Saturn9’s fotochallenge: bokeh

Saturn9’s fotochallenge gaat deze week over bokeh. Dat moest ik – net als de meesten – toch even opzoeken. Niet dat ik zo geen foto’s gemaakt heb waar dat verschijnsel op voorkomt. En ik had over de naam en het begrip erachter al eens iets gelezen, maar het ook weer vergeten wegens “niet interessant”. Dat was in een online artikel en ik had niet het gevoel dat die blingbling een toegevoegde waarde had voor natuurfoto’s. En laat dat nu het absolute merendeel van mijn foto’s innemen.

Manlief en ik catalogeren onze foto’s grofweg in twee soorten: de puur informatieve foto’s (lees: niet goed gelukt als foto, maar bruikbaar om het onderwerp op te zoeken / te herkennen na te tekenen) en de “goede” foto’s (die waar je nog iets meer mee kan).

Wat in het artikel beschreven staat vind ik niet zo’n aantrekkelijk iets, die disco-bolletjes in de achtergrond. Ik zal ten allen tijde net proberen te vermijden dat die onrust in een beeld sluipt. En als dat niet lukt probeer ik ze er zoveel mogelijk uit weg te snijden. Maar toen kwam ik hier en daar nog wat extra uitleg tegen en bleek ook een doorgedreven achtergrondscherpte onder de naam te vallen. En die heb ik (gewild en/of ongewild) in gradaties:

Als het aan mij lag, zou de achtergrond nóg ietsje onscherper mogen en ook de voorgrond vind ik nogal prominent aanwezig. Maar ik was al lang blij dat ik überhaupt de tijd kreeg om mijn fototoestel te grijpen en zonder veel geregel dit beeld te schieten van moeder en kind.
Ze zaten met z’n tienen in het water en toen kwam “spuit 11” aanvliegen. Mede dankzij de “flou” in de achtergrond komt de gelaagdheid in de vleugels van deze grote zilverreiger goed tot z’n recht.
Hiervan heb ik twee versies. In deze staat de pimpelmees scherp. In de andere is de distelvink aan de beurt. Dit is eigenlijk meer een illustratie van het begrip “dieptescherpte”, want voor “bokeh” is de lucht wel héél ver weg.
“Konten kijken”. Dat gebeurt méér dan ons lief is, maar het is logisch, natuurlijk. Als een dier het welletjes vindt, al dat poseren, vlucht het meestal niet in de richting van de lens weg. (Gelukkig maar!) Maar ik denk dat dit duidelijk het 3D-effect illustreert dat je kan krijgen.
In de achtergrond zou normaal een heel warrige bosrand te zien zijn waardoor de grasmus in het niet zou verdwijnen. Op deze manier is er juist een heel stemmig, zacht “behang” ontstaan. Dankzij de bramentak die er lichtjes vóór komt en ook gedeeltelijk onscherp is, wordt het beestje ook niet platgedrukt, maar houdt het beeld zijn diepte. Blij mee.
Hier is het effect veel minder (alleen de bovenrand en een héél klein stukje voorgrond). Maar hier vond ik de scherpte van het hoge gras net meewerken. Je kan hier goed zien hoe zelfs een witgrijze vogel kan verdwijnen in het groen, dankzij de tekening die mooi meeloopt met de lijnen in zijn omgeving.

Saturn9’s fotochallenge: brievenbus

Satur9’s fotochallenge is niet altijd even gemakkelijk. Deze week vraagt ze foto’s van brievenbussen. Nu zou dat op zich geen probleem mogen zijn, want bij ieder huis hoort een brievenbus. Alleen: in ons dorp zijn die dingen héél functioneel en vooral héél saai. Of ze hangen aan de binnenkant van een voordeur, tenzij de post gewoon op de mat valt. Bovendien moet je in het dorp zelf al in iemands voortuin gaan staan om de brievenbus te fotograferen, want die hangt aan de huisgevel (soms nog haaks op de straatas ook) vlak naast de voordeur.

Bij nagenoeg alle rij- en 2-onder-1-kap -woningen is de brievenbus een sleuf in de voordeur met een klep eraan, waar ten overvloede “brievenbus” of “post” op staat. Het zijn in de hele rij dan ook nog dezelfde voordeuren, hooguit in de kleur zit wat variatie. Bóóóring! en bovendien apprecieert niet iedereen het dat je zijn/haar voordeur staat te fotograferen.

Buiten de bebouwde kom (aan afgelegen boerderijen, dus) staat per grote uitzondering de brievenbus toch aan de straat, en daar zijn het dan de “ouderwetse” modellen, die (heel origineel) in postrood geschilderd zijn. Daaraan kan je zien dat er bijna zeker uitgeweken Vlamingen wonen, want postNL gebruikt uiteraard oranje.

Nadrukkelijker dan een Belgische tricolor of een leeuwenvlag: postrood.

Héél af en toe zie je eens zo’n Amerikaans model. Als het woonhuis wel erg ver achteraf staat. Maar ik kan me niet direct herinneren waar ik er onlangs een gezien heb. Ik kan me goed voorstellen dat er dan bij het raam binnen, een verrekijker klaar hangt om te zien of er post is.

