Interludium…

Zijn er hier lezers die zich dat woord op het tv-scherm nog herinneren? En dan was er altijd zo een zeemzoet muziekske bij. Véél meer klasse dan “Even geduld, de filmlas is gebroken… Even geduld, er is weer Frans gesproken…” * Dat laatste heb ik trouwens nooit goed begrepen (maar dat zal mijn jonge leeftijd geweest zijn): een programma werd door een technisch probleem even onderbroken en dan kwam dat omdat er iemand Frans gesproken had (waarschijnlijk een vloek dan nog omdat hij over een kabel gestruikeld was). 🙂

Wel, ik moet tijdens een wandeling nogal eens aan dat woord “interludium” denken. Want heel vaak wordt het staptempo opeens onderbroken om naar de overweldigende wolkenluchten te kijken. Zoveel tinten grijs (méér dan vijftig), zo’n vormen en afmetingen, zo indrukwekkend. Ik kan het iedereen aanraden: sta eens vaker stil om naar de lucht te kijken. Al was het maar om op tijd droog thuis te geraken …

IMG_20170918_173516

 

“Even geduld”, van Jef Burm

Advertenties

Afwezig …

Ik ben hier de afgelopen weken niet echt àànwezig geweest. Zo af en toe loop ik wel even aan, maar verdwijn weer zonder een spoor na te laten. Of vooralsnog geen zichtbaar spoor, laat ik het zó uitdrukken. Achter de schermen ben ik wel bezig, maar maak enkel “onaffe” dingen die nog wachten op de laatste hand. Want er is nog één en ander te doen buiten dit blog:

  • een container helpen vullen met de afbraak van het oude tuinhuis, en dan maar gelijk proberen daar nog een boel andere rommel bij te krijgen die we opgegraven/gevonden/met verwondering ontdekt  hebben. Je wil niet weten wat de vorige bewoners hier allemaal achtergelaten hebben. Soms hebben we ook de indruk dat ze hun tuin bovenop een laag klinkers hebben aangelegd. Waarmee meteen gezegd is wat er nog meer in die container gegooid is.
  • met de goede afbraakmaterialen een scherm helpen zetten om de kliko’s verder aan het zicht te onttrekken en om steun te bieden aan nog te planten klimplanten. Ik denk daarbij aan climatis, maar toen ik gisteren in de Landidee bladerde begon ik ineens aan hop te denken. Niet omdat ik ambitie heb om een eigen biertje te bedenken, maar met hop kan je blijkbaar nog zóveel meer! Al eens een hopbel goed bekeken? Een kunstwerkje! Alleen al om die reden zou je het in de tuin willen. Enige minpunt: je mag er bijna naast blijven staan met de snoeischaar.
  • samen met een installateur uitzoeken waar die vermaledijde kabouterlantaarn in de tuin zijn stroom vandaan haalde, want het “lezen” van een schakelkast in Nederland is niet hetzelfde als in Vlaanderen, vooral niet zonder plan. Het werd een amusante belevenis, een avontuurlijke zoektocht en ze werd – goddank – met succes bekroond, al was de uitkomst zo ongeveer het minst voorspelbare dat we (niet) hadden kunnen bedenken. We hopen binnenkort de goede man terug te zien om de leiding door te trekken naar het andere ouden en vooral naar het nieuwe tuinhuis. Met wat gespook en geknutsel met verlengdraden heb ik al kunnen ondervinden wat een zàààààlig leeshoekje dat kan zijn op een zwoele zomeravond. Vooral als je licht hebt om bij te lezen, that is.
  • een versleten catalpa laten rooien en twee rare koppen uit oude sparren laten zagen. Achterbuurman had bij een eerdere bevraging niet durven zeggen dat die eigenlijk de zon uit zijn tuin hielden, maar ik voelde aan mijn water dat er een pijnpunt geweest was met de vorige bewoner en eerlijk: het zàg er niet uit. Twee groene lolies die heel ondecoratief boven de hoge haag en afscheiding uitstaken. Alsof hun enige bestaansreden was om iemand te ergeren.
  • Jeppe heeft “zijnen diplom”, nu gaat vrouwtje naar school: gisteren de eerste yogales ooit en ik heb het gevoel dat ik een workshop zeemansknopen gevolgd heb. Waarbij er af en toe precies nog een einde draad niet goed losgepeuterd is…
  • al wat los of niet vast genoeg zat, moest deze week ook nog opgeborgen worden zodat de storm zonder al te veel schade kon doorstaan worden.
  • zo stilaan één en ander voorbereiden voor onze herfstvakantie die ons weer naar Terschelling moet brengen. Gesteld dat er net de dag van vertrek niet weer zo’n storm over het land (en het water) trekt.
  • rondwandelen en -rijden en me vergapen aan de indrukwekkende luchten hier. “Septemberluchten”. Maar die heb je hier het hele seizoen. Alleen worden ze in september méga. En speuren naar trekvogels. De grote soorten, zoals ganzen, vallen wel vanzelf op, maar momenteel knispert het hier van kleine trekkertjes. Zangvogeltjes die nu alleen maar wat tjilen en zich voortdurend zenuwachtig verplaatsen zodat je ze niet goed kan zien. Maar ze zíjn er!
  • Lézen! Veel lezen. Na een leesdip van ruim 5 jaar weer lezen en ervan genieten. weer in een boek kruipen en me er niet van los kunnen maken voor het laatste blad is omgeslagen. En die “onaffe” dingen waar ik het in het begin over had, zijn de recensies, maar zolang er nog een NTL-stapel is (voor niet-ingewijden: een Nog-Te-Lezen-stapel 🙂 ) kan ik mijn gedachten daar niet goed bij houden. Toch zal ik me er één dezer eens aan moeten zetten, want anders wordt de achterstand te groot. Aangezien mijn systeem nog volop in zomermodus is en er op het uur waarop ik dan wakker word toch niets te beleven valt wegens te donker buiten, zal ik daar de komende ochtenden eens aan bezondigen. De rubriek “voor u gelezen” zal dus weer een beetje aangroeien.

