Wie heet ‘r ..?

Vanmorgen om verse broodjes naar de supermarkt. Even met een collega-dorpsraadlid overlegd over een affiche voor de sinterklaasmanifestatie volgende week. Drive through, dus coronabestendig. Dan zet iemand de geluidsinstallatie aan en begint de wind door de bomen te waaien … Oh, nee! Zit ik weer met zo’n oorwurm!

Thuis probeer ik bij Manlief wat medeleven te bedelen door hem mijn verhaal te vertellen (en – als hij daar geen oren naar heeft – hem te besmetten met hetzelfde liedje 😉 ) en ik vermeld vol zelfbeklag dat ik twee weken geleden al dàààgen kerstbomen in de lopen van kanonnen heb gestoken. Want “kerstdag is dien dag da se niet schiiieeeten”. Raak! Windstilte en ik ben weer vertrokken met een kar vol kerstbomen. Verdoeme, Wannes!

Tot ik aan de lunch begin. Die bestaat hier in de koude seizoenen – weekdag en zondag – uit een bord verse soep met belegd brood. En nu is mijn vraag: “wie heet ‘r sojker in de erwtensoep gedoan? Wiè hee da gedoan? Wiè hee da gedoan?”.

Kleine gelukjes …

Groot geluk komt je meestal niet zomaar aanwaaien, dat groeit en het ultieme moment zie je van ver aankomen. Tenzij je de lotto wint, natuurlijk. Maar je trouwt meestal niet binnen 5 minuten met iemand die je net leert kennen en in die ooievaar met die gevulde luier in zijn bek geloof ik na 1 miskraam en 2 bevallingen ook niet meer.

Kleine gelukjes zijn van die niemendalletjes waar je van moet leren genieten en vooral: waar je de tijd voor hebt/neemt om van te genieten. Het zijn vaak van die meevallertjes die je dag kleuren, zodat je je later nog herinnert dat “dat dié dag was dat je …”.

Dié dag vorige week, bijvoorbeeld, dat ik me bij het opstaan realiseerde dat ik de hele nacht aan één stuk diep geslapen had. En toch niet opstond met rugpijn. Of met méér rugpijn dan anders, laat ik het zó stellen. Het werd dan ook dié dag waarop ik ongestoord mijn werk kon doen, zonder voortdurend mijn eigen tanden te horen knarsen (vervelend geluid!).

Nog maar net beneden en nog slaapdronken, hoorde ik de eerste vlucht ganzen van de dag overvliegen. Ik haastte me naar buiten om ze na te kijken. Het zullen er – los uit de pols geschat – zo’n 50 à 60 geweest zijn. Grauwtjes, want ze zaten hoog in de lucht en maakten een hels kabaal. Een héérlijk kabaal overigens om je ogen definitief bij open te pellen. Er zouden er die dag – en de volgende dagen – nog duizenden voorbij komen, maar die eerste groep ’s morgens is altijd een tikkeltje ànders.

Na het ontbijt met hond Jeppe de polder in. Met mijn neus tegen de wind in gaan staan, net als hij. Alleen haalt hij er informatie uit. Ik ruik al jaren nog niet eens een berg mest, al lig ik er met mijn gezicht in. Maar dat gevoel van frisse lucht die langs je huid strijkt, je gezicht doet tintelen en je ogen tranen. Zàlig!

En dan wacht thuis Manlief met een kop hete sterke koffie en zitten we samen door het raam van de tekenkamer te kijken naar de bende vogels die op de feeders, de zaaddozen van verdorde bloemen en de bessen aan de struiken aanvallen. Ik tel (nou ja, ik schàt, want ze zitten geen seconde stil) een mus of 30, 6 spreeuwen, 5 tortels, 2 merelmannen en 1 lijster. In de boom van de achterburen zitten een paar pimpels, een koolmees, een stuk of 5 distelvinken en 3 groenlingen in te schatten waar ze de beste kansen maken om ook iets mee te pikken. De vijverrand is nog steeds geliefd drink- en baddergerief. Al ligt de tuin er nu echt wel desolaat bij, dit is Genieten met een grote G.

Zonder extra venijnige pijnscheuten in mijn rug is het vlot werken. Géén tegenvallertjes die vertraging brengen. De zon die nog steeds schijnt als ik afgerond heb. En een natte neus tegen mijn hand. “Vrouwtje, gaan we nog even naar buiten?” Nog even dan, om van het laatste licht te genieten. En daarna weer naar binnen, een kop thee, wat bijpraten terwijl we met een half oog op tv mensen zien zoeken naar hùn plekje in the country.

