Heel Holland bakt ..?

Kan zijn, maar heel Holland gaat weer aan het fotograferen ook.

Terwijl Saturn9 van een welverdiende vakantie geniet, is het een beetje stilletjes op haar fotochallenge. Eén van de deelnemers (maar ik weet niet meer wie, sorry) opperde het idee om intussen deel te nemen aan de Foto7daagse van “Heel Holland fotografeert”. Tja, waarom ook niet?

Deze uitdaging was gratis. Je kreeg dan elke ochtend een mailtje met de opdracht van die dag en je kon je oogst plaatsen in een FB-groep. Het was wel leuk, al waren er een paar opdrachten waarbij ik moest “fatsen” wegens tijdgebrek en dus een oude foto invoerde. Ik heb nog steeds geen foto-politie aan de deur gehad, dus het zal wel OK zijn. Dit zijn de nieuwe die ik maakte:

We gingen van start voor – wie weet – een eigen château Kloosterzande. Het was feest met zelfgekweekte sla. Tussen de boeken over fietsroutes in de Drukkery in Middelburg stonden warempel rijwielen geparkeerd (de prijskaartjes zijn wel wat buiten proportie uitgevallen). Midden tussen opgroeiende veldleeuwerikken, jonge bergeenden en stuiterende konijntjes aan Perkpolder raapten we de achtergelaten troep van “natuurliefhebbers”. En met de opdracht voor zw/w ging het nergens meer heen.

Intussen is dat alweer geschiedenis, maar gisteren kreeg ik een uitnodiging om deel te nemen aan de 7-weekse Zwoele Zomereditie van Heel Holland fotografeert. In de loop van die 7 weken krijg je in totaal 12 opdrachten en wordt je lid van een nieuwe FB-groep. Deze challenge kost € 35,-, inclusief tutorials en besprekingen van de ingezonden foto’s.

Daar heb ik eerst eens over moeten nadenken, maar uiteindelijk verwacht ik hier meer van op te steken dan van de artikels in die jaargang van een tijdschrift over natuurfotografie waar ik ooit een abonnement op nam. Dat was vooral héél technisch en voor mensen met héél véél geslepen glas in de fototas.

Wat vooral leuk is aan deze opdrachten: je kan ze invullen zoals je wil. Natuurfotografie kàn, maar je kan een opdracht ook op een creatievere manier invullen: je kinderen/huisdieren laten figureren, miniatuurfiguurtjes uit je collectie in de hoofdrol plaatsen of zelfs abstract werk leveren. En misschien is dàt wel waar ik eens terug naartoe moet. De bloemetjes en de bijtjes eens met rust laten en weer eens op een creatieve manier naar een gebouw, een oude deur, een ochtendlijke straat of een simpele hoop stenen kijken. Vóór mijn fototoestel ook hooikoorts krijgt …

Groen, groener, groenst …

Tuinverhardingen zijn uit den boze, dezer dagen. Hoe meer regenwater er in de grond kan trekken, hoe beter voor de grondwaterspiegel. Wij zijn dan wel overtuigde eco-volgers, maar ook niet té fanatiek. Maar op dit punt hebben we – denk ik – de afgelopen 5 jaar toch onze stinkende best gedaan.

2017 (bij aankoop van het huis dus):

– de achtertuin bestond hoofdzakelijk uit stenen gangetjes, weggetjes, dikke grindbedden met hier en daar een ingegraven pot, en achteraan een “heuvel” van kapotte tegels, resten van beton en 2 betonnen grondplaten met tuinhuisjes erop die gelukkig al bij het eerste gebruik uiteen vielen.
– in de voortuin: meer beton en grind, een “artistiek assortiment” van keien in alle soorten en gewichten (en vooral klompen beton, alweer). Om het zicht een beetje te redden plaatsten we een paar potten met bloeiende plantjes, om tijd te winnen voor betere ideeën.

