Upside down …

De afgelopen weken was het hier al stilletjes op dit blogje. Dat gaat de volgende maanden nog niet zo direct veranderen. Inspiratie genoeg, maar nog niet rijp voor de openbaarheid. Drastische veranderingen, veel fysieke arbeid voor de boeg en dat gaat niet meer zo snel als vroeger, misschien dromen die uitkomen. Misschien wordt ons wereldje wel op zijn kop gezet. Of net niet.

Dit blogje gaat dus in een soort zomerslaap. Hopelijk is er tegen het najaar al wat meer klaarheid. Mogelijk is er in de tussentijd toch een opstoot van schrijfkoorts. Of wordt er een definitief punt achter dit blog gezet. Wie zal het zeggen?

Ik wens iedereen een fijne zomer toe. Intussen blijf ik wel mijn blogrol afschuimen en hier en daar even meepraten.

Big Brother voorbij …

Dat onze privacy allang niet meer privé is, daar maken nog weinig mensen zich illusies over, denk ik. Dat we zelf toch wel even moeten nadenken voor we iets op het internet gooien, is intussen ook al bekend. Maar Big Brother gaat nog veel verder!

Artsen, apothekers, ziekteverzekeringsorganisaties, … beschikken (noodgedwongen) over vertrouwelijke informatie die enkel hén én onszelf aangaan. En laat nu net het departement dat over die discretie en vertrouwelijkheid moet waken, ze op de markt willen gooien. “We kunnen daar geld voor vragen, zolang dat terugvloeit naar de patiënt.” aldus Staatssecretaris voor Privacy Philippe De Backer . 

Wel meneer De Bakker, als mijn gezondheidsdossier verkocht wordt aan de eerste, de gereedste farmahoer wil ik zélf de prijs bepalen én incasseren. En ù hoeft echt niet te bepalen wie er zaken mee heeft of ik me grieperig voel, dan wel  reumaklachten of een maagzweer heb. Die informatie is van generlei waarde voor de farmabloedzuigers. Als ze willen weten hoeveel ze volgend jaar méér kunnen verdienen met het op de markt brengen van nóg verslavender, overbodiger én milieuonvriendelijker verpakte smeerlapperij, dan hebben ze echt helemaal niets anders nodig dan een oplijsting van hun frauduleuze snoepreisjes en mensonterende harteloosheden.

Geen enkele industrie verdient zoveel op de rug van zo weinig werknemers als de farmareuzen, dus bespaar ons het argument van tewerkstelling waar jullie liberalen altijd mee voor de dag komen. Het zijn gigantische monsters die op geen enkele, maar dan ook geen enkele, manier begaan zijn met het welzijn van de gewone mensen (herinner u de weigering om betaalbare HIV-medicatie te produceren voor 3de-wereldlanden en de uitspraak dat een nieuw, naar verwachting zéér effectief, kankergeneesmiddel enkel voor rijken bedoeld is).

De mededeling dat de Open Vld-wolven (en bij uitbreiding N-VA, als ultrarechtse liberalen) de schaamte voorbij zijn, is een open deur intrappen. Wat jullie de afgelopen jaren uitvreten is ronduit om van te kotsen!

Voor mijn part vinden we al de in de terugbetalingslijsten van de mutualiteiten beschikbare én niet beschikbare kwalen terug in de – in alle kranten gepubliceerde – dossiers van uw vriendjes en medestanders. Speel zélf voor laborat, verdomme!

 

Hetzelfde verschil …?

Ik spendeer nogal wat uurtjes per week langs de Vlaamse wegen en dat vooral als voetganger en ander uiteinde van de hondenleiband. Om te beginnen wonen we dan misschien wel “op den buiten” zoals dat heet, maar moet je eerst de nodige kilometers asfalt “presteren” vooraleer je écht een beetje in het groen komt. Asfalt dat zich zonder begeleiding van een regulier voetpad ontrolt, zodat harde en (half)zachte weggebruikers het nodige gezonde verstand moeten opbrengen om de weg met elkaar te delen.

Nu probeer ik sowieso altijd en overal een beetje begrip op te brengen voor anderen.
De auto’s die hier door onze landelijke straatjes scheuren aan een onbetamelijke snelheid worden bestuurd door mensen die naar hun werk moeten en alweer moeten ontsnappen uit de file die zich uitstrekt van de mond van de Kennedytunnel tot voorbij Haasdonk, in de richting Gent. Vroeger opstaan helpt niet altijd, want de kindjes kunnen pas vanaf een bepaald uur terecht in de opvang. Als ik die (gsm-)maniakken zie aan komen vliegen, duik ik met hond en al dus de brandnetels en stinkende grachten in alsof er niets leukers is in het leven.