Avondeten, omkleden en in een lekker dikke kamerjas opkrullen op de bank. Koffie mèt binnen handbereik, maar ook niet te dicht, want we zitten klaar om te supporteren voor onze Duivels en dan wil er nog wel eens iets óm gaan.

En ze winnen …!

Uit in tijden van corona …

We zouden afgelopen theaterseizoen voor de eerste keer in Zeeuws-Vlaanderen naar theater gaan. We hadden kaarten gereserveerd voor 3 voorstellingen: Herman van Veen, Freek de Jonge en Frank Boeyen. Uiteraard kwam er niets van in huis. Laatstgenoemde deed nog een gewaardeerde poging om ter compensatie een online optreden te geven voor diegenen die kaartjes voor die avond hadden gekocht, met de vermelding dat die kaartjes geldig bleven als het live optreden eindelijk ooit kon doorgaan. De link werd doorgestuurd aan diegenen die dat graag wilden.

Vorige week deed een blogcollega voor de tweede keer zijn muziekdoos open en dat bracht herinneringen boven aan optredens die wél doorgingen en waar wij bij waren. Sindsdien is de muziekdoos ten onzent (lees: de cd-speler) nieuw leven ingeblazen. En terwijl ik probeer het wasgoed niet te voorzien van brandvlekken, geniet ik van zowel de muziek als de herinneringen.

In onze beginjaren gingen we vooral naar de Arenbergschouwburg. Gewoon omdat de affiches daar ons het meest aanspraken. Herman van Veen (ook toén al), Rum, Wannes van de Velde (met een flamencogroep, het was ijskoud in de zaal, dus aan de pauze stelde Wannes voor om het optreden verder te zetten in een bruine kroeg wat verderop; onvergetelijke avond!). Maar ook toneelvoorstellingen waar ik nu nog kippenvel van krijg: Jan Decleir met zijn Dario Fo-vertolkingen, Julien Schoenaerts als Wereldverbeteraar, …

Een aantal jaren later werd in Beveren het Cc Ter Vesten geopend en de toenmalige samensteller van het seizoenprogramma was iemand met veel gevoel voor de toekomst. Van de performers die we daar leerden kennen zijn er behoorlijk wat, die pas jaren later het grote publiek bereikten. Wij hebben ze in avant-première gehad. Jammer genoeg is die vooruitziende blik de man professioneel fataal geworden. Zijn opvolger koos voor de platte commerce en toen haakten wij af. Een half seizoen Plat Antwaarps Theater was niet zo direct ons favoriete tijd- en geldverdrijf.

Eén van de eerste ontdekkingen die we daar deden, was nauw verbonden met een geplande vakantie. We zouden in de zomer naar Corsica gaan en naast het plannen van uitstappen en het verslinden van culinaire weetjes, hadden we ons ook verdiept in de lokale muziekcultuur. Zo ook de programmator van Ter Vesten, want hij had – voor het eerst, maar niet voor het laatst – I Muvrini op de affiche. In kleine bezetting, waarbij de polyfonie extra tot haar echt komt. Later hebben we hen nog in volle bezetting bezig gezien in de AB en in Tilburg. Zij toonden de weg naar andere groepen als A Filetta, Tavagna en Barbara Fortuna.
Eén van de nummers waarmee ze o.m. regelmatig bij wijlen Lutgart Symons te horen waren was A te Corsica .

De komende weken zal ik zo af en toe nog een paar andere artiesten voorstellen die we daar hebben leren kennen. Er zit nogal wat folk bij, maar ook experimentele muziek. Benieuwd of ze ook de belangstelling van mijn lezers kunnen vangen …

Herfstwerk …

Er is herfstwerk aan de winkel! Achterstallig snoeiwerk, planten die binnen gehaald moeten worden of toch op z’n minst moeten voorbereid worden voor als ze een warm jasje aan moeten. Inpakken doe ik nog niet, daar is het nog te warm voor. Maar Ik zet er bijvoorbeeld vast een frame rond, zodat – als de temperatuur plots een stuk lager wordt – ik nog slechts de winterjassen moet ophangen.