2018

Het jaar van de Groote Manoeuvres. De 2 gammele keten werden gesloopt, de berg tegelafval en grind en al de gangetjes en weggetjes opgegraven, samen goed voor zo’n 3 ton puin. Manlief opperde toen al de gele tegels op te breken en gazon te leggen, maar ik wilde eerst wel eens uitproberen hoe we de tuin nu gingen gebruiken. Op de bestaande verharding kwam een nieuw tuinhuis mét “lounge”, zoals dat dan tegenwoordig heet. Ik zeg daar “ons tuinsalon” tegen, maar in dagen (en vooral nachten) van drukkende warmte maakt Manlief er “onze tuinslaapkamer” van. Ik heb zelfs klamboe’s gekocht, maar tot mijn grote spijt houdt mijn rug het niet lang vol op de kussens van de tuinzetels.

2019

Dit jaar was vooral een jaar van afwachten, kijken wat het (tè) goed deed en wat minder, en nadenken wat er nog kon gedaan worden voor mens, dier en milieu.

2020

Het jaar van de vijver. Veel bescheidener dan die we in Kruibeke hadden maar toch van bij het begin een succes. Vogels kwamen al de eerste dagen drinken en badderen, libellen kwamen meteen hun territorium opeisen (wat niet altijd even vreedzaam gebeurde) en bijen, hommels en wespen lesten hun dorst vanaf de drooggevallen randjes.
Vóór het huis was het even zoeken naar een oplossing want daar hebben we de volle zon van pakweg 9u tot 16u en lang niet alle planten zijn daar even gelukkig mee. Het werd een rondje Méditerrané met olijfboompjes en lavendel. In de hoek onder de brievenbus probeer ik wat kleur aan te brengen met een pot of 2, maar één keer vergeten gieten en het is over en out.

2021

Voor de insecten kwam er in 2021 een nieuwigheid: een drinkschaal. Een grote blauwe plantenschaal (die had ik nog staan) gevuld met knikkers en blauwe glazen “keien” als eilandjes om op te gaan zitten. Blauw, omdat ik hoopte dat dat dicht genoeg bij UV zou komen om de kleintjes te lokken.
Een groot succes, maar op de duur kwamen grote, dikke, luie bosduiven dààr drinken, badderen en vooral: sch**ten. Ik kon niet bij blijven met uitspoelen en knikkers wassen. Jammer maar helaas, we hebben dit idee opgeborgen. Misschien bedenk ik er nog wel een oplossing voor. De schaal heeft intussen de voedercilinders vervangen, die heel gebruiksonvriendelijk zijn, want niet schoon te houden. Bij een beetje regenbui zit het voeder er in te rotten en schimmelen, wat gevaarlijk is voor de vogels.

We introduceerden ook de eerste regenton. Het deksel is ook een plantenschaal, waardoor het een minder storende aanwezigheid is. Ze vangt het regenwater van het tuinhuis op. En waarom dan niet vlak boven de bloemenpracht een bijenhotelletje openen? In minder dan een week waren alle kamers bezet.
Intussen kwamen we steeds vaker terug op het onderwerp “gazon”. Omdat we er niet zomaar een groene rechthoek van wilden maken, maar hem een beetje wilden laten aansluiten op wat er al was, begonnen we een aantal planten in bakken en potten in het vlak te schikken. Voordeel is, dat je dan nog dingen van plaats kan wisselen, tot het naar je zin is. De wisteria moest in elk geval aan dié hoek van de vijver, zodat we hem in een haakse hoek om de vijver kunnen leiden om schaduw op het water te werpen. Anders warmt het water teveel op.

De schutting langs de brandgang vrààgt om klimmers. Dus zijn er nieuwe rekken bijgeplaatst. De klimroos zal nog wel een paar jaar nodig hebben om over de schutting te kunnen kijken, maar de clematis is al goed op weg.

2022

De kogel is door de kerk. De potten en bakken zijn vóór het tuinhuis geplaatst. Dat zorgt voor een beetje zuiderse sfeer (het ís trouwens de zuidkant) en bovendien hoef ik nu niet ver te lopen met een zware gieter, want de regenton staat er gewoon tussen. Daarvan gaan we er volgend jaar waarschijnlijk nog een paar bij zetten (aan elke afvoerpijp één, waar ze niet teveel in de weg staan).