Vermits we dicht bij de open ontginning van een kleilaag zitten (wie van die gebakken kleibolletjes in huis of bloembakken zitten heeft: dat komt van op “onzen buiten”) stormen hier ook voortdurend van die enorme tractoren met grote aanhangwagens voorbij van wat ze hier ” ‘t grondverzet” noemen. Stel u bij het woord tractor een bakbeest voor met wielen die hoger zijn dan een flinke 4×4 en minstens dubbel zo dik als gewone tractorbanden. De rest is in verhouding. Ook de snelheid waarmee ze onze wegen onveilig maken (en kapot rijden) want de bestuurders weten zich – zonder uitzondering – ongenaakbaar. Een nieuwe duik in de wildernis naast de weg, dus. En dan verder met een lading zand tussen de tanden. Tegenwoordig poets ik mijn tanden gewoon nà de wandeling met Jeppe.

Geef mij dan maar de fietsers en de joggers. Toch?
En op die collega-weggebruikers slaat nu net de titel. Allemaal moeten we afrekenen met dezelfde geneugten en gevaren van onze aanwezigheid op dezelfde wegen.
Je zou dan ook een zekere vorm van solidariteit verwachten. Toch?
En daar zie ik – bijna wetenschappelijk en statistisch nauwkeurig – duidelijke verschillen.

De joggers – een enkele uitzondering niet te na gesproken – reageren met een knikje of een goeiedag op mijn begroeting. Het moet al bloedheet zijn en de loper halfdood door zelfoverschatting om geen reactie te krijgen.

De fietsers moet ik onderverdelen in categoriën.
Eerst zijn er de “gewone” mensen die bij mooi weer de “gewone” fiets naar  buiten halen om eens een eindje te gaan rijden en een terraske te doen. Als ze alleen of met twee zijn, gedragen ze zich meestal “gewoon” in het verkeer en wordt er geknikt, gegroet en vaak ook nog iets geroepen van “schoon weer, he?” of zo. Als ze in groep zijn benutten ze bij voorkeur de hele breedte van de weg en dan bedoel ik ook de héle breedte. Afhankelijk van of de ontmoeting vóór of na het laatste terraske plaatsgrijpt ben je als voetganger ook niet meer veilig ín de gracht …

Dan zijn er de gasten op dunne bandjes, in de volksmond nogal eens aangeduid als “wielerterroristen”. Hoewel een hoog percentage ook wel aan die beschrijving voldoet, mag je ze zeker niet allemaal over één kam scheren. Als ze in groep zijn en ze zijn begeleid door een volgwagen of er zijn verantwoordelijken bij die zich met de veiligheid bezig houden (afhankelijk van het aantal deelnemers), dan kan je er bijna groot geld op zetten dat minstens de helft van de groep ook nog een groet of een “merci madammeke” over heeft voor de voetganger die een stapje opzij zet en de viervoeter de kant indrukt. De laatste tijd zijn dat steeds vaker gemengde groepen, merk ik. Ze zijn veelal van ver herkenbaar aan het gelach.

Tenslotte zijn er de échten. De fanatieke sporters, die tevoorschijn komen zodra de eerste geruchten over de voorjaarsklassiekers opduiken en die pas weer verdwijnen na de Vuelta, zeg maar. Velen onder hen denken dat het hele wegennet hun persoonlijke circuit is waar geen regels gelden, behalve die van hen.

Alhoewel ze een weggebruiker zijn als een andere, is hun fiets niet voor de helft uitgerust zoals dat eigenlijk zou moeten. Een fietsbel is alles behalve aerodynamisch, dus als ze je al niet “besluipen” om vlak  naast je ellenboog te flitsen of je de gracht in laten schuiven over fluimen en snot, is dat meestal omdat ze een paar meter achter je rug beginnen roepen “uit de wég! uit de wég!”.

De afgelopen weken was er een die geheid elke keer loeihard floot om mij ervan te verwittigen dat ik de kant moest induiken. Ik zal wel een slechte dag gehad hebben, maar op een gegeven moment heb ik gezegd dat hij eens moest investeren in een goede fietsbel. Prompt gingen de remmen dicht en stopte hij. Frons op het voorhoofd, en “watte?”. “Awel, ja. Het is om te beginnen een goede manier om kloofkes in uw lippen te vermijden. En bovendien: de appreciatie voor al dat gefluit verandert met de jaren. Nagefloten worden op je 20 is nu eenmaal niet hetzelfde als weggefloten worden op je 60. Trouwens: in de hondenschool is ons geleerd dat we niet op onze hond mogen fluiten, want dat dat respectloos is”.

