Sponsored Post Learn from the experts: Create a successful blog with our brand new courseThe WordPress.com Blog

WordPress.com is excited to announce our newest offering: a course just for beginning bloggers where you’ll learn everything you need to know about blogging from the most trusted experts in the industry. We have helped millions of blogs get up and running, we know what works, and we want you to to know everything we know. This course provides all the fundamental skills and inspiration you need to get your blog started, an interactive community forum, and content updated annually.

Bedenkingen …

Hoe normaal was het “oude normaal”?

Hoe abnormaal is het “nieuwe normaal”?

Hoe vanzelfsprekend is wat wij vroeger vanzelfsprekend vonden?

Op de eindigheid na, hoeveel zekerheden zijn er in het leven?

Hebben we die écht nodig?

Of is dat gemakzucht?

Is angst voor het onbekende gewoon het nieuwe lui?

Duizend vragen aan jezelf (3) …

21. Maakt het veel uit wat anderen van je zeggen?
Nu niet meer. Na 5 jaar af en aan therapie, heb ik de negatieve houding van mijn ouders opgeborgen in een oude schoendoos en op zolder gezet. Als ik ze niet “vergeten” te verhuizen heb, staat ze daar nog. Als er nu iemand commentaar heeft, neem ik daar akte van en klasseer het. Ik hou op die manier veel energie over die ik vroeger tekort kwam.

22. Wat is je favoriete dagdeel?
Met een kleine voorsprong: de vroege ochtend.

23. Kun je goed koken?
Ik kook graag en als ik anderen moet geloven ook goed. Meestal gaan die dingen samen.
Wat ik wél jammer vind, is dat ik sinds een aantal jaren minder smaakgevoel heb. Dat schijnt samen te hangen met de menopauze. Ik betrap me er op dat ik onzeker word over bijvoorbeeld het afkruiden van gerechten. En teveel krijg je er niet meer uit, maar te weinig is ook niet goed want gewoon wat toevoegen op je bord is niet hetzelfde als tijdens het garen.

24. Op welk seizoen lijk je het meest?
Ik heb eigenlijk geen idee. Bij mij is het een beetje “go with the flow”: ik voel me in elk seizoen wel thuis. Al heb ik minder tegen winterse vrieskou met een stralend zonnetje, dan tegen een hittegolf. Laat het ons er op houden dat ik het beste tot mijn recht kom in de intussen steeds vager wordende “tussenseizoenen”.

25. Wanneer heb je voor het laatst een dag helemaal niets gedaan?
Dat zou me dan eerst eens moeten overkomen, denk ik. Tenzij je de week meetelt die ik in het ziekenhuis doorbracht met een dubbele enkelbreuk. Die eerste dag na de operatie was ik te duf om te lezen, dus …
Ik ben zo’n type dat “vandaag eens lekker gaat niksen”. Maar dan zie ik een afdruipvlek op een keukenkastje en “terwijl ik dan toch bezig ben met die af te kuisen …”. Of ik ga in de tuin eens lekker lezen. “Ach! Een drankje vergeten!” Hup, weer naar binnen. “Heb ik nu al ..? ” Of “was dat nu het signaal van de wasautomaat?” En ja hoor: wéér naar binnen. Het moet een schrijver van goede komaf zijn die me in de kussens houdt.

26. Was je een gelukkig kind?
Nee.

27. Koop je vaak bloemen?
Ik zou er mijn laatste sou aan uitgeven. Ik kan niet leven zonder bloemen. Daar deed ik als kind al het grootste deel van mijn zakgeld aan op.

28. Wat is je droom?
Tegenwoordig? Het alsnog afblazen van project Waterzande (in Perkpolder), dat ik steevast en héél koppig project Waterschande blijf noemen. Maar dat zal dan wel een droom blijven, naar ik vrees.

29. In hoeveel huizen heb je gewoond?
Mijn kinderjaren meegerekend: 3. Wij zijn direct na ons trouwen in ons eigen huis getrokken en dat hebben we 4 jaar geleden omgeruild voor waar we nu wonen.

