Sunset …

Het moeten niet altijd zonsopgangen en zware wolken zijn. Vorige week hebben we de laatste heldere zonsondergang meegepikt vóór de winterse grauwheid toesloeg:

Een “kleintje”. De reuzen nemen meer dan een hele foto in beslag.

Bij laagwater krijg je mooie contrasten in de slikken. Je mag er dan even niet bij stilstaan dat het “gouden randje” aan de horizon eigenlijk belichte luchtverontreiniging is.

Het laatste licht op het wad.

Een iconisch beeld in onze buurt. In de herfst lijkt het wel een gravure op goudkleurig papier.

 

Advertenties

’t Is weer voorbij …

Niet alleen die mooie zomer, maar ook onze herfstvakantie. De koffers staan weer op zolder, de was is (bijna) helemaal uit het zicht en de dagdagelijkse routine laat zich zo stilaan weer gelden. Texel was weer zonnig, na-zomers en leuk.
Het waren maar 10 dagen, deze keer. Gebonden aan een bepaalde datum, omdat we per sé de cursus digiscopen wilden meedoen bij de Verrekieker , moesten we tevreden zijn met de beschikbare dagen op het vertrouwde Eibernest.

We arriveerden samen met veel andere vogelliefhebbers, want net aan de vooravond van het Dutch birding weekend. De enige ontbrekenden op deze meeting waren de vogels zelf. Dat werd al snel duidelijk toen we – eens geïnstalleerd – de waarnemingen even bekeken. (Nog) geen armlange lijst, weinig rode tekst (de zeldzaamheden). De vedetten van het weekend waren óf nog niet aangekomen, óf ze waren door het goede weer meteen doorgeschoten op grote hoogte. Een eerste rondrit langs de bekende routes leverde weinig op. Ach, we komen hier natuurlijk om vogels te kijken, maar Texel heeft méér te bieden en we vinden altijd wel wat om van te genieten.

Op maandag waren veel vogelaars alweer naar huis. Wij leverden hond Jeppe af bij de dagopvang en gingen, gewapend met fototoestel, telescoop en adaptor naar de cursus. Na een korte theoretische inleiding stapten de 7 cursisten met de begeleider in het busje om het geleerde aan de praktijk te toetsen.
Digiscopen is het fotograferen met fototoestel of gsm, waarbij een telescoop als telelens gebruikt wordt. Het vergt de nodige oefening, biedt extra mogelijkheden, maar heeft ook zijn beperkingen. Omdat een telescoop door het fototoestel niet als lens herkend wordt, moeten de instellingen handmatig gebeuren, dus deze techniek is niet direct geschikt om snel te reageren op een snel overvliegende vogel, temeer omdat een telescoop door zijn omvang en gewicht niet zomaar uit de hand bediend wordt. In eerste instantie zag ik het me niet zo gauw doen, maar tegen de namiddag kreeg ik de smaak te pakken en – vooral bij een kijkhutbezoek – ga ik het toch zeker nog doen. Intussen maar veel oefenen thuis, zeker.

De “Indian summer” duurde voort. Er waren dagen dat we, in de zon en uit de wind, buiten konden zitten lezen. Jeppe deed gek tijdens de strandwandelingen. Manlief huurde een fiets en trok er op uit. Zelf maakte ik een gesmaakte wandeling naar de Horsjes, en door het Kreeftenpoldertje terug naar de Horsmeertjes. Het was vroeg in de ochtend, het was er oorverdovend stil en tot een uur of 10 kwam ik niemand tegen. Zalig!

“Weinig te zien” is heel relatief, want zelfs zonder uitzonderlijke waarnemingen is er altijd wel wat te ontdekken op Texel. En de vogels die we zagen waren dan nog vaak rustig en cameragezind.

