Weer in de pas …

We zijn alweer twee weken thuis uit vakantie. Twee weken die naast druk ook tropisch warm waren (vooral de laatste, dan).

Twee weken waarin we wel vaker tegen elkaar gezegd hebben dat wat we vooral op de Wadden zoeken, in feite grotendeels op onze huidige drempel ligt. De rust, de nabijheid van de natuur en het water… OK, geen vogelboulevard zoals op Texel, maar dan ook niet de horden toeristen die nu het eiland onveilig maken. Het besef dat die paar kampeerders in Hengstdijk (gelukkig) niet op kunnen tegen de bootladingen volk die vanaf nu van de Texelstroom en de Dokter Rademakers rollen.

Alles is gelopen zoals het moest. Het beste hebben we gekregen en de rest kunnen we nog altijd in een vakantie stoppen. Al ga ik er de volgende keer beter op letten dat de lange weekends van Hemelvaart en Pinksteren er niet meer in vallen, want het was er nù al erg druk.

De buren hebben de brievenbus leeg gemaakt, de bloemen water gegeven en de kliko naar buiten gereden. Afgelopen woensdag zijn ze op de koffie – en vooral op iets frisser – geweest om eens beter kennis te maken. Het was een gezellige boel. We zijn goed terecht gekomen.

De volgende week – hoop ik – worden de omheining en één van de tuinhuisjes gesloopt en vervangen. Manlief heeft de overdaad aan te smalle, onbegaanbare paadjes gereduceerd zodat er nu één pad richting kliko’s loopt, geflankeerd door twee borders van een meer gangbare omvang. Met een beetje geluk kunnen de tegels nog vóór de winter vervangen worden. Anders wordt dat een project voor volgend voorjaar.

 

Inmiddels hebben we ook de eerste (privé)les in de hondenschool gehad. De hondjes mogen oefenen en de baasjes krijgen huiswerk mee. 🙂
De eerste opdracht was om een videoportret van hondlief te maken dat ook een beetje illustreert wat je graag gecorrigeerd wil zien of waar je een oplossing voor wil vinden.
We zijn alvast met een 10/10 begonnen:


Jeppe kan écht wel mooi aan de voet lopen, maar als zijn neus in een reukje valt, is hij pleite. Op de vlakte bij het haventje is dat nog niet zo’n probleem, maar met een neus vol fazant, haas of patrijs merkt het ventje niet meer dat hij de rijbaan op rent en dat daar dan af en toe ook nog wel eens verkeer kan zijn. En waar ik misschien nog méér mee zit: dat het geen fazant, haas of patrijs is (die laat hij toch ontsnappen), maar iemand’s kat. Want die gaat dat niét meer doorvertellen!
Vervolg op 10 juli als we de eerste groepsles hebben.

En bij het begin van de zomer hoort ook een nieuwe header: ik krijg maar niet genoeg van het zien van die blonde akkers vol wiegend koren. De gerst wordt nu binnen gehaald. (Ik kan het niet helpen dat ik me dan afvraag hoeveel frisse pintjes daar staan te groeien… 😉 )

IMG_20170621_205640

 

Snelstart …

Vandaag kenden we een snelstart.

Voor mij is daar niets onnatuurlijks aan. Ik hoef geen wekker om rond 5:00 klaarwakker op de rand van mijn bed te zitten bedenken wat ik eens zal gaan doen. Ondanks een dosis codeïne uit de huisartsenpraktijk in De Cocksdorp hou ik die gewoonte in ere. Tegen 5:30 laad ik mijn rugzak en statief in de auto en rij naar de kop van het eiland…
Ons verhaal gaat verder:

 

Early bird …

Vragen aan een vogelgids wanneer hij eens met jou en je betere helft op pad kan voor een wandeling op maat, is gevaarlijk. Vooral voor mensen die tijd nodig hebben om ’s morgens op gang te komen. Voor ons is het probleem minder groot, wegens zelf al ruim 35 jaar fervente vogelaars. De reactie van de aangeschrevene (“Ha Chris, Dinsdagochtend is goed. Horsmeertjes in het zuiden lijkt me een mooie bestemming. Stevige wandelschoenen voldoen. Hoe vroeg wil je starten ( het is 5.30 uur al licht 😃 ) en waar kan ik jullie oppikken? Groet Jos”) was dan ook geen verrassing. Uiteindelijk bleef enkel het startuur overeind, de bestemming werd nog gewijzigd. MorgenVROEG 😉 worden we verwacht op de parking aan de Robbenjager. Maak je borst maar nat, Jos. Wij zullen er zeker zijn! Ik heb vanmorgen al geoefend.

Voor wie hier al eens op de andere pagina’s van dit blog gaat kijken, heeft deze intro geen geheimen: we zijn weer op Texel. Sinds zaterdag.

Ook toen vroeg opgestaan, in de hoop onze bestemming te bereiken vóór de moordende hitte toesloeg. Via Liefkenshoek, zodat we niet alleen de Kennedytunnel én Antwerpen (of – als alternatief – Rotterdam) konden vermijden. Vandaar richting Breda, om dan op Utrecht aan te sturen. Op het laatste nippertje nog gekozen voor de route over Almere en de Markerwaard in plaats van Amsterdam. Oef! Nog op tijd voor de boot van 10:30. Ware het niet, dat de slagboom aan de terminal in Den Helder blokkeerde, de andere rijen ons voorbijstaken en wij moesten wachten op de volgende boot. En  nee, het is niet omdat er op vrijdag, zondag en maandag om het half uur gevaren wordt wegens grote drukte, dat dat dan ook op zaterdag het geval is… De plannen voor de traditionele lunch, in afwachting van het moment waarop we in ons huisje konden, werden dus gewijzigd in een vrij smaakloze tosti uit het vuistje op de net niet eerste wachtrij in Den Helder.

