Saturn9’s fotochallenge: symmetrie

Saturn9’s fotochallenge gaat deze keer over symmetrie. Ik stond er van te kijken dat er blijkbaar 10 betekenissen waren voor dat woord. In voormelde link kan de lezer zich er zelf van vergewissen dat al die verklaringen in feite zélf zo symmetrisch zijn, dat ze makkelijk in één enkele paragraaf hadden kunnen vervat worden. Bijna het principe van de spiegel in de spiegel in … (Droste-effect)

Symmetrie is vaak dubbel. In aanvoelen, bedoel ik dan. Enerzijds wordt het vaak bestempeld als het toppunt van perfectie. Anderzijds is het net die perfectie die afstoot. Ik heb ooit een experiment gezien waarbij aan de proefpersonen een reeks foto’s van gezichten getoond werd, waaruit zij telkens de knapste, sympathiekste, aantrekkelijkste moesten aanduiden. De foto’s stonden door elkaar, zodat het opzet niet direct opviel. De helft van de foto’s waren échte pasfoto’s. De andere helft waren dezelfde pasfoto’s, waarvan de éne helft gespiegeld was naar de andere kant, zodat een perfect symmetrisch gezicht zichtbaar werd. Het juiste percentage ken ik niet meer uit het hoofd, maar veruit de meeste gespiegelde foto’s vielen af wegens saai.

Ik dacht dat ik een massa symmetriefoto’s in mijn archief zitten had, maar blijkbaar speelde ook bij mij dat idee van “té perfect”, want vaak heb ik de hoek een beetje gekanteld, of wat met de lichtinval gespeeld, of … De foto’s geven duidelijk aan dat het om symmetrie gaat, zonder dat ze het echt ook vastleggen. Niets menselijks is de fotograaf vreemd.

Eén van de mooiste beelden doorheen het jaar, en tevens één van de moeilijkste om goed vast te leggen: de vers gescheurde vette poldergrond, met diepe brede voren. Je moet er bij zijn vóór de zon de glans van het vocht wegneemt en je moet de juiste lichtinval treffen. De uitdaging gaat door om ooit eens het “perfecte” plaatje te schieten.
Neem je fiets, kies een paar oude dijken uit in het Zeeuwse landschap en geheid dat je enkele kilometer door deze kathedralen rijdt. Op een zwoele dag de heerlijkste plaatsen om te fietsen. Dubbele rijen hoge magistrale stammen aan weerskanten en daartussen doorkijkjes op het polderlandschap.
Een ouwetje, toen in Bazelpolder de dijk- en sluiswerken aan de gang waren voor de potpolder.
Water is een goede bondgenoot voor het maken van dit soort foto’s. De spiegel is niet té perfect.

Saturn9’s fotochallenge: licht

“De zon kust ’s morgens de dingen” …
Het vroege ochtendlicht, als het voorzichtig de nieuwe dag verkent. Voorzichtig, maar toch razendsnel. Een paar seconden vroeger of later is de sfeer helemaal anders. Het hartvormige gaatje in de wolken zag ik pas toen ik de foto op mijn scherm zag. Ter plaatse was ik vooral gefascineerd door de manier waarop de planten belicht werden.

Dezelfde plaats, maar onder andere omstandigheden. ’s Nachts hebben de misthoorns hun werk moeten doen, nu doet de zon pogingen om door te breken. Eén plekje wit goud op het water belooft een mooie dag.

Met licht kan je eindeloos spelen. Het speelt altijd graag mee.

Nog nét dat laatste beetje licht van de dag vangen …

De tuin einde mei

Eigenlijk speel ik een beetje vals, want de foto’s zijn op 1 juni gemaakt, en er is die dag nog één en ander veranderd, vooral rond de vijver. Die ligt namelijk helemaal centraal en onbeschut. Geen nood zolang er geen warme zon op zit, maar nu de zomer zich eindelijk aankondigt, lijkt het me voor de vissen niet zo leuk en gezond als het water teveel opwarmt.

Omdat de bestrating verder opbreken geen optie is (omwille van onderhoud, maar ook omdat er buizen van onbestemde herkomst onder steken), is een boom naast de vijver niet mogelijk. Tenzij … Tenzij je er een koopt die in een container kan. Die wordt dan niet zo groot, maar ze bestaan in verschillende maten en vormen, dus ook als parapluboompje. Combineer dat met nog een paar andere containers met bijvoorbeeld halfhoge grassoorten en hortensia’s, en je kan een (mobiele) boord maken al naargelang van waar de hoogste zonnestand is.