Buizerds zijn er in vele kleurschakeringen: van bijna helemaal donker tot bijna spierwit. Maar allebei deze exemplaren konden zich er niets van aantrekken dat we vlak voor hun neus bleven staan met een fototoestel in de aanslag. 

torenvalkje

Ook een torenvalk kan er stoïcijns bij zitten.

zonsopgang aan de Volharding

De zon die opgaat boven het wad: ik raak er niet op uitgekeken. 

zwarte ruiter(bis)

De zwarte ruiter. Een schuw geval, maar tijdens deze vakantie hadden we tijd en kansen te over om de soort goed te bekijken. 

watersnip

Ook de watersnippen waren goed gelukt dit jaar.

blauwe reiger

De blauwe reiger. Geen zeldzaamheid, maar altijd fotogeniek.

de Geul ontwaakt

De Geul bij dageraad. 

overvliegende ganzen aan westelijk Horsmeertje

De ganzen komen uit hun slaapplaatsen. Hun gegak is onlosmakelijk verbonden aan de herfst.

duinen bij de Horsjesduingras in tegenlichtdriedistel

 

 

 

 

 

 

Ringeding ding …

Voor de laatste keer, dit jaar, op pad met de vogelringers van het Zeeuwse Landschap:

Ringeding ding …

Vogelringen.  Waarvoor, in godsnaam? Wat is er de charme van om als grote mens, met – hopelijk verhoudingsgewijs – grote handen, aan zo’n klein, fijn, nietig bolletje pluimen te zitten friemelen om zo’n onnozel ringetje rond dat luciferpootje te krijgen? Je zou eens moeten weten hoeveel lettertjes en cijfertjes er staan op een ringetje dat je amper kan zien, laat staan vasthouden! Die moet je dan nog kunnen aflezen ook, om in te voeren in de bestanden van het Vogeltrekstation dat alle gegevens bijhoudt.

Ringeding dingetjes

Een hele rits ringetjes van de kleinste maat (2,2mm, dat is de diameter van zo’n prutsje).

Met deze ring _

“Met deze ring …”

Vandaag was de laatste Open Vogelringdag en vorige keer had ik al afgesproken dat ik er weer bij kon zijn. Tien jaar jonger, en ik zou het nog aandurven om me er ook in te verdiepen en de opleiding te volgen. Maar mijn ooit bijna legendarische vaste hand trilt intussen om zeeziek van te worden en mijn scherpe zicht wordt tegenwoordig gedecimeerd door aftakeling en spaarzame traanklieren, waardoor ik na wat geconcentreerd turen in de mist zit. Maar het volstaat ruimschoots om op andermans handen te kijken en weetjes op te slaan.

Het -oogsten- van de vangst

Het binnenhalen van de eerste “oogst” van de dag.

Knopen en nog eens knopen

Als één gek méér vragen kan stellen dan 100 geleerden kunnen beantwoorden, dan kan één kleine karrekiet méér knopen leggen dan 3 ringers en één toeschouwer kunnen losmaken. Geduld, de grootste deugd bij dit werk. 

De oogst (of de buit, zoals je wil)

Ze zijn “in ’t zak gezet”.

Wat is eigenlijk de bedoeling van het ringen van vogels? De meest voor de hand liggende reden is uiteraard om – aan de hand van terugmeldingen e.d. – te achterhalen hoe het de diertjes vergaat. Hoe ver ze doorvliegen, wanneer ze terugkomen, hoe ze het maken, … De stand van zaken per soort, zeg maar. Gaat het goed met bv. de rietzanger? Daalt het bestand tot kritische diepten of wordt er weer vooruitgang geboekt? Waar trekken onze lepelaars naartoe in de winter? Komt die scholekster, die hier vorig jaar geringd werd, dit jaar terug naar dezelfde plek om er eieren te leggen en jongen groot te brengen? Veel van die dingen kan je natuurlijk ook afleiden uit het aantal waarnemingen, dus daarvoor hoef je nog niet bij nacht en ontij vogels in de netten te vangen. Maar voor het volgen van bepaalde individuen, gedragingen en gewoonten kan het niet anders. En als je bijvoorbeeld als natuurvereniging een stuk landschap wil beheren, dan moet je wel weten hoe je moet sturen.

