Op heterdaad, the sequel …

Een tijdje geleden kondigde ik hier zowel de aanschaf van een prachtige egelvilla aan, als de practische problemen bij het verschaffen en veilig stellen van de ontbijtservice voor de toekomstige huurders. Er kwamen spionagepraktijken aan te pas om te ontdekken wie onze plannen dwarsboomde(n).

Eénmaal de snode daders betrapt, moest er een oplossing gezocht worden. Op verschillende – al dan niet – gespecialiseerde fora werd raad gevraagd en verkregen en we waren rather pleased met onze constructie. Al is the proof of the pudding … Juist.

 

En even later bleek er zelfs interne sabotage te zijn.

 

Misschien moeten we de luxevilla maar op de immobiliënmarkt gooien, nu de leningen nog goedkoop zijn en het aanbod niet kan volgen …

Advertenties

Ellentriek trappen …

Manlief was er al ruim twee jaar over aan het zeuren. Waarom ik toch geen e-bike kocht. Dan kon ik hem zonder moeite bijhouden en konden we samen fietstochtjes maken. Tenslotte was dat toch ook een beetje waar we voor naar hier gekomen waren? Ik gaf mijn ventje elke keer gelijk, maar had ook elke keer een excuus klaar om nog wat uitstel van executie te bekomen.

Ik zal wel een controlefreak zijn, maar het idee dat zo’n elektrische fiets met mij zou gaan rijden en niet andersom, is verre van geruststellend voor iemand die nu niet bepaald een geboren fietswonder is. Ik denk dat ik van mezelf gerust kan zeggen dat ik bij de betere autobestuurders ben, maar ik denk er om dezelfde reden bijvoorbeeld niet aan met een “ottomatiek” op de baan te komen.

Intussen hebben we hier onze derde zomer beleefd, zijn alle aanpassingswerken gebeurd en kan ik me dus niet meer verstoppen achter de financiële kant van de aanschaf. Want geef toe: zelfs als je niet voor de superdure modellen gaat, is het een hele investering en om die te doen zonder dat je overtuigd bent dat je er mee op de baan gaat komen … Om er 300m mee naar de winkel te rijden heb ik geen e-bike nodig hoor.

En zo gingen we vorige week zaterdag naar de fietswinkel. Er was er een binnen in mijn maat. Pech. Ik kreeg nog een heel goeie prijs voor mijn oranjewit beest van 7 jaar: ik heb er € 15,- minder dan de aankoopprijs voor gekregen. Dubbele pech. Dus woensdagochtend kon ik er niet meer onderuit: mijn monster stond klaar, helemaal afgesteld, zelfs de fietstassen waren er al op overgeplaatst. Nog even had ik een glimp van hoop want mijn mandje kon er vooraan niet op. Maar desgewenst kon een ander model gemonteerd worden, dus dat argument viel ook aan scherven.

Manlief stond te springen van ongeduld, ik van de zenuwen. “Begin in de 4 en met eco-ondersteuning. Dan gaat het niet van de eerste keer te zot”, raadde de fietsverkoper mij aan. En daar ging ik. Een paar honderd meter verder, weg van de hoofdstraat, op een breed rustig fietspad, zoals ze die enkel in Nederland hebben, probeerde ik voorzichtig de tour-stand eens uit. Hoger durfde ik hem nog niet te schakelen.

En verdraaid! Ik vond – en vind – het nog leuk ook! We zijn nu twee ritten verder. Er staat al meer op de teller dan anders in een heel seizoen (46 km, lach niet). Hopelijk brengt september nog wat lekker fietsweer. Het hoeft echt geen 30° te zijn, maar droog is wel zo leuk. Vanmorgen ging er al een drankje mee en een knabbeltje voor als we halfweg een leuk plekje op de dijk vonden om te gaan zitten kijken naar de schepen op de Schelde. Het volgende plan behelst al een heuse picknick. Al zie ik die niet met een groot geblokt laken, een mand vol serviesgoed, een koeler met een fles bubbels en een blik kaviaar, zoals in de films en de glossies. Met een brooddoos met bokes, een drinkbus met water of frisdrank en een banaan zal het ook gaan…

De zomer is gekeerd …

15 augustus is naar ons gevoel altijd al een keerpunt geweest. Vanaf dan gaat het echt steil bergaf met de zomer: de dagen korten voelbaar, het licht krijgt een andere kleur, in de lucht wordt al druk geoefend voor de spectaculaire septemberluchten.

