Kartonnen dozen …

Het zou de titel kunnen zijn van een boek van Tom Lannoye, maar het gaat gewoon over verhuizen, inpakken, weggooien, delibereren of je iets nu gaat inpakken of weggooien, …

En ook over leven tussen kartonnen dozen, plastieken bakken en zakken, vergeten en plots hervonden schatten, herinneringen, toekomstplannen (voor korte en langere termijn), kleenex (vanwege een snotsnipverkouden kop) en tubes rugzalf (vanwege overmoed bij het sjouwen en niet-aflatende hoestbuien waar zelfs de Deense dog van de buren schrik van krijgt).

Nog luttele twee weken en het is zover: dan rijdt de verhuiswagen voor en laden we 40 jaar en nog wat samenleven in en verplaatsen het naar hopelijk nog heel veel jaren van hetzelfde maar anders, elders.

Afgelopen zaterdag een dagje weesten klussen, zodat we de schilders niet voor de voeten liepen en zij ons niet in de weg zaten. Hopelijk zijn ze er eind deze week klaar mee, want dan hebben we maar een goeie week tijd meer om te schrobben en dié dingen te verhuizen die we al van bij het begin nodig hebben. Ik wil namelijk graag de dag vóór de evacuatie mijn potten, pannen, borden, vorken en messen veilig in de keuken weten, de voorraadkasten in de voor hen speciaal gereserveerde kamer hebben (minstens deels gevuld) en een brood in de broodkast, zodat we – als de deur dicht valt achter de verhuisfirma – nog enkel de hond uit de opvang moeten halen en dan kunnen neerploffen met mondvoorraad binnen handbereik. Want meer zal er niet in zitten, vrees ik.

Tot dan zal het hier nog verder wreed stillekes blijven ook, want na de dagelijkse dosis administratie en gerommel kom ik er voorlopig niet toe veel te schrijven of te lezen. Ik ga dus na de verhuis zeker een paar dagen op mijn kont kunnen doorbrengen met het uitpluizen van mijn favoriete blogjes, reageren (of niet) en laten weten dat we het overleefd hebben.

 

 

Tellen, tellen, tellen, …

De Vlaamse natuur heeft haar nieuwjaarsbrief afgeleverd in mijn mailbox: Het grote vogelweekend. Omdat ik me intussen toch al wel een aantal jaren engageer om mee te tellen, heb ik het direct aangestipt in mijn agenda.

Vond ik deze week op Twitter ook nog: De Nationale Tuinvogeltelling 2017. En omdat we binnen niet al te lange tijd toch ook een tuin in Zeeland te beheren hebben, dacht ik “waarom ook niet?”.Tot ik de data in het oog kreeg. Dat wordt een spreidstand waar ik op mijn leeftijd moeite mee ga hebben, vrees ik.

Zaterdag “thuis” in Vlaanderen, zondag “thuis” in Zeeland? Als weer en wegen het enigszins toelaten: waarom niet. Ik heb in elk geval deze week al de voederplanken in onze Zeeuwse tuin gevuld om aan de pluimballen ginds te laten weten dat er weer voor hen gaat gezorgd worden. Aan het aantal voederplaatsen en nestkasten te oordelen hebben onze voorgangers op dat adres zich ook ingespannen op dat vlak.

Afgelopen donderdag trouwens de eerste serieuze wandeling gedaan met Jeppe. Wat een stilte! Op het gakken van de honderden ganzen na, was er eigenlijk geen geluid te horen. In de verte duikt soms iets op wat lijkt op een groot wit flatgebouw midden in het akkerland. Bij nader toezien is het een boot die boven de dijk uitsteekt en langzaam wegschuift. Uit de graskant vloog een dozijn kramsvogels op, aan het eind van de wandeling vonden we in de wegkant een dode haas. Verkeersslachtoffer. Nét geveld, want het bloed was nog mooi rood.