Schorrengebieden worden schaarser en kleiner, mede door inpoldering, dijkverstevigingen en uitdiepen van waterlopen i.f.v. scheepvaart en zo. Maar schorrengebieden zijn héél belangrijk voor veel vogelsoorten. Het zijn overgangsgebieden tussen water en land. Schemerzones, die van alles een beetje hebben. Als ze ook nog in de andere richting op de grens liggen, tussen zoet en zout water, worden ze dubbel interessant. Dan is daar echt voor elk van de vogelsoorten wat wils. Een super-supermarkt, met volle schappen met wormpjes, schelpjes en ander gescharrel. En op de koppen die niet vaak onderwater komen, groeien planten die zo af en toe wel eens natte voeten kunnen verdragen en die er niet om malen dat dat water een beetje zoutig smaakt. Ze zijn er op voorzien, weten hoe ze ermee om moeten gaan. Héél speciale flora, die dan weer de belangstelling krijgt van héél speciale insecten. Die tot het rantsoen van héél bijzondere vogelsoorten behoren, bijvoorbeeld. Zó hangt dat allemaal samen.

Maar als je die schorren maar laat betijen, dan verruigen ze mettertijd. Het begint met riet en als je lang genoeg besluiteloos toekijkt, staan er voor je het weet bomen en struiken in. En dan heb je weer een heel ander landschap. Schorren wég, rietvelden in de plaats. Die hebben ook hun eigen nut voor de (avi)fauna, als nest- en rustplaats, maar die vind je al wel dieper in de polder, dus moet je daarvoor schorren opofferen? Hoe kan je het best beheren? Maaien en plaggen, of grazers inschakelen? Wélke grazers?

Door het ringen en tellen van vogels kan je meten wat het effect is van landschapsverandering en beheer op de diverse vogelbestanden. En meten is weten. Welke soorten zaten hier vroeger? Welke soorten zijn er in de plaats gekomen na bepaalde beheersmaatregelen (niets doen is óók een beheersmaatregel!)?

De klimaatverandering brengt zo haar eigen vraagstukken mee. Van sommige soorten die normaal diep naar het zuiden trekken, heeft men intussen gemerkt dat ze al best tevreden zijn met een winters verblijf in het zuiden van Europa. En typisch zuiderse soorten hebben nu voorposten in onze contreien. Het zijn voorlopers, pioniers en zoals dat met die durfals wel vaker gebeurt, loopt het niet altijd goed af. Een strenge winter en ze leggen het loodje. Onvoldoende aangepast voedsel of onvoldoende aangepast aan het voorradige voedsel en ze kwijnen weg.
Er hangt dus veel meer vast aan zo’n ringetje dan je zou vermoeden.

Uiteraard zijn de methoden aangepast aan soort en grootte. Als je pakweg een buizerd wil ringen, zet je geen bijna onzichtbaar fijn net op. Veel vogels – ook wadlopers bijvoorbeeld- worden op het nest geringd. Wanneer de jongen groot genoeg zijn om hen een ring aan te meten die voor de rest van hun leven kan blijven zitten zonder dat het hen een poot kost, worden ze van het nest gehaald en nadien zo snel mogelijk weer terug gezet. Alles dient te gebeuren zonder de oudervogels zodanig te verstoren dat ze het nest in de steek laten.

Wat wordt er genoteerd van een geringde vogel? Uiteraard tijdstip en plaats van het ringen, het ringnummer en de soort. Is het een jonge vogel (1e kalenderjaar) of een ouder exemplaar? De vleugellengte, het gewicht, het geslacht, en eventuele andere relevante kenmerken. Er wordt ook gekeken of een (trek)vogel voldoende opgevet is. Dat zegt uiteraard iets over zijn kansen voor die enorme inspanning, maar ook over de omstandigheden van het achterliggende seizoen en vaak ook – bij jonge vogels – of hij uit een laat legsel komt.

