Luchtlagen of laagjeslucht ..?

Wolken 15 juli 2018

Wolken (2) 15 juli 2018

Bijzon (2) 15 juli 2018

Bijzon 15 juli 2018

 

Ik tart hier het noodlot (of net niét), want elke keer als ik hier een aankondiging plaats voor é.o.a. fenomeen aan ons firmament zitten er pakken wolken voor of giet het slakken en ouwe wijven. Maar op 27 juli (dat is dus volgende week vrijdag) loont het de moeite om weer eens omhoog te kijken. Op de site van Frank Deboosere staat het zó:
De nachthemel in juli

Advertenties

Wat moet een mens …

… om te bekomen van de ontgoocheling na het antivoetbal van Frankrijk? Zichzelf eens goed verwennen met wat koopjes voor de tuinkamer en verse bloemen in de plantenkorven.

Ik heb alvast een paar kaarsen aangestoken voor de bronzen medaille:

DSCN0102

En om helemaal bij de pinken te blijven is er …

DSCN0103

Als het op verlengingen en – godbetert – strafschoppen uitdraait, hebben we brood/kaasplankjes bij de hand:

DSCN0104 (2)

Zelfs een kleine finale verdient fleurige decors:

Weekend …

Je ziet ze al van ver aankomen (als je geluk hebt): snelle en/of opgefokte auto, dus ook overdreven snelheid, met de voorbumper tegen de achterkant van een andere auto aan, schuivend van links naar rechts in de hoop ergens een ongeoorloofd inhaalmanoeuvre te kunnen inzetten. Eventueel een fietsregaal achteraan of bovenop, bestuurder met een “Ray Banneke” op het verkrampte, vloekende gezicht en witte kneukels aan de vingers die het stuur omklemmen. En uiteraard: een Belgische nummerplaat. Ze zijn op weekend en dat zullen we hier geweten hebben.

Wat ze hier komen zoeken? “De rust, madam, het is hier rustig en ge kunt hier goed fietsen”. Rustig was het vóór ze hier aankwamen en zal het hopelijk weer zijn als we van hen verlost zijn. Want of ze nu in die laagvlieger zitten of in het fietszadel, wij zijn ons leven niet meer zeker.

Op zondagochtend rij ik vroeg met hond Jeppe naar Hulst. Daar is een supermarkt die om 8:30 “Belgische pistolets en koffiekoeken” begint te verkopen. Je moet er niet tegen 11:00 aan komen, want dan is alles op. Voor ons ontbijt is dat te laat, maar ’s middags smaakt dat ook nog.

Maar eerst gaan Jeppe en ik wandelen in de Clingse bossen. Lekker rustig, luisteren naar de vogeltjes, spelende konijntjes nakijken, snuffelen aan een boom waar net een eekhoorn in verdween (de hond dan), … Er is een losloopgebied voor honden en daar zou ik Jeppe graag ook zijn gangen eens laten gaan. Maar op zondag kan dat niet. Want regelmatig wordt de stilte aan stukken gescheurd door een bende gekken op terreinfietsen.

Je hoort ze (gelukkig) al van ver komen, want ze brullen de hele buurt bij elkaar. Ze scheuren door het losloopgebied aan een snelheid die niet te verantwoorden is en als ze het bos uitvliegen en op de hoofdpaden komen, houden ze niet eens even in om te kijken of de weg vrij is.

Er zijn daar niet alleen lopers en hondenbaasjes. Ik kom daar regelmatig jonge moeders en vaders tegen met van die kleine kindjes, die net kunnen stappen (of net niét) en die daar tenminste eens zouden kunnen trotten zonder tegen een harde vloer te knallen. Zo’n kleine kindjes kunnen nog niet in de struiken springen om onder de fietswielen uit te blijven. Hun ouders kunnen hen op die tijd ook vaak niet opzij sleuren, want door de onderbegroeiïng zie je niet altijd goed dat er een paar meter verder een zijpad is. Ik denk maar liever niet aan waar ik nog wel eens getuige van zou kunnen zijn.

Het leven zou nochtans heel simpel kunnen zijn: er is plaats voor iedereen in de Clingse bossen, op voorwaarde dat iedereen een beetje respect toont voor de anderen. Als de fietsers bij een kruising even inhouden om te zien of de weg vrij is, de hondenbaasjes hun lieverds aan de voet roepen of even aan de lijn doen als er lopers of fietsers aankomen en hondenpoep ruimen zodat de kindjes niet vol hangen als ze een buiteling maken, en als de wandelaars hun snoepwikkels en fruitsapbrikjes weer meenemen zodat het bos proper blijft, dan kunnen we daar allemaal genieten.

En dan uitgerust, ontspannen en met een helder hoofd weer in de auto naar huis. Aan niets méér dan de toegelaten snelheid. Dàt zou nog eens een fijn weekend zijn …

Hoog bezoek …

De dag begon al vroeg en druk. Uit bed gejaagd door de binnengeslopen warmte, waren we allebei (Manlief en ik) al beneden vóór de zon goed boven de schutting uit kon kijken. Alleen Jeppe bleef nog wat soezen. Die heeft dus de matinee gemist.

Voor zover wij weten, kregen we weer een nieuwe soort op de feeders: een stelletje distelvinken kwam de uitgestalde waar keuren. Terwijl de ene zich nog wat verlegen achter het decor schuilhield, zag de ander er absoluut geen graten in om te poseren voor de (verkeerde) lens. Beter dan dit zat er niet in, want als ik eerst het andere fototoestel moest gaan halen, was de vogel gevlogen. Ik ben allang blij dat deze zijn zenuwen onder controle had zodat ik tussen de vliegenlinten kon piepen. De ruiten zijn dringend aan een poetsbeurt toe. We wisten al dat er in de buurt regelmatig rondvlogen, maar dit was de eerste keer dat we ze op de feeder hadden.

