Kijk eens naar het vogeltje …

In hun reactie op mijn vorige blogje opperden een paar collega-bloggers dat ze wel een paar tips konden gebruiken voor het maken van natuurfoto’s. Nu ben ik zelf allang niet meer van de technische uitleg. Ooit, in de tijd dat de paarden nog konden spreken en ik nog een manueel te bedienen fototoestel met filmrolletjes gebruikte, had ik de meeste vuistregels over verhouding belichting/diafragma/filmgevoeligheid etc. wel zo ongeveer gebeiteld in het hoofd. Maar sinds de komst van de digitale fotografie, en vooral door de aanschaf van een wat gesofisticeerder toestel, vertrouw ik vooral op de “kunde” van het toestel en werk op de automatische stand.

De voornaamste reden daarvoor is, dat met name dieren niet blijven poseren tot je de handleiding van je toestel uit hebt. Planten blijven tenminste nog op hun plaats, maar een vogel of insect denkt al gauw “salut en de kost“. Als je dan al een kwartier bezig bent met handmatig instellen is dat om dood te vallen.
Daar komt nog bij dat er zo veel knopjes en klepjes en standjes aan dat toestel zitten, dat je inderhaast nog wel eens de hele boel weer ontregelt vlak vóór het afdrukken.
Dus mijn eerste vuistregel is: werk automatisch als de omstandigheden dat toelaten.

Natuurlijk is het wel superleuk als je ook al die speciale standjes (van je toestel, wel te verstaan) kan gebruiken, maar dat doe ik vooral bij opnamen die ik kan voorbereiden, zoals een zonsop-/ondergang of zo. Als je op tijd ter plaatse komt kan je alles installeren: statief, camera en de instellingen (die je vooraf thuis al wel hebt doorgenomen, maar neem toch die handleiding maar mee). En vergeet niet: tegenwoordig kom je met een mobieltje met iets of wat camera ook al een heel eind!

Voor natuurfotografie is gouden regel nummer 1 eigenlijk: ken je onderwerp! Ken de plaats of het biotoop waar je foto’s wil maken en weet wat je er kan verwachten en wanneer. En dat kan maar op één manier: ga er veel wandelen. Het zal al wel opgevallen zijn dat de relatief kleine omgeving van ons huis hier vaak een hoofdrol speelt, want daar wandel ik bijna dagelijks. ’s Morgens, ’s middags, ’s avonds. In alle seizoenen en bij elk weertype.

En dan is het zaak om je ogen de kost te geven. Neem niet altijd een camera mee, zorg vooral dat je ogen en oren wijd open zijn. Leer het gebied aanvoelen. Wat ik wél vaak doe: als ik een bepaalde lichtinval zie waar ik wel eens wat mee wil doen, dan maak ik een foto met mijn mobieltje en noteer seizoen, uur en weersomstandigheden. Zo weet je wanneer je de meeste kans maakt om dat nog eens te zien. En kijk niet alleen naar de lucht of in de verte. “Hét” gebeurt soms vlak vóór je voeten!

Kijk ook goed welke dieren er voorkomen, leer ze kennen, neem de tijd om hun gedrag te bestuderen en de manier waarop ze reageren op menselijke aanwezigheid. Vooral dat laatste is belangrijk. Ik heb ooit – in de beginjaren van Grasduinen (tegenwoordig Roots) een reeks artikels van Fred Hazelhoff gelezen. En wat hij meegaf als raad, pas ik nu nog toe. Het heeft niets met het fototoestel en alles met de fotograaf te maken:

leer je gebied kennen dan weet je welk tijdstip het meest geschikt is voor wat je wil vastleggen; wij wonen in een getijdengebied, dus moet ik daarmee rekening houden (wanneer is het hoog of laag water?).
leer zijn bewoners kennen dan is het makkelijker om te weten waar ze zich op een bepaald tijdstip ophouden; als binnenkort de brandganzen en masse het land in komen, is het zaak om in de gaten te houden welke maïsakker geoogst wordt, want daar zitten ze dan met honderden, zelfs duizenden. Dieren zijn afhankelijk van planten, soms zelfs van één bepaalde plant (vlinders en hun waardplanten, bijvoorbeeld). Zoek uit waar en wanneer die planten bloeien.
gedraag je steeds op dezelfde, rustige, manier zodat vaste bewoners weten dat ze van jou niets te duchten hebben; ze komen daarom nog niet op je schouder zitten, maar reken maar dat ze je herkennen.
volg steeds dezelfde route zodat ze weten hoe ze een veilige afstand kunnen bewaren (meestal ietsje méér dan 1,5 m 😉 ).
draag liever géén camoufflagekleding want daar worden ze zenuwachtig van; als ze je voortdurend kunnen zien kunnen ze hun strategie uitkienen; als je het éne moment zichtbaar bent en het volgende opeens wég, slaat de paniek toe. Wél handig is als je je eigen contouren, en vooral die van een statief met telescoop of fototoestel, laat opgaan in die van struiken of zelfs je geparkeerde auto.
wees voorspelbaar, zelfs als je niet van plan bent om een foto te maken, breng af en toe rustig de camera of verrekijker in de aanslag, zodat ze die handeling leren herkennen; houd daarbij rekening met het feit dat rechtstreeks op het dier richten vaak angst aanjaagt: je lens is een OOG!
gebruik geen deo of andere geurtjes als je de natuur in gaat; vooral zoogdieren zijn daar erg gevoelig voor, maar je trekt er ook ongewenste aandacht van chagrijnige insecten mee.
heb respect voor de natuur: ga niet languit bovenop de begroeiing liggen om die éne foto te maken. Pluk geen half grasland kaal omdat er een halm in beeld komt. Sommige foto’s willen niet gemaakt worden.

