1000 vragen aan jezelf (13)

191. Neem je vaak het initiatief?
Hangt van de situatie af. Maar als iedereen staat te treuzelen om een knoop door te hakken en de tijd dringt, dan wel. Dan vat ik even kort alle meningen samen, bepaal welke oplossing aan zoveel mogelijk eisen tegemoet komt en hak die knoop door. Meestal is iedereen direct akkoord en opgelucht.

192. Vind je deze vragen leuk?
Sommige wel, sommige niet en van sommige ontsnapt de zin of de humor me.

193. Staat er genoeg op je spaarrekening?
Genoeg waarvoor?

194. Blijf je altijd wonen waar je nu woont?
Ik zou het niet weten. Dat is wel de bedoeling, maar op een examen was het ook altijd de bedoeling om een juist antwoord te geven.

195. Sjoemel je soms met de vragen?
Nee. Als ik geen zin heb om te antwoorden ga ik niet liegen. Meestal zie je dan een weervraag staan.

196. Ben je bang voor iemand die je kent?
Dan ben ik me daar toch niet bewust van.

197. Neem je vaak tijd voor jezelf?
Nu vaker dan vroeger, maar dat zal het voordeel zijn van pensioen, he.

198. Waar had je het laatst de slappe lach om?
Niet zo lang geleden, maar ik herinner me eigenlijk niet meer waar het over ging. Dat schijnt nogal eens zo te zijn: iets is te stom om het je te herinneren, maar eens je begint te lachen, ben je niet meer te houden.

199. Geloof je alles wat je denkt?
Nee. Ik hou soms “denkoefeningen” om bij mezelf de “houdbaarheid” en zinnigheid van die gedachten uit te proberen.

200. Welk feest was legendarisch?
Dat heb ik dan vast gemist.

201. Hoe goed ken je je buren?
Van een paar ken ik de naam, de meesten ken ik van gezicht. We groeten elkaar en af en toe hebben we het over het weer. Dat is het wel zo ongeveer.

202. Heb je vaak geluk?
O ja! Elke keer ik iets weggeef voor een tombola en ik koop een lotje, staat dat onding weer thuis …

203. Met welke vriend(in) verschil je het meest?
???

204. Wat doe je anders dan je ouders?
Op eten met mes en vork na, nogal veel om hier op te noemen.

205. Waar krijg je energie van?
Zonlicht. Vooral ’s morgens. En buiten zijn.

206. Was je gelukkig als puber?
Deze vraag lijkt wel een mantra. Hoeveel keer zit die er eigenlijk in?

207. Wanneer heb je voor het laatst een nacht doorgehaald?
Deze week, maar dat was niet van willens. Ik geraakte niet in slaap en ben dan maar opgestaan omdat ik ambetant werd van mijn eigen zuchten en rommelen.

208. Waar dagdroom je vaak over?
Sinds ik daar tijd voor heb, niet zoveel meer, want dan kan ik in diezelfde tijd iets doen waar ik anders over zou dagdromen.

209. Kijk je vaak achterom?
Nee, want als je te vaak achterom kijkt, duik je ruggelings de toekomst in.
Die is niet van mezelf, maar van mijn eerste baas.

210. Wat weten de meeste mensen niet van jou?
Heb je even de tijd?

Saturn9’s fotochallenge: bokeh

Saturn9’s fotochallenge gaat deze week over bokeh. Dat moest ik – net als de meesten – toch even opzoeken. Niet dat ik zo geen foto’s gemaakt heb waar dat verschijnsel op voorkomt. En ik had over de naam en het begrip erachter al eens iets gelezen, maar het ook weer vergeten wegens “niet interessant”. Dat was in een online artikel en ik had niet het gevoel dat die blingbling een toegevoegde waarde had voor natuurfoto’s. En laat dat nu het absolute merendeel van mijn foto’s innemen.