Indeling volgens vetreserves

Voor het meten van de vetreserves wordt een nogal indiscrete methode gebruikt: de ringer blaast de buikveertjes uiteen om de “speklaag” te kunnen beoordelen.

Enkele van onze fotomodellen van de dag:

Ze laten wel weten wat ze ervan vinden

Een kleine karrekiet steekt het niet onder stoelen of banken wat hij ervan vindt. Hij krijst de hele buurt op een kluitje.

Rietgors

Een rietgorsje probeert fotogeniek te zijn (en slaagt daar heel goed in). 

Het Boze Oog

Het “Boze Oog” van de fitis.

Hoog kerstkaartgehalte, maar _

Pimpelmezen mogen dan een hoog kerstkaartgehalte hebben, ze zijn niet echt de favoriete vogel van de ringers. Ze hebben een pittig karaktertje en zijn erg vasthoudend. In elke betekenis van het woord. 

Nu heeft dat ringen maar hooguit half zoveel zin zonder terugmeldingen. Dus: als je een geringde vogel ziet en je kan zijn ring aflezen (zonder hem te verstoren!), of je vindt een geringd exemplaar dood in tuin, wegkant of waar ook, of zelfs enkel maar een ring: geef die informatie door via  https://vogeltrekstation.nl/nl/vogels/ring-gevonden . Als beloning ontvang je een email met daarin alle informatie die ze over het betrokken dier hebben. Ik heb het zelf een paar jaar geleden ook gedaan. We woonden toen nog in België, dus het werd een internationaal event. Het vervolgverhaal van die melding staat hier: https://affodilennidk.wordpress.com/2013/03/25/aan-het-eind-van-een-hectische-dag/ ,  https://affodilennidk.wordpress.com/2013/03/26/het-verhaal-gaat-verder/  en                 https://affodilennidk.wordpress.com/2013/04/28/het-doopceel-van-onze-ooievaar-gelicht/

Het loont trouwens de moeite om eens grondig te gaan snuisteren op de hele site: https://vogeltrekstation.nl/ .

Het nieuwe normaal …

Nee, dank u. Voor mij hoeft het niet.

Wat voor de echte zonnekloppers wel een schitterende zomer zal zijn, is zo stilaan langdurig huisarrest zonder enkelband voor wie om gezondheidsredenen de voorzichtigheid moet hanteren. De zomer van 2018 zal sowieso memorabel zijn. In dezelfde klasse van die van 1976, die de afgelopen dagen en weken wel vaker als referentie is aangehaald.

Die zomer dat het van begin mei tot half september duurde eer er nog eens een druppel water viel, dat de gebakken mussen van het dak vielen en op veel plaatsen het water gerantsoeneerd werd. Die zomer waren Manlief en ik, samen met mijn grootvader en mijn schoonbroer hard in de weer om ons huis klaar te krijgen tegen dat we er eind augustus zouden intrekken. Die zomer dat we trouwden op de dag van de Regenbraderij in Sint-Niklaas en dat die dag tóch nog zijn naam eer aan deed met een heel korte, maar hevige lokale onweersbui. Net nadat we in de feestzaal aangekomen waren. Te voet. Want de auto’s van de trouwstoet mochten niet door de Stationstraat rijden.

Nu, 42 jaar later, kunnen we er niet zo goed meer mee lachen, met zo’n hitte. Ons actieve leven speelt zich momenteel vooral in de vroege en late uurtjes af. Overdag wordt er platte rust gehouden. Binnen, met de luiken dicht in de hoop om de meeste warmte buiten te houden.