30. Wat is jouw guilty pleasure?
Oorringen, oorknopjes, oorhangers …
Ik draag bijna nooit ringen of armbanden. Een overblijfsel uit mijn tijd bij de diergeneeskunde. Handjuwelen en operatiezalen zijn een slechte match. En sinds corona en het veelvuldig handen wassen en ontsmetten al helemaal niet.
Ook een halskettinkje hoort minder tot de mogelijkheden, want ik ben er ooit eens mee blijven hangen tussen een toestel in het labo en dat liep bijna verkeerd af.
Maar ik heb wél graag iets in mijn oren. Variërend van een simpel knoopje of pareltje, tot opvallende hangers. Géén knijpers, die verdraag ik niet. Prikkers, want ik heb al sinds mijn prille kindertijd gaatjes in mijn oren. Onlangs ben ik een leuk knoopje kwijt geraakt, waarschijnlijk dankzij het elastiekje van een mondmasker. Ik kan weer op jacht, al zal het op een verstolen manier moeten gebeuren tijdens het doen van “noodzakelijke boodschappen”. Want ja, funshoppen mag niet …

Duizend vragen aan jezelf (2) …

11. Tot welke leeftijd geloofde je in Sinterklaas?
Ik heb geen idee. Tot zes jaar, denk ik. Maar ik heb me wél een stuk langer van de domme gehouden, om voor de hand liggende redenen.

12. Wat wil je nog graag kopen?
Ik zou het niet zo direct weten. Ik ben dik tevreden met wat ik heb. Hoewel: een lange spiegel zou wel van pas komen. Vorige week of zo was ik weer te snel tevreden met mijn outfit. Ergens halfweg de trap voelde ik opeens dat mijn rok op één of andere manier “opstak” zodat ik show aan het geven was zonder inkom te vragen …

13. Welke karaktereigenschap zou je graag willen hebben?
(Meer) geduld, misschien. Al is dat wel beter geworden met het ouder worden. Maar er zijn nog altijd bepaalde soorten mensen die ik met plezier en straffe lijm achter het behang kwijt zou willen.

14. Wat is je favoriete tv-programma?
Ik kan wel van een detective genieten. Documentaires ook: natuur, geschiedenis/archeologie, … Als ik in de late namiddag op de bank plof en geen zin heb om te lezen, kijk ik wel eens graag binnen in andere huizen, vooral op het Britse platteland. Of ik kijk hoe andere mensen weer verliefd worden op hun eigen huis. En tegenwoordig is er natuurlijk weer voetbal, al is het zelfs op tv niet zo leuk als er geen publiek in de tribune zit.

15. Wanneer ben je voor het laatst in een pretpark geweest?
Dat is zó lang geleden, dat ik het me amper herinner. Onze kinderen waren nog klein en Manlief heeft me toen zo’n monstrueus grote schommel in gechanteerd. Dat heeft hij achteraf wel geweten, want ik heb zowat het hele pretpark onder gekotst.

16. Hoe oud hoop je te worden?
Zolang ik de dingen kan doen die ik graag doe en weet dàt ik ze doe, is het goed. Daarna mag de laatste het licht uit doen.

17. Aan welke vakantie denk je met weemoed terug?
De tijd dat we met een tentje (eerste generatie van die koepeltjes met glasvezelstokken) door het binnenland van Spanje trokken. Was er veel te zien, bleven we een tijdje hangen. Was er niet veel aan, trokken we verder. Keerde het weer tegen, braken we op en verkasten naar zonniger oorden.

