Oogsten in het voorjaar (1) …

Zaterdagnamiddag en de zon is van de partij. Een schril windje ook, maar we zijn ten slotte geen kasplantjes. Kijkers: check. Camera: check. Vogelgids: check. Notitieboekje: check.

We zijn de straat nog niet uit. Aan de vijver zit een aalscholver uit te rusten in één van de geknotte bomen:

De Putting.

Een weidevogel die het al een paar jaar moeilijk heeft en waar her en der hulpprogramma’s voor opgezet zijn: de tureluur. Onmiskenbaar door de knalrode poten en de donker uitlopende snavel:

Altijd een tractatie: de pijlstaarteend. Een grote, maar elegante grondeleend:

Een leuke verrassing: een groep van een tiental groenpootruiters is op zoek naar eten.

Bij het begin van ons rondje Putting hadden we zo al een vermoeden dat hij hier aan het werk geweest was. Een eind verder maakte hij zijn opwachting, zij het niet ongestoord. Dankzij de kraai die hem bij zijn maaltijd lastigviel, kregen we deze slechtvalk in de gaten. Nadat hij de pestkop had verjaagd, ging hij verder met eten:

Luntershoek

Een supernerveus vogeltje, dat zich niet zo vaak laat zien en àls, dan vaak heel vluchtig: de braamsluiper.

De Chinezen komen tóch…

Ja, ik ben al oud genoeg om me de tijd te herinneren dat een Chinees restaurant nog een nieuwigheid was. Een bezoekje aldaar was een avonturenreis evenwaardig en vormde vaak nog weken onderwerp van gesprek, vooral als er ook nog – bij wijze van grap – iemand in het gezelschap chop sticks gekregen had in plaats van westers bestek. Intussen zijn er vermoedelijk minstens evenveel meeneem- en andere Chinese restaurants als frituren in Vlaanderen. Geen mens kijkt er nog van op.

Als de oosterlingen zich in andere sectoren willen mengen is er blijkbaar wél een probleem. Zo bleek althans vorige week nog in verband met een mogelijke participatie in Eandis. Of de tegenkanting te maken had met de achterliggende gedachte dat we dan straks met evenveel papieren lampions zitten als met elektrische verlichting weet ik niet. Feit is, dat de weerstand hier opeens heel groot is.

Hopelijk valt er vanuit de groene natuurminnende hoek een even grote tegenstand te mobiliseren tegen een andere invasie: de Chinese wolhandkrab. Ik kan hier nu door anderen geschreven duidelijke artikels gaan overtypen, maar ik laat liever de eer aan wie die toekomt. Op volgende links is er klare taal te vinden over deze indringer:
Wadweten over de chinese wolhandkrab en Vlaanderen ten strijde tegen de Chinese wolhandkrab . Zo hebben jullie er meteen ook een paar foto’s bij. Die heb ik alsnog niet zelf kunnen maken.
Ik vond  – uiteraard – ook een artikel over hoe je er geld aan kan verdienen (goed wetende dat je dan groen bloedgeld aan de handen hebt, maar geld vergeeft alle zonden, nietwaar?): Een delicatesse . Hoewel consumptie van de ingeweken exemplaren ten stelligste wordt afgeraden omdat ze – indachtig hun omnivore eetgewoonten – alle beschikbare smeerlapperij meeslepen. Denk: zware metalen, chemicaliën, meststoffen, pesticiden, …

Het zou verkeerd zijn om – zoals ik oorspronkelijk – te denken dat je deze beestjes alleen ver van je bed kan tegenkomen. Toen ik op 13 augustus met Jeppe ons ochtendlijk wandelingetje ging maken, vond ik er een een paar straten van ons huis verwijderd. Gehavend door een auto, een fiets, een vogel? In elk geval flink gehandicapt door een vernielde poot. Eerst dacht ik nog dat het beest een lift gekregen had van een meeuw of een reiger die langs de Schelde naar eens wat anders dan altijd vis had gezocht. Maar bovenstaande artikels leerden me dat dit niet noodzakelijk het geval is.

Vorige week donderdag – ook tijdens de ochtendwandeling – vond ik er een volledig platgereden, om de hoek van onze straat. Twee treffers in zes weken tijd. Terwijl ik er voorheen nog nooit een gezien had. Wat mij meteen aan het denken zette over de rol die de dijkwerken in Kruibeke/Bazel/Rupelmonde daar ongewild in kunnen gespeeld hebben. Ironisch genoeg, want je kan in de geciteerde teksten net lezen dat die beesten dijken behoorlijk kunnen “ondermijnen”. Een goed begin dus.