Het afgelopen weekend ontwaakten we even uit onze zomerslaap (dit wordt een nieuw begrip, let op mijn woorden! Al kwam er bitter weinig slapen bij kijken). Opeens was er weer zin en energie om de normale dagdagelijkse activiteiten aan te vatten op normale dagdagelijkse tijdstippen. We hebben gepoetst, gewassen, gedroogd, gevouwen, gewandeld. Kortom genoten van de tijdelijke verlossing. Er is eens goed verlucht mèt beperkt resultaat, want de binnentemperatuur zakte de volle 2°C! De nachten waren wat frisser, zodat een beetje kwaliteitsslaap eindelijk ook nog eens tot de mogelijkheden behoorde. We hebben met volle teugen genoten van het weekend!

Maar wat zie ik vanmorgen op de FB-pagina van Noodweerbenelux? We gaan alweer richting 30°C en meer! Ik hoop uit de grond van mijn hart dat ze er kilometers naast zitten. Specifiek voor Kloosterzande zou het nog meevallen volgens Buienradar.nl: 30° zou het maximum zijn en slechts met één uitschieter volgend weekend. En – goddank – met een beetje rustige minimumtemperaturen.

En dan was er ook nog die voorspelde bloedmaan, afgelopen vrijdag. Eindelijk eens wat te beleven in deze snoeihete onderduiktijden! Voor alle zekerheid nog eens de camera-instellingen gecheckt, telescoop en statieven naar buiten gesleept, nog gauw een ommetje met de hond, zodat die niet meer zou komen zeuren. En dan zie je bij thuiskomst dit:

XYZ_3587

Tja, toen wist ik het al. En nog een halfuurtje later werd het zelfs:

XYZ_3592

Had ik er  hier  bij de aankondiging al niet voor gevreesd?

Dan maar vlinders tellen. En vandaag ging dat best wel lekker. Tot Jeppe vond dat we veel te veel aandacht besteedden aan die fladderende vodjes papier. De 4 kleine koolwitjes waren even later maar met 3 meer. De atalanta heeft hem wel een flinke tijd voor het lapje gehouden. Toen was hij zo moe dat hij er maar bij gaan liggen is.

Een geluk dus voor het gammauiltje:

Gammauiltje (2)

en voor het oranje zandoogje:

Oranje zandoogje

Dat zelfs in dit eerstejaars stadium onze tuin al voorziet in de behoeften van bijen en vooral hommels, bewijzen deze foto’s:

Hommel op lavendel

Hommel op rudbeckia (2)

Hommel op salvia (2)

 

 

 

 

 

Gejaagd door de …

… hormonen. De reeën overal te lande worden er hoorndol van. Ze hebben de kolder in hun lijf, weten met zichzelf geen blijf (o wee, ik begin al karamellenverzen te schrijven).

’t Is maar dat je ’t weet. Als je bijvoorbeeld met de auto door een gebied met reeën rijdt. Of met de fiets. Kan ook zomaar. De rest van het jaar zijn ze zo schuw dat ze het daglicht zoveel mogelijk mijden. Maar in juli en augustus (pak er nog maar een beetje september bij voor de veiligheid) staan die beesten zo heet als het asfalt dezer dagen. Zo’n testosteronbok heeft dan niet eens in de gaten dat het klaarlichte dag is en dat hij de weg op schiet zonder kijken. Dat moet jij in zijn plaats doen. Want geloof me: je wil zo’n passagier niet op de motorkap meenemen! Net zo min als een hinde die er genoeg van heeft of liever nog een paar dagen wacht. Ook die blijft niet netjes aan de kant van de weg wachten tot de verkeersstroom eens ophoudt.

Gebieden waar open veld en bossen elkaar afwisselen zijn het terrein bij uitstek van reeën. De gevaarlijkste punten zijn dus wegranden met struikgewas, waar deze grazers hun dekking zoeken (eh, beetje dubbel uitgedrukt, me dunkt). Pas je rijstijl aan, hou de wegkant in de gaten en neem een passagier mee met een camera in de hand. Just in case …

 

Vlinders in de buik …

euh … tuin, natuurlijk.

