Het nieuwe normaal …

Nee, dank u. Voor mij hoeft het niet.

Wat voor de echte zonnekloppers wel een schitterende zomer zal zijn, is zo stilaan langdurig huisarrest zonder enkelband voor wie om gezondheidsredenen de voorzichtigheid moet hanteren. De zomer van 2018 zal sowieso memorabel zijn. In dezelfde klasse van die van 1976, die de afgelopen dagen en weken wel vaker als referentie is aangehaald.

Die zomer dat het van begin mei tot half september duurde eer er nog eens een druppel water viel, dat de gebakken mussen van het dak vielen en op veel plaatsen het water gerantsoeneerd werd. Die zomer waren Manlief en ik, samen met mijn grootvader en mijn schoonbroer hard in de weer om ons huis klaar te krijgen tegen dat we er eind augustus zouden intrekken. Die zomer dat we trouwden op de dag van de Regenbraderij in Sint-Niklaas en dat die dag tóch nog zijn naam eer aan deed met een heel korte, maar hevige lokale onweersbui. Net nadat we in de feestzaal aangekomen waren. Te voet. Want de auto’s van de trouwstoet mochten niet door de Stationstraat rijden.

Nu, 42 jaar later, kunnen we er niet zo goed meer mee lachen, met zo’n hitte. Ons actieve leven speelt zich momenteel vooral in de vroege en late uurtjes af. Overdag wordt er platte rust gehouden. Binnen, met de luiken dicht in de hoop om de meeste warmte buiten te houden.

Het afgelopen weekend ontwaakten we even uit onze zomerslaap (dit wordt een nieuw begrip, let op mijn woorden! Al kwam er bitter weinig slapen bij kijken). Opeens was er weer zin en energie om de normale dagdagelijkse activiteiten aan te vatten op normale dagdagelijkse tijdstippen. We hebben gepoetst, gewassen, gedroogd, gevouwen, gewandeld. Kortom genoten van de tijdelijke verlossing. Er is eens goed verlucht mèt beperkt resultaat, want de binnentemperatuur zakte de volle 2°C! De nachten waren wat frisser, zodat een beetje kwaliteitsslaap eindelijk ook nog eens tot de mogelijkheden behoorde. We hebben met volle teugen genoten van het weekend!

Maar wat zie ik vanmorgen op de FB-pagina van Noodweerbenelux? We gaan alweer richting 30°C en meer! Ik hoop uit de grond van mijn hart dat ze er kilometers naast zitten. Specifiek voor Kloosterzande zou het nog meevallen volgens Buienradar.nl: 30° zou het maximum zijn en slechts met één uitschieter volgend weekend. En – goddank – met een beetje rustige minimumtemperaturen.

En dan was er ook nog die voorspelde bloedmaan, afgelopen vrijdag. Eindelijk eens wat te beleven in deze snoeihete onderduiktijden! Voor alle zekerheid nog eens de camera-instellingen gecheckt, telescoop en statieven naar buiten gesleept, nog gauw een ommetje met de hond, zodat die niet meer zou komen zeuren. En dan zie je bij thuiskomst dit:

XYZ_3587

Tja, toen wist ik het al. En nog een halfuurtje later werd het zelfs:

XYZ_3592

Had ik er  hier  bij de aankondiging al niet voor gevreesd?

Dan maar vlinders tellen. En vandaag ging dat best wel lekker. Tot Jeppe vond dat we veel te veel aandacht besteedden aan die fladderende vodjes papier. De 4 kleine koolwitjes waren even later maar met 3 meer. De atalanta heeft hem wel een flinke tijd voor het lapje gehouden. Toen was hij zo moe dat hij er maar bij gaan liggen is.

Een geluk dus voor het gammauiltje:

Gammauiltje (2)

en voor het oranje zandoogje:

Oranje zandoogje

Dat zelfs in dit eerstejaars stadium onze tuin al voorziet in de behoeften van bijen en vooral hommels, bewijzen deze foto’s:

Hommel op lavendel

Hommel op rudbeckia (2)

Hommel op salvia (2)

 

 

 

 

 

Advertenties

Gejaagd door de …

… hormonen. De reeën overal te lande worden er hoorndol van. Ze hebben de kolder in hun lijf, weten met zichzelf geen blijf (o wee, ik begin al karamellenverzen te schrijven).

’t Is maar dat je ’t weet. Als je bijvoorbeeld met de auto door een gebied met reeën rijdt. Of met de fiets. Kan ook zomaar. De rest van het jaar zijn ze zo schuw dat ze het daglicht zoveel mogelijk mijden. Maar in juli en augustus (pak er nog maar een beetje september bij voor de veiligheid) staan die beesten zo heet als het asfalt dezer dagen. Zo’n testosteronbok heeft dan niet eens in de gaten dat het klaarlichte dag is en dat hij de weg op schiet zonder kijken. Dat moet jij in zijn plaats doen. Want geloof me: je wil zo’n passagier niet op de motorkap meenemen! Net zo min als een hinde die er genoeg van heeft of liever nog een paar dagen wacht. Ook die blijft niet netjes aan de kant van de weg wachten tot de verkeersstroom eens ophoudt.