Manlief en ik catalogeren onze foto’s grofweg in twee soorten: de puur informatieve foto’s (lees: niet goed gelukt als foto, maar bruikbaar om het onderwerp op te zoeken / te herkennen na te tekenen) en de “goede” foto’s (die waar je nog iets meer mee kan).

Wat in het artikel beschreven staat vind ik niet zo’n aantrekkelijk iets, die disco-bolletjes in de achtergrond. Ik zal ten allen tijde net proberen te vermijden dat die onrust in een beeld sluipt. En als dat niet lukt probeer ik ze er zoveel mogelijk uit weg te snijden. Maar toen kwam ik hier en daar nog wat extra uitleg tegen en bleek ook een doorgedreven achtergrondscherpte onder de naam te vallen. En die heb ik (gewild en/of ongewild) in gradaties:

Als het aan mij lag, zou de achtergrond nóg ietsje onscherper mogen en ook de voorgrond vind ik nogal prominent aanwezig. Maar ik was al lang blij dat ik überhaupt de tijd kreeg om mijn fototoestel te grijpen en zonder veel geregel dit beeld te schieten van moeder en kind.
Ze zaten met z’n tienen in het water en toen kwam “spuit 11” aanvliegen. Mede dankzij de “flou” in de achtergrond komt de gelaagdheid in de vleugels van deze grote zilverreiger goed tot z’n recht.
Hiervan heb ik twee versies. In deze staat de pimpelmees scherp. In de andere is de distelvink aan de beurt. Dit is eigenlijk meer een illustratie van het begrip “dieptescherpte”, want voor “bokeh” is de lucht wel héél ver weg.
“Konten kijken”. Dat gebeurt méér dan ons lief is, maar het is logisch, natuurlijk. Als een dier het welletjes vindt, al dat poseren, vlucht het meestal niet in de richting van de lens weg. (Gelukkig maar!) Maar ik denk dat dit duidelijk het 3D-effect illustreert dat je kan krijgen.
In de achtergrond zou normaal een heel warrige bosrand te zien zijn waardoor de grasmus in het niet zou verdwijnen. Op deze manier is er juist een heel stemmig, zacht “behang” ontstaan. Dankzij de bramentak die er lichtjes vóór komt en ook gedeeltelijk onscherp is, wordt het beestje ook niet platgedrukt, maar houdt het beeld zijn diepte. Blij mee.
Hier is het effect veel minder (alleen de bovenrand en een héél klein stukje voorgrond). Maar hier vond ik de scherpte van het hoge gras net meewerken. Je kan hier goed zien hoe zelfs een witgrijze vogel kan verdwijnen in het groen, dankzij de tekening die mooi meeloopt met de lijnen in zijn omgeving.

1000 vragen aan jezelf (12)

171. Met wie breng je het liefst een vrije dag door?
Met Manlief

172. Wat was het beste advies dat iemand je ooit gaf?
Zorg dat je met jezelf overweg kan. De anderen kunnen weglopen, jij niet.

173. Waar denk jij aan bij de zomer?
Lange dagen, dito avonden, wandelen, fietsen, fotograferen (kan in de winter ook, natuurlijk).

174. Hoe ruikt je favoriete parfum?
Ik ben al jaren fan van de citrustonen van de Guerlain-reeks.

175. Welke kritiek raakt je het meest?
Persoonsgerichte, afbrekende kritiek. Opbouwende kritiek over iets wat je gedaan hebt, daar kan je wat van leren. Iemand afbreken om wie hij/zij is, vind ik verwerpelijk.

176. Wat vind je van je uiterlijk?
De tijd heeft duidelijke sporen nagelaten, maar dat stoort me minder op gebied van uiterlijk dan op gebied van steeds meer fysieke beperkingen.

177. Ben je aardig voor jezelf?
Kan er wel mee door.

178. Zou je plastische chirurgie overwegen?
Niet om enkel uiterlijke redenen. Maar als ik er in zou slagen een reeks kilo’s kwijt te geraken (op natuurlijke manier), dan zou ik wel overwegen iets aan mijn buik te laten doen, omdat ik anders nog méér rugpijn zou krijgen.

