Nooit gedacht …

Ik had het nooit gedacht. Tenslotte zijn wij niet van het vlaggen. Zelfs niet voor de Rode Duivels. En ook niet voor nationale, regionale, gewestelijke, koninklijke of andere feestdagen.

WIJ ZIJN NIET VAN HET VLAGGEN!!!

En nu hangt er een vlag(JE) aan onze gevel. Een bescheiden doekje. Iets van ca. 40 x 60 cm. Geen driekleur, maar een Zeeuws leeuwtje-op-zee. 

Vanwaar de ommekeer? Vandaag zwaaien de leerlingen van groep 8 af. Hier in de school ’t getij . Normaal doen ze dat met een feestje op  school. Maar corona gooide ook daar roet in het eten. Dus vorige week stak er een flyer in de brievenbus met een oproep aan de wijkbewoners om vanmiddag te vlaggen en de huisgevel te versieren. En – als het kan – ook te applaudiseren voor de afzwaaiers.

't getij

Daar kan je toch niet tegenop? Dus hebben we een vlag besteld. Manlief was tegen driekleuren, dus viel de keuze op Zeeuws-Vlaanderen. En is Manlief nu nog naar de winkel om extra versiering te zoeken. In de buurt was niets te vinden in deze tijd van het jaar, dus is hij helemaal naar Hulst. Voor ballons (liefst niet eigenlijk vanwege plastic), of papieren slingers. Of zo’n herbruikbare stoffen slinger met vlagjes. Komt vast nog wel eens van pas.
(Ik heb de indruk dat wij nu toch wel heel goed aan het integreren zijn.)

Nog veel succes aan de nu ex-groep8-ers!!!

IMG_20200709_103625

 

 

En toen …

waren ze weg. De toekomst tegemoet. Een beetje verlegen, toch best wel blij met de aandacht en zelfs een beetje trots. Maar vooral: een beetje verlegen. Schutterig, met de handen in de zakken en tersluikse blikken naar de mensen die hen stonden toe te juichen.  

Vóór de regen …

We zijn intussen – op nog een paar plekjes na – eigenlijk wel blij met onze tuin. Vooral in deze tijd van het jaar zijn er een boel kleuren en tinten die elkaar aanvullen en ondersteunen.

Anders dan vorig jaar waren we dit jaar ook op tijd met de nodige hulpstukken om lange stengels te ondersteunen. Vooral de margrieten kunnen dat wel gebruiken. Het zag er dus allemaal nogal keurig en fleurig uit toen ik vorige week het laatste zonlicht van de dag gebruikte om één en ander vast te leggen voor het tuinfotoboek.

XYZ_1252 (2)

Het wit van de margrieten is eenvoudigweg oogverblindend. Witter-dan-wit.

XYZ_1258 (2)

Tussen de lelie’s, bellenboom en lavendel staan 3 pioenen. Nog klein en zonder bloemen. Dat zal mogelijk ook nog volgend jaar het geval zijn. Ik hoop dat het de zacht zalmkleurige zijn. Dan staan ook de lichtroze op hun plaats tussen het katten kruid, de kogeldistels en de bergtijm.

Dahlia’s. Die wil ik nog. Winterharde dahlia’s. Als die bestaan. Daar moet ik nog eens naar kijken. En om er elk jaar opnieuw plezier van te hebben moet ik de bollen hebben, denk ik. Iets om me in te verdiepen.

Deze week wordt het weer tuinwerk. Nu de tuin zijn portie regen gehad heeft bij nog redelijk groeizame temperaturen, is er wel het één en ander dat zich zonder uitnodiging tussen de aanplant gewrongen heeft. En hier en daar moet wat voedsel gestrooid worden aan de voet van nieuwe aanplant.

 

Heerlijk uitgeteld…

Compleet strike. Zo voelde ik me gisteravond. En heel gelukkig ook.

Vrijdag namiddag de jongste twee kleinkinderen opgehaald voor een weekendje logeren. Voor Zus (bijna 7) was het enige nieuwe het logeerbed. Zij was hier al eerder samen met Oudste (10) te gast.

Voor Broer (bijna 4) was dit een uitgestelde primeur. Eigenlijk zou hij afgelopen kerstvakantie blijven slapen, maar door omstandigheden werd dat uitgesteld. En de nieuwe omstandigheden sinds dit voorjaar maakten dat we hem via een smokkelroute hadden moeten vervoeren in de koffer om hem eerder hier te krijgen. En eigenlijk was het geen slechte zaak dat Zus er bij was, die eerste keer.