Op de terugweg zijn we langs het Groot Eiland gereden, aan Luntershoek. Het is – ook voor mij – op fietsafstand van ons Zeeuwse huis. Er staan 2 kijkwanden (één heb ik al vanaf de weg ontdekt: het is een stelling op hoogte, zodat je de plas goed kan overzien), er is een wandeling uitgezet die ongetwijfeld veel doorkijkjes biedt op de waterpartijen. Iets zegt mij dat we hier veel tijd gaan zoekbrengen. Er zaten in elk geval al futen, zilverreigers en ander raar gevogelte te wachten om gemeld te worden op waarnemingen.nl. Wat we dan ook gedaan hebben. Mogen er nog veel volgen!

Een goed begin is alles …

… dus wens ik iedereen dat voor jullie het jaar héél goed begonnen is. En dat die trend zich mag doorzetten de volgende 364 dagen.

Het begin bij ons mocht er in elk geval zijn. Het heeft me de afgelopen uren al meer dan één slappe lachbui bezorgd. Nog één keer in mijn eentje op straat beginnen gieren en ze steken mij weg.

Dat kwam namelijk zo: omdat er vandaag bij de bakker enkel bestellingen konden afgehaald worden, had ik me daar op voorzien en verse boterpistollekes besteld en op vraag van mijn moeder ook een fruittaart met slagroom. Alleen hadden ze niet gezegd hoe laat (of hoe vroeg) ze de winkel zouden openen om dat lekkers af te halen.

Wij zijn ook op oudejaar geen nachtkoetsen (toch niet méér dan andere dagen), en zo waren we vanmorgen op een normaal uur wakker en hongerig. Zonder nadenken in de auto gesprongen en naar de bakker. Nog niet open. Tedju! Tja, dan maar terug naar huis en een brood uit de diepvries nemen. Als er nog een in steekt … Mooi niet.

Manlief had de auto voor de deur horen stoppen en had de koffiezet een tik op zijn donder gegeven. Lekkere hete koffie voor bij de euh… pannenkoeken? Met de laatste 3 eieren, de laatste bloem, de laatste vanillesuiker en de laatste melk van 2016 heb ik het eerste ontbijt van 2017 gebakken. In een pan waar na één bakte de bodem uit viel. Niet dat dat zo’n vooroorlogs geval was (dat was waarschijnlijk steviger geweest), maar zo’n keramisch ding waarvan de bodem bekleed blijkt te zijn met een plaat met gaatjes. Toen ik de eerste pannenkoek wou keren, bleven die gaatjes gewoon liggen op de kookplaat.

Er kriebelde toen al een zenuwlachje in mijn keel, maar het kon allemaal nog wel erger. Bij een tweede poging om de bestelling op te halen bij de bakker, had die zijn openingsuur verlaat tegenover vorige week. Open om 11 uur in plaats van 10 uur. Dan maar eerst langs de bloemist. Daar kwam ik wél aan mijn trekken, maar omdat ik de eerste klant van de dag was had ze nog geen wisselgeld. De bancontactoutomaat deed het niet, dus ik begin 2017 met poef.

Zoals ik al zei: een goed begin is alles…

Even terug normaal …

De afgelopen weken waren hectisch, super vermoeiend en om gek van te worden. Blij dat het leven weer even normaal wordt (voor zover mogelijk in de eindejaarsperiode, maar soit) en we het weer wat rustiger aan kunnen doen.

Weer tijd om wat regelmatiger voor het voederstation in de tuin te zorgen, zodat we wat betrouwbaarder zijn voor onze gevederde vrienden. De vogels hebben het al in de gaten, dus de camera en de verrekijker komen weer uit hun schuilplaats.