18. Hoe voelt liefdesverdriet voor jou?
Ik zou het niet weten.

19. Had je liever anders willen heten?
Ik had liever mijn tweede naam (de naam van mijn meter) als roepnaam gehad: (He)LEEN. Ik dateer van de tijd dat men je pas wilde invoeren in het geboorteregister als je naam ergens op een heiligenkalender voorkwam. En dan nog liefst in de meest onmogelijke vorm. Gevolg: wat mijn ouders wilden kwam niet overeen met mijn geboorteakte. Ik zat een paar dagen in de eerste kleuterklas en mijn moeder kon al opdraven bij moeder-overste omdat ik niet wilde luisteren. Hoe kon ik als 3-jarige nu weten dat ik die onbekende Christiana was? Thuis noemden ze me Christ’l (naar de postbode uit De Vogelhandelaar, een operette), de huisarts zei steevast Christine, de NKO-arts had het tegen Christiane en zelf was ik het zo beu als koude pap. Toen mijn diensthoofd het inkortte tot Chris, heb ik dat in dank aanvaard en ben zo systematisch de rest uit de weg gegaan. En dan hebben we het nog niet gehad over alle geschreven varianten: met CH, met K, dan nog alle denkbare vormen van mijn familienaam er achteraan: Vanhoeke, Van Hoeke, Vanhouke, Van Houke, Van Hoek, Vanhoek, Van Houk, Vanhouk, Vanhoecke, Van Hoecke, Van Houck, Van Houcke, Vanhoecke, Vanhoucke, … Het mag een wonder heten dat ik op de duur zelf nog wist hoe mijn naam geschreven hoorde te worden. En dat post überhaupt terecht komt. Temeer omdat bijna al die vormen voorkomen in het Waasland.
Het grappigste vind ik nog altijd dat veel mensen bij een Chris/Kris vaak denken dat het een man is. Dan heb je die aan de telefoon en vragen ze of dhr. Chris/Kris te bereiken is. Als je dan antwoordt dat ze die aan de lijn hebben, begint het gestotter … 🙂

20. Waarin heb je aan jezelf getwijfeld?
Teveel om op te noemen. Thuis was niets ooit goed genoeg. Er was altijd een “ja maar” onderweg. Anderen van mijn leeftijd (wat die ook was) deden het altijd allemaal beter, waren mooier (opgetutter, met immer perfect gelakte nagels), slimmer (eigenlijk leper, zodat het minder opviel als ze weer eens afgingen als een gieter), hadden meer succes (wegens getrouwd – maar niet voor lang – met een dokter, advokaat, notaris), waren populairder (die gingen naar feestjes in plaats van in een koude polder of in een vogelkijkhut naar vogels te zitten kijken of in de vrieskou rietkragen te helpen maaien), …
Het waren ook de perfect behulpzame dochters, die onmiddellijk “ja” zeiden als voor hun moeder een veredeld bezemkot in een RVT voorgesteld werd, zonder de betrokkene er over te raadplegen. Want ze stonden vertrekkensklaar voor een weekendje in de Ardennen en dus kon een bezichtiging er niet op af …
Dat heeft eigenlijk geduurd tot vóór een paar jaar mijn man eens héél grondig uit zijn sloffen schoot tegen zijn schoonmoeder (en als Manlief ontploft: berg u!). Sindsdien zie ik nog wel aan haar gezicht dat ze iets moet inslikken, maar dat kwetst minder.

Waterzande ..?

Wie morgen, 3 januari, de Vestingcross in Hulst volgt op tv, zal ongetwijfeld te pas en te onpas dit reklamespandoek op zijn/haar scherm krijgen. Het introduceert de commerciële benaming voor het project Perkpolder, dat een definitief einde zal maken aan een stuk open ruimte waar heel veel mensen tot hier toe plezier aan beleefden.

Al mijn hele leven lang weet ik niet beter dan dat Nederlanders zich verkneukelen over de “domme Belgen”. Het bedenken van “domme Belgen”-moppen is voor onze noorderburen zo’n beetje een nationale sport.
Toegegeven: als je nog maar even kijkt hoe de Belgen met hun open ruimte omspringen, kan je niet anders dan concluderen dat ze écht wel oliedom zijn.

