeien fietsers op het paadje naast de tuin van hun vehikel zwiepen.

Wie goed kijkt kan de afdruk van de steen in de schutting zien. Die zat klem tussen de stam van de ahorn en de omheining en dat laat een heuse stempel na.

Dat betekent natuurlijk wel dat er weer een lege plek ontstaan is. Vóór de andere panelen hadden we de voorgaande jaren al klimmers geplaatst. Met goedkopere en dus verkeerde klimrekken (zie links op de foto), die we nu aan het vervangen zijn.

Voor de lege plekken zijn al rekken besteld, maar ik denk dat ze uit de UK moeten komen (te voet, dus).

Van achteraan naar voor hebben we een bosrank “Marjorie”, een kamperfoelie, een winterjasmijn en dan nog 2 panelen die om fleurig gezelschap vragen. Nu dacht ik eerst zo aan het wit-met-indigoblauw van een passievruchtbloesem, naast het tere roze van een (liefst doornloze) enkelvoudige maar wel geurige klimroos. Ik dacht daarbij aan bijvoorbeeld de Mortimer Sackler . Maar eerstgenoemde schijnt nogal passioneel (lees “heel uitbundig”) te groeien, dus dan kan ik er weer mijn bed naast maken.
Daarom doe ik een oproep om eens met wat ideetjes te komen. En indien mogelijk ook met ervaringen, vooràl ervaringen!

Vorig jaar kochten we een nogal armetierig uitziend stekje van de Solarisdruif. Ze doet het “niet slecht”.
Ze smaakt ook “niet slecht”. Méér zelfs: ze smaakt lekker!

Intussen heeft de tuin ook ontdekt dat het al oktober is. Volgende week worden ons een paar zonnig(e)(-achtige) dagen beloofd. Daar zullen we maar eens gebruik van maken om de tuin wat winterklaar te maken: overtollige zaailingen verwijderen, zaaddragers ophangen voor passerende zaadetertjes, het egelhuis nog eens controleren en de feeders nog eens extra schoonmaken en vullen.

De laatste kleuren van dit jaar.

Verzamelen geblazen …

Dik twee weken geleden de midzomertelling mee gedaan van de zomerganzen (ganzen die hier overzomeren). Traditioneel is dat in ons telgebied schrapen om er een paar honderd bij elkaar te krijgen.

En kijk: een halve maand later en de lucht hangt weer vol gegak. Brandjes, canada’s en grauwtjes scannen de polders naar pas geoogste akkers. Er wordt hier momenteel dag en nacht gereden om het graan in de schuren te krijgen vóór er nog meer regen komt. Vanmorgen een gemengde bende gezien van ruim 400 ganzen op één akker (die zijn hier natuurlijk wel groot) om de gevallen graankorrels te bemachtigen. De brandganzen vooraan, want die zijn eigenlijk niet echt schuw. De lange zwarte halzen met de witte ring van de canada’s erachter en helemaal achteraan de grauwe ganzen, want dat zijn me toch angsthazen!

Volgens mij zijn er al zwaluwen weg. De ouders vertrekken zo gauw ze geruid hebben. De jongen van dit jaar vetten nog even langer op en volgen dan in de achterhoede. Maar ik zie nu dus veel minder zwaluwen dan een paar weken geleden. De gierzwaluwen zijn er nog, maar lang duurt dat ook niet vooraleer die verzamelen blazen en naar hun winterkwartier vertrekken.

Zo tussen het vertrek van onze zomergasten en de komst van de overwinteraars wordt het uitkijken naar een paar “specialekes”. Tegen eind augustus moeten we maar weer een extra wekelijks rondje doen langs Luntershoek, want om die tijd wordt de visarend gesignaleerd. Nog een maand of wat later kunnen de boterbuiken (grote zaagbekken) opduiken. Dan vult zich het water om het Groot Eiland ook met honderden slobeenden. Nu is het er nog héél stilletjes. Op een eenzame fuut, wilde eend of meerkoet na, is de waterspiegel … ja, spiegelglad.

