O wijn, weest welkom wijn…

En is ze rood en helder dan is ze ons goed gezind
En streelt zij onze tongen dan is zij ongekend
O als de mensen drinken met vrienden al bijeen
Uit glazen die daar klinken
O wijn, weest welkom wijn

(Uit: De wijn, versie Laïs)

Zo’n dikke dertig jaar geleden hadden wij een eettuin: groensels, fruit, kruiden. Toen kwam de hele zware-metalen-hetze en –looking back– was dat vooral een goed excuus om met  het labeur te stoppen. Met zijn 2 hele dagen gaan werken, het huis verder afwerken en intussen nog 2 koters grootbrengen, het was eigenlijk al zwaar genoeg dat ze er niet nog die uitval van “de zilveren” over moesten komen strooien.

Nu we alleen nog onszelf moeten entertainen – voor mij doet de baas dat nog wel meestendeels- en in de wetenschap dat het met die vuiligheid niet veel erger gesteld is bij ons dan op een ander, kriebelt het terug. De mogelijkheden zijn voorlopig nog wat beperkt want we willen liever niet onze hele tuin overhoop halen om weer plant- en zaaibedjes aan te leggen, maar hier en daar doen zich toch al mogelijkheden voor. Ik toonde reeds vol trots onze slaplantjes die tussen de kruidenpotten en de kleine narcisjes groeien. Ik had het al over de radijsjes die broederlijk naast de zaaipotten met tuinbloemen in de kleine kast kiemen. En naast de vijver – op de plaats waar vroeger nog onze composthoop gelegen heeft- staan 4 rabarberplanten ongeduldig te zijn. Tot vorig jaar waren het er 2, maar ik heb er nog 2 bij gehaald (hopelijk een andere soort, maar vermits die eerste gekregen goed waren, weet ik dat dus niet).

Naast rabarbercompôte, “rabarber-met”-jam en rabarbertaarten in verschillende vormen en smaken willen we terugkeren naar een bezigheid uit die beginjaren: wijn maken. In casu: rabarberwijn, dus. En misschien -afhankelijk van de oogst- mirabellen- en perenwijn. En zeker (als ik het recept in handen heb van die Sardijnse vriendin) walnotenwijn ofte porto. We hebben een fles van haar gekregen om onze kop zot te laten maken, en dat is dus goed gelukt. Niet alleen is het de beste porto die ik al gedronken heb, maar de oude kriebel is er dus terug.

Eerste opdracht (lach niet!): de voorraad wijnflessen die op de schelft van de garage liggen terug naar beneden krijgen zonder ze te breken en vooral: zonder zelf iets te breken. En zonder ons “ne floeren aap ” te verschieten als er ineens “iets” onder onze handen of ons kin wegschiet op dat zolderke. Gewichts- en gestaltegewijs heb ik al zo’n bruin vermoeden wie de eer zal hebben. Gelukkig ben ik niet van het gil- en krijsgilde, maar het is toch nog iets anders dan naar de kermis gaan. Als ik daar toch zit, zal ik maar ineens de steriliseerketel met zijn toebehoren wat dichter naar de rand manoeuvreren zodat ik die krachtpatserij niet nog eens moet herhalen. Ne mens wordt er niet jonger op, quoi.

En terwijl buiten alles groeit en bloeit en rijpt kunnen wij al eens op zoek naar een adres waar ze nieuwe watersloten, zetgisten en ander geriefsel verkopen want ik vrees dat we in de Schoenstraat in Borgerhout niet meer terecht gaan kunnen. Ik zou daar morgen eigenlijk feitelijk eens efkes moeten gaan zien want ik passeer daar in de geburen. Ne mens weet maar nooit.

Het neerschrijven van al die plannen brengt een hoop herinneringen terug. Maar die laat ik nog even gisten voor ik ze hier neerzet…

Advertenties

6 gedachten over “O wijn, weest welkom wijn…

    • ‘k Zal eerst al maar eens de recepten opduiken en een adres zoeken voor gereedschap en zetgisten. Want met spontane gisting werk ik niet, veel te gevaarlijk!

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s