179. Welke film heb je minstens vijf keer gezien?
Jonathan Livingston Seagull. Omdat ik zowel de fotografie als de muziek zo mooi vind.
En The sound of music. Omdat mijn vader die elke keer keek als ze die rond kerst uitzonden.

180. Vul je graag testjes in?
Hangt van de testjes af.

181. Zou je terug naar vroeger willen?
Nee.

182. Hoe egocentrisch ben je?
Niet meer dan gemiddeld, denk ik.

183. Op welke manier kom je het liefst tot rust?
Aan de waterkant, in de stilte.

184. Voel je je weleens buitengesloten?
Nu minder dan vroeger.

185. Waar pieker je vaak over?
De toekomst van de volgende generaties. Laten wij hen genoeg na om het te redden?

186. Hoe zie je je toekomst?
Niet zo veel verschillend van nu. Alleen elke dag een beetje trager, zeker. En alles hangt steeds méér af van de gezondheid.

187. Waar viel je op bij je partner?
Zijn zelfspot. En daar konden ze op ons eerste werk niet mee lachen!

188. Op welk familielid lijk je het meest?
Op mijn grootvader aan moeder’s kant, denk ik.

189. Hoe breng je het liefst de avond door?
Rustig thuis. Alhoewel. Wij kijken nogal eens voetbal en of het dan zo rustig is?

190. Hoe onafhankelijk sta je in het leven?
Dat valt nogal mee. Door mijn jeugd heb ik geleerd vooral op mezelf te vertrouwen.

Saturn9’s fotochallenge: brievenbus

Satur9’s fotochallenge is niet altijd even gemakkelijk. Deze week vraagt ze foto’s van brievenbussen. Nu zou dat op zich geen probleem mogen zijn, want bij ieder huis hoort een brievenbus. Alleen: in ons dorp zijn die dingen héél functioneel en vooral héél saai. Of ze hangen aan de binnenkant van een voordeur, tenzij de post gewoon op de mat valt. Bovendien moet je in het dorp zelf al in iemands voortuin gaan staan om de brievenbus te fotograferen, want die hangt aan de huisgevel (soms nog haaks op de straatas ook) vlak naast de voordeur.

Bij nagenoeg alle rij- en 2-onder-1-kap -woningen is de brievenbus een sleuf in de voordeur met een klep eraan, waar ten overvloede “brievenbus” of “post” op staat. Het zijn in de hele rij dan ook nog dezelfde voordeuren, hooguit in de kleur zit wat variatie. Bóóóring! en bovendien apprecieert niet iedereen het dat je zijn/haar voordeur staat te fotograferen.

Buiten de bebouwde kom (aan afgelegen boerderijen, dus) staat per grote uitzondering de brievenbus toch aan de straat, en daar zijn het dan de “ouderwetse” modellen, die (heel origineel) in postrood geschilderd zijn. Daaraan kan je zien dat er bijna zeker uitgeweken Vlamingen wonen, want postNL gebruikt uiteraard oranje.

Nadrukkelijker dan een Belgische tricolor of een leeuwenvlag: postrood.

Héél af en toe zie je eens zo’n Amerikaans model. Als het woonhuis wel erg ver achteraf staat. Maar ik kan me niet direct herinneren waar ik er onlangs een gezien heb. Ik kan me goed voorstellen dat er dan bij het raam binnen, een verrekijker klaar hangt om te zien of er post is.

Wat je buiten de bebouwde kom nog het meeste aantreft zijn brievenbussen die op een gegeven moment collectief zijn aangekocht en verdeeld door de gemeente of postNL zelf, denk ik. Ook dié getuigen vooral van een fantasieloze, calvinistische verschenen-groenachtige soberheid.

Per grote uitzondering zien ze er eens een beetje interessant en grappig uit, als er een bord naast staat waarop gewaarschuwd wordt dat bediening enkel toegestaan is met de nodige voorzichtigheid, onder gebruik van een veiligheidshelm, werkhandschoenen en -laarzen en de juiste overkleding.