Vrijdag was het broeierig warm en klam. Maar nadat het kleine grut geïnstalleerd was en gegeten had, waren ze toch paraat om naar de buurtspeeltuin te gaan. Voetbal mee om daar ook nog een balletje te trappen. Na een tijdje even om de hoek gaan kijken waar al dat eendenkabaal vandaan kwam. Op de vissers hun handen staan kijken en (Broer) honderduit vragen over hoe en waarom en wanneer je vissen vangt met zo’n stok en of hij eens aan zo’n vis mocht voelen en waarom die vissen zich laten vangen met een stukje kaas. Bij dat woord ging er opeens een hondenkopje omhoog en moest ik snel de hondenlijn aanhalen of de visser kon inpakken en naar huis gaan …

De tijd was sneller dan wij en het was al na halftien, aan het donderen en bakken aan het gieten eer het grut gedoucht in bed lag. “Niet teveel kabaal meer maken, he!“. Maar of ze dat nog gehoord hebben …

Zaterdag ben ik na acht uur een beetje luidruchtiger beginnen rommelen om hen stilletjes aan wakker te maken. Ontbijt, toilet maken en dan eerst naar Hulst om een paar (kleur)boeken, want het weer was grondig om. Kwestie van toch wat amusement achter de hand te hebben als de weergoden het te bont zouden maken. De wandeling terug naar de auto voerde “toevallig” langs een paar Pagadders, een vestinggracht, een kanon en een standbeeld van Reinaert de Vos. Daarin zat voor elk wat wils en voor het volgende logeerpartijtje zijn er al afspraken omtrent een vestingswandeling langs alle Pagadders, de molen en de speeltuin aan de oude kasteelpoort. Een mooi geïllustreerd boek over Reinaert ligt intussen ook al te wachten, want tussen douche en bed hoort een verhaaltje.

Na de middag had ik oorspronkelijk bedacht om naar het strandje te gaan, maar de lucht zag grijs, er zat een nogal frisse wind en er viel af en toe wat regen. “Wat gaan we er aan doen, kids? Toch maar riskeren? Terugkomen kan nog altijd” Dat vonden Zus en Broer ook en dus werden de emmertjes, schepjes, rijfjes en potjes in een tas geladen, de hoodies gingen mee en waaile wég. Bij aankomst waren wij de enigen die richting strand liepen, al de rest ging eten in/bij de strandtent, zich aankleden na het zwemmen of gewoon naar huis. Een heel strand voor ons drieën dus, want pépé had de rol van logistieke ondersteuning opgenomen (lees tafel dekken en weer afruimen, koffie zetten, …) en Jeppe lag te genieten van de tijdelijke rust en stilte in huis.

Maar na een dik halfuur moesten we ons toch gewonnen geven want het begon echt te regenen. Broer had nog helemaal geen zin in kleurboeken, wilde mordicus met de overzetboot gaan varen (kan pas vanaf 1 juli, dus nóg iets voor volgend logeerweekend), wou boten spotten (per hoge uitzondering dit weekend enkel binnenschepen, géén grote containerschepen, je zal maar pech hebben) en dus reden we richting Terneuzen. Met een paar bovendijkse stopplaatsen hadden we misschien toch nog kans een paar GROOOOOOTE BOOOOTEN te zien en te tellen. Gelukkig was de rivierpolitie daar om zijn ambitie te temperen. Een uitstapje naar het oude jachthaventje van Griete én de belofte dat we volgende keer (straks? als we thuis zijn? als het hek open is?)  gaan varen.

Na de frietjes met hamburger en sla met tomaat (die bleef liggen) was een kort wandelingetje met Jeppe ruim voldoende. Nog wat voor tv hangen om de emoties van de dag te verteren, een lekkere douche, een verhaaltje en het licht ging bij alle twee vanzelf uit. Zo ook bij mij. Pas na mijn eigen passage onder de douche voelde ik mij weer een beetje mens.

Zondagochtend. We hadden nog een heel stuk programma in te halen. De logeetjes waren heel nieuwsgierig naar de spiksplinternieuwe kabelbaan die onze dorpsraad onlangs mocht verwezenlijken en inhuldigen in de andere speeltuin in het park. Dat er nog een aantal andere “kei-leuke” toestellen waren, ja, dat was bonus natuurlijk. Na een uurtje was het nieuwe er wat vanaf en zijn we aan “de zoete kant” van de dijk in een eindje doodlopende straat gaan rolschaatsen (Zus), loopfietsen (Broer) en wandelen (schrijver dezes).

Omdat de twee speelvogels ook nu weer lekker lang uitgeslapen hadden, werd het stilaan tijd om te gaan inpakken. “Ik vind het hier heel leuk“, “Ik wil nog niet naar huis“, “We gingen toch nog varen?” .