Het boompje maakt een mooi schaduwplekje op het water tijdens de middaguren. De grassen moeten volgend jaar zo’n meter hoog worden + de hoogte van de pot. Dan volstaat dat voor de voormiddag. De hortensia’s rechts hoef ik niet veel groter te laten worden om de avondzon af te schermen. Ze bloeien op 1e jaars hout, dus laten opschieten is geen goed idee.
Ik ben geen groot liefhebber van wisteria’s. Ze zijn sterk geparfumeerd. Ik ruik dat niet altijd even erg, maar in het aroma zitten wél componenten waar ik schele hoofdpijn van krijg. In het tuincentrum waren we zo erg gecharmeerd van de vorm, dat we niet gelet hebben op wat me meenamen. Een wisteria, dus. Nu hoop ik maar dat wat deze beperkte kruin aan bloemtrossen kan voortbrengen, de pret niet gaat bederven. Deze Wisteria brachybotrys ‘Showa Beni’ zou een laatbloeier zijn, dus met een beetje geluk zien we wel nog wat zachtroze deze zomer. Mogelijk moeten we mettertijd de kruinsteun groter maken, of de omvang van de kruin onder controle houden door snoei (het gaat ons niet in eerste instantie om de bloei, dus als die achter blijft: so be it).
De Miscanthus sinensis ‘Little zebra’ of prachtriet staat er een beetje verfomfaaid bij na het transport en het planten, maar dat komt wel goed. Het wordt tot 100 cm hoog, zodat het de voormiddagzon tempert, maar omdat het een open structuur heeft blokkeert het toch niet alle licht. Er is al 1 zaadpluim te zien. Ik denk wel dat het een mooi “rietkraagje” wordt.
De tuin is de afgelopen weken echt “ontploft” (ook datgene wat we er liever niet tussen hebben, dus dat wordt weer aanpakken). Ik had een aantal dahlia’s in de kuipen gezet: de prille bladeren zijn allemaal afgevreten door de slakken.
En dan ontdekte ik nog een andere “hobby” voor de komende tijd. De lavendel in de voortuin zit onder de rozemarijngoudhaantjes. Een keversoort die o.a. op rozemarijn, lavendel, thijm e.d. zijn eitjes afzet. De larfjes vreten met plezier het laatste blaadje van de plant op. Omdat ik sowieso al geen voorstander ben van verdelgingsmiddelen en al helemaal niet op planten waar ook tientallen heidelibelletjes komen slapen, doe ik dus een paar keer per dag een rondje “kevers plukken” met een potje sterk zeepsop in de hand.
Jeppe vindt het niet serieus dat we een boom in een pot zetten. Zó hoog kan hij niet mikken. Je zou als hond van minder depressief worden …

Bijna …

Bijna had ik de stekker uit het zusterblogje getrokken. Maar toen ik vanmorgen een video wilde opladen op Youtube om bij mijn waarnemingen.nl te voegen, heb ik me zó kwaad gemaakt over het kwaliteitsverlies, dat ik op zoek ging naar andere mogelijkheden. Waardoor “Natuur in beeld” meteen een doorstart kreeg. Eén nadeel: mijn camera kan niet rechtstreeks in MPEG (4) opnemen, dus moet ik de beelden eerst nog converteren, maar het verlies is toch niet zo groot als bij “joetjoep”.

Meteen een paar flirterige beesten betrapt en vastgelegd. Het is tenslotte eindelijk lente!

De tuin halfweg mei …

Het gaat nu opeens zó oerend hard buiten, dat ik halfweg de maand al even een fotorondje moet maken om “bij” te blijven. Anders zijn sommige dingen niet meer te zien aan het eind van mei.