Dit jaar is het niet anders. In de tuin is het vet van de soep bij de zomerbloeiers. Ik moet dringend eens met de snoeischaar overal langs gaan, want er zijn een aantal planten – zoals de floxen – die niet echt een meerwaarde zijn voor de natuur en die er nu maar triest bij staan. Zaadkoppen zoals van de zonnehoeden en de kogeldistels laten we staan, want daar komen nog lekkerbekken op af. Sommige plantenbakken en hangkorven zijn aan hun laatste bloei toe. Er zijn er zelfs al een paar leeg gemaakt.

En ook wat de snoei van heesters betreft moet ik mij eens even verdiepen in wat nu kan/moet en wat voor na de winter is. Alleszins de vlinderstruiken moeten even een opknapbeurt krijgen om de bloei te verlengen.

De wespen zijn naar mijn idee talrijk en lastig. Altijd een beetje je hart vasthouden met iemand met een ernstige allergie in huis. Hier en daar liggen al dode of stervende bijen. Voor hen zit het werk erop. Er is een verschuiving aan de gang in de vlindersoorten die de tuin nu bezoeken. Koninginnepages heb ik al even niet meer gezien, koolwitjes zijn er nog volop, atalanta’s, distelvlinders en kolibrivlinders ook, van een paar soorten moeten we nog uitzoeken welke naam er precies bij hoort. Sommige soorten zien er al echt “versleten” uit, met gehavende vleugels en vervaagde kleuren.

Opvallend: terwijl dagelijks de overvliegende ganzengroepen spectaculair groter worden, is door het slechte weer van het weekend blijkbaar het vertreksein gegeven voor de zwaluwtrek. Verwonderden we ons vorige week nog over het feit dat er nog zoveel zwaluwen rondvlogen (zowel huis- als boerenzwaluw), gisteren heb ik er nog nauwelijks gezien.

Nog drie weken en we beginnen alweer aan een nieuw telseizoen voor de ganzen. Dat kondigt koude tijden aan.

Maar eerst nog even genieten van een laatste(?) echt zomers weekend: de volgende dagen gaan we toch  nog even richting 30°.

Stay cool!!!

BBC_6605 (2)

 

 

Oorlog in de keuken …

Op diverse blogsites, in de pers, op alle mogelijke fronten worden wij tegenwoordig (terecht!) aangemaand de vleesconsumptie te temperen. Vooral rood vlees schijnt de boosdoener te zijn. Waarbij ik me (al dan niet terecht) afvraag of de andere vleessoorten zó veel milieuvriendelijker gefokt worden. Alleszins niet diervriendelijker als je het mij vraagt.

Maar soit, deze week las ik volgende vuistregel (vraag me niet meer waar, want dat ben ik vergeten): eet per persoon niet méér dan 500gr vlees per week, waarvan maximaal 300gr rood vlees. Met in het verlengde een pleidooi om ons wat meer te verdiepen in culinair beter onderbouwde recepten voor vleesvervangers, dan enkel “opwarmen en tussen de wokgroenten gooien”.

Nu is de vleesconsumptie ten onzent al – zonder ecologische drijfveren – een flink stuk verminderd. Als 65+sser heb je nu eenmaal niet zoveel eiwitbehoefte meer. Het verbiedt zichzelf, want ingaan tegen het gezonde verstand wordt algauw afgestraft met een protesterende maag en aanverwante.