Ik merk ook dat de collega-bloggers die ik volg weer uit hun zomerrust ontwaken. Het was dus niet alleen hier stillekes. Ik ga dus nu daar maar eens bijlezen, eer het niet meer bij te houden is…

Nieuw!!!

Eindelijk bekomen van zondag… Nee, gekheid natuurlijk. Het was dan wel snikheet en pittig, maar ik heb echt geen week voor Pampus gelegen vanwege die introductiewandeling afgelopen zondag.

Introductie? Wandeling? Nieuw? Yes! Het nieuwe infopunt Grenspark aan de Zoeteberm 6 in Beveren is officieel in gebruik genomen. Het moest er eens van komen en geen beter moment dan een stralende zondagnamiddag aan het eind van de vakantieperiode. Geen beter denkbare gids ook dan René Maes, wie de natuur en de streek in het bloed zitten.

Samenkomst om 13:30 binnen in het infocentrum, waar naast documentatieflyers, boeken en kaarten ook projectiemateriaal voorhanden is om met luchtfoto’s en nog meer kaarten het verleden, het heden en de toekomst van het Grenspark te illustreren. De aanwezigen waren bij het buiten stappen helemaal bijgepraat over wat hen te wachten stond voor de wandeling en waar ze in de toekomst zeker voor moeten terug komen om de goede zaak op te volgen.

Na de theorie kwam de praktijk. Op verschillende plaatsen werd de info van de projectie nu in real life nog eens extra in de verf gezet. Intussen was er ook voer voor al de meegezeulde optica: buizerd, bruine kiekendief, lepelaar, torenvalk, … Zelfs een heuse, helemaal échte, jagende, slechtvalk! Het geluk was met de dapperen die de blikkerende zon trotseerden.