Ik zou iedereen die die beestjes in zijn/haar omgeving vindt willen aanraden om even contact op te nemen met lokale natuurverenigingen of de gemeentelijke milieudienst om dat te melden. Zo kan de plaag-in-wording in kaart gebracht worden en kan de bestrijding beter georganiseerd worden. Tenzij u het idee van krabben in bad wel ziet zitten …

 

Correctie …

Als je denkt iets te vertellen te hebben, kan je er ook beter voor zorgen dat het verhaal klopt.

Bij nader inzien – vooral in de vogelbijbel van Svensson – gaat het hier niet om een mannetje, maar om een (jong?) vrouwtje. We lieten ons oorspronkelijk misleiden door de kleinere gestalte, vergeleken bij de sperwer die een jaar of 3 geleden in de tuin een mees zat op te peuzelen (tarsels zijn aanzienlijk kleiner dan hun vrouwelijke opponenten) maar de duidelijke witte wenkbrauwstreep deed die theorie de das om.

Just is just, he …

Iemand blij maken …

… met een dooie mus, zegt het spreekwoord.

Het zou er kunnen van komen en dan vind ik dat erg jammer voor die mus. Maar toch ben ik blij met deze super hero in de tuin. Hij komt dagelijks meerdere keren overgevlogen of gewoon op de haag zitten om te kijken of hij met zijn lange poten geen mus uit diezelfde haag kan plukken. Dat die mussen wéten hoelang die poten precies zijn, bewijst het feit dat we hem al meer dan eens in het ijle hebben zien grijpen.

Deze middag wou ik de tafel dekken en zag “een rare duif” op de haag zitten. Mijn ogen een beetje beter focussend op het beest, kreeg ik direct een adrenalinestoot die me naar mijn camera deed grijpen. Een kort fragmentje, maar ik ben er zo blij mee als met een dooie mus:

 

Meer weten over de sperwer?

 

UPDATE 3/3/2016:
Vandaag was onze super hero er weer. Eerst wat op de haag zitten en heel ostentatief NIET in die haag kijken of er een mus te dichtbij zit. Dan – nogal klunzig – een aanval doen naar een vogel op de grond aan de voet van de haag. En aan de verkeerde kant uitkomen, corrigeren, nog corrigeren, nog een derde keer corrigeren en dan maar wegvliegen. Iets doet ons vermoeden dat dit een nog onervaren mannetje is dat zijn jachttechniek nog wat moet bijstellen voor hij aan een gezinnetje begint …

Es geht Löss ..!

De trek is op kruissnelheid aan het komen. Enkele soorten hebben het hier al eerder voor bekeken gehouden, maar nu is er een massale uittocht aan de gang.

Afgelopen week zag ik tijdens het straatje om met Jeppe al een 20-tal zwaluwen samentroepen op een elektriciteitsdraad. Dat is geen massa, maar het zijn er bijna 10 keer zoveel als de afgelopen 20-30 jaar. Ze waren de reisplannen aan het bespreken, denk ik, want er werd behoorlijk wat afgefrazeld.

Deze middag rond 13u kwam Manlief het huis ingestruikeld. Ik was net iets te drinken aan het nemen, maar moest stante pede mee naar buiten: 6 ooievaars bleven geduldig even boven ons huis draaien tot ik hen in het vizier had. Dan vervolgden ze hun weg zuidwaarts. Twee uur later waren het 6 buizerds die richting zuidwesten passeerden, niet lang daarna gevolgd door een visarend.

Het loont dus de moeite om de volgende weken een verrekijker bij de hand te houden en regelmatig het luchtruim af te speuren. Soms zijn het eenlingen, of kleine groepjes, maar op http://www.waarnemingen.be werden ook al groepen van 100 tot 300 vogels gemeld. Die vallen sowieso op. En leveren vaak nog een indrukwekkend spektakel ook.

Via die link (voor de Nederlandse lezers: http://www.waarnemingen.nl) kan je ook bijna per uur nagaan of er in je buurt wat te verwachten valt. Een groep vogels die een uur eerder een eind ten NO van jouw uitkijkpost gesignaleerd is en in ZW richting vliegt, kan zomaar ineens boven je hoofd passeren. Klik de hoofding “waarnemingen” aan en kies “vogels”. In het volgende scherm kan je de provincie kiezen. Als een soort in meerdere gebieden gemeld is en je wil weten of er ook een waarneming in jouw buurt bij is, klik je het blauwe info-icoontje aan het begin van de lijn aan. Dan krijg je alle meldingen opgelijst. Soms staat er een fototoestelletje aan het eind van een meldingslijn. Als je dat aanklikt kan je foto’s gaan bekijken die gemaakt zijn van die waarneming.

Ik hoop dat we ze met z’n allen vaak zien vliegen de komende weken!