De natuur is een kalender en buienradar samen. Draadloos, internetloos en héél betrouwbaar. Alleen hebben de mensen verleerd om hem te lezen.

De tuin eind juni …

De afgelopen week hebben we ferm wat werk verzet in de tuin. De buitentemperatuur liet dat toe en van ons moést het. Kunnen we lekker achterover leunen en genieten als de zon zich weer eens laat zien. Zo’n 1500 liter kastanjehoutsnippers werden tussen de planten gestrooid nadat er eerst 2 kliko’s vol onkruid en snoeisel tussenuit gehaald waren. Snoeisel zoals in: kattenkruid dat aan het woekeren is, want ik durf bijna de deur niet meer opendoen of het komt binnen. Ik heb zeker een kwartier gezocht naar een plant waarvan ik wist dat ik ze had, maar die helemaal bedolven was onder dat lila geweld.

Over lila gesproken: ik heb me de afgelopen weken een beetje geërgerd aan de overdaad paars/lila/blauw dat op dit moment de boventoon voert. Het was me nog nooit zo erg opgevallen. Misschien omdat de synchronisatie ietsje anders verloopt dan in de vorige droge/warme voorjaren. Het stoorde me en dus ben ik eergisteren toch nog 3 hertshooistruiken gaan halen. Hypericum patulum “Hidcote” heeft een mooie heldergele kleur en bloeit overvloedig van juni tot eind augustus. De zwarte bessen worden vaak in boeketten verwerkt, dus dat is een pluspunt nu ik al eens vaker met de schaar door de tuin ga om een vaas(je) te vullen. We moeten wél een beetje opletten, want hertshooi durft ook wel gaan woekeren. Kwestie van op tijd de grove en scherpe middelen boven te halen en er korte metten mee te maken. We zijn in elk geval op weg naar oranje/bruin van de daglelies (Hemerocallis “Pink damast” ), wit/geel (de margrieten), rood/mauve (fuchsia’s) en dat in beginsel afschuwelijke fluo-oranje van de floxen, maar dat tussen al de rest uiteindelijk wel meevalt en snel afbleekt door de zon tot een aanvaardbaar rozerood. De gele en lila rudbeckia’s zijn ook op komst, net als de kogeldistels. Waar we al sinds 2018 op wachten: de bloeiwijzen van de zilverkaars (Actaea simplex “Pink Spike”). Prachtige, diepmauve bladeren genoeg, maar bloeien? Dag Jef!

Van de Incalelies is er maar één teruggekomen, maar die is mooi zalmkleurig. En de druivelaar? Einde seizoen als “soldeke” gekocht voor twee keer niks. Het was ook twee keer niks: amper een spriet. Maar nu is hij al met 3 hoofdtakken tegen het tuinhuis aan het klimmen en hij heeft zelfs al wreed veel ambitie! Met een bril op en een vergrootglas kan je achter één van de bladeren al een poging tot druiventros vinden.

Ik kan ook héél rigoureus zijn met de snoeischaar. Het beverboompje Magnolia laevifolia ‘Summer Snowflake’ was te goed om er uit te gooien en te slecht om hem te laten staan. Ik heb echt zowat alles weggesnoeid wat ver genoeg uitstak en kijk: minuscule scheutjes aan de takken (of wat er van overschiet)! Al ziet hij er nog altijd uit als een modern kunstwerk, hoor.
Vorig najaar heb ik de mandevilla helemaal teruggesnoeid tot beneden. Zo mooi als hij eerst stond, zo op-sterven-na-dood zag hij eruit. Ik weet niet meer wie er juist gevraagd had of dat wel ging goed komen (ik geloof Myriam of Djaktief). Nu kan ik dus zeggen: het komt goed. De plant heeft mooi glanzend donkergroen blad en staat er dik-struikig bij. De hoogte komt (hopelijk) volgend jaar wel, samen met de bloemen.