N.a.v. dit onderwerp ben ik eens op het internet gaan zoeken naar afbeeldingen van originele brievenbussen. Sommige mensen hebben toch wel een rijke en creatieve geest!

1000 vragen aan jezelf (11)

151. Waar zou je beroemd mee willen zijn?
??? Laat mij maar in alle rust en kalmte in mijn Zeeuwse hoekje zitten.

152. Hoe voelt het om afgewezen te worden?
Kl*te

153. Wie wil je beter leren kennen?
Mijn kleinkinderen. Ze zitten – ieder voor zich – alweer in bepalende fases van hun jeugd en door de corona-beperkingen krijg ik daarvan veel te weinig mee. Het weerzien wordt een kennismaking met nieuwe persoonlijkheden.

154. Ruik je altijd lekker?
Als je bedoelt of ik altijd een geurtje op heb: nee. Vooral niet als ik de natuur in ga. Een wildlife watcher poetst zijn/haar tanden met zout water, doet geen deo op en doucht achteraf om van zweet, modder/stof en beestjes af te komen. Al die dure geurtjes verraden je aanwezigheid tot kilometers ver. Overigens is een geurtje op doen voor mij dansen op het slappe koord: ik ruik zelf niets, dus ligt een overdosis op de loer en bovendien ben ik voor bepaalde geurstoffen allergisch. Als ik er niet van begin te hoesten en/of niezen, krijg ik er schele hoofdpijn van. Menig etentje is aldus verstoord geworden, omdat iemand aan een naburige tafel een wolk parfum meebracht. Dan moet ik opkrassen …

155. Hoeveel boeken lees je per jaar?
Dat is van een gemiddelde rond 250 per jaar gezakt naar een stuk of 10. That’s burnout for you!

156. Google je jezelf?
Ooit 1 keer gedaan nadat iemand zei dat je er dan van staat te kijken waar je sporen nalaat.

157. Welke historische gebeurtenis had je graag met eigen ogen gezien?
De eerste maanlanding. Maar mijn vliegangst stond mijn selectie in de weg …

158. Zou je met je vrienden/vriendinnen kunnen samenwonen?
Ik weet niet of dat een vriendschap ten goede komt. Ik denk niet dat ik dat experiment daarvoor over heb.

159. Praat je tegen voorwerpen?
Vooral als ze niet willen doen wat je er van verwacht. Mijn eerste baas zei dan: “Ge moet er mee klappen. En als het niet wil luisteren, dan klapt ge met hierboven en houdt u dan vooral niet in!”

160. Wat is je grootste tekortkoming?
Aan teveel dingen tegelijk beginnen en dan de helft onaf laten liggen.

161. Ben je een honden- of kattenmens?
Ik zie niet in waarom dat óf/óf moet zijn. Bij mij is het eerder “alle dieren groot en klein”. Behalve van die hele kleine die gemeen prikken of bijten.

162. Hoe laat je merken dat je iemand aardig vindt?
Ik weet het niet. Ik doe dat niet doelbewust, ik denk dat je dat uitstraalt door wat men een “open” houding noemt. Het moet wel méér dan alleen maar aardig zijn, voor ik knuffelig word.

163. Met welke reden eet je?
Eerst en vooral de meest voor de hand liggende: om in leven te blijven.
Wat daar aan genieten en zo bij komt, maakt dat ik ook lékker eet. En teveel.