Uitgeteld …

Er werd gisteren en vandaag dus geteld ten huize van. Vlinders, om precies te zijn. En hoewel we elk fladderend juweeltje uitermate bewonderen en er van genieten, was het best wel teleurstellend.

Ergens hoop ik dat dat overal een beetje zo geweest is, al is dat dan in eerste instantie alarmerend te noemen. OK, het weer van de 12 maanden die volgden op de vorige telling zal ook zijn invloed gehad hebben. Of dat normaal gezien in positieve of in negatieve zin moest zijn, laat ik aan de experts over. Ik hoor/lees graag hun conclusies de volgende dagen.

Als het géén algemeen verschijnsel is, ben ik helemaal teleurgesteld. Ook al had ik al gepland om in het najaar en volgende lente nóg meer vlinder/bijenplanten te zetten om geen onderbrekingen in de bloei en dus in de nectarbevoorrading te hebben. Maar het is lang geleden dat we zo weinig vlinders in de tuin hadden. En dat niet alleen in het telweekend, want dat is een kunstmatig gekozen tijdstip waarop je veel geluk of dikke malchance kan hebben. We hadden ook (onbedoeld, door familiale omstandigheden, zeg maar) voor het eerst een strook ongemaaid grasveld naast onze tuin, maar daar heb ik vooral de hond in zien lopen. Misschien moet die spontane ruigte nog even een jaartje langer “maturiseren”. Ik hou het in elk geval in de gaten. Als de vlinders er niet rondvliegen kunnen de rupsen er al wel zitten.

Nee, het is al een heel seizoen dat Manlief en ik ons er over verwonderen dat we zo weinig van die vliegende kunstwerkjes in de tuin hebben. Nochtans zijn er speciaal voor hen struiken en vaste kruidachtigen aangeplant en dat werd de voorgaande jaren ook heel erg geapprecieerd. Als de klimop (voor de allerlaatste vlinders, maar vooral voor hommels en wilde bijen) uitgebloeid is en de brem en eerste voorjaarsbloemen hun beurt gehad hebben, worden ze afgelost door sieruien, kogeldistels, heide, lavendel, tuinkruiden, kievietseitjes, seringen, vlinderstruiken, venkel (in de hoop dat we op termijn meer dan alleen die éne eenzame koninginnepage van vorig jaar kunnen verwelkomen) en het meer dan overrijpe fruit aan die paar fruitbomen die nog overeind staan. Tegen die tijd wordt de klimop weer wakker en is de cirkel rond.
Er is nog altijd waterdrieblad in de vijver (al moet ik dringend wat andere waterplanten korten om verdrukking te voorkomen), maar op één shlemmielig pubertje na hebben we nog geen olifantsrupsen gezien. Al denk ik dat het nog wat vroeg is om daar conclusies uit te trekken, want we zijn pas begin augustus. Meestal zie je die kanjers van rupsen pas na moederdag.
In de insectentuin is een nieuwe vuilboom aangeplant, want ik heb de indruk dat de exemplaren in de haag door het snoeien niet goed genoeg functioneren als waardplant voor de citroentjes. Naast de achterdeur hebben we seringen en toverhazelaar aangeplant om na de volgende winter meteen een ferme start te maken.

We zijn m.a.w. een beetje op onze honger blijven zitten, dit jaar. Desondanks gaan de plantplannen door in herfst en lente, zodat onze tuin desnoods als een laatste toevluchtsoord kan dienen om bepaalde soorten te helpen overleven.

Een evolutie die ik opmerk in mijn onmiddellijke omgeving (een hond zorgt niet alleen voor meer beweging, maar je bekijkt je leefomgeving opeens vanuit een ander perspectief en vooral aan een veel lager tempo): er zijn sinds vorig jaar een aantal maïsakkers omgevormd tot hooiland/weiland. Ik kan alleen maar hopen dat dat een omslag ten goede is. In het veld achter ons huis worden vrijkomende akkers opgekocht door een veeboer die er weiland van maakt en er hooit. Een blok verder zijn er ook met zekerheid al twee nieuwe hooilanden bij gekomen. Dat moet op termijn toch iéts geven? Iemand?

Onze tellijst van afgelopen weekend:

2 kleine koolwitjes, 1 groot koolwitje, 2 bonte zandoogjes, 2 oranje zandoogjes, 1 dagpauwoog, 1 atalanta en (waarschijnlijk, en dus niet doorgegeven) 1 gehakkelde aurelia.

De agelopen weken zagen we ook nog atalanta, kleine vos, dikkopje en een niet nader genoemd blauwtje, maar die vallen buiten deze telling.

DSC01064 DSC01065