Gebieden waar open veld en bossen elkaar afwisselen zijn het terrein bij uitstek van reeën. De gevaarlijkste punten zijn dus wegranden met struikgewas, waar deze grazers hun dekking zoeken (eh, beetje dubbel uitgedrukt, me dunkt). Pas je rijstijl aan, hou de wegkant in de gaten en neem een passagier mee met een camera in de hand. Just in case …

 

Vlinders in de buik …

euh … tuin, natuurlijk.

Voor het tiende jaar op rij organiseert de Nederlandse Vlinderstichting haar vlinderteltiendaagse. Op 27 juli wordt er gestart en je kan meedoen tot en met 5 augustus. Hoe, wat, waar en wanneer staat allemaal duidelijk op de site van de Vlinderstichting. Niet zo goed thuis in vlindersoorten? Er is een handige vlinderkaart die je desnoods kan downloaden en printen om bij de hand te houden tijdens het tellen.

En de Vlamingen dan? Die tellen ook, maar enkel dat eerste weekend, op 28 en 29 juli. Zij kunnen hun verhaal kwijt op de link van Natuurpunt.  Ook zij voorzien vlinderfiches om het herkennen makkelijker te maken. Je kan er ook een gratis vlindergids bestellen, met tips om je tuin vlindervriendelijk te maken.

Zowel in Nederland als in Vlaanderen worden er tijdens de teldagen speciale activiteiten georganiseerd, zoals geleide wandelingen, workshops e.d. Laat die kans niet liggen! Vlieg er eens uit!

Koninginnepage op zonnehoed

Hoog bezoek …

De dag begon al vroeg en druk. Uit bed gejaagd door de binnengeslopen warmte, waren we allebei (Manlief en ik) al beneden vóór de zon goed boven de schutting uit kon kijken. Alleen Jeppe bleef nog wat soezen. Die heeft dus de matinee gemist.

Voor zover wij weten, kregen we weer een nieuwe soort op de feeders: een stelletje distelvinken kwam de uitgestalde waar keuren. Terwijl de ene zich nog wat verlegen achter het decor schuilhield, zag de ander er absoluut geen graten in om te poseren voor de (verkeerde) lens. Beter dan dit zat er niet in, want als ik eerst het andere fototoestel moest gaan halen, was de vogel gevlogen. Ik ben allang blij dat deze zijn zenuwen onder controle had zodat ik tussen de vliegenlinten kon piepen. De ruiten zijn dringend aan een poetsbeurt toe. We wisten al dat er in de buurt regelmatig rondvlogen, maar dit was de eerste keer dat we ze op de feeder hadden.

Distelvink

Terug van weggeweest: de jonge grote bonte specht. Goed herkenbaar aan de nog onvolledige kap en het vale wit van borst en rug. Het is nog wachten op de volgende ruibeurt om een stralend wit pakje aan te trekken. Een weekje niet gezien, maar nu weer gulzig aan de beurt:

Grote bonte specht

En ja, het is voor iedereen warm deze dagen. Deze houtduif vond dat ze net zo goed ín de drinkbak kon gaan zitten. Dat wordt extra schrobben.

Houtduif in bad

Tot daar wat er vóór het ontbijt gebeurde. Met de koffie nog in de hand, kreeg Manlief een nieuwe gast in de gaten. Toestel nummer 2 was intussen ook beschikbaar en daar kwam dit portret van:

Colibrivlinder op kattenkruid (2)

Een beetje wazig, maar dat heb je nu eenmaal met kolibrievlinders. Even gaan zitten om te snoepen is er niet bij.

Colibrivlinder op kattenkruid (3)

En toen was het voor mij tijd om te vertrekken voor de wekelijkse boodschappen. Bij thuiskomst was Manlief een opgewonden standje. Zelfs het diepvriesgerief moest maar wachten. Eerst komen kijken!

Groot koolwitje

Een groot koolwitje ging vol belangstelling kijken of de asters ook al aan bloeien dachten.

Bij op zonnehoed

Een bij (maar de soortnaam blijf ik u schuldig) vond de zonnehoed een betere keuze. Geef het slimme beest eens ongelijk.

Maar toen kwam er plots hoogadelijk bezoek:

Koninginnepage op zonnehoed (3)

Een koninginnepage maakte haar entrée en koos zich een plaatsje uit op een wijd geopende zonnehoed.

Koninginnepage op zonnehoed (4)

Koninginnepage op zonnehoed

En dat allemaal achter mijn rug om …

Toen was het zomer …

We zijn alweer een snikhete, droge week verder en ik moet eerlijk zeggen: het dolce far niente (deels gedwongen, deels sinds lang verhoopt en eindelijk gekregen) bevalt me wel. Ik kan er aan wennen.