Ook niet te zien op de foto’s: de 3 flitsbezoeken van de sperwer waar we wél getuige van waren. Het eerste was afgelopen maandag om 7:42. We zaten nog te genieten van een kop koffie, toen plots de hoogpotige rover rondhopte tussen de hoge haag, de feeder en het paaltje dat één van de sierappeltjes ondersteunt. Hij was net iets te opzichtig tewerk gegaan, want al het kleine grut was ontsnapt.
Dezelfde dag, om 15:49 pakte hij het een beetje zorgvuldiger aan. In één vloeiende beweging plukte hij een klein vogeltje weg. Wat het was, weten we niet. Daarvoor ging het te snel.
En net, om 13:35 om precies te zijn, hoorde ik een ijselijke gil en zag hem over de schutting verdwijnen met vermoedelijk een mus in de klauwen.

De afgelopen week hebben we – méér dan ons lief was – dreigende luchten gezien in de meest uitéénlopende vormen en formaties.
Onze dwergmagnolia doet het al een beetje beter dan vorig jaar. Toen had hij het – net als de overige nieuwe aanplant – bijzonder moeilijk. In tegenstelling tot zijn grote broers, komen de bloemen pas als er al blad aan de takken staat. De bloemknoppen lijken vóór ze open gaan een beetje op beukennootjes.
De eerste sieruien komen open. Ik heb gewoon een mengeling van vroege, late, hoge en lage soorten door elkaar gezet. De volgende die gaan bloeien zijn denkelijk witte.
Sneeuwballen. Niet om mee te gooien, maar om stilletjes van te genieten. Dat doet dit lieveheersbeestje ook. De takken zijn zo zwaar beladen met bloemen dat we ze moeten ondersteunen. Anders liggen de witte ballen in de modder bij de eerste regenbui die over komt.
Deze goudiep was op sterven na dood, vorig jaar. Ik had nooit durven hopen dat hij er weer door zou komen. Niet geschoten, altijd mis: ik heb hem op een gegeven moment zó rigoureus gesnoeid dat er bijna niets meer van overbleef. En het heeft geholpen!
Het nagelkruid vormt een bloedrode vlek tegen de donkergroene haag. Het staat intussen al een week of 2 in bloei en er staan nog veel knopjes in. Ik vermoed dat dit een andere variëteit is dan wat in de voortuin staat, want dat begint nu pas de eerste knopjes te laten zien.
Het rood van de nieuwe scheuten aan de glansmispel begint te temperen. Het vormt een mooie overgang van het knalrode nagelkruid naar het donkergroen van de struiken erachter. Binnenkort komen de kleine witte bloesems open.
Aan de rand van de vijver staat het lievevrouwenbedstro al weken te bloeien. Dat gaat nog maanden door. Bijen en vlinders die in de nabije waterschaal komen drinken, kunnen niet nalaten even op de geurige bloempjes te landen.
Ik vermeldde al eerder dat ik het niet kan laten één van de 3 rabarberplanten te laten doorschieten (elk jaar een andere). Als de bloemen eenmaal in het zaad staan, hangen er letterlijk tróssen mussen in te smullen. Van delen zullen we niet armer worden, toch?
De twee goudvoorns vallen rijkelijk op, vooral als ze om eten komen bedelen. Maar deze ouwe snoeper is meestal niet zo nadrukkelijk aanwezig. Vorig jaar was het enige teken van leven dat deze bittervoorn en zijn maatje gaven zeker 100 jonkies. Daarvan is zeker nog 30-40% over. De afgelopen 2 weken heeft hij een paar heftige territoriumgevechten geleverd met het “gouden paar”. Maar nu is de vrede schijnbaar teruggekeerd en komt hij ook eten schooien.

De tuin eind april …

April was behoorlijk koud en wispelturig. Met nog een paar dagen te gaan, waarin de huidige weer-trend wordt aangehouden, maak ik al maar een verslagje van wat er wél en niét gebeurde in de tuin.

In het verhoogde bed zijn er een aantal plekken die er (voorlopig?) behoorlijk stom uitzien, omdat er heel hoopvol een kaal stokje met een plantgeleider staat te wachten tot de gladiolen uit de grond durven komen.