Dit is wel genoeg voor een eerste keer, denk ik. In een volgend blogje ga ik het hebben over de (foto)jacht zélf en in deel 3 gaat het dan over wat je met de buit moet doen.

Eén ding is zeker: iedereen kan mooie natuurfoto’s maken, ook zonder dure camera. Een natuurfoto is mooi als je er de liefde en het respect voor het onderwerp in voelt en als het model zich op zijn gemak voelt. Een verschrikte blik roept weerzin op.

13 gedachtes over “Kijk eens naar het vogeltje …

  1. marieclaire 2 september 2020 / 17:24

    Met die harde wind de afgelopen week bleven de halmen en plantjes ook niet keurig stilstaan. Wel leuke plaatjes van kunnen maken.

    Like

    • Affodil 2 september 2020 / 17:26

      Dat is natuurlijk ook altijd om iets van te krijgen. Meestal zijn wij met z’n twee en als het enigszins mogelijk is, speelt één van ons voor windscherm. Maar dat kan uiteraard niet altijd.

      Geliked door 1 persoon

  2. Menck 2 september 2020 / 18:07

    Ik werk nooit automatisch. Je camera stelt dan de objecten scherp die hij wil. Meestal zijn dat de dichtst bij de lens staande.
    Scherpstellen op één bepaald punt vergt nauwelijks tijd als je de handeling wat beheerst. Zo focus je letterlijk op het onderwerp dat de aandacht verdient.

    Mijn camera is ondertussen al wat op leeftijd (Canon EOS 700D). Met zijn 12 Mp doet hij tegenwoordig onder voor een beetje smartphone. Doch zolang hij functioneert, ben ik (voorlopig) nog tevreden.

    Like

    • Affodil 2 september 2020 / 20:38

      Onze toestellen kan je zo instellen dat je vertrekt met 11 scherpstelpunten. Na een paar seconden hou je er 1 over en dan kan je de camera heen en weer bewegen, hij blijft scherp op die afstand.

      Like

      • Menck 2 september 2020 / 21:28

        Mijn camera heeft eveneens zulke scherpstelpunten, al zijn het er maar negen. Feit is echter dat ik ze niet kan oproepen in het standje “Automatisch”.

        Like

        • Affodil 3 september 2020 / 07:55

          Dat kan dus bij ons wel en dat maakt het héél veel eenvoudiger. Anders zou het inderdaad vaak mis gaan met automatische scherpstelling.

          Like

  3. djaktief 2 september 2020 / 20:55

    Bedankt voor je informatieve blog. Ik was vandaag op de (te drukke) heide met de smartphone. Op de fiets is dat fijner. Maar met mijn Canon spiegelreflex zie ik toch meer. Ik heb in mijn laatste blog daar wat voorbeelden van gezet en gelijk naar jouw blog verwezen.

    Like

    • Affodil 3 september 2020 / 07:58

      Met de fiets er op uit is al een manier om meer te zien. Als je dan ook nog begint rond te kijken naar mooie plaatjes zie je inderdaad héél véél dingen waar je anders aan voorbij zou gaan.
      Ik ga straks eens ruim de tijd geven om naar je foto’s te kijken en je blog te lezen. Nu eerst maar eens ontbijten.

      Bedankt voor de doorverwijzing, trouwens.

      Geliked door 1 persoon

  4. MyriamC 3 september 2020 / 08:09

    Het blijft voor mij latijn hoor. 11 scherpstelpunten? Nooit van gehoord. Maar ik heb dan ook geen spiegelreflextoestel. Wel een compact met veel toeters en bellen die ik nooit gebruik.

    Like

    • Affodil 3 september 2020 / 08:15

      Dat van die toeters en bellen herken ik. Die zitten er dus ook (en nog meer) aan een spiegelreflex). Het loont zeker de moeite om die te verkennen, thuis, met het boekje er bij. Je vindt altijd wel nog iets waarvan je denkt: “dat zou ik dààrvoor kunnen gebruiken”. Als je dat dan oefent en de mogelijkheden van verkent, krijg je dat in de vingers.

      Met die scherpstelpunten hebben Menck en ik het over een aantal punten die je in de zoeker krijgt als je de ontspanknop half indrukt. Op die punten stelt de lens zich dan automatisch scherp. Na een paar seconden blijft er één punt over. Dat kan je “bewaren” door de ontspanner half ingedrukt te houden. Hoe je je toestel dan ook nog draait, diè afstand wordt scherp gehouden. ( https://www.zoomacademy.nl/blog/autofocus-of-handmatig-scherpstellen-welke-kun-je-beter-gebruiken/ )

      Like

      • MyriamC 3 september 2020 / 09:35

        Oh ha, die scherpstelpunten. Ik vermoed dat het die groene vierkantjes zijn?
        Ik heb echt het geduld niet om zo’n boekje uit te pluizen.

        Like

        • Affodil 3 september 2020 / 09:40

          Bij jou zijn het er dus groen, bij mij rode. Maar dat is het dus.

          Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.