Er waren nog zachte bollen met roerei of choco naar keuze, er moest nog een voetbal gezocht worden die over het hek gevlogen was (volgens Broer), maar die uiteindelijk verstopt bleek onder een hondendeken. Kwestie van het nog wat te rekken. En toen was het toch écht tijd om in de file te gaan staan.

Als ik nu eens aan de schipper vraag om hen volgende keer met de Atol op te halen? Antwerpen ligt toch ook aan de Schelde ..?

Cowboy’s en Apachen …

Op Texel waren ze vorige week al niet erg verguld door het ondoordachte optreden van AVROTROS en Defensie boven de broedkolonies en dan nog in volle broedseizoen. Ondoordacht, onnodig en volslagen van de pot gerukt.

Vandaag gingen we eens op verkenning naar (voorlopig nog) onbekend gebied: Tiendgorzen, de vaste oever tegenover Tiengemeten, in de Haringvliet. En wat zagen mijn lodderig oog en mijn camera? Dezelfde klucht nog eens dunnetjes over. Tweemaal twee doortochten laag bij de grond, het water en de nesten. Een paar minuten daarvóór stond ik op de parking nagenoeg oog in oog met een ree die in het hoge gras liep.

 

Ga met zo’n idioten naar de oorlog, verdomme! (en dan bedoel ik in eerste instantie de programmamakers aan de éne kant en de verantwoordelijke(n) van Defensie, die hiervoor de toestemming gaven.)

Of we …

… het zien zitten om ook een paar zomer-ganzentellingen te doen? Vroegen ze van Sovon. Het hoeft niet per sé in de wintertelgebieden die ons toegewezen zijn. Gewoon op waarnemingen.nl  invullen welke ganzen en hoeveel we waar gezien hebben als we er op uit trekken. En zeker ook een keer tellen op 18 juli.

Voor ons is dat een even goede reden als een andere om de kijkers en het fotomateriaal in de auto te laden en naar Luntershoek en de Putting te trekken. Vooral omdat we voor onszelf ook al een paar jaar proberen te volgen hoeveel en welke standganzen er in de streek blijven.

Bij het begin van het Groot Eiland hadden we gelijk prijs: wel 150 grauwtjes, ca. 20 “nonnetjes” (brandganzen) en ruim 30 van die (volgens mij aartslelijke) nijlganzen. We waren dus al niet voor niets op pad gegaan. Maar voor wat ganzen betrof, was dat dan ook alles. Bij de Putting, waar er anders altijd zitten, lag zelfs geen ganzenveer meer.

Maar wij laten ons niet zo gauw ontmoedigen. Er bestaat nog wel ander natuurschoon dan enkel ganzen. Tegen een “snelheid” van pakweg 10 km/u gemiddeld reden we door het Zeeuwse landschap, speurend en luisterend (nogal friskes met het raam open, maar dat moet je er dan bij nemen).

Grasmus
Een grasmus zat vrank en vrij zijn gedacht te zeggen in een bottelstruik langs de kant van de weg.
Blauwe reiger
Elke keer als we dit grasland passeren staat er een (deze?) reiger op datzelfde plaatske. ’t Is dat hij af en toe beweegt of zich verzet, want anders zou ik gaan geloven dat het een opgezette is.
BBC_0159 (2)
Pa roodborsttapuit kijkt of de kust veilig is.
Vrouwtje roodborsttapuit
Ma roodborsttapuit lijkt het niet helemaal te vertrouwen.
Roodborsttapuit, pas uitgevlogen jong
Maar de kleine is niet te stuiten: hij heeft lang genoeg in dat te kleine nest gezeten. “Ik vertrek!”
Akkerdistel
Distels: door iedereen verguisd, maar een wereld op zich. Kevertjes, bijen, vliegen, hommels, vlinders en zelfs vogels zoals de putter (of distelvink, dat zegt het vanzelf) vinden er hun gading.
BBC_0331 (2)
Een bruine vlek tussen het groen krijgt opeens meer vorm.
BBC_0358 (2)
Een bezorgde blik opzij …
BBC_0359 (2)
… en daar beweegt nóg iets.
BBC_0370 (2)
“Kom kleine, want ik vertrouw het toch niet helemaal”
(Roodwang?)schildpad
Bijna aan het oude sas ligt een overjaars kerstcadeau te zonnebaden. Op het eerste moment vroeg ik me af welke eend er op die tak zat. Kwestie dat je een idee van de grootte hebt.
BBC_9944 (2)
De grasmussen zijn goed gelukt dit jaar.
BBC_9948 (2)
En je kan ze geen overdreven schuwheid verwijten.
BBC_9968 (2)
3, 2, 1, …
BBC_9969 (2)
Lift off! We got a lift off!
BBC_9971 (2)
Een torenvalk hangt in opperste concentratie boven het grasveld.
BBC_9973 (2)
Zag ik daar nu een dikke kever?
BBC_9978 (2)
Nog even mikken en dan in duikvlucht …

 

 

Daar gaan we weer …

Een klein beetje “terug naar normaal” en daar gaan we weer. Oppassen dat we ons niet laten meeslepen en binnen de kortste keren weer bij “druk, druk, druk” uitkomen.