164. Dans je voor de spiegel?
Vermits we (nog altijd) geen lange spiegel in huis hebben, zie ik daar het nut niet van in. Als de hal nieuw aangekleed is, komt er wél een en dan zie ik er nog het nut niet van in, maar ik sluit het niet uit. Omdat ik mij niet stil kan houden als er muziek opstaat. Zelfs niet in de supermarkt …

165. Waarin ben je anders dan andere mensen?
???

166. Welke jeugdfilm zou je kinderen aanraden?
De jeugdfilms die ík gezien heb veroorzaken waarschijnlijk stevig ogenrollen bij de jeugd van vandaag. Misschien kan ik beter vragen wat ik eens zou moeten zien. (Al denk ik dat ik dan ook ogenrollend naar buiten ga)

167. Blijf je tot het laatst op feestjes?
Toen de zoons nog aan competitiezwemmen deden, waren er jaarlijks een aantal feestjes om de kas te spekken. Meestal was ik dan – samen met altijd dezelfde dames – al minstens van de dag tevoren bezig met de catering en ja, wij bleven ook tot het laatste: voor de afwas en de opkuis. Ik heb ooit – na herhaaldelijk op het afgesproken eind-uur te hebben gewezen – “per ongeluk” de emmer sop over een hardnekkige tooghanger zijn schoenen uitgekieperd.
Als ik niet van dienst ben, dan ben ik meestal één van de eersten die haar jas weer ophaalt.

168. Welk nummer heb je de laatste tijd grijs gedraaid?
De soundtrack van Jonathan Livingston Seagull. Ik ging een paar weken geleden een bestelling ophalen in de frituur en ik hoorde “Be” uit de luidsprekers komen. Jàààààren geleden dat ik nog aan die muziek gedacht had. Thuis heb ik meteen de soundtrack opgezocht, want de plaat is niet mee verhuisd bij gebrek aan platenspeler.

169. Oefen je voor een telefoongesprek?
Nee. Trouwens, dat kan je toch alleen als je zélf iemand opbelt. Als je gebeld wordt, kan je moeilijk zeggen “ik bel je straks terug, want ik moet eerst efkes oefenen”?

170. Wanneer heb je voor het laatst gehuild bij anderen?
Ik zou het niet weten.

Saturn9’s fotochallenge: oud

 Saturn9’s fotochallenge wil dat we iets oud laten zien. Niet gemakkelijk als je 1) niet echt hecht aan materiële dingen en 2) nog maar een paar jaar geleden verhuisd bent naar een kleiner huis en dus flink hebt moeten kiezen wat mee mocht en wat niet.

Het zakhorloge van Manlief’s vader. Het is het enige wat hij van zijn vader heeft. Zelfs geen herinneringen, want hij was pas 5 maanden toen de man verongelukte.
Een aandenken aan een oudtante. Ze was de halfzus van mijn meter en woonde daar – samen met hun moeder – in. Tanteke was een lief menske met de leefwereld van een kind van 6. Ze hielp in het huishouden en als ik tijdens de zomervakanties bij mijn grootouders was, speelden we ùren aan een stuk bingo, meestal aan een tuintafeltje in de “wegel” naast de waslijn. Op die manier heb ik haar als 7-jarige in 2 maanden tijd de cijfers van 1 tot 9 geleerd. Toen ik haar ook nog de klok leerde lezen, kreeg ik bijna een pak rammel want als de “controleur” in de gaten kreeg dat ze iets bijgeleerd had, kon ze haar “invalidengeld” van den “Ijzeren Weg” kwijt geraken. Pas toen die jaarlijkse controle wegviel, mocht ze met haar nieuw verworven kennis pronken en was ik eindelijk “off the hook“.
Als binnen enkele maanden haar graf verwijderd wordt, is dit het enige wat er nog van haar rest na 121 jaar.

1000 vragen aan jezelf (10)

131. Met welke beroemdheid zou je een dag willen doorbrengen?
Sir David Attenborough.

132. Ben je weleens verliefd geweest op een (onbereikbare) beroemdheid?
Misschien in mijn puberjaren, maar ik zou begot niet meer weten wie.

133. Wat is je droomberoep?
Ik ben in mijn 40 jarige loopbaan wel een paar keer veranderd van job (interne transfers), telkens met een heel verschillende inhoud. En wat ik daaruit onthouden heb is, dat ik dat veranderen nodig had om een frisse kijk te behouden en alert te blijven. Al had ik mijn laatste werk (preventieadviseur) nog wel een tijdje kunnen volhouden, als de druk (door verschillende fusies) niet te groot geworden was.

