Apetrots …

Midzomer. Zonnewende. Vanaf nu gaan de dagen weer korten. Ik kijk er niet naar uit. Ik wil nog even genieten van de zon (als ze wil schijnen), de bloemen, de insecten, …

Toch wordt het zo stilaan tijd eens een balans op te maken van het broedseizoen van dit jaar. Dat gebeurt deels op basis van de nesten die we met zekerheid weten zitten (of toch ongeveer, een halve meter meer of minder maakt niet uit), deels op basis van de uitgevlogen jongen die – al dan niet samen met pa en ma – aan het voederstation worden gezien. Er zaten dit jaar een paar aangename verrassingen tussen!

Ons perceel is ietsje groter dan 800m². Trek daar pakweg 200m² af voor huis, garage en verharde gedeelten (oprit, terrasjes, …) dan houden we een mooi plekje over, maar niet echt een park. Toch is dat voldoende gebleken voor volgende “huurders”:

– 3x merel (minstens, en we hebben ze allemaal nog een 2de keer zien nestdragen)
– 1x lijster
– 1x ringmus (van het 1e nest is er 1 jong dood in het nest gebleven; dat weet ik doordat de nestkast even van de muur moest. In het 2e nest lagen 4 levendige jongen met beginnende pluimschachten)
– 1x winterkoning
– 1x roodborst
– 1x heggemus (jong mee aan tafel gezien)
– 1x groenling (met 1 jong dat mee aan het voederstation kwam)
– 1x roodstaart (dat jong liet zich gisteren voor het eerst zien)
– ?x koolmees
– ?x pimpelmees
Beide mezensoorten waren goed vertegenwoordigd en hebben elk minstens 1 goedgevuld nest leeggeschud. Afgelopen week mochten ze allemaal (de 2 soorten door mekaar) mee naar het zwembad (onze vijver).

Bovendien verdenk ik ook nog een vink ervan dat ze ergens een plekje gekraakt heeft, maar dat kan ik niet echt staven. Man en vrouw waren er gewoon net ietsje te vaak om toeval te zijn, maar dat is niet erg wetenschappelijk, he?

Vaste gasten (de één al wat frequenter dan de ander): blauwe reiger (al zit die zich tegenwoordig aardig te verbijten omdat hij niet meer bij de vissen kan), grote bonte specht (verschillende keren per dag) en groene specht (als het begint te jeuken en hij assistentie van de mieren in de tuin zoekt).
In de winter wil de sperwer nog wel eens een meesje komen plukken, maar sinds het permanente voederstation verhuisde naar de zijkant van het huis, zullen de sporadische zomerbezoekjes wel wegvallen. De doorgang en het overzicht zijn waarschijnlijk ietsje te beperkt naar zijn zin. Als we in de winter weer verspreid over de tuin voederen, komt hij zeer zeker weer zijn kans wagen.

Bosduiven zitten er ook dagelijks in de tuin. Volgens mij hebben we een oudje permanent in de voortuin wonen. Ze zat hier deze winter al vaak te rusten op de grond. We dachten toen dat ze ziek was, maar ze is er nog steeds en ze komt meestal te voet lunchen. Ze is ons al gewoon en maakt zich niet echt druk meer. Turkse tortels hebben met zekerheid een slaapnest in de klimop achteraan de tuin. Of ze, behalve slapen, daar ook nog iets anders gedaan hebben, weet ik niet.

En niet bij de vliegende brigade, maar met zekerheid weer aanwezig in de voet van die klimop: schattige bijna pikzwarte spitsmuisjes. De woelmuisjes heb ik nog niet gezien dit jaar. Maar behalve timmeren en veel rommel maken, hebben we in die omgeving nog niet veel gedaan de afgelopen maanden. De rust zal moeten weerkeren eer die zich laten zien.

Een pijnlijke vaststelling (voorlopig althans) is het feit dat we, sinds de afbraak van de stallingen naast de deur vorig jaar, het gezelschap van steenuiltjes moeten missen. Zo lang we hier wonen ( 39 jaar) hebben we elke zomer het speelgoedachtige gepiep van “uipekes” gehoord, die hun jongen komen leren jagen in de struiken en onder de haag. Maar dit jaar niets, nada, noppes. En verdorie, dat mis ik. Eén van de dagen moet ik eens op zoek naar de gegevens van de uilenwerkgroep in onze streek. Vragen of ze eens ter plekke kunnen komen kijken waar we best een uilenkast kunnen hangen.

En de egelkast? Eerlijk gezegd weet ik het niet. En vermits we er takken op gelegd hebben om ze zo een beetje “natuurlijker” te laten ogen, kan ik het deksel niet lichten om even te spieken. We zullen moeten afwachten tot we eens een bewoner naar buiten zien komen. Mogelijk is het dan niet eens een egel, maar een andere kraker.

Niets sensationeels, maar toch ben ik wel apetrots op ons mini-natuurreservaatje. Mag ik?

Advertenties

4 gedachten over “Apetrots …

    • Ik sta er elk jaar weer van te kijken hoeveel “wildlife” je in een relatief kleine tuin kan persen. Kan me geen ene moer schelen dat tuinarchitecten e.d. smalend doen over onze “wildernis”. In hun steriele groene kamers wil nog geen spin wonen …

      Liked by 1 persoon

      • Ik hoop dat Menck niet tot die groep behoort. 😉
        Ik ken ook dat soort tuinen: er staan wel wat planten in, maar ze zien er zelden gezond uit en er is nauwelijks leven te bespeuren. Dode tuinen: mooi is anders.

        Like

        • Ik heb er alle vertrouwen in dat Menck niet van dat slag is. Maar we hebben ooit zo’n kerel uit ons dorp aangesproken om onze voortuin terug aan te leggen. “Daar is geen eer aan te halen”, trok hij zijn neus op. Paar jaar geleden. Waarschijnlijk was hij het al vergeten, maar enkele weken geleden sprak hij ons aan om ons een complement te geven. Waarop ik zeemzoet geantwoord heb:” Ja en hier halen wij alleen eer van”. Snob!

          Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s