Het heeft natuurlijk ook te maken met afspraken die verplaatst werden of niet eens konden gemaakt worden. Zo kreeg ik een mailtje van de dierenartsenpraktijk met een herinnering voor de vaccinaties van Jeppe. Gelukkig is er altijd een overlap voorzien, zodat we er nog altijd op tijd bij zijn. Er is dan wel geen  hondsdolheid meer in het land, maar we wandelen in vossengebied (we hebben Reinaert al een paar keer zien lopen) en die kan net zo goed vossenworm verspreiden.

Zo moest ik ook wachten tot gisteren vooraleer ik een afspraak kon maken om mij een nieuwe bril te laten aanmeten. Een zonnebril kopen of een zot montuur kiezen voor dezelfde soort brilglazen waar ze de gegevens al van hadden: dat ging al. Maar voor een nieuwe meting was het wachten tot de “veilige corona-opstelling” goedgekeurd was.
Ik vrees dat ik het moment van permanent brildragen bereikt heb. Ik kijk er absoluut niet naar uit, maar alles in een waas zien is ook niet je dàt. En om te vermijden dat ik op pad moet met een vèrzichtbril, een leesbril, een zonnebril, een verrekijker en een camera rond mijn nek (anders laat ik ze wel ergens liggen) ga ik mij écht riskeren aan multifocale bijkleurende glazen. Als jullie mij hier niet meer lezen, ben ik te water gegaan en niet meer boven geraakt …

Deze week twee dagen doorgebracht vóór het huis, op een knielkussen, om de voegen van de oprit en de goot te ontdoen van elk spoor van groengroei en meteen toekomstige oogsten in de kiem te sporen door middel van schoonmaakazijn. We wonen nu eenmaal in een kéurig nette buurt en vóór het hek doen we mee. Achter het hek zijn we ietsje toleranter, want wat mos tussen de klinkers is ook niet mis. Het moet wél een beetje binnen de perken van veiligheid blijven, want een schuiver en een bots tegen diezelfde klinkers heb ik er op mijn leeftijd niet meer voor over.
Volgens een hondenbaasje die ik nogal eens passeer op de hondenwandelingen en die net voorbijkwam, hoort er een klein scheutje dunne bleek bij de schoonmaakazijn. De eerste dag heb ik dus de éne kant van de oprit gedaan met azijn alleen. De volgende dag mét scheutje bleek en ja, dat leek al een beetje meer op mosterdgas. Als het verschil in resultaat niet navenant is, ga ik toch geen Duitse streken meer uithalen volgende keer. Het is wel in open lucht, maar je hangt er toch met je neus in. Voor het moment ziet het er in elk geval keurig netjes uit.

Op dit eigenste moment is Jeppe zijn baasje aan het uitlaten. Zag het er eerst naar uit dat dit de laatste weken vrijheid – blijheid zouden zijn aan het haventje, vorige week las ik in de lokale krant dat Project Perkpolder (PPP) wel eens van uitstel naar afstel zou kunnen reizen. De actiegroep die al van bij het begin tegengas geeft, gaat blijkbaar toch naar een hogere rechtsgang om alsnog de milieuvergunning te laten schrappen. En de promotor krijgt de financiëring niet rond. Wordt vervolgd …

En intussen in de tuin: alles groeit en bloeit naar behoren. Deze week wou ik mijn hangmanden eens goed verzorgen en knuffelen door de dode bloemhoofdjes eruit te halen. Had ik natuurlijk niet op de klok gekeken. Anders had ik geweten dat de hommels al in bed (lees: een verwelkt petuniabloempje) zouden liggen. Hommel wakker en ik ook. En ik heb daar nu nóg plezier van. Mijn rechter middelvinger steek ik nu al drie dagen op tegen mijn omgeving, wegens een sterk gezwollen vingerkootje door een venijnige prik. Ach ja, als de rollen omgekeerd waren zou ik het toch ook doen?