Vorige week kwam de sperwer al eens op de haag zitten om te zien of hij een mus of mees kon komen “plukken”. Sinds eergisteren is de reiger ook weer van de partij. Gisteren zag ik hem opvliegen met een mol in de snavel. Als hij daar de smaak van te pakken krijgt, raken we hier misschien eindelijk van dat berglandschap in de tuin af. Overbuur heeft begin dit jaar een (ultrasoon?) systeem in zijn tuin geplaatst en dat jaagt al dat ondergronds gedierte naar ons toe. Je kan maar beter niet in het donker in het gras gaan lopen, want daar kom je niet ongeschonden van terug.

Er is ook weer tijd voor langere wandelingen met het hondje. Hier en daar even stilstaan en kijken wat er op de weilanden zit of overvliegt. Achter ons huis zaten vorige week een 20-tal wulpen. Ze verzamelen daar elk jaar en blijven er soms wekenlang hangen. Nu hoor ik nog alleen af en toe één achterblijver roepen, want de rest heeft zich blijkbaar verplaatst.

Er wordt wat afgevlogen de laatste tijd. Even leek het wat rustiger te gaan met de trek, maar de voorbije week werd het weer drukker in de lucht. Nieuwe koudegolf in noordelijke streken? Gaat de winter écht beginnen?

Een fikse wandeling naar het Kortbroek kan nu ook weer. Van daar een flink eind de Scheldedijk of het jaagpad op. En daar wordt niet alleen Jeppe blij van. Nu nog even genieten van de vertrouwde paden. Straks nieuwe horizonten en wijdse vlakten verkennen.

En een laatste keer de bezoekers in deze tuin tellen in het weekend van 27 en 28 januari 2017: hier vinden jullie alle info om mee te kunnen doen

Eerste keer dít, laatste keer dàt …

Het grote in between is aan de gang. .

Hoewel de overdracht van ons nieuwe huis op vraag van de verkopers pas op 2 januari doorgaat en niet op 30 december, is er al veel in voorbereiding. Vloertegels gekozen en afspraken gemaakt met de aannemer. Een BSN-nummer aangevraagd in Terneuzen (soort rijksregisternummer, zodat de overheid ons weet te vinden om het geld uit onze zakken te kloppen: ’t is overal hetzelfde hoor). Nieuwe telefoonnummers komen in het geheugen van de gsm’s. Het eerste brood en vlees zijn gekocht in de nieuwe buurtwinkels, de supermarkt wordt de volgende test. Misschien moeten we zo snel mogelijk ook eens op een woensdag ginds naar de markt gaan in plaats van hier. De marktdag is dezelfde, dus dat kan al niet voor vergissingen zorgen.

En intussen de laatste klusjes in ons oude huis afwerken. De verfkwasten kunnen nu stilaan verdwijnen: gisteren zijn de foto’s gemaakt voor de immobrochure. In de garage staan (gevaarlijk!) verhuisboxen broederlijk naast rommel die naar het afvalpark moet. Heel bewust gekozen om “te verhuizen” in plastic bakken te steken en niet in kartonnen dozen. Mijn vader heeft zo ook eens na een verbouwing mijn moeder haar “schoon servies” bij het bouwafval gemikt. Toen ik maanden later de soepterrine niet vond tussen het steengruis, was het kot te klein. 🙂

Zo gauw we de sleutel hebben, kunnen we één of twee keer per week al wat wegbrengen. Een koffiezetmachine die één dezer de geest gaat geven, kan bijvoorbeeld daar nog die paar kopjes koffie zetten, die we zullen nodig hebben als we ginds gaan klussen. Die paar kopjes van een oude reeks die nog achter in een kast stonden, zitten al mee in de bak. Ik zal er maar een flessenopener bij steken (en stiekem een fles om er mee open te maken als we daar aankomen 😉 ). Een paar glazen die we hier kunnen missen heb ik ook al ingepakt.