Distelvink

Terug van weggeweest: de jonge grote bonte specht. Goed herkenbaar aan de nog onvolledige kap en het vale wit van borst en rug. Het is nog wachten op de volgende ruibeurt om een stralend wit pakje aan te trekken. Een weekje niet gezien, maar nu weer gulzig aan de beurt:

Grote bonte specht

En ja, het is voor iedereen warm deze dagen. Deze houtduif vond dat ze net zo goed ín de drinkbak kon gaan zitten. Dat wordt extra schrobben.

Houtduif in bad

Tot daar wat er vóór het ontbijt gebeurde. Met de koffie nog in de hand, kreeg Manlief een nieuwe gast in de gaten. Toestel nummer 2 was intussen ook beschikbaar en daar kwam dit portret van:

Colibrivlinder op kattenkruid (2)

Een beetje wazig, maar dat heb je nu eenmaal met kolibrievlinders. Even gaan zitten om te snoepen is er niet bij.

Colibrivlinder op kattenkruid (3)

En toen was het voor mij tijd om te vertrekken voor de wekelijkse boodschappen. Bij thuiskomst was Manlief een opgewonden standje. Zelfs het diepvriesgerief moest maar wachten. Eerst komen kijken!

Groot koolwitje

Een groot koolwitje ging vol belangstelling kijken of de asters ook al aan bloeien dachten.

Bij op zonnehoed

Een bij (maar de soortnaam blijf ik u schuldig) vond de zonnehoed een betere keuze. Geef het slimme beest eens ongelijk.

Maar toen kwam er plots hoogadelijk bezoek:

Koninginnepage op zonnehoed (3)

Een koninginnepage maakte haar entrée en koos zich een plaatsje uit op een wijd geopende zonnehoed.

Koninginnepage op zonnehoed (4)

Koninginnepage op zonnehoed

En dat allemaal achter mijn rug om …

Toen was het zomer …

We zijn alweer een snikhete, droge week verder en ik moet eerlijk zeggen: het dolce far niente (deels gedwongen, deels sinds lang verhoopt en eindelijk gekregen) bevalt me wel. Ik kan er aan wennen.

’s Morgens, terwijl het nog koel is, doen wat gedaan moet worden. Op dat moment is het nog haalbaar om wat heen en weer te pendelen en bezig te zijn. Eens de warmte toeslaat gaan de luiken dicht om nog enigszins de illusie van relatieve koelte te vrijwaren. De deuren worden enkel geopend uit noodzaak, anders horen ze de zon buiten te sluiten.

Zo af en toe moet een mens natuurlijk de zomer trotseren. Zolang dat nog in het lommer en te voet kan, aan een gezapig tempo en voor korte tijd, dan gaat dat nog. Maar verplaatsingen met een auto, die dan uren in de blakende zon op een parking staat te bakken, of een paar kilometer doorstappen over dit vlakke land met een hond onder die loden bol: thanks but no thanks. Ik heb er echt schrik van.

Gisteren lag de keuze niet bij mij. Ik had in Terneuzen een afspraak met de dienst Belgische Zaken, om wegwijs te worden in de belastingaangifte alhier. Die moest eigenlijk al binnen zijn, maar de benodigde attesten uit het thuisland kwamen pas tegen de periode dat men die daar nodig heeft. In Nederland komt de vermaledijde paarsblauwe omslag al begin maart en hoort hij beantwoord te zijn tegen begin april. Dan moeten ze bezuiden de landsgrens nog wakker worden. Niet dat men er hier zwaar aan tilde (daarvoor hadden zij het ook te warm). Ik was al heel tevreden dat de lieve dame die me bereidwillig te woord stond zélf ook niet bij elke vraag direct een antwoord klaar had. Ik voelde mij op slag al een heel stuk minder dom. Maar ik werd ook niet in het riet gestuurd met de kluit: “Ik weet het ook niet”. Nee, we zijn er samen uit gekomen en vóór ik mijn examen indien, mag ik het eerst nog eens laten nalezen. Het was op slag minder heet toen ik de auto instapte om naar huis te rijden.

Normaal zou ik eerst nog op de Zeedijk van Terneuzen naar het verkeer op de Schelde zitten kijken hebben. Er staan daar bankjes, er is daar een jachthaventje, ijsje of een frisdrankje bij de hand en uitkijken over het water: het kan simpel geluk zijn. Maar dezer dagen behoor ik ook officieel tot de risicogroep die ozonrijke momenten beter binnen kan doorbrengen. Wat in de huidige omstandigheden zo ongeveer betekent dat ik afgelopen winter méér tijd buiten doorgebracht heb dan nu. Binnen tegen 11:00 ten laatste en pas weer naar buiten na 22:00. Zelfs een plekje in de schaduw is maar voor korte tijd aan te raden. Dan gaat de interne ozonmeter in alarm en moet ik opkrassen. Anders sputtert de motor. Hopelijk draait hij weer soepel na de revisie binnen twee weken.

 

Eindelijk..!

Gisteren is de laatste hand gelegd aan de keuken. Na de vakantie moesten nog twee stukken werkbladplint geplaatst worden. Dat gebeurde twee hectische weken geleden, dus het schilderen liet nog even op zich wachten.

Met de voorspelde tropische warmte wilde ik – koste wat het kost – die klus nog af hebben, want bij >25°C op en af een ladder stommelen en buiten mijn bereik toch nog netjes werk leveren, dat zat er niet in!

Het eindresultaat is compact, maar volgens mij best wel toonbaar:

DSCN0094 (2)

DSCN0093 (2)

DSCN0092 (2)