Wat kan je tegen hebben op zo’n hangmand? Volgend jaar misschien een paar trostomatenplantjes in een bak, met afrikaantjes (die gele bloempjes, welteverstaan) errond? En in een grote terra cotta pot ernaast wat snijsla. Yummie!

 

Heimwee …

Ik heb net een wandeling gemaakt met hond Jeppe, aan Perkpolder / Walsoorden. Omdat ik daar toch was, en omdat ik intussen al weet wat ik mag verwachten bij dit weer, heb ik ook altijd pedaalemmerzakken (grote maat) en wegwerphandschoenen bij (dat laatste sowieso in deze coronatijden).
 
En de oogst was weer indrukwekkend! Blikjes, bekertjes, hamburgerdoosjes, snoepwikkels, flessen van sterke drank, …

Dat laatste baart mij steeds meer zorgen, want het worden er allengs méér en met grotere inhoud. Waren het vroeger (1-2 jaar geleden) heupflesjes, nu zijn het overwegend grote flessen. Moet je niet raar opkijken dat er een zonder onderbroek naar huis is …
 
 
IMG_20200601_080756
 
 
 
Aan de havenparking hadden ze tenminste ook een tasje achtergelaten. Kon ik dat vullen met de troep die ze gemaakt hadden. Weeral kosten gespaard. 
 
 
IMG_20200601_081430
 
 
 
Ik werd tijdens mijn “werk” ingehaald door een auto van de gemeentediensten. “Bent u afval aan het oprapen? Als u wil kan u het in onze achterbak gooien!”
Het kwam me handig uit, want ze hadden ook nog schop en bezem bij. Konden ze gelijk de stukgegooide flessen opvegen op het fietspad en de havenparking.
De fietsers die ik op mijn terugweg naar de auto tegenkwam heb ik maar even verwittigd dat ze de bocht best konden nemen met de fiets in de nek …
 
 
Zeeuws-Vlaanderen is blij dat het opnieuw zijn gasten kan ontvangen. Maar sommige gasten krijg je toch liever maar één keer over de vloer.
 
 
De afgelopen 10 weken heb ik nauwelijks een snoepwikkel zien liggen (wél papieren zakdoekjes, maar in deze tijden heb ik die toch maar gelaten voor wat ze waren).
“De massa” wordt weer – een beetje – losgelaten en meteen zit je omhoog op een berg afval.
 
 
Je zou bijna heimwee krijgen naar de “goede oude tijd” van de lockdown …

Een vorm van noodzakelijkheid …

Sinds vandaag mogen we de grens over om familie te bezoeken in de buurlanden. Ook om te winkelen mogen we naar de buurlanden, staat te lezen in een ministerieel besluit. “Maar het moet met een vorm van noodzakelijkheid zijn”, aldus minister van Binnenlandse Zaken Pieter De Crem (CD&V). “
Zo staat het op de nieuwssite van de vrt.

Dus als de mosterd van De Kroon die ze in Nederland verkopen beter smaakt dan die ze bij De Kroon zélf verkopen …

Open kleuterschooldag …

Onze tuin is sinds eergisteren een echte kleuterschool. Zeker zo’n stuk of 4 nesten vol klein grut zijn uitgekieperd tussen onze planten, in de struiken, op de tegels en in/aan de vijver.

Het is aandoenlijk om te zien hoe spreeuwen-, merel- en mussenouders hun kinderen voor het eerst naar “school” brengen en effectief aanwijzen waar alles te vinden is en hoe je het moet gebruiken.

En dan kan het in de tuin zelfs tijdens het siësta-uurtje drukker worden dan op Schiphol:


“Kijk, kroost. Hier boven jullie kopjes hangt zo’n lang, rond ding met zitjes aan. Daar kan je op klauteren om bij het eten te komen. Gedraag jullie als het kan, vecht voor je hap als het moet.”

“En hier is het zwembad. Pas op dat je niet in het diepe valt! Blijf netjes in de speelrand om te plonsen en te drinken.”

“Je moet maar op één ding letten: als wij roepen dat jullie je moeten verstoppen, dan is die rotsperwer er weer. Dan moeten jullie diep in de haag gaan zitten en stilletjes zijn!”

“Oef! De klein mannen zijn naar school. Eindelijk een momentje me-time. Buuf, is er toevallig koffie met gebak vandaag?” 

Nog even een rondje tuin maken en eindigen bij de dienst Security. Jeppe vindt dat de nieuwe wijnrank “Vitis vinifera ‘Solaris’ ” maar beter bewaakt kan worden. Over de goudiep maak ik me een beetje zorgen. Misschien heeft ie gewoon een extra voetbadje nodig, zo af en toe. Ik moet er niet aan denken dat hij olmenziekte zou hebben!