Eerst was er …

… de bom. Melding. (Het bommel-ding, in de personeelskrant)

Even wachten tot die van NSA mee zijn, want ik weet niet of ze naast rode oortjes ook met enige snelheid gezegend zijn. Heb ik jullie aandacht, jongens? Grijns. Brede grijns.

Eind oktober en we kwamen die maandag allemaal nietsvermoedend aan op ons werk. Om na hooguit een paar uur alweer huiswaarts te keren (de meesten van ons toch). Voor de achterblijvers (waaronder ik dus) werd het een superlange, superspannende en vermoeiende werkdag die bijna 14 uur zou duren. We plunderden de keuken zodra die door het explosieventeam was vrijgegeven. Nood breekt wet, prioriteiten eerst en dat soort ideeën. Toen we al het veroverde lekkers uitgestald hadden op een tafel en “catering!” riepen, waren we meteen de lievelingen van de aanwezige politie en speurhondenteams. Die laatsten hadden wel een thermoske en brooddozeke bij voor hun honden, maar niet voor zichzelf. Wat volgde waren uren van sloten openen en sluiten, trappen lopen, wachten en toekijken (dat laatste alleen voor het eigen volk). Gelukkig zonder resultaat voor de zoekactie. Alhoewel, niets is ook iets.

Toen the day after de gemoederen bedaard, de procedures geëvalueerd en – waar nodig – aangepast en de kleffe broodjes verorberd waren, konden we weer aan de normale slag. Dit zou nu wel het laatste nieuwsfeit van mijn bijna 40-jarige loopbaan geweest zijn.

Mis poes! Want een paar weken later stapte ik ’s morgens uit mijn auto om meteen en simultaan mijn gsm in alarmmodus te horen gaan en binnen in één van onze gebouwen de sirenes te horen aanslaan. Omdat het nu eenmaal mijn werk is, liep ik de verkeerde kant op (naar binnen) om te gaan zien waar al dat lawaai voor nodig was. Waar rook is, kan vuur zijn en rook was er meer dan genoeg. Dus de spuitgasten erbij gehaald. Het bleek om een kleinigheid te gaan, waar we met zijn allen nog even om konden lachen. Meer schrijfwerk (verslag) dan vlammen, godzijdank.

Anderhalve week later stond ik op een zondagse nacht alweer op onze parking na te praten met de mannen van de brandweer. Een akkefietje – gelukkig – waar de administratie ook nu weer meer tijd in beslag nam dan het afwenden van het onheil.

Hoeveel geluk  kan je (blijven) hebben? Nog 10 weken. Ik hoop dat mijn collega’s hun dagen mogen blijven vullen met opgeluchte communiqué’s en saaie verslagen over akkefietjes en kleinigheidjes. Een mens moet wat om de kost te verdienen.

Advertenties

2 gedachten over “Eerst was er …

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s