Gisteren (zondag) was smoorheet, drukkend en poepdruk. Toch lieten we ons niet tegenhouden. Als je het korte digestieve wandelingetje van restaurant Topido naar huis ook nog meetelt, hadden Jeppe en ik tegen bedtijd 4 wandelingen met in totaal 12km op de teller staan. Dat beestje is onvermoeibaar! Correctie: hij valt om van vermoeidheid, maar een  kwartier later staat hij alweer te bedelen om naar het strand of het bos te gaan. De afstand was niet zo’n probleem, maar met die hitte was ik al lang blij de vrij stevige zeebries of de schaduw van de bomen tot bondgenoot te kunnen maken. Enfin, we zijn ingelopen. Vanaf maandag gaan we helemaal in vakantiemodus. Manlief huurt zich een e-fiets, ik ruil mijn stadsschoenen voor ander gerief en Jeppe ligt alweer te zuchten voor de deur omdat het allemaal zo lang duurt.

De volgende twee weken gaat het verhaal hier verder.

Mijn naam is haas …

Ooit – jaren geleden – waren onze honden uit de tuin ontsnapt en stonden een paar “jagers” prompt aan onze voordeur om ons te bedreigen met afschot van onze schatten. Zij zouden immers al ruim 8 jaar (acht! jaar!) verantwoordelijk zijn voor het doden van die paar hazen die achter ons in het veld zaten. En nu er – eindelijk – weer eens 5 hazen woonden, wilden deze helden de kans niet mislopen om zélf weer eens een haas af te schieten. Om het te kleine bestand in ere te houden, zie je. Dat onze honden (we hadden ervóór alleen twee kanaries en een spierwitte kat gehad) resp. 3 en 1,5 waren heeft hen waarschijnlijk weken het nodige vingers en tenen tellen gekost om te beseffen wat voor een stelletje idioten ze waren …

We gingen toen af en toe ook wel met onze kleine vrienden wandelen niet zo heel ver hier vandaan. Nicky had altijd veel belangstelling voor hazen, maar was slim genoeg om te weten dat ze die nooit kon inhalen. Ze spendeerde er dan ook geen energie aan. Floor heb ik ooit één achtervolging weten inzetten (zonder resultaat overigens) waarbij ze luchttrappelend de kop van de Scheldedijk overvloog, de lange oren wapperend als vleugeltjes en de poten vruchteloos naar vaste grond zoekend. Toen die eindelijk de aarde raakten, was dat op een pijnlijke manier en dat benam haar levenslang de lust om nog eens zo’n truc uit te halen. Spoorzoeken, OK, maar daar hield haar taak op.

Nu wonen we alweer bijna 2,5 maand in Zeeuws Vlaanderen en ga ik regelmatig met onze huidige viervoeter wandelen in een stuk losloopgebied, waar we keer op keer een groepje hazen tegenkomen. Op één na bewaren ze een veilige afstand, maar die éne lefgozer meet zich graag met Jeppe in een spelletje “om ter langst niet met de ogen knipperen”. Jeppe’s neus valt op het spoor, maar ook hij weet dat zijn snelheid veruit ontoereikend is. Hij is – net als Floor – een pointer. Hij staat dan als versteend op drie poten en met gestrekte hals naar die éne durfal te kijken (soms zelfs op minder dan een meter) en kijkt af en toe snel naar mij of ik zijn vondst gezien heb. De haas heeft intussen ook al zijn maat genomen en maakt er zich niet eens meer druk over. Ik steek mijn duim op naar Jeppe, ten teken dat hij goed “gewerkt” heeft, Jeppe recht zijn rug en laat zijn concentratie varen en de haas wandelt rustig weg.

Als er in het najaar een stelletje helden met jachtgeweren dat hazenpad kiest en onze “vriend” neerlegt, zal hij gemist worden…

Elfenhuisje …

Onze nieuwe thuis wordt elke dag een beetje méér ons droomhuis. Ik heb me ook voorgenomen om me te verdiepen in de lokale geschiedenis en legenden en daar horen ongetwijfeld ook figuren bij uit de twilight zone. Schimmen met een onduidelijke afkomst. Van de soort die je liever niet tegenkomt in het donker. Maar ook van de soort die je maar al te graag naar je tuin wil lokken.

Hier heeft het gros van de lezers inmiddels afgehaakt met het vaste voornemen om hier niet meer te komen lezen “omdat Affodil het nu helemaal kwijt is”. Voor de die hards ga ik graag door met mijn uitleg.

Via het smoelenboek kwam ik een tijd geleden op het spoor van Elfendeurtjes . En ik bedacht me dat tuinvogels voor ons al even magisch zijn als feeën, kabouters of elfen voor kinderen. Dus waarom zouden we die sprookjesachtige wezentjes niet de kans geven om in een écht elfenhuisje te gaan wonen?

Voor dit broedseizoen zal het een beetje laat zijn, want onderstaande vogelwoonst krijgt pas eind juni een plekje aan het nog te bouwen tuinhuis. Maar ik weet heel zeker dat er genoeg gegadigden gaan zijn die hierin een nestje jongen willen grootbrengen.

Een speciale dankuwel aan Dorien, die deze (nog?) niet erg vertrouwde bestelling wilde uitvoeren.

IMG_20170513_133938

Spring …!

… en watch, vanaf maandag 29 mei, om 21:00 op BBC2. Gedurende 3 weken (van maandag t.e.m. donderdag) helpen Chris Packham, Michaela Strachan, Martin Hughes-Games en Gillian Burkeons ons weer in nesten, onder de grond, in het water en in de lucht naar de lente speuren en dat in hartje Cotswolds.