OK, ik hoor al jaloers gemompel in de achtergrond. En dat is echt niet nodig, want vanaf nu is het infopunt elke zondagnamiddag geopend vanaf 13:00 tot 16:00. Geleide wandelingen beginnen om 13:30 en duren zo’n 2 uur (maar als er veel te zien/te vertellen is, kan dat wel eens een beetje uitlopen). Hoewel het terrein grotendeels over goed begaanbaar terrein loopt, is een beetje conditie niet overbodig. Hoge hakken, buggy’s en honden thuis laten. Daar heb je niks aan. Zeker wél meebrengen: enig geslepen glas om verlegen pluimbollen dichterbij te brengen, een camera als je thuis nog wil nagenieten, na een aantal regendagen zijn rubberlaarzen misschien ook geen slecht idee. Wat je absoluut niet kan missen: al je zintuigen, opgepoetst, op scherp gesteld en op volle kracht.

Ik beloof hier plechtig: het zal niet de laatste keer zijn dat u het Grenspark opzoekt. Misschien komen we elkaar daar wel eens tegen.

Het einde van …

… het kartonnen tijdperk.

Vorige week de aller-aller-aller-laatste kartonnen doos uitgepakt. Ik wist zelfs niet meer dat die nog in de berging bovenop een kast stond. En dat terwijl er boven tig lege plastic boxen staan waarin ik het allemaal kon sorteren. Het was dan ook geen spul dat wij veel nodig hebben: speeltjes, knuffels, kleurboeken en -potloden voor de kleinkinderen, maar die zien we toch bijna niet, dus …

Alles zit nu in die plastic dozen, die zijn steviger en trotseren de jaren beter voor het geval dat. De éne kan niet goed dicht en daar steekt altijd een pluchen eendje uit. Hoe ik het ook draai of keer, dat kopje komt naar buiten. En dus vind ik het enkele tellen later steevast op het kussen van Jeppe. Hij speelt er niet echt mee, hij bijt er niet op, hij wil het alleen in de buurt hebben. Heeft er tenminste iémand plezier van.

Tegelijkertijd zijn er nog een aantal paperassen binnen gekomen die openstaande dossiers vervolledigen. Dus gisteren ben ik een halve dag bezig geweest om alles netjes te sorteren, op datum te leggen, samen te pinnen en in de daarvoor bestemde klasseurs te steken. Vanaf nu zou ik dus weer blindelings mijn weg moeten vinden in de papieren jungle. Er loopt nu een duidelijke grens tussen de Belgische en de Nederlandse administratie. 🙂

Vorige week is de glazen tekentafel van Manlief ook geleverd. Was nog een heel gedoe om die in elkaar te krijgen, maar ze staat. Nu nog een constructie maken om de lichtbak te monteren, want eigenlijk is die niet geschikt voor dit model tafel. De bijgeleverde beugels kunnen wel dienen, maar er zal nog een overgangsstukje moeten gemaakt worden.

Hopelijk is de aannemer van zijn woord en komt hij volgende week de nieuwe omheining en het hek plaatsen, want het oude is intussen al een paar keer over mijn voet geschoten. Als het nat weer is blokkeert het wieltje en schiet dan plots los en dan zitten je tenen er onder. Niet iets om met graagte een gewoonte van te maken.

Zo. De koffie is op, het regent nog altijd pijpenstelen, dus het heeft geen zin om nog langer te wachten om boodschappen te doen. Ik zal er door moeten, graag of anders…

“Thuiskomen” is ook …

… je nieuwe omgeving gaan verkennen. Gewoon “op de wilden boef” – zoals een Waaslander dat nog wel eens wil uitdrukken – de hort op gaan, de voor de hand liggende wegen vermijden en bewust verloren rijden. Tegenwoordig is dat niet eens een drama, want met een gps ben je zó weer op het rechte pad.