Koop ik veel vleesvervangers? Nee. Ik breng er af en toe wel eens een mee, meer uit nieuwsgierigheid dan uit grote trek. Om te beginnen zitten ze onveranderlijk in een serie plastic folies, net als het vlees, dus hoe ecologisch is dàt? Bovendien heb ik een bloedhekel aan de aandrang van de producent om “het” dan te benoemen als “vegetarische kippenblokjes”, “vegi préparé”, “plantaardig gehakt”, … Schrijf er gewoon op wat het is, verdorie. Je moet dat niet wegmoffelen in de onleesbaar kleine samenstelling. Als die “kippenblokjes” gemaakt zijn van tofu, zet er dan “tofublokjes” op. Die hypocrisie bederft mijn eetlust.

Hebben wij ten onzent voortdurend ruzie in de keuken (ref. de titel van dit stukje)? Nee, hoor. Waar slaat het dan wél op? Op wat wij – indachtig de door mijn schoonmoeder en mijn grootmoeder, allebei zaliger gedachtenis- gebruikte keukenterm verstaan onder “oorlogse kost”. Zo af en toe komt hier zo’n gekoesterd recept op tafel. Gekoesterd, niet omwille van de destijds schrijnende noodzaak, maar omdat we het allebei lekker vinden en dus in ere willen houden. En dat het milieu er ook een beetje beter van wordt, is mooi meegenomen. Helemaal onschuldig is het niet, maar als we ons daartoe zouden beperken zouden we verhongeren. De eierproductie is ook niet erg milieuvriendelijk en afgelopen week moest ik met Jeppe naar de dierenarts omdat hij een kopervergiftiging had opgelopen op een akker biopatatten …

Gisteren was het weer zover: gekookte “mousse” patatten (kruimig kokend staat er op de plastic verpakking) met sperzieboontjes, hardgekookte eieren en “zoetemelksaus”. Gegarandeerd dat we achteraf alle twee met een overladen gevoel van tafel gaan.

Een paar weken geleden (tijdens de warmere dagen), kwam er een variante op tafel. De boontjes zagen er uit als en smaakten naar sla en de zoetemelksaus zag er uit als en smaakte naar azijnsaus. Geen kost voor in een “vijf streken”-restaurant, want het is de bedoeling dat je het zootje prakt en goed onderéén husselt. Het ziet er niet uit, maar wat het inboet aan plating up heeft het aan smaak in overvloed.

Er zijn nog tig varianten beschikbaar: spinazie- of andere stoemp met ajuinsaus (hier is er dan wel niet direct een eiwitbron bij betrokken, tenzij je de stoemp oppept met veel melk, een ei of wat en een kluit boter à la Meuske).

Bij mijn grootmoeder leerde ik nog een paar andere oorlogsmenu’s kennen, maar die komen hier minder aan bod.

Het eerste – en daar was ik van de twee het meeste op verlekkerd – was een grote stapel gekookte witte bonen met een kratertje in het midden. Daar kwam een zachtgekookt ei in en dan ging er azijnsaus overheen. Geen aardappels, want in ’t stad was daar minder gemakkelijk aan te komen dan op den buiten, denk ik. Het prakken was ook binnen de stadsmuren bekend. Een meer winterse plat préféré, want het verdient aanbeveling om ’s nachts goed ingedekt en met het deken stevig onder de kin toe getrokken in bed te liggen. Anders word je in uitgesteld relais toch nog slachtoffer van oorlogsgas. Het kan natuurlijk een onschuldig ogende manier zijn om een echtelijke moord te plegen, mocht je daar aan toe zijn …

Het tweede is “rijstenbrij met siroop”. Ik weet begot niet hoe ze het klaarmaakte. Het was ook zo lekker niet dat ik per sé het recept wou bewaren. Volgens mij werd de rijst gekookt in verdunde melk tot die helemaal opgeslorpt was, met een flinke snuif zout erin.  En alweer: een berg op je bord met een kuiltje erin en daar werd dan kandijsiroop in gegoten uit zo’n plastic (!) pakje waar een hoekje van afgeknipt was. En dan moest je “de dijken breken” om dat donkerbruine goedje te laten doorlopen. Niet zo mijn ding, want zoetigheid en zelfs als kind was ik daar geen grote voorstander van.