De metasequoia’s in de straat blíjven maar naalden verliezen. En de afgelopen week heeft het niet eens zo hard gewaaid. Vorige week nog reed de City Cat rond om de goten te ontdoen van die zooi. Vandaag heb ik een volle mand bijeen geveegd en dat was dan nog niet eens zo nauwkeurig. Er hangen er nog aan …

De tweede (grote) voedercilinder is ook hersteld, gevuld en opgehangen. Eergisteren stond Jeppe bij de avondplas van zijn “galetten” te maken en toen ik de zaklamp pakte, zat daar – jawel – een egel! Ondanks de gedeeltelijke lockdown heb ik dus het egelrestaurant geopend, weliswaar met een beperkt menu. Nu maar hopen dat er geen verklikkers in de buurt wonen …

De lavendel achteraan heeft een kort kopje. De bellenboom (fuchsia) zijn wat in het gareel gebracht. Ze staan nog steeds in bloei en er waren nog bijen aan het rondzoemen, dus ik heb geprobeerd zo weinig mogelijk bloemen weg te halen. Uiteindelijk vallen ze beter mee dan ik eerder dacht, maar ze mogen de peperboompjes niet wegdrukken. Daar stonden trouwens ook knopjes in, net als in de camelia en de hibiscus. Als er nu opeens een vorstperiode komt, hebben we volgend jaar niets, denk ik.

Morgen verder doen. Het was tijd om te stoppen. Ik zit alweer 3 weken met een “froozen shoulder“. Gisteren eerste keer kine en huiswerk meegekregen. Maar dat houdt dus wel in dat ik met mijn linker arm (gelukkig die!) niet veel macht kan zetten of bewegen. Handig is anders …

De weg naar de hel …

Al vaker gepland, dit jaar, maar er nooit toe gekomen: opnieuw een week vooruit het menu plannen en weer gericht inkopen, één keer per week. Ik deed het vroeger en vond het praktisch. Ik ben er (uit luiheid of door omstandigheden?) mee gestopt toen we hier kwamen wonen. Waarschijnlijk omdat ik binnen een paar stappen een bakker, slager en supermarkt heb. En een klapke.

En toen kwam corona. En wilden we op alles voorbereid zijn. Nee, ik heb geen wc-papier en diepvriespizza’s gehamsterd. Wél één diepvries vol vlees en vis en één vol groenten gestopt. Zonder een beetje gericht te bekijken wàt bij wàt paste. Dat kwam tot hier toe toch altijd op é.o.a. manier goed uit.

Maar toch moest ik af en toe nog tussendoor om iets dat ik niet in huis had. En dat steekt me al langer hoe meer tegen. Vooral door corona. Maar ook gewoon, omdat ik er dan meestal maar op het laatste moment achter kom en nog holderdebolder naar de super moet. Stomstomstom!!!

Ik heb nu dus mijn zondagmiddag nuttig besteed met het inventariseren van wat er allemaal nog in die diepvriezers zit en welke mogelijke combi’s dat oplevert. Die heb ik al over 3 weken verdeeld, met elke week een vraagtekendag er bij. Dat is een dag waarop we eens iets kunnen uit halen of onszelf verrassen met een onvoorziene spitsvondigheid. De lokale eettentjes steunen door afhaalmaaltijden te bestellen. Of gewoon lui: een bord soep met een boterham, als we een drukke dag gehad hebben.

Mijn boodschappenlijstje lag naast dat puzzelwerk, dus geen excuus meer dat ik nog “iets” vergeten heb. En als ik de diepvries terug moet aanvullen, worden de combinaties ineens samen in een zak of doos gestopt (ik moet nog eens kijken hoe dat het makkelijkst stapelt) zodat ik ’s avonds maar een pakket moet uit halen voor de volgende dag.

Vooral dat laatste gaat leutig worden: niet vergeten dat we de volgende dag ook moeten eten!
Zóveel goede voornemens en het is nog bijna 2 maand tot nieuwjaar!

Uit de oude doos (2) …

Enkele dagen geleden nam ik me voor om uit mijn oude blogtekstjes nog eens een paar “golden oldies” op te diepen. En wat vond ik daar tussen? Een paar broodrecepten die ik kwijt was.

Van kastanjebrood, focaccia en vooral: sandwichbrood (of eikesbrood zoals onze kleindochters het noemden). Als ze kwamen logeren, kon ik niet vóór blijven met dat brood bakken. Nu, zeker een jaar of 7 – 8 later, willen ze nog eens komen logeren, zo gauw Miss Corona (en Mark Rutte) dat toestaan. En wat bestelden ze alvast, zodat ik voldoende ingrediënten kan inslaan? Juist! “Eikesbrood”! Met fricandon.

Waar een blog al niet goed voor is, he?

