Van weiden als wiegende zeeën …

… en andere schone dingen.

We zijn er nog eens op uit getrokken. Met de één-na laatste snoepreisbon die ik vorig jaar gekregen heb. Op die paar dagen dat het weer in feeststemming was, de afgelopen week. Ge moet maar chance hebben.

In onderling overleg hadden we eens een keuze gemaakt buiten ons natuurlijke biotoop. We trokken naar de Kempen, op de grens tussen de provincies Antwerpen en Limburg. Naar Balen, om precies te zijn. Waardoor we ons nu een beetje zedelijk verplicht voelen om morgen op tv naar “Groenten uit Balen” te kijken, want dat is er precies om gedaan, he?

We kozen voor de 15inn en kregen de “Terre”- kamer toegewezen, met uitzicht over de weilanden met schaapjes en een prachtige dreef, die we een volgende keer nog eens moeten verkennen wegens nu geen tijd meer. De fietsen mochten mee want we wilden ook voor het eerst eens een knooppuntenroute volgen. Gezien onze beperkte ervaring, het feit dat we de streek van haar noch pluimen kenden en er ons heel bewust van waren dat we dit jaar nog bijlange niet genoeg gefietst hadden voor grote exploten, had ik thuis een paar korte routes uitgestippeld. Er “moest” tenslotte ook nog gewandeld worden.

Om het maximum uit die 2 dagen te halen, waren we tegen 10u al ter plaatse. Uiteraard was de kamer nog niet beschikbaar, maar we konden de auto al op het erf kwijt. De fietsen werden afgehaakt en we maakten al een ritje om de naaste omgeving te leren kennen en een beetje gevoel voor oriëntatie te krijgen. Overal zagen we de knooppuntenpaaltjes staan en we raakten er warempel zelfs wijs uit.

Na een uurtje of 2 waren we weer bij af, stalden de fietsen in het schuurtje en stapten in de auto om op zoek te gaan naar het middageten. En een (regen)jasje voor mij, want door een misverstand was dat ’s morgens thuis blijven liggen en zo erg vertrouwden we het weer nu ook niet. Op beide punten waren we vrij snel bediend, dus keerden we terug naar onze B&B.

De kamer was intussen vrij en we trokken iets handiger kleding aan om aan de overkant van de straat natuurgebied “De Rammelaars” in te trekken. De natuur viert momenteel hoogtij. Het ontbreekt de insecten niet aan een ruime keuze aan nectarwinkeltjes. Ze waren dan ook overvloedig aanwezig. Klein geaderd witje, bruin zandoogje, dikkopje, (de rups van) de dagpauwoog, waterjuffers, glazenwassers, platbuiken, penseelkevers, … iedereen was op pad. In de verte verried een eenzame koekoek even zijn aanwezigheid en Manlief meende een paar keer een wespendief te zien.

Hoewel we eigenlijk slechts via een achterdeurtje in het natuurgebied waren gekomen (de hoofdingang lag amper een paar honderd meter verder, maar dat merkten we pas de volgende dag) haalden we dus een rijke oogst binnen. Waarna we met een fris biertje op het terras van ons logeeradres gingen nagenieten.

Avondeten en nog een ritje richting Lommel-Kolonie (waar we nog verre herinneringen van een wandeling aan hadden) en dan naar bed. Door de ramen konden we net niet de schaapjes tellen, maar één voor één riepen ze ons goedenacht toe, en als je dat telt ben je ook vertrokken.

Dag 2 begon met een lekker ontbijt en één van de fietsroutes die ik thuis uitgeprint had. Uit langvervlogen tijden had ik nog een handig tasje overgehouden om aan mijn fietsstuur te hangen om daar de routebeschrijving in op te bergen, zodat ze de hele tijd zichtbaar was. Het eerste deel was best leuk (via het jaagpad langs het kanaal naar Bocholt), daarna volgde een lang stuk dat vlak naast een drukke weg liep. Dat was dus een stuk minder leuk, maar dat lag vooral aan onze onbekendheid met de streek. Uiteindelijk belandden we bij de watermolen in “het Grote Netewoud”. Een prettig gesprek onder gelijkgestemden (met de verantwoordelijke van Natuurpunt), een paar frisse drankjes (lokaal biertje voor mijn wederhelft, heerlijk appelsap voor mij), een leesboek voor één van de kleindochters en een folder met “3 wilde wandelingen” vielen ons daarbij ten deel. Het laatste stukje van de route leidde langs een uitnodigend terras waar we net op lunchtijd arriveerden. ’t Kon niet beter passen.

Na de middag besloten we eens te gaan kijken wat er nog van “de Kolonie” overblijft. De auto mocht in de schaduw van het Wateringhuis blijven wachten. Wij vertrokken langs weiden en velden. En een groot stuk langs een asfaltbaan. Misschien niet de gelukkigste keuze. Maar dat is leergeld. Nu we de tijd gekregen en genomen hebben om die brochure grondig te bestuderen, openen zich perspectieven voor een andere keer.

Een redelijk mislukt etentje (mijn vleesschotel was onetelijk zout, wat volgens de Thaïse kok de schuld van de slager was ?????), een tweede zalige nacht in schapenland en een tweede heerlijk ontbijt later zat dit uitje er op. Een paar tegenvallertjes, wat leergeld, maar vooral: ons wreed goed geamuseerd!

Thuis werden we al snel op de vingers getikt door ons “eigen” gevederte: we werden dringend verzocht de feeders eens bij te vullen. De bonte heeft er zelfs een trucje op gevonden om zich in barre tijden aan de pindakaaspot vast te klampen:

Pa en Ma Groenling hebben intussen hun zoon/dochter wandelen gestuurd (of ze hebben een nanny ingehuurd), want ze komen nog maar met z’n tweeën eten:

En met wat moeite kon ik nog net door het keukenraam een jonge roodstaart filmen op een boomstomp aan de achterdeur. Blijkbaar hebben zijn oudjes dan toch nog een leuk plekje gevonden in de voortuin:

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s