Maar als ik nu zie hoe blindelings de Nederlanders dat achterna beginnen doen, dan vraag ik mij af wie hier eigenlijk de allergrootste stommeriken zijn. Hoe verschrompeld kunnen je hersenen zijn, dat je de stommiteiten die je bij je buren zo belachelijk vond, kritiekloos na-aapt?

Akkoord, er is meer betaalbare huisvesting voor starters nodig in de directe omgeving. Perkpolder valt onder Walsoorden, deelgemeente Hulst. Walsoorden is een kleine kern. Te klein om er enige nering van betekenis te vestigen. Een klein beetje gezond verstand zou dus die nieuwe woningen laten aansluiten bij deze bestaande woonkern, zodat het de moeite wordt voor een bakker, slager of buurtwinkel om er de deuren te openen. Dan hoefden de bewoners niet voor elk ei of klontje suiker naar Kloosterzande te komen of helemaal naar Hulst te rijden.

Maar nee, die nieuwe woningen komen bovenop een opspuiting (waarvan de destijds gebruikte ondergrond nog steeds onderwerp van onderzoek en betwisting uitmaakt i.v.m. gevaar voor de gezondheid!) waar iedereen nog eens kan genieten van vrij uitzicht over de Schelde. En daar gaan ze dan winkels vestigen, die maar een half seizoen de moeite van het openen zijn.

Akkoord, er is nood aan tewerkstelling om jonge mensen in de streek te houden, om te vermijden dat het hier een bewoond Bokrijk wordt. Met die smoes worden niet alleen huizen voor vaste bewoning gebouwd, maar ook vakantiewoningen en -godbetert – een hotel. Uiteraard zodanig gerangschikt dat er van een uitzicht niet veel meer overschiet, want dat wordt dus gemonopoliseerd door het geld. Datgene, wat de aantrekkingskracht is van de streek, wordt dus door de betonmolen gedraaid. We hebben het elders zien gebeuren en we hebben de gevolgen er van gezien.

Tewerkstelling? Voor jobstudentjes, tijdens die paar maanden per jaar dat er iemand in die vakantiewoningen gaat zitten. En éénmaal covid-19 uit het geheugen, zal dat nog minimaal zijn. Zelfs tijdens corona kunnen ze niet “in hun kot” of toch in eigen land blijven. De rest van het jaar staan die vakantiewoningen leeg en verkrotten, want dan is het niet langer winstgevend om ze te onderhouden. Idem voor het hotel.

Als ook dat vakantiedorp zou aansluiten aan de genoemde woonkern, kon de kruidenier in de zomermaanden emmertjes en schopjes verkopen, de bakker kon ijsjes aan de man/vrouw/kinderen kwijt en de zoon van de slager kon zichzelf nuttig maken met hamburgers op de bbq te keren of door fietsen te verhuren aan de toeristen die die 200 meter naar het strand niet te voet willen doen.

Overigens: als je de lokale handel en nering een plezier wil doen, waarom ga je dan in zee met een Belgische projectontwikkelaar? Die gaat zijn beton niet kopen in Walsoorden, want daar heeft hij geen percentjes.

En dan heb ik het nog niet gehad over de polder die aan de andere kant gaat opgespoten worden om er een golfterrein van te maken. Een golfterrein, begot! Een dorp verder wàs er een golfclub. In de jaren dat we hier komen en intussen ook wonen, heb ik er nooit méér dan 3 man en een lelijke paardenkop gezien. De club is naar het schijnt intussen ook dood en begraven. Met golflinks in Stekene, Wachtebeke en nog ergens rond Gent en net voorbij Terneuzen, heb ik zo mijn vragen bij de leefbaarheid van dit doodgeboren idee.

Kortom: eigenlijk staat er een dikke schrijffout van jewelste op dat spandoek. “Waterzande” moet eigenlijk “Waterschande” zijn …

Een volk dat zijn oevers vol bouwt, verloochent zijn afkomst.
uit “Carnet pour Sarah”, J.-F. Bernardini.