Uit de oude doos

Naar aanleiding van het blogje van gisteren én omdat ik op de diverse hardware-aanhangsels van mijn pc eens wat orde aan het scheppen ben, kreeg ik het idee om hier zo af en toe eens iets uit de oude doos neer te zetten. Teksten van verdwenen blogstekken, maar die vandaag nog altijd relevant zijn, of die ik gewoon via deze weg wil bewaren omdat ze ook tot die herinneringen behoren die hier een plaatsje mogen krijgen.

Om nog even terug te komen op het afscheid van Terschelling, deze tekst uit 2006:

Waddenlicht, waddendonker…

27 maart, 2006

Waddenlicht, waddendonker

Er is daglicht, kunstlicht, kaarslicht, zonlicht, maanlicht en er is … waddenlicht. Natuurlijk geeft het wad zélf geen licht. Maar soms doet het zo’n kunstzinnige dingen met wat de zon erover uitstrooit, dat het wel zo lijkt.

Er zitten wel wat schilders op het eiland. En er komen er vaak met vakantie. Aquarelisten, olieverfkunstenaars, pentekenaars en wat er allemaal nog bestaat aan technieken om de natuurlijke en andere schoonheden van dit leven vast te leggen. Maar tot dusver is er bij mijn weten nog nooit iemand in geslaagd om het waddenlicht te vatten.

Alle fotografen falen in hun pogingen om het feeërieke schouwspel mee naar huis te nemen. Altijd is het beeld te scherp, te flou, te licht, te donker, te helder, te mistig, …
Ook in woorden kan je het waddenlicht niet gevangen zetten. Je kan het proberen omschrijven. “Zilverachtig, koud, fragiel, …” Het klopt allemaal wel een beetje, maar al voeg je er nog duizend woorden aan toe, de som is steeds ontoereikend. Dus ook deze poging is tot mislukken gedoemd…

Hoewel, er is toch één manier om het mee naar huis te nemen en ervan na te genieten: als je het waddenlicht éénmaal gezien hebt, kan je het nooit meer vergeten. Je draagt het mee als een kostbaar kleinood in je herinnering, waar je ook gaat, hoelang je ook wegblijft.
Maar als er waddenlicht is, is er ook waddendonker. En ook daar bijt iedereen zijn tanden op stuk. Het is het donkerste donker dat ik ooit gezien heb. Zelfs in een godvergeten gat in Spanje of in de outback van de Franse Cévennes -waar de lichtpolutie nog niet is uitgevonden- heb ik nooit zo’n donker donker gezien. Het lijkt wel een afbeelding van het heelal vóór de oerknal, vóór het scheppingsverhaal, voordat er iets was.

Zou een zwart gat in de ruimte er zo uitzien?

Behind closed doors …

Thema 3: Achter de schermen
Waarmee het over de schermen van dit blog hoort te gaan. Ik neem aan dat de opdrachtgever dat vooral in figuurlijke zin bedoeld heeft, want 1) mijn blog heeft maar één scherm en 2) wat daar achter schuil gaat is een schap vol kleine en minder kleine rommeltjes, die ik bij de hand en uit het zicht wil hebben, dus daar heeft niemand anders wat aan.

De 10 inspiratietips die met de opdracht mee kwamen, werk ik maar eens gehoorzaam in volgorde af. Of ik voorzie ze ten minste van de gedachten die daarbij tussen mijn oren opflakkeren. Een beetje aan de luie kant, maar ik ben nog in vakantiemodus. En anders verzin ik wel een ander excuus. 😉

  1. Toon eens de plek waar je blogt & hoe je blogt. Licht toe waarom je voor die plek kiest / waarom die plek er uitziet zoals ze er uitziet.

    Waarom ik voor die plek kies, is een makkelijke: daar staat mijn pc, deuhhh. En waarom die plek er uitziet zoals ze er uit ziet: allereerst, dit is een momentopname. Net terug uit vakantie, dus nog redelijk opgeruimd (al ligt er net buiten beeld nog é.e.a. dat ik nog op zijn plaats moet leggen 😉 ).

Het enige verschil met de realiteit is dat het op de foto licht is, zoals in “het is licht, want het is dag en de zon schijnt binnen”. Verreweg de meeste blogs schrijf ik ’s avonds laat / ’s nachts. Kortom: op een tijdstip dat ik weinig risico loop dat mijn gedachtenstroom onderbroken wordt door de bel, de telefoon, een hond die dringend “moet”, Manlief die iets komt vragen of meedelen, …
Het feit dat op zo’n moment het enige licht van het scherm komt, bepaalt mede dat het me eigenlijk weinig uitmaakt hoe mijn omgeving er op dat moment echt uitziet. Ik hul mij in een donkere cocon, zonder afleidingen.