Maar eerst even onze gekraakte ruggen laten bekomen en een laatste kerst en nieuwjaar vieren op de plaats waar we dat 40 jaar gedaan hebben. Heel bewust alleen met z’n tweetjes, zoals de eerste keer…

Jeppe goes Zeeland …

Ik schreef al eerder dat we de ambitie hebben om te verkassen. Daar zijn een aantal redenen voor:

  • onze tuin is veel groter dan wij nog aankunnen en lijkt elk jaar nog groter te worden
  • we willen meer tijd en ruimte om te wandelen en te fietsen en Vlaanderen heeft die ruimte niet (meer). Om hier in onze huidige omgeving op een fiets te stappen moet je al een serieuze dosis zelfmoordneigingen hebben. Zelfs wandelen is hier tegenwoordig een hachelijke bezigheid.
  • we willen dichter bij interessante vogelkijkgebieden wonen, zodat we niet elke keer een halve dag kwijt zijn aan verplaatsingen.

Omdat Texel als nieuwe habitat buiten de keuzemogelijkheden viel, hebben we onze blik richting Zeeland gericht. En nu is het eindelijk zo ver: gisteren zijn de eerste handtekeningen geplaatst en nog eind dit jaar wordt alles definitief en krijgen we de sleutels. We hadden afgesproken met de makelaar om nog even het huis te bekijken en wat notities te maken, zodat we al wat voorsprong op het tijdschema kunnen nemen door een aannemer te zoeken voor de aanpassingen die moeten gebeuren.

We waren nog een uur te vroeg en Jeppe was voor het eerst mee. Niet zonder bijbedoelingen: ik wilde hem laten kennis maken met zijn nieuwe woonomgeving. Naast “ons” huisje is een wandelweggetje dat zó de Zeeuwse polder in loopt. Met een paar honderd ganzen boven ons hoofd stapten we flink door. Er zat een nijdige wind die geen geluid vond om ons mee te overvallen, dus beet hij maar koud in onze oren.

Na een paar honderd meter zagen we een stel tegenliggers komen: een hondje dat zijn vrouwtje uitliet. Toen we elkaar kruisten, bleken de hondjes het meteen goed met elkaar te kunnen vinden. Misschien omdat ze voelden dat hun levensgeschiedenis zo goed als identiek is. Behalve dan dat Jeppe Spaans is en het andere hondje Frans. Maar in hondentaal speelt dat geen rol. Ook tussen de vrouwtjes verliep de communicatie vlot. Ik ken dus al 1 buurvrouw, weet al in welk huis ze woont en hoe haar man noemt en ik ben nog maar hoop en al twee uurtjes in het dorp geweest.  🙂

Naderhand reden we nog even een eindje in de omgeving rond en vonden op hooguit een halfuurtje fietsen al een heel leuke bestemming waar we een picknick en onze kijkers en camera’s mee naartoe kunnen nemen. Vrij zicht op slikplaten waar we hopelijk regelmatig onze vogelaarsharten kunnen ophalen.

Als het de volgende weken en maanden nog vrij rustig blijft op dit blog, bedenk dan dat we het klavier omgeruild hebben voor verfkwasten en zwaarder geschut. Ik beloof dat ik bij elke rit naar onze nieuwe stek een camera bij de hand zal houden om alvast wat foto’s te delen …

Spitsroeden lopen…

Nu had ik zo gedacht: de vogels zullen blij zijn dat er weer à volonté gevoederd wordt in de tuin. Ze gaan me heel graag zien, mijn gevederde vriendjes.

Viel dat dik tegen, zeg. Vanmorgen, tijdens het hondenrondje, was het echt spitsroeden lopen. Ik ben minstens een keer of vier bekogeld met noten en eikels.

Overigens was het niet zo persoonlijk bedoeld, denk ik. Een paar kraaien vlogen met hun buit hoog in een boom en gooiden die dan naar beneden. De bedoeling was dus om het asfalt als aambeeld te gebruiken. Maar dat stomme mens moest er natuurlijk weer onder gaan lopen…