Nu we volledig uitgepakt en opgeruimd leven, vond ik het gisteren na het avondeten het ideale moment om aan die zwerversdrang toe te geven. Mooi, laag licht. De weekendgasten op weg naar huis. Filmtas, verrekijker en statief de auto in en wegwezen. Zo gauw mogelijk de kleine wegjes opzoeken om de verborgen hoekjes te vinden. Of een afslag nemen, enkel omwille van de naam op de wegwijzer: een beproefd recept! Strooienstad, Oude Stoof, Stoppeldijkpolder, … Ze hebben hier wel verbeelding, die Zeeuwen. Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat achter elk van die namen een heel verhaal schuil gaat. Daar moeten we ook nog naar op zoek.

Ter hoogte van het Hellegatschor zet ik de auto aan de kant en loop de dijk op. Het is hoog water en tegen de dijk aan zwemt een groep ganzen heen en weer. Net als ik hen wil filmen vliegen ze op. Ik kan niet eens een reden ontdekken voor dit plotse vertrek. Geen loslopende hond, geen wandelaar die te dicht naar de voet van de dijk loopt, … Blijkbaar was het zachte gegak in de groep een overleg over “waar zullen we vanavond eens de laatste graantjes gaan oppikken” en heeft iemand de knoop doorgehakt en het startsein gegeven.

Ik ben al half omgedraaid om de polders achter de dijk in de lens te nemen, als ik een groepje vogels zie landen in de begroeiïng tussen water en land. Verrekijker erbij en Ping! de haartjes op mijn armen gaan steil omhoog staan. Zie ik écht wat ik denk te zien? Mijn wederhelft had een paar dagen terug al een éénling gemeld, maar zijn dit écht elf (11!) regenwulpen? Ik ben nog wat veraf, maar voorzichtig sluip ik een eindje dichterbij. Geen te grote bewegingen, het statief al wat uitschuiven, de camera alvast startensklaar houden, niet vergeten ademen. Vooràl niet vergeten ademen!

Maar nét binnen zoombereik, maar onmiskenbaar zit er een regenwulp wat afgezonderd van de groep.

Nog een paar passen dichterbij en ik krijg er nog een stuk of 10 in het vizier.

De rest van het scenario dat ik in gedachten had, valt in het water vanwege twee fietsers die van de andere kant afkomen en “mijn” vlucht regenwulpen de lucht in jagen. Jammer, want ik had nog een stukje dichterbij willen komen. Maar hoe dan ook: mijn avond kan niet meer stuk.

Langs akkers waar nog volop geoogst wordt onder een lage zon, rij ik richting Kloosterzande. In mijn hoofd zingt Brel over “zijn vlakke land” en ik denk “dat van mij is nog platter, man!”. Want na zes maand voelt het toch ook al een beetje als “dat van mij”.
Als ik thuis de camera aansluit op de pc trillen mijn vingers van opwinding.

De maandagvoormiddag is – voorlopig toch nog – gereserveerd voor de hondenschool, dus het is pas na de lunch dat Manlief me tot bij de vijver wenkt.

Op de armleuning van een stoel zit een bloedrode heidelibel.

Ze lijkt wel zin te hebben om naar beneden, naar het wateroppervlak te vliegen, maar ik zie wat haar tegenhoudt: een uitgerafelde keizerlibel is volop voor de volgende generatie aan het zorgen.

En het is file aan de vijver: een paardenbijter wacht ook op een kansje.

 

Hoog(potig) bezoek

Het moest een superluie zaterdag worden, maar wat doet een mens als er plots – om 8:51 om precies te zijn – hoog(potig) bezoek langs komt in de tuin? Lopen als Dafne Schippers (of toch bijna) om de camera tijdig ter plaatse te krijgen!

Vrouwtje sperwer op de haag. Iemand heeft wel vergeten haar wat manieren bij te brengen …