2. Welke tools zijn onmisbaar voor jou om te bloggen ?

Rust, de quasi zekerheid dat ik niet gestoord zal worden. Meer moet dat niet zijn.

3. Licht in detail toe hoe een blogpost bij jou ontstaat & welke stappen je allemaal onderneemt voor je op publish duwt. Neem ons aan de hand van beelden mee als je bijvoorbeeld foto’s voor je blog gaat nemen en die nadien bewerkt.

Een blogpost is bij mij ALTIJD gebaseerd op een plotse impuls. Een gevoel dat ik wil vasthouden voor later. Het is een bladzijde in een digitaal dagboek. Dat wil daarom niet zeggen dat ik onmiddellijk begin te typen, maar het idee is er ineens en dan kan het nog wel een paar uurtjes tussen mijn oren zitten rijpen, maar het ís er.

Ik ga dus ook nooit op pad om foto’s te maken voor een blog, maar ik maak foto’s en terwijl ik die aan het bekijken / bewerken ben, krijg ik ineens zin om daar iets over te schrijven. Of jaren later, als ik die foto nog eens bekijk. Zelfs mijn andere (foto)blog ontstaat uit foto’s die ik ook zou gemaakt hebben als ik dat blog niet had. Fotograferen is voor mij iets op zich. Dat sommige foto’s ook online geraken, is eerder toeval.

In eerste instantie type ik dus gewoon aan één stuk door, tot ik verteld heb wat ik kwijt wou. Bonk, klinkt het niet dan botst het maar. Pas als het verhaal klaar is, ga ik herlezen. Is de keuze van de tijd (tegenwoordig, verleden, voltooid verleden) juist in functie van het verhaal? Ben ik daar het hele stuk consequent in geweest of is het een ratjetoe dat dringend opkuis nodig heeft? Zijn de zinnen niet te lang? Zijn mijn vingers niet weer eens in een knoop geslagen zodat ik nog amper zelf snap wat er staat? Vouten! Hep ik noch ergens vouten staan?

Alleen als het een blogje is waarin ik mij ergens over opgewonden heb, wordt het opgeslagen als concept en ga ik wat anders doen vóór ik het nog eens kritisch doorlees. Soms wordt er dan hier en daar iets wat gemilderd. Soms verdwijnt de hele tekst omdat ik intussen in zoverre gekalmeerd ben dat ik zelf wel inzie hoe onnozel het leest voor iemand die er niet bij was. Als er dàn nog iets overschiet, gaat het online.

4. Welke playlist zet je op tijdens het bloggen?

Géén, dus. Ik ben een hevig aanhanger van the sound of silence. Er is niets waar ik zo van geniet als van stilte. Dat is ook de reden waarom ik me nogal eens terugtrek uit menselijk gezelschap. Mensen lijken over het algemeen bang voor stilte. Die moét vol gerateld worden. Al was het maar met: “Wow, dat is hier STIL! Hoor eens hoe STIL dat hier nu toch is! …

5. Welke 5 dingen vielen jou het afgelopen jaar / de afgelopen weken / de afgelopen tien jaar / … op in de blogscene?

Dat je meestal in een redelijk klein groepje blijft ronddraaien, met bloggers die op dezelfde golflengte zitten. Net zoals dat IRL zou gebeuren. En dat je het dan als een gemis voelt als er iemand stopt.

Dat iedereen wel elk jaar rond dezelfde tijd een beetje stil valt. Soms omwille van professionele drukte, soms omwille van vakantie of om nog een heleboel andere mogelijke redenen. Dat je die dan vaak toch ook weer rond dezelfde tijd terug verwacht in blogland.

Dat stokjes, challenges, … wél goed rond gaan, hoewel iedereen (ook ik) er bij aanvang een beetje verontschuldigend over doet.

Dat in deze corona-tijd de blogs goed draaien. Ze hebben dus echt wel een sociale functie als je in je kot moet blijven.

Dat de tijd van de blogsamenkomsten precies wel voorbij is (al van vóór corona).

6. Welke dranken & versnaperingen mogen voor jou niet ontbreken tijdens het bloggen?

Op het tijdstip waarop ik meestal blog, is dat minimaal. Hooguit nog een slok water of thee. Vroeg of laat houdt dat bloggen op en moet ik in bed kruipen en dan heb ik geen behoefte meer aan toilet-pendelen.