Ach, zo lang de oorlog beperkt blijft tot de kookpotten en het blijft een vrije keuze, is er niets aan de hand, toch? ’t Kan maar smaken, af en toe …

Mensen …

Steeds vaker heeft nieuws over mensen een sterk emotioneel effect op mij. Het maakt mij extreem boos, extreem droevig, maar gelukkig ook soms extreem blij. Extreem is misschien wel een te sterk woord, maar ik vind er momenteel geen dat een beetje meer gematigd is. En zolang de emotie niet tot daden van hetzelfde niveau leidt, is er niets aan de hand. Toch?

Vandaag waren er twee koppen (geen krantenkoppen, maar op de site van de NOS) die elkaar in evenwicht houden:

Transgenderstel weggepest: ‘Wij zijn vanwege onze geaardheid een makkelijk doelwit’
Ik word hiet triest van. Héél triest. Los van hoe iemand denkt over de voorkeur van anderen, is het systematisch pesten en gebruik van geweld iets waar ik absoluut niet tegen kan.

En ik word ook een beetje boos. Op het systeem, dat – ter goeder trouw, naar ik aanneem – dit pestgedrag mee in stand houdt. Door een nieuwe woning aan te bieden geeft de woningcoörporatie hen natuurlijk wél een uitweg uit een omgeving waar ze trieste herinneringen aan overhouden en waar ze waarschijnlijk toch liever niet blijven wonen. Maar in feite geef je op deze manier vooral de pesters hun zin. Zíj zijn de grote winnaars in dit debat. Want wat is nu helemaal een maandje gevangenis en een werkstraf voor zo’n crapuleke van 17 jaar tegenover de angst en de pijn die deze mensen hebben ondervonden? Alleen omdat ze elkaar graag zien …

Wip op grens tussen VS en Mexico verbindt kinderen met elkaar
Dit vind ik dan weer zo héél mooi. Dat iemand met zo’n simpel idee zóveel meer zegt dan ellenlange petitielijsten en protestbetogingen (pas op: die moéten er zijn!). Méér woorden ga ik er ook niet aan vuil maken. Het idee spreekt immers voor zich.

Zó simpel kan het zijn …

En toen kwam de goede tip:

XYZ_7440 (2)

Op diverse fora (over tuinen en over natuur in die tuinen) zette ik een oproep voor tips om wél de egel, maar niet de buurtkatten te kunnen voeren. En kijk: dit is het geworden. De openingen laten met gemak een egel door, maar de kat krijgt hier haar kop niet door en dankzij het feit dat de omgekeerde plantenruif nét tussen het egelhuis en de boordsteen past, is de toegang tot de tuin voor de kat helemaal afgesloten. Aan die kant, tenminste. Maar dat is al één vluchtweg minder en met het gevecht van onlangs in haar geheugen gaat ze toch wel eens een keertje nadenken vóór ze nog langs komt. Ik heb in elk geval al twee nachten geen blaffende hond meer in huis ook.

Op heterdaad …

Volledig stoppen met bloggen gaat niet lukken. Dat heb ik al in de gaten. Daarvoor kom ik te vaak iets tegen dat het vertellen waard is. Of het ook het lezen waard is, laat ik aan jullie over.

Een tijdje geleden hebben we toch een egelvilla’tje geplaatst. Met een gespreid bedje erin en al. Egeleten gekocht en opgediend op het terras van de woning. En elke morgen is dat op.

Omdat we geen rattenplaag willen veroorzaken in onze buurt, is het wél van belang te weten of het echt een egel is die zich tegoed doet aan het feestmaal. Ik had al een paar keer onze camera trap geplaatst, maar omdat het al zolang geleden was dat ik die gebruikt had, was er een verkeerde instelling of zoiets, want ik had nooit buit. Tot nu.

Ik zag vanmorgen dat het eten op was. Ik zag ook dat er beelden op de camera stonden. En ik zag dat het niet goed was:

 

Hebben we nu een kat in een zak gekocht? Zijn we in ’t zak gezet? Welnee, we moeten op zoek naar een manier waarop de speldenkussens wél bij het eten kunnen en Jeppe’s aartsvijand niet. Kat in ’n bakkie!