Told you so …!

Advertenties

Ik weet niet …

… hoe dat met jullie zit, maar vanmorgen voelde ik iets wat best wel op lente begint te lijken. Het is misschien meer whishfull thinking dan wijsheid, maar het ochtendlicht zag er vrolijker uit. Frisser wit, vers gewassen en (met het weer van de afgelopen weken) goed nagespoeld. Ik heb zo goed als geen reukzin, maar ik meende ook een beetje lente te ruiken (dàt is al helemaal onzin, vrees ik, tenzij er ergens al een boer mest uitgedragen heeft).

Als ík nu alleen zou zijn met die kriebels, dan zweeg ik er nog even over. Maar vorige week kwam ik tijdens een wandeling in het parkje dit tegen:

DSCN0044

En niet één trosje, maar honderden! Ik was al meteen in de stemming. Zelfs de storm van donderdag kon daar niets aan veranderen.

In de tuin is ons vaste stelletje Turkse tortels al gênant stevig aan het “stouwen”. Vooral híj staat op ontploffen van de hormonen. Zij is nog wat onzeker en probeert de boot nog wat af te houden.
Een merelwijfje nam gisteren de tijd om haar twee aanbidders te taxeren, terwijl die elkaar de pluimen uit het lijf trokken.
Ook in plassen en sloten wordt dezer dagen al geknikt en gebalst. Als je er een tijdje naar blijft kijken, krijg je er warempel last van in je nek.

Ik weet het. Februari moet nog beginnen en het kortste maandje is vaak het felste als het op winteren aan komt. Maar het lengen van de dagen wordt nu echt goed zichtbaar. En dat geeft hoop.

Vanmorgen ben ik met hond Jeppe van de zon gaan genieten tijdens een lange wandeling. Bij thuiskomst werden we opgewacht door een heel speciale gast. Eentje die, naar ik vrees, mijn lentekriebels nog wel even de kop gaat indrukken want als pestvogels afzakken naar onze kontreien zou dat wel eens kunnen betekenen dat er een nog een ferm koudefront op komst is.

Hoedanook, het blijft de moeite om ogen, oren en andere zintuigen op scherp te houden dezer dagen.

Zit me jasje goed …

Geloof het of niet, maar: het stof is weg. Het huis ligt er weer eventjes fris en keurig bij. Het nieuwe deurgat is gemaakt. De deur, dat is iets anders. Ze hadden er een bij, maar daar bleek een olievlek op te zitten en omdat die waarschijnlijk nooit helemaal weg te krijgen is en toch steeds door de verf zal komen, is er een nieuwe besteld. De “oude” hangt voorlopig de tocht tegen te houden.

Het is serieus aanpakken geweest, de afgelopen weken en ik ben eigenlijk best wel een beetje trots dat ik het heb kunnen bijhouden. En daarom gaat moeder morgen op stap. Het zou droog weer blijven. Grijs, maar droog. Ben ik al helemaal blij mee.

Waar naartoe, weet ik nog niet goed. Misschien Terneuzen eens gaan verkennen. Daar heb ik eigenlijk nog maar één straat goed bekeken. Eens zoeken waar de winkels zijn waar ik wel iets van mijn gading kan vinden. En iets lekkers scoren. En op weg naar huis nog even langs Zaamslag, want in het passeren heb ik daar een paar mooie winkels gezien.

Maar het zou zomaar kunnen dat ik Hulst ten gronde leer kennen. Daar weet ik al een paar winkels. Ik heb er al een nieuwe gsm gekocht, en een pedaalemmer voor de badkamer, en pralines. Ik weet waar ik moet zijn voor de officiële administratie. Maar zo gewoon eens flaneren en genieten is er nog niet van gekomen.

Misschien kan ik dan in het naar huis rijden eindelijk onze auto ophalen bij de herstelgarage. Die staat er dan bijna drie weken. Vanmorgen even telefonisch ontploft en misschien zijn ze daar wakker van geworden.

Maar voorlopig denk ik daar niet aan. Eerst even voorpretjes koesteren …

What a time …

… this has been!!!

We keken er al lang naar uit, naar die vakantie op Terschelling. Hoewel Texel ons steeds meer bevalt, blijft Schilge voor ons toch het mooiste Waddeneiland. Begin oktober was het zover. Een flinke, maar voorspoedige rit, een rustige overtocht en de sinds lang bekende weg naar Hoorn. Uitpakken, voorraad inslaan, genieten.

Voor Jeppe was het de eerste kennismaking met het eiland waar de andere hondjes de tijd van hun leven hadden. Omdat hondjes op Terschelling in bos en op strand overal los mogen en hij zijn weg daar nog niet kent (en “kom” niet altijd zo goed met zijn plannen strookt), had ik hem toch maar een tracer om gedaan. Als hij ons kwijtspeelde kon ik tenminste volgen waar hij zich ophield. Ik drufde hem dan ook veel sneller los laten. Hij bleek veel oplettender dan ik verwacht had en hield goed gelijke tred op een afstandje. Slechts één keer ging het (bijna) fout: op het strand vond hij het kadaver van een meeuw. En wat is er nu leuker dan daar eens flink in te gaan rollen?  De clip van de tracer was daar niet helemaal op berekend en dus kon ik beide uit de rottigheid gaan vissen. Was blij toe dat ik het op tijd gemerkt had.

De tweede week begon met twee schitterende dagen die we grotendeels lui doorbrachten uit de wind en in de zon in de rustige tuin van ons huisje. Het was zelfs opletten voor zonnebrand!