De afschuwelijke tegels zijn uitgebroken, het klinkerpad aan één kant weggehaald en aan de andere kant een beetje verbreed, want we moeten wel nog met de kliko naar de straat kunnen. Een dikke laag goeie teelaarde erop en de wisteria in de volle grond. En dan een groen levend vasttapijt erop.

Met verse lavendel waar de eerste kapot ging en vervanging van de margrieten waar vaak meer bladluis dan bloemen op groeien, kan het splinternieuwe gazon gaan groeien. De vijver komt supermooi uit. En als we in de tuinzetels zitten, hoeven we ons hoofd niet meer weg te draaien omdat zelfs een zonnebril de weerkaatsing niet kan breken. Ik verwacht dat er ook een positief effect zal zijn op de temperatuur in het tuinhuis, want die kon wel eens hoog oplopen door die weerkaatsing.

Naar mijn gevoel is het nu echt àf. Voor dit jaar toch …

Van dooddoeners en taalmoordenaars …

Zo af en toe krijg ik toch “de wubbekes”.

Als Zwarte Pieten opeens gewassen en geschoren moeten zijn vóór ze op de stoomboot mogen. Persoonlijk heb ik meer last van de uitstoot van dat vehikel dan van die beroete snoeten.

Of als iemand snoeihard op zijn duim mept met een hamer en dan even de litanie van Allerheiligen achterste vóór opzegt en er – ongevraagd – een wolk wierook vanachter de haag komt gewaaid. Al dat fijnstof voor iets wat zo eerlijk en gemeend is!

Ik heb de eerste aflevering van “Meneer Vanneste” niet rechtstreeks gezien, wél de trailer en een stuk van de uitzending via internet. Én dit opiniestuk op de website van de vrt.
Ieder zijn gedacht, natuurlijk.
Ik ook:

“Stop met onze mooie, beeldrijke, schilderachtige taal te verkrachten en te wurgen, meneer De Wilde.”

Ja, ik heb de tijd nog gekend dat niet enkel ieder dorp, maar zelfs iedere wijk zijn taal-“eigen aard”-igheden had. Uitdrukkingen, gezegden, beeldspraak, voortvloeiend uit het spontane gebruik van de Vlaamse taal en voedingsbodem voor de evolutie ervan. Tot de taalpuriteinen beslisten dat die dichterlijke vindingrijkheid “boers en achterlijk” was en dringend moest vervangen worden door het steriele, dode, plastieken ABN, nu AN. De rijkdom moest vervangen worden door verbeeldingsarmoede “zodat men overal kon begrepen worden”. Ik herinner mij nog steeds de taaldoodgravers Florquin, Van Avermaet en Fraters, die zich tot taak stelden (en ik citeer) “Jan Modaal fatsoenlijk Nederlands leren praten”. “Fatsoenlijk Nederlands”. In Vlaanderen! En zelfs de Nederlanders zélf spraken niet zo.

Geen enkele taalridder-met-geheven-domineevingertje die op het idee kwam dat dialect en AN wel eens héél vruchtbaar naast elkaar zouden kunnen bestaan. Met als gevolg: verregaande taalarmoede, net datgene wat men dacht te moeten tegengaan. Een compleet gebrek aan belangstelling voor woordenrijkdom, aan verbale verbeeldingskracht. Een steriel, bekakt, aftreksel van ons voornaamste communicatiemiddel. Kortom: taalracisme.

Ik geef grif toe dat in sommige omstandigheden dialect een hinderpaal kan zijn. Als je tijdens een wijsneuzencongres voortdurend moet vragen wat de ander bedoelt, kan dat tijdrovend worden. Hoewel: op die bijeenkomsten wordt het Vlaams/Nederlands intussen ook doodgezwegen. Alles hoort in het Engels te gebeuren. Zitten ze in de zaal weer allemaal te snurken …