Ho maar! Duizend nog wel ..?

Ik kwam dit woensdag-draadje voor het eerst tegen bij deze blogster , maar het is intussen een rubriek met virale eigenschappen. Ik was niet van bij het begin gewonnen voor dit praatstoelconcept, maar bij het lezen betrapte ik me erop dat ik bij elke vraag ook even stilstond bij wat míjn antwoord zou zijn. Tja, dan kan ik het net zo goed neerschrijven ook.

1. Met wie kun je het beste opschieten?
Ik kan met de meeste mensen goed opschieten, maar Manlief staat toch op de eerste rij.

2. Waar besteed je te veel tijd aan?
Social media. Zal ik dan maar meteen stoppen? 😉

3. Om welke grappen kun je heel hard lachen?
Als je al een halfuur van tevoren in de gaten krijgt wat de pointe gaat zijn, haak ik al af. Geef mij maar een gevatte oneliner.

4. Wanneer heb je voor het laatst iets voor het eerst gedaan?
Een paar weken geleden: toen nam ik voor het eerst deel aan een webinar. En ik had de indruk dat dat bij veel deelnemers het geval was, want ik hoorde vooral slaande deuren, geritsel van papieren (maar dan zó dicht bij de microfoon dat ik eerst dacht dat mijn pc-tje in de fik ging schieten), geknipper met een balpen, blaffende honden, miauwende katten en krijsende kroost. Ik ben voortijdig afgedropen met het idee “nooit meer!”. Gelukkig was er de volgende week een heel professioneel gevoerd en daardoor intens interessant webinar, zodat ik me al direct heb ingeschreven voor het vervolg. Lekker thuis, met mijn eigen favo drankje, mijn voeten in de onderste la van mijn ladenblok en in de wetenschap dat ik achteraf niet meer de baan op hoef om naar huis te rijden.

5. Huil je makkelijk in het bijzijn van anderen?
Dat hangt er van af wat de oorzaak is. En wie die anderen zijn, dat ook.

6. Waar bestaat je ontbijt uit?
Dat varieert nogal. Van ontbijtgranen met yoghurt en fruit, over crackers met verse roomkaas en jam, tot bruin brood met belegen kaas of hagelslag.

7. Wie heb je voor het laatst een kus gegeven?
Net: de hond. Op zijn gekke kopje. En daarvóór Manlief.

8. Waarin lijk je op je moeder?
Wil ik dat eigenlijk wel weten?

9. Wat doe je als je ’s ochtends wakker wordt?
Opstaan.

10. Ben je een goede voorlezer?
Volgens de kleinkinderen wél. Ik ben nogal van het stemmetjes maken (héél slecht voor mijn geteisterde stembanden, maar ach) en gekke bekken trekken. Meestal ontaardt het voorlezen in een live hoor- en kijkspel, waar ik zelf misschien nog méér van geniet (vanwege hun gelach) dan zij.

De laatste kneep aan de citroen die 2020 heet …

Als Bella nu eens hard genoeg zou blazen om al die zever van het afgelopen jaar weg te stormen. Dan mag het de rest van de dag slakken en ouwe wijven regenen (gaat het tóch doen) om alles door het riool te spoelen. Ik laat het licht uit en doe niks, in afwachting dat we 2021 met een schone lei kunnen beginnen, of toch met een natte spons ernaast om ASAP de laatste scheve krabbels uit te wissen, zo gauw dat kan.

2020 was een jaar om rap te vergeten, al zullen er weinig jaren zó lang in het geheugen blijven hangen. De zoete dromen bij het begin verzuurden wel degelijk in het vat, tegen alle volkswijsheid in.

Nog 4 dagen. Dan is de citroen uitgeknepen tot op het gifgele vel en wacht ons hopelijk een overvloedige hoorn met symbolische weelderige druiven. Er mag wel eens iets tegenover al die beperkingen staan, he?