Op woensdag keerde het tij en kwam het eerste pechbericht: de koper van ons huis in België trok zich terug want hij kreeg zijn financiëring niet rond. De trend was gezet.

Op donderdag kregen we een telefoontje van de thuiswacht, dat een abrupt einde maakte aan de vakantie. Ons moe ging plots fel achteruit. En dan zit je op een eiland natuurlijk. Met – in het beste geval – drie afvaarten per dag. Terwijl Manlief gauw alles in de koffers propte, reed ik naar rederij Doeksen om de tickets te laten omboeken. De middagboot vertrok nog geen halfuur later, dus dat werd niks. Een avondboot was er niet. De vroege boot voor de volgende ochtend was volgeboekt…. Er maakte zich al een lichte paniek meester van mij. Maar zo gauw geven ze daar niet op bij Doeksen. Een telefoontje van de baliemedewerkster later wist ik dat we met de vrachtboot mee konden. Om kwart vóór vier inchecken, een half uur later op weg naar het vasteland.

Intussen werd er druk over en weer gebeld met de thuiswacht om te horen hoe het er voor stond. Tegen dat we Amsterdam passeerden wisten we dat we die avond recht op huis aan konden omdat de toestand van schoonmoeder stabiel genoeg was.
De volgende dagen vulden zich met afscheid nemen, voorbereidingen treffen, rouwen en thuis tussen half uitgepakte koffers snelle happen eten en hondsmoe in bed ploffen en niet slapen.

Precies een week na thuiskomst leverde ik Manlief af in het ziekenhuis van Terneuzen voor een TKP (dat is dus een Nederlandse Totale KnieProthese, want ze zijn hier verzot op afkortingen). Om klokslag twaalf uur werd hij de operatiezaal binnen gereden, om vier uur later al met krukken naast zijn bed te staan. Als de wond niet lekte en hij trappen kon doen mocht hij op zaterdag naar huis.
Ik rekende uit dat me dat in de voormiddag net genoeg tijd kon opleveren om eindelijk wat rommel weg te werken, de hond eens flink uit te laten en eten in huis te halen vóór ik mijn iron man ging ophalen.
Had je gedacht! Om tien uur hing hij al aan de telefoon. “Of ik hem tegen elf uur kon ophalen, want hij mocht naar huis.”

Nu ben ik normaal heel flexibel in het omgooien van mijn planning, maar de afgelopen tien dagen was daar wel wat veel in overdreven, nog los van alle emoties die er nog aan te pas gekomen waren. En dus was de uitbrander van de hoofdverpleegster omdat we de trombosespuitjes nog niet afgehaald hadden bij de apotheker er ruimschoots teveel aan. Op een ultrakort antwoord na hield ik me nog goed, maar toen ik na lang wachten bij de apotheek buitenkwam werd het even zwart voor mijn ogen. Waardoor ik de verlichtingspaal achter de auto niet zag en er grondig tegenaan reed. Dat kon er ook nog wel bij. De paal had niet eens lakschade. De auto staat nu – twee weken later – nog in de garage. Ik mag hopen dat het bestelde vervangstuk eindelijk geleverd is, zodat ze met de assemblage kunnen beginnen. Enige goede nieuws in dit hoofdstuk: de verzekering dekt de schade.

Maar er is ook nog goed nieuws. Mijn wederhelft herstelt zoals we het nooit hadden durven hopen. Na amper een halve week kon hij de nieuwe knie al ruim over 90° plooien, wat normaal met champagne gevierd wordt na twee-drie weken. Strekken zal nog wat tijd, werk en tandengeknars vergen want door een jarenlange verkeerde houding is de hamstring behoorlijk gekrompen. De hechtingen gingen er afgelopen donderdag uit. In huis mag hij van de bank naar de stoel of de wc zonder krukken, op de trap en over wat langere afstanden met één kruk, maar voor zijn straatje-om moet hij – mede omwille van de oneffen ondergrond – beide steunpilaren nog gebruiken. De pijnstillers zijn voortijdig naar de donkere krochten van de apotheekkast verbannen. Vandaag het laatste van die vermaledijde spuitjes en volgende week naar de fysiopraktijk op de hometrainer. Geen massagekes aan huis meer.

Een perfecte timing van de fysio, want vanaf maandag ligt ons huis terug helemaal overhoop: in de bijkeuken wordt een deurgat naar de voorraadkamer geslepen (stofstofstofstof…) en boven worden de ramen vervangen, wegens naar buiten draaiend. Wat daar het idee achter is, heb ik in dat bijna-jaar dat we hier wonen nog niet kunnen achterhalen. De luiken kunnen niet dicht als we met het raam open willen slapen. Als het raam openstaat en het weer slaat om, regent het onvermijdelijk binnen en we mogen dan maar hopen dat er ook geen windvlagen aan te pas komen. Dan kunnen we bij de buren gaan vragen of we aub ons slaapkamervenster terugkrijgen. De ruiten lappen aan de buitenkant is uitgesloten, want ik kan niet gevelklimmen. Nu is dàt het flauwste tegenargument, want we hebben een ruitenwassersfirma aangesproken en dan hoef ik dat karwei zelfs op de begane grond niet meer op te knappen.

Gisteren heb ik even mijn 7-weken-keukenbord geactualiseerd en merkte ik dat de hele rest van dit jaar er op kan. 2017 was het toonbeeld van drama en hectiek. Ik hoop dat 2018 de perfecte tegenpool mag worden. Omdat een goed begin het halve werk is, hebben we in elk geval al een optie genomen op een beetje winters Texel…