In (geschreven én verbale) contacten kan de taaldiversiteit héél verrijkend zijn. Ik begeef mij als Vlaming regelmatig op Nederlandse fora. Omdat ik tot mijn grote geluk en blijdschap nog kan putten uit bijna verdwenen uitdrukkingen en die met volle overtuiging in leven probeer te houden door ze ook te gebruiken, ontstaat er niet zelden een leuke interactie tussen mij en diegenen die mijn bijdrage lezen. Prettig, grappig en door beide partijen zéér gesmaakt, want op mijn beurt krijg ik dan vaak de gebruikelijke versie van “de overkant” aangereikt. Zo raak ik, sinds mijn verhuis naar Zeeuws-Vlaanderen, niet meer “van mijn melk”, maar “ben ik van de leg”. Hoe leuk is dat ..?

De tuin in mei …

Gisteren hadden we een aangename temperatuur om nog eens iets in de tuin te doen. De ijsheiligen zijn weg, dus de hangkorven en bloembakken mogen gevuld worden. Gelukkig had ik niet zo’n overdaad aan plantgoed meegebracht, want we hebben een dik uur zoek gebracht met het gadeslaan van de vervelling van een grote keizerlibel in onze vijver.

Voor een jaaroverzicht (-in-wording) kan de lezer terecht op mijn fotoblog. Elke maand vul ik daar de veranderingen/vorderingen/aanpassingen aan, zodat ook dààr de tuin een beetje leeft. Vanaf juni hopen we daar de eerste beelden van ons gazon aan toe te kunnen voegen. Op 2de Pinksterdag komt onze tuinman de lelijke plavuizen opbreken en vervangen door graszoden. Eén ding is zeker: het zal een stuk rustiger ogen en de weerkaatsing van het schelle licht zal ons niet meer hinderen als we in het tuinsalon zitten.

Vroeger had je voor zo’n ruif kokosmat in de vorm en maat van de ruif. Tegenwoordig verkopen ze nog enkel cirkels in verschillende grootte, met kruiselings 4 insneden om het stuk in vorm te plooien. Bagger, zeg ik u! bij het gieten loopt niet enkel het water weg, maar verdwijnt systematisch een deel van de potgrond. Dit jaar probeer ik het eens anders: ik laat de planten in hun pot staan en gebruik de kokosmat als “schaamlap” om het plastiek te camoufleren. Zien hoe dat uitpakt.
De bosrank die we al een jaar of 3 staan hebben heeft dan wel kleine bloemen (ca. 3-4cm), ze zijn prachtig getekend.
Begin dit jaar kocht ik een grootbloemige witte cultivar aan, die achteraf (opzettelijk? per (on)geluk?) gekoppeld was aan een paarse. Niet helemaal volgens planning, maar so what?
De kleine egelskop is een heel decoratieve vijverplant. In de natuur intussen heel zeldzaam, maar de tuincentra voorzien in de vraag. Het is op deze plant dat de grote keizerlibel zich gisteren “omkleedde” voor haar maidentrip.
De eerste “snoepjes” zijn intussen al geplukt. Een overvloed van 11 exemplaren voor 2 personen … Maar sùùùùper lekkerrrrr!
Er gaan deze week moeilijke keuzes gemaakt worden. Wie mag doorgaan, wie sneuvelt? Vooral voor een onervaren druivenkweker als ik, is het een kwestie van “erop of eronder”.
Een ongevraagde gast, maar als je eerst jàren geijverd hebt voor een aangepast maaibeleid om de kaardenbol te behouden, ga je deze spontane geste toch niet in de kiem smoren?

Golden oldies …

Ik zit in mijn archief te zoeken naar oude vakantieverslagen om ze eindelijk eens aan mijn blog toe te voegen. Ik heb ze nog op papier, maar íets zegt me dat ik al eens eerder begonnen was ze in te typen in Word. Misschien bespaar ik me dagen dubbel werk en hoef ik enkel foto’s in te voegen ..?

Er zitten ook losse teksten in de map “eigen tekst”. Eén ervan wil ik vast hier neerzetten. Een overdenking die ik in 2014 aan de pc toevertrouwde en ze is – afgaande op de gebruikte jaartallen en leeftijden – zelfs nog 8 jaar ouder en bestond al in één of ander schriftje en ze is nog altijd actueel. Tel dus overal al maar 16 jaar bij.