Voor het tiende jaar op rij organiseert de Nederlandse Vlinderstichting haar vlinderteltiendaagse. Op 27 juli wordt er gestart en je kan meedoen tot en met 5 augustus. Hoe, wat, waar en wanneer staat allemaal duidelijk op de site van de Vlinderstichting. Niet zo goed thuis in vlindersoorten? Er is een handige vlinderkaart die je desnoods kan downloaden en printen om bij de hand te houden tijdens het tellen.

En de Vlamingen dan? Die tellen ook, maar enkel dat eerste weekend, op 28 en 29 juli. Zij kunnen hun verhaal kwijt op de link van Natuurpunt.  Ook zij voorzien vlinderfiches om het herkennen makkelijker te maken. Je kan er ook een gratis vlindergids bestellen, met tips om je tuin vlindervriendelijk te maken.

Zowel in Nederland als in Vlaanderen worden er tijdens de teldagen speciale activiteiten georganiseerd, zoals geleide wandelingen, workshops e.d. Laat die kans niet liggen! Vlieg er eens uit!

Koninginnepage op zonnehoed

Hoog bezoek …

De dag begon al vroeg en druk. Uit bed gejaagd door de binnengeslopen warmte, waren we allebei (Manlief en ik) al beneden vóór de zon goed boven de schutting uit kon kijken. Alleen Jeppe bleef nog wat soezen. Die heeft dus de matinee gemist.

Voor zover wij weten, kregen we weer een nieuwe soort op de feeders: een stelletje distelvinken kwam de uitgestalde waar keuren. Terwijl de ene zich nog wat verlegen achter het decor schuilhield, zag de ander er absoluut geen graten in om te poseren voor de (verkeerde) lens. Beter dan dit zat er niet in, want als ik eerst het andere fototoestel moest gaan halen, was de vogel gevlogen. Ik ben allang blij dat deze zijn zenuwen onder controle had zodat ik tussen de vliegenlinten kon piepen. De ruiten zijn dringend aan een poetsbeurt toe. We wisten al dat er in de buurt regelmatig rondvlogen, maar dit was de eerste keer dat we ze op de feeder hadden.

Distelvink

Terug van weggeweest: de jonge grote bonte specht. Goed herkenbaar aan de nog onvolledige kap en het vale wit van borst en rug. Het is nog wachten op de volgende ruibeurt om een stralend wit pakje aan te trekken. Een weekje niet gezien, maar nu weer gulzig aan de beurt:

Grote bonte specht

En ja, het is voor iedereen warm deze dagen. Deze houtduif vond dat ze net zo goed ín de drinkbak kon gaan zitten. Dat wordt extra schrobben.

Houtduif in bad

Tot daar wat er vóór het ontbijt gebeurde. Met de koffie nog in de hand, kreeg Manlief een nieuwe gast in de gaten. Toestel nummer 2 was intussen ook beschikbaar en daar kwam dit portret van:

Colibrivlinder op kattenkruid (2)

Een beetje wazig, maar dat heb je nu eenmaal met kolibrievlinders. Even gaan zitten om te snoepen is er niet bij.

Colibrivlinder op kattenkruid (3)

En toen was het voor mij tijd om te vertrekken voor de wekelijkse boodschappen. Bij thuiskomst was Manlief een opgewonden standje. Zelfs het diepvriesgerief moest maar wachten. Eerst komen kijken!

Groot koolwitje

Een groot koolwitje ging vol belangstelling kijken of de asters ook al aan bloeien dachten.

Bij op zonnehoed

Een bij (maar de soortnaam blijf ik u schuldig) vond de zonnehoed een betere keuze. Geef het slimme beest eens ongelijk.

Maar toen kwam er plots hoogadelijk bezoek:

Koninginnepage op zonnehoed (3)

Een koninginnepage maakte haar entrée en koos zich een plaatsje uit op een wijd geopende zonnehoed.

Koninginnepage op zonnehoed (4)

Koninginnepage op zonnehoed

En dat allemaal achter mijn rug om …