134. Vraag je makkelijk om hulp?
Nu makkelijker dan vroeger. Als je het resultaat gevoeld hebt van alles zelf te willen doen en oplossen, leer je uit handen geven. Het “delegeren” gaat me nu steeds beter af. 😉

135. Wat kun je maar niet weggooien?
Ik hecht niet zo aan materiële dingen. Toch gebruik ik nog altijd de lederen hondenlijnen van Nicky en Floor. Omdat leder een natuurlijk materiaal is, prettig in de hand ligt, de lijnen (ca. 2 meter) de perfecte lengte hebben voor o.a. trainingen en omdat op die manier onze twee sloebers er nog altijd een beetje bij zijn. Drie sloebers, eigenlijk, want ik gebruikte de lijnen ook voor Chino.

136. Welke site bezoek je dagelijks?
NOS en VRT, FB een paar fora en dit blog.

137. Zijn de beste dingen in het leven gratis?
Ik ben geneigd om “ja” te zeggen, al valt er altijd wel iets leuks te bedenken waar een prijskaartje aan hangt. Het is vaak veel meer een kwestie van timing: dat je iets te beurt valt net op het moment dat je daar behoefte aan hebt.

138. Heb je weleens iets gestolen?
Niet bewust en niet om het “hebben” zelf. Maar ik was wel vaak weg met rondslingerende balpennen op het werk … 🙂

139. Welk gerecht schotel je gasten vaak voor?
Vaak is veel gezegd. Om te beginnen omdat we niet vaak gasten hebben en al helemaal niet om te blijven eten. Wél hapjes. Tegenwoordig zijn borrelplanken helemaal “in” en dat past wel in mijn concept. En dan mag het al eens gek zijn.

140. In welke winkel wil je wel één minuut gratis winkelen?
Een pet shop. We hebben een hondenfamilie en dan komt dat wel goed van pas. In een boekenwinkel heb ik graag de tijd. Daar kom ik niet toe met een uur.

141. Welke landen wil je nog bezoeken?
Ik moet eerlijk toegeven dat het reizen me niet erg meer trekt. Toch geen verre reizen meer. Er is dichtbij nog zoveel te ontdekken, dat ik de verre verplaatsingen niet meer zie zitten. Ik moet steeds langer bekomen van de reis en dan schiet er steeds minder over voor de vakantie zelf.

142. Welke superkracht zou je willen hebben?
Dat kan ik zo gauw niet bedenken.

143. Wanneer kon je wel door de grond zakken?
Ik werkte die tijd aan de technische dienst en was o.a. verantwoordelijk voor het “laden” van de magneetkaarten voor de fotokopiemachines. Dat werd dan door verrekend aan de verschillende departementen. Komt op een namiddag één van de decanen binnen. Een prof van zijn departement had de onhebbelijke gewoonte om zich zwaar te laten voorstaan op zijn titel om mensen dingen te laten doen die eigenlijk niet mochten. Een collegaatje was regelmatig zijn slachtoffer als hij weer eens dingen kwam bestellen, terwijl hij geen krediet meer had.
De decaan verzekerde mij dat hij zijn collega daar helemaal niet in steunde en dat we hem ten allen tijde mochten vragen om backup als de ander weer eens van jetje gaf. Waarop ik: “O, maar ik werk hier al te lang om nog onder de indruk te geraken van professoren, hoor!” En yep! daar ging het kwartje ..! Gelukkig kon hij er hartelijk om lachen. Ik heb het wél nog een aantal jaren mogen horen. 🙂

144. Van welk liedje word je altijd vrolijk?
“Daar is de lente, daar is de zon – bijna – maar ik denk dat ze weldra zal komen … “

145. Hoe flexibel ben je?
Hangt af van de situatie. Ik kan pal achter een idee blijven staan, maar voor hetzelfde geld leg ik mezelf in de knoop voor het (in mijn ogen) goede doel.