7. Welke skills ontwikkelde je als blogger? En welke zou je graag nog verder ontwikkelen?

Ik heb (hoop ik) beter leren aanvoelen welke onderwerpen zich lenen en welke niet. En in welke vorm je ze dan best giet.

Wat ik zo af en toe wel eens zou willen kunnen, is een stukje fictie produceren. Ik blijf onveranderlijk in de buurt van de realiteit en het lijkt me heerlijk om er eens flink op los te fantaseren.

8. Welke verwachtingen had je toen je ooit begon met je blog? En zijn die ingevuld? Waarom wel? Waarom niet?

Ik ben vooral begonnen met bloggen als een soort digitaal dagboek, een fotoalbum, maar dan met woorden. In het begin was het zelfs niet publiek. Pas toen ik bij anderen ging lezen durfde ik de stap te zetten.

Mijn eerste blog is intussen opgedoekt, maar de teksten heb ik wel bewaard. Ik heb toen ook overwogen om te stoppen met bloggen en gewoon teksten te blijven schrijven en in diezelfde map te bewaren. Maar het was niet hetzelfde. De interactie met andere bloggers ontbrak en soms leer je daar heel veel van.

Veel meer verwacht(te) ik er eigenlijk niet van. Ik schrijf graag. En het is leuk als dat dan gelezen wordt, nóg leuker als daar af en toe eens reactie op komt.

9. Wat zijn jouw meest gelezen en minst gelezen blogposts?

Veruit het meest gelezen, kort na publicatie, was (op dat eerste blog, denk ik) iets met de titel “Maatjes”. Niets speciaal en ik snapte het eerst zélf niet zo snel. Tot ik me realiseerde, dat het maatjesseizoen bijna ging beginnen. Jonge haring, dus, Hollandse nieuwe. Daar ging het in de verste verte niet over, maar iedereen die daar op terecht kwam, was in feite op zoek wanneer de eerste maatjes te verkrijgen waren …

Nog altijd (bijna dagelijks) gelezen, is mijn recept voor gebakken kaastaart zonder bodem. Ik vraag me af wie al die taarten verslonden heeft. Ik heb net zélf weer eens de ingrediënten in huis gehaald, want ik kan toch niet achterblijven?

Minst gelezen zou ik moeten opzoeken en dat is nogal bewerkelijk. Het zullen ongetwijfeld dié blogjes zijn waar een beetje moeheid uit sprak en dat werkt niet bij de lezers.

10. Op welke blogpost ben je zelf het meest trots?

Geen flauw idee!

De orde van de dag …

Terug thuis, (bijna) alle reistroep is opgeruimd, de voorraadkasten gevuld, want we gaan weer over tot de orde van de dag.

Volgens de buienradar komen er deze week nog wel een aantal dagen in aanmerking om in de tuin nog wat te wroeten. Als ik Jeppe mag geloven, hebben we terug een bewoner in het egelhuis. Dat betekent dat ik nog een aantal weken voor egelkost moet zorgen. En ’s avonds de cameraval opstellen voor bevestiging. De vogels hebben de feeder ook goed leeg gemaakt, dus die ga ik straks vullen, de hele grote cilinder herstellen en ook vullen en dan kunnen ze weer een paar dagen verder.

De afgelopen dagen heb ik vol ongeloof naar de mensen gekeken. We moeten onze contacten tot net geen 0 beperken en wat doen ze? Als de haren op een hond, zó dicht opéén in de winkelstraten rondkrioelen! Ik heb me gisteren bij het eten inslaan voor de volgende week een paar keer omgedraaid en van die idioten van mijn schouders gejaagd. Twee keer bijna ín de schappen geduwd door iemand die had gelezen dat we nu maar 1,5 CM meer van elkaar weg moesten blijven… Ik kon me niet rap genoeg uit de voeten maken. Gelukkig hoef ik nu heel de week niet meer naar de winkel.