Globalisme

“Als pitte Roos zou terugkomen, dat mens zou nogal verschieten!” Het is de eeuwige afstopper van mijn schoonmoeder als we over de koffie weer eens hebben zitten filosoferen over hoe de wereld toch veranderd is in korte tijd. Ik heb pitte Roos nooit gekend, maar zij was een generatiegenote van pitte Leonie, mijn overgrootmoeder, en dat mens is bijna 40 jaar geleden op 93-jarige leeftijd overleden, een paar maanden voor ik 13 werd.

Pitte Leonie was nauw betrokken bij het opengooien van de grenzen van de wereld, want ze was overwegbewaakster bij de Belgische Spoorwegen. Telkens er een trein van ergens naar elders voorbijkwam, moest zij ervoor zorgen dat niks die reis bemoeilijkte. Er was nog geen sprake van TGV’s, maar de toenmalige tchoeketchoekevaart was al een hele vooruitgang. In die tijd gingen de meeste verplaatsingen nog met de benenwagen. Maar hoewel pitte Leonie de vooruitgang van dichtbij meemaakte, was haar grootste avontuur toch toen ze van Nieuwkerken naar Sint-Niklaas verhuisde om bij haar jongste dochter te gaan wonen. Haar wereld was een dorp groot…

Mijn grootmoeder (ze zou bij leven en welzijn nu 105 geworden zijn) was ook haar tijd behoorlijk vooruit. Eind jaren 50, begin van de woelige sixties van vorige eeuw waren er nog niet zoveel mensen die het land uitgingen op vakantie. Ik was dan ook de trotse bezitster van een glazen kast vol klederdrachtpoppen, afkomstig uit alle landen die mijn grootouders bezocht hadden. Meestal per “autocar”, maar een paar keer ook “met de vlieger”.

Niet alleen tijdens de vakanties verruimden mijn grootmoeder en grootvader hun grenzen. Ik herinner me nog heel goed die eerste zwart-wit tv. Een vierkante glimmend zwarte bak, met een bibberend scherm waar de eerste generatie BV’s hun opwachting maakten. Het was de tijd van “Jan Pijp” en “Tienerklanken” en de periode dat “Sportweekend” nog werd afgesloten door Polleke Jacquemijns met de uitslagen van de duivensport…

Mijn ouders (mama “mocht” voor haar 76ste verjaardag afgelopen zondag gaan stemmen) kochten een goeie 40 jaar geleden hun eerste auto, waardoor de wereld weer wat kleiner werd. Voor de jaarlijkse vakanties waren we nu niet meer afhankelijk van het aanbod van de toenmalige reisbureaus, we konden onze eigen wegen ontdekken. De televisiebeelden kleurden (jammer genoeg meestal bloederig rood) en kwamen nu van overal in de wereld. Maar het bleef toch nog altijd een ver-van-mijn-bedshow.

En nu? Ik kijk via google earth op een satellietfoto waar ik best de nieuwe bloembollen in de tuin kan planten, zie op het dak van de buren hun windhaan in de vorm van een vliegtuig en zit –samen met nog een paar gelijkgezinden- kamerbreed en wereldwijd op het net te navelstaren.

De wereld? De wereld is nu een groot dorp. Met de bijpassende dorpsmentaliteit. Nu roddelen we over de buren aan de andere kant van de aardbol, want die naast de deur kennen we niet meer…

Wat moet een mens …

… als het regent (behalve blij zijn dat je de planten niet moet gieten met schuldgevoel)?
Saturn9 vindt dat je dan best eens een keertje creatief mag zijn.

Toen we nog in Kruibeke woonden hadden we een joekel van een zolder, die eigenlijk vooral door de familie gebruikt werd als opslagplaats van dingen die ze zelf niet wilden bijhouden. Manlief had behoefte aan een tekenkamer, maar de ramen waren te klein voor het juiste licht, het kwam er niet van om de hele zwik degelijk te isoleren zodat in de zomer de verf niet opdroogde vóór ze papier zag en in de winter bevroor aan het penseel. Toen er over verhuizen gesproken werd, was één van de voornaamste vereisten in mijn ogen dat hij eindelijk een fijne, lichte kamer zou hebben om te tekenen, schilderen en tegelijk ook de tuin met zijn bezoekertjes in de gaten te houden.