146. Is er een vreemde eetcombinatie waar je dol op bent?
Wat is een vreemde eetcombinatie, he? Mijn vader vond heel straffe chocomelk met (veel te droog gebakken) omelet to die for. Mijn moeder keek zich de ogen uit toen mijn man jam op zijn kaasboterham deed i.p.v. mosterd. Ze dacht dat hij zich mispakt had, maar hij vindt dat gewoon lekker. Bij een kaasplank geef je tenslotte toch ook druiven en gedroogd fruit. Ik ben een tijd dol geweest op pikant gebakken kip met fruitsla en roomrijst, maar tegenwoordig krijg ik geen kip meer door mijn strot. Eieren ook niet, trouwens.

147. Wat doe je als je in de rij moet wachten?
Wachten …
Als ik een boek bij heb, lees ik. Of als de kans zich voordoet, maak ik een praatje.
Ik werkte nog aan de Slachthuislaan in Antwerpen, toen de verbinding met de Boudewijnsnelweg aangelegd werd (ter hoogte van de “paaseieren” in Deurne). Dat was élke dag aanschuiven naar de Kennedytunnel. Zomer. Heet weer. Autoraampjes open en de radio loeihard. En meezingen. Oók loeihard. Headbangen kon je het niet noemen en zittend dansen ook niet, maar het werkte vaak aanstekelijk. Andere chauffeurs zochten dezelfde zender en deden mee. Gelàchen !!!

148. Ben je leuker in de spiegel of op foto’s?
Als ik niét weet dat iemand een foto neemt, kàn ze sóms eens lukken. De antieke spiegel in de hall is een goeie optie. Daar bladdert de kwiklaag van af …

149. Kies je voor minder eten of meer sporten?
Meer eten en minder sporten is geen optie?
Nee, gekheid. Ik eet nog weinig tegenover vroeger. Maar sinds corona sport ik ook heel weinig (de hondenwandelingen en sporadische korte fietstochtjes niet te na gesproken). Ik hoop dat we deze zomer terug mogen gaan zwemmen in openlucht hier in het dorp. Dat heb ik héél erg gemist vorige zomer.

150. Voer je vaak gesprekken in je hoofd?
Ja. En vroeger zelfs meertalig. Wat voor gevolg had dat ik vrij soepel kon switchen tussen verschillende gesprekken, op vakantie of tijdens congressen met buitenlandse gasten. Nu praat ik nog steeds in mezelf, maar als ik dat trucje van vroeger nog wil uithalen, raak ik de draad kwijt … 🙂

Duizend vragen aan jezelf (9)

111. Ben je trots op jezelf?
Trots is een groot woord, maar ik heb eindelijk geleerd tevreden te zijn met mezelf.

112. Welk nutteloos talent bezit je?
Talenten zijn volgens mij nooit nutteloos. Brengen ze geen geld binnen, dan scheppen ze een gevoel van tevredenheid of je krijgt er nieuwe inzichten mee of zo. Zelfs verveling is niet nutteloos. Ze geeft aanleiding tot creativiteit. Zeggen ze.

113. Heb je losse eindjes in je leven?
Iedereen heeft die denk ik. Sommige kan je helemaal in je eentje wegwerken, voor andere heb je hulp nodig. Als je die niet krijgt, blijven het losse eindjes. Ik heb er mee leren leven.

114. Waarom drink je (geen) alcohol?
Ik drink de laatste tijd nog zelden alcohol. Ik vind er eigenlijk niks meer aan, voel me beter zonder. Ik mis het niet en de kilo’s die ik daardoor kwijt ben ook niet.
Vroeger dronk ik wel graag een glaasje wijn of – in de zomer vooral – een lekkere longdrink. Sinds ik de mocktails ontdekt heb, ben ik de cocktails vergeten. Het begon met BOB(ette) zijn na een etentje en na een tijdje nam ik het ook thuis als gewoonte aan. Ik hoef geen alcohol om me te amuseren.

