Vriendelijke meneren…

Ik kom slaap tekort. Veel slaap. En dat laat zich af en toe wel zien aan mijn stommiteiten.

Zoals daar was: deze voormiddag komen twee jongedames vragen waar ze hun demo-standje mogen zetten in de grote hal zodat het niet in de weg staat voor evacuaties en dergelijke. Ikke mee naar beneden, maar omdat ik niet zeker wist of dat standje daar kon blijven staan gedurende bijna 6 weken wou ik even navragen bij onze technische dienst of er opslagmogelijkheid was voor als het een (paar) dag(en) moest verdwijnen. En dus pakte ik mijn sleutelbos om te telefoneren. Om u maar een idee te geven, beste lezer.

Als een mens in zo’n geestestoestand is, moet hij of zij eigenlijk gewoon terug in bed kruipen en wachten tot het over gaat. Maar ik moest en zou vandaag rap wat administratie afhandelen tijdens de koffiepauze. Bellen naar de hospitalisatieverzekering om te vragen waar mijn centen blijven, bijvoorbeeld. Zoals ik al verwacht had lag ons dossier stof te vergaren “tot volgende week want het stond voor dan gepland om er aan te werken”. Een operatie van 19 oktober. Vorig jaar, wel te verstaan.
Maar ik had een vriendelijke meneer aan de lijn die dat kaftje van 4 bladzijden dik eens rap vanboven op de stapel van vandaag ging leggen. En dus staan intussen de centen op mijn rekening.

Als een mens zijn/haar ogen amper kan open houden en het verstand onderkoeld en door de regen verzopen is, moet hij of zij eigenlijk niet naar de politie bellen om te vragen wanneer ze eens tijd zouden gehad kunnen hebben om een mailtje van maandag te beantwoorden of tenminste toch een ontvangstbevestiging te sturen. Op 22 februari liep ik door de maanden lange mishandeling van onze boerenstraatjes schade op aan de auto. Doordat de politiemeneer van dienst diezelfde morgen zei dat ik met een uurke vroeger stoppen wel terecht kon voor aangifte heb ik dat uurke op mijn buik kunnen schrijven en de dinsdag erna (26/2) pas aangifte doen toen de burelen langer open waren. Want op vrijdagmiddag kappen ze ermee. Het eerste struikelblok voor de verzekering van de tegenpartij (lees: de gemeente). Bovendien heb ik een half uur zitten dicteren aan een verslag dat uiteindelijk ingekort werd tot 3 lijntjes en een nummer. Nog iets waar ze bij de tegenpartij vrolijk van werden, maar niet bij mijn eigen verzekering.
En dus pakte ik de telefoon (deze keer wel) en belde. En de mevrouw (ook een vriendelijke) die oppakte verbond mij door naar een vriendelijke meneer die (geloof het of niet) met een oplossing kwam. Als ik meer tekst wil, dan mag ik die komen dicteren en dan gaan ze die uittypen en er zelfs de foto’s van die gaten in de weg (foto’s die ik gemaakt heb en dus moet meepakken op een usb-stick) bijvoegen en dan moeten ze bij de tegenpartij wat minder lachen. Als die 149 andere schadeclaims even vlotjes behandeld worden, gaat die vriendelijke politiemeneer waarschijnlijk op ’t laatste toch niet zo vriendelijk niet meer zijn, dus ik ga maken dat ik de eerste ben.

Als een mens zo ver heen is moet hij of zij eigenlijk niet rap tussen de middag naar “Denikea” gaan. Zeker niet in de context van “het opblaasbed voor de logerende kleindochters is door den hond kapot getrapt en nu moet ik dringend iets anders hebben want morgen heb ik een logee”. Tegen dat ik in dat str*ntweer in Zweden-aan-de-Schelde aankwam en de achterbank neergeklapt had, was mijn lunchpauze eigenlijk al voorbij. Leve de gladde overuren! Omdat ik daar nog niet geweest was sinds de laatste veranderingen af waren, stond ik al verkeerd want te ver van de lift geparkeerd, maar dat had nog voordelen zou blijken.
Wel heb ik eerst heel de showroom gedaan om dan te ontdekken dat de verlichtingskes (want ik was dus eigenlijk van plan om schemerlampkes voor op onze nachttafels te kopen) beneden staan. Vlakbij het zelfbedieningsmagazijn.
Alwaar ik tot de ontdekking kwam dat 34,5kg toch teveel is voor mij als de afmetingen groter zijn dan mijn spanwijdte. En alwaar ik een vriendelijke meneer van het personeel zo bereid vond om dat efkes voor mij op te lossen.
Naar een selfscankassa waar ik ook weer de programmering bijna  in de war stuurde. En dan naar de parkeergarage. Kar achter mijn stalen ros geplaatst en dan op zoek naar nóg een vriendelijke meneer die dat pak eens efkes mee in den otto wou schuiven. Gelukkig liepen die op -1 ook rond.

En toen kwam ik in mijn bureel, aan mijn pc, en toen zag ik een mail van een niet zo vriendelijke meneer die dacht dat hij onbeschoft kon zijn tegen de zotte koei die gisteren in de gutsende regen – met de plassen in de zakken van haar werkanorak – zijnen otto terug op zijn plaats geduwd had, blokskes achter de wielen gestoken had om te vermijden dat hij een tweede keer tegen een Hollandse BMW zou doefen en nog een geplastificeerd  briefke achter zijn ruitenwisser gestoken had om hem te verwittigen dat hij niet achteruit mocht rijden zonder die blokken weg te sjotten.

Weet ge wat? Ik ben vandaag eigenlijk geen vriendelijke madam meer…

Advertenties

2 gedachten over “Vriendelijke meneren…

  1. Ondank is ’s werelds loon. Raar toch hoe veel mensen met een auto rijden en blijkbaar die handrem een overbodig accessoire vinden.
    Denk vooral aan de vriendelijke mensen die je pad kruisen. De rest is het niet waard.

    Like

    • Dat was in tweede instantie ook wat ik mezelf heb gezegd. Heb er na het schrijven van dit berichtje ook geen energie meer aan verspild. Maar het was op dat moment wel even “grrrr”.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s