Welgeteld …

Ze waren niet met zovelen dit jaar, de vogels die tijdens het telhalfuurtje aan de feeders en op/onder de voederplanken kwamen poseren. En dat had vooral te maken met de voortdurende onrust in de tuin en op de oprit. Er werd namelijk het hele weekend huisraad verplaatst, aangesleept, afgevoerd, verhuisd. Het huis naast het onze, waar schoonmoeder gewoond heeft, moest leeg en wat nog gewild was werd opgehaald door de gegadigden. Dat bracht enorm veel beweging mee. En dat zijn onze eetgasten niet gewoon. Doorgaans is het héél rustig rond ons huis.

En ons kent ons. Dat helpt ook. Dat werd nog maar eens bewezen toen ik het buffet ging bijvullen. Ik schepte een flinke hoeveelheid gemengd zaad op de voederplank en legde er nog een gedroogde-wormendessert naast en terwijl ik nog met de pot en emmer van de voederplaats moest weglopen, kwam “onze” merel al aanschuiven. Uitgehongerd zeker? Feit is dat hij zich van mijn aanwezigheid weinig of niets aantrekt. We kennen elkaar dan ook al jaren. Het is dat ventje met zijn wit tonsuurke die zijn eega een paar jaar liet resideren in onze garage. De liefde (tussen hem en mij) zal een pak minder worden als hij binnen enkele weken vergeefs naar een toegang zoekt, want de deur-met-gaten is vervangen door een degelijk sluitend exemplaar. Het staat hem nog altijd vrij om in het tuinhuis zijn intrek te nemen (en dat zal hij zeker doen als ik hem zo een beetje ken). Maar dat is duidelijk downsizen. Daar staat dan weer tegenover dat de spin-prooien zo ongeveer tot aan de rand van het nest komen, dus de roomservice is daar beter. Kwestie van prioriteiten stellen en keuzes maken.

Eén van de andere twee merels moet vast familie van hem zijn, want die zit ook al een jaar of twee in onze tuin en er is eigenaardig weinig frictie tussen die twee. Een respectvolle afstand, dat wel, maar echte onverdraagzaamheid (nog) niet. Ik herken hem aan een witte pen in de staart.

Ik had vorige week nog tegen mijn betere helft gezegd dat ik mevrouw GroteBonteSpecht al een tijdje miste en kijk: speciaal voor de vogeltelling kwam ze nog eens acte de présence geven. Samen met (v)echtgenoot kwam ze de cijfers de hoogte injagen. Ik zag ook een insect dat hetzelfde lot onderging, want hangend tegen de garagegevel volgde ze haar voorgerechtje tot vlak onder de dakgoot. Haar meneer had intussen de mezen van de pindafeeder gejaagd zodat ze samen van de brunch konden genieten. Dat ik aan de andere kant van de ruit, op nog geen 5m afstand, voortdurend heen en weer liep zorgde enkel voor wat gezelligheid, vonden ze. Het valt trouwens heel erg op dat de spechten er bijna precies dezelfde eettijden op na houden als wij. Tenzij ze ergens in de perelaar of de populieren achter de tuin gewoon afwachten tot wij ook aan tafel gaan. We zitten nog geen halve minuut aan tafel en er komt er eentje mee-eten. Meestal komen de kleinere tafelschuimers dan ook te voorschijn, dus het is altijd gezellig druk aan tafel.

Het eindresultaat van deze vogeltelronde, in order of appearance:

3 merels, 3 huismussen (al werd er in de haag heel wat méér afgekwetterd, maar gezien heb ik alleen deze), 5 vinken, 1 ringmus, 2 smoorverliefde tortels (het gesmoes was om mottig van te worden, ik bood ze bijna een hotelkamer aan), 1 houtduif, 3 koolmezen, 1 pimpelmees, 2 grote bonte spechten, 1 heggemus, 2 zwarte kraaien (die ook al het zot in hun kop hadden) en 1 kauwtje. Die laatste zien we tegenwoordig ook regelmatig op de voederplank. In het begin héél nerveus, maar nu al goed ingeburgerd. Al is hij/zij de eerste om op de wieken te gaan als er beweging is in of om het huis.

Zo. Aangezien ik nog altijd uitgeteld ben van het gesjouw van gisteren, ga ik nu bankhangen met zicht op de tuin. Met de camera en de verrekijker binnen handbereik. Maar eerst nog even bij de groentenboer langs. Misschien heeft die weer een paar geblutste appels opzij liggen voor mijn pluimenvriendjes …

 

Advertenties

4 gedachten over “Welgeteld …

  1. Manlief vertelde tegen de middag dat het teldag was maar toen waren ze al gevlogen en ’s avonds heb ik er niet meer aan gedacht. Het enige opvallende is dat ik tegenwoordig vaker roodborstjes in de tuin zie. Ik voeder niet tenzij het echt winters wordt, maar ik klop wel het tafellaken buiten uit en als ik al eens oud brood heb dan geef ik het aan de eendjes.

    Like

  2. Je mag het hele jaar door voederen, alleen moet je het aanbod wat aanpassen aan de noden van het seizoen. Maar bv. een feeder met pinda’s of een houder met een pot pindaboter (evt. met toevoeging van bessen of meelwormen erin) speciaal voor vogels (die voor menselijke consumptie bevat veel te veel zout) kunnen vrijwel het hele jaar door gebruikt worden. Het bijvoederen in de lente en zomer is ook veel beperkter van schaal en enkel bedoeld als “klantenbinding” voor de standvogels. In een broedseizoen met veel slecht weer geef ik wel meer gedroogde meelwormen en ander eiwitrijk voedsel, anders komen de jongen niet groot.

    Like

  3. De grote bonte specht, kraaien en kauwen zie ik hier welhaast nooit. Vooral de m-vogels zijn in de meerderheid te onzent: mussen, merels, mezen en meeuwen. De ringmus ging aan de haal met de eerste prijs.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s