115. Van welke spullen word je blij?
Dat kan van alles zijn. Een goed boek, een mooie schelp of een leuk stuk drijfhout op het strand, de onverwachte kleuren als je een gladde kei nat maakt, de glazen knikkers in de bijendrinkschaal, vogelstemmetjes, …

116. Heb je al naar de wolken gekeken vandaag?
Sinds ik hier woon ben ik al dikwijls gestruikeld omdat ik mijn ogen niet van de wolken af kan houden. Ik kan geen stap buiten zetten zonder er naar te kijken.

117. Welk woord zeg je te vaak?
“Ja”. Al heb ik dat al wel een beetje verleerd. Maar het zou nóg wel wat minder mogen.

118. Sta je graag in de spotlights?
Niet IRL. Of het moet al voor een héél goed doel zijn. Maar van het moment dat je naar buiten treedt met een blog o.i.d. zoek je toch minstens de aandacht van gelijkgestemden op.

119. Waar moet je vaker de tijd voor nemen?
Om de boel de boel te laten en te genieten van het moment. Het zal wel nooit meer goed komen, want mijn opvoeding is te indringend geweest. “Eerst het werk, dan het plezier” en vermits er altijd wat te doen overbleef, kwam het plezier alleen stiekem aan de beurt. Maar ik leer gestaag bij.

120. Zijn mensen van nature goed?
Ik geloof niet dat mensen “slecht” geboren worden. Maar om altijd voor alle misdaden een excuus in het verleden te vinden, daar kan ik ook niet altijd in meegaan. Ik denk dat echte slechtheid een nooit gecorrigeerde en goed gecultiveerde fout is.

121. Verkies je weleens je werk boven de liefde?
Nee.

122. Waarvoor ben je je ouders dankbaar?
Ik veronderstel dat de jarenlange afwijzing uiteindelijk wel bijgedragen heeft tot mijn weerbaarheid en mondigheid. Dus ergens is dat wel goed voor geweest.

123. Zeg jij altijd wat je denkt?
Vroeger wel. En dan ook nog niet altijd op een doordachte manier. Dat botste wel vaker dan het klonk. Met de jaren ben ik daar rustiger in geworden, al moet je bij mij niet op veel komedie of leugentjes om bestwil te rekenen. Bovendien is het wel zoals een vroeger diensthoofd ooit zei: “Bij haar hoef je niet te vragen wat ze er van denkt. Het staat in koeien van letters op haar gezicht.”

124. Heb je vaak de tv aan zonder dat je kijkt?
Steeds vaker. Ik zet hem aan voor het journaal en opeens zie ik de weerkaart … Ssssnooorrrr …

125. Welk oud zeer heb je? (een oud verdriet)
De laatste uren van mijn vader. Dat hij doelbewust zijn laatste adem gebruikte om mij diep te kwetsen. En dat ik dat heb laten gebeuren.

126. Wat koop je van je laatste tien euro?
Bloemen.

127. Word je snel verliefd?
Niet echt.

128. Waar denk je aan voordat je in slaap valt?
Zolang ik aan iets denk, val ik niet in slaap. En als daar nog iets van overschiet op het moment dat het licht uitgaat, dan vergeet ik wat het was.

129. Wat is je favoriete dag van de week?
Ik geloof niet dat ik die heb. Op vrijdag na, zijn de meeste van onze dagen hetzelfde, tenzij we ’s morgens opeens op het idee komen van “wow, mooi weer, laat ons dàt of dàt gaan doen”. Dat impliceert natuurlijk dat er dan geen afspraken op de agenda staan. Dus niet “de” favoriete dag van de week, maar de blanco dagen.

130. Wat is je grootste overwinning?
Dat ik geleerd heb dat ik OK ben en dat de mening van anderen daar niets aan hoeft te veranderen.