GRENSOVERSCHRIJDENDE MANTELZORG of FORENZEN: Voor wie hier dringend naar op zoek is …

Ik ben een tijdje zoet geweest met het bijeen zoeken van recente informatie. Omdat hier verschillende mensen komen lezen die ook als mantelzorger of zo naar België moeten kunnen (alleen daarvoor al is die test zo stom: als je gebeld wordt voor een noodgeval kan je niet nog eerst gaan testen), heb ik hier wat interessante dingen bijeen gezet.
Sommige zaken heb ik naar hier gekopieerd, andere heb ik gewoon van het scherm af gefotografeerd van officiële websites omdat het kopiëren niet lukte (beschermd?). De layout van dit blog lijkt nergens op, ik weet het. Maar het belangrijkste nu is de info bij iedereen die daar behoefte aan heeft rond te krijgen.

Wat ik hiermee doe: ik zorg dat ik ze bij me heb (liefst uitgeprint, dat is handiger), zodat ik in geval van controle hierop kan terugvallen. Ook in mijn auto: een attest van de huisarts van mijn moeder dat ik haar mantelzorger ben. Van onschatbare waarde gebleken tijdens de grenssluiting in het voorjaar. Ik heb daarvoor een vraag gemaild naar die huisarts en een halfuur later had ik het attest per mail thuis. Afprinten en het document bijhouden, want de hemel mag weten hoelang we het nog nodig gaan hebben!
Wie dit handiger vindt, mag van mij gerust dit blog op zijn/haar smartphone of tablet meenemen. Dat scheelt een berg papier.

1) Reis naar België:

U vindt hier(externe link) het verplichte terugreisformulier (Passagier Lokalisatie Formulier).

ALLE reizigers naar België, ongeacht het gekozen transportmiddel, moeten ten vroegste 48 uur voorafgaand aan de aankomst in België het Passagier Lokalisatie Formulier invullen.

Dit moet altijd ingevuld worden als u met het vliegtuig of per boot naar België reist (geen uitzonderingen).

Dit moet niet ingevuld worden als u met een ander transportmiddel (trein, bus, wagen, enz.) reist EN

a) minder dan 48 uur in België blijft.
OF
b) terugkeert naar België na een verblijf in het buitenland van minder dan 48 uur.

Voor vragen omtrent het Passagier Lokalisatie Formulier, de covid-test en quarantaineverplichting in België, raadpleeg de website https://www.info-coronavirus.be/nl/(externe link) of contacteer de FOD Volksgezondheid(externe link) via telefoon 0800 14 689 of mail naar info.coronavirus@health.fgov.be(link stuurt een e-mail).

2) Bezoek tijdens de feestdagen:

Dit komt van de vrt-website, waar ze een opsomming gegeven hebben van de huidige maatregelen.

.3) En dan is er nog die comedie met die testen:
Op de site van Omroep Zeeland staat het volgende :

“Maar wat in eerste instantie niet duidelijk was, ook niet voor Veiligheidsregio Zeeland (VRZ), de Zeeuwse overheidsinstantie die als het om de coronamaatregelen gaat de contacten onderhoudt met onze zuiderburen, was dat het alleen gaat om bezoeken die langer duren dan 48 uur. Meerdere Belgische media meldden dat eerder vanavond al, maar het staat nog altijd niet vermeld op de officiële Belgische overheidswebsites als crisiscentrum.be en info-coronavirus.be.

Inmiddels heeft de VRZ naar eigen zeggen wél die toezegging gekregen van de Belgische overheden. Wie dus de grens over moet voor werk of voor een bezoekje aan familie of vrienden en binnen die periode van 48 uur weer terugkeert, hoeft dus geen negatieve coronatest te tonen.”

Gemiste kans …

Europa heeft een mooie kans zómaar voorbij laten gaan. Het was niet de eerste keer, maar déze was zo groot, zo niet te missen en zo geschikt om iedereen eindelijk te overtuigen van de (een) reden van bestaan van een geldverslindende, bombastische Europese Unie.