’s Morgens, terwijl het nog koel is, doen wat gedaan moet worden. Op dat moment is het nog haalbaar om wat heen en weer te pendelen en bezig te zijn. Eens de warmte toeslaat gaan de luiken dicht om nog enigszins de illusie van relatieve koelte te vrijwaren. De deuren worden enkel geopend uit noodzaak, anders horen ze de zon buiten te sluiten.

Zo af en toe moet een mens natuurlijk de zomer trotseren. Zolang dat nog in het lommer en te voet kan, aan een gezapig tempo en voor korte tijd, dan gaat dat nog. Maar verplaatsingen met een auto, die dan uren in de blakende zon op een parking staat te bakken, of een paar kilometer doorstappen over dit vlakke land met een hond onder die loden bol: thanks but no thanks. Ik heb er echt schrik van.

Gisteren lag de keuze niet bij mij. Ik had in Terneuzen een afspraak met de dienst Belgische Zaken, om wegwijs te worden in de belastingaangifte alhier. Die moest eigenlijk al binnen zijn, maar de benodigde attesten uit het thuisland kwamen pas tegen de periode dat men die daar nodig heeft. In Nederland komt de vermaledijde paarsblauwe omslag al begin maart en hoort hij beantwoord te zijn tegen begin april. Dan moeten ze bezuiden de landsgrens nog wakker worden. Niet dat men er hier zwaar aan tilde (daarvoor hadden zij het ook te warm). Ik was al heel tevreden dat de lieve dame die me bereidwillig te woord stond zélf ook niet bij elke vraag direct een antwoord klaar had. Ik voelde mij op slag al een heel stuk minder dom. Maar ik werd ook niet in het riet gestuurd met de kluit: “Ik weet het ook niet”. Nee, we zijn er samen uit gekomen en vóór ik mijn examen indien, mag ik het eerst nog eens laten nalezen. Het was op slag minder heet toen ik de auto instapte om naar huis te rijden.

Normaal zou ik eerst nog op de Zeedijk van Terneuzen naar het verkeer op de Schelde zitten kijken hebben. Er staan daar bankjes, er is daar een jachthaventje, ijsje of een frisdrankje bij de hand en uitkijken over het water: het kan simpel geluk zijn. Maar dezer dagen behoor ik ook officieel tot de risicogroep die ozonrijke momenten beter binnen kan doorbrengen. Wat in de huidige omstandigheden zo ongeveer betekent dat ik afgelopen winter méér tijd buiten doorgebracht heb dan nu. Binnen tegen 11:00 ten laatste en pas weer naar buiten na 22:00. Zelfs een plekje in de schaduw is maar voor korte tijd aan te raden. Dan gaat de interne ozonmeter in alarm en moet ik opkrassen. Anders sputtert de motor. Hopelijk draait hij weer soepel na de revisie binnen twee weken.

 

Ik weet niet …

… hoe dat met jullie zit, maar vanmorgen voelde ik iets wat best wel op lente begint te lijken. Het is misschien meer whishfull thinking dan wijsheid, maar het ochtendlicht zag er vrolijker uit. Frisser wit, vers gewassen en (met het weer van de afgelopen weken) goed nagespoeld. Ik heb zo goed als geen reukzin, maar ik meende ook een beetje lente te ruiken (dàt is al helemaal onzin, vrees ik, tenzij er ergens al een boer mest uitgedragen heeft).

Als ík nu alleen zou zijn met die kriebels, dan zweeg ik er nog even over. Maar vorige week kwam ik tijdens een wandeling in het parkje dit tegen:

DSCN0044

En niet één trosje, maar honderden! Ik was al meteen in de stemming. Zelfs de storm van donderdag kon daar niets aan veranderen.

In de tuin is ons vaste stelletje Turkse tortels al gênant stevig aan het “stouwen”. Vooral híj staat op ontploffen van de hormonen. Zij is nog wat onzeker en probeert de boot nog wat af te houden.
Een merelwijfje nam gisteren de tijd om haar twee aanbidders te taxeren, terwijl die elkaar de pluimen uit het lijf trokken.
Ook in plassen en sloten wordt dezer dagen al geknikt en gebalst. Als je er een tijdje naar blijft kijken, krijg je er warempel last van in je nek.

Ik weet het. Februari moet nog beginnen en het kortste maandje is vaak het felste als het op winteren aan komt. Maar het lengen van de dagen wordt nu echt goed zichtbaar. En dat geeft hoop.

Vanmorgen ben ik met hond Jeppe van de zon gaan genieten tijdens een lange wandeling. Bij thuiskomst werden we opgewacht door een heel speciale gast. Eentje die, naar ik vrees, mijn lentekriebels nog wel even de kop gaat indrukken want als pestvogels afzakken naar onze kontreien zou dat wel eens kunnen betekenen dat er een nog een ferm koudefront op komst is.

Hoedanook, het blijft de moeite om ogen, oren en andere zintuigen op scherp te houden dezer dagen.