Wat je buiten de bebouwde kom nog het meeste aantreft zijn brievenbussen die op een gegeven moment collectief zijn aangekocht en verdeeld door de gemeente of postNL zelf, denk ik. Ook dié getuigen vooral van een fantasieloze, calvinistische verschenen-groenachtige soberheid.

Per grote uitzondering zien ze er eens een beetje interessant en grappig uit, als er een bord naast staat waarop gewaarschuwd wordt dat bediening enkel toegestaan is met de nodige voorzichtigheid, onder gebruik van een veiligheidshelm, werkhandschoenen en -laarzen en de juiste overkleding.

N.a.v. dit onderwerp ben ik eens op het internet gaan zoeken naar afbeeldingen van originele brievenbussen. Sommige mensen hebben toch wel een rijke en creatieve geest!

Saturn9’s fotochallenge: oud

 Saturn9’s fotochallenge wil dat we iets oud laten zien. Niet gemakkelijk als je 1) niet echt hecht aan materiële dingen en 2) nog maar een paar jaar geleden verhuisd bent naar een kleiner huis en dus flink hebt moeten kiezen wat mee mocht en wat niet.

Het zakhorloge van Manlief’s vader. Het is het enige wat hij van zijn vader heeft. Zelfs geen herinneringen, want hij was pas 5 maanden toen de man verongelukte.
Een aandenken aan een oudtante. Ze was de halfzus van mijn meter en woonde daar – samen met hun moeder – in. Tanteke was een lief menske met de leefwereld van een kind van 6. Ze hielp in het huishouden en als ik tijdens de zomervakanties bij mijn grootouders was, speelden we ùren aan een stuk bingo, meestal aan een tuintafeltje in de “wegel” naast de waslijn. Op die manier heb ik haar als 7-jarige in 2 maanden tijd de cijfers van 1 tot 9 geleerd. Toen ik haar ook nog de klok leerde lezen, kreeg ik bijna een pak rammel want als de “controleur” in de gaten kreeg dat ze iets bijgeleerd had, kon ze haar “invalidengeld” van den “Ijzeren Weg” kwijt geraken. Pas toen die jaarlijkse controle wegviel, mocht ze met haar nieuw verworven kennis pronken en was ik eindelijk “off the hook“.
Als binnen enkele maanden haar graf verwijderd wordt, is dit het enige wat er nog van haar rest na 121 jaar.

Mag het ietsje méér zijn ..?

In Saturn9’s fotochallenge is het nu de beurt aan de rubriek “huisdier – knuffelbeest”. Ik zou er hier graag een homage van maken aan (bijna) alle beestjes die deel uitmaakten van ons “pack”.

Nu was ons “pack” in het begin een “pride”, want zo noem je een kattengezin. Verder kan ik fotogewijs niet terug, want de grasparkieten die we eerst hadden werden door de poes in vrijheid gesteld vóór ze door de camera gevangen werden. Eén was een vondeling, de ander was een aankoop omdat grasparkieten wegkwijnen in hun eentje.
Als ik hun kooi moest schoonmaken, zette ik die in het gazon en haalde er dan de bodemplaat uit. Plezier alom want dan konden ze in het gras “spelen”. Tot onze huistijger de kooi omstootte. Ze mochten nog van geluk spreken. Ze had het handiger kunnen aanpakken …