Eén stuk ziet er momenteel al prachtig uit. De glansmispel is nu op zijn felste, het nagelkruid probeert er tegenop te komen. De lavendel begint al donkergroene kopjes te krijgen op het grijs-groen van vorig jaar. De sierappeltjes waarvan ik eind maart nog dacht dat ze elk moment konden beginnen bloeien, hebben zich ingehouden. Pas sinds eind vorige week hangen er roze wolkjes in de tuin.
De dotterbloem laat de kou niet aan haar hartje komen. Kijk haar stralen!
Eén gek element heeft in elk geval al de beoogde aandacht getrokken. De stok boven de vijver is opgemerkt door een ijsvogel. Zeker wel 10 seconden hield hij het vol. Niet slecht voor een eerste bezoek. Hij kleurt in elk geval goed bij de nieuwe insectenbar.
Als je een egelbungalow annex overdekt terras, een vleermuishuis en een bijenhotel hebt, kan een heuse insectenbar niet ontbreken. Eind vorige zomer had ik al eens geëxperimenteerd met een oude sierschaal. Maar toen ik die deze maand schoonmaakte en opvulde, bleek er iets raar aan de gang: er was wat van de zilverkleurige verf los gekomen en nu lag er voortdurend schuim op het water. Ik vertrouwde het voor geen meter en haalde deze keramische schaal onder de bijgaande plantenpot vandaan. Dat de grote glaseieren nog mooi bij het glazuur kleuren, is bonus. Feit is dat ik al een paar bijen en zweefvliegen dankbaar gebruik heb zien maken van het aanbod.
Toen hadden we het avontuur met de regenton. We hadden er vóór de winter al over gesproken, maar vonden het wel stom om hem dan nog te plaatsen. Het water moest er sowieso uit om stukvriezen te voorkomen. Vorige week ontdekte ik dat ik zonder afspraak binnen geraakte in het tuincentrum en schafte dit model aan. Ik vind het wel leuk, die bloemenpruik er bovenop.

Het plaatsen was wel even prullen, want niet alleen moest er voor een steviger basis gezorgd worden dan de losse keitjes. Met de summiere schetsjes was de installatie een combinatie van denk- en puzzelwerk, gemengd met de nodige creativiteit. Bovendien merkten we bij het terugplaatsen van de regenpijp dat de trompetbloem tegen de schutting vorig jaar een dikke vinger in de pap de dakgoot had gekregen. Resultaat: een scheur in de goot. We moesten dus bij de DHZ-winkel zonder afspraak aan de nodige stukken zien te komen. En liefst snel, want er hing me daar toch een gitzwarte onweerslucht … Gelukkig kon ik bij het binnen komen van de winkel een zakje hondensnoepjes in mijn handen nemen, zodat ik een goed excuus had in geval van controle.

Bij het buiten komen goot het slakken en oude wijven. Snel naar huis! Alwaar de hemelsluizen al lang weer dicht waren, er een paar eetlepels water in de regenton zaten (Yeuh!!!) en het gepuzzel opnieuw kon beginnen. Toen het werk gedaan was, schenen er 7 zonnen en was de lucht azuurblauw. Toch moesten we testen of alles goed was en we geen lekken hadden.

En zo kwam het dat Manlief op een ladder stond met een hevig spuitende tuinslang en ik heen en weer liep om te zien of het water van het dak wel degelijk in de regenton terecht kwam. En dan verschieten ze dat er Belgenmoppen verteld worden …
De oudste rabarber is al flink opgeschoten. De andere twee volgen met een slag vertraging. Ik vind het elk jaar een heel dilemma als er bloemhoofden in komen. Die laten open komen en zaad vormen gaat natuurlijk ten koste van de opbrengst. Maar het is zo’n mooi zicht als de mussen met z’n tien of twintig in zo’n zaadtros hangen te genieten! Dan maar een crumble minder?
Voor de eerste fles wijn zal het ook nog even wachten zijn …
Voor het bijentelweekend hebben we de boot gemist. Deels omdat we de eerste dag nog ganzen zochten om te tellen. Deels omdat het de tweede dag ook voor de kleine zoemertjes even nadenken was of ze wel door de kou zouden vliegen. En voor de meesten was het antwoord: nee. Er valt nog altijd niet veel te snoepen met die kou.