In alle lidstaten wordt nu bijna een jaar tegen dezelfde vijand gevochten: covid-19 is de naam. In alle lidstaten sterven mensen in overvolle ziekenhuizen waar het personeel al lang het stadium voorbij is van op hun tandvlees zitten. In al die lidstaten kampen de regeringen met dezelfde of gelijkaardige problemen: de pandemie is grensoverschrijdend bij definitie en moet derhalve ook grensoverschrijdend aangepakt worden, liefst op een eensgezinde manier. Overal dezelfde maatregelen, overal op een éénduidige, duidelijke manier gecommuniceerd, overal op eenzelfde manier gecontroleerd en gehandhaafd.

Maar nee, het is weer ieder voor zich en God voor ons allen (en die is op skiverlof), en dan liefst nog zonder enige communicatie naar de buren. Vrijdagavond heb ik voor de laatste keer naar een persconferentie van de Belgische regering gekeken. Ik werd mottig van de eeuwigdurende wollige retoriek en doodnerveus van de aangekondigde maatregelen. De facto komt het bijna neer op gesloten grenzen, alleen hadden ze daar deze keer de guts niet (meer) voor. Maar aan de noordelijke kant van de landsgrens gingen meteen alle alarmbellen af. Er was (alweer) geen overleg geweest, hier moesten ze ook maar wachten op de persconferentie om te ontdekken wat voor gevolgen de maatregelen hier zouden hebben. Zoals: de onmogelijke taak voor de GGD’s om dagelijks al die extra tests uit te voeren en te attesteren voor forenzen en dwingende familiale bindingen over de grens heen. Gelukkig hebben de betrokken instanties hier snel en doeltreffend gereageerd.

Ik had me veel ellende kunnen besparen door niet te kijken en te wachten tot zaterdagochtend, als de – na slechts 2 uur al – bijgewerkte versie in de kranten stond. Ik had vrijdagavond op een normaal uur in bed kunnen kruipen in plaats van opgefokt en bomvol adrenaline tot een kot in de nacht te zitten zoeken naar alternatieven voor als ik niet meer naar mijn moeder kan voor de broodnodige mantelzorg. Want het is duidelijk dat al die zogenaamde vangnetten behoorlijk falen omdat ze te digitaal en te overbevraagd zijn. Als je al ergens binnen geraakt om hulp te vragen, zijn er mensen te kort. En als je je digitale ei via anderen gelegd krijgt, is het maar de vraag wanneer iemand er wat mee doet. En stél dat daar nog wat avance in zit: aan huis leveringen door winkels moet je minstens 3 weken op voorhand doorgeven (maar op websites van warenhuizen is dat vaak niet eens mogelijk wegens overbelast) en bij de boodschappendiensten “zoeken ze dan een vrijwilliger in de buurt, die de boodschappen zal doen als hij/zij daar tijd voor heeft”. En goesting, waarschijnlijk.

Dat ik op vrijdag niet ga funshoppen over de grens, is een understatement. In zo weinig mogelijk tijd zoveel mogelijk boodschappen doen op een zo corona-proof mogelijke manier, tussen – jawel- funshoppende Belgen en dan naar je auto met Nederlandse nummerplaat crossen: er is weinig fun mee gemoeid. Vooral als De Croo, Vandenbroucke, Rutte en Merkel de halve week al bezig zijn de toch al gespannen sfeer nog op te kloppen. Op die manier wordt grensoverschrijdende mantelzorg een bron van migraine. Bij thuiskomst was ik stikkapot en toen moest die verdomde persconferentie nog beginnen.

Ik heb bij het crisiscentrum onmiddellijk de juiste modus operandus aangevraagd voor deze specifieke omstandigheden. Als het antwoord zo snel komt als vorige keer (na bijna 2 weken), hoop ik dat mijn moeder genoeg eten in huis heeft tot minstens Driekoningen. En intussen worden in de grensgebieden nù al controles uitgevoerd op maatregelen die pas ten vroegste op 21 december ingaan …