Het nieuws over de (de facto) gehele lockdown kwam even niet goed binnen, vrijdag. We hadden al besloten voorlopig alle gedachten aan vakanties voor volgend jaar uit onze gedachten te zetten en het vertrek van covid-19 af te wachten. De geplande logeerpartijtjes van de kleinkinderen werden afgeblazen. Nu zag ik in eerste instantie geen reden om dit jaar een kerstboom te zetten. Maar een paar minuten later dacht ik: “Wacht eens! Wij zijn er ook nog! Ik zet wél een kerstboom, ik hang wél versiering en nog méér dan anders! Omdat we het waard zijn …”

En dus heb ik intussen al 3 takken in gedachten om de raamversiering dit jaar mee te maken. Ideetjes (méér dan ik kan gebruiken) komen uit een Kerstspecial van Landidee, evenals een paar goeie ideetjes voor een feestelijke maaltijd. Het begin van de advent is al uitgeteld, zodat ik weet wanneer ik met de opbouw kan beginnen: elke week wat méér. Alle invallen worden genoteerd in een schriftje dat nog lag te wachten op inhoud. Zin in!

Maar eerst ramen lappen. God, wat zien die er uit!

Een vakantie als geen andere …

… of geen vakantie als een andere?

Het verschil zit ‘m in de plaats van dat éne lettertje. Niets bijzonders, zo te zien, maar een wereld van verschil in aanvoelen.

Nochtans was de bestemming al jaren zo’n beetje onze tweede thuis: Terschelling. De reservering was eind januari al afgerond, om zeker te zijn dat we nog die éne vrijstaande periode in de herfst konden te pakken krijgen. Corona was nog ver van ons bed, dus “why nut?“.

Maar in maart moesten we vervroegd van Texel vertrekken, Tiengemeten verhuisde van mei naar september, wat ook al geen meerwaarde gaf vanwege miljoenen knutten. En hoe dichterbij de datum van vertrek kwam, hoe onzekerder de situatie werd. Waardoor de gebruikelijke voorpret verdween als sneeuw voor de zon.

Eerst moesten we doorheen mijn besmetting en Manlief’s quarantaine geraken. Dan begon het rondbellen: naar de huisbaas en de lokaal bevoegde GGD en naar de eigen huisarts voor raad. Naar de annulatieverzekering, voor het geval Marc Rutte & co de zaak in extremis op slot gooiden. Die trokken het zich enkel aan als één van ons besmet was. Dus even naar de huisartsassistente gebeld om mijn besmetting te laten bevestigen op papier (was inmiddels al wel uitgequarantained, maar je kan hervallen, toch?).

Koffers pakken, maar nog niet naar beneden brengen, want wie weet staan ze daar wel voor niets in de weg. Boodschappen voor 2 weken voor mijn moeder. Niet dat dàt verloren is, want eten moet ze toch. Géén boodschappen voor ons, nog altijd in de veronderstelling dat we mogen, kunnen en willen vertrekken.

We gaan.

De nacht vóór het vertrek wakker liggen. Is het dat allemaal wel waard? En is het verantwoord? Maar ook: we zijn daar minstens zo veilig als thuis. We verblijven aan het eind van de eilander beschaving. We koken zelf en on occasion halen we iets uit of laten het bezorgen. We mijden (altijd al, ook zonder corona) drukke plaatsen, samenscholingen, … Wandelen doen we op plaatsen en tijdstippen dat de andere toeristen nog niet eens aan hun ontbijt toe zijn. Vogels kijken doe je toch al niet in groep (al zie je soms nog wel eens een bende van zo’n 100 twitchers staan gapen naar 1 enkele mus met een rood veertje in haar kont, maar niet op Terschelling). En er zit een voorraad mondkapjes, nitryl handschoenen en ontsmettingsgel in de auto waar je een heel OK mee te lijf kan.

We hebben de avondboot van 18u. Dat betekent dat we ten laatste om 17u30 op het havenplein moeten zijn. We lunchen dus nog thuis en omdat je net zo goed rustig kan rijden als nog een paar uur naar elkaar te zitten kijken en ongeduldig te zuchten, vertrekken we. Rustig, dus. Maar niet helemaal onbezorgd. Eten kan niet zoals anders op de boot of in de haven, wegens de sluiting van de horeca. Ik heb – geleerd van Tiengemeten – een paar opwarmmaaltijden mee, want we zijn ten vroegste ergens rond 20u30 in ons huisje.

Pas op dag 2 pak ik de laatste bagage uit. Gewoon. Omdat ik er niet eerder zin in heb. Boodschappen worden nog beter gepland dan anders, want het is drukker dan anders. Herfstvakanties. In eigen land voor de Nederlanders. We beseffen ook dat – net als op Texel – de rust die we hier vonden nooit meer echt zal weerkeren, want de Nederlanders ontdekken eindelijk hun eigen land.

Schiermonnikoog valt als laatste non-coronabastion.