Witteke. Het spijt me, maar origineler dan dat wordt het niet. Ik werkte nog bij de diergeneeskunde in Antwerpen en één van de assistenten had thuis ook nog een praktijk. Én drie kleine mannen, twee honden, vier katten, een papegaai en een stel ratten. Deze vondeling kon er dus niet meer bij en E. zocht een adoptiegezin. Witteke kwam bij ons vlak vóór Kerstmis en zorgde er bij aankomst meteen voor dat we tot vér na Pasen nog stukken van kapotte kerstballen vonden.
Ze kreeg vier jonkies, waarvan ze er al meteen twee afdankte. De overige hebben een hopelijk goede thuis gevonden. Moeder leefde nog lang en ik denk ook gelukkig, tot ze op hoge leeftijd (18 jaar) in haar slaap overleed op haar favoriete plekje in de avondzon.
Nicky. Een echte “hell’s angel”. Zij adopteerde óns door op een zomeravond onze garage binnen te sluipen en de volgende ochtend duidelijk te maken dat ze na dagenlange omzwervingen liever werd doodgeslagen dan weer de baan opgestuurd. We beloofden haar een goede thuis te zoeken, maar na 15 jaar hadden we die nog altijd niet gevonden …
Rebels, eigenzinnig, superslim en onmetelijk lief.
Floor. Ze kwam als 7 maanden oude pup uit het asiel om Nicky gezelschap te houden. Recht van de moeder (bij een broodfokker) vandaan. Ah ja, want met die éne bruine sproet op haar poot kon ze geen stamboek krijgen en dus moest ze maar naar het asiel. Ik heb er 7 jaar over gedaan om haar ’s nachts zindelijk te krijgen. Uiteindelijk was het Nicky die het aan haar verstand breide dat ze moest blaffen vóór ze plaste.
Lief, meegaand, speels, een loopmachine. En een klép! Ooit heeft ze non stop in de auto geblaft van Kruibeke tot Harlingen. Opgewonden standje.
Chino. De red nose pitbull van Jongste. Als pup woonde ze enkele weken bij ons. In een ogenblik van onoplettendheid (van mij) proefde ze aan een emmer Dettolsop. Ze bleef er bijna in. Manlief lag een hele nacht op een kussen op de grond naast haar om te waken. Op hoge leeftijd kwam ze weer bij ons wonen. Jongste trok in bij zijn vriendin. Klein flatje, twee volwassenen, één kleuter, een konijn en twee honden die elkaar niet konden luchten … We hebben haar denkelijk nog een mooie oude dag mogen bezorgen in een huis met een grote tuin en 24/7 gezelschap. De laatste nacht heb ik op het kussen op de grond gelegen. Pootje vasthouden, dekens wassen. Een stuk of zeven denk ik. Beestje kon het ook niet helpen dat het er aan twee kanten uit spoot.
Het typische levende bewijs dat niet het ras bepaalt of een hond kwaadaardig is. Een softy, een slof.
Jeppe. Ons Spanjaardje. Volgens onze inschatting de slimste van het stel. Moet ook wel als je als straathondje moet overleven tussen andere “wilde” honden. Tijdens een razzia opgeraapt, dankzij een Belgische die daar woonde ontsnapt aan een asiel dat later werd gesloten wegens onaanvaardbare toestanden. Naar België gekomen (bij die dame haar neef), maar nog niet gewend aan het leven van een “huis”dier. Houdini achterna, dus hij eindigde in het asiel van Sint-Niklaas. Daar ontsnapte hij voor de laatste keer, uit onze auto. Sindsdien loopt hij de achterkanten van onze sloffen.
Lief, aanhankelijk, héél slim, maar ergens in de achtergrond nog altijd die achterdocht, die alertheid die hem hielp overleven. Sommige dingen slijten, maar verdwijnen niet.

Sprintje …

Vermits ik met een paar weken achterstand aan de leuke challenge van Saturn9 begonnen ben. En aangezien ik met de laatste foto van de “kader in kader”-opdracht eigenlijk al een voorschot genomen heb op het “strepen”-idee van deze week. Waarom zou ik geen sprintje trekken en zorgen dat ik synchroon werk met de andere uitgedaagden?
In de opgegeven volgorde van de onderwerpen moet ik met “mezelf” en “wolken” nog wat inlopen op de kopgroep.

Nu vind ik vooral die eerste een hele opdracht, omdat ik 1) meestal àchter de camera sta en niet ervóór en 2) ik me daar véél beter op mijn gemak voel. Jullie zullen het dus moeten stellen met een vroege zondagochtendfoto inclusief coronakapsel. En kijk: wéér strepen!

Het thema “wolken” is dan weer helemaal in mijn straatje. Als ik één reden moest kiezen om hier te komen wonen, dan zouden het de wolkenluchten zijn. Hier gaan we dan. Sommige zullen al eerder op dit blog gestaan hebben, maar ik ga echt niet uitzoeken welke.

En met de volgende zet ik er een streep onder en ben ik “bij”:

Koffie of thee ..?

Half Blogland heeft inmiddels de handschoen opgepakt die Saturn9 de wereld ingooide, dus waarom ik niet? Na de Najaarschallenge, die intussen weggewinterd is, kan zo’n plaatje met (of zonder) praatje de boel toch best wel opleuken. Op woensdag interview ik voorlopig mezelf wel nog een tijd middels 1000 vragen. Laten we er op vrijdag dus een vrolijke fotoboel van maken.

Dit zijn de opdrachten: voor elke week een vakje en zoals het hoort als er volk komt, vraag je eerst wat de gast wil drinken.

Nu ben ik normaal nogal van het “zwarte goud”, en dan kan het voor mijn part zelfs niet zwart genoeg zijn. Maar de laatste tijd laat ik me – vooral na een wandeling door guur weer – nogal eens verleiden tot het volgende:

Jeppe was here …

Lang geleden dat Jeppe nog eens van zich liet horen hier. Maar de afgelopen dagen was hij weer de ster van de show. Hij is nu ruim 5 jaar bij ons en we zien hem nog elke dag een beetje groeien (mentaal dan). Hij is eigenlijk de samenvatting van onze vorige honden: de slimheid van Nicky, de volgzaamheid van Floor, de nieuwsgierigheid van Chino en héél veel Jeppe-humor daar bovenop.

Een hondenneus dient om overal in te steken, toch?
Door de wind, door de regen en door berg en dal.
Kom nu mee, baasjes! Volg mij!
Kijk eens hoe mijn oogskes blinken van de pret!
Met de baas op pad. Daar gaat niet veel boven!
En dan … ter plaatse rust.

Met zo’n schat als Jeppe is elk seizoen een geschenk. Maar de herfst is toch wel heel speciaal.