De eerste bezichtiging van onze huidige woning verliep behoorlijk chaotisch: de verhuizers waren volop bezig meubels en verhuisdozen naar buiten te slepen en we kwamen eigenlijk ogen tekort om lijf en leden veilig te houden. Maar één ding trok meteen mijn aandacht: de uitbouw achter de woonkamer. Een triomfantelijke stem galmde door mijn hoofd: “Dat is em! Dat is em! Goooaaaal!!!!!!!!!”

Met natuurlijk licht aan drie kanten en een tuin die om de hoek doorloopt en veel aantrok heeft van vogels en insecten (een stuk mijn aandeel) is er heel het jaar door ruimte en gelegenheid om iets moois te maken.

In de afgelopen vijf jaar zijn in die kamer al vrachten papier, potloden en verf opgegaan aan probeersels, afkeursels, maar ook aan heel geslaagde kunststukjes. Zo heeft hij een serie “schôôn madammen”, geïnspireerd door frontpagina’s van National Geography, geïnterpreteerd.

De beeldjes hadden we al, uit verschillende Oxfam-winkels meegebracht. De kleuren van het portret sluiten er mooi bij aan. Het is een deel van ons “vrouwenhoekje”.
Hier kreeg ik de spiegeling in het glas van de lijsten niet weg. Maar je krijgt toch een idee.

Niet alles is bedoeld om ingelijst en opgehangen te worden. Veruit het meeste werk kruipt in het illustreren van het naslagwerk waar hij al ruim 40 jaar bijna dagelijks mee bezig is. De steeds uitdijende rijen kaften verdringen boeken die we in de loop van de tijd verzamelden en die we tóch nooit meer zullen herlezen.

Een écht levenswerk! Terwijl ik er hier over vertel, zit hij naast me aan zijn pc weer correcties aan te brengen, want alles moet actueel blijven. Een soort die definitief het loodje legt of een nieuwe soort die (her)ontdekt is, een soort die na genetische studie ergens anders wordt ondergebracht: het moét genoteerd!

Creativiteit zit trouwens in het bloed. Als home warming gift kreeg ik van Schoonzus een beeldje van een bedoeïnse vrouw. Ik mocht er ook voor kiezen om het te laten glazuren, maar ik verkoos de rode aardekleur omdat die helemaal bij de reeks past.

Het rood van de terracotta, het bruin van de kalabasha en aan de andere kant van het schap de kleurige vrouwen van foto 1.

En met een kleindochter die kunstonderwijs volgt, denk ik dat we goed zitten voor de toekomst …

Zomergedachten …

Gisteren wou ik de auto uit de garage rijden en toen viel mijn oog hierop:

Op eenzame laagte

Ze deed me terugdenken aan een kolossale paardenbloem op eenzame hoogte op de betonnen globe aan het Bouwcentrum in Antwerpen. Grauw en grijs alom en dan die gele explosie. Deze rode variant midden onze oprit deed me glimlachen en maakte het begin van de dag de moeite waard. Gelukkig staat ze ook echt midden op de oprit, zodat ik er makkelijk overheen kan rijden zonder haar te raken.

Gedurende twee jaar omzeggens niet gezien. Nu terug nadrukkelijk aanwezig in het straatbeeld: de blauw/witte schotse ruit.

Mode keert altijd terug …

Let’s go ..!

Saturn9 zette haar volgelingen op het juiste (zij het niet noodzakelijk rechte) pad met thema’s als “mobiel” en “verkeersborden”. Als ik dan toch op weg ben en de zon roept de vakantiestemming met volle geweld op, dan gaan we ten onzent meteen ook “all the way“. Zonder koffers, zonder van huis te gaan zelfs. We zoeken het niet verder dan de keuken en de eettafel. We kunnen het ook niet helpen, maar vakantieherinneringen bestaan bij ons vaak – ook – uit smaken en geuren.

