Open Vogelringdag …

Maar dan moet je wel op tijd je bed uit en op de afspraak zijn bij de vogelringpost. Dat vroeg opstaan is bij mij al geen punt, want de dagen dat ik pas nà 6u uit bed ben zijn verwaarloosbaar. De haan die mij te grazen neemt, leer ik eieren leggen.

“Open Vogelringdag”, ’t is weer eens wat anders dan “Open Monumentendag” of “Open Bedrijvendag”.

Ik vind de rendez-vousplaats vlotjes en weet uit een mailtje van gisteravond hoe ik het terrein op kan en dat ik mag doorlopen tot bij de plek waar het allemaal te doen is.
Jos, Koos en Wilbert wachten mij op. Er is al een eerste keer “geoogst” en een stel wriemelende zakjes hangt intrigerend aan de haakjes van de hangardeur te wachten. Voor de ingewijden verraadt de kleur van de stof al  iets over de inhoud maar leek zijnde, kom ik niet verder dan “vogel”. Vooral over dat éne rode zakje wordt heimelijk gedaan. Daarin zit volgens de experts “een specialleke”.

Omdat collega Alex een uurtje later nog met een paar bezoekers komt,  wordt er niet te snel gewerkt, want anders hebben die niks meer te zien. Maar er kan ook niet onbeperkt getalmd worden, want dat is voor de bewoners van de zakjes niet zo goed. Er moet vooral voor gezorgd worden dat de gevangen vogels niet in de volle zon hangen.

Na een uur worden de netten nog eens gecontroleerd en wij mogen mee. Er valt niks te halen. Jos legt uit dat dit een beetje een overgangsperiode is. De nachttrekkers zijn bijna allemaal weg en als de vogel gevlogen is, kan je hem niet meer vangen. De dagtrekkers zijn nog even aan het opvetten om zo rond begin oktober hun biezen te pakken.

De witte zakjes moeten er het eerst aan geloven vanwege de stressgevoeligheid van de inhoud. Daarin worden de kleine karrekieten bewaard. Ik krijg meteen uitleg over de techniek van het ringen, het meten, wegen,  identificeren, de fijne kneepjes om sterk gelijkende soorten van elkaar te onderscheiden, … Intussen werkt stagiair Wilbert de procedure van zijn eerste gast af.

kleine karrekiet

Zakje nummer 2 (ook een wit, dus daar verwachten de ringers ook een kleine karrekiet in) zorgt voor een extra “specialleke”: een snor, verraden door zijn vleeskleurige pootjes. Ook de vorm van de staart – een mooi bruin waaiertje – is één van zijn handelsmerken.

snor
Twee zakjes, twee soorten. En er hangen nog 3 verschillende soorten zakjes, waaronder dat mysterieuze rode ding.

De hand van de stagiair-ringer gaat naar een volgend groepje: de rietzangers. En intussen krijg ik voortdurend leuke inside-weetjes over hoe je bijvoorbeeld bij bepaalde soorten kan weten of het een “1ste KJ” is. Dat is beroepsjargon voor 1ste kalenderjaar. Ringers willen nog wel eens van een vogel verlangen dat hij het achterste van zijn tong laat zien. Want jonge (1stejaars, dus) verraden zich dan met een tongmerk (2 zwarte puntjes achteraan op de tong). Geen onbetwist kenmerk voor sommige soorten, maar vaak genoeg een indicatie. Als het beestje openheid van zaken wil geven, natuurlijk.
Een ander mogelijk kenmerk van een 1steKJ: de lichte zoom aan de vleugel.

lichte zoom aan vleugel

lichte zoom aan vleugel (bis)

Nog een andere ringersterm is de “notch“. Omdat het zich moeilijk laat uitleggen en er toch een tekeningetje voorhanden is, maak ik daar een foto van. Kwestie van mijn geheugen een steuntje te geven. Die “notch” kan bijvoorbeeld vertellen of het ringetje om de poot van een grote karrekiet, dan wel van een bosrietzanger zit. Het zit ‘m in de kleinste details. Vandaar dat je als vogelwatcher vaak blij bent dat je er nog wat geluid bij krijgt. Maar dat is iets waar ringers niet op kunnen rekenen, want een vogel in een zakje heeft maar zelden zin om een recital te geven.

notch (1)

notch (2)

De blauwe zakjes zijn aan de beurt. In een gebied waar blauwborsten zich graag ophouden, is het nogal wiedes dat die stofjes voor hen gereserveerd zijn. De eerste die weer het daglicht ziet, is een mannetje. Dat wordt duidelijk als zijn oranjebruine ring over de borst zichtbaar is.

blauwborst

blauwborst bis

En dan is het eindelijk tijd voor de apotheose: de geheimzinnige rode zak. Veel gespartel, een grote ringershand die in eerste instantie de identiteit van het beestje verhult. En dan (tromgeroffel): een cetti’s zanger. Net als de voorgaande vogels behept met een naaldfijn snaveltje. Een bruin kopje, een grauwig lijfje, … Voor een niet-kenner ziet hij er – eerlijk gezegd – net hetzelfde uit als de rest (de blauwborsten niet te na gesproken). Maar in de handen van ringers (en onder hun deskundige toelichtingen) leren we toch weer wat bij. Ik was een paar jaar geleden al eens door zo’n onzichtbaar beestje beetgenomen in de Bazelse polder, maar nu kan ik die plaaggeest eindelijk in de kraaloogjes kijken.

cetti's zanger

Alex neemt ons nog even mee naar een konijnenhol, om ons te vertellen over een onvermoede bewoner van deze plaats. Omdat er aan de ingang geen begroeiïng is en het zand voldoende aanéén houdt om er ook piepkleine gaatjes in te maken, is dit een uitstekende plaats voor de schorzijdebij. Temeer daar ze hier haar waardplant bij de hand heeft (en die komt nu net volop in bloei): de zeeaster of zulte. Het is een bij met een geelros jakje en een duidelijk zwart/wit gestreept achterlijf. Net als we denken dat we nog te vroeg zijn, komt er toch eentje naar buiten.

En dan zit het er op voor vandaag. Een tweede oogst zit er niet in. De zon maakt de netten te goed zichtbaar voor de vogels, die er mooi overheen vliegen. Op het moment dat we er bij stonden, leek het even of er zwaluwen in de netten konden komen. Ze slapen in het riet en hun wekkertjes waren net afgegaan. Maar er laat zich geen enkele verschalken.

Met een hoop interessante weetjes in de rugzak en na een uitgebreid afscheid met veel bedankjes, krijg ik van Alex een lift tot bij het hek. Daar krijg ik nog een lang verhoopt, maar niet verwacht extraatje: een groepje baardmannetjes speelt in de toppen van het riet. Deze “Open” dag kan niet meer stuk.

baardmannetjes

Wat een heerlijke manier om een zaterdagvoormiddag door te brengen.
Hartelijk dank aan mijn gastheren en zeker tot een volgende gelegenheid!

 

Advertenties

2 gedachtes over “Open Vogelringdag …

    1. Affodil

      Ik ben zelf geen ringer, he. Daar moet je een opleiding voor volgen en dan om de 3 jaar een opfriscursus en een proef afleggen om je licensie te behouden. Maar het was een unieke gelegenheid om zoiets van dichtbij mee te maken en vooral om van die mannen veel te leren. Op 29/9 is er nog een laatste kans voor dit jaar. Dan gaat Manlief mee.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.