De tuin einde mei

Eigenlijk speel ik een beetje vals, want de foto’s zijn op 1 juni gemaakt, en er is die dag nog één en ander veranderd, vooral rond de vijver. Die ligt namelijk helemaal centraal en onbeschut. Geen nood zolang er geen warme zon op zit, maar nu de zomer zich eindelijk aankondigt, lijkt het me voor de vissen niet zo leuk en gezond als het water teveel opwarmt.

Omdat de bestrating verder opbreken geen optie is (omwille van onderhoud, maar ook omdat er buizen van onbestemde herkomst onder steken), is een boom naast de vijver niet mogelijk. Tenzij … Tenzij je er een koopt die in een container kan. Die wordt dan niet zo groot, maar ze bestaan in verschillende maten en vormen, dus ook als parapluboompje. Combineer dat met nog een paar andere containers met bijvoorbeeld halfhoge grassoorten en hortensia’s, en je kan een (mobiele) boord maken al naargelang van waar de hoogste zonnestand is.

Het boompje maakt een mooi schaduwplekje op het water tijdens de middaguren. De grassen moeten volgend jaar zo’n meter hoog worden + de hoogte van de pot. Dan volstaat dat voor de voormiddag. De hortensia’s rechts hoef ik niet veel groter te laten worden om de avondzon af te schermen. Ze bloeien op 1e jaars hout, dus laten opschieten is geen goed idee.
Ik ben geen groot liefhebber van wisteria’s. Ze zijn sterk geparfumeerd. Ik ruik dat niet altijd even erg, maar in het aroma zitten wél componenten waar ik schele hoofdpijn van krijg. In het tuincentrum waren we zo erg gecharmeerd van de vorm, dat we niet gelet hebben op wat me meenamen. Een wisteria, dus. Nu hoop ik maar dat wat deze beperkte kruin aan bloemtrossen kan voortbrengen, de pret niet gaat bederven. Deze Wisteria brachybotrys ‘Showa Beni’ zou een laatbloeier zijn, dus met een beetje geluk zien we wel nog wat zachtroze deze zomer. Mogelijk moeten we mettertijd de kruinsteun groter maken, of de omvang van de kruin onder controle houden door snoei (het gaat ons niet in eerste instantie om de bloei, dus als die achter blijft: so be it).
De Miscanthus sinensis ‘Little zebra’ of prachtriet staat er een beetje verfomfaaid bij na het transport en het planten, maar dat komt wel goed. Het wordt tot 100 cm hoog, zodat het de voormiddagzon tempert, maar omdat het een open structuur heeft blokkeert het toch niet alle licht. Er is al 1 zaadpluim te zien. Ik denk wel dat het een mooi “rietkraagje” wordt.
De tuin is de afgelopen weken echt “ontploft” (ook datgene wat we er liever niet tussen hebben, dus dat wordt weer aanpakken). Ik had een aantal dahlia’s in de kuipen gezet: de prille bladeren zijn allemaal afgevreten door de slakken.
En dan ontdekte ik nog een andere “hobby” voor de komende tijd. De lavendel in de voortuin zit onder de rozemarijngoudhaantjes. Een keversoort die o.a. op rozemarijn, lavendel, thijm e.d. zijn eitjes afzet. De larfjes vreten met plezier het laatste blaadje van de plant op. Omdat ik sowieso al geen voorstander ben van verdelgingsmiddelen en al helemaal niet op planten waar ook tientallen heidelibelletjes komen slapen, doe ik dus een paar keer per dag een rondje “kevers plukken” met een potje sterk zeepsop in de hand.
Jeppe vindt het niet serieus dat we een boom in een pot zetten. Zó hoog kan hij niet mikken. Je zou als hond van minder depressief worden …