Eentje vóór het slapen gaan …

Mijn eerste blogje heette “De wereld volgens Affodil” en in die tijd verzon  ik nog wel eens een verhaaltje over de natuur. Niet erg wetenschappelijk, maar gewoon leuk om te fantaseren.

Toen ik “De wereld…” liet stoppen met draaien heb ik geukkig de tegenwoordigheid van geest gehad om de teksten te recupereren. Er zat zoveel dagboek-stuff bij die ik nu met plezier teruglees. Zoals uitspraken van de kleindochters, herinneringen aan uitstapjes en de hondjes… Af en toe ga ik daar nog eens in lezen. En soms zit er iets tussen waarvan ik denk: moet ik dat niet eens terug op mijn huidige blogje zetten? Het is eigenlijk nog altijd actueel, of het past in het seizoen, of …

Zo ook met dit verhaaltje dat ontstond nadat ik in de tuin een vlinder vond die zich met veel moeite uit zijn cocon wurmde.

Wat voor de rups het einde van de wereld is,
ziet de rest van de wereld als een begin. (Lao Tse)

Mie Rups ritste haar slaapzak helemaal dicht en vroeg zich af of ze de slaap wel zou kunnen vatten. Op het vreten van een kopieuze maaltijd groene blaadjes na, had ze de afgelopen dagen niet zo erg veel uitgericht. Ze was niet echt moe, eerder verschrikkelijk loom en lui. Bovendien was het buiten nog zo hinderlijk licht. Maar nog vóór ze de tijd vond om te beginnen piekeren, vielen haar ogen dicht en zat ze middenin een hoogst eigenaardige en verwarrende droom…

Een héél lange siësta later werd ze weer wakker. Om één of andere reden zag haar slaapzak er groezelig en verkleurd uit. Hij liet bruin-gelig licht door en rook wat muf. Bovendien leek hij wel gekrompen, zodat ze zich hoogst onbehaaglijk voelde en amper lucht kreeg. Haar poten deden pijn, haar rug jeukte en ze kreeg het veel te warm. Bijna in paniek zocht ze de rits en snokte die zo driftig open dat ze zich bezeerde.

“Eugghhh…Amaai, ik ben geradbraakt! Ik geraak hier amper uit die vieze overall. Alles doe zeer. Ik had precies dat laatste blaadje moeten laten hangen, want ik zat toch nogal krap in mijn slaapzakske.

Laat ies zien of we nog recht geraken. Wowwowwowooow!!! Wat is dat hier? Mijn kindersokskes gaan precies nie meer kunnen dienen. ‘k Gaan om panty’s moeten, denk ik. Da’s wel efkes wennen zenne mannen. Zo van die lange stekken… al goe dat er vanonder grijperkes op staan of ik zou hier rap naar beneeên liggen! Als die van hierneffest mij nu nog durft uitlachen, kan em ne sjot in zijn bollekraam verwachten met zo één van mijn superslanke gephotoshopte benen… Of mé alle zes!

Màààr ziet da! Nu droom ik al zo lang van een pelse frak en ik kom uit mijn bed met zo’n beestig vestje aan. Akkoord, ‘t is maar een bodywarmerke, maar ‘t is wel echt, hé. ‘k Voel me zo stilaan een heel madam.

En wat hangt er hier al heel den tijd voor mijn ogen te wiebelen? Zo twee lange haren. Die coiffeurs van tegenwoordig… ‘k Heb hier geen schaar bij, dus ‘k zal ze maar uittrekken of ik kijk straks zo scheel als een otter. Auw!!! Oeioei, die stomme sprieten zijn nogal gevoelig. Schoon afblijven. ‘k Zal ze efkes wat opzij proberen hangen, dan ben ‘k er ook vanaf. Euh? Wa’s da? Wacht, efkes wiebelen met die één spriet… Q-Music? Wa’s da veur iet? StùùùùùBrùùùùù? Djeezes. Wat een laweit! Zou da rechts ook gaan? Mmmm, file, depressie, recessie, agressie… Als dat Radio1 nie is! Aaaaahhhh! Da’s iets naar mijn hart! Klara’ke! Madam Botervlieg! Ik voel mij helemaal aangesproken! Zolang als ze de vlucht van den hommel maar nie spelen, want dan kuis ik m’n schup af, zenne!

Sé, en nu zou’k eindelijk wel eens willen weten wat dat die natte vodden zijn die ‘k hier in mijne rugzak zitten heb. Whaa!!! Da’s ne parapente, begot! Eigenlijk feitelijk nie mis mé al die kleurkes. Ochgot, daar vliegt er zo ene, sé. Maar da zal ‘t einde van de productie geweest zijn, als de verf al op was. Of ene van de witte producten…

Hééé! Zo niet blazen, zot! Waait es nie zo hard! Ik vloog hier bijna weg! Vloog…? Vlieg…? Vliegen…? Ik kan vliegen! Joepie, ik vlieg!!! Ziet ies ma, zonder handen!!! MAAR IK WEET NIE HOE DA’K MOET LANDEN!!! Da’s diep. Oooo, da’s diep. Da’s héél diep. Waar staan hier de freins, verdomme? Ah, dat ziet er ginder precies een zacht kusseke uit daar, dat groen met gele bollekes.

Oef! ‘t Zal wel nie op z’n elegantste geweest zijn, maar we zijn beneden en we leven nog. Amaai, da riekt hier goe. Dat riekt hier zoet. Niemand te zien? Dan ga ‘k ies proeven. Mmmm… lékkerrrrrr. Ik ben verdorie recht in een luilekkerland terecht gekomen. Die geel bollen waren snoepwinkels, verdorie! En ginder, die rooie en die blauwe, zouden dat ook kramen met zoetigheid zijn? Man, man, man, maakt mij nie wakker as dees nen droom is, want dan maakek u kapot!

Eh…? Wie is da? Die heeft precies dezelfde kleurkes as ‘kik. Zelfde club? Wow, dien heeft wel nie op een centje gekeken toen dat ‘em e reukske gekocht heeft, zenne. Chieken typ. En hij kijkt naar hier. Hij kómt begot naar hier! Hij…”

Mie, die zich niet langer meer Rups wilde laten noemen, kon nog net een ferm blad vastgrijpen en naar beneden trekken om de rest van het verhaal te onttrekken aan de nieuwsgierige blikken van de overburen…

 

 

Advertenties

2 gedachten over “Eentje vóór het slapen gaan …

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s