Vandaag vertoefden we even op de grens tussen Spanje en Frankrijk. We waren op de thuisreis (in juni 1996, geloof ik) toen we merkten dat onze benzinetank dorst begon te krijgen. Tanken in Spanje betekende meer waar voor hetzelfde geld als in Frankrijk, dus we stopten aan het laatste tankstation vóór we Frankrijk binnen reden. Het was pas rond 11u in de voormiddag, maar we hadden geen idee wanneer we weer in de buurt van mondvoorraad zouden komen, dus gingen we naar binnen voor de laatste tapa’s van die vakantie.

Vlak onder de top zagen we de goed gevulde camping van Biescas. Niemand van de daar verblijvende gasten had enig vermoeden van het drama dat zich daar enkele weken later zou voltrekken. Ook wij konden niet weten dat onze lunch voor altijd een beetje een bittere nasmaak zou krijgen bij de herinnering aan de beelden die we – ongelovig en geshockeerd – vanuit onze luie stoel zouden aanstaren.

Desalniettemin is één van de tapa’s die we daar proefden nog altijd een absolute favoriet, waar ik nog elk jaar kleine wijzigingen aan aanbreng, al zit dat dan meestal enkel in de keuze van de kaas. Van pimientos rellenos bestaan ook in Spanje vele versies (evenveel als er koks zijn die het klaarmaken) maar onze voorkeur gaat uit naar wat we toen hebben geproefd: kleine pepertjes (niet te pikant) gevuld met kaas.

Omdat ik er het raden naar heb welke kaas ze gebruikt hadden (waarschijnlijk een product van de dichtst bijzijnde schapen- of geitenboer) is het lang zoeken geweest om met kazen van bij ons zo dicht mogelijk bij “de waarheid” te komen. Maar ik denk dat ik inmiddels wel tevreden mag zijn met mijn eigen recept.

Voor twee personen (en als lunchgerecht op zich, dus met van die lange, zoete puntpaprika’s) gebruik ik:
* twee zoete rode puntpaprika’s
* een halfje schapenkaas van Brugse Blomme
* een klein potje crème fraîche
Meer moet dat niet zijn. Snij de paprika’s in de lengte door en haal de zaadlijsten er uit. Leg ze in een ovenvast schaaltje (bij voorkeur individuele schaaltjes) en vul de holten op met kleine stukjes kaas. Schep wat crème fraîche over elke helft en smeer open zodat de kaas afgedekt is. Schuif in een voorverwarmde oven (200°) en laat 15 minuten in vakantiestemming komen. Serveren met stokbrood en doorspoelen met een niet te zware frisse rode of rosé wijn of een koele cerveza, por favor

… … …

Het stokbrood was te groot voor ons tweetjes, vanavond is het waarschijnlijk geschikt om er een kunstwerk in macramé mee te maken. Dus gaan we morgen naar Mizoën, het platteau d’Emparis. We lunchen in de Refuge du Fay en bestellen een superlichte, maar heel smakelijke salade met croûtes en mosterdvinaigrette:

* een half stokbrood in dunne plakjes
* een 3-tal eieren, losgeklopt
* gemalen kaas, niet te zout, maar wél afsmakend
* flink wat knisperverse kropsla
* een zoete ui in dunne ringen
* zelfgemaakte of gekochte mosterdvinaigrette
Haal de sneetjes stokbrood door het eierbeslag, leg in een ovenschotel en bestrooi met de gemalen kaas. Schuif onder de grill en laat kleuren. Schik de sla en de uiringen in een groot slabord, schik er de toastjes op en geef de vinaigrette er apart bij of alles verlept vóór het op tafel staat. Vermits gletscherwater hier niet te krijgen is (en ginds vermoedelijk ook niet meer vanwege de klimaatopwarming) kan je beter kiezen voor een frisse pint.