‘t Is al een paar dagen geleden dat ik hem nog gezien heb …😉

 

 

 

Jeppe makes me proud …

Dik twee weken geleden alweer dat ik nog een blogje postte. Veel te doen, nog veel meer om over na te denken en tussendoor: kilometers vreten met het hondje. Vooral dat laatste doet deugd, ondanks het grillige, natte en ijskoude weer. Het helpt mijn overvolle hoofd af en toe eens leeg te maken.

En ik kom er mee buiten en af en toe zelfs tot in de natuur. Alwaar ik in die tussentijd mijn eerste koekoek van het jaar hoorde, mijn eerste boerenzwaluwen en gierzwaluw zag, een beetje in de weg zat van mereljongen die door moeders naar buiten gelokt werden en de wegbermen in bloei zag komen tegen alle redelijkheid in.

Afgelopen weekend nog eens “de grote polder” bezocht (Doel, Kallo, …) omdat er op waarnemingen.be wel wat interessante meldingen waren. De heilige ibis hebben we niet gevonden, de snor niet gehoord, maar we zagen toch (in de verte, helaas) een paartje geoorde futen zwemmen.

Gelukkig was niet iedereen even verlegen, dus kon ik Pa en Ma Grutto vastleggen op beeld. Ma was naarstig bezig de kluts warm te houden, terwijl haar betere (?) helft de omgeving in de gaten hield. Zo ver mogelijk inzoomen om zo weinig mogelijk onrust te veroorzaken is dat dan.

Gisteren bij de avondwandeling kon ik maar niet genoeg krijgen van “Jeppe, nieuwe stijl”.  Tien maanden geleden kwam hij bij ons als een verlegen, schuw hondje (hij schrok van zijn eigen schaduw) dat elke soortgenoot als slecht nieuws beschouwde.

Nu heeft hij al een zekere mate van zelfzekerheid gekregen, is heel communicatief (nee, hij heeft geen spraak nodig) en is nieuwsgierig naar andere honden of – als ze wat te wild tekeer gaan – negeert ze en loopt ze rustig voorbij. Bij het begin van onze avondwandeling passeerden we een groep met retrievers (waarvan twee geleidehonden in opleiding met hun trainers) en een kanjer van een sint-bernard. De retrievers konden hun opwinding niet onder controle krijgen, hun trainers ook niet en de sint-bernard besloot dan maar mee herrie te maken.

Normaal zou Jeppe alle kanten opvliegen, me zo ongeveer alle kanten van de weg laten zien en proberen nog meer lawaai te maken dan de anderen. Maar sinds hij op Texel met een grote groep honden op het strand los gelopen heeft, is hij fel veranderd. Toen hij de groep in het oog kreeg volstond het dat ik hem zachtjes geruststelde en “rustig!” fluisterde. Met de neus in de lucht passeerde hij the wild bunch. Eenmaal er voorbij, keek hij over zijn schouder met een blik van “Gezien? Straf, he?”

Een paar straten verder herhaalde zich het scenario toen er een hyperkinetische greyhound langskwam en in de laatste paar honderd meter was daar weer die bende blond geweld van eerst. En weer bleef Jeppe doodkalm (of hij deed alsof) terwijl de anderen tekeer gingen als gek.

En ik trots! Aja, want als zelfs hondentrainers hun pack niet onder controle krijgen en onze hond houdt zijn “cool“, dan mag ik hem toch wel een schouderklopje geven en de hemel in prijzen, zeker? Dat hij er achteraf even heel erg de pas in zette om zijn overdosis adrenaline op te gebruiken, hoort er bij. Ik heb dan maar een spurtje getrokken om te verhullen dat hij met mij aan het sleuren was als met een hondenkar …:-)

 

 

Gluren …

U lijdt aan slapeloosheid en wil de nachten een beetje aangenaam doorbrengen zonder uw huisgenoten wakker te houden met uw gestommel?

U krijgt uw dagen niet gevuld omdat u niet van de koers houdt en de play-offs u geen ene moer kunnen schelen?

U heeft het geduld van de bibliothecaris opgebruikt en mag geen boeken meer ontlenen?

U bent iemand die aan een paar seconden slaap af en toe (desnoods tijdens het eten of de vaatwas) genoeg heeft en dus alle tijd van de wereld heeft om aan de pc te gaan zitten?

Dan is hier een link die u niet mag missen. Showtime 24/7 want u kan zomaar binnengluren bij een aantal tuin- en andere vogels en het is nog perfect legaal ook.

O, en u telt morgen toch ook huismussen?