Uitgerekend de middag dat we vlak onder dit bijenhotel moesten werken, werd het lekker warm in het zonnetje. Prompt werd het er drukker dan op koopjeszondag op de Meir. Het was dus werken in stilte en proberen niet op je duim te timmeren, want de eerste vloek of gil kon aanleiding geven tot ongewenst bezoek in je keelgat. Maar het succes van deze mini-staat heeft ons wel aan het plannen gezet. In het midden van het bloemperk, tussen al die planten die speciaal gekozen werden om bijen, hommels en vlinders aan te trekken, willen we een insectenflat bouwen. Onderaan een paar lagen snelbouwstenen, daarboven een paar stukken regenpijp met rietstengels, en aan de top een paar vlinderkasten en vakken met dennenappels achter gaas. Maar daarover later …

Saturn9’s fotochallenge: silhouet

Saturn9’s fotochallenge vraagt silhouetten. En dus worden die aangeleverd.

Ik krijg maar niet genoeg van die rechte dijk-horizonten met hun rijen bolle pruiken. Hier wordt nog fanatiek geknot.
Mist is een mooi projectiescherm.
Het fotograferen van watervogels levert niet zelden een dilemma op: je staat steevast op de verkeerde oever, zodat je tegenlicht werkt. Als beschrijving van de soort waardeloos, maar soms zit er wel een leuk plaatje tussen.
En hier zet ik er een streep onder …

Saturn9’s fotochallenge: bokeh

Saturn9’s fotochallenge gaat deze week over bokeh. Dat moest ik – net als de meesten – toch even opzoeken. Niet dat ik zo geen foto’s gemaakt heb waar dat verschijnsel op voorkomt. En ik had over de naam en het begrip erachter al eens iets gelezen, maar het ook weer vergeten wegens “niet interessant”. Dat was in een online artikel en ik had niet het gevoel dat die blingbling een toegevoegde waarde had voor natuurfoto’s. En laat dat nu het absolute merendeel van mijn foto’s innemen.

Manlief en ik catalogeren onze foto’s grofweg in twee soorten: de puur informatieve foto’s (lees: niet goed gelukt als foto, maar bruikbaar om het onderwerp op te zoeken / te herkennen na te tekenen) en de “goede” foto’s (die waar je nog iets meer mee kan).

Wat in het artikel beschreven staat vind ik niet zo’n aantrekkelijk iets, die disco-bolletjes in de achtergrond. Ik zal ten allen tijde net proberen te vermijden dat die onrust in een beeld sluipt. En als dat niet lukt probeer ik ze er zoveel mogelijk uit weg te snijden. Maar toen kwam ik hier en daar nog wat extra uitleg tegen en bleek ook een doorgedreven achtergrondscherpte onder de naam te vallen. En die heb ik (gewild en/of ongewild) in gradaties:

Als het aan mij lag, zou de achtergrond nóg ietsje onscherper mogen en ook de voorgrond vind ik nogal prominent aanwezig. Maar ik was al lang blij dat ik überhaupt de tijd kreeg om mijn fototoestel te grijpen en zonder veel geregel dit beeld te schieten van moeder en kind.
Ze zaten met z’n tienen in het water en toen kwam “spuit 11” aanvliegen. Mede dankzij de “flou” in de achtergrond komt de gelaagdheid in de vleugels van deze grote zilverreiger goed tot z’n recht.
Hiervan heb ik twee versies. In deze staat de pimpelmees scherp. In de andere is de distelvink aan de beurt. Dit is eigenlijk meer een illustratie van het begrip “dieptescherpte”, want voor “bokeh” is de lucht wel héél ver weg.
“Konten kijken”. Dat gebeurt méér dan ons lief is, maar het is logisch, natuurlijk. Als een dier het welletjes vindt, al dat poseren, vlucht het meestal niet in de richting van de lens weg. (Gelukkig maar!) Maar ik denk dat dit duidelijk het 3D-effect illustreert dat je kan krijgen.
In de achtergrond zou normaal een heel warrige bosrand te zien zijn waardoor de grasmus in het niet zou verdwijnen. Op deze manier is er juist een heel stemmig, zacht “behang” ontstaan. Dankzij de bramentak die er lichtjes vóór komt en ook gedeeltelijk onscherp is, wordt het beestje ook niet platgedrukt, maar houdt het beeld zijn diepte. Blij mee.
Hier is het effect veel minder (alleen de bovenrand en een héél klein stukje voorgrond). Maar hier vond ik de scherpte van het hoge gras net meewerken. Je kan hier goed zien hoe zelfs een witgrijze vogel kan verdwijnen in het groen, dankzij de tekening die mooi meeloopt met de lijnen in zijn omgeving.