Eerste werk na het boodschappen doen: een pot verse soep maken voor na de wandeling. Het gebeurt nu meer uit gewoonte dan uit een gekoesterde traditie. En ze smaakt anders.
Na de middag toch nog even de wandelschoenen aantrekken en met het fototoestel op paddenstoelenjacht. Er zijn er al, maar nog niet zoveel als vorig jaar. Nog een regenbui wachten, denk ik.

Manlief en ik lossen elkaar af bij het wandelen, zo hebben we elk om beurt een luie dag. Er zijn al wel kleine trekkertjes: tjakkers, koperwieken, goudhaantjes, hier en daar ook een paar kepen. Er zit een grote groep goudplevieren in de polder en ook al een paar honderd rotjes. Maar de echt grote aantallen zijn er nog niet. Het heeft te lang ge(na)zomerd. Hoogtepunt van vogelweek 1: een havik die een blauwe kiekendief opjaagt, die op zijn beurt een buizerd uit dekking peutert. En dat alles binnen pakweg 300m.

Zaterdagavond en normaal zouden we nu uit eten gaan. Gelukkig is er ook mogelijkheid om afhaalmaaltijden te bestellen. We bekijken online het aanbod van het lokale taparestaurant en ik bel de bestelling door voor tegen 18u. Net nà El Classico (om in de sfeer te blijven) en op tijd terug voor ManU vs. Chelsea. Die tweede match is vooral slaapverwekkend. En dat met de XXL Nacht van de Nacht voor de boeg.

Zondagochtend, winteruur en we zijn over halfweg. Ochtendwandeling in het bos, want de wind is flink aangewakkerd. Dat hoeft voor ons geen beletsel te zijn, maar voor hondjes is het niet leuk omdat het stuifzand zich net op hun ooghoogte verplaatst.

Het hoge woord komt er uit: ik vertel dat ik de vakantiestemming maar niet te pakken krijgt en prompt bevestigt Manlief dat dat bij hem hetzelfde is. De enige die hier op een roze wolk zit, is de hond. We luchten allebei ons hart en gaan dan over tot de orde van de dag. Opeens is de lucht minder zwaar. Uit die éne week gaan we nog het maximum halen. Tegen 5-6 Bft in.

Nog twee dagen te gaan en de huisbazin komt even een praatje maken. Kort door de bocht komt het er op neer dat ze heel slecht nieuws gekregen heeft bij de arts: uitgezaaide kanker in de longen. Of ze nog in aanmerking komt voor behandeling zal ze horen terwijl wij die laatste dagen doorbrengen en inpakken om te vertrekken. Het nieuws hakt er wel even flink in. We beloven plechtig alles even netjes achter te laten als we het gevonden hebben. Het was al een dag met vallen en opstaan (letterlijk voor Manlief) en – zonder dat het uitgesproken werd – begrepen we dat dit adresje wegvalt.

Tijdens de volgende nacht hebben we allebei onze eigen gedachten over Terschelling. Bijna 30 jaar zijn we hier te gast geweest. Terschelling is vooral het eiland geweest waar we urenlange wandelingen langs de waterlijn maakten om dingen te verwerken die we door het jaar niet verstouwd kregen. Soms zwijgend naast elkaar, soms dingen uitsprekend die elders niet konden benoemd worden. Soms ieder voor zich, pratend, fluisterend, schreeuwend tegen de golven. De Noordzee als therapeut, het wad als zielenzalf.
We zijn die moeilijke tijden ontgroeid, de wandelingen zijn aanzienlijk korter geworden. Dàt waarvoor we naar hier kwamen, is voorbij. Tijd om af te sluiten.

Het is een bevrijding dat we allebei hetzelfde voelen en dat het ook hardop uitgesproken is. De laatste volledige dag wordt ingezet met een boswandeling. Langs de paden die we kunnen dromen. Langs de bankjes waar we van het zonnetje genoten, onze vermoeide voeten even lieten rusten, meegebrachte boterhammetjes opaten, … Dan het bos uit en langs de duinrand verder. De zon breekt door, een dubbele regenboog wuift ons uit.

In de namiddag ga ik in mijn eentje met Jeppe naar het strand. Een laatste keer voorbij Heartbreak Hotel, dan rechtsaf richting Amelander Gat. Morgen is het Manlief’s beurt om afscheid te nemen terwijl ik het huisje aan kant doe. ’s Avonds nog één keer tapa’s van de Reis. En overmorgen om 6u op voor de vroege boot…