Wij kregen het spektakel er gratis bij, maar zelf zal je je moeten proberen inbeelden hoe men vanuit helicopters een stuk gletscher probeert los te schieten voor een gecontroleerde lawine … De digestieve wandeling ging bij ons door het hoogveengebied waarbij de sprinkhanen met duizenden rond onze benen sprongen. Zoek een equivalent, of ga gewoon lekker in een luie stoel uitbuiken.

Wijs mij de weg …

Het thema van deze week bij de challenge van Saturn9 is een goed vervolg op dat van vorige week. Want je moet nog weten waarheen ook.

Soms lijkt het wel of men een mens met opzet het noorden laat kwijtraken:

Wat/wie er rechts dan omgelegd wordt …?

“Kilroy was here”. Of soms is het gewoon je oudste kleindochter geweest …

OK, er zit een schreivvoutje in. Ze heet LiesE. Maar ik kon het niet laten en in die tijd (18 jaar terug) denk ik niet dat ze het zelf al foutloos kon schrijven. Ze was toen pas 2 …

“Op den buiten” zie je wel vaker verwittigingsborden voor vee op de openbare weg of voor overstekend wild (met name herten e.d.). Maar deze heb ik (voorlopig) enkel bij ons gezien op de dijk naast een nieuw natuurgebied voor – hoofdzakelijk – wadvogels:

De eerste keer ben ik teruggekeerd om te kijken of ik het goed gezien had. Intussen ken ik er het belang van. Bij het wisselen van het getij vliegen vogels vaak laag over de dijk van het wad naar de polder of omgekeerd. Maar ik moet er toch nog altijd om lachen.

PS:
Saturn9 deed me in haar reactie opeens denken aan een serie bordjes die ik fotografeerde in de ondergrondse parking van de Grote Markt in Sint-Niklaas, bordjes die typische dialectwoorden gebruiken om je auto terug te vinden. Ik wou ze hier nog toevoegen. Eén probleem: ik vind ze niet terug (waren al oudere foto’s en ik denk dat ik ze weg gegooid heb omwille van de dubieuze kwaliteit). Ik kom er nog wekelijks, dus volgende week maak ik de foto’s opnieuw en dan plaats ik ze alsnog in dit blogje! En dan zet ik er desgewenst wel een vertaling bij … 😉

Mobiel, al dan niet bewegend, …

Saturn’9 wil ons in week 9 in beweging zetten. Maakt niet uit hoe, begrijp ik. Het mogen zelfs de grijze celletjes zijn die aan fitness doen. Als we maar mobiel zijn. (Ik wilde eerst de term “mobiliseren” gebruiken, maar dat is in de huidige tijden een beetje dubieus.)

Na het ontbijt begon de dag met:

Ik durf er bijna niet meer mee op straat komen. Hij moet dringend in bad, maar het wil niet goed lukken. Ik krijg nog makkelijker de hond in de douche en dat is al een krachttoer.

Noodgedwongen, wegens een hond die niet naast de fiets meeloopt (omdat ik daar fel tégen ben!) en een afstand tot de speelplek die te lang is om te voet en te poot te overbruggen (dan valt er niets meer te spelen).

Aangekomen bij de haasjes en de konijntjes (gelukkig geen andere hondjes want hij wil ’s morgens nog niet met soortgenoten spelen) zetten we de ochtend verder met:

Hondje rent, baasjes houden het ietsje rustiger, dan hebben ze tijd om het afval op te ruimen dat de weekendgasten achtergelaten hebben. “De gemeente dankt u, merci!”

Terug thuis de hond met wat lekkers beloond voor zijn plezier, zelf een bakje koffie genuttigd en dan met:

om een nieuwe:
“Drie koningen, drie koningen geef mij een nieuwe … ” De oude zag er nog niet versleten uit, maar was al vér over zijn houdbaarheidsdatum. En omdat het fietsen steeds leuker wordt en wij steeds ouder, en omdat Nederland overweegt om dit hoofdmeubel verplicht te maken voor 50+-ers, was de fietswinkel een goeie eerste tussenstop.

De dag zal straks afgesloten worden met eerst:

… want er moet “safe recall” getraind worden in de hondenschool, en dan eindigt het